Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:7608

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-08-2018
Datum publicatie
23-08-2018
Zaaknummer
05-880674-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Artt. 67, 67a en 446 Sv. Ontvankelijkheid hoger beroep van OM tegen gedeeltelijk niet toewijzen van vordering (verlenging) gevangenhouding. Het hof acht anders dan de rechtbank ernstige bezwaren aanwezig ten aanzien van feit 1 en het terroristisch oogmerk bij feit 2, vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover en beveelt de verlenging van de gevangenhouding alsnog voor feit 1 en het terroristisch oogmerk bij feit 2.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Arnhem

pkn: 05-880674-18

avnr: 001118-18 -10

Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974,

verblijvende in het huis van bewaring te Vught.

Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem van 5 juli 2018, houdende de verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van verdachte.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door

mr F.G.W.M. Huijbers, advocaat te Nijmegen, in raadkamer van heden.

Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 18 juli 2018.

OVERWEGINGEN:

Wil een bevel tot voorlopige hechtenis kunnen worden gegeven, dan dient er sprake te zijn van verdenking van een strafbaar feit, genoemd in artikel 67 lid 1 en 2 van het Wetboek van Strafvordering. De vordering tot voorlopige hechtenis kan derhalve niet worden los gezien van het/de (gekwalificeerde) feit(en) waarop de vordering is gebaseerd. Dat betekent dat, indien de voorlopige hechtenis wordt gevorderd op basis van verschillende feiten en de vordering niet voor alle feiten wordt toegewezen, de vordering geacht moet worden gedeeltelijk niet te zijn toegewezen, hetgeen gelijk gesteld mag worden aan “niet toegewezen” in de zin van artikel 446 van het Wetboek van Strafvordering. De conclusie is dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn hoger beroep.

Het hof is na onderzoek gebleken dat er, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, ook ernstige bezwaren bestaan voor het feit onder 1 en voor het terroristisch oogmerk, genoemd in feit 2. Dat betekent dat de beslissing waarvan beroep vernietigd dient te worden voor zover deze inhield het niet toewijzen van de vordering tot verlenging van de gevangenhouding voor feit 1 en het terroristisch oogmerk genoemd in feit 2 en de verlenging van de geldigheidsduur van de gevangenhouding eveneens voor feit 1 en het terroristisch oogmerk van feit 2 dient te worden bevolen waarbij het hof de door de rechtbank bij beslissing van 7 juni 2018 gegeven motivering met betrekking tot de ernstige bezwaren en de recidivegrond overneemt. Voor toewijzing van de door de advocaat-generaal ter zitting aangevoerde onderzoeksgrond acht het hof geen termen aanwezig.

Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 67, 67a en 71 van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof:

- vernietigt de beschikking waarvan beroep ten aanzien van feit 1 en het terroristisch oogmerk van feit 2;

- beveelt de verlenging van de geldigheidsduur van de gevangenhouding ten aanzien van feit 1 en het terroristisch oogmerk van feit 2;

- bevestigt de beschikking voor het overige.

Aldus gegeven op 1 augustus 2018 door mrs A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter, A.R. van der Winkel en Y.A.J.M. van Kuijck, raadsheren, in tegenwoordigheid van B.F. Peters, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.