Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:7219

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26-07-2018
Datum publicatie
10-08-2018
Zaaknummer
21-004148-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van overtreding van het huisverbod, twee keer, en het voorhanden hebben van wapens en munitie van de categorie III. Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 60 dagen, met een proeftijd van 3 jaren, en een taakstraf van 120 uren. Het hof stelt bij de voorwaardelijk opgelegde straf een aantal bijzondere voorwaarden. Het hof deed direct mondeling uitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004148-15

Uitspraak d.d.: 26 juli 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 13 juli 2015 met parketnummer 18-820440-14 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 26 juli 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde feiten en veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van 60 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 55 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde, en een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. E. van der Meer, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft verdachte bij het hiervoor genoemde vonnis ter zake het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 16 december 2014, te [plaats] , althans in de gemeente [gemeente] , als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning, gelegen aan de [adres] , heeft betreden en/of zich in en/of in nabijheid van die woning heeft opgehouden en/of contact heeft opgenomen met één of meer van de in dat huisverbod genoemde personen;

2:
hij op of omstreeks 28 november 2014, te [plaats] , althans in de gemeente [gemeente] , als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet Tijdelijk Huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning gelegen aan de [adres] te [plaats] heeft betreden en/of zich in en/of in de nabijheid van die woning heeft opgehouden en/of contact heeft opgenomen met een of meer van de in dat huisverbod genoemde personen;

3:
hij op of omstreeks 13 maart 2015, te [plaats] , althans in de gemeente [gemeente] , een wapen van categorie III, te weten een pistool, merk Umarex, type Beretta, en/of munitie van categorie III, te weten 3 centraalvuur kogel- patronen, voorhanden heeft gehad.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
hij op 6 december 2014, te [plaats] , als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning, gelegen aan de [adres] , heeft betreden en zich in die woning heeft opgehouden en contact heeft opgenomen met één van de in dat huisverbod genoemde personen;

2:
hij op 28 november 2014, te [plaats] , als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet Tijdelijk Huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning gelegen aan de [adres] te [plaats] heeft betreden en zich in die woning heeft opgehouden en contact heeft opgenomen met een van de in dat huisverbod genoemde personen;

3:
hij op 13 maart 2015, te [plaats] , een wapen van categorie III, te weten een pistool, merk Umarex, type Beretta, en munitie van categorie III, te weten 3 centraalvuur kogel- patronen, voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

als uithuisgeplaatste handelen in strijd met een met toepassing van artikel 9, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod, gegeven huisverbod

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

als uithuisgeplaatste handelen in strijd met een met toepassing van artikel 2, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod, gegeven huisverbod

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan in aanwezigheid van verdachte en zijn raadsman, mr. E. van der Meer. De strafoplegging is toen mondeling gemotiveerd. Deze motivering wordt opgenomen in het proces-verbaal van die zitting en dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. De aldus gemotiveerde strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en artikel 2, 9 en 11 van de Wet tijdelijk huisverbod.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 (zestig) dagen.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde verplicht is zich (uiterlijk) op de eerste dag na het onherroepelijk worden van het arrest te melden bij de reclassering [locatie] . Hierna moet hij zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering van Verslavingszorg [locatie] dit noodzakelijk acht.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich ter diagnose laat onderzoeken door de [zorginstelling] te [locatie] of een soortgelijke ambulante (forensische) zorginstelling en, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen en de behandel- en/of begeleidingsadviezen die hem in het kader van dat onderzoek door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de volledige proeftijd onder behandeling zal stellen bij VNN voor zijn verslavingsproblematiek of andere problematiek eventueel volgend uit [zorginstelling] onderzoek, alles indien en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, waarbij de verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die door of namens de reclassering van de VNN aan hem zullen worden gegeven.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde de reclassering inzicht geeft in zijn financiële situatie en controle hierop door de reclassering zal accepteren. De veroordeelde zal meewerken aan budgetbeheer/bewind voering, indien de reclassering dit noodzakelijk acht.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich zal inspannen voor het krijgen en behouden van passende dagbesteding, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich houdt aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. J. Hielkema, voorzitter,

mr. J. Dolfing en mr. T.H. Bosma, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. Dörholt, griffier,

en op 26 juli 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. T.H. Bosma is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.