Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:6811

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-07-2018
Datum publicatie
25-07-2018
Zaaknummer
200.228.106
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Curatele

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2019/16.2
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.228.106

(zaaknummer rechtbank Gelderland 5923217)

beschikking van 19 juli 2018

inzake

[verzoekster] , en

[verzoeker] ,

wonende te [plaatsnaam] ,
verzoekers in hoger beroep, verder te noemen: de ouders,

advocaat: mr. M.L.J. Wekking te Apeldoorn.

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

[de betrokkene] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

verder te noemen: de betrokkene.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, team bewind en erfrecht, zittingsplaats Zutphen, van 31 juli 2017, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het beroepschrift met producties, ingekomen op 26 oktober 2017;

  • -

    een journaalbericht van mr. Wekking van 28 mei 2018 met producties.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 12 juni 2018 plaatsgevonden. De ouders zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaat. Ook is de betrokkene verschenen.

3 De feiten

3.1

De betrokkene is geboren op [geboortedatum] te [plaatsnaam] . Verzoekers zijn de ouders van de betrokkene.

3.2

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 11 april 2017, hebben de ouders verzocht tot ondercuratelestelling van de betrokkene, met benoeming van de ouders tot curator.

4 De omvang van het geschil

4.1

Bij de beschikking van 31 juli 2017 heeft de kantonrechter het verzoek van de ouders tot ondercuratelestelling van de betrokkene afgewezen en (in plaats daarvan) de goederen die (zullen) toebehoren aan de betrokkene onder bewind gesteld wegens haar geestelijke of lichamelijke toestand en de ouders tot bewindvoerders benoemd (onder de verplichting uiterlijk 1 mei 2022 middels het daarvoor bestemde formulier de vijfjaarlijkse evaluatie in te dienen), een mentorschap ingesteld ten behoeve van de betrokkene en de ouders tot mentoren benoemd en voorts bepaald dat de uitspraak wordt ingeschreven in het openbaar Centraal Curatele en Bewindregister.

4.2

De ouders zijn met één grief in hoger beroep gekomen van de beschikking van

31 juli 2017. De ouders verzoeken, voor zover van belang, de beschikking van 31 juli 2017 te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de betrokkene onder curatele te stellen en daarbij de ouders tot curatoren te benoemen.

5 De motivering van de beslissing

5.1

Ingevolge artikel 1:378 lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een meerderjarige door de kantonrechter onder curatele worden gesteld, wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van

  1. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel

  2. gewoonte van drank- of drugsmisbruik,

en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.

5.2

Curatele beoogt primair de bescherming en vertegenwoordiging van meerderjarigen die vanwege hun lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat zijn zelfstandig hun belangen behoorlijk waar te nemen of hun veiligheid dan wel die van anderen in gevaar brengen. Voorwaarde voor curatele is dat een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.

5.3

Het hof is – anders dan de kantonrechter – van oordeel dat in het onderhavige geval de bescherming en vertegenwoordiging van de betrokkene niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening dan de curatele kan worden bewerkstelligd. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

5.4

Vast staat dat de betrokkene een ernstig verstandelijke en motorische beperking heeft als gevolg van een mitochondriële stofwisselingsziekte. Er is geen sprake van zelfredzaamheid. De betrokkene kan niet praten of lopen, zij kan niet voor zichzelf zorgen en zij kan niet haar financiën beheren, zij ontvangt 24 uur per dag zorg. De betrokkene heeft het niveau van een éénjarige.

5.5

Ter mondelinge behandeling hebben de ouders voorbeelden genoemd uit het dagelijks leven van (onveilige) situaties waar zij tegenaan lopen omdat de betrokkene niet onder curatele is gesteld. Zo kregen de ouders geen akkoord voor de boedelbeschrijving die zij vanwege het bewind hebben ingediend, omdat zij geen inkomsten en schulden van de betrokkene hadden ingevuld. De betrokkene heeft echter geen schulden en zij had, op het moment dat zij achttien jaar werd, ook geen inkomsten. De ouders hebben een formulier voor donorregistratie ingevuld voor de betrokkene, maar dit kregen zij retour gestuurd met een afwijzing, omdat de betrokkene, als zij niet onder curatele staat, dat formulier zelf moet invullen. Zij kan dit – gelet op haar niveau – echter niet. Bij de aanvraag voor een paspoort voor de betrokkene bleek dat, nu de betrokkene niet onder curatele is gesteld, een ieder voor haar een paspoort kan aanvragen, terwijl in het geval een persoon onder curatele is gesteld, de curator eerst een aparte verklaring dient in te vullen waarna wordt gecontroleerd of diegene die de aanvraag heeft ingediend, bevoegd is om de aanvraag voor de onder curatele gestelde te doen. Nog een voorbeeld is dat de instelling waar de betrokkene (gedeeltelijk) verblijft, het adres van de betrokkene kan laten overschrijven op het adres van die instelling, indien geen sprake is van curatele. Zo’n adreswijziging kan grote gevolgen hebben voor het persoonsgebonden budget (PGB), omdat het PGB dan kan worden uitgekeerd aan de instelling en de instelling ook overigens bemoeienis kan krijgen met het PGB, dan wel de bevoegdheid krijgt het PGB om te zetten in een aan de zorginstelling uit te betalen vergoeding. De ouders hebben aangevoerd dat een instelling meer vergoeding krijgt voor een in de instelling verblijvende persoon dan zij krijgen uit het PGB van de ouders. De instelling handelt in dat geval in beginsel niet onrechtmatig, zodat de adreswijziging niet teruggedraaid kan worden door de ouders. Ook is het voorgekomen dat een niet door de betrokkene gecontracteerde zorgverlener ( [X] ), zonder medeweten of toestemming van de ouders, gegevens van de zorgverlener aan wie moest worden uitbetaald, in het systeem van het Servicecentrum PGB heeft gewijzigd. De ouders hebben veel moeite moeten doen om dit – achteraf – terug te draaien.

Het hof is dan ook van oordeel dat bewind en mentorschap in het onderhavige geval niet voldoende bescherming van de belangen van de betrokkene bieden. Gebleken is immers dat de betrokkene zelf nooit rechtshandelingen zal kunnen verrichten en daarnaast dat zonder de bescherming van een onder curatele stelling, anderen dan de betrokkene rechtshandelingen voor de betrokkene kunnen verrichten, die soms onomkeerbare gevolgen kunnen hebben en die nadelig zijn voor de betrokkene. Ten slotte is van belang dat de ouders in bepaalde gevallen geen (gewenste of noodzakelijke) handelingen voor de betrokkene kunnen verrichten.

6 De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen slaagt de grief van de ouders. Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als volgt.

7 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, team bewind en erfrecht, zittingsplaats Zutphen, van 31 juli 2017, en opnieuw beschikkende:

stelt [de betrokkene] , geboren op [geboortedatum] te [plaatsnaam] , met ingang van heden onder curatele wegens haar lichamelijke en geestelijke toestand;

benoemt tot curatoren de ouders van de betrokkene, [verzoekster] , geboren op [geboortedatum] te [plaatsnaam] , en [verzoeker] , geboren op [verzoeker] te [plaatsnaam] ;

bepaalt dat deze uitspraak binnen tien dagen nadat zij ten uitvoer kan worden gelegd door de griffier in de Staatscourant moet worden bekendgemaakt (1:390 BW);

bepaalt dat deze uitspraak door de griffier wordt ingeschreven in het openbare Centraal Curatele- en bewindregister (1:391 BW);

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, E.B. Knottnerus en C.J. Laurentius-Kooter, bijgestaan door mr. M. Vodegel als griffier, is bij afwezigheid van de voorzitter getekend door mr. E.B. Knottnerus, en is op 19 juli 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.