Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:8640

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27-09-2018
Datum publicatie
10-10-2018
Zaaknummer
WAHV 200.203.463
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De gemachtigde - een professioneel rechtsbijstandverlener - verzoekt de in het administratieve beroepschrift aangevoerde gronden als herhaald en ingelast te beschouwen. Nu het beroepschrift bij de kantonrechter geen redenen bevat die volgens de indiener moeten leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie, kan dit niet als beroepsgrond worden beschouwd. De kantonrechter hoefde daarom niet in te gaan op de in administratief beroep aangevoerde redenen waarom de gedraging niet zou zijn verricht en vormt geen reden voor vernietiging van de beslissing van de kantonrechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.203.463

27 september 2018

CJIB 171698199

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel

van 21 september 2016

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] ,

voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] ,

kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

Het hof heeft de zaak teruggewezen naar de rechtbank. Daarna heeft de kantonrechter het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 225,-.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter ten onrechte geen aandacht heeft besteed aan het aangevoerde argument dat de betrokkene achter een landbouwvoertuig reed en daarom niet te hard kan hebben gereden. Derhalve wordt de juiste werking van de meetapparatuur betwist, is er reden om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant en had nader onderzoek moeten worden verricht. Er bestaat nu aanleiding om de inleidende beschikking alsnog te vernietigen of het bedrag van de sanctie te matigen.

2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 119,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 15 km/h.” Deze gedraging zou zijn verricht op 25 april 2013 om 10:02 uur op de Zenderseweg te Albergen met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .

3. In administratief beroep heeft de gemachtigde aangevoerd dat de betrokkene van mening is niet te hard te hebben gereden. Hij reed achter een landbouwvoertuig dat de maximale snelheid niet haalde. Daarom betwist de betrokkene de werking van het meetmiddel. De gegevens op de foto wijken af van die op het ijkrapport. Gesteld kan worden dat er geen sprake was van een geijkte meting. De beschikking kan derhalve niet in stand blijven.

4. Het hof stelt vast dat het kennelijk door de gemachtigde opgevraagde ijkrapport door hem niet is overgelegd en geen deel uitmaakt van het dossier.

5. De beslissing op beroep van de officier van justitie luidt: "U stelt dat er sprake was van een onbetrouwbare meting. De officier van justitie overweegt dat de gedraging is vastgesteld met behulp van een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt verkeersmeetmiddel. U hebt uw stelling niet nader onderbouwd. Er is voor de officier van justitie geen reden te twijfelen aan de juistheid van de beschikkingsgegevens."

6. In het beroepschrift tegen de beslissing van de officier van justitie voert de gemachtigde aan - voor zover hier van belang - dat, nu de in het administratief beroep naar voren gebrachte gronden niet volledig inhoudelijk zijn beoordeeld, deze gronden als herhaald en integraal ingevoegd dienen te worden beschouwd.

7. De gemachtigde - een professioneel rechtsbijstandverlener - heeft slechts volstaan met dit verzoek. Nu het verzoek geen redenen bevat die volgens de indiener van het beroepschrift moeten leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie, kan dit niet als beroepsgrond worden beschouwd. De kantonrechter hoefde daarom ook niet in te gaan op de in administratief beroep aangevoerde redenen waarom de gedraging niet zou zijn verricht. Het onder 1 aangevoerde argument kan daarom geen grond vormen voor vernietiging van de beslissing van de kantonrechter of de andere daaraan door de gemachtigde verbonden consequenties.

8. Tot slot voert de gemachtigde aan dat de kantonrechter ten onrechte een onjuiste veroordeling in de proceskosten heeft gegeven. De kantonrechter heeft besloten twee punten à € 490,- toe te kennen tegen wegingsfactor 0,25. Dit leidt tot een kostenveroordeling van

€ 245,-. In het dictum is echter een bedrag van € 225,- vermeld.

9. Het hof stelt vast dat de kantonrechter heeft overwogen dat hij voor de schrifturen in beide fasen een punt à € 490,- toekent. Ingevolge vaste jurisprudentie van het hof bestaat er bij vernietiging van een beslissing aanleiding voor toekenning van kosten voor proceshandelingen in de fase waarin een betrokkene in het gelijk is gesteld. Nu de kantonrechter enkel de beslissing van de officier van justitie heeft vernietigd, zijn er ten onrechte twee punten toegekend. De kantonrechter heeft dus een te hoog bedrag vastgesteld.

Om de (gemachtigde van de) betrokkene echter niet in een nadeliger positie te brengen dan hij zou zijn geweest wanneer geen hoger beroep zou zijn ingesteld, zal het hof de beslissing van de kantonrechter, voor zover deze ziet op de toekenning van de proceskostenvergoeding, niet vernietigen.

10. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek om toekenning van proceskosten voor rechtsbijstand in hoger beroep afwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting. De griffier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.