Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:8010

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
31-08-2018
Datum publicatie
06-09-2018
Zaaknummer
21-003077-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vordering ex artikel 66a WvSv. Herstelmogelijkheid. Adolescentenstrafrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Pkn: 21-003077-18

Het gerechtshof heeft te beslissen op de vordering van de advocaat-generaal bij dit hof van 31 augustus 2018 tot het geven van een bevel tot gevangenneming van de verdachte

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,

verblijvende in de [jeugdinrichting].

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door mr U. Ural, advocaat te Enschede, in raadkamer van heden.

De advocaat-generaal heeft gepersisteerd bij voormelde vordering tot gevangenneming.

De raadsman van verdachte heeft in raadkamer bepleit primair de niet-ontvankelijkheid en subsidiair de afwijzing van de vordering van de advocaat-generaal.

Door de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, is de gevangenhouding van verdachte bevolen bij beschikking van 31 januari 2018.

Verdachte is op 29 mei 2018 door de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, veroordeeld ter zake van: 'het misdrijf: poging tot doodslag', tot een jeugddetentie voor de duur van achttien maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De verdachte heeft op 30 mei 2018 hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN:

Ingevolge artikel 66a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering was het tegen verdachte gegeven bevel tot voorlopige hechtenis van kracht tot 29 juli 2018. Het hof heeft de gevangenhouding van verdachte bevolen voor de duur van dertig (30) dagen bij beschikking van 11 juli 2018. De geldigheidsduur van dat bevel is op 28 augustus 2018 verstreken.

Eerst op 31 augustus 2018 is de vordering tot gevangenneming ingediend, nadat de raadsman van de verdachte het openbaar ministerie op 30 augustus 2018 op de hoogte had gebracht van het verstrijken van de termijn. De verdachte is in afwachting van de beslissing op de vordering gevangenneming nog niet in vrijheid gesteld.

Gelet op het bepaalde in artikel 488, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, is artikel 66a van het Wetboek van Strafvordering eveneens van toepassing in zaken betreffende minderjarigen.

De raadsman heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, nu in zaken betreffende minderjarigen een maximale jeugddetentie voor de duur van twee jaren kan worden opgelegd en derhalve niet kan worden voldaan aan de vereisten van artikel 66a van het Wetboek van Strafvordering. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat het gaat om de straf die op het feit is gesteld en niet om hetgeen in de concrete zaak kan worden opgelegd. Hieruit volgt dat de advocaat-generaal ontvankelijk is in de vordering.

Anders dan de raadsman subsidiair heeft betoogd is het hof van oordeel dat de verdediging niet redelijkerwijs de verwachting had mogen ontlenen dat verdachte in vrijheid zou worden gesteld naar aanleiding van de mededeling van een administratief medewerker van het ressortsparket.

Het hof is na onderzoek gebleken dat is voldaan aan de eisen genoemd in artikel 66a van het Wetboek van Strafvordering en dat de voorwaarden voor toepassing van de voorlopige hechtenis, zoals genoemd in het bevel gevangenhouding, nog bestaan. Het hof zal daarom de gevangenneming van verdachte ter zake van het hiervoor genoemde feit bevelen.

Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 66a, 67a en 75 van het Wetboek van Strafvordering en de artikelen 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING:

Het hof:

- verklaart de advocaat-generaal ontvankelijk in de vordering;

- wijst toe de vordering van de advocaat-generaal van 31 augustus 2018;

- beveelt de gevangenneming van verdachte voor de duur van 60 dagen;

- bepaalt dat de voorlopige hechtenis van verdachte zal worden ondergaan in de [jeugdinrichting] of in een andere wettige plaats van detentie in Nederland.

Aldus gegeven op 31 augustus 2018 door mrs P.R. Wery, voorzitter, J.A.W. Lensing en W.M. Weerkamp, raadsheren, in tegenwoordigheid van B.F. Peters, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.