Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:6772

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
11-07-2018
Datum publicatie
31-07-2018
Zaaknummer
21-006239-14
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOVE:2014:5580, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Cassatie: ECLI:NL:HR:2020:840
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof Arnhem veroordeelt verdachte die betrokken was bij de Vastgoed Beleggings Maatschappij (VSM) wegens verduistering en witwassen. Wel worden zij vrijgesproken van oplichting. Het hof legt daarbij zwaardere straffen op dan de rechtbank heeft gedaan. Waarbij onder andere heeft meegewogen dat het hof de bewezenverklaarde periode eerder heeft laten ingaan dan de rechtbank heeft gedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006239-14

Uitspraak d.d.: 11 juli 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 17 oktober 2014 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 08-996023-12 en 08-993019-13, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 21-003109-08, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1968] ,

wonende te [woonplaats] .

1 Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

2 Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 30 mei 2018, 1 juni 2018, 6 juni 2018, 27 juni 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en te dien aanzien opnieuw rechtdoende zal bewezen verklaren hetgeen aan verdachte onder 1 subsidiair, 2 primair en 3 is ten laste gelegd en verdachte zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren, met tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof Arnhem van 30 december 2010, parketnummer 21-003109-08, te weten van een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

De vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,

mr. M.M.A.J. Goris, naar voren is gebracht.

Het verzoek van de verdediging tot het horen van de getuigen Houtman en [getuige 2] wordt afgewezen. Beide getuigen zijn reeds door de raadsheer-commissaris gehoord. De verdediging heeft daarbij de mogelijkheid gehad de getuigen te bevragen. Het hof ziet op basis van hetgeen aan het verzoek ten grondslag wordt gelegd geen noodzaak om de gevraagde getuigen nogmaals te horen. Voor zover aan het verzoek ten grondslag wordt gelegd dat zich ten tijde van de regiezitting geen aanvulling met bewijsmiddelen bij de stukken bevond, verwijst het hof naar hetgeen zij hieronder daarover overweegt.

3 Ontvankelijkheid van het hoger beroep

3.1

Ontbreken bewijsmiddelenoverzicht

De verdediging heeft aangevoerd dat het eindvonnis van de rechtbank weliswaar vermeldt dat het een promisvonnis betreft, maar dat in het vonnis niet de bewijsmiddelen dan wel de vindplaatsen van de documenten waarin de bewijsmiddelen staan worden aangehaald. Ook bevindt zich in het dossier geen aanvulling met bewijsmiddelen. Het vonnis van de rechtbank leidt dan ook aan nietigheid en voorts maakt dit gebrek dat het voeren van de verdediging - in het kader van het voortbouwend appel - ernstig is bemoeilijkt. Een en ander zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Het hof overweegt als volgt.

Het hoger beroep strekt er mede toe om fouten in eerste aanleg te verbeteren. Ten tijde van het indienen van de appelschriftuur was al duidelijk dat er nog een aanvulling met bewijsmiddelen zou moeten zijn gelet op de bewoordingen van het vonnis en dat deze abusievelijk niet aan het vonnis is gehecht.

De verdediging heeft de mogelijkheid gehad om er eerder om te vragen, ook in het kader van de eerdere regiezitting bij het hof. Bovendien is het op 1 juni 2018 aan de verdediging verstrekt. Het hof ziet daarom geen enkele reden om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep te verklaren.

Ten overvloede overweegt het hof dat in de (niet ondertekende) aanvulling geen verrassende bewijsmiddelen staan waarmee de verdediging niet redelijkerwijs bekend kon zijn. De verklaring van Houtman is niet als bewijsmiddel in de aanvulling opgenomen en dat het feitelijke leiding geven aan de orde komt mag voor de verdediging evenmin een verrassing zijn.

3.2

ontvankelijkheid van het hoger beroep met betrekking tot feit 4 en de feiten 1 en 2 onder parketnummer 08/993019-13

Verdachte is bij vonnis waarvan beroep van het onder 4 primair en subsidiair, en van de feiten 1 en 2 onder parketnummer 08/993019-13 ten laste gelegde vrijgesproken. Hoger beroep tegen deze vrijspraken staat niet open. Het hof zal verdachte daarom in zoverre niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep verklaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van het onder 4 primair en subsidiair, en van de feiten 1 en 2 onder parketnummer 08/993019-13 ten laste gelegde. Het hof is van oordeel dat het openbaar ministerie daarom geen belang meer heeft bij een behandeling van die feiten in hoger beroep, zodat het openbaar ministerie in zoverre niet-ontvankelijk in het hoger beroep dient te worden verklaard.

4 Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

5 Voorvragen

5.1.

Geldigheid van de dagvaarding

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank terecht is gekomen tot een partiele nietigheid van de onder feit 1 primair en subsidiair ten laste gelegde term
- onder meer – en verder heeft de verdediging nog aangevoerd dat navolgende zinssneden:

“grotendeels, althans in belangrijke mate” en “een deel van de inleg, groot EUR 11.969.762,-, althans een relatief groot deel van de inleg” en “andere doeleinden” partieel nietig zijn.

Voorts heeft de verdediging aangegeven dat het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde nietig is omdat de tenlastelegging met betrekking tot dit feit onvoldoende feitelijk is.

Oordeel van het hof

Volgens artikel 261 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) behelst de dagvaarding een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn. Het tweede lid voegt daaraan toe dat de dagvaarding tevens de vermelding behelst van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan.

Bij de uitleg van deze bepaling moet voortdurend in het oog worden gehouden dat centraal staat of de verdachte zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. Ook voor de rechter moet de tenlastelegging begrijpelijk zijn. De eis van ‘opgave van het feit’ wordt zo uitgelegd dat het geheel in de eerste plaats duidelijk en begrijpelijk moet zijn, verder niet innerlijk tegenstrijdig en overigens voldoende feitelijk. Een dagvaarding behoeft zich niet uit te laten over de voor de strafbaarheid irrelevant zijnde aard en omvang van nadere bijzonderheden waarvan de vermelding niet op straffe van nietigheid wordt verlangd.

Uit de jurisprudentie volgt dat bij de beoordeling van een nietigheidsverweer ten aanzien van de dagvaarding een aantal factoren dient te worden meegewogen. Eén van die factoren is de vraag of er bij verdachte bij kennisneming van het strafdossier redelijkerwijs twijfel kan bestaan welke specifieke gedragingen hem worden verweten. Een andere factor die moet worden meegewogen is dat in de bewoordingen van de tenlastelegging besloten kan liggen wat het voorwerp van het strafrechtelijk onderzoek vormt. Ook de inhoud van de door de verdediging overgelegde pleitnota mag in de beoordeling van het nietigheids-verweer worden meegenomen, evenals de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting.

Gezien de onderhavige tenlastelegging, waarbij de aan verdachte verweten gedraging is omschreven, in samenhang met de inhoud van het complete dossier, moet de verdachte in staat worden geacht de tekst van de tenlastelegging te kunnen begrijpen. In de kern komt het erop neer dat volgens het openbaar ministerie de in de tenlastelegging genoemde bedragen zijn verkregen door misdrijven en (vervolgens) zijn witgewassen. De herkomst en de berekeningswijze van de genoemde geldbedragen zijn terug te vinden in het proces-verbaal van de FIOD/Belastingdienst.

Voorts is mede gelet op de inhoud van het verhandelde ter terechtzitting niet gebleken dat het voor de verdachte en de verdediging niet duidelijk was tegen welke verdenking de verdachte zich moest verdedigen.

De tenlastelegging behelst naar het oordeel van het hof een voldoende duidelijke opgave van de feiten nu de tekst van de tenlastelegging voldoende duidelijk, begrijpelijk, feitelijk en niet tegenstrijdig is. Het hof is gezien het bovenstaande van oordeel dat de tenlastelegging aan de vereisten van artikel 261 Sv voldoet en verwerpt daarom het nietigheidsverweer van de verdediging.

Het hof verwerpt het verweer en verklaart de dagvaarding -ook ter zake van het (gewoonte)witwassen- geldig.

5.2.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Onder feit 1 van de tenlastelegging is meer subsidiair en nog meer subsidiair ten laste gelegd dat verdachte in de periode van 1 januari 2005 tot en met 21 november 2010 feitelijke leiding/opdracht heeft gegeven aan/tot verduistering door VSM en/of Apex , dan wel dat hij die verduistering zelf heeft (mede)gepleegd. Op grond van artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht wordt een dader als schuldig aan verduistering gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vijfde categorie.

De verdediging heeft gesteld dat (tenminste) de periode van 1 januari 2005 tot 20 augustus 2006 is verjaard.

Op grond van artikel 70, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht vervalt door verjaring het recht op strafvervolging voor de misdrijven waarop een geldboete, hechtenis of gevangenisstraf van niet meer dan drie jaren is gesteld in zes jaren. De verjaring kan worden gestuit door elke daad van vervolging. Het moet dan gaan om een formele daad van vervolging uitgaande van het Openbaar Ministerie of de rechter bedoeld om in de fase voorafgaande aan de tenuitvoerlegging tot een (uitvoerbare) rechterlijke beslissing te geraken.

In deze zaak heeft het openbaar ministerie op 20 augustus 2006 de rechter-commissaris betrokken door het vorderen van een machtiging strafrechtelijk financieel onderzoek. Dit betekent dat vanaf 20 augustus 2006 de verjaring van het ten laste gelegde feit is gestuit. Het recht tot strafvervolging is verjaard voor de periode van 1 januari 2005 tot en met 19 augustus 2006 het hof zal het openbaar ministerie ten aanzien van deze periode niet-ontvankelijk in de vervolging verklaren.

Het hof verklaart het openbaar ministerie voor het overige ontvankelijk in de vervolging van verdachte.

6 De tenlastelegging

De tenlastelegging zoals deze luidt na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep en voor zover thans nog aan de orde, is als bijlage 1 aan dit arrest gehecht. Zakelijk weergegeven komt het er op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 1 januari 2005 tot en met 21 november 2010 581 individuele beleggers en een aantal beleggers, verenigd in de Stichting Belangen Obligatiehouders VSM heeft opgelicht ter zake van belegging in VSM B.V., dan wel feitelijke leiding en/of opdracht heeft gegeven aan VSM B.V. en Apex Vastgoed BV ter zake van voornoemde oplichting, dan wel feitelijke leiding en/of opdracht heeft gegeven aan VSM BV en Apex Vastgoed BV ter zake van verduistering van € 11.969.762,-, dan wel dat bedrag heeft verduisterd

feit 2: zich schuldig heeft gemaakt aan (gewoonte)witwassen dan wel dat hij feitelijke leiding en/of opdracht heeft gegeven aan VSM BV en Apex Vastgoed BV ter zake van voornoemd (gewoonte)witwassen;

feit 3: betrokken is geweest bij het plegen van valsheid in geschrift m.b.t. de bedrijfsadministratie van Apex Vastgoed BV, dan wel dat hij feitelijke leiding en/of opdracht heeft gegeven aan Apex Vastgoed BV ter zake van voornoemde valsheid in geschrift;

7 Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08-996023-12 onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt als volgt.

Feit 1 primair en subsidiair: oplichting

In het algemeen spraakgebruik wordt het enkele niet nakomen van een verbintenis al snel gezien of aangeduid als ‘oplichting’. Bij de onderhavige strafrechtelijke vervolging is vanzelfsprekend slechts leidend het Wetboek van Strafrecht (Sr) waarin in artikel 326 Sr oplichting strafbaar is gesteld. Hierin worden zwaardere eisen gesteld om tot een veroordeling ter zake van oplichting te kunnen komen.

De wetgever wil hiermee - kort samengevat - voorkomen dat reeds het enkele feit dat iemand civielrechtelijk wanprestatie pleegt al leidt tot een strafrechtelijke veroordeling.

De Hoge Raad overwoog reeds eerder dat het bij strafbaarstelling van oplichting gaat om gevallen waarin de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling van zaken in het leven wil roepen teneinde daarvan misbruik te kunnen maken. (HR 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2892, NJ 2017/158).

Voorts acht het hof van belang op te merken dat de delictsomschrijving van oplichting, kort samengevat, inhoudt dat iemand door een oplichtingsmiddel tot zojuist genoemde handelingen moet zijn bewogen.

Van het in het bestanddeel “beweegt” tot uitdrukking gebrachte causaal verband is sprake als voldoende aannemelijk is dat het slachtoffer mede onder invloed van de door het desbetreffende oplichtingsmiddel in het leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken is overgegaan tot het in art. 326 lid 1 Sr bedoelde gevolg. Of het slachtoffer in het concrete geval is bewogen in deze zin en door een of meerdere van voornoemde oplichtingsmiddelen, is in sterke mate afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

In meer algemene zin kunnen tot die omstandigheden behoren enerzijds de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid het beoogde slachtoffer aanleiding had moeten geven die onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen, en anderzijds de persoonlijkheid van het slachtoffer, waarbij onder meer de leeftijd en de verstandelijke vermogens van het slachtoffer een rol kunnen spelen. Oplichting in de zin van art. 326 lid 1 Sr is niet aan de orde wanneer het slachtoffer – gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder de eigen gedragingen en kennis van zaken – de in een bepaalde gedraging van de verdachte besloten liggende onjuiste voorstelling van zaken had moeten doorzien (HR 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2892, NJ 2017/158).

Ten slotte merkt het hof op dat enerzijds weliswaar, zoals hiervoor is gesteld, het causaal verband in het bestanddeel “beweegt” aanwezig kan zijn wanneer het slachtoffer mede onder invloed van de door het desbetreffende oplichtingsmiddel in het leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken is overgegaan tot het in art. 326 lid 1 Sr bedoelde gevolg, maar dat anderzijds het enkele feit dat enige causale relatie bestaat tussen het genoemde oplichtingsmiddel en het genoemde gevolg nog niet zonder meer de conclusie wettigt dat sprake is van “bewegen” in de zin van art. 326 Sr. Dat blijkt reeds uit de eerder genoemde bijzondere factoren die de persoon en het gedrag van het slachtoffer betreffen, en blijkt voorts uit de omstandigheid dat het in het algemeen aankomt op de vraag of het gevolg redelijkerwijs nog is toe te rekenen aan de inzet van één of meer oplichtingsmiddelen door de verdachte.

Kort samengevat kan gezegd worden dat moet worden onderzocht of er sprake is van een voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen, namelijk wanneer, terwijl de nodige omzichtigheid is betracht, men toch door een onjuiste voorstelling van zaken ”tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld” is overgegaan. Dit zal moeten blijken uit de bewijsmiddelen.

Dit in acht nemend blijkt uit het onderliggende dossier dat van het totaal aantal inleggers, waarvan het openbaar ministerie stelt dat het er 581 zijn, slechts een beperkt aantal personen is gehoord. Daarvan zijn vijf personen in de tenlastelegging opgenomen. Uit de door hen afgelegde verklaringen blijkt niet met voldoende zekerheid dat zij door de in de dagvaarding genoemde oplichtingsmiddelen zijn bewogen tot afgifte van de door hen ingelegde gelden.

Uit het slecht opgebouwde dossier blijkt evenmin met voldoende zekerheid wat de beweegredenen zijn geweest van de overige, niet met naam in de tenlastelegging genoemde beleggers.

Een en ander leidt het hof tot de conclusie dat redengevende feiten en/of omstandigheden ontbreken voor het bestanddeel dat de beleggers door een onjuiste voorstelling van zaken zijn bewogen tot de afgifte van de geldbedragen, zodat verdachte van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

8 Overweging met betrekking tot het bewijs

Algemeen

Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat het dossier van het opsporingsonderzoek van de Belastingdienst/FIOD weinig structuur kent, moeilijk toegankelijk is en wat betreft de daarin opgenomen gegevens geen sluitend beeld geeft. Het hof heeft nog getracht daarin verbetering aan te brengen door aan het openbaar ministerie om een leeswijzer en een bewijsmiddelenoverzicht te vragen. Het hof heeft dit echter niet van het openbaar ministerie verkregen. Voor wat betreft de beoordeling van de ten laste gelegde feiten stelt het hof met de rechtbank op grond van de gegevens die wel uit het dossier naar voren komen het volgende vast.

2004

Apex Vastgoed BV (hierna Apex ) en Vastgoed Solide Maatschappij BV (hierna VSM ) zijn

op 3 mei 2004 opgericht. Beide vennootschappen maken deel uit van een concern. Binnen dit concern is Apex via een andere vennootschap, te weten Vastgoed Solide Fondsen BV (hierna VSF ), moedermaatschappij en middellijk bestuurder van VSM , die op haar beurt bestuurder is van Vastgoed Solide Maatschappij Beleggingen B.V. (hierna VSMB ).

2005

Op 7 februari 2005 brengt VSM een prospectus uit met betrekking tot de uitgifte van

400.000 obligaties van elk € 100,-- (maximale omvang van de beoogde emissie 40 miljoen)

met een looptijd van twintig jaren. Als doel staat in het prospectus omschreven de

aankoop/verkoop van vastgoed, ontwikkeling van vastgoed en exploitatie van vastgoed. Over de bedrijfskosten vermeldt het prospectus het volgende: “De algemene kosten hebben

betrekking op de exploitatie van VSF en VSMB . Hieronder vallen kosten als: salarissen,

managementvergoeding, kosten van ING-bank. de bewaarder, etc... Om deze kosten te

betalen wordt er maandelijks 0,2% van het netto belegd vermogen door VSM aan

Apex / V S. F . betaald. (exclusief het belegd hypothecair vermogen)”.

De directie bestaat volgens dit prospectus uit:

[verdachte] (verdachte), commercieel directeur,

[betrokkene 1] , directeur vastgoed;

[getuige 2] , directeur ontwikkeling;

[betrokkene 2] , directeur operations en er is een vacature voor een directeur financiën.

Vanaf 15 februari 2005 is inschrijven mogelijk. In het jaar 2005 is door obligatiehouders

€ 2.730.000,-- ingelegd.

Vanaf 25 februari 2005 worden er diverse leningsovereenkomsten opgesteld tussen VSM en

Apex waarbij VSM geldbedragen uitleent aan Apex tegen een rente van 12% per jaar. Uit

onderzoek van bankrekeningen (volgens de verbalisant is dit onderzoek niet volledig geweest wegens het niet beschikbaar hebben van alle bankrekeningoverzichten) volgt dat in 2005 door VSM in ieder geval een bedrag van € 720.108,-- is overgemaakt aan Apex . Rente over de uitgeleende gelden is niet betaald, maar is in rekening courant geboekt.

Op 1 december 2005 wordt een managementovereenkomst opgesteld met [medeverdachte] .

2006

In 2006 is door de obligatiehouders een bedrag van € 3.210.000,-- ingelegd. Ook in 2006

worden panden aangekocht. Daarnaast worden de leningen van VSM aan Apex uitgebreid en vervolgens vervangen door nieuwe leningsovereenkomsten.

In 2006 wordt een bedrag van € 1.590.000,-- vanuit VSM overgeboekt naar Apex .


Op 8 december 2006 wordt door VSM een nieuwe prospectus uitgebracht. Hierin is

opgenomen dat de directie bestaat uit [verdachte] , commercieel directeur,

[betrokkene 1] , directeur vastgoed, [getuige 2] , directeur ontwikkeling,

[betrokkene 2] , directeur operations en [medeverdachte] , directeur financiën. Allen zijn tevens 20% aandeelhouder van de moedermaatschappij Apex . In het prospectus is opgenomen dat VSM de opbrengst van de obligaties uitleent aan vennootschappen behorend tot de groep waarvan VSM deel uit maakt, dit ter financiering van hun ondernemingen. Over kosten is opgenomen dat de managementvergoeding maandelijks 0,1% (exclusief omzetbelasting) bedraagt te berekenen over de waarde van de activa van Vastgoed Solide Maatschappij Beleggingen .

2007

Per 1 januari 2007 is het op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) niet langer

toegestaan om door te gaan met het aantrekken van opvorderbare gelden buiten besloten

kring van andere dan professionele marktpartijen. Daartoe is een ontheffing vereist.

In 2007 worden meerdere panden aangekocht. Daarnaast worden veilingpanden aangekocht

die later weer worden verkocht.

In het jaar 2007 wordt door de obligatiehouders een bedrag van € 6.686.000,-- ingelegd en

wordt door Apex indirect een bedrag van VSM ontvangen van € 3.050.000,--.

Op 3 september 2007 geeft [medeverdachte] in een mail, met kopie aan de andere directieleden, aan dat

voor een vergunning via De Nederlandse Bank (DNB) het niet is toegestaan voor VSM geld uit te lenen aan een moedermaatschappij. Dit is per jaarrekening 2006 nog wel het geval.

[medeverdachte] geeft aan dat het middels aktes van cessie mogelijk is deze financiering vanuit VSM

aan VSF te verplaatsen via VSMB naar BVSM . Na deze cessies voldoet VSM , aldus

[medeverdachte] , aan het vereiste dat zij het geld dat zij in de markt ophaalt, doorleent aan een

dochtervennootschap.

2008

Op 5 maart 2008 wordt aan VSM ontheffing op grond van de Wft verleend.

Ook in 2008 worden panden aangekocht en verkocht. In 2008 is door obligatiehouders
€ 9.587.000,-- ingelegd. Uit het onderzoek van bankrekeningen volgt dat in 2008 in ieder geval € 1.675.000,-- is overgemaakt aan Apex .
Op 27 juni 2008 wordt de jaarrekening van 2007 goedgekeurd. Eerdere jaarrekeningen zijn

ook goedgekeurd. [betrokkene 4] is namens [naam 1] vanaf 2004 betrokken geweest bij

Apex , VSF en VSM bij de advisering omtrent de structuur en de fiscale paragraaf van het

prospectus. Hij heeft ook een concept gemaakt van de aan Price Waterhouse Coopers (PWC) verstrekte jaarrekeningen over 2004 tot en met 2007.

[naam 2] is namens PWC in de periode van november 2004 tot en met november 2006

bij VSM betrokken geweest en heeft accountantsverklaringen afgegeven hij de

jaarrekeningen van VSM over 2005 en van VSF over 2004 en 2005. Bij de rechter-commissaris heeft hij verklaard dat de goedkeurende verklaringen 2004 en 2005 nimmer zijn ingetrokken en dat daaruit is af te leiden dat de verklaringen en de daaraan ten grondslag liggende informatie correct zijn en dat de jaarrekeningen aldus een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de betrokken vennootschappen per 31 december 2004, respectievelijk 2005.

Vanaf december 2006 is [naam 3] namens PWC betrokken geweest bij de

controle van de jaarrekeningen van VSF , VSM en VSMB over de jaren 2006, 2007 en 2008.

Bij de rechter-commissaris heeft zij hierover verklaard dat [medeverdachte] haar belangrijkste

aanspreekpunt was en dat er gevraagd is om de controle van de jaarrekeningen te doen en de

beoordeling van het prospectus van 8 december 2006. Zij heeft de accountantsverklaring bij

dat prospectus afgegeven. In het kader van de controle van de jaarrekening over 2006 is de

intercompany-lening tussen VSF en Apex besproken met het management inclusief [medeverdachte] .

Dat was toen een belangrijk onderwerp. Daarbij is aan de orde geweest wat Apex met de

ontvangen lening heeft gedaan, hoe deze activiteiten linken naar de activiteiten van

VSM / VSF , aan welke voorwaarden (groei/omvang) moet worden voldaan om de lening te

kunnen terugbetalen en op welke wijze die lening in twee jaren zou worden terugbetaald. In

juni 2007 was het – volgens haar - , gegeven de initiatieven van VSF en de markt op dat moment in vergelijkbare initiatieven, aannemelijk dat Apex de lening zou kunnen terugbetalen. De intercompany-lening tussen VSF en Apex is ook beoordeeld als onderdeel van de controle van de jaarstukken over 2007 en daarbij is het plan van de directie besproken om tot terugbetaling te komen. Op basis daarvan is de goedkeurende verklaring er gekomen. Voor PWC waren er twee momenten waarop duidelijk werd dat voor 2008 geen goedkeurende verklaring kon worden afgegeven, namelijk: in december 2008/januari 2009 toen werd meegedeeld dat [medeverdachte] was vertrokken en de status van de initiatieven met betrekking tot de terugbetaling van de lening aan Apex werd besproken en in juni 2009 tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. Bij de controle van de jaarrekeningen van VSM is het prospectus er steeds weer bij gepakt. [naam 3] had geen (gecontroleerde) stukken van het eigen vermogen van Apex en ze heeft niet de feitelijke uitstroom van gelden gezien vanuit Apex .

Haar is verteld dat de gelden van Apex zijn besteed ten behoeve van het opzetten van de

organisatie.

[medeverdachte] geeft in zijn verklaring bij de curator [curator] aan dat hij zich in oktober 2008

voor het eerst serieus zorgen [bedrijf 1] maken over de mogelijkheden tot voortbestaan van Apex

en VSM .

[naam 4] heeft toen aangegeven dat zij niet akkoord [bedrijf 1] met het plan tot verpanding van de

aandelen. [medeverdachte] geeft aan dat hij toen extra heeft benadrukt dat er gesneden moest worden in

de kosten, maar hij kreeg de handen hiervoor niet op elkaar.

Op 12 december 2008 heeft een aandeelhoudersvergadering plaatsgevonden waarbij alle

aandeelhouders aanwezig waren. Uit de aantekeningen van die vergadering van [medeverdachte] is op te maken dat hij voor de bespreking van de stand van zaken iedere aandeelhouder een overzicht heeft gegeven van de verwachte stand met ingang van 1 januari 2009 en het verwachte resultaat en de verwachte cash flow rekening houdend met deze stand. In een toelichting heeft [medeverdachte] aangegeven dat het niet mogelijk is om ook nog maar € 1,-- direct dan wel indirect te onttrekken aan VSM anders dan conform prospectus is toegestaan en dat het noodzakelijk is dat Apex vanaf heden maandelijks rente moet betalen aan VSM . Vervolgens geeft [medeverdachte] aan dat als dat niet gebeurt het dan in 2009 niet mogelijk zal zijn om een winstdelende rente uit te keren. Reactie van de overige vier bestuurders/aandeelhouders was dat het risico van het niet betalen van de management fee nota’s, inclusief de additionele nota’s van [verdachte] , die aangaf € 48.000,-- per maand nodig te hebben, te groot zou zijn en dat daardoor waarschijnlijk die initiatieven zouden mislukken. [medeverdachte] geeft aan dat hij reeds meerdere keren gezegd heeft dat er geen additionele gelden direct dan wel indirect konden worden onttrokken aan VSM en dat hij heeft aangegeven dat dat geld uit andere middelen moest komen. [medeverdachte] heeft in de diverse directie- dan wel aandeelhoudersvergaderingen de anderen steeds geïnformeerd over de financiële

stand van zaken. Hij schrijft dat geen van de bestuurders/aandeelhouders op basis van de

informatie die aan hen is verstrekt kan zeggen dat zij niet op de hoogte zijn van de situatie.

[medeverdachte] treedt vervolgens af als directeur financiën.

2009

In de loop van 2009 worden onverkort kosten van VSM gedeclareerd bij Apex . In juni

2009 heeft het management geconcludeerd dat de lening moest worden afgewaardeerd omdat er op dat moment geen onderbouwing was dat de lening ingelost zou kunnen worden.

Op 25 augustus 2009 vindt er een onderzoek plaats bij VSM door DNB. Als aanleiding

wordt onder andere aangegeven dat in de ontvangen jaarrekeningen over 2008 aanwijzingen

waren aangetroffen dat VSM voor eigen rekening kredietuitzettingen zou hebben verricht

(anders dan het doorlenen aan de dochtervennootschap) en daarmee mogelijk in strijd met de Wft zou hebben gehandeld. Tevens trof DNB enkele niet uit de toelichting te verklaren

afboekingen op leningen aan. Volgens DNB heeft medeverdachte [getuige 2] tijdens het onderzoek ter plaatse in augustus 2009 verklaard, dat er geen managementvergoeding meer zou worden betaald.

Op 28 september 2009 wordt de ontheffing ingetrokken. Op 16 oktober 2009 geeft DNB in een e-mail aan VSM aan dat VSM , als gevolg van de intrekking van de ontheffing per 28 september 2009, gehouden is om haar activiteiten in de huidige vorm te staken en af te wikkelen. In beginsel resulteert de constatering van een overtreding in de verplichting voor VSM om de gelden die zij onder zich houdt aan de inleggers terug te betalen. VSM kan zich immers niet meer beroepen op de ontheffing.

Op 5 november 2009 wordt er een dienstverleningsovereenkomst opgesteld tussen de

Op Maat Groep B.V. (hierna OMG ) en VSF . De overeenkomst is voor akkoord getekend

door [getuige 2] namens VSF , VSM , VSMB en Bewaarder Vastgoed Solide Maatschappij en door [betrokkene 5] namens OMG . In de overeenkomst staat dat aan OMG de opdracht wordt verstrekt tot het uitvoeren van administratieve werkzaamheden.

In de bijlage staat: “Inclusief managementondersteuning door [betrokkene 5] en
[verdachte] € 43.900 per maand exclusief BTW”. Vervolgens factureert OMG kosten aan Apex en later rechtstreeks aan VSM .

In het jaar 2009 is door de obligatiehouders ingelegd een bedrag van € 1.750.802,--.

Volgens onderzoek bankrekeningen (niet volledig) is in ieder geval overgemaakt aan Apex

(al dan niet via VSMB , BVSM , VSF ) een bedrag van € 1.488.000,--.

Per 31 december 2009 is er belegd in vierendertig panden met een waarde op dat moment

van in totaal € 25.748.207,-- waar een hypothecaire schuld op rust van € 14.948.000,--.

Daaruit blijkt dat de aankoop van onroerende zaken grotendeels werd gefinancierd met hypothecaire leningen zodat werd geïnvesteerd in onroerend goed met door beleggers ingelegde gelden voor een bedrag van ongeveer € 10.800.207,--. Dat is nog niet de helft van het tot dan ingelegde vermogen.

2010

Op 19 maart 2010 heeft DNB besloten mr. C.W. Houtman , kantoorhoudend te Nijmegen, te

benoemen tot (stille) curator als bedoeld in artikel 1:76 Wft.

In de periode april tot en met december 2010 rapporteert Houtman aan DNB in een aantal

brieven omtrent gebeurtenissen bij VSM . Hij geeft daarbij aan vanaf 23 maart 2010

gesprekken te hebben gevoerd met de leiding van VSM , waarbij hij vanaf het begin te

kennen heeft gegeven dat er geen rechtshandelingen en/of betalingen mogen plaatsvinden

zonder zijn toestemming.

In 2010 stuurt OMG diverse facturen aan VSM . Op 5 augustus 2010 worden vier facturen bij wijze van spoedboeking gelijktijdig betaald. In totaal heeft OMG in de periode van

2 december 2009 tot en met 5 augustus 2010 € 84.719,-- ontvangen van Apex en

€ 490.523,-- van VSM . Op 7 december 2010 is Apex failliet verklaard.

Feit 1 meer subsidiair: Verduistering

Ten aanzien van de onder feit 1 meer subsidiair ten laste gelegde verduistering door de in de dagvaarding genoemde rechtspersonen overweegt het hof als volgt.

Zoals hiervoor reeds overwogen zijn de ten laste gelegde feiten voor zover deze hebben plaatsgevonden tot en met 19 augustus 2006 verjaard.

Voor strafbaarheid ingevolge artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat de verdachte zich de goederen wederrechtelijk toe-eigent en dat het opzet van de verdachte op die wederrechtelijke toe-eigening is gericht. Van wederrechtelijke toe-eigening is sprake als de verdachte zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester beschikt over een aan een ander toebehorend goed.1

Hiervan kan ook sprake zijn indien de gelden weliswaar aan verdachte toebehoren, maar die gelden aan verdachte zijn overgedragen met een bepaald contractueel vastgelegd doel en verdachte deze gelden tegen de afspraken in beheert en of voor andere doeleinden heeft aangewend dan wel indien teruggave van die gelden door verdachte onmogelijk is gemaakt of aanmerkelijk is bemoeilijkt.2

In het licht van vorenstaand juridisch kader is dus van belang welke bevoegdheden tot gebruik van de gelden VSM zich ten opzichte van de obligatiehouders heeft toegemeten.

Het is een feit van algemene bekendheid dat mensen die geïnteresseerd zijn in het beleggen van hun gelden zich - alvorens daartoe over te gaan- (direct of indirect) laten informeren. Het is gebruikelijk dat dit gebeurt na bestudering van een prospectus, een brochure dan wel andere informatie, van het betreffende beleggingsproduct. Dit geldt voor alle beleggers in dit dossier. Immers, deze beleggers kunnen niet anders dan door de informatie die aan hen is verstrekt (waaronder de overeenkomst zelf), een obligatieovereenkomst met VSM zijn aangegaan met als doel om een bepaald rendement te behalen.

VSM heeft op 7 februari 2005 een prospectus uitgebracht met betrekking tot de uitgifte van

400.000 obligaties van elk € 100,-- (maximale omvang van de beoogde emissie 40 miljoen) met een looptijd van twintig jaren. Vanaf 15 februari 2005 is inschrijven mogelijk. Als doel staat in het prospectus omschreven de aankoop/verkoop van vastgoed, ontwikkeling van vastgoed en exploitatie van vastgoed. Over de bedrijfskosten vermeldt het prospectus het volgende: “De algemene kosten hebben betrekking op de exploitatie van VSF en VSMB . Hieronder vallen kosten als: salarissen, managementvergoeding, kosten van ING-bank, de bewaarder, etc... Om deze kosten te betalen wordt er maandelijks 0,2% van het netto belegd vermogen door VSM aan Apex / VSF betaald. (exclusief het belegd hypothecair vermogen).

Voorts heeft VSM op 8 december 2006 een prospectus uitgebracht met betrekking tot de uitgifte van 600.000 obligaties van elk € 100,- (maximale omvang van de beoogde emissie 60 miljoen) met een looptijd van twintig jaren. Als doel staat omschreven het bijeenbrengen van vreemd vermogen ter financiering van de activiteiten van, investeringen en kosten van Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en van vennootschappen waarmee Vastgoed Solide Maatschappij B.V. in een groep is verbonden. Over de algemene kosten vermeldt het prospectus het volgende: “Algemene kosten zijn onder meer directiebeloningen, personeelskosten, de kosten van accountantscontrole, de kosten van fiscaal en juridisch adviseurs, de kosten voor de boekhouding en archivering, de kosten verbonden aan het opstellen en publicatie jaar- en halfjaarverslagen, kantoorkosten, kosten van drukwerk en telefoonverkeer, automatiseringskosten, de kosten van beheer en bewaring, alsmede de kosten die aangewezen effectengiro’s in rekening brengen. De algemene kosten van Vastgoed Solide Maatschappij B.V en Vastgoed Solide Maatschappij Beleggingen B.V. komen voor rekening van de vennootschap waarop de kosten betrekking hebben.

In de brochure (D/9, pagina 4/6) staat: “dat de te vergoeden rente op 4,5%-9% winstdelende obligaties VSM praktisch geheel is gebaseerd op cashflow van de vastgoedinvestering.

In de brochure (D269) staat: “De te vergoeden rente van 9% is geheel gebaseerd op cashflow (huurstroom), en niet op prognose rendement bij verkoop van onroerend goed.”

In de inschrijfformulieren (D-0265 en D-0400) wordt door de obligatiehouders verklaard dat zij kennis hebben genomen van de prospectus.

De beleggers [benadeelde 2] (G1), [naam 8] (G4) en [benadeelde 5] (G10) hebben aangegeven dat zij met het VSM product in contact zijn gekomen via financiële adviseurs en/of tussenpersonen. Zij gaven aan zich onder andere te hebben gebaseerd op de brochure van VSM .

Zoals hierboven reeds beschreven is in de periode van begin 2005 tot eind 2009 door de obligatiehouders in totaal € 23.963.802,- ingelegd waarvan € 8.523.108,- rechtstreeks dan wel via een constructie is uitgeleend aan Apex . Derhalve is ongeveer 35% van de door de obligatiehouders ingelegde gelden aan Apex uitgeleend. De lening aan Apex is uitgezet tegen een rente van 12 % per jaar. De rentevergoeding is (uitsluitend) in rekeningcourant geboekt. De rente werd dus niet daadwerkelijk betaald aan VSM , met andere woorden er was geen cashflow van Apex naar VSM .

Uit de jaarrekening van Apex 2005 (D0509) blijkt dat Apex zowel op 31 december 2004 als op 31 december 2005 een negatief eigen vermogen had. Uit de jaarrekening van Apex 2006 (D0510) blijkt dat het negatieve eigen vermogen alleen maar gegroeid is. Deze jaarrekeningen zijn respectievelijk op 2 april 2007 en 28 januari 2010 vastgesteld en respectievelijk op 24 april 2007 en 5 februari 2010 gepubliceerd. Door de jaarrekeningen zo laat te publiceren konden beleggers die daarvan kennis hadden willen nemen niet of te laat zien dat Apex reeds eind 2004 een negatief eigen vermogen had. Bovendien zijn de cijfers van Apex , het moederbedrijf, niet in de prospectus opgenomen. Wanneer bij de beleggers bekend zou zijn dat het gehele Apex concern per saldo een negatief eigen vermogen heeft per 31 december 2005, dan zou de beslissing om te beleggen in VSM negatief zijn uitgevallen.

Onder andere op 26 mei 2006 wordt een overeenkomst van geldlening gesloten tussen VSM B.V. en Apex Vastgoed B.V. (D-0026 tot en met D-0047) waarin (telkens) wordt overwogen dat Apex niet over voldoende geldmiddelen beschikt om een normale en ononderbroken bedrijfsvoering te garanderen.

Uit een e-mail van [medeverdachte] aan notaris [notaris 1] en [notaris 2] , met een cc aan [verdachte] , [betrokkene 2] , [betrokkene 1] en [getuige 2] van 3 september 2007 (D0670) blijkt het volgende:

“uit opmerkingen van [notaris 1] begrijp ik dat voor een vergunning via DNB het niet toegestaan is voor VSM geld uit te lenen aan een moedermaatschappij. Dit is per de jaarrekening 2006 wel het geval. Middels aktes van cessie is het mogelijk deze financiering vanuit VSM aan VSF te verplaatsen via VSMB naar BVSM (Bewaarder Vastgoed Solide Maatschappij B.V.). Na herfinanciering voldoet VSM aan de vereiste dat zij geld dat zij in de markt ophaalt, doorleent aan de dochter vennootschap VSMB en daarmee voldoet aan het 95% criterium. Al het geld dat door VSMB geleend wordt/is van VSM wordt geïnvesteerd in vastgoed. Voor de verwerving van het vastgoed wordt daarnaast een hypothecaire geldlening aangegaan. Een deel van de hypothecaire gelden wordt gebruikt voor de verwerving van vastgoed en een deel wordt gebruikt voor de financiering van de opstartkosten van de moeder(= VSF ), die vervolgens geld uitleent aan haar moeder ( Apex ).

Geconsolideerd binnen VSM blijkt dan een keurige financiering van het vastgoed met de

obligatielening en de additionele hypothecaire geld/lening in VSMB . Ik hoop hiermee voldoende toelichting te hebben gegeven over hoe wij kijken naar een mogelijke oplossing. Met vriendelijke groeten, [medeverdachte] ."

In zijn brief van 6 december 2007 (D3) aan DNB zet notaris [notaris 1] vervolgens uiteen waarom VSM niet kwalificeert als "bank" in de zin van de Wft. [notaris 1] merkt daarover het navolgende op:

“Blijkens het halfjaarbericht 2007 van VSM zet VSM de door middel van de in het prospectus van VSM omschreven obligaties ("Obligaties") verkregen middelen uitsluitend uit ten behoeve van het vastgoedbedrijf van Vastgoed Solide Maatschappij Beleggingen B.V. (" VSMB "), een 100% dochtermaatschappij van VSM .”

In de beschikking van DNB van 5 maart 2008 (D4) heeft de Nederlandsche bank als een van de rechtsgronden opgenomen:
“De ter beschikking verkregen opvorderbare gelden worden door de Onderneming vrijwel volledig doorgeleend aan haar dochtermaatschappij Vastgoed Solide Maatschappij Beleggingen B.V. ( VSMB ), die met behulp van de gelden in onroerende zaken investeert. De Onderneming heeft de functie van actieve houdstermaatschappij en heeft de opvorderbare gelden uitsluitend ter beschikking gekregen ter financiering van een werkmaatschappij die investeringen doet in onroerende zaken. De Onderneming kwalificeert derhalve niet als bank.

Het hof stelt op grond van het dossier vast dat Apex geen dochteronderneming is van VSM maar de (middellijke) moedermaatschappij. VSM heeft de werkelijke gang van zaken verhuld en via allerlei constructies geld doorgesluisd naar de moedermaatschappij Apex en niet, zoals door notaris [notaris 1] aan DNB was bericht, …”uitsluitend … ten behoeve van het vastgoedbedrijf van Vastgoed Solide Maatschappij Beleggingen B.V. (" VSMB "), een 100% dochtermaatschappij van VSM .”. VSM heeft die leningen niet op juiste wijze (en met het doel van die leningen) vermeld in de stukken. Ook daaruit is af te leiden dat VSM de van de obligatiehouders ontvangen gelden niet (geheel) wenste aan te wenden voor het doel waarvoor zij specifiek ter beschikking waren gesteld. Ook dragen deze gedragingen van VSM bij aan het oordeel van het hof dat de grens met niet strafbare wanprestatie jegens de obligatiehouders duidelijk is overschreden.

Uit de concept jaarrekeningen van VSM (D-276, D-278 en D-283) is een overzicht gemaakt van het exploitatieoverzicht van het aangekochte vastgoed tegen de uit te keren vaste rente aan obligatiehouders en de aan de bank verschuldigde hypotheekrente. Dit levert onderstaand overzicht op:

Jaar Exploitatie opbr Vaste rente Hypotheek A - B - C

Vastgoed (A) obl. Houders (B) rente(C)

2005 € 100.701 € 63.454 € 0,- € 37.247

2006 € 328.998,- € 263 089 € 36.591 € 29.318

2007 € 843.963 € 465.467 € 415.742 € 37.426-/-

2008 € 1.260.146 € 897.017 € 863 431 € 500.302-/-

Uit dit overzicht blijkt dat VSM vanaf het begin af aan nauwelijks de vaste rente kon voldoen en vanaf het begin in een negatieve spiraal verkeerde. Toch worden er volgens de jaarrekeningen van VSM over de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008 ook variabele rentebedragen aan obligatiehouders vergoed.

Apex heeft vanaf het begin een negatief eigen vermogen. VSM heeft zonder dat er enige zekerheidstelling tegenover staat miljoenen aan Apex uitgeleend en de rente die Apex daarover zou moeten betalen wordt (slechts) in een rekeningcourant opgenomen, waardoor het geen cashflow voor VSM oplevert. Nadat blijkt dat voor de vergunning van de DNB geen leningen mogen worden verstrekt aan Apex wordt een constructie bedacht waardoor gelden nog steeds uiteindelijk bij Apex terechtkwamen.

Zoals hierboven reeds beschreven kunnen de variabele rentebedragen die aan de obligatiehouders zijn betaald niet uit de exploitatie van het vastgoed zijn betaald. Dit in tegenstelling tot hetgeen door VSM in de brochures is opgenomen te weten dat de te vergoeden rente op 4,5%-9% winstdelende obligaties VSM praktisch geheel is gebaseerd op cashflow van de vastgoedinvestering. Het kan dus niet anders dan dat de variabele rentebedragen zijn betaald met geldbedragen die door de nieuwe obligatiehouders zijn ingebracht.

Naar het oordeel van het hof zijn de door de obligatiehouders in beheer van VSM gegeven geldbedragen (deels) in strijd met het beweerdelijke doel aangewend en door VSM tegen die afspraken in voor andere doeleinden aangewend. Uit het feit dat Apex vanaf het begin een negatief eigen vermogen had en onder die gegeven omstandigheden de onttrekkingen uit Apex onverdroten zijn voortgezet, leidt het hof af dat de opzet van VSM erop gericht is geweest de aan anderen toebehorende gelden zich wederrechtelijk toe te eigenen door deze als “lening” , ter financiering van buitensporige kosten (ruim boven de afgesproken managementvergoeding), aan Apex ter beschikking te stellen. Bovendien kan het niet anders zijn dan dat VSM ook de variabele rentes heeft betaald (mede) met de inleg van (nieuwe) obligatiehouders. VSM heeft door zo te handelen als heer en meester over de ingelegde gelden beschikt. Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat het reeds vanaf het begin de bedoeling van VSM was om de gelden te verduisteren. Het hof zal, gelet op het feit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is verklaard in de vervolging voor de periode van 1 januari 2005 tot en met 19 augustus 2006, de bewezen verklaarde periode laten ingaan op 20 augustus 2006.

Voor wat betreft de € 490.523- die in de periode van 2 december 2009 tot en met 5 augustus

2010 rechtstreeks van VSM aan OMG in verband met kosten is overgemaakt heeft te gelden

dat dit heeft plaatsgevonden in dezelfde wetenschap bij VSM en onder dezelfde feitelijke

omstandigheden. Daar komt nog bij dat zich inmiddels de nodige ontwikkelingen hadden

voorgedaan, waaruit moet worden afgeleid dat VSM verplicht was de gelden onder zich te

houden om aan de inleggers terug te betalen. Het hof neemt hierbij de overweging van de rechtbank over.

“Begin december 2008 bestond de directie van VSM en APEX onder meer uit
[verdachte] , commercieel directeur,
[getuige 2] , directeur ontwikkeling en
[medeverdachte] , directeur financiën.

Op 12 december 2008 is [medeverdachte] afgetreden. Hij trad af vanwege de in zijn ogen zorgwekkende financiële situatie van VSM en APEX in combinatie met het feit dat overige bestuursleden niet in wilden stemmen met het niet betalen van additionele nota’s van bestuurders en verlaging van hun management fee.

Vanaf januari 2009 is [betrokkene 5] betrokken bij VSM en APEX . Zijn werkzaamheden

waren er met name op gericht om bij VSM orde op zaken te stellen en de kosten van VSM te verminderen. Voor zijn werkzaamheden ontving hij een management fee van € 12.500,-- per maand excl. BTW, vermeerderd met onkosten.

Uit een e-mail van 7 december 2008 volgt dat [verdachte] , verdachte en interim-manager [betrokkene 5] afspreken elke maandag een bespreking te houden.

In juni 2009 heeft het management van VSM geconcludeerd dat de in company leningen

tussen VSM en APEX moesten worden afgewaardeerd, omdat op dat moment de

financiële situatie van Apex zodanig slecht was dat voorzienbaar was dat die leningen niet

zouden kunnen worden terugbetaald. Op dat moment was ook al duidelijk geworden dat

PWC geen goedkeurende verklaring voor 2008 af zou kunnen geven.

Op 28 september 2009 is de ontheffing die de DNB aan VSM op grond van de Wft had

verleend, ingetrokken. Op 16 oktober 2009 heeft DNB aangegeven dat VSM , als gevolg van

de intrekking van de ontheffing per 28 september 2009, gehouden is om haar activiteiten in

de huidige vorm te staken en af te wikkelen. Vanaf dat moment was VSM gehouden om de

gelden die zij van de beleggers onder zich had aan hen terug te betalen.

Uit het vorenstaande volgt dat [betrokkene 5] uit hoofde van zijn taakvervulling als interimmanager, zoals hij die zelf omschrijft, op de hoogte moet zijn geweest van de situatie waarin Apex verkeerde, zoals hiervoor weergegeven.

(toevoeging hof: dat [betrokkene 5] op de hoogte was blijkt ook uit de taakopdracht die hij kreeg bij zijn aanstelling: kostenreductie)

In die wetenschap is [betrokkene 5] namens OMG op 5 november 2009 een contract aangegaan

met VSM en gelieerde vennootschappen, waarbij een dienstverleningsovereenkomst is

gesloten en aan OMG de opdracht is vertrekt tot het uitvoeren van administratieve

werkzaamheden, “inclusief managementondersteuning door [betrokkene 5] en

[verdachte] “tegen een vergoeding van € 43.900,-- per maand exclusief BTW.

In de vergoeding voor die administratieve werkzaamheden is begrepen een management fee

Van [verdachte] van € 11.000,-- per maand.

Over OMG is op grond van het dossier het volgende bekend: [verdachte] , [getuige 2] en [betrokkene 5] zijn de drie eigenaren van Swiss Capital Management AG. (verder: Swiss

Capital ). Swiss Capital was van 16 juli 2009 tot 19 augustus 2011 enig aandeelhoudster van de op 27 juni 2007 opgerichte OMG .

Getuige [getuige 3] heeft onder meer verklaard:

“ [verdachte] zit in diverse bedrijven, maar overal onzichtbaar. We hebben het veel over [verdachte] gehad, maar het gaat in feite over drie mensen: [verdachte] , [betrokkene 5] en [getuige 2] . Het is een drie-eenheid. Ze hebben elkaar nodig.”

In zijn e-mail van 2 mei 2009 aan H. Vosspoel schrijft P.PJ. [verdachte] onder meer:

Swiss Capital heeft drie eigenaren te weten:

- [betrokkene 5]

- [getuige 2]

- [verdachte]

Het is een AG (Actien Geselschaft in het Nederlands een Naamloze Vennootschap) en

derhalve zie je de aandeelhouders niet. Dit omdat anders steeds dezelfde personen boven

tafel komen en de mensen daarbuiten verbanden gaan zien das niet handig zeg maar.”

Op 19 maart 2010 heeft DNB mr. C.W. Houtman bij VSM benoemd tot stille curator. De

eerste bespreking tussen Houtman en [getuige 2] heeft plaatsgevonden op 23 maart 2010. In

zijn brief van 15 juli 2010 aan DNB schrijft Houtman dat hij [getuige 2] heeft gezegd dat

hij (hof: [getuige 2] ) zonder zijn toestemming geen rechtshandelingen mag verrichten. Verder schrijft hij in die brief dat [getuige 2] met geen enkel woord heeft gezegd dat de maandelijkse

vergoedingen aan VSM voor het verrichten van de administratie zo hoog waren als later is

gebleken. In december 2010 schrijft Houtman aan DNB dat [getuige 2] bij die eerste

bespreking heeft gezegd dat [betrokkene 5] en [verdachte] ervan wisten dat hij het er niet

mee eens was met de betalingen aan OMG en daarbij is gezegd dat OMG niet meer zou

factureren. Over de werkzaamheden van [betrokkene 5] en [verdachte] zegt Houtman in

die brief: “Het is aperte flauwekul dat in de periode nadat ik de opdracht verkreeg door de

heren [betrokkene 5] en [verdachte] nog aan ‘productontwikkeling, verkoopactiviteiten,

intermediair bezoek en klantbezoek, communicatievraagstukken en Juridische ondersteuning” zou zijn gedaan.”

0p grond van de vorengenoemde dienstverleningsovereenkomst heeft OMG diverse facturen

aan VSM gestuurd, waarop betaling heeft plaatsgevonden. Bij de laatste betaling zijn op

5 augustus 2010 vier facturen bij wijze van spoedboeking gelijktijdig betaald. In totaal heeft

OMG in de periode van 2 december 2009 tot en met 5 augustus 2010 van VSM een bedrag

van € 490.523,-- ontvangen.

Tussen 26 maart 2010 en 24 augustus 2011 ontvangt [bedrijf 1] ( [bedrijf 1] ), een aan [betrokkene 5] gelieerde vennootschap, van OMG een totaal bedrag van € 166.300,-- onder de omschrijving ‘‘fee periode 7”. [verdachte] en zijn toenmalige vriendin [naam 5] ontvangen een totaal bedrag van € 168.500,-- onder dezelfde omschrijving ‘fee periode 7”.

Uit de vorenstaande gang van zaken leidt het hof af dat [betrokkene 5] , als directeur van de OMG , waarvan hijzelf, verdachte en [getuige 2] via Swiss Capital de eigenaren waren, met VSM , waar [verdachte] en [getuige 2] zeggenschap hadden, op 5 november 2009 een dienstverleningsovereenkomst heeft gesloten op grond waarvan vergoedingen konden worden uitbetaald.

Feitelijk werd € 52.241,-- per maand door VSM aan de OMG betaald. Uit de maandelijkse facturen die door OMG aan VSM werden gezonden, blijkt dat in het bedrag van € 52.241,-- steeds een management fee van € 11.000,- voor [betrokkene 5] en een management fee van € 11.000,-- voor [verdachte] was begrepen. Op deze wijze werd van november 2009 tot en met augustus 2010 een bedrag van € 490.523,-- aan het vermogen van VSM onttrokken. Op het laatst zijn nog gelijktijdig vier facturen van de OMG door middel van een spoedboeking voldaan.

Uit vorenstaande verklaringen en gebeurtenissen in onderlinge samenhang bezien, leidt het hof af dat er tussen VSM en OMG een nauwe en bewuste samenwerking is geweest en dat die samenwerking erop gericht is geweest om de gelden die derden in VSM hadden ingelegd tegen de afspraken in voor andere doeleinden aan te wenden, te weten het aanwenden van gelden als buitensporige vergoedingen voor verdachte en de medeverdachten, die zich deze gelden dus wederechtelijk hebben toegeëigend.

Door aldus te handelen heeft VSM zich eveneens schuldig gemaakt aan medeplegen van

verduistering van enig geldbedrag. In dit geval een totaalbedrag van € 490.523,--

feitelijke leidinggeven

Naar vaste jurisprudentie is van feitelijke leiding geven aan een verboden gedraging sprake indien:

1. de verdachte maatregelen ter voorkoming van de verboden gedraging achterwege laat,

hoewel hij daartoe bevoegd en redelijkerwijs gehouden is en

2. hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat de verboden gedraging zich zal voordoen,

zodat hij die gedraging opzettelijk bevordert.

Hieruit volgt dat niet alleen statutaire bestuurders van een rechtspersoon feitelijke leiding

kunnen geven aan een door die rechtspersoon begaan strafbaar feit, maar ook organisatorisch ondergeschikte personen en dat dat leiding geven ook kan bestaan uit een nalaten.

Voornoemd nalaten is alleen strafbaar indien de verdachte bevoegd was maatregelen te

nemen en hij ook redelijkerwijs daartoe gehouden was. Deze bevoegdheid tot ingrijpen

bestaat indien de verdachte feitelijke zeggenschap heeft over de gedraging die de

rechtspersoon wordt geacht te hebben verricht en het tevens tot de taak van de verdachte

behoorde in te grijpen.3

Verdachte is in 2004 de bedenker en oprichter geweest van Apex en de daaraan gelieerde vennootschappen. Hij was bestuurder van [verdachte] Holding B.V. en via die holding ook bestuurder van Apex en de onderliggende vennootschappen, waaronder VSM . Verdachte heeft verklaard dat hij zich in 2006 heeft laten uitschrijven als bestuurder van Apex en VSM en dat hij vanaf het moment van uitschrijving geen bemoeienis meer heeft gehad met de besluitvorming binnen beide bedrijven.

Het hof overweegt als volgt.
Verdachte was via zijn holding medeaandeelhouder van Apex en middellijk bestuurder van VSM . In de prospectus van 8 december 2006 wordt verdachte genoemd als lid van het managementteam. Bovendien verkreeg verdachte een management fee van
€ 12.500,- per maand vanuit Apex . Overigens blijkt uit voldoende verslagen dat verdachte nadat hij uitgeschreven was als bestuurder aanwezig was bij aandeelhoudersvergaderingen en directiebesprekingen en dat hij daar een beslissende stem in had. Voorts is verdachte, blijkens de door hem ingediende facturen gewoon doorgegaan met het in rekening brengen van management fees aan Apex .
Het hof leidt hieruit af dat verdachte weliswaar formeel geen bestuurder meer was maar hij feitelijk wel leidinggevende van zowel Apex als VSM is gebleven. Hij heeft steeds feitelijke zeggenschap gehouden over de gedragingen van VSM en Apex zowel over het in stand houden van de oude koers om geld onder de noemer van “leningen” van VSM naar Apex te laten stromen, als het over 2009 en 2010 rechtstreeks van VSM naar OMG overmaken van gelden in verband met kosten zoals hiervoor reeds vastgesteld.

Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat verdacht feitelijke leiding heeft gegeven aan het door VSM medeplegen van verduisteren van gelden van inleggers.

Feit 2: Witwassen

Aan verdachte is onder feit 2 ten laste gelegd dat hij geldbedragen heeft witgewassen door, kort weergegeven:

a. de werkelijke aard en/of herkomst van die gelden te verbergen of te verhullen en

b. die geldbedragen te verwerven, voorhanden te hebben, over te dragen of gebruik te maken van die geldbedragen.

Het hof stelt voorop dat noch de tekst van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht noch de wetsgeschiedenis eraan in de weg staat dat iemand die een in die bepaling omschreven gedraging verricht ten aanzien van een voorwerp dat afkomstig is uit enig door hemzelf begaan misdrijf, wordt veroordeeld wegens witwassen. Dit betekent niet dat elke gedraging die in artikel 420bis, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht is omschreven, onder alle omstandigheden de kwalificatie witwassen rechtvaardigt.

Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ook in het geval het witwassen de opbrengsten van eigen misdrijf betreft, van de witwasser in beginsel een handeling wordt gevergd die erop is gericht "om zijn criminele opbrengsten veilig te stellen". Gelet hierop moet worden aangenomen dat indien vaststaat dat het enkele verwerven of voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als witwassen kan worden gekwalificeerd.

Er moet dus sprake zijn van een gedraging die meer omvat dan het enkele verwerven of voorhanden hebben en die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat door eigen misdrijf verkregen voorwerp gericht karakter heeft.

Het hof is van oordeel dat het gronddelict door VSM is gepleegd. Immers op het moment dat de door de obligatiehouders ingebrachte gelden tegen de afspraken in worden beheerd en of voor andere doeleinden worden aangewend is er sprake van verduistering. VSM heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering door geldbedragen door te sluizen naar Apex . Apex had derhalve de gelden door middel van verduistering gepleegd door VSM onder zich. Gelet op het bovenstaande dient VSM te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde (gewoonte)witwassen.

Het hof stelt vast dat door Apex een bedrag van € 8.523.108,- van VSM is ontvangen. Apex heeft dit bedrag door middel van verduistering gepleegd door VSM verkregen.

Uit AH18, bijlage 10, blijkt dat er iets meer dan € 4.000.000,- vanuit Apex naar de volgende verdachte natuurlijke personen dan wel aan hen gelieerde ondernemingen gaat:

[verdachte] € 1.175.609,-

[getuige 2] € 302.779,-

[betrokkene 1] € 203.043,-

[betrokkene 2] € 317.552,-

[medeverdachte] € 2.014.442,-

Conclusie

Het hof leidt hieruit af dat verdachte geldbedragen ter beschikking heeft gehad, overgedragen en omgezet die afkomstig waren van de verduistering gepleegd door VSM , zodat bewezen kan worden dat de rechtspersoon Apex geldbedragen heeft witgewassen

Het hof is ten slotte van oordeel dat, gelet op de bewezen verklaarde periode, de hoeveelheid witgewassen geldbedragen en de verschillende verrichte witwashandelingen, de verdachte van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Feitelijke leidinggeven

Naar vaste jurisprudentie is van feitelijke leiding geven aan een verboden gedraging sprake indien:

1. de verdachte maatregelen ter voorkoming van de verboden gedraging achterwege laat,

hoewel hij daartoe bevoegd en redelijkerwijs gehouden is en

2. hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat de verboden gedraging zich zal voordoen,

zodat hij die gedraging opzettelijk bevordert.

Hieruit volgt dat niet alleen statutaire bestuurders van een rechtspersoon feitelijk leiding

kunnen geven aan een door die rechtspersoon begaan strafbaar feit, maar ook organisatorisch ondergeschikte personen en dat dat leiding geven ook kan bestaan uit een nalaten.

Voornoemd nalaten is alleen strafbaar indien de verdachte bevoegd was maatregelen te

nemen en hij ook redelijkerwijs daartoe gehouden was. Deze bevoegdheid tot ingrijpen

bestaat indien de verdachte feitelijke zeggenschap heeft over de gedraging die de

rechtspersoon wordt geacht te hebben verricht en het tevens tot de taak van de verdachte

behoorde in te grijpen.

Verdachte is in 2004 de bedenker en oprichter geweest van Apex en de daaraan gelierde vennootschappen. Hij was bestuurder van [verdachte] Holding B.V. en via de holding ook bestuurder van Apex en de onderliggende vennootschappen, waaronder VSM . Verdachte heeft verklaard dat hij zich in 2006 heeft laten uitschrijven als bestuurder van Apex en VSM en dat hij vanaf het moment van uitschrijving geen bemoeienis meer heeft gehad met de besluitvorming binnen beide bedrijven.

Het hof overweegt als volgt.
Verdachte was via zijn holding medeaandeelhouder van Apex en derhalve middellijk bestuurder van VSM . In de prospectus van 8 december 2006 wordt verdachte genoemd als lid van het managementteam. Bovendien verkreeg verdachte een management fee van
€ 12.500,- per maand vanuit Apex . Overigens blijkt uit voldoende verslagen dat verdachte nadat hij uitgeschreven was als bestuurder aanwezig was bij aandeelhoudersvergaderingen en directiebesprekingen en dat hij daar een beslissende stem in had. Voorts is verdachte, blijkens de door hem ingediende facturen gewoon doorgegaan met het in rekening brengen van management fees aan Apex .
Het hof leidt hieruit af dat verdachte weliswaar formeel geen bestuurder meer was maar hij feitelijk wel leidinggevende van zowel Apex als VSM is gebleven. Hij heeft steeds feitelijke zeggenschap gehouden over de gedragingen van VSM en Apex dus ook over het door Apex gepleegde witwassen.

Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan het door Apex medeplegen van gewoontewitwassen van gelden van inleggers.

Feit 3: Valsheid in geschrift

Ten aanzien van het onder 3A ten laste gelegde overweegt het hof als volgt.
Het hof heeft vastgesteld dat sprake zou zijn dat deze leningen zouden zijn afgelost, maar dat verdachte heeft verklaard dat deze leningen niet zijn afgelost. De omzettingen van de leningen, niet zijnde aflossingen, zijn pas in september 2007 aan de hand van de e-mails van [medeverdachte] in gang gezet. VSM leende rechtstreeks geld aan APEX tot het bericht van de Nederlandsche Bank dat dit niet was toegestaan. VSM heeft daarop in ieder geval op papier leningen verstrekt aan VSMB welke volgens een mededeling in de email van de medeverdachte [medeverdachte] aan notaris [notaris 1] werden doorgeleid naar Apex . In het dossier zijn zulke leningsovereenkomsten niet aangetroffen. Deze leningsovereenkomsten zijn aangetroffen in de bedrijfsadministratie van VSM en niet in die van Apex . Verdachte dient daarom van het onder 3A ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 3B ten laste gelegde overweegt het hof als volgt.

Het hof is van oordeel dat uit het dossier overduidelijk blijkt dat het personeel in dienst was van Apex . De personeelskosten en de kosten voor bedrijfsvoering dienen dan ook bij Apex te worden verantwoord. Verdachte dient daarom van het onder 3B ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 3C ten laste gelegde overweegt het hof overeenkomstig hetgeen de rechtbank in haar vonnis met betrekking tot [verdachte] als verdachte heeft overwogen.


“Verdachte heeft bij brief van 28 november 2005 aan Apex (onder meer) geschreven dat is afgesproken dat [verdachte] privé – zijnde verdachte – zijn investering terug zal krijgen tegen een prijs welke onafhankelijk is ten opzichte van de waarde van het bedrijf; dat de prijs is bepaald op tweemaal de inleg die verdachte in privé heeft gedaan en dat verdachte als privé persoon € 140.000,- als lening heeft gegeven aan Apex Vastgoed BV.
Ook schrijft verdachte dat hij recht heeft op een terugbetaling van € 280.000,--, dat deze lening reeds deels is afbetaald, in gelijke delen terug zal worden betaald in tien termijnen en dat Apex gedurende de looptijd een rente zal vergoeden van 6%.
De brief is twee keer ondertekend door verdachte; enerzijds een keer door hem als privé persoon en anderzijds door hem namens Apex Vastgoed BV.
Ter zitting heeft verdachte verklaard dat voor het ingelegde bedrag kosten zijn gemaakt. Verdachte heeft daarbij niet inzichtelijk gemaakt welke kosten hij toentertijd heeft moeten maken. Onduidelijk blijft ook wanneer het bedrag door verdachte is voldaan en waarom hij recht zou hebben op terugbetaling van een bedrag van € 280.000,-, zijnde een verdubbeling van het ingelegde bedrag.

Dat deze kosten betrekking zouden hebben op het oprichten van de vennootschap acht de rechtbank niet aannemelijk, nu VSM reeds in 2004 was opgericht en de onderhavige overeenkomst dateert 28 november 2005. De rechtbank merkt in dit verband overigens nog op dat, voor zover verdachte destijds al kosten zou hebben gemaakt., die door verdachte gemaakte kosten niet juist zijn geadministreerd. Verdachte doet in dit geval ten onrechte voorkomen dat het om een lening gaat. Daarnaast is het alleen verdachte die stelt dat hij dit bedrag heeft ingelegd. Noch uit het dossier noch uit verklaringen van medeverdachten of getuigen blijkt dat verdachte daadwerkelijk voor een bedrag van € 140.000,- heeft ingelegd.”

Het hof overweegt voorts nog dat verdachte weliswaar ter terechtzitting van het hof en bij zijn verhoor als getuige in de zaak van de medeverdachte [getuige 2] nog enige stukken aan het hof heeft overgelegd waaruit blijkt dat er een lening zou zijn verstrekt, maar uit niets blijkt dat deze gelden zijn gebruikt voor de oprichting van VSM .

Ten aanzien van het onder 3D ten laste gelegde overweegt het hof overeenkomstig hetgeen de rechtbank in haar vonnis heeft overwogen.

“De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier blijkt dat [naam 7] een arbeidsovereenkomst had met Europa Finance GmbH. Deze arbeidsovereenkomst is per 30 maart 2009 ontbonden. [naam 7] had derhalve geen arbeidsovereenkomst met [verdachte] Holding BV, terwijl deze vennootschap op 1 april 2009 wel “kosten inzake [naam 7] ” heeft gedeclareerd bij Apex BV. Deze kosten, los van de vraag of het loon- of afvloeiingskosten betreffen, hadden niet via [verdachte] Holding BV mogen worden gedeclareerd, nu [naam 7] niet daar, maar bij Europa Finance GmbH in dienst was.

Conclusie

Het hof is van oordeel dat verdachte een overeenkomst van geldlening en een factuur vals heeft opgemaakt en in de bedrijfsadministratie van Apex Vastgoed heeft opgevoerd.

Gelet op het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat verdachte ten aanzien van de onderdelen 3 primair onder C en 3 primair onder D derde gedachtestreepje, zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift.

9 Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08-996023-12 onder 1 meer subsidiair, 2 subsidiair en 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

De volledige bewezenverklaring is opgenomen in bijlage 2 van dit arrest.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

10 Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 08-996023-12 onder 1 meer subsidiair bewezen verklaarde levert op:

verduistering, gepleegd door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 08-996023-12 onder 2 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

van het plegen van witwassen een gewoonte maken, gepleegd door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 08-996023-12 onder 3 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

11 Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

12 Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

12.1

De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair, 4 primair en subsidiair en ten aanzien van parketnummer 08/993019-13 feiten 1 en 2 en voor de feiten 1 meer subsidiair, 2 primair en 3 primair veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie (3) jaren met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht. Voorts heeft de rechtbank de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering. Verder heeft de rechtbank de tenuitvoerlegging gelast van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij het arrest van het gerechtshof te Arnhem van 30 december 2010, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

12.2

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte overeenkomstig het vonnis van de rechtbank wordt veroordeeld.

12.3

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

12.4

Het hof heeft bij de keuze tot het opleggen van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft als leidinggevende gefunctioneerd van twee op het eerste gezicht professioneel opererende rechtspersonen, te weten Vastgoed Solide Maatschappij en Apex Vastgoed B.V. VSM en Apex hebben zich samen met anderen schuldig gemaakt aan verduistering. Apex heeft zich bovendien samen met anderen schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Verdachte heeft op een geraffineerde wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen van niets vermoedende particulieren door vanaf 20 augustus 2006 buitensporig hoge vergoedingen in te dienen en op die manier de door particulieren in VSM ingelegde gelden aan de vennootschap te onttrekken. Dit in plaats van de aan de obligatiehouders voorgewende afspraak om hun ingelegde gelden te investeren in vastgoed, dan wel onder zich te houden, gelet op de verplichting tot terugbetaling. Op deze wijze is in totaal een bedrag van € 8.523.108,- uit het vermogen van VSM onttrokken en rechtstreeks dan wel via een constructie op de rekening van Apex gestort.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich daarbij enkel laten leiden door hun eigen verlangen naar geldelijk gewin en zij hebben zich niets gelegen laten liggen aan de grote financiële en emotionele gevolgen voor de slachtoffers, die hun beleggingen in rook hebben zien opgaan zonder dat verdachte en zijn medeverdachten – naar het zich laat aanzien – nog enige reële verhaalsmogelijkheid bieden.

Integriteit en vertrouwen zijn belangrijke pijlers in het handelsverkeer en de financiële dienstverlening. Verdachte en zijn medeverdachten hebben aan deze pijlers gezaagd. De slachtoffers die zij met een financiële en vaak ook emotionele strop hebben opgezadeld, zijn daarmee niet de enige benadeelden. De branche als zodanig heeft door het handelen van verdachten eveneens schade opgelopen.

12.5

Het hof is van oordeel dat voor afdoening van de bewezen verklaarde feiten niet kan worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Het hof zoekt daarbij aansluiting bij de oriëntatiepunten straftoemeting bij fraudezaken, vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), die in geval van een benadelingsbedrag dat hoger is dan 1 miljoen euro uitgaat van een gevangenisstraf van minimaal 24 maanden, oplopend tot de maximale op het delict gestelde gevangenisstraf. Al naar gelang van specifieke factoren kan de op te leggen straf vermeerderd of gematigd worden.

In strafverzwarende zin houdt het hof rekening met het feit dat verdachte eerder ter zake een soort gelijk feit is veroordeeld en met het stelselmatige karakter van de bewezenverklaarde feiten.

Het hof acht, gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden, de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) jaren met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 145.590,63. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 47.518,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 110.427,58. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 94.846,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6] B.V.

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 32.234,40. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij Bewaarder Vastgoed Solide Maatschappij

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 11.969.762,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij Vastgoed Solide Fondsen

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 11.969.762,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij Vastgoed Solide Maatschappij

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 11.969.762,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij Vastgoed Solide Maatschappij Beleggingen

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 11.969.762,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof te Arnhem van 30 december 2010 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf, parketnummer 21-003109-08. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 14h, 14i, 14j, 47, 51, 57, 63, 225, 321 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-996023-12 onder 4 primair en 4 subsidiair en ter zake het in de zaak met parketnummer 08/993019-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de vervolging van het onder 1 meer subsidiair en nog meer subsidiair ten laste gelegde voor zover het betreft de periode vóór 20 augustus 2006.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 08-996023-12 onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 08-996023-12 onder 1 meer subsidiair, 2 subsidiair en 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 08-996023-12 onder 1 meer subsidiair, 2 subsidiair en 3 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 5] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6] B.V.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 6] B.V. niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij Bewaarder Vastgoed Solide Maatschappij

Verklaart de benadeelde partij Bewaarder Vastgoed Solide Maatschappij niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij Vastgoed Solide Fondsen

Verklaart de benadeelde partij Vastgoed Solide Fondsen niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij Vastgoed Solide Maatschappij

Verklaart de benadeelde partij Vastgoed Solide Maatschappij niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij Vastgoed Solide Maatschappij Beleggingen

Verklaart de benadeelde partij Vastgoed Solide Maatschappij Beleggingen niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering tenuitvoerlegging

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof Arnhem van 30 december 2010, parketnummer 21-003109-08, te weten van:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Aldus gewezen door

mr. R. de Groot , voorzitter,

mr. G. Dam en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van B.J. Berendsen, griffier,

en op 11 juli 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. G. Dam en mr. P.L.M. van Gorkom zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 11 juli 2018.

Tegenwoordig:

mr. A.J. Smit, voorzitter,

mr. H. Dijkstra, advocaat-generaal,

mr. S.H. Diepeveen, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep en voor zover thans nog aan de orde tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 08-996023-12:


1 primair:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 21 november 2010 te Hengelo (O) en/of Arnhem en/of (elders) in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

581, althans in elk geval een (groot) aantal personen (vermeld in overzicht D-938 en/of AH-93), waaronder [benadeelde 2] (G-1) en/of [benadeelde 3] (G-2) en/of [benadeelde 1] (G-3) en/of [naam 8] (G-4) en/of [benadeelde 5] (G-10) en/of één of meer andere belegger(s) verenigd in de Stichting Belangen Obligatiehouders VSM (en namens wie de stichting zich heeft gevoegd) (hier na te noemen beleggers) heeft bewogen tot de afgifte van één of meerdere geldbedrag(en) (van in totaal EUR 27.425.676,-, althans één en/of meer geldbedragen genoemd op het overzicht D-938, althans een groot geldbedrag) (AH-18), in elk geval (telkens) enig goed

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid voorgewend en/of doen/laten voorwenden (mondeling en/of schriftelijk) – onder meer-:

- dat de door Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of één of meer aan haar gelieerde rechtsperso(o)n(en) ontvangen gelden grotendeels, althans in belangrijke mate zouden worden belegd/geïnvesteerd in (Nederlands) onroerend goed en/of in de aankoop en/of verkoop en/of exploitatie van vastgoedobjecten in Nederland en/of dat de doelstelling van Vastgoed Solide Maatschappij B.V. was het behalen van optimaal rendement door het investeren in Nederlands Vastgoed, althans dat de kernactiviteit van VSM is/was vastgoedontwikkeling, handel in vastgoed en vastgoedbeleggingen (D/2, p. 29), terwijl in werkelijkheid een deel van de inleg groot EUR 11.969.762,- althans een relatief groot bedrag van de inleg, aan andere doeleinden (niet zijnde de genoemde kernactiviteiten) is besteed (o.a. mondeling en/of Folder VSM 0-AH4c en/of D/2, p. 29)

en/of

- dat aan belegger(s) een rendement zou worden vergoed van minimaal 4.5% tot 9% op jaarbasis en/of tot 4.5% winstdelende rente per jaar, met een maandelijkse /kwartaal uitkering van de vaste rente en/of jaarlijkse uitkering van de variabele rente (o.a. brochure VSM D/9 en/of D-250 en/of prospectus D/2 en/of D-290 en/of folder VSM 0-AH4c), terwijl in werkelijkheid hetgeen werd uitgekeerd geen rendement was doch (gelden) afkomstig uit de inleg(gen) van nieuwe beleggers

en/of

- dat de te vergoeden rente op 4.5% - 9% winstdelende obligaties Vastgoed Solide Maatschappij B.V. ( VSM ) praktisch geheel gebaseerd zou zijn op cashflow van de vastgoedinvestering (o.a. brochure VSM D/9 en/of D-250 en/of prospectus D/2 en/of D-290 en/of folder VSM 0-AH4c)

en/of

- dat investering in commercieel onroerend goed van Vastgoed Solide Maatschappij B.V. zekerheid zou geven van een aantrekkelijk rendement en een laag risicoprofiel (o.a. brochure VSM D/9 en/of D-250)

en/of

- dat de afgelopen jaren meer dan 8% rendement was uitgekeerd (o.a. brochure VSM D/9 en/of D-250 en/of prospectus D/2 en/of D-290 en/of folder VSM 0-AH4c en flyer VSM D-407)

en/of

- dat met het VSM product geïnvesteerd zou worden in een veilig product en/of "een steenharde investering met een steengoed rendement" en/of dat een VSM obligatie een product zou zijn met een goed rendement en een laag risico en/of (o.a. folder VSM 0-AH-4c)

en/of

- dat de (potentiële) belegger(s) in het vooruitzicht werd gesteld dat zij hun inleg na 20 jaar terug zouden krijgen (o.a. brochure D/9 en/of D-250 en/of prospectus D/2 en/of D-290 en/of folder VSM 0-AH4c), terwijl de wijze van beleggen en besteding der gelden dit in feite onmogelijke maakten

en/of

- dat de initiatiefnemer van Vastgoed Solide Maatschappij B.V., Vastgoed Solide Fondsen B.V. zichzelf de verplichting had opgelegd om in de onderneming gemaakte winst direct uit te keren aan obligatiehouders tot een maximum van 9% (o.a. Folder VSM 0-AH4c) en/of - dat middels het binnen concern doorlenen van bedragen tegen een vast rentevergoeding van 12% (de indruk werd gewekt en/of gemaakt) dat winsten werden gerealiseerd, terwijl de concernmaatschappijen in werkelijkheid niet in staat waren die rente daadwerkelijk te voldoen (o.a. folder VSM 0-AH-4c)

en/of

- dat winsten van VSM werden geflatteerd, door kosten bij andere vennootschappen ( APEX ) te verantwoorden

en/of

- het vertrouwen van beleggers gewekt door de navolgende handelingen en/of (schriftelijke) uitlatingen:

A dat Vastgoed Solide Maatschappij B.V. samenwerkt met diverse gerenommeerde partijen en/of toonaangevende professionele vastgoedorganisaties (zoals advocatenkantoor en/of PWC) (o.a. folder VSM 0-AH4c)

en/of

B dat onttrekkingen en/of vervroegde aflossing en/of uitstappen (ten alle tijden kosteloos) mogelijk zou zijn (o.a. brochure VSM , D/9 en/of D-250 en/of prospectus D/2 en/of D-290 en/of Folder VSM , 0-AH-04c)

en/of

C dat de prospectus gedeponeerd is bij Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) (o.a Brochure VSM D/9 en/of D-250 en/of prospectus D/2 en/of D-290)

en/of

D dat de benodigde ontheffing verleend was door De Nederlandse Bank (o.a. Brochure VSM D/9 en/of D-250 en/of prospectus D/2 en/of D-290)

en/of

E dat moedermaatschappij Vastgoed Solide Fondsen B.V. krachtens een garantieovereenkomst onherroepelijk de nakoming van de verplichting die Vastgoed Solide Maatschappij B.V. uit hoofde van de 4,5 - 9% winstdelingsobligaties VSM aan de obligatiehouders had, zou garanderen en/of dat een onderneming garant zou staan voor de nakoming van de obligaties (o.a. prospectus VSM D/2 en/of D-290 en/of mondeling)

en/of

F door na een eerste inleg (van beleggers) gelden uit te betalen en/of rente te betalen en/of rente op nieuw te beleggen,

waardoor (telkens) één of meer belegger(s) (telkens) werd/werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;


1 subsidiair:
Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of Apex Vastgoed B.V. op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 21 november 2010 te Hengelo (O), en/of Arnhem en/of elders in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans een ieder voor zich, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

581, althans in elk geval een (groot) aantal personen (vermeld in overzicht D-938 en/of AH-93), waaronder [benadeelde 2] (G-1) en/of [benadeelde 3] (G-2) en/of [benadeelde 1] (G-3) en/of [naam 8] (G-4) en/of [benadeelde 5] (G-10) en/of één of meer andere belegger(s) verenigd in de Stichting Belangen Obligatiehouders VSM (en namens wie de stichting zich heeft gevoegd) (hier na te noemen beleggers) heeft bewogen tot de afgifte van één of meerdere geldbedrag(en) (van in totaal EUR 27.425.676,-, althans één en/of meer geldbedragen genoemd op het overzicht D-938, althans een groot geldbedrag) (AH-18), in elk geval (telkens) enig goed

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid voorgewend en/of doen/laten voorwenden (mondeling en/of schriftelijk) - ondermeer-:

- dat de door Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of één of meer aan haar gelieerde rechtsperso(o)n(en) ontvangen gelden grotendeels, althans in belangrijke mate zouden worden belegd/geïnvesteerd in (Nederlands) onroerend goed en/of in de aankoop en/of verkoop en/of exploitatie van vastgoedobjecten in Nederland en/of dat de doelstelling van Vastgoed Solide Maatschappij B.V. was het behalen van optimaal rendement door het investeren in Nederlands Vastgoed, althans dat de kernactiviteit van VSM is/was vastgoedontwikkeling, handel in vastgoed en vastgoedbeleggingen (D/2, p. 29), terwijl in werkelijkheid een deel van de inleg groot EUR 11.969.762,- althans een relatief groot bedrag van de inleg, aan andere doeleinden (niet zijnde de genoemde kernactiviteiten) is besteed (o.a. mondeling en/of Folder VSM 0-AH4c en/of D/2, p. 29)

en/of

- dat aan belegger(s) een rendement zou worden vergoed van minimaal 4.5% tot 9% op jaarbasis en/of tot 4.5% winstdelende rente per jaar, met een maandelijkse /kwartaal uitkering van de vaste rente en/of jaarlijkse uitkering van de variabele rente (o.a. brochure VSM D/9 en/of D-250 en/of prospectus D/2 en/of D-290 en/of Folder VSM 0-AH4c), terwijl in werkelijkheid hetgeen werd uitgekeerd geen rendement was doch (gelden) afkomstig uit de inleg(gen) van nieuwe beleggers

en/of

- dat de te vergoeden rente op 4.5% - 9% winstdelende obligaties Vastgoed Solide Maatschappij B.V. ( VSM ) praktisch geheel gebaseerd zou zijn op cashflow van de vastgoedinvestering (o.a. brochure VSM D/9 en/of D-250 en/of prospectus D/2 en/of D-290 en/of folder VSM 0-AH4c)

en/of

- dat investering in commercieel onroerend goed van Vastgoed Solide Maatschappij B.V. zekerheid zou geven van een aantrekkelijk rendement en een laag risicoprofiel (o.a. brochure VSM D/9 en/of D-250)

en/of

- dat de afgelopen jaren meer dan 8% rendement was uitgekeerd (o.a. brochure VSM D/9 en/of D-250 en/of prospectus D/2 en/of D-290 en/of folder VSM 0-AH4c en flyer VSM D-407)

en/of

- dat met het VSM product geïnvesteerd zou worden in een veilig product en/of "een steenharde investering met een steengoed rendement" en/of dat een VSM obligatie een product zou zijn met een goed rendement en een laag risico en/of (o.a. folder VSM 0-AH-4c)

en/of

- dat de (potentiële) belegger(s) in het vooruitzicht werd gesteld dat zij hun inleg na 20 jaar terug zouden krijgen (o.a. brochure D/9 en/of D-250 en/of prospectus D/2 en/of D-290 en/of folder VSM 0-AH4c), terwijl de wijze van beleggen en besteding der gelden dit in feite onmogelijke maakten

en/of

- dat de initiatiefnemer van Vastgoed Solide Maatschappij B.V., Vastgoed Solide Fondsen B.V. zichzelf de verplichting had opgelegd om in de onderneming gemaakte winst direct uit te keren aan obligatiehouders tot een maximum van 9% (o.a. Folder VSM 0-AH4c)

en/of

- dat middels het binnen concern doorlenen van bedragen tegen een vast rentevergoeding van 12% (de indruk werd gewekt en/of gemaakt) dat winsten werden gerealiseerd, terwijl de concernmaatschappijen in werkelijkheid niet in staat waren die rente daadwerkelijk te voldoen

en/of

- dat winsten van VSM werden geflatteerd, door kosten bij andere vennootschappen ( APEX ) te verantwoorden en/of - het vertrouwen van beleggers gewekt door de navolgende handelingen en/of (schriftelijke) uitlatingen:

A dat Vastgoed Solide Maatschappij B.V. samenwerkt met diverse gerenommeerde partijen en/of toonaangevende professionele vastgoedorganisaties (zoals advocatenkantoor en/of PWC) (o.a. folder VSM 0-AH4c)

en/of

B dat onttrekkingen en/of vervroegde aflossing en/of uitstappen (ten alle tijden kosteloos) mogelijk zou zijn (o.a. brochure VSM , D/9 en/of D-250 en/of prospectus D/2 en/of D-290 en/of Folder VSM , 0-AH-04c)

en/of

C dat de prospectus gedeponeerd is bij Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) (o.a Brochure VSM D/9 en/of D-250 en/of prospectusD/2 en/of D-290)

en/of

D dat de benodigde ontheffing verleend was door De Nederlandse Bank (o.a. Brochure VSM D/9 en/of D-250 en/of prospectus D/2 en/of D-290)

en/of

E dat moedermaatschappij Vastgoed Solide Fondsen B.V. krachtens een garantieovereenkomst onherroepelijk de nakoming van de verplichting die Vastgoed Solide Maatschappij B.V. uit hoofde van de 4,5 - 9% winstdelingsobligaties VSM aan de obligatiehouders had, zou garanderen en/of dat een onderneming garant zou staan voor de nakoming van de obligaties (o.a. prospectus VSM D/2 en/of D-290 en/of mondeling)

en/of

F door na een eerste inleg (van beleggers) gelden uit te betalen en/of rente te betalen en/of rente op nieuw te beleggen,

waardoor (telkens) één of meer belegger(s) (telkens) werd/werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

terwijl hij, verdachte, al dan niet tezamen met een of meer anderen tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en)


1 meer subsidiair:
Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of APEX vastgoed B.V. in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 21 november 2010 te Hengelo (O) en/of Arnhem en/of elders in Nederland

(telkens) tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans een ieder voor zich, althans alleen,

(telkens) opzettelijk - onder meer - één of meer van onderstaande geldbedragen (tot een totaal van circa EUR 11.969.762,-, (zijnde ongeveer 43,64 procent van de totale inleg van EUR 27.425.676,-) in elk geval enig(e) geldbedrag(en) en/of in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan één of meer van hieronder genoemde personen, en/of één of meer belegger(s) genoemd in het overzicht D-938 en/of één of meer belegger(s) verenigd in de Stichting Belangen Obligatiehouders VSM (en namens wie de stichting zich heeft gevoegd)

in elk geval aan een ander of anderen dan aan Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of APEX vastgoed B.V en/of haar mededader(s), welk(e) goed(eren) Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of APEX vastgoed B.V en/of haar mededader(s), anders dan door misdrijf, te weten als inleggeld voor beleggingen/investeringen van VSM producten en/of lening(en) onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend en/of doen/laten toe-eigenen:


12281 [benadeelde 2] EUR 92.100,00

12403 [benadeelde 3] EUR 72.700,00

12236 [benadeelde 1] EUR 29.700,00

12459 [naam 8] EUR 415.800,00

12462 [benadeelde 5] EUR 142.900,00

(althans een percentage (43,64%) hiervan) (bron D-938)

terwijl hij, verdachte, al dan niet tezamen met een of meer anderen tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en)


1 meest subsidiair:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 21 november 2010 te Hengelo (O) en/of Arnhem en/of elders in Nederland

(telkens) tezamen en in vereniging met elkaar, althans met één of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen

(telkens) opzettelijk -ondermeer- één of meer van onderstaande geldbedragen (tot een totaal van circa EUR 11.969.762,-, (zijnde ongeveer 43,64 procent van de totale inleg van EUR 27.425.676,-) in elk geval enig(e) geldbedrag(en) en/of in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of APEX en/of één of meer aan hen gelieerde rechtsperso(o)n(en) (die dit had/hadden verkregen als inleg op obligatieleningen van één of meer genoemde personen in het overzicht D-938)

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s), anders dan door misdrijf, te weten als inleggeld voor beleggingen/investeringen van VSM producten en/of lening(en) en/of

feitelijk leidinggevende van Vastgoed Solide Maatschappij B.V. onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend en/of doen/laten toe-eigenen:


12281 [benadeelde 2] EUR 92.100,00

12403 [benadeelde 3] EUR 72.700,00

12236 [benadeelde 1] EUR 29.700,00

12459 [naam 8] EUR 415.800,00

12462 [benadeelde 5] EUR 142.900,00

(althans een percentage (43,64%) hiervan) (bron D-938)


2 primair:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 1 oktober 2012 te Hengelo (O) en/of Arnhem en/of elders in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

- (telkens) een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal EUR 27.425.676,-, althans EUR 11.969.762,-, althans EUR 389.309,-, althans één of meer geldbedrag(en) (telkens) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet

en/of

- (telkens) een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal EUR 27.425.676,-, althans EUR 11.969.762,-, althans EUR 389.309,-, althans één of meer geldbedrag(en) (telkens) de werkelijke aard en/of herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op (een) voorwerp(en) was of wie bovenomschreven voorwerpen voorhanden had,

terwijl hij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, terwijl hij verdachte en/of zijn mededader(s) van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt

2 subsidiair:
Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of APEX vastgoed B.V. op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 1 oktober 2012 te Hengelo (O), en/of Arnhem en/of elders in Nederland, (

telkens) tezamen en in vereniging met elkaar, althans met één of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans ieder voor zich –

(telkens) een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal EUR 27.425.676,-, althans EUR 11.969.762,-, althans EUR 389.309,-, althans één of meer geldbedrag(en) (telkens) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet

en/of

- (telkens) van een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal EUR 27.425.676,-, althans EUR 11.969.762,-, althans EUR 389.309,-, althans één of meer geldbedrag(en) (telkens) de werkelijke aard en/of herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op (een) voorwerp(en) was of wie bovenomschreven voorwerpen voorhanden had,

terwijl Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of APEX vastgoed B.V en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, terwijl Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of APEX vastgoed B.V en/of haar mededader(s) van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt

terwijl hij, verdachte, al dan niet tezamen met een of meer anderen tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);


3 primair:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 21 november 2010 te Hengelo (O) en/of Arnhem en/of Rijswijk en/of elders in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen

meermalen, althans eenmaal, (telkens) een (digitale) bedrijfsadministratie van

Apex Vastgoed B.V. - (elk) zijnde een samenstel van geschriften dat in

onderlinge samenhang

bestemd was om te dienen tot bewijs van het daaringestelde, althans (elk)

zijnde een geschrift/geschriften dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft doen opmaken,

met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken (telkens) hierin bestaan, dat in die bedrijfsadministratie van Apex Vastgoed B.V.;

A zesentwintig, althans één/of meerdere valse overeenkomst(en) van geldlening en/of vervalste overeenkomst(en) van geldlening gesloten tussen Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en Apex Vastgoed B.V. (gedateerd op één of meer tijdstip(pen) in de periode 25 februari 2005 tot en met 29 juni 2006)was/waren opgenomen en/of verwerkt (dossier vindplaats D-26 t/m D-51) bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) (telkens) hierin - zakelijk weergegeven - dat (telkens) valselijk in strijd met de waarheid - op die overeenkomst(en) was vermeld dat de aldaar genoemde geldlening(en) was/waren afgelost, terwijl dit in werkelijkheid niet of niet geheel had plaatsgevonden

en/of

B één en/of meerdere valse en/of vervalste boekingen op/in de/het grootboekrekening was/waren opgenomen en/of geboekt en/of verwerkt, bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) (telkens) hierin - zakelijk weergegeven - dat (telkens) valselijk in strijd met de waarheid - in die grootboek(rekening) van

Apex Vastgoed B.V. personeelskosten en/of algemene kosten (bedrijfsvoering) was/waren opgenomen, terwijl in werkelijkheid voornoemde kosten te relateren waren aan Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of toe te rekenen waren aan Vastgoed Solide Maatschappij B.V.

en/of

C één en/of meerdere valse leningsovereenkomsten gesloten tussen Apex Vastgoed B.V. en [verdachte] (d.d. 28 november 2005) was/waren opgenomen en/of geboekt en/of verwerkt (dossier vindplaats D-168) bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) (telkens) hierin - zakelijk weergegeven - dat (telkens) valselijk in strijd met de waarheid - op die overeenkomst(en) was vermeld dat er een leningsovereenkomst was afgesloten en/of dat [verdachte] een geldbedrag had geleend aan Apex Vastgoed B.V., terwijl dit in werkelijkheid niet had plaatsgevonden en/of de verstrekte geldbedragen en/of de op de overeenkomst genoemde geldbedragen, niet verstrekt zijn in het kader van een geldlening

en/of

D een groot aantal, althans één en/of meerdere valse facturen was/waren verwerkt en/of geboekt en/of opgenomen waaronder:

- één en/of meerdere factu(u)r(en) regeling geldlening [verdachte] en/of inlosnota's (gedateerd op één of meer tijdstip(pen) in de periode 1 januari 2006 tot en met 30 april 2007) (dossier vindplaats D-169 t/m D-183)

en/of

- vier, althans één en/of meerdere factu(u)r(en) afkomstig van Europe Finance GmbH en gericht aan Apex Vastgoed B.V. (gedateerd op één of meer tijdstip(pen) in de periode 24 juli 2007 tot en met 28 augustus 2007) (dossier vindplaats D-719 t/m D-722)

en/of

- een factuur afkomstig [verdachte] Holding B.V. en gericht aan Apex Vastgoed B.V. d.d. 1 april 2009 (dossier vindplaats D-019) en/of

- één of meerdere factu(u)r(en) (gedateerd op één of meer tijdstip(pen) in de periode 1 augustus 2009 tot en met 30 september 2009) afkomstig van [verdachte] en gericht aan Apex Vastgoed B.V. (dossier vindplaats D-433 t/m D-439 en/of D-441)

en/of - een factuur (gedateerd 15 maart 2009) afkomstig van Europe Finance GmbH en gericht aan Apex Vastgoed B.V. (dossier vindplaats D-346)

en/of

- zes, althans één of meerdere factu(u)r(en) (gedateerd op één of meer tijdsti(pen) in de periode 31 januari 2009 tot en met 26 augustus 2009 afkomstig van [verdachte] Holding B.V. en gericht aan Apex Vastgoed B.V. (dossier vindplaats D-341 en/of D-342 en/of D-442 en/of D-443 en/of D-444 en/of D-445)

bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) (telkens) hierin - zakelijk weergegeven - dat (telkens) valselijk in strijd met de waarheid - op die factu(u)r(en) was vermeld dat een bepaalde dienst/goed was geleverd, terwijl in werkelijkheid de aan de genoemde factuur ten grondslag liggende dienstverlening(en) niet of niet geheel heeft/hebben plaatsgevonden;

3 subsidiair:
APEX vastgoed B.V. op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van
1 januari 2005 tot en met 21 november 2010 te Hengelo (O) en/of Arnhem en/of Rijswijk en/of elders in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans een ieder voor zich, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) een (digitale) bedrijfsadministratie van APEX vastgoed B.V - (elk) zijnde een samenstel van geschriften dat in onderlinge samenhang

bestemd was om te dienen tot bewijs van het daarin gestelde, althans (elk) zijnde een geschrift/geschriften dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft doen opmaken,

met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

hebbende dat valselijk opmaken (telkens) hierin bestaan, dat in die bedrijfsadministratie van Apex Vastgoed B.V.;

A zesentwintig, althans één/of meerdere valse overeenkomst(en) van geldlening en/of vervalste overeenkomst(en) van geldlening gesloten tussen Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en Apex Vastgoed B.V. (gedateerd op één of meer tijdstip(pen) in de periode 25 februari 2005 tot en met 29 juni 2006)was/waren opgenomen en/of verwerkt (dossier vindplaats D-26 t/m D-51), bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) (telkens) hierin - zakelijk weergegeven - dat (telkens) valselijk in strijd met de waarheid - op die overeenkomst(en) was vermeld dat de aldaar genoemde geldlening(en) was/waren afgelost, terwijl dit in werkelijkheid niet of niet geheel had plaatsgevonden

en/of

B één en/of meerdere valse en/of vervalste boekingen op/in de/het grootboekrekening was/waren opgenomen en/of geboekt en/of verwerkt, bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) (telkens) hierin - zakelijk weergegeven - dat (telkens) valselijk in strijd met de waarheid - in die grootboek(rekening) van Apex Vastgoed B.V. personeelskosten en/of algemene kosten (bedrijfsvoering) was/waren opgenomen, terwijl in werkelijkheid voornoemde kosten te relateren waren aan Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of toe te rekenen waren aan Vastgoed Solide Maatschappij B.V.

en/of

C één en/of meerdere valse leningsovereenkomsten gesloten tussen Apex Vastgoed B.V. en [verdachte] (d.d. 28 november 2005) was/waren opgenomen en/of geboekt en/of verwerkt (dossier vindplaats D-168) bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) (telkens) hierin - zakelijk weergegeven - dat (telkens) valselijk in strijd met de waarheid - op die overeenkomst(en) was vermeld dat er een leningsovereenkomst was afgesloten en/of dat [verdachte] een geldbedrag had geleend aan Apex Vastgoed B.V., terwijl dit in werkelijkheid niet had plaatsgevonden en/of de verstrekte geldbedragen en/of de op de overeenkomst genoemde geldbedragen, niet verstrekt zijn in het kader van een geldlening

en/of

D een groot aantal, althans één en/of meerdere valse facturen was/waren verwerkt en/of geboekt en/of opgenomen waaronder:

- één en/of meerdere factu(u)r(en) regeling geldlening [verdachte] en/of inlosnota's (gedateerd op één of meer tijdstip(pen) in de periode 1 januari 2006 tot en met 30 april 2007) (dossier vindplaats D-169 t/m D-183)

en/of

- vier, althans één en/of meerdere factu(u)r(en) afkomstig van Europe Finance GmbH en gericht aan Apex Vastgoed B.V. (gedateerd op één of meer tijdstip(pen) in de periode 24 juli 2007 tot en met 28 augustus 2007) (dossier vindplaats D-719 t/m D-722) en/of - een factuur afkomstig [verdachte] Holding B.V. en gericht aan Apex Vastgoed B.V. d.d. 1 april 2009 (dossier vindplaats D-019)

en/of

- één of meerdere factu(u)r(en) (gedateerd op één of meer tijdstip(pen) in de periode 1 augustus 2009 tot en met 30 september 2009) afkomstig van [verdachte] en gericht aan Apex Vastgoed B.V. (dossier vindplaats D-433 t/m D-439 en/of D-441)

en/of

- een factuur (gedateerd 15 maart 2009) afkomstig van Europe Finance GmbH en gericht aan Apex Vastgoed B.V. (dossier vindplaats D-346)

en/of

- zes, althans één of meerdere factu(u)r(en) (gedateerd op één of meer tijdsti(pen) in de periode 31 januari 2009 tot en met 26 augustus 2009 afkomstig van [verdachte] Holding B.V. en gericht aan Apex Vastgoed B.V. (dossier vindplaats D-341 en/of D-342 en/of D-442 en/of D-443 en/of D-444 en/of D-445)

bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) (telkens) hierin - zakelijk weergegeven - dat (telkens) valselijk in strijd met de waarheid - op die factu(u)r(en) was vermeld dat een bepaalde dienst/goed was geleverd, terwijl in werkelijkheid de aan de genoemde factuur ten grondslag liggende dienstverlening(en) niet of niet geheel heeft/hebben plaatsgevonden

terwijl hij, verdachte, al dan niet tezamen met een of meer anderen tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bijlage 2: De bewezenverklaring

1 meer subsidiair:
Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of APEX Vastgoed B.V. in of omstreeks de periode van 20 augustus 2006 tot en met 21 november 2010 te Hengelo (O) en/of Arnhem en/of elders in Nederland

(telkens) tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans een ieder voor zich, althans alleen,

(telkens) opzettelijk - onder meer - één of meer van onderstaande geldbedragen (tot een totaal van circa EUR 11.969.762,-, (zijnde ongeveer 43,64 procent van de totale inleg van EUR 27.425.676,-) in elk geval enig(e) geldbedrag(en) en/of in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan één of meer van hieronder genoemde personen, en/of één of meer belegger(s) genoemd in het overzicht D-938 en/of één of meer belegger(s) verenigd in de Stichting Belangen Obligatiehouders VSM (en namens wie de stichting zich heeft gevoegd)

in elk geval aan een ander of anderen dan aan Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of APEX vastgoed B.V en/of haar mededader(s), welk(e) goed(eren) Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of APEX vastgoed B.V en/of haar mededader(s), anders dan door misdrijf, te weten als inleggeld voor beleggingen/investeringen van VSM producten en/of lening(en) onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend en/of doen/laten toe-eigenen:


12281 [benadeelde 2] EUR 92.100,00

12403 [benadeelde 3] EUR 72.700,00

12236 [benadeelde 1] EUR 29.700,00

12459 [naam 8] EUR 415.800,00

12462 [benadeelde 5] EUR 142.900,00

(althans een percentage (43,64%) hiervan) (bron D-938)

terwijl hij, verdachte, al dan niet tezamen met een of meer anderen tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en)

2 subsidiair:
Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of APEX vastgoed B.V. op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 augustus 2006 tot en met 7 december 2010 te Hengelo (O), en/of Arnhem en/of elders in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met elkaar, althans met één of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans ieder voor zich

(telkens) een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal EUR 27.425.676,-, althans EUR 11.969.762,-, althans EUR 389.309,-, althans één of meer geldbedrag(en) (telkens) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet

en/of

- (telkens) van een voorwerp, te weten van een geldbedrag van in totaal EUR 27.425.676,-, althans EUR 11.969.762,-, althans EUR 389.309,-, althans één of meer geldbedrag(en) (telkens) de werkelijke aard en/of herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op (een) voorwerp(en) was of wie bovenomschreven voorwerpen voorhanden had,

terwijl Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of APEX vastgoed B.V en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, terwijl Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of APEX vastgoed B.V en/of haar mededader(s) van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt

terwijl hij, verdachte, al dan niet tezamen met een of meer anderen tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

3 primair:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 21 november 2010 te Hengelo (O) en/of Arnhem en/of Rijswijk en/of elders in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen

meermalen, althans eenmaal, (telkens) een (digitale) bedrijfsadministratie van

Apex Vastgoed B.V. - (elk) zijnde een samenstel van geschriften dat in

onderlinge samenhang

bestemd was om te dienen tot bewijs van het daarin gestelde, althans (elk)

zijnde een geschrift/geschriften dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft doen opmaken,

met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken (telkens) hierin bestaan, dat in die bedrijfsadministratie van Apex Vastgoed B.V.;

A zesentwintig, althans één/of meerdere valse overeenkomst(en) van geldlening en/of vervalste overeenkomst(en) van geldlening gesloten tussen Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en Apex Vastgoed B.V. (gedateerd op één of meer tijdstip(pen) in de periode 25 februari 2005 tot en met 29 juni 2006)was/waren opgenomen en/of verwerkt (dossier vindplaats D-26 t/m D-51) bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) (telkens) hierin - zakelijk weergegeven - dat (telkens) valselijk in strijd met de waarheid - op die overeenkomst(en) was vermeld dat de aldaar genoemde geldlening(en) was/waren afgelost, terwijl dit in werkelijkheid niet of niet geheel had plaatsgevonden

en/of

B één en/of meerdere valse en/of vervalste boekingen op/in de/het grootboekrekening was/waren opgenomen en/of geboekt en/of verwerkt, bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) (telkens) hierin - zakelijk weergegeven - dat (telkens) valselijk in strijd met de waarheid - in die grootboek(rekening) van

Apex Vastgoed B.V. personeelskosten en/of algemene kosten (bedrijfsvoering) was/waren opgenomen, terwijl in werkelijkheid voornoemde kosten te relateren waren aan Vastgoed Solide Maatschappij B.V. en/of toe te rekenen waren aan Vastgoed Solide Maatschappij B.V.

en/of

C één en/of meerdere valse leningsovereenkomsten gesloten tussen Apex Vastgoed B.V. en [verdachte] (d.d. 28 november 2005) was/waren opgenomen en/of geboekt en/of verwerkt (dossier vindplaats D-168) bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) (telkens) hierin - zakelijk weergegeven - dat (telkens) valselijk in strijd met de waarheid - op die overeenkomst(en) was vermeld dat er een leningsovereenkomst was afgesloten en/of dat [verdachte] een geldbedrag had geleend aan Apex Vastgoed B.V., terwijl dit in werkelijkheid niet had plaatsgevonden en/of de verstrekte geldbedragen en/of de op de overeenkomst genoemde geldbedragen, niet verstrekt zijn in het kader van een geldlening

en/of

D een groot aantal, althans één en/of meerdere valse factuuren was/waren verwerkt en/of geboekt en/of opgenomen waaronder:

- één en/of meerdere factu(u)r(en) regeling geldlening [verdachte] en/of inlosnota's (gedateerd op één of meer tijdstip(pen) in de periode 1 januari 2006 tot en met 30 april 2007) (dossier vindplaats D-169 t/m D-183)

en/of

- vier, althans één en/of meerdere factu(u)r(en) afkomstig van Europe Finance GmbH en gericht aan Apex Vastgoed B.V. (gedateerd op één of meer tijdstip(pen) in de periode 24 juli 2007 tot en met 28 augustus 2007) (dossier vindplaats D-719 t/m D-722)

en/of

- een factuur afkomstig [verdachte] Holding B.V. en gericht aan Apex Vastgoed B.V. d.d. 1 april 2009 (dossier vindplaats D-019) en/of

- één of meerdere factu(u)r(en) (gedateerd op één of meer tijdstip(pen) in de periode 1 augustus 2009 tot en met 30 september 2009) afkomstig van [verdachte] en gericht aan Apex Vastgoed B.V. (dossier vindplaats D-433 t/m D-439 en/of D-441)

en/of - een factuur (gedateerd 15 maart 2009) afkomstig van Europe Finance GmbH en gericht aan Apex Vastgoed B.V. (dossier vindplaats D-346)

en/of

- zes, althans één of meerdere factu(u)r(en) (gedateerd op één of meer tijdsti(pen) in de periode 31 januari 2009 tot en met 26 augustus 2009 afkomstig van [verdachte] Holding B.V. en gericht aan Apex Vastgoed B.V. (dossier vindplaats D-341 en/of D-342 en/of D-442 en/of D-443 en/of D-444 en/of D-445)

bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) (telkens) hierin - zakelijk weergegeven - dat (telkens) valselijk in strijd met de waarheid - op die factu(u)r(en) was vermeld dat een bepaalde dienst/goed was geleverd, terwijl in werkelijkheid de aan de genoemde factuur ten grondslag liggende dienstverlening(en) niet of niet geheel heeft/hebben plaatsgevonden;

1 HR 24 februari 1913, NJ 1913, p669 Zie ook onderdeel 3.6 van de conclusie van mr. Machielse HR 3 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2014:2745

2 HR 11 december 2012, LJN BX3620, overweging 2.3.

3 HR 16 december 1986, NJ 1987, 321 en NJ 1987, 322; HR 21 januari 1992. NJ 1992, 414 en tevens HR 18 januari 1994, DD 91 206.