Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:8036

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
23-08-2018
Datum publicatie
24-10-2018
Zaaknummer
21-006857-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte voor vier diefstallen. Ten aanzien van de diefstal van een fiets is door de benadeelde partij een vordering tot schadevergoeding ingediend. Voorafgaande aan de terechtzitting is uit het dossier gebleken dat verdachte onder bewind, in de zin van art. 1:431 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, is gesteld. Verdachte is daarom niet bevoegd zelfstandig te procederen met betrekking tot de tegen hem ingestelde vordering. De bewindvoerder is opgeroepen voor de terechtzitting. De bewindvoerder heeft het hof bericht overleg te zullen hebben met verdachte en hem toestemming te zullen geven voor een advocaat. De strafgriffie heeft de bewindvoerder geïnformeerd dat de raadsvrouw verdachte bijstaat in deze strafzaak. De raadsvrouw heeft geen contact gehad met de bewindvoerder. Het hof wijst de vordering van de benadeelde partij - als onbetwist - volledig toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006857-17

Uitspraak d.d.: 23 augustus 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 5 december 2017 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 16-173257-17 en 16-187538-17, 16-195172-17, tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

ingeschreven op het adres [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 augustus 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de politierechter met uitzondering van de strafoplegging. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van de ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht weken met een proeftijd van 2 jaren met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de reclassering, opname bij Amethist Verslavingszorg ten behoeve van verdachtes verslavingsproblematiek, een (ambulante) behandelverplichting bij forensische verslavingspolikliniek Foram te [plaats] of soortgelijke zorginstelling en opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang.

De schriftelijke vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsvrouw, mr. L. Noordanus, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft verdachte bij voornoemd vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, bij verstek veroordeeld ter zake van de ten laste gelegde feiten tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 weken met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Voorts heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij volledig toegewezen.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

zaak met parketnummer 16-173257-17:

1:
hij in of omstreeks de periode van 2 september 2017 tot en met 4 september 2017 te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen winkelgoederen, waaronder een pak/pot babyvoeding (Nutrilon), een pak wasmiddel, een zak/verpakking met kattenvoer, althans dierenvoeding en/of een pak koffie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn (gelegen aan de [adres] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2:
hij op of omstreeks 2 september 2017 te [plaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

zaak met parketnummer 16-187538-17 (gevoegd):

1:
hij op of omstreeks 24 september 2017 te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meerdere flesje(s) parfum, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Hudson's Bay, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

zaak met parketnummer 16-195172-17 (gevoegd):

1:
hij op of omstreeks 3 oktober 2017 te [plaats] , in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles parfum, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Douglas, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 16-173257-17 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 16-187538-17 en in de zaak met parketnummer 16-195172-17 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 16-173257-17:

1:
hij in of omstreeks de periode van 2 september 2017 tot en met 4 september 2017 te [plaats] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen winkelgoederen, waaronder een pak/pot babyvoeding (Nutrilon), een pak wasmiddel, een zak/verpakking met kattenvoer, althans dierenvoeding en een pak koffie, geheel toebehorende aan Albert Heijn (gelegen aan de [adres] );

2:
hij op 2 september 2017 te [plaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets, geheel toebehorende aan [benadeelde] ;

zaak met parketnummer 16-187538-17 (gevoegd):

1:
hij op 24 september 2017 te [plaats] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere flesjes parfum, geheel toebehorende aan Hudson's Bay;

zaak met parketnummer 16-195172-17 (gevoegd):

1:
hij op 3 oktober 2017 te [plaats] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles parfum, geheel toebehorende aan de Douglas.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 16-173257-17 onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 16-187538-17 bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 16-195172-17 bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan in aanwezigheid van verdachte en zijn raadsvrouw, mr. L. Noordanus. De strafoplegging is toen mondeling gemotiveerd. Deze motivering zal worden opgenomen in het proces-verbaal van die zitting indien er cassatieberoep wordt ingesteld en dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. De aldus gemotiveerde strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze vordering bedraagt € 164,99 bestaande uit materiële schade. De benadeelde partij heeft eveneens de wettelijke rente gevorderd. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep volledig toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Uit het dossier van onderhavige strafzaak is gebleken dat verdachte onder bewind, als bedoeld in de artikelen 1:431 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, is gesteld. Gezien deze omstandigheid mist verdachte de (zelfstandige) bevoegdheid tot beheer en beschikking over zijn vermogen. Die bevoegdheid ligt in dat geval bij de bewindvoerder, die verdachte bij de vervulling van zijn taak ook in rechte vertegenwoordigt. Hieruit volgt dat verdachte in dat geval niet bevoegd is zelfstandig te procederen met betrekking tot de tegen hem ingestelde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij.1

In dit kader is de bewindvoerder van verdachte, te weten de heer [bewindvoerder] werkzaam bij [bedrijf] , opgeroepen voor de terechtzitting van het hof. De bewindvoerder heeft per e-mail te kennen gegeven dat hij een en ander met cliënt zal bespreken en hem toestemming zal geven voor een advocaat wanneer hij dit wenst. De strafgriffie van het hof heeft de bewindvoerder geïnformeerd dat mr. Noordanus verdachte bijstaat in onderhavige strafzaak.

Mr. Noordanus heeft ter terechtzitting verklaard dat zij geen contact heeft gehad met de bewindvoerder.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 16-173257-17 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. Nu de hoogte van de vordering niet door of namens verdachte is betwist, zal de vordering als onbetwist worden toegewezen.

Gelet op het voorgaande dient de verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de hierboven genoemde benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 16-173257-17 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 16-187538-17 en in de zaak met parketnummer 16-195172-17 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 16-173257-17 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 16-187538-17 en in de zaak met parketnummer 16-195172-17 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat:

  • -

    verdachte zich zal laten opnemen, althans de opname zal voortzetten, bij Amethist Verslavingszorg in [plaats] ten behoeve van zijn verslavingsproblematiek, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die verdachte in het kader van die behandeling worden gegeven;

  • -

    verdachte verplicht is zich gedurende de volledige proeftijd te melden bij Tactus Reclassering, [plaats] , op een door de reclassering aan te geven dag en tijdstip en verdachte zal zich hierna zolang en zo vaak melden als de reclassering noodzakelijk acht;

  • -

    verdachte zich zal laten behandelen bij de forensische verslavingspolikliniek Foram te [plaats] of een soortgelijke zorginstelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling worden gegeven;

  • -

    verdachte medewerking zal verlenen aan begeleid of beschermd wonen in een instelling in een nader te bepalen woonvoorziening, zulks ter beoordeling van de reclassering, en verdachte zal deelnemen aan het dagprogramma dat deze woonvoorziening heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft opdracht aan Tactus Reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-173257-17 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 164,99 (honderdvierenzestig euro en negenennegentig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-173257-17 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 164,99 (honderdvierenzestig euro en negenennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 2 september 2017.

Aldus gewezen door

mr. A. van Holten, voorzitter,

mr. J. Hielkema en mr. J. Dolfing, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.B. Haak, griffier,

en op 23 augustus 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. J. Dolfing is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 juli 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:6710.