Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:8115

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
11-09-2018
Datum publicatie
13-09-2018
Zaaknummer
200.230.921/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aantreffen in woning van voorraad hennep voor bedrijfsmatige handel bij doorzoeking door politie maakt het zeer waarschijnlijk dat de bodemrechter een vordering van sociale verhuurder, die een actief zero tolerancebeleid tegen hennep voert, tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming zal toewijzen, zodat het gerechtvaardigd is om daarop in kort geding vooruit te lopen. Volgt bekrachtiging van ontruimingsvonnis in eerste aanleg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.230.921/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 6319956 \ VV EXPL 17-77)

arrest in kort geding van 11 september 2018

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [A] ,

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. H.L. Thiescheffer, kantoorhoudend te Leeuwarden,

tegen

Stichting Actium,

gevestigd te Assen,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Actium,

advocaat: mr. S. Bosma, kantoorhoudend te Heerenveen.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 24 oktober 2017 dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, (hierna: de kantonrechter) heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 20 november 2017,

- de memorie van grieven,

- de memorie van antwoord, met twee producties.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

[appellant] vordert in het hoger beroep - samengevat - de vernietiging van het vonnis van de kantonrechter d.d. 24 oktober 2017 en opnieuw rechtdoende de afwijzing van de vordering van Actium, met haar veroordeling in de kosten van beide instanties.
2.4 Het hof zal geen acht slaan op de door Actium bij memorie van antwoord in het geding gebrachte producties, nu [appellant] daarop niet heeft kunnen reageren. Uit wat hierna volgt, blijkt dat Actium daardoor niet in haar belangen wordt geschaad.

3 De vaststaande feiten

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.2 tot en met 2.9 van het bestreden vonnis. Deze feiten komen neer op het volgende.

3.1

Actium heeft met ingang van 28 september 2015 aan [appellant] verhuurd de woning te [A] aan de [a-straat 1] .

3.2

Op de huurovereenkomst zijn de algemene huurvoorwaarden voor zelfstandige woonruimte van Actium van toepassing. In de voorwaarden is onder meer opgenomen:

Artikel 11 Algemene verplichtingen van huurder

(…)

11.2

Huurder is verplicht om:

a) ervoor zorg te dragen dat door hem, zijn eventuele huisgenoten en al degenen die met zijn toestemming in het gehuurde, de gemeenschappelijke ruimten en/of de directe omgeving daarvan verblijven geen overlast of hinder wordt veroorzaakt aan omwonenden. Onder overlast wordt in ieder geval doch niet uitsluitend verstaan: iedere vorm van overlast, zoals geluidsoverlast, stankoverlast, overlast door alcohol- en/of drugsgebruik, hennepteelt, prostitutie, (het stallen van) auto’s en andere rij- of voertuigen, en door huisdieren, in of nabij het gehuurde;

(…)

11.4

Het is huurder verboden om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verhuurder:

a. a) in (delen van) het gehuurde, waaronder begrepen de tuin, berging, schuur en zolder, hennep te (doen) kweken, te houden, te drogen of te knippen, dan wel andere activiteiten te doen of laten verrichten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn gesteld, waaronder begrepen het opslaan of (ver)handelen van drugs. In geval van ernstige verdenking van overtreding van het bepaalde in dit lid, is verhuurder gerechtigd om het gehuurde zo nodig ondersteund door de politie onmiddellijk ter inspectie te betreden. In geval van overtreding is verhuurder gerechtigd de huurovereenkomst terstond te ontbinden;

(…)

e) in (delen van) het gehuurde bedrijfsmatige activiteiten te ontplooien.

Artikel 17 Aansprakelijkheid van verhuurder en huurder

(…)

17.5

Huurder is tevens aansprakelijk voor gedragingen van derden die hij tot het gehuurde toelaat c.q. die met zijn goedvinden in het gehuurde verblijven.

3.3

[appellant] is tot 12 juni 2017 gedetineerd geweest. In die periode heeft [B] (hierna te noemen: [B] ), een vriend van [appellant] , met instemming van [appellant] diens woning frequent bezocht voor de verzorging van de hond van [appellant] .

3.4

Op 20 juni 2017 heeft de politie bij een doorzoeking van de woning van [appellant] in de trapkast een zak met 111,45 gram gedroogde henneptoppen aangetroffen. Op zolder van deze woning heeft de politie hennep gerelateerde goederen, waaronder slakkenhuizen, kabels, koolstoffilters en afzuigslangen aangetroffen.

3.5

Op 17 juli 2017 heeft de politie [B] gehoord over de in de woning van [appellant] hennep en daaraan gerelateerde goederen. Het proces-verbaal van verhoor is onder meer het volgende vermeld - waarbij “O” staat voor ‘opmerking verbalisant’, “V” voor ‘vraag verbalisant’ en “A” voor ‘antwoord verdachte’ (dat wil zeggen: [B] ).

O: Op 20 juni is ongeveer 111 gram hennep in de woning van [appellant] aangetroffen. [appellant] is als verdachte gehoord en heeft verklaard dat hij de hennep samen met [B] en [C] heeft gekocht.

V: [appellant] heeft bij ons verklaard dat de aangetroffen wiet o.a. van jou was. Klopt dat?

A: Dat gaat om 100 gram. Dat heb ik gehaald samen met iemand anders en dat hebben we bij [appellant] neergelegd. Wij deden dat omdat we vanuit [appellant] naar de TT-camping zouden gaan. De wiet was bedoelt voor de TT-camping. Ik had af en toe wat gepakt en in kleine zakjes gedaan om niet die hele zak in een keer mee te hoeven nemen en dan kon ik er af en toe wat van gebruiken.

Ik heb samen met [C] Euro 400,- ingelegd, dus beide Euro 200,-. Ik heb het opgehaald nadat [C] mij de Euro 200,- had gegeven.

V: Wanneer had je de wiet gekocht?

A: Iets van de 17e of de 16e juni 2017? Het was in ieder geval een paar dagen voordat de TT in Assen begon. Het zou ook de 15e juni geweest kunnen zijn.

V: Hoe komt die wiet bij [appellant] in zijn trapkast?

A: Nou, dat zeg ik. Ik heb het daar neergelegd. Ik en [C] zijn daar geweest en hebben bij [appellant] wat klaargemaakt voor de TT. Omdat we vanaf [appellant] zouden vertrekken naar de TT-camping hebben we besloten het daar te laten liggen. (…)

V: Hoe was de wiet verpakt? (shagdoos en een wit plastic bakje met gripzakjes)

A: Het zat in een gripzak en een grote blauwe bus waar shag in had gezeten, hij heeft ook een kindje lopen, een klein kind. Dus [appellant] heeft het in de trapkast gelegd zodat niemand het ziet. Ik had hetzelfde gedaan in zijn geval.

V: [appellant] heeft verklaard dat jullie met meerdere personen de wiet zouden verdelen. Reageer daar eens op.

A: Klopt. We zouden het tussen mijzelf, [appellant] en [C] verdelen.

V: Weet je dat een dergelijke hoeveelheid wiet strafbaar is?

A: Euh, ik dacht het voor eigen gebruik mocht. Ik vind niet dat het strafbaar feit is. (…)

3.6

Per brieven van 2 augustus 2017 en 1 september 2017 heeft Actium respectievelijk haar gemachtigde een huuropzeggingsformulier aan [appellant] gezonden om hem op die wijze in de gelegenheid te stellen de huurovereenkomst op te zeggen tegen 11 oktober 2017. [appellant] heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3.7

Actium is deelnemer aan het veiligheidsplan binnen de gemeente Assen, genaamd ‘Stop Overlast’. Daarnaast is Actium convenantpartner van het ‘Convenant Integrale Aanpak Hennepkwekerijen’. In dat Convenant wordt onder een hennepkwekerij verstaan: “een inrichting van welke aard ook, waarin anders dan voor strikt persoonlijk gebruik (zoals aangegeven in de richtlijnen van het OM) hennep wordt geteeld, bewaard, bereid, bewerkt of verwerkt.” Uitgangspunt van deelname is dat tegen overlastgevers, waaronder hennepkwekers, repressieve maatregelen worden getroffen.

3.8

Per brief van 5 september 2017 heeft het Openbaar Ministerie aan [appellant] meegedeeld dat hij voor de verdenking van het op 20 juni 2017 voorhanden hebben van hennep niet zal worden vervolgd, met als reden dat zijn recente bestraffing een vervolging niet noodzakelijk maakt.

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

4.1

Actium heeft in eerste aanleg samengevat gevorderd de ontruiming door [appellant] van de door hem van Actium gehuurde woning te [A] aan de [a-straat 1] , onder veroordeling van [appellant] in de proceskosten.

4.2

De kantonrechter heeft bij vonnis van 24 oktober 2017 [appellant] veroordeeld om binnen twee weken na betekening van het vonnis het gehuurde te ontruimen en heeft hem verwezen in de proceskosten.

5 De beoordeling van de grieven en de vordering

5.1

[appellant] is tegen het ontruimingsvonnis opgekomen met drie grieven. Grief 1 keert zich tegen het aangenomen spoedeisende karakter van de vordering. Grief 2 richt zich tegen de toewijzing van de vordering en wat daartoe is overwogen. Tot slot bestrijdt grief 3 de veroordeling van [appellant] in de proceskosten.

5.2

Het hof stelt voorop dat de door Actium bij haar memorie van antwoord gestelde ontruiming van het gehuurde per 8 november 2017 niet als vaststaand feit kan worden aangemerkt, nu [appellant] niet in de procesrechtelijke positie is geweest zich daarover uit te laten. Bij de beoordeling van de grieven zal het hof er dan ook vanuit gaan dat [appellant] de betrokken woning nog huurt.

5.3

Anders dan [appellant] met grief 1 bepleit, is het hof met de kantonrechter van oordeel dat het belang van Actium om een effectief ‘zero tolerancebeleid’ te kunnen voeren onder omstandigheden kan meebrengen dat er voldoende spoedeisendheid is bij een voorziening in kort geding. Aannemelijk is immers dat het met een dergelijk beleid beoogde effect (afschrikwekkende werking en signaal richting medehuurders en omwonenden dat het aan de orde zijnde gedrag door de betrokken sociale woningbouwvereniging niet wordt getolereerd) eerder wordt bereikt indien de ontruiming snel plaatsvindt (“lik op stuk”).

Voor het aannemen van spoedeisendheid is wel vereist dat sprake is (geweest) van een ernstige tekortkoming en dat boven redelijke twijfel verheven is dat de huurovereenkomst in de (mogelijk nog aanhangig te maken) bodemprocedure zal worden beëindigd. Mede gelet op de ernst van de tekortkoming kan in zo’n geval van de verhuurder in redelijkheid niet worden verlangd dat de huurder nog langer gebruik maakt van het gehuurde, ook al is de huurovereenkomst nog niet rechtsgeldig geëindigd.

In dit geval moet worden aangenomen dat [appellant] door de enkele aanwezigheid in zijn woning van 111 gram hennep - een veelvoud van de 'geringe hoeveelheid voor eigen gebruik' van 5 gram, de gedooggrens bij toepassing van de Opiumwet -, die ook nog eens is verpakt in zakjes van 2 gram, jegens Actium te kort is geschoten in zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Het gehuurde is immers deels voor een ander doel gebruikt dan het bewonen daarvan: het opslaan van een dergelijke hoeveelheid drugs is een overtreding van de Opiumwet en is tevens in strijd met artikel 11.4 van de op de huurovereenkomst toepasselijke huurvoorwaarden. Hierbij acht het hof van belang dat [appellant] niet kenbaar heeft gegriefd tegen de overweging van de kantonrechter dat de combinatie van de hoeveelheid hennep en de verdeling daarvan in zakjes van 2 gram de conclusie rechtvaardigt dat in dit geval sprake is van een voorraad voor bedrijfsmatige handel.

Naar het oordeel van het hof is daarmee sprake van een zodanig ernstige tekortkoming van [appellant] dat een beslissing in de bodemzaak niet kan worden afgewacht. Dat er geen sprake is geweest van een in werking zijnde hennepkwekerij, zoals [appellant] in dit verband aanvoert, maakt dat niet anders. Naar het oordeel van het hof was ten tijde van het betreden vonnis, en is nog steeds, sprake van spoedeisend belang. De grief faalt.

5.4

Met zijn grief 2 klaagt [appellant] erover dat de kantonrechter er aan voorbij heeft gezien dat hij op geen enkele wijze de hand heeft gehad in de aanwezigheid van hennep en de aan hennep gerelateerde zaken en dat het [B] is geweest die eigenmachtig en zonder zijn instemming die goederen in zijn woning heeft geplaatst. Het feit dat [appellant] betrokken is geweest bij de aankoop van de 111 gram hennep, maakt niet dat hij erop bedacht had moeten zijn dat een en ander in de woning aanwezig zou zijn.

5.5

Buiten discussie is dat in de woning van [appellant] een grote hoeveelheid hennep is aangetroffen. [appellant] is daardoor toerekenbaar tekortgeschoten in zijn contractuele verplichtingen als huurder. Uit artikel 6:265 lid 1 BW blijkt dat Actium de huurovereen-komst op grond van deze tekortkoming mag laten ontbinden, “tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt”. Kennelijk betoogt [appellant] dat de in dit wetsartikellid na tenzij bedoelde uitzondering zich in dit geval voordoet, omdat hij niet wist dat er hennep in de woning lag.

5.6

In een bodemzaak zal de bewijslast met betrekking tot de feiten en omstandigheden aan de hand waarvan bepaald moet worden of de bedoelde uitzondering zich hier voordoet op [appellant] rusten.

5.7

[appellant] wijst voor de verantwoordelijkheid met betrekking tot de aanwezigheid van de hennep naar [B] . Daarmee heeft [appellant] naar het oordeel van het hof niet kunnen volstaan. Op grond van artikel 7:219 BW en artikel 17.5 van de toepasselijke voorwaarden is de huurder op gelijke wijze als voor eigen gedragingen aansprakelijk voor gedragingen van derden die met zijn goedvinden het gehuurde gebruiken of daarin verblijven. Het feit dat een derde de tekortkoming heeft veroorzaakt, kan desalniettemin een omstandigheid zijn die met zich brengt dat de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt, vooral wanneer vaststaat dat de huurder zelf niet betrokken is geweest bij het handelen van de derde en dat handelen ook niet hoefde te verwachten. Daarvan is hier naar voorlopig oordeel van het hof in dit geval echter geen sprake. [appellant] heeft erkend dat hij [B] toegang tot zijn woning heeft verleend, dat hij met [B] de afspraak heeft gemaakt dat deze hennep zou kopen en dat hij in die aankoop financieel heeft bijgedragen. Uit het overgelegde proces-verbaal van verhoor van [B] , dat als zodanig niet door [appellant] is weersproken, blijkt verder dat de hennep in [appellant] woning deels is omgepakt in kleine gripzakjes met 2 gram inhoud, dat ten behoeve van de op handen zijnde TT, en dat de voorraad hennep - omgepakt en nog niet omgepakt - door [appellant] zelf in de trapkast is gelegd, dat in afwachting van hun feitelijk bezoek aan de TT. Al om die reden is op dit moment in onvoldoende mate door [appellant] aannemelijk gemaakt dat hij geen wetenschap had van de aanwezigheid van hennep in zijn woning, dat hij daar geen rekening mee hoefde te houden en dat hem daarvan geen verwijt kan worden gemaakt.

Overige feiten of omstandigheden die, indien bewezen, zouden kunnen leiden tot het oordeel dat een ontbinding en daaraan verbonden ontruiming niet zijn gerechtvaardigd, zijn gesteld noch ten bewijze aangeboden. Bovendien leent een kort geding zich niet voor bewijslevering.

5.8

Nu het hof het in dit kort geding zeer waarschijnlijk acht dat de bodemrechter een vordering tot ontbinding en ontruiming zal toewijzen, faalt grief 2.

5.9

Gelet op het voorgaande heeft grief 3, die zich richt tegen de proceskosten-veroordeling, geen zelfstandige betekenis en behoeft deze grief geen afzonderlijke bespreking.

5.9

Het hoger beroep faalt en het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Actium begroot op € 726,- aan verschotten en € 1.074,- aan geliquideerd salaris van de advocaat (1 punt in tarief II), te vermeerderen met de wettelijke rente en met de nakosten, een en ander zoals nader in het dictum bepaald.

6 Beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep in kort geding:

bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Assen, van 24 oktober 2017;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van Actium tot aan dit arrest begroot op:

  • -

    € 726,- voor verschotten,

  • -

    € 1.074,- voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief,

  • -

    € 157,- voor nasalaris advocaat,

  • -

    € 82,- voor nasalaris advocaat indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak is voldaan én betekening heeft plaatsgevonden,

  • -

    te vermeerderen met de wettelijke rente over voormelde bedragen vanaf 14 dagen na aanschrijving tot betaling van die kosten;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.F. Boele, M.W. Zandbergen en H. de Hek en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 11 september 2018 in bijzijn van de griffier.