Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:6119

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
03-07-2018
Datum publicatie
23-07-2018
Zaaknummer
200.200.082/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Huurkoopovereenkomst met betrekking tot tweedehands auto. Koper beroept zich op non-conformiteit. Auto vertoont diverse gebreken, maar verkeersveiligheid is niet in gevaar. Door geen aankoopkeuring te laten verrichten heeft de koper het risico genomen dat de auto gebreken vertoonde die niet direct voor een leek waarneembaar waren, maar geen gevaar voor de verkeersveiligheid opleverden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.200.082/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 3820772 MC EXPL 15-934)

arrest van 3 juli 2018

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [A] ,

appellant,

in eerste aanleg: eiser,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. S.G. Volbeda, kantoorhoudend te Arnhem,

tegen

[geïntimeerde] h.o.d.n. Budget Autokopen .nl,

wonende te [B] ,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. M.J. Meijer, kantoorhoudend te Haarlem.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 30 januari 2018 hier over.

1.2

Ingevolge het vermelde tussenarrest heeft op 3 mei 2018 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Het hiervan opgemaakte proces-verbaal bevindt zich in afschrift bij de stukken.

1.3

Vervolgens heeft het hof arrest bepaald op het ten behoeve van de comparitie overgelegde dossier.

2 De feiten

2.1

Tussen partijen staan in hoger beroep de volgende feiten vast als enerzijds gesteld en anderzijds onvoldoende weersproken.

2.2

[appellant] en [geïntimeerde] hebben op 13 december 2013 een huurkoopovereenkomst gesloten met betrekking tot de auto van het merk en type Fiat Punto 55, kenteken [YY-YY-00] , bouwjaar (maart) 1999. Ten tijde van het sluiten van de huurkoopovereenkomst was de kilometerstand 154.500. Partijen zijn een koopsom overeengekomen van € 1.800,-, door [appellant] te voldoen in maandelijkse termijnen van € 100,-. In de overeenkomst zijn verder onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

"Het leasebedrag is inclusief nieuwe minimaal 6 maanden APK.

(…)

Garantie: op motor en versnellingsbak voor de duur van 6 maanden met een max van 20.000 km ingaande vanaf aanvang overeenkomst."

2.3

Op verzoek van [appellant] heeft Auto Brockhoff op 19 december 2013 een zogenoemde aankoopkeuring uitgevoerd waarbij gebreken zijn geconstateerd aan de volgende onderdelen:

"V. WISSERS

L. REMLICHT

R. STAD LAMP

A. WISSER STUK

L+R ACHTER LICHT MASSA PROB.

TANK DOP WEG

ACCU ROT

CLAXON WERK NIET ?

L+R AS KEERRING LEK

R. AS HOES BINNEN LEK

KOPPAKKING LEKT OLIE

ONDERHOUD? OLIE FILTER ROT

L.A. BAND CANVAS TE ZIEN

KOELVLOEISTOF ONDER PIJL ?

REMVLOEISTOF DROPWATER

R.A. REM LOOPT AAN (SCHOONMAAK)"

De auto had op dat moment een kilometerstand van 155.021.

2.4

Bij brief van 28 januari 2014 heeft [appellant] [geïntimeerde] in gebreke gesteld en gesommeerd voor 31 januari 2014 op zijn brief te reageren.

2.5

[appellant] heeft bij brief van 31 januari 2014 de overeenkomst ontbonden.

2.6

Bij brief van 5 maart 2014 heeft (de advocaat van) [appellant] , voor zover nodig, de overeenkomst nogmaals ontbonden en subsidiair de overeenkomst vernietigd op grond van dwaling.

2.7

Na overeenstemming tussen partijen over een onafhankelijke keuring van de auto heeft Garage Aslan in opdracht van [geïntimeerde] de auto gekeurd op 5 oktober 2015 en het volgende geconstateerd:

"claxon defect

ruitenwisser bladen

accu defect

remslangen voor

remverschil achter as

gordels nazien eventueel vervuiling/werkt niet goed"

De kilometerstand bedroeg op dat moment 155.454.

3 De vordering en de beslissing in eerste aanleg

3.1

[appellant] heeft in eerste aanleg na vermeerdering van eis gevorderd:

primair,

voor recht te verklaren dat de huurkoopovereenkomst tussen partijen op 31 januari 2014, althans 5 maart 2014 is ontbonden, dan wel deze overeenkomst alsnog te ontbinden;

subsidiair,

voor recht te verklaren dat de huurkoopovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en dat deze op 14 maart 2014 door hem buitengerechtelijk is vernietigd, dan wel deze overeenkomst op die grond alsnog te vernietigen;

primair en subsidiair,

- [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.260,11 te vermeerderen met de stallingskosten van € 25,- per maand vanaf april 2015 en de wettelijke rente over € 1.260,11 vanaf 7 maart 2014, althans 19 maart 2014;

- [geïntimeerde] op straffe van een dwangsom te veroordelen zijn medewerking te verlenen aan de overschrijving van de auto op naam van [geïntimeerde] ;

- [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van € 219,63 aan buitengerechtelijke kosten;

- [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van de kosten van de procedure.

3.2

De kantonrechter heeft de vorderingen van [appellant] bij vonnis van 13 januari 2016 afgewezen.

4 De beoordeling van de grieven en de vordering in hoger beroep

Omvang van het geschil.

4.1

[appellant] heeft ter comparitie van partijen op 3 mei 2018 te kennen gegeven dat hij zijn vordering tot medewerking van [geïntimeerde] tot overschrijving van de auto op naam van [geïntimeerde] niet langer handhaaft, zodat het hof daarop niet hoeft te beslissen.

De grieven

4.2

De grieven I tot en met III keren zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat de auto niet zodanige gebreken vertoonde dat er sprake was van non-conformiteit in die zin dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordde als bedoeld in artikel 7:17 lid 2 BW, waardoor er geen grond was voor ontbinding van de huurkoopovereenkomst van 13 december 2013. [appellant] heeft aangevoerd dat uit het rapport van Auto Brockhoff blijkt dat er met name sprake is van gebreken aan de wielophanging (de assen) en de koppakking, die ernstige problemen voor de verkeersveiligheid opleveren. Ook anderszins bezat de auto volgens hem niet de eigenschappen die voor een normaal gebruik nodig zijn gezien de overige door Auto Brockhoff genoemde gebreken.

4.3

Op de huurkoopovereenkomst van 13 december 2013 zijn de bepalingen van boek 7A, vijfde titel A, Afdeling 2, "Van huurkoop" van het BW van toepassing zoals deze tot 12 juni 2014 luidden. Op grond van artikel 7A:1576l lid 1 tweede volzin BW zijn op de verkoper op zijn verdere verplichtingen, naast de verplichting tot levering, de bepalingen van de eerste, tweede en derde afdeling van titel 1 van Boek 7 BW van toepassing.

4.4

Krachtens artikel 7:17 lid 2 BW mag een koper verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen.
Indien een (tweedehands) auto wordt gekocht om daarmee, naar de verkoper bekend is, aan het verkeer deel te nemen, moet als regel worden aangenomen dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst indien als gevolg van een daaraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden hersteld, zodanig gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren (HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1338). Deze regel mag niet worden omgekeerd, in die zin dat andere gebreken geen non-conformiteit als bedoeld in artikel 7:17 BW zouden kunnen opleveren (HR 8 juli 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3097).

4.5

Op grond van artikel 7:17 lid 2 BW levert een gebrek geen non-conformiteit op als de koper ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst hiermee bekend was dan wel redelijkerwijs bekend had kunnen zijn. Dit laatste impliceert dat op de koper een zekere onderzoeksplicht kan rusten. Aangezien het in dit geval om een consumentenkoop gaat, brengt richtlijnconforme interpretatie mee dat deze onderzoeksplicht restrictief moet worden uitgelegd, nu artikel 2 lid 3 van de Richtlijn consumentenkoop (Richtlijn 1999/44/EG) spreekt over een gebrek dat de consument ten tijde van de contractsluiting bekend was of 'redelijkerwijs niet onbekend kon zijn'.

4.6

Het hof stelt vast dat [appellant] in de dagvaarding in eerste aanleg onder punt 21 naar aanleiding van het rapport van Auto Brockhoff het volgende heeft gesteld:

"Er is sprake van gebreken die niet zozeer een direct gevaar voor de verkeersveiligheid opleveren, maar die wel ernstige problemen met het gebruik van de auto veroorzaken. Dit betreft met name de gebreken aan de wielophanging (assen) en de koppakking."

Aangezien [appellant] in hoger beroep niet heeft onderbouwd waarom de gebreken aan de wielophanging (kennelijk heeft hij het oog op de lekkende keerringen) en de koppakking nu wel een direct gevaar voor de verkeersveiligheid zouden opleveren gaat het hof er in overeenstemming met de stellingname van [appellant] in eerste aanleg vanuit dat deze gebreken geen gevaar voor de verkeersveiligheid vormen. In zoverre is er dan ook geen sprake van non-conformiteit.

4.7

Vervolgens moet worden beoordeeld of de gebreken die door Auto Brockhoff zijn vastgesteld anderszins kunnen leiden tot het oordeel dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst, waarbij het hof aantekent dat [geïntimeerde] onder verwijzing naar het rapport van Garage Aslan een deel van de gebreken heeft betwist.

4.8

Ter comparitie is gebleken dat [appellant] voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst een proefrit heeft gemaakt met de auto en dat de auto toen naar behoren functioneerde.

4.9

Verder moet worden vastgesteld dat een belangrijk deel van de gebreken die Auto Brockhoff heeft geconstateerd ook door een leek zonder nader onderzoek kunnen worden vastgesteld, zoals wisserbladen en verschillende lampen die stuk zijn, een tankdop die weg is, een claxon die niet functioneert en banden die in een slechte conditie verkeren. Met deze gebreken was [appellant] dan ook bekend, althans kon daarmee redelijkerwijs bekend zijn.

4.9

Dan zijn er nog de gebreken die niet direct zijn waar te nemen, zoals een in slechte conditie verkerende accu, problemen met de massa, een kapot oliefilter, verschillende lekkages en het niveau van de koelvloeistof.

4.10

De onder 4.9 genoemde gebreken komen in de regel aan het licht bij een aankoopkeuring. Gelet op het feit dat de auto op het moment van het sluiten van de overeenkomst ruim 13 jaar oud was, 154.500 km had gereden en op het eerste gezicht in een matige staat van onderhoud verkeerde, rustte op [appellant] een onderzoeksplicht ter zake. [appellant] heeft door een aankoopkeuring achterwege te laten voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst naar het oordeel van het hof het risico genomen dat de auto verschillende gebreken vertoonde die niet direct waarneembaar waren, maar geen gevaar voor de verkeersveiligheid opleverden. Met betrekking tot de onder grief I door [appellant] ingenomen stelling dat [geïntimeerde] hem geen aankoopkeuring heeft toegestaan is ter comparitie gebleken dat [appellant] geheel eigener beweging heeft afgezien van het laten uitvoeren van een aankoopkeuring.

4.11

Daarnaast kent het hof betekenis toe aan het feit dat [appellant] tussen 13 december 2013 en 19 december 2013 ruim 500 km met de auto heeft gereden.

4.12

Gelet op een en ander moet worden geoordeeld dat de grieven I tot en met III niet slagen.

4.13

Met de grieven IV en V komt [appellant] op tegen het oordeel van de kantonrechter dat het beroep van [appellant] op dwaling moet worden afgewezen.

4.14

Deze grieven falen eveneens. Op grond van artikel 6:228 lid 1 BW is een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten in een drietal situaties vernietigbaar.

[appellant] heeft niet voldoende onderbouwd dat zich in dit geval een van die situaties heeft voorgedaan. Met name heeft hij niet onderbouwd dat [geïntimeerde] een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven. Verder is het hof met de kantonrechter van oordeel dat in de gegeven omstandigheden, een ruim 13 jaar oude, in matige onderhoudstoestand verkerende auto met 154.500 km op de teller, [geïntimeerde] niet uit eigen beweging [appellant] behoorde in te lichten over eventuele mankementen.

4.15

De grieven VI en VII die betrekking hebben op de veroordeling van [appellant] in de buitengerechtelijke kosten, respectievelijk de kosten van de procedure, hebben geen zelfstandige betekenis en behoeven om die reden verder geen bespreking.

5 Slotsom

5.1

De grieven falen, zodat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd.

5.2

Het hof zal [appellant] als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het hoger beroep veroordelen. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde] zullen worden vastgesteld op € 314,- aan verschotten (griffierecht) en € 1.518,- (2 punten, tarief I, € 759,- per punt) aan geliquideerd salaris voor de advocaat.

6 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter te Almere van 13 januari 2016;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 314,- voor verschotten en op € 1.518,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

verklaart dit arrest, voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mr. B.J.H. Hofstee, mr. D.H. de Witte en mr. M. van den Steenhoven en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2018.