Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:5583

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-06-2018
Datum publicatie
20-06-2018
Zaaknummer
200.229.272/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Curatele. Geen gewichtige redenen voor ontslag curator. Verzoeken moeder van onder curatele gestelde om curator te verplichten om informatie aan haar te geven en een deskundige in te schakelen om de mogelijkheid van contact te onderzoeken, zijn niet op de wet gebaseerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2018-0170
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.229.272/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 5177821 VC VERZ 16-82)

beschikking van 12 juni 2018

inzake

[verzoekster] ,

wonende te [A] ,
verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. R.A.M. van der Lubbe te Emmen,

en

[verweerder] en [verweerster],

wonende te [A] ,

verweerders in hoger beroep,

verder te noemen: de curatoren of de vader respectievelijk zijn partner,

advocaat: mr. G.H. Thasing te Emmen.

Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

1 [de zoon] ,

wonende te [A] ,

verder te noemen: de zoon;

2 [de dochter] ,

wonende te [A] ,

verder te noemen: de dochter.

Als informant is aangemerkt:

Stichting [B]

kantoorhoudend te [C] ,

de door de moeder beoogde opvolgend curator.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in

de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen van 15 september 2017, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 13 december 2017;

- het verweerschrift van de curatoren met productie(s);

- een journaalbericht van mr. Van der Lubbe van 10 januari 2018 met productie(s);

- een brief van de dochter van 29 maart 2018.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 5 april 2018 plaatsgevonden. Namens de moeder is haar advocaat verschenen. Daarnaast zijn verschenen de curatoren, bijgestaan door hun advocaat, die een pleitnotitie heeft overgelegd.

3 De feiten

De kantonrechter in de rechtbank Assen heeft bij beschikking van 5 augustus 2008 de zoon onder curatele gesteld omdat hij wegens een geestelijke stoornis, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn eigen belangen behoorlijk waar te nemen. Thans zijn de vader en zijn partner tot curatoren benoemd.

4 De omvang van het geschil

4.1

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van de moeder tot ontslag van de curatoren en benoeming van een onafhankelijke curator, afgewezen.

4.2

De moeder is met één grief in hoger beroep gekomen van de beschikking van 15 september 2017. Deze grief beoogt het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen. De moeder verzoekt de beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende de curatoren te ontslaan en in plaats daarvan een onafhankelijke curator, te weten Stichting [B] te benoemen en te bepalen dat het curatorschap ingaat op de dag volgend op de datum van de te wijzen beschikking, subsidiair te bepalen dat de curatoren haar eenmaal per maand via de post zullen informeren over het welzijn van de zoon, voorzien van onderliggende rapporten, alsmede eenmaal per maand een drietal kleurenfoto's zullen sturen via de post. Voorts heeft de moeder primair en subsidiair verzocht te bepalen dat de curator zo spoedig mogelijk een onafhankelijke deskundige (gedragsdeskundige of psycholoog) dient in te schakelen teneinde te onderzoeken of en zo ja welke contactregeling in het belang van de zoon is, te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten voldoet, althans een zodanige beslissing te nemen als het hof in goede justitie zal vermenen te behoren.

4.3

De curatoren voeren verweer en verzoeken de verzoeken van de moeder af te wijzen en de moeder in de kosten van onderhavige procedure te veroordelen.

5 De motivering van de beslissing

5.1

De verzoeken van de moeder in hoger beroep om in deze beschikking te bepalen dat de curatoren haar eenmaal per maand via de post zullen informeren over het welzijn van de zoon, voorzien van onderliggende rapporten, alsmede eenmaal per maand een drietal kleurenfoto's zullen sturen via de post, alsmede dat de curator zo spoedig mogelijk een onafhankelijke deskundige dient in te schakelen teneinde te onderzoeken of en zo ja welke contactregeling in het belang van de zoon is zijn niet op de wet gebaseerd, zodat het hof die zal afwijzen.

5.2

Aan de orde is de vraag is of de curatoren ontslagen dienen te worden.

5.3

Op grond van artikel 1:385 lid 1, aanhef en onder d, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de curator te allen tijde hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om curator te kunnen worden, door de kantonrechter worden ontslagen, zulks op verzoek van de medecurator of degene die gerechtigd is de curatele te verzoeken als bedoeld in artikel 1:379 BW, dan wel ambtshalve.

5.4

Aan die voorwaarden voor ontslag is in casu niet voldaan. Dat de curatoren niet meer voldoen aan de eisen om curator te kunnen worden is gesteld, noch gebleken. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat er evenmin gewichtige redenen zijn om hen te ontslaan. Het hof sluit - na eigen onderzoek - aan bij de overwegingen van de rechtbank in haar beschikking onder "Motivering" onder punt 5, neemt die over, maakt die tot de zijne en voegt daaraan het volgende toe.

5.5

Noch op basis van de stukken uit eerste aanleg, noch op basis van nadien in hoger beroep in het geding gebrachte informatie, zijn het hof redenen gebleken om als waar aan te nemen dat de curatoren tekort zijn geschoten in de uitoefening van hun taken. De moeder klaagt dat de curatoren hun taken niet goed uitvoeren omdat zij haar geen contact laten hebben met de zoon en omdat zij geen onafhankelijk onderzoek hebben laten verrichten naar de vraag of contactherstel in het belang is van de zoon terwijl zij en Stichting [D] (hierna: [D] ), de zorginstelling waar de zoon woont, niet voldoende objectief zijn. De curatoren hebben evenwel de weigering om dat contact toe te staan met voldoende redenen omkleed en worden daarin gesteund door (informatie van) [D] . Hoe moeilijk deze weigering voor de moeder ook zal zijn, niet gebleken is dat de belangen van de zoon niet juist of zorgvuldig zijn afgewogen. Aldus is niet vast komen te staan dat de curatoren het belang van de zoon in deze kwestie niet behoorlijk hebben behartigd en evenmin dat de curatoren misbruik hebben gemaakt van hun bevoegdheden ,zoals de moeder ter zitting heeft gesteld.

5.6

Anders dan de moeder stelt, zijn de curatoren niet verplicht haar te informeren zoals zij dat wenst. De curatoren willen desondanks meewerken aan de verstrekking van informatie over de zoon aan de moeder. Ter zitting van het hof hebben de curatoren toegezegd dat zij [D] nogmaals (desnoods middels een brief) zullen vragen om voortaan informatie over de zoon aan de moeder te verstrekken, alsmede dat zij eens per kwartaal foto's van de zoon aan haar zullen e-mailen. Het hof vertrouwt erop dat de curatoren hun toezegging gestand zullen doen.

6 De slotsom

6.1

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen en het meer of anders verzochte afwijzen.

6.2

Het hof ziet in de aard van de zaken aanleiding om de kosten van het geding in beide instanties te compenseren.

7 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 15 september 2017;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.W. Beversluis, J.G. Idsardi en J.L. Roubos, bijgestaan door mr. E.L.K. Bijma als griffier, en is op 12 juni 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.