Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:6758

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-07-2018
Datum publicatie
26-07-2018
Zaaknummer
200.178.813/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bemiddelingsovereenkomst die erin heeft geresulteerd heeft dat een auto is geleverd met de verkeerde kleur bekleding. Nakoming is niet meer mogelijk, omdat de auto om fiscale redenen voor 1 januari 2014 geleverd moest zijn. Vordering tot vergoeding van de kosten van vervanging van de bekleding is toewijsbaar, ook in de situatie dat de marktwaarde van de auto niet afhankelijk is van de kleur van de bekleding. Kostenverhoging na toewijzing van de vordering in eerste aanleg en betaling van het toegewezen bedrag is in hoger beroep niet toewijsbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2018/445
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.178.813/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 3173085 MC EXPL 14-7495)

arrest van 24 juli 2018

Squab Automotive B.V.,

gevestigd te Almere,

appellante in het principaal appel,

verweerster in het incidenteel appel,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: Squab,

advocaat: mr. P.P.J.M. Bruens, kantoorhoudend te Groningen,

tegen

Studio Berkhout B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde in het principaal appel,

appellante in het incidenteel appel,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Studio Berkhout,

advocaat: mr. T.H. Geukes Foppen, kantoorhoudend te Amsterdam.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 15 december 2015 hier over.

1.2

In dit tussenarrest heeft het hof een comparitie na aanbrengen gelast. Deze comparitie is gehouden op 5 februari 2016. Het daarvan opgemaakte proces-verbaal maakt deel uit van de stukken.

1.3

Het verdere verloop blijkt uit:

- de memorie van grieven (met producties),

- de memorie van antwoord/tevens van incidenteel hoger beroep (met producties),

- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.

1.4

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2 De vaststaande feiten

2.1

Het hof gaat met een aanvulling, in hoger beroep uit van de feiten zoals die zijn beschreven in de rechtsoverwegingen 3.1 tot en met 3.5 van het bestreden vonnis. Daarmee staat het volgende vast.

2.2

Eind 2013 waren auto's van het merk Tesla zeer geliefd vanwege de fiscale regelgeving die rijden met 0% bijtelling gedurende vijf jaar mogelijk maakte. Squab had toen een aantal productieplaatsen bij Tesla Motors Nederland B.V. nieuwe Tesla`s gereserveerd door tussenkomst van het Elektrisch vervoer Centrum (EVC).

2.3

Omstreeks 23 augustus 2013 heeft Studio Berkhout Squab Automotive opdracht gegeven tot bemiddeling bij het tot stand brengen van een financial lease-overeenkomst op grond waarvan Studio Berkhout vóór 1 januari 2014 een Tesla Model S (hierna; de auto), tot haar beschikking zou krijgen. Op 23 augustus 2013 heeft Squab Automotive Studio Berkhout gefactureerd voor een aanbetaling. De factuur vermeldt onder meer:

'Hierbij belasten wij u de aanbetaling, voor het leveren van een: Tesla Model S, overname van de reeds bestelde productieplaats. Levering en registratie voor 31-12-2013 gegarandeerd. (...) Aanbetaling Tesla, overname reservering € 1.652,89' .

2.4

Met een zogenoemde vehicle configuration, die ook is gedateerd op 23 augustus 2013, heeft Studio Berkhout bij Squab Automotive opgegeven hoe zij de auto uitgevoerd wenste te zien. De vehicle configuration vermeldt onder meer 'Tan Performance Interieur', wat neerkomt op een leren bekleding van het interieur in een crème kleur.

2.5

Squab Automotive heeft de auto besteld bij het EVC. Squab Automotive heeft de door Studio Berkhout opgegeven vehicle configuration aan EVC doorgegeven. EVC heeft de vehicle configuration doorgegeven aan Tesla Motors.

2.6

Onder bemiddeling van Squab Automotive is op 5 december 2013 een financial lease-overeenkomst tot stand gekomen tussen Studio Berkhout als lessee, Tesla Motors als leverancier en Volkswagen Bank GmbH (handelend onder de naam AutoCash) als lessor.

2.7

Op of omstreeks 12 december 2013 heeft Tesla Motors de auto aan Studio Berkhout geleverd. De auto bleek te zijn uitgevoerd met een zwartleren bekleding, in plaats van het door Studio Berkhout opgegeven 'Tan Performance Interieur'. Studio Berkhout heeft deze afwijking gemeld bij Squab Automotive. Na overleg tussen Squab Automotive en EVC is gebleken dat EVC een fout heeft gemaakt bij de bestelling van de auto bij Tesla Motors, waardoor de auto met een zwartleren interieur is uitgevoerd. EVC heeft deze fout erkend. Squab Automotive heeft dit meegedeeld aan Studio Berkhout. Vervolgens zijn Studio Berkhout, Squab Automotive en EVC in overleg getreden om tot een oplossing te komen. Dat is niet gelukt.

3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg; de vordering in het hoger beroep

3.1

Studio Berkhout heeft in eerste aanleg gevorderd dat Squab Automotive wordt veroordeeld om aan Studio Berkhout te € 12.646,40 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten. De kantonrechter heeft deze vordering in het bestreden vonnis toegewezen.

3.2

Squab vordert in het principaal hoger beroep dat de vordering alsnog wordt afgewezen.

3.3

Het incidenteel appel strekt tot vermeerdering van de eis: Studio Berkhout vordert nu € 15.570,83 (met vermindering van hetgeen reeds is voldaan), vanwege de verhoogde kosten van herstel van de bekleding door Tesla. Squab heeft zich niet tegen deze verhoging verzet. Omdat de vermeerdering als zodanig ook niet in strijd komt met de beginselen van een behoorlijke procesvoering, zal deze worden toegelaten.

4 De beoordeling van de grieven en de vordering in het principaal appel

4.1

De eerste grief van Squab gaat terug naar de inhoud van de overeenkomst. Aangevoerd wordt dat Squab niet verantwoordelijk was voor de uitvoering van het interieur overeenkomstig de opgave van Studio Berkhout. Volgens Squab beperkte haar verplichting zich tot het leveren van een productieplaats. Die verplichting is zij nagekomen. Het doorzenden van de configuratie aan EVC was slechts service. Studio Berkhout heeft die configuratie zelf ook aan Tesla opgegeven. Dat blijkt volgens Squab uit de brief van haar gemachtigde van 26 februari 2014, waarin deze spreekt over de reeds door cliënte zelf bij Tesla geplaatste, althans samengestelde order. In de tweede grief van Squab wordt daaraan de conclusie verbonden dat EVC niet als hulppersoon is ingeschakeld.

4.2

Het hof leest in deze grieven en in de daarop gegeven toelichting in essentie geen andere relevante stellingen of verweren dan die reeds in eerste aanleg waren aangevoerd en door de rechtbank in rechtsoverweging 5.5 en verder gemotiveerd zijn verworpen. Het hof onderschrijft wat de rechtbank ter motivering van haar beslissing heeft overwogen en neemt die motivering over. Ter toelichting voegt het hof daar nog aan toe dat Squab niet heeft toegelicht met welk doel zij de configuratie aan EVC heeft doorgegeven, als het er niet om ging dat die instantie de configuratie op haar beurt aan Tesla doorgaf. Het beroep op de brief van 26 februari 2014 gaat bovendien niet op. Daaruit blijkt immers slechts duidelijk dat Studio Berkhout de order (configuratie) bij Tesla heeft samengesteld. Dat ligt in de rede, en staat ook niet ter discussie.

4.3

De grieven I en II falen.

De kantonrechter heeft geconcludeerd dat verzuim zonder ingebrekestelling is ontstaan omdat Squab heeft geweigerd voor deugdelijk herstel te zorgen. Squab bestrijdt dat, omdat zij heeft aangeboden ervoor te zorgen dat een nieuw interieur wordt geplaatst door het gespecialiseerde bedrijf DK Schweitzer. Studio Berkhout heeft daaraan de onredelijke voorwaarde gesteld dat Squab zou garanderen dat dit hetzelfde interieur zou zijn als het door Tesla zelf geïnstalleerde interieur. Het aanbod van Squab om een tweedehands Tesla interieur in de bestelde kleur te laten plaatsen heeft Studio Berkhout eveneens afgewezen. Met haar derde grief handhaaft Squab het op deze gronden gevoerde verweer dat geen verzuim is ingetreden.

4.5

Het hof deelt op grond van de tussen partijen gevoerde discussie zoals die uit de stukken blijkt de conclusie van de kantonrechter dat Squab heeft geweigerd voor deugdelijk herstel te zorgen, en dat als gevolg daarvan verzuim zonder ingebrekestelling is ontstaan, zoals bedoeld in artikel 6:83 sub c BW. Daarbij verdient het verwijt van Squab dat zij heeft moeten garanderen dat hetzelfde interieur als het door Tesla zelf geïnstalleerde interieur zou worden verzorgd enige nuancering. Studio Berkhout heeft namelijk slechts als voorwaarde gesteld dat het voertuig na ombouw door DK Schweitzer ter beoordeling aan Tesla Motors Nederland zou worden aangeboden, en dat het interieur alsnog op kosten van Squab door Tesla vervangen zou moeten worden als het resultaat van de ombouw volgens Tesla in negatieve zin zou afwijken van een origineel Tesla Tan Performance interieur. Het hof ziet niet in waarom dat een onredelijke voorwaarde zou zijn. Het aanbod tot vervanging door een tweedehands interieur - na goedkeuring daarvan door Studio Berkhout - is pas na de comparitie in hoger beroep gedaan, en kan daarom aan het voorgaande niet afdoen.

De grief treft geen doel

4.6

In de vierde grief wordt betoogd dat de kantonrechter ten onrechte de schade op abstracte wijze heeft berekend. In deze zaak moet volgens Squab op grond van een zogenoemde vermogensvergelijking worden geconstateerd dat geen schade is geleden, omdat de auto met een zwart interieur niet minder waard is dan met een beige interieur. In de vijfde grief van Squab bestrijdt zij dat vervanging van het interieur door Tesla inderdaad € 12.646,40 zou kosten, zoals Studio Berkhout in eerste aanleg stelde. Tesla gaat namelijk niet alleen over tot vervanging van de bekleding, maar van het gehele interieur, inclusief stoelen, banken en elektronica. Daarom is met vervanging door Tesla een buitensporig hoog bedrag gemoeid. Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling met de grief in het incidenteel appel van Studio Berkhout, die strekt tot eisvermeerdering, gelet op het feit dat de kosten van vervanging van de bekleding inmiddels zijn gestegen.

4.7

Het hof leest in deze grieven en in de daarop gegeven toelichting in essentie geen andere relevante stellingen of verweren dan die reeds in eerste aanleg waren aangevoerd en door de rechtbank in rechtsoverweging 5.8.3 en verder gemotiveerd zijn verworpen. Het hof voegt daar het volgende aan toe.

4.8

In dit geval kan de vervangende schade gevorderd worden op grond van art. 6:74 BW en niet art. 6:87 BW, omdat de prestatie (het vóór 2014 verzorgen van een aanbieding door Tesla) blijvend onmogelijk is geworden. Bij vervangende schade gaat het in beginsel om vergoeding van de waarde van de prestatie (de waarde in het economisch verkeer). Dat is het bedrag dat nodig is om de feitelijke situatie in overeenstemming te brengen met de verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst. Zouden die verplichtingen zijn nagekomen, dan zou een Tesla met de juiste kleur bekleding zijn aangeboden en gekocht.

4.9

Dat de kosten van vervanging door Tesla inmiddels als gevolg van prijsstijgingen het in hoger beroep gevorderde bedrag van € 15.570,83 belopen, is irrelevant voor de beoordeling van de schade die door Squab zelf indertijd is begroot en door de rechtbank is toegewezen. Het feit dat herstel niet eerder heeft plaatsgevonden komt niet voor rekening van Squab, maar is een gevolg van een keuze die Studio Berkhout zelf heeft gemaakt. Voor zover sprake is van vertraging in de betaling van die schade na het opeisbaar worden ervan, moet de vergoeding daarvan geacht worden in de wettelijke rente te zijn begrepen.

4.10

De grieven IV en V falen. De incidentele grief van Studio Berkhout treft doel.

4.11

De zesde en zevende grief, die betrekking hebben op het dictum, hoeven naast de andere grieven niet zelfstandig beoordeeld te worden.

4.12

De conclusie luidt dat het vonnis zal worden bekrachtigd. Squab zal worden verwezen in de kosten van het hoger beroep. Voor de reconventie worden geen afzonderlijke kosten gerekend (in totaal 1 punt, tariefgroep II).

5 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

In het principaal en het incidenteel appel

bekrachtigt het vonnis van 8 juli 2015;

veroordeelt Squab in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Studio Berkhout in principaal en incidenteel appel tezamen vastgesteld op € 1.937,- voor verschotten en op € 1.074,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

veroordeelt Squab in de nakosten, begroot op € 157,--, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 82,-- in geval Squab niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest ten aanzien van de daarin vervatte veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. M.W. Zandbergen, mr. K.M. Makkinga en mr. T. van Hees en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2018.