Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:7256

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
07-08-2018
Datum publicatie
27-08-2018
Zaaknummer
200.222.677/01
Formele relaties
Herstelarrest: ECLI:NL:GHARL:2018:2085
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2018:2085.

Ten tijde van de nadere mondelinge behandeling heeft de moeder erkend dat zij een ander kind heeft meegenomen naar het verwantschapsonderzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.222.677/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/150757 / FA RK 16-1320)

beschikking van 7 augustus 2018

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [A] ,
verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: [verzoeker] ,

advocaat: mr. M.F. de Vries te Dokkum,

en

[verweerster] ,

wonende te [B] ,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: voorheen mr. J. Deenen te Heerenveen, thans: mr. T. Bijlsma te Heerenveen.

Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

1 mr. [C] , in zijn hoedanigheid van bijzondere curator over [de minderjarige] ,

kantoorhoudende te [D] ,

verder te noemen: de bijzondere curator,

2. [E] ,

wonende te [F] ,

verder te noemen: [E] .

1 Het verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Voor het verloop van het geding tot 27 februari 2018 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van die datum.

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:

- een journaalbericht van mr. De Vries van 20 april 2018 met productie(s);

- een brief van Verilabs van 18 juni 2018;

- een journaalbericht van mr. De Vries van 22 juni 2018 met productie(s);

- een journaalbericht van mr. Bijlsma van 10 juli 2018 met productie(s);

- een journaalbericht van mr. De Vries van 10 juli 2018;

- een journaalbericht van mr. Bijlsma van 11 juli 2018 met productie(s);

- een journaalbericht van mr. Bijlsma van 16 juli 2018 met productie(s);

- een ongedateerde brief van [E] , ingekomen op 16 juli 2018, met productie(s).

1.3

Namens [verzoeker] is op 24 april 2018 ter griffie gedeponeerd een usb-stick, waarvan een akte van depot is opgemaakt.

1.4

Op 17 juli 2018 is de mondelinge behandeling voortgezet. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. De vrouw is verschenen, bijgestaan door haar advocaat en mr. W.J. Aardema (advocaat te Heerenveen). Ook zijn verschenen de bijzondere curator en [E] . Namens de raad voor de kinderbescherming (verder te noemen: de raad) is, in het kader van zijn adviserende taak, [G] verschenen. Ter zitting heeft mr. De Vries mede het woord gevoerd aan de hand van de door haar overgelegde pleitaantekeningen.

2 De motivering van de beslissing

2.1

Het hof blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in de (tussen)beschikking van 27 februari 2018, voor zover hierna niet anders wordt overwogen of beslist.

2.2

Tussen de betrokkenen is niet in geschil dat ervan kan worden uitgegaan dat ofwel [verzoeker] ofwel [E] de biologische vader van [de minderjarige] is.

2.3

Bij de tussenbeschikking van 27 februari 2018 heeft het hof - kort weergegeven - overwogen dat er onduidelijkheden zijn ontstaan over de uitvoering van de verschillende DNA-onderzoeken die daarvoor hadden plaatsgevonden. Aangezien op grond van de toen beschikbare informatie niet met zekerheid door het hof kon worden vastgesteld wie de biologische vader van [de minderjarige] is, heeft het hof aanleiding gezien opnieuw een DNA-verwantschapsonderzoek door Verilabs te gelasten.

Bij de brief van 18 juni 2018 heeft Verilabs in verband met drukte aan zowel de zijde van de vrouw als van Verilabs het hof verzocht tot eind september 2018 uitstel te verlenen, welk uitstel door het hof is verleend.

Gelet echter op de inhoud van de stukken die het hof na de tussenbeschikking van de zijde van [verzoeker] heeft ontvangen, heeft het hof aanleiding gezien om de nadere mondelinge behandeling van 17 juli 2018 te laten plaatsvinden.

2.4

De vrouw heeft op de mondelinge behandeling, in tegenspraak met haar verklaring op de eerdere mondelinge behandeling en haar stellingen in de processtukken, erkend dat zij een ander kind als zijnde [de minderjarige] heeft meegenomen naar het eerder op initiatief van de rechtbank plaatsgevonden verwantschapsonderzoek van Verilabs. Aan de uitkomst van dat onderzoek kan daarom geen waarde worden gehecht. Sinds voornoemde tussenbeschikking heeft het hof diverse verklaringen ontvangen en ook de resultaten van een op verzoek van [E] door Consanguinitas DNA uitgevoerd onderzoek naar het DNA van [E] en [de minderjarige] . Uit deze resultaten volgt dat [E] niet de biologische vader van [de minderjarige] is. Weliswaar is het door het hof verzochte DNA-onderzoek door Verilabs nog niet afgerond, maar gelet op al het voorgaande acht het hof voorshands voldoende aanknopingspunten aanwezig dat [verzoeker] de biologische vader is van [de minderjarige] .

Aangezien de vrouw ter zitting heeft verklaard dat zij ook met de huidige stukken niet erkent dat [verzoeker] de biologische vader is en dat zij niet weet wie de biologische vader van [de minderjarige] is ( [verzoeker] of [E] ), terwijl [verzoeker] heeft verklaard dat hij gelet op de hoeveelheid verschillende DNA-onderzoeken die al hebben plaatsgevonden nu één duidelijk document wil waarover geen twijfel kan bestaan, acht het hof het evenals partijen en ook in het belang van [de minderjarige] wenselijk dat het onderzoek door Verilabs voortgezet wordt en zo spoedig mogelijk afgerond, zodat er voor alle betrokkenen duidelijkheid en zekerheid komt.

2.5

De zittingsvertegenwoordiger van de raad heeft ter zitting onder meer verklaard dat hij zich ernstige zorgen maakt over [de minderjarige] en over hetgeen partijen ter zitting verklaard hebben. Uit het verhandelde ter zitting zijn volgens de zittingsvertegenwoordiger van de raad dusdanig ernstige bedreigingen in de ontwikkeling van [de minderjarige] naar voren gekomen, dat hij heeft aangekondigd dat de raad ambtshalve een beschermingsonderzoek zal starten naar de ontwikkeling en opvoedingssituatie van [de minderjarige] . Het hof deelt de door de zittingsvertegenwoordiger van de raad geuite zorgen over de opvoedingssituatie van [de minderjarige] en over de effecten die de keuzes van de vrouw op [de minderjarige] hebben. Het hof is dan ook van oordeel dat het door de zittingsvertegenwoordiger aangekondigde beschermingsonderzoek grote urgentie heeft en zo spoedig mogelijk dient te worden gestart.

2.6

Ter zitting heeft het hof met partijen de mogelijkheid besproken om - gelet op de inleidende verzoeken van [verzoeker] en de grote waarschijnlijkheid dat hij de biologische vader is van [de minderjarige] - de raad te verzoeken om naast het door de raad ter zitting al aangekondigde beschermingsonderzoek, een onderzoek in te stellen naar de vraag welke gezagsvoorziening het meest in het belang van [de minderjarige] is te achten en naar de mogelijkheden van een omgangsregeling tussen [de minderjarige] en de biologische vader. Het hof gaat hierbij ervan uit dat uiterlijk eind september 2018 de uitkomsten van het DNA-onderzoek door Verilabs bekend zijn en dan ook vaststaat wie de biologische vader van [de minderjarige] is. Mocht de uitkomst zijn dat [verzoeker] toch niet de biologische vader van [de minderjarige] is, zal het hof beoordelen of voortzetting van het raadsonderzoek naar het gezag en de omgang nog zinvol is.

Alle betrokkenen hebben ter zitting ingestemd met een dergelijk onderzoek door de raad. Het hof zal dan ook de raad verzoeken een onderzoek in te stellen naar de vraag welke gezagsvoorziening het meest in het belang van [de minderjarige] is te achten en naar de mogelijkheden van een omgangsregeling tussen [de minderjarige] en de biologische vader. Het hof geeft de raad hierbij in overweging, gelet op de zorgen die zowel het hof als de raad heeft over de achtergrond van de door de vrouw gemaakte keuzes in haar leven, om eveneens een persoonlijkheidsonderzoek van de vrouw uit te (laten) voeren. Het hof zal de raad verzoeken om uiterlijk 14 december 2018 over het verloop van een en ander te rapporteren. Na ontvangst van het rapport en advies van de raad zal het hof partijen en belanghebbenden in de gelegenheid stellen om daarop binnen twee weken inhoudelijk te reageren. Het hof zal daarna in beginsel de zaak op de stukken afdoen, tenzij het hof, al dan niet op gemotiveerd verzoek van één van partijen, anders beslist.

2.7

Gelet op het bovenstaande en hetgeen het hof reeds bij tussenbeschikking van 27 februari 2018 met betrekking tot de voortgang van de procedure had geoordeeld, zal het hof naast het bovenstaande als volgt beslissen. Het hof zal Verilabs verzoeken het uit te brengen rapport uiterlijk 28 september 2018 aan het hof - en in afschrift aan partijen, belanghebbenden én de raad - te doen toekomen, met vermelding van de definitieve kosten van het onderzoek. Partijen worden vervolgens in de gelegenheid gesteld om (in afwijking van wat eerder is bepaald) binnen twee weken na ontvangst van het deskundigenbericht zich hierover schriftelijk uit te laten - in afschrift aan de overige partijen, belanghebbenden en de raad - en gemotiveerd de wensen met betrekking tot de verdere voortgang van de procedure aan te geven, waaronder de vraag of een voortzetting van de mondelinge behandeling wordt gewenst of dat het raadsrapport inzake de omgang en het gezag kan worden afgewacht.

2.8

In afwachting van de rapporten van Verilabs en de raad en de eventuele reacties van partijen en belanghebbenden daarop, zal het hof iedere verdere beslissing aanhouden.

3 De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof beslissen als na te melden.

4 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

alvorens verder te beslissen:

verzoekt Verilabs het uit te brengen rapport zo spoedig mogelijk, uiterlijk 28 september 2018, aan het hof - en in afschrift aan partijen, belanghebbenden en de raad - te doen toekomen, met vermelding van de definitieve kosten van het onderzoek;

stelt partijen en belanghebbenden in de gelegenheid binnen twee weken na ontvangst van het deskundigenbericht zich hierover schriftelijk uit te laten - in afschrift aan de overige partijen, belanghebbenden en de raad - en gemotiveerd de wensen met betrekking tot de verdere voortgang van de procedure aan te geven, waaronder de vraag of een voortzetting van de mondelinge behandeling wordt gewenst of dat het raadsrapport inzake de omgang en het gezag kan worden afgewacht;

verzoekt de raad voor de kinderbescherming, regio Noord Nederland, locatie Leeuwarden, een onderzoek in te stellen zoals hiervoor omschreven in de rechtsoverwegingen 2.5 en 2.6 en het hof daaromtrent uiterlijk op 14 december 2018 in een rapport te adviseren;

bepaalt dat partijen tot uiterlijk twee weken na toezending van het rapport van de raad schriftelijk kunnen reageren, waarna de zaak verder op de stukken zal worden afgedaan, tenzij het hof anders beslist;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.A.F. Holtvluwer-Veenstra, E.B.E.M. Rikaart-Gerard en J.G. Idsardi, bijgestaan door mr. H.B. Fortuyn als griffier, en is op 7 augustus 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.