Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:7926

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
04-09-2018
Datum publicatie
06-09-2018
Zaaknummer
200.172.650/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Eindarrest na deskundigenbericht; schadevergoeding in verband met diverse tekortkomingen aan klassieke auto.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.172.650/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/07/175901 / HL ZA 10-1273)

arrest van 4 september 2018

in de zaak van

Hoad Holding B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna: Hoad,

advocaat: mr. J.N. Bethe, kantoorhoudend te Amsterdam,

tegen

Noble House B.V.,

gevestigd te Almere,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,

hierna: Noble House,

advocaat: mr. L.T. den Hollander, kantoorhoudend te Zwolle.

Het hof verwijst naar de tussenarresten van 18 april 2017 en 12 september 2017.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van de genoemde tussenarresten hier over.

1.2

Bij het tussenarrest van 18 april 2017 heeft het hof over een aantal geschilpunten een oordeel gegeven en ten aanzien van aantal andere geoordeeld dat een deskundigenbericht zal worden gevraagd. Bij tussenarrest van 12 september 2017 heeft het hof de heer [A] van Hovri Tynaarlo tot deskundige benoemd. De heer [A] heeft onderzoek verricht en zijn deskundigenbericht van 12 december 2017 aan het hof en partijen verstrekt. Hoad heeft een memorie na deskundigenbericht genomen en Nobel House een antwoordmemorie na deskundigenbericht. Hoad heeft bij akte nog gereageerd op een door Noble House in het

geding gebrachte productie. Vervolgens hebben partijen wederom arrest gevraagd onder

overlegging van een aanvullend procesdossier (de processtukken vanaf het laatste tussenarrest).

2. De verdere beoordeling

2.1

Het hof een deskundigenbericht gevraagd met betrekking tot de uitlaat en het lakwerk van de Aston Martin en over de door Hoad bij akte van 16 mei 2017 gestelde lekkage bij de achterruit/kofferklep en schimmelvorming en oxidatie aan de binnenkant van de auto. Het hof zal die indeling aanhouden.

Met betrekking tot de uitlaat

2.1.1

De bevindingen van de deskundige komen er op neer dat Nobel House een nieuwe uitlaat met stalen ophangpunten heeft gemonteerd (anders dan in de vraagstelling van het hof gaat het niet om rubbers) die in kwalitatief opzicht uitermate geschikt is voor de Aston Martin. Het betreft geen originele uitlaat. De deskundige is van mening dat de uitlaat onjuist is gemonteerd, doordat de ophangpunten niet aan onderkant, maar aan de bovenkant zitten. Volgens de deskundige zijn de voorste uitlaatdempers verwisseld. Door deze om te draaien komt de demper 5 tot 6 centimeter hoger te hangen. De kwaliteit van de uitlaat is niet van invloed op het feit dat de uitlaat onder de auto vandaan is gekomen. Het te laag opgehangen zijn van de uitlaat kan dat in extreme gevallen wel tot gevolg hebben, bijvoorbeeld als de auto op een transporter wordt gereden die verkeerd is geplaatst. De deskundige schat de herstelkosten op € 1.800 - aan materiaal voor een Quicksilver uitlaat zoals die is geplaatst en op € 2.500 voor een originele Aston Martin uitlaat en op een bedrag van € 520,- tot € 1.000,- exclusief btw voor montage, uitgaande van een uurtarief van € 65,- tot € 100,- exclusief btw.

2.1.2

Het hof neemt de bevindingen van de deskundige over en maakt die tot de zijne. Wat betreft de vraag naar de originaliteit van de uitlaat is van belang of Hoad op grond van de overeenkomst mocht verwachten dat een originele uitlaat van het merk Aston Martin zou worden gemonteerd. Het hof is van oordeel dat dit het geval is. Het hof komt daartoe op grond van het feit dat in de brief van 5 november 2007 door Noble House is verwoord dat een nieuw uitlaatsysteem wordt toegevoegd, dat Noble House een topkwaliteit auto wil leveren en, zoals door Hoad onweersproken is gesteld, op de website van Noble House is vermeld “Als liefhebber kunt u bij Noble House terecht voor de restauratie van uw vooroorlogse Aston Martin (…). Wij leveren originele onderdelen en bieden uitgebreide technische ondersteuning. Vakmanschap zoals de bouwer het bedoeld heeft” Onder die omstandigheden mocht Hoad verwachten dat er een originele uitlaat gemonteerd ging worden, tenzij Noble House met haar zou hebben besproken dat dit niet zo was, bijvoorbeeld omdat die niet leverbaar was. Dat heeft Noble House echter niet gesteld. Haar stelling dat er geen originele Aston Martin uitlaten bestaan, verdraagt zich overigens niet met wat de deskundige daarover schrijft in zijn bericht, namelijk dat Aston Martin zijn originele uitlaten voorziet van een onderdeelnummer. Dat heeft Noble House niet betwist.

2.1.3

Het feit dat Hoad niet heeft gekregen wat zij op grond van de overeenkomst met Noble House mocht verwachten levert een tekortkoming van Noble House op, die haar verplicht tot schadevergoeding, ook los van de vraag of de uitlaat van goede kwaliteit was en

of deze door een aan Noble House toe te schrijven tekortkoming onder de auto vandaan is

geraakt, zoals door Hoad is gesteld en door Noble House is betwist. Een oordeel daarover kan daarom achterwege blijven.

2.1.4

De deskundige heeft de prijs voor een originele Aston Martin geschat op € 2.500,-. Het hof zal hem daarin volgen, nu partijen daarover geen opmerkingen hebben gemaakt. De kosten voor het werk om de uitlaat te bevestigen zal het hof begroten op € 855,- (9 uren tegen een gemiddeld uurtarief van € 95,-) exclusief btw. Het hof wijkt daarmee af van de kosten die Hoad stelt te hebben gemaakt ( € 7.669,45), onder verwijzing naar een ‘invoice maintenance’ van Aston Martin Michiels van 9 april 2015 (productie 53 bij memorie van grieven), nu deze ‘invoice’ niet nader is toegelicht en er ook werkzaamheden op voor lijken te komen (schilderen en producten, aanpassen achterpanelen) die niet met de uitlaat te maken hebben. De totale herstelkosten worden daarom door het hof op € 3.355,- exclusief btw gesteld.

Met betrekking tot het lakwerk

2.1.5

Uit het bericht van de deskundige blijkt dat er sprake is van gebreken aan het lakwerk: de auto is niet “strak” gespoten, zeker niet op de spatborden voor en aan de bovenzijde, de gedeelten die links en rechts naast de motorkap liggen. Ook is de lak in diverse variaties gespoten, dan een “sinaasappelhuid” en dan weer strak. Over het algemeen geldt dat de laklaag te dun is aangebracht. In zijn e-mail van 11 december 2017 aan de advocaat van Noble House, in reactie op diens opmerkingen op dit deel van het onderzoek, heeft de deskundige daaraan toegevoegd dat niet kan worden volstaan met het afschuren van de betreffende plekken, omdat daarmee de oorzaak niet wordt weggehaald. Verder heeft de deskundige in die e-mail aangegeven zijn begroting voor herstelkosten realistisch te vinden: in zijn rapport heeft hij die begroot op € 11.650,- exclusief btw.

2.1.6

Partijen hebben de bevindingen van de deskundige niet gemotiveerd weersproken. Noble House heeft wel gewezen op mogelijke inwerking van vocht op de lak en blaasvorming als gevolg van de manier waarop de auto zou zijn opgeslagen, maar die opmerkingen zijn niet onderbouwd, zodat het hof daaraan voorbijgaat. Bovendien heeft de deskundige erop gewezen dat weliswaar de plek bij het rechterspatbord voor bij de deur een gevolg kan zijn van vocht, maar dat schraal spuitwerk en sinaasappelhuid al vanaf het begin aanwezig zijn geweest en dus, zo begrijpt het hof, vocht daarop niet van invloed kan zijn geweest. Ook op het punt van het lakwerk deelt het hof de bevindingen en zienswijze van de deskundige en neemt die over, nu door Noble House onvoldoende feitelijke aanknopingspunten zijn gegeven om daaraan te twijfelen.

2.1.7

De door de deskundige begrote kosten van herstel zijn door partijen niet bestreden, zodat het hof de deskundige ook daarin zal volgen door die kosten vast te stellen op
€ 11.650,- exclusief btw.

Met betrekking tot de lekkage c.a.

2.1.8

Ook hier geldt dat het hof de deskundige zal volgen in zijn niet door Noble House bestreden bevindingen dat er sprake is van lekkage bij de achterruit omdat geen of niet voldoende kit is gebruikt bij het aanbrengen van het omsluitrubber. De lekkage heeft volgens de deskundige niets te maken met opslag en verzorging van de auto. De andersluidende stelling van Noble House is niet voldoende onderbouwd, zodat het hof haar daarin niet volgt. De lekkage heeft geleid tot schimmelvorming en kromtrekking van de hoedenplank en een begin van roestvorming in de kofferbakruimte. De herstelkosten bedragen € 454,- inclusief btw voor het herstel daarvan en € 100,- voor vervanging van de hoedenplank (e-mail van

12 december 2017 van de deskundige aan de advocaat van Hoad), naar het hof aanneemt inclusief btw. Exclusief btw zijn de herstelkosten dan € 450,41. De grieven 1 tot en met 3 en grief 14 slagen in zoverre.

2.2

Op basis van het voorgaande en onder verwijzing naar rechtsoverweging 6.2 en 6.3 van het tussenarrest van 18 april 2017 heeft tussen partijen te gelden dat een bedrag van in totaal € 15.455,41 exclusief btw in mindering kan strekken op het door Hoad aan Noble House verschuldigde bedrag. Het hof gaat er vanuit dat Hoad de btw over de herstelkosten kan verrekenen, zodat dat die btw component geen schadepost voor haar is. Bij dat bedrag dient een bedrag van € 1.000 te worden opgeteld, zijnde de kosten van stilstand die het hof in rechtsoverweging 6.13 van het tussenarrest voor rekening van Noble House heeft gebracht en een bedrag van € 2.000,- in verband met chroomwerk, zoals overwogen in rechtsoverweging 6.7 van het tussenarrest van 18 april 2017. In totaal daarom
€ 18.455,41 exclusief btw.

2.3

Op grond van wat het hof heeft overwogen en beslist in rechtsoverweging 6.26 in het tussenarrest van 18 april 2017 kon Noble House een bedrag van € 11.545,05 exclusief btw aan meerwerk in rekening brengen, naast een bedrag van € 19.000,- als restant van de koopsom en € 9.976,65 in verband met reparaties aan andere auto’s, derhalve in totaal
€ 40.521,70 Hoad heeft in de toelichting op grief 21 een beroep op verrekening gedaan, dat het hof honoreert. Het bedrag van de herstelkosten wordt verrekend met de kosten van het meerwerk, alsmede – tot een bedrag van € 6.910,36 – met de restant koopsom.

Aldus heeft Noble House een vordering op Hoad van per saldo € 22.066,29 exclusief btw, te vermeerderen met de onbestreden wettelijke handelsrente ex artikel 6:119 a BW met ingang van de dag van afgifte van de auto over een bedrag van € 12.089,64 (restant koopsom na verrekening) en met ingang van 10 november 2010 over een bedrag van € 9.976,65 (reparatiekosten andere auto’s). Voor zover derhalve grief 7 ertoe strekt dat Hoad niets meer aan Noble House verschuldigd is faalt zij.

2.4

Voor zover grief 5 er toe strekt dat door Hoad gemaakte kosten van bewaring voor rekening van Noble House moeten worden gebracht faalt zij, omdat Hoad heeft nagelaten deze kosten te onderbouwen. Zij heeft geen bedrag genoemd en uit de bij de dagvaarding overgelegde beslagstukken blijken de kosten niet. Er zijn ook geen andere stukken met betrekking tot de kosten van bewaring overgelegd. Wat betreft de kosten van door Hoad gelegde verhaalsbeslagen verwijst het hof naar rechtsoverweging 2.7 hierna.

2.5

De grieven van Hoad slagen dus voor zover zij gericht zijn tegen de in de oorspronkelijk in reconventie toegewezen vorderingen van Noble House, zodat het eindvonnis van de rechtbank van 4 februari 2015 wat betreft die reconventie in zoverre niet in stand kan blijven.

2.6

Tegen de afgewezen vorderingen in de oorspronkelijke conventie heeft Hoad geen als zodanig kenbare grieven gericht. Wel heeft Hoad bezwaar gemaakt (randnummer 15 memorie van grieven) tegen haar veroordeling in de conventie tot betaling aan Noble House van € 573,77, zijnde het deel van de door Noble House voorgeschoten deskundigenkosten in eerste aanleg. Dat bezwaar is terecht nu blijkt dat er aan Aston Martin diverse gebreken kleven en juist die gebreken ertoe leiden dat de vordering van Noble House verminderd toewijsbaar is. In zoverre dient het vonnis van 4 februari 2015 in conventie gewezen vernietigd te worden. Tegen het tussenvonnis van 31 juli 2013 zijn als zodanig geen grieven gericht zodat het hoger beroep zal worden verworpen voor zover het tegen dat vonnis is ingesteld.

2.7

De uitkomst van deze procedure rechtvaardigt wat betreft de eerste aanleg een compensatie van proceskosten in conventie, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Het hof laat de proceskostenveroordeling in reconventie in stand. In hoger beroep zal het hof de proceskosten compenseren aldus dat iedere partij eigen kosten draagt, nu het hoger beroep voor Hoad slechts deels succesvol is geweest. Om dezelfde reden zoals genoemd in

2.6

wat betreft het deskundigenbericht in eerste aanleg dient Noble House echter de kosten van het deskundigenbericht in hoger beroep te dragen, welke kosten volgens opgave van de deskundige € 2.413,95 hebben bedragen. Hoad heeft een bedrag van € 1.250,- als voorschot betaald, zodat Noble House zal worden veroordeeld dit bedrag aan Hoad te betalen. De grieven 5, 8 en 22 falen voor zover zij strekken tot een andere dan deze door het hof uit te spreken proceskostenveroordeling. De kosten van door Hoad gelegde beslagen ter verzekering van het verhaal van haar vorderingen op Noble House dienen voor haar eigen rekening te blijven, nu zij per saldo niets van Noble House heeft te vorderen.

3 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

verwerpt het beroep voor zover dat is ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 31 juli 2013;

vernietigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad van

4 februari 2015 voor zover Hoad in conventie is veroordeeld tot betaling aan Noble House van een bedrag van € 573,77 en in reconventie is veroordeeld tot betaling aan Noble House van een bedrag van € 44.618,98, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119 a BW over € 9.976,65 met ingang van 10 november 2010, over € 19.624,33 met ingang van 30 januari 2013 en over € 15.000,- met ingang van de dag der afgifte van de auto tot de dag van de algehele betaling en doet in zoverre opnieuw recht:

- veroordeelt Hoad om aan Noble House te betalen een bedrag van € 22.066,29, vermeerderd met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119 a BW, over € 9.976,65 met ingang van

10 november 2010 tot dag der volledige betaling en over € 12.089,64 met ingang van de dag van afgifte van de auto tot aan de dag van volledige betaling;

- bekrachtigt het vonnis van 4 februari 2015 voor het overige;

- veroordeelt Noble House om € 1.250,- aan Hoad te voldoen voor de kosten van het deskundigenbericht in hoger beroep;

- compenseert de proceskosten in hoger beroep voor het overige, aldus dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt;

- verklaart dit arrest ten aanzien van de daarin vervatte veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. J. Smit, I. Tubben en M.M.A. Wind en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken

op 4 september 2018.