Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:8139

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
11-09-2018
Datum publicatie
18-09-2018
Zaaknummer
200.235.481
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Broers vorderen over en weer ontslag als medepachter. Hof bepaalt een comparitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem


afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.235.481

(zaaknummer rechtbank Gelderland 5827972)

arrest van de pachtkamer van 11 september 2018

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] , gemeente [naam gemeente] ,

appellant,

in eerste aanleg: eiser in conventie en verweerder in beide zaken in reconventie,

hierna: [appellant] ,

advocaat: mr. J.P. de Man,

tegen:

1 [geïntimeerde]

wonende te [woonplaats] , gemeente [naam gemeente] ,

hierna: [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. G. de Gelder,
2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Waterschap Rivierenland,

gevestigd te [kantoorplaats] ,

hierna: het waterschap,
advocaat: mr. G.W.J. Van Dijke,

geïntimeerden,

in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 26 april 2017 en 31 januari 2018 die de pachtkamer te Zutphen (rechtbank Gelderland) heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 26 februari 2018,

- de memorie van grieven tevens akte wijzen van eis,

- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] ,

- de memorie van antwoord van het waterschap.

3 De beoordeling in hoger beroep

3.1

De zaak betreft kort samengevat de vordering in conventie tot ontslag uit de pacht van [geïntimeerde] en schriftelijke vastlegging van een reguliere pachtovereenkomst. In reconventie heeft [geïntimeerde] ontslag van [appellant] uit de pacht gevorderd. Het waterschap heeft in reconventie gevorderd het reguliere pachtcontract op naam van de pachter [geïntimeerde] te stellen die voldoet aan de wettelijke criteria voor pacht en ontbinding van de met [appellant] gesloten pachtovereenkomst met betrekking tot twee percelen. Het hof zal een comparitie van partijen gelasten voor het verkrijgen van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke schikking.

3.2

[appellant] zal voorafgaand aan de zitting een kopie van het procesdossier dienen over te leggen als na te melden.

3.3

Het hof zal [appellant] en [geïntimeerde] verzoeken om over te leggen, voor zover deze stukken niet al zijn overgelegd:
- de opgave gewaspercelen behorende tot de gecombineerde opgave over de jaren 2016, 2017 en 2018;
- de boekhoudrapporten van de eigen onderneming over de laatste drie jaren.

3.4

Indien een partij bij gelegenheid van de comparitie van partijen nog een proceshandeling wenst te verrichten of producties in het geding wenst te brengen, dient deze partij ervoor te zorgen dat het hof en de wederpartij uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting een afschrift van de te verrichten proceshandeling of de in het geding te brengen producties hebben ontvangen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bepaalt dat partijen, [appellant] en [geïntimeerde] in persoon en het waterschap vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en hetzij bevoegd hetzij speciaal schriftelijk gemachtigd is tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het hof dat daartoe zitting zal houden in het paleis van justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op 29 november 2018 om 11.30 uur, om inlichtingen te geven vermeld en opdat kan worden onderzocht of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden;

bepaalt dat indien (één van) partijen verhinderd is/zijn op voormelde zittingsdag, een nieuwe zittingsdatum wordt gepland, mist de partij die om een andere datum verzoekt binnen 14 dagen na het wijzen van dit arrest door middel van een H7 formulier de verhinderdata van beide partijen doorgeeft over de periode februari – april 2019;

bepaalt dat advocaten bij deze comparitie elk gedurende maximaal 10 minuten, aan de hand van maximaal 2 A4’tjes spreeknotities, het standpunt van partijen mogen toelichten;

draagt [appellant] op om binnen vier weken na heden het volledige procesdossier in kopie in zesvoud aan het hof over te leggen;

draagt [appellant] en [geïntimeerde] op om uiterlijk twee weken voor de zitting aan het hof en de wederpartij te doen toekomen, wat betreft de voor het hof bestemde stukken in zesvoud:
- de opgave gewaspercelen behorende tot de gecombineerde opgave over de jaren 2016, 2017 en 2018;
- de boekhoudrapporten van de eigen onderneming over de laatste drie jaren;

bepaalt dat indien een partij bij gelegenheid van de comparitie van partijen nog een proces-handeling wenst te verrichten of producties in het geding wenst te brengen, deze partij ervoor dient te zorgen dat het hof en de wederpartij uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting een afschrift van de te verrichten proceshandeling of de in het geding te brengen producties hebben ontvangen;

houdt verder iedere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. Th.C.M. Willemse, L.M. Croes en B.H.J. Hofstee en de deskundige leden mr. ing. H.J. Vinke en ir. J.H. Jurrius en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 11 september 2018.