Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:5175

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
06-06-2018
Datum publicatie
06-06-2018
Zaaknummer
21-003061-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2016:2722, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Cassatie: ECLI:NL:HR:2020:572, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mega-onderzoek Mount Nepal. Verdachten waren medewerkers van SNSPF en hebben onderling betalingsafspraken gemaakt, waarbij een deel van de uurvergoeding van SNSPF werd doorbetaald aan andere SNSPF-medewerkers. Daarbij werden valse facturen opgemaakt. Vrijspraak oplichting en verduistering. Verdachte wordt veroordeeld voor niet-ambtelijke omkoping, valsheid in geschrift, gewoontewitwassen en het leidinggeven aan een criminele organisatie. Gevangenisstraf van 24 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003061-16

Uitspraak d.d.: 6 juni 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 20 mei 2016 met parketnummer 16-994013-13 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1957,

wonende te [woonplaats] .

1 Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

2 Onderzoek van de zaak

2.1

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 22 november 2017 (regiezitting), 11 april 2018 (inhoudelijke behandeling, requisitoir en deel pleidooi), 18 april 2018 (overig deel pleidooi, repliek, dupliek, en laatste woord verdachte), 23 mei 2018 (sluiting van het onderzoek) en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de eerste rechter zal vernietigen en te dien aanzien opnieuw recht doende zal bewezen verklaren hetgeen aan verdachte onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 en 14 is ten laste gelegd en verdachte zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden. De vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,

mr. A.E. van der Wal, naar voren is gebracht. Hetgeen in de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte 1] door de raadsman mr. J.W. Soeteman ter verdediging in het pleidooi naar voren is gebracht, geldt met instemming van het hof, ook als naar voren gebracht in deze zaak.

2.2

Samenvatting van het arrest

De zaak tegen verdachte vloeit voort uit een onderzoek naar omkoping bij SNS Property Finance (verder SNSPF). Daarbij is de verdenking gerezen dat medeverdachte [medeverdachte 1] , die ingehuurd was door SNSPF, zich liet betalen door externen die (mede) door [medeverdachte 1] werden ingehuurd, waaronder [verdachte] . Daarbij zou gebruik zijn gemaakt van valse facturen. Dit wordt in het dossier aangeduid als niveau 1.

Daarnaast is de verdenking gerezen dat via [verdachte] externen bij SNSPF zijn aangebracht. Deze externen betaalden per door hen aan SNSPF gefactureerd uur een vergoeding aan [verdachte] . [verdachte] betaalde deze vergoeding deels door aan [medeverdachte 1] en enkele andere voor SNSPF werkzame personen, alsmede aan één buitenstaander. Dit wordt in het dossier aangeduid als niveau 2. Het betreft hier mensen die in het dossier ook de “Groningers” worden genoemd.

In de tenlastelegging zijn per niveau strafbare feiten ten laste gelegd, kort gezegd oplichting, omkoping (actief en/of passief), valsheid in geschrifte, witwassen en het deelnemen aan een criminele organisatie.

De advocaat-generaal stelt in reactie op de door de verdediging gevoerde verweren dat geen sprake is van nietigheid van de dagvaarding en vordert dat verdachte voor alle veertien strafbare feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden.

De verdediging stelt dat sprake is van nietigheid van de tenlastelegging voor zover die ziet op het witwassen van geldbedragen. Voorts heeft de verdediging uitvoerige verweren gevoerd die er toe moeten leiden dat verdachte van de hem ten laste gelegde feiten wordt vrijgesproken.

Het hof komt samengevat tot de volgende oordelen:

- het verweer op nietigheid van de dagvaarding wordt verworpen;

- het hof spreekt verdachte vrij van de onder feiten 1 en 6 ten laste gelegde oplichting dan wel verduistering, van het onder 4 ten laste gelegde gewoontewitwassen, van het onder feit 5 ten laste gelegde deelnemen aan een criminele organisatie en van de onder feiten 9 en 11 ten laste gelegde niet ambtelijke omkoping;

- het hof acht bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

- Voor die feiten legt het hof verdachte een gevangenisstraf van 24 maanden op.

In het vervolg van het vonnis zal het hof uitleggen hoe het tot zijn conclusies komt. Waar dat nodig is, worden de standpunten van de advocaat-generaal en de verdediging uitgebreider besproken. Het hof zal daarbij eerst enkele, meer algemene onderwerpen bespreken. Vervolgens wordt besproken in hoeverre de verschillende feiten zijn bewezen. Tot slot legt het hof uit hoe het komt tot de strafoplegging in deze zaak.

3 Voorvraag

3.1

De geldigheid van de dagvaarding

De verdediging heeft aangevoerd dat ten aanzien van het witwassen aan de hand van de tenlastelegging noch het dossier of requisitoir voldoende duidelijk is welke witwashandelingen verdachte in privé zou hebben gepleegd. Uit de wijze van ten laste leggen zijn, aldus de verdediging, 128 mogelijke manieren van witwassen te destilleren. Het verwijt is onvoldoende concreet, zodat de verdediging zich onvoldoende kan verweren. De dagvaarding is wat betreft deze feiten onvoldoende duidelijk en moet daarom (partieel) nietig verklaard worden.

3.2

Oordeel hof

Volgens artikel 261 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) behelst de dagvaarding een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn. Het tweede lid voegt daaraan toe dat de dagvaarding tevens de vermelding behelst van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan.

Bij de uitleg van deze bepaling moet voortdurend in het oog worden gehouden dat centraal staat of de verdachte zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. Ook voor de rechter moet de tenlastelegging begrijpelijk zijn. De eis van ‘opgave van het feit’ wordt zo uitgelegd dat het geheel in de eerste plaats duidelijk en begrijpelijk moet zijn, verder niet innerlijk tegenstrijdig en overigens voldoende feitelijk. Een dagvaarding behoeft zich niet uit te laten over de voor de strafbaarheid irrelevant zijnde aard en omvang van nadere bijzonderheden waarvan de vermelding niet op straffe van nietigheid wordt verlangd.

Uit de jurisprudentie volgt dat bij de beoordeling van een nietigheidsverweer ten aanzien van de dagvaarding een aantal factoren dient te worden meegewogen. Eén van die factoren is de vraag of er bij verdachte bij kennisneming van het strafdossier redelijkerwijs twijfel kan bestaan welke specifieke gedragingen hem worden verweten. Een andere factor die moet worden meegewogen is dat in de bewoordingen van de tenlastelegging besloten kan liggen wat het voorwerp van het strafrechtelijk onderzoek vormt. Ook de inhoud van de door de verdediging overgelegde pleitnota mag in de beoordeling van het nietigheids-verweer worden meegenomen, evenals de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting.

Gezien de onderhavige tenlastelegging, waarbij de aan verdachte verweten gedraging is omschreven, in samenhang met de inhoud van het complete dossier, moet de verdachte in staat worden geacht de tekst van de tenlastelegging te begrijpen. In de kern komt het erop neer dat volgens het openbaar ministerie de in de tenlastelegging genoemde bedragen zijn verkregen door misdrijven en (vervolgens) zijn witgewassen. Het feit dat in de tenlastelegging de in artikel 420bis Sr genoemde varianten van witwassen zijn opgenomen met een aantal verschillende – duidelijk omschreven – bedragen op grond waarvan de verdediging komt tot 128 varianten van witwassen, naar het oordeel van het hof niet leidt tot nietigheid van de tenlastelegging

Voorts is mede gelet op het verhandelde ter terechtzitting niet gebleken dat het voor de verdachte en de verdediging niet duidelijk was tegen welke verdenking de verdachte zich moest verdedigen.

De tenlastelegging behelst naar het oordeel van het hof een voldoende duidelijke opgave van de feiten nu de tekst van de tenlastelegging voldoende duidelijk, begrijpelijk, feitelijk en niet tegenstrijdig is. Het hof is gezien het bovenstaande van oordeel dat de tenlastelegging aan de vereisten van artikel 261 Sv voldoet en verwerpt daarom het nietigheidsverweer van de raadsman.

Het hof verwerpt het verweer en verklaart de dagvaarding -ook ter zake van het (gewoonte)witwassen- geldig.

4 Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en een andere straf komt. Het hof doet daarom opnieuw recht.

5 De tenlastelegging

De tenlastelegging, zoals deze luidt na wijziging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep, is als bijlage 1 aan dit arrest gehecht.

De verdenking komt er – zakelijk weergegeven – op neer dat verdachte, al dan niet samen met anderen

- SNS Property Finance BV/SNS Reaal NV heeft opgelicht (feiten 1 primair en 6

primair) dan wel geldbedrag(en) van SNS Property Finance BV/SNS Reaal NV heeft verduisterd (feiten 1 subsidiair en 6 subsidiair),

- zich -terwijl hij werkzaam was bij SNS- meermalen heeft laten omkopen (feit 9) en

anderen werkzaam zijnde bij SNS heeft omgekocht (feiten 2, 7 en 11),

- valse facturen heeft opgemaakt (feit 10),

- valse facturen voorhanden heeft gehad (feiten 3, 8 en 12),

- zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen (feiten 4 en 13) en

- heeft deelgenomen/leiding gegeven aan een criminele organisatie (feiten 5 en 14).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

6 Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 4, 5, 6 primair, 6 subsidiair, 9 en 11 ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt daartoe als volgt.

6.1

Oplichting (feiten 1 primair en 6 primair)

Artikel 326 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht bevat de strafbaarstelling van oplichting, en luidt:

Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld, wordt, als schuldig aan oplichting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

De Hoge Raad heeft in twee arresten van 20 december 2016 (zie ECLI:NL:HR:2016:2889) het beoordelingskader bij oplichting samengevat. Daarin wordt uiteengezet dat de wetgever niet heeft beoogd elke vorm van bedrog strafbaar te stellen. Waar het oplichting betreft, is van belang dat de wetgever naast oplichting ook nog enkele andere vormen van bedrog heeft strafbaar gesteld. Voor de beoordeling van deze zaak is van belang dat ook niet ambtelijke omkoping door de wetgever strafbaar is gesteld. Dat feit is ook aan verdachte ten laste gelegd.

Uit de aparte strafbaarstelling van omkoping naast oplichting kan worden afgeleid dat niet in alle gevallen van omkoping ook sprake is van oplichting. Onder omstandigheden kan echter sprake zijn van samenloop.

Tegen deze achtergrond worden door het hof de ten laste gelegde oplichtingsmiddelen beoordeeld.

Het eerste verwijt betreft het zich in strijd met de waarheid voordoen als iemand die (enkel) de belangen van SNS zal behartigen. Dit verwijt komt er in feite op neer dat verdachte zich ten onrechte heeft voorgedaan als lasthebber te goeder trouw. Dat kan als oplichtingmiddel worden aangemerkt als dat berust op voldoende specifieke gedragingen die in de desbetreffende context erop zijn gericht bij het beoogde slachtoffer een onjuiste voorstelling van zaken in het leven te roepen teneinde daarvan misbruik te maken. Bijvoorbeeld het gebruik maken van een in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk vast patroon. Daarvan is geen sprake. Het eerste verwijt kan niet als oplichtingsmiddel worden aangemerkt.

Hetzelfde geldt voor het tweede, het derde en het vijfde verwijt, het verhullen en verzwijgen van de vergoeding die werd betaald aan [medeverdachte 1] voor detachering of bemiddeling. Weliswaar werd de aard van de vergoedingen verhuld door onjuiste omschrijvingen op de facturen, maar deze facturen werden niet gebruikt jegens SNS en hebben ook geen rol gespeeld bij het aangaan en nakomen van de overeenkomsten met opdrachtnemers (degenen die de zogenaamde kickbacks betaalden). Het enkele verzwijgen is onvoldoende om te kunnen worden aangemerkt als oplichtingsmiddel.

Het vierde verwijt betreft het presenteren van een (onjuist) benchmarkonderzoek naar de hoogte van gebruikelijke in de markt te betalen uurtarieven. Het zesde verwijt is het voorwenden dat de betaalde uurvergoeding noodzakelijk was voor het werven/behouden van opdrachtnemers.

Op basis van het dossier kan vastgesteld worden:

  1. dat aan de geworven externen hoge uurtarieven werden betaald;

  2. dat niet is komen vast te staan dat de door diverse opdrachtnemers aan SNSPF in rekening gebrachte tarieven hoger waren dan in de markt gebruikelijk. Daarnaast zijn ook door niet bij de “retourbetalingen” betrokken bij SNSPF werkzame externen vergelijkbare tarieven in rekening gebracht;

  3. dat daarnaast ook tariefsverhogingen en contractverlengingen zijn overeengekomen met het oog op de door SNSPF gewenste binding van essentieel personeel (waaronder degenen die de kickbacks betaalden).

Er kan dan ook niet worden vastgesteld dat SNSPF door het voorstellen van deze tarieven is bewogen tot het aangaan van overeenkomsten met de opdrachtnemers en het uitvoering geven aan die overeenkomsten door de betalingen aan de opdrachtnemers. Door het openbaar ministerie is nog aangevoerd dat SNSPF geen verplichtingen (onder die voorwaarden/met die tarieven) zou zijn aangegaan indien SNSPF op de hoogte zou zijn geweest van de zogenoemde kickbacks. Voor zover dit al juist zou zijn, komt het verwijt er in dat geval in de kern op neer dat die kickbacks zijn verzwegen. Zoals eerder opgemerkt is dat onvoldoende voor oplichting. Daarnaast is niet gebleken dat verdachte betrokken is geweest bij het opmaken en presenteren bij SNSPF van het benchmarkonderzoek.

Ook in samenhang met elkaar zijn de gemaakte verwijten onvoldoende om aangemerkt te kunnen worden als oplichtingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 326 Sr. Evenmin kan worden bewezen dat door de ten laste gelegde middelen SNSPF is bewogen tot het afgeven van gelden of het aangaan van overeenkomsten. Verdachte zal worden vrijgesproken van het plegen van oplichting.

6.2.

Verduistering (feiten 1 subsidiair en 6 subsidiair)

Voor de bewezenverklaring van verduistering is vereist dat bewezen kan worden dat verdachte (samen met de medeverdachten) zich de genoemde geldbedragen wederrechtelijk heeft toegeëigend. Het hof stelt vast dat de uitbetaling van de uurtarieven conform de onderliggende overeenkomsten van opdracht is gebeurd. Er is dan ook geen sprake van wederrechtelijke toe-eigening van (een deel van) de overeengekomen vergoeding voor geleverde werkzaamheden, nu niet kan worden bewezen dat betrokkenen hier geen recht op hadden.

6.3.

Gewoontewitwassen (feit 4)

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de geldbedragen die door [verdachte] aan [medeverdachte 1] (op niveau 1) zijn betaald in het kader van de niet-ambtelijke omkoping niet kunnen worden aangemerkt als afkomstig uit enig misdrijf. Immers, de geldbedragen die door [verdachte] zijn betaald, heeft hij verkregen door het verrichten van werkzaamheden voor SNSPF op grond van de onderliggende overeenkomsten van opdracht. De geldbedragen hebben dan ook een legale herkomst.

Het hof spreekt [verdachte] dan ook vrij van het (gewoonte)witwassen zoals onder feit 4 ten laste gelegd.

6.4

Criminele organisatie (feit 5)

Aan verdachte is onder feit 5 (niveau 1) ten laste gelegd dat hij samen met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 6] en de aan hen gelieerde vennootschappen heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

Een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr dient te bestaan uit minimaal twee deelnemers. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte op de hoogte was van meerdere -door [medeverdachte 1] geïnitieerde- omkopingen. Om die reden kan niet bewezen worden dat verdachte het opzet heeft gehad op deelneming aan een criminele organisatie met betrekking tot deze omkopingen .

Met betrekking tot het deelnemen van [medeverdachte 6] aan de criminele organisatie leidt het hof uit de processtukken en het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende af dat de samenwerking tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6] van zodanige aard was dat er gesproken kan worden van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Voorts acht het hof niet bewezen dat [medeverdachte 6] onvoorwaardelijk opzet had op het deelnemen aan een criminele organisatie.

6.5

Passieve niet ambtelijke omkoping (feit 9)

Aan verdachte is onder feit 9 ten laste gelegd dat hij optredend als lasthebber van SNS Property Finance BV zich heeft laten omkopen door [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [medeverdachte 4] ,
[betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] .

Door de verdediging wordt betoogd dat geen sprake kan zijn van niet ambtelijke omkoping aangezien verdachte werkzaam was op een overeenkomst van opdracht en niet in dienstbetrekking noch als lasthebber (als bedoeld in artikel 7:418 BW).

Het hof is van oordeel dat verdachte weliswaar werkzaam was voor SNSPF en de in de tenlastelegging genoemde bedragen heeft ontvangen, maar dat hij dat niet deed in de uitvoering van zijn last. Niet gebleken is dat het werven van personeel tot de werkzaamheden van verdachte behoorde of dat hij pretendeerde dat het werven tot zijn werkzaamheden behoorde. De gesprekken met door verdachte “aangebrachte” externen werden namens SNSPF niet gevoerd door [verdachte] , maar door [medeverdachte 1] . De enkele externen die persoonlijk contact met [verdachte] hebben gehad, hadden dat contact niet ten kantore van SNSPF. Niet is uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting gebleken dat [verdachte] invloed had op welke van de door hem aangedragen kandidaten werden aangenomen. [Verdachte zijn] werkzaamheden in dit verband bestonden voornamelijk aan het doorsturen van cv’s van externen aan [medeverdachte 1] en het doorgeleiden naar SNSPF van de facturen van die externen aan SNSPF. Dat acht het hof onvoldoende voor de gevolgtrekking dat [verdachte] een en ander in de uitvoering van zijn last heeft gedaan. Verdachte dient daarom van dit feit te worden vrijgesproken.

6.6

Actieve niet ambtelijke omkoping (feit 11)
Aan verdachte is onder feit 11 ten laste gelegd dat hij [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] en
[medeverdachte 3] omkocht met geld dat hij ontving van [betrokkene 2] , [betrokkene 4] en [betrokkene 3]

Het hof is voor dit feit eveneens van oordeel dat [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] weliswaar werkzaam waren voor SNSPF en de in de tenlastelegging genoemde bedragen hebben ontvangen, maar dat zij dat niet deden in de uitvoering van hun last. Van geen van de genoemde personen is gebleken dat zij enige bemoeienis hadden met het inhuren van externen. Het enige wat zij gedaan hebben is het in contact brengen van [betrokkene 2] , [betrokkene 4] en [betrokkene 3] met medeverdachte [medeverdachte 5] , c.q. [verdachte] . Via [medeverdachte 5] en [verdachte] zijn [betrokkene 2] , [betrokkene 4] en [betrokkene 3] in contact gekomen met [medeverdachte 1] van SNSPF. Verder hadden zij geen enkele bemoeienis met het inhuren van [betrokkene 2] , [betrokkene 4] en [betrokkene 3] . Verdachte dient daarom van dit feit te worden vrijgesproken.

7 Overweging met betrekking tot het bewijs voor de overige feiten

7.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen te verklaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak van alle feiten bepleit.

7.3

Het oordeel van het hof

7.3.1.

Voorafgaande opmerkingen

De verdediging heeft in de door hen gevoerde verweren nadruk gelegd op de ereschuld die tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] zou bestaan en heeft uitvoerig betoogd waarom het begrip lasthebber niet op [verdachte] en [medeverdachte 1] van toepassing zou zijn. Het hof overweegt hierover als volgt.

7.3.2.

Ereschuld.1


De verdediging heeft aangevoerd dat de betalingen die door [verdachte] aan [medeverdachte 1] werden gedaan zagen op een ereschuld. Deze ereschuld zou zijn ontstaan voordat [medeverdachte 1] en [verdachte] bij SNSPF werkzaam waren en de betalingen zouden dan ook geen betrekking hebben op hun relatie bij SNSPF.

[medeverdachte 1] heeft aangevoerd dat hij [verdachte] in de jaren 2006 tot en met 2009 heeft bijgestaan bij zijn ondernemingen [bedrijf 9] en (later) [bedrijf 10] . [medeverdachte 1] heeft de financierings-, kapitaal- en corporate governance structuur van [bedrijf 9] vormgegeven en andere financiers voor [bedrijf 9] aangetrokken en is intensief betrokken geweest bij de verkoop van [bedrijf 9] aan [bedrijf 11] . Daarnaast heeft [medeverdachte 1] twee commissariaten in de houdstermaatschappijen van [bedrijf 9] en [bedrijf 10] vervuld. Omdat [bedrijf 9] en [bedrijf 10] zogenaamde startups waren, waren er geen financiële middelen om [medeverdachte 1] voor zijn werkzaamheden te betalen. Daarom heeft [verdachte] in juli 2010 aangeboden om tijdelijk een gedeelte van zijn inkomsten van SNSPF af te staan aan [medeverdachte 1] ter aflossing van zijn “ereschuld”.

7.3.2.1 Overweging hof

Op 21 november 2010 stuurt [medeverdachte 1] de volgende mail aan [verdachte] :2

[voornaam verdachte] ,

Ik zit een beetje de admin te doen en wil even de volgende zaken afstemmen.
Ik stuur vanuit de nieuwe BV een nota voor ons gezamenlijk project voor een bedrag van 23262,50 ex btw (dit is tot en met october)
Tevens stuur ik twee nota's een vanuit salva 20.000 en een vanuit [bedrijf 2] .
Salva omschrijving ,slottermijn TT transactie en de [bedrijf 2] nota "corporate finance advies [bedrijf 10] ”.

Laat even weten of je het hier mee eens bent en of de bedragen qua berekening klopt!
Ik bel je tussen 7 en acht uur ergens of zie je mail wel eerder verschijnen.
Ik weet ook niet meer zeker hoever we prive bij zijn .

[voornaam medeverdachte 1] .

[verdachte] antwoord daar het volgende op:3

[voornaam medeverdachte 1] ,

Ben net thuis en er even in gedoken.

1ste is t/m oktober € 22.723,75 ex BTW (verschil met jouw is verdeling [betrokkene 4] / [betrokkene 3] denk ik)

rest is aug, sept okt. Totaal +/- 30k. Verdeling naar BV's up to you.

Ik bel je zo.

groet,

[voornaam verdachte]

Het hof leidt uit deze email af dat [medeverdachte 1] en [verdachte] op 21 november 2010 reeds samen de betalingen van de “Groningers” (zoals [betrokkene 4] en [betrokkene 3] ) aan het verrekenen waren, hetgeen niet aansluit bij de verklaringen dat het om een ereschuld zou gaan.

In het zesde verhoor verklaart [verdachte] dat hij in het kader van de “ereschuld” nooit met [medeverdachte 1] over concrete bedragen heeft gesproken. Het initiatief tot betalen en stoppen lag bij hem. Ook hebben zij geen aflossingsschema afgesproken.4

Voorts wordt [verdachte] geconfronteerd met het feit dat de navolgende bedragen aan zijn vennootschappen zijn gefactureerd door [medeverdachte 1] :
aan [bedrijf 12] € 321.559,--

aan [bedrijf 13] € 159.000, --

aan [bedrijf 14] € 52.916,32

aan [bedrijf 6] € 55.112,35 +

Totaalbedrag € 618.587,67.

[verdachte] heeft daarover verklaard dat het wel heel veel geld is en dat hij het op enig moment wel genoeg vond. Hij wist niet hoe hoog het bedrag toen was.5

Tegenover de FIOD heeft [medeverdachte 1] verklaard dat de betalingen van [verdachte] aan hem tweeledig waren. Op 19 maart 2013 heeft [medeverdachte 1] verklaard dat een deel van deze betalingen zag op een nivelleringsfee.6 In de schriftelijke verklaring van 21 maart 2013, die [medeverdachte 1] samen met zijn raadsman heeft opgesteld, verklaart [medeverdachte 1] : “De achtergrond van deze kickback is tweeledig.7 Enerzijds dat [verdachte] dit bedrag mij gunde omdat hij zijn job via mij had gekregen, anderzijds omdat ik hem actief adviseerde over zijn ondernemingen [bedrijf 10] en [bedrijf 9] .

Het hof stelt vast dat [medeverdachte 1] pas na zijn invrijheidstelling - en nadat hij kennis heeft kunnen nemen van onder meer de verklaringen van [verdachte] - verklaart dat de betalingen van [verdachte] geheel zagen op de ereschuld die tussen hen bestond.

Daarnaast stelt het hof vast dat niet alleen over de reden van de betalingen verschillend wordt verklaard door [medeverdachte 1] en [verdachte] maar ook over de hoogte van de ereschuld wordt niet gelijkluidend verklaard. In eerste instantie verklaart [medeverdachte 1] weinig concreet; volgens hem ziet een deel van de betalingen op het feit dat hij “misschien nog wel iets te goed had van [verdachte] ”. [verdachte] vond de genoemde “ereschuld” eindig. Hij had een bedrag in zijn hoofd. [verdachte] heeft aangegeven dat hij niet meer precies weet hoe hoog dat bedrag was, ergens tussen de € 200.000 en € 400.000. 8[medeverdachte 1] verklaart eerst dat hij niet weet hoe hoog de schuld van [verdachte] aan hem is. Later verklaart [medeverdachte 1] - op 27 augustus 2014, dus zo’n anderhalf jaar na zijn voorlopige hechtenis - dat de ereschuld ziet op een bedrag van ongeveer € 600.0009

Het hof stelt voorop dat het niet twijfelt aan het feit dat [medeverdachte 1] de door hem gestelde werkzaamheden, waaronder het bemiddelen bij het aantrekken van kapitaal, heeft verricht ten behoeve van [bedrijf 9] en [bedrijf 10] . Dat is ook de reden dat het hof niet is overgegaan tot het horen van getuigen op dit punt. Niet onderbouwd is dat de getuigen iets kunnen zeggen over afspraken tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] op dit punt, hooguit zouden zij iets kunnen zeggen over de voor dergelijke werkzaamheden gebruikelijke vergoedingen.

Allereerst is het al opmerkelijk dat [verdachte] in verband met [bedrijf 9] stelt een ereschuld aan [medeverdachte 1] te hebben. Zowel [verdachte] als [medeverdachte 1] bezaten al snel na de kapitaaluitbreiding bij [bedrijf 9] slechts een zeer gering aandeel in het kapitaal van [bedrijf 9] . Door een derde zou in totaal (in tranches) ongeveer 17 miljoen euro aan kapitaal zijn ingebracht. Er is slechts één provisienota van [medeverdachte 1] (dan wel één zijner vennootschappen) voor het aantrekken van kapitaal aangetroffen en die was gericht aan [bedrijf 9] . Het is het hof niet duidelijk waarom [verdachte] (of zelfs een aan hem gelieerde vennootschap) gehouden zou zijn uit eigen zak de provisie aan [medeverdachte 1] (laat staan aan een aan [medeverdachte 1] gelieerde vennootschap die niets met de kapitaalbemiddeling te maken had) te betalen.

Het hof vindt het daarnaast opmerkelijk dat van deze ereschuld niets schriftelijk is vastgelegd. Zo is de hoogte van het bedrag dat [verdachte] aan [medeverdachte 1] verschuldigd niet vastgelegd, hetgeen opvallend is gelet op de concrete werkzaamheden die aan de schuld van [verdachte] ten grondslag zouden liggen. Dit is nog opmerkelijker nu [medeverdachte 1] en [verdachte] beiden verschillend verklaren over de hoogte van de schuld, maar tussen hen niet is afgesproken welk bedrag zou worden afbetaald en hoelang [verdachte] door zou moeten gaan met het afbetalen van de schuld. [verdachte] heeft gesteld dat hij stopte met betalen aan [medeverdachte 1] omdat hij het bedrag dat hij betaald had wel genoeg vond.

Ook de getuigen die over dit onderwerp zijn gehoord hebben verklaard niets te weten over het bestaan van een ereschuld tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] . Zelfs de medewerkers van de accountantskantoor [naam] hebben pas in maart 2013 (dus ná de aanhouding van [medeverdachte 1] ) voor het eerst van het bestaan van deze ereschuld gehoord.

Gelet op het feit dat [medeverdachte 1] en [verdachte] in november 2010 reeds samen bespraken hoe de betalingen van de “Groningers” moesten worden verdeeld, de wisselende verklaringen over de hoogte van de ereschuld en het ontbreken van ook maar enige objectieve ondersteuning voor het bestaan van die ereschuld, is het hof van oordeel dat een begin van aannemelijkheid voor het bestaan van een ereschuld niet is aangetroffen. Het hiertoe strekkende verweer wordt daarom verworpen.

Daarbij komt - ten overvloede - het volgende: indien er al sprake zou zijn van een ereschuld, dan staat dat nog niet in de weg aan het oordeel dat de door [verdachte] aan [medeverdachte 1] verrichte betalingen door [medeverdachte 1] zijn aangenomen “naar aanleiding van hetgeen hij in strijd met zijn plicht in zijn betrekking of bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten” In dit verband is het van belang dat er een duidelijke relatie is tussen het aantal uren dat een externe voor SNSPF werkt en het bedrag dat [medeverdachte 1] ontvangt. De bewering van [medeverdachte 1] dat hij aan [verdachte] overliet wat hij (zogenaamd ter delging van de ereschuld) aan [verdachte] kon factureren, is volstrekt ongeloofwaardig gezien de hierboven aangehaalde emailwisseling.

7.4

Nadere bewijsoverwegingen

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het overig ten laste gelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof kan zich vinden in de navolgende overwegingen die de rechtbank in haar vonnis met betrekking tot het bewijs heeft opgenomen en hieronder cursief zijn weergegeven. Het hof neemt die overwegingen over en maakt die tot de zijne.

7.5

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

"Niveau 1: (…)

[medeverdachte 1] en SNSPF
[medeverdachte 1] is sinds de oprichting in 2006 enig aandeelhouder van [bedrijf 4] 10 welke vennootschap enig aandeelhoudster is van [bedrijf 3] sinds de oprichting in 2006 11 en van [bedrijf 2] sinds de oprichting op 21 september 2010 12 (hierna respectievelijk: [bedrijf 4] , [bedrijf 3] en [bedrijf 2] ). De vennootschappen zijn zowel statutair als feitelijk gevestigd te Hilversum, met uitzondering van [bedrijf 2] dat feitelijk gevestigd is in Utrecht. [medeverdachte 1] is bestuurder van de drie vennootschappen.

Op 25 juni 2009 sluiten SNS Property Finance BV (hierna: SNSPF), [bedrijf 15] en [bedrijf 3] , vertegenwoordigd door [medeverdachte 1] , een overeenkomst tot opdracht waarbij [medeverdachte 1] wordt aangesteld als directieadviseur. 13 Bij addendum van 27 oktober 2011 is het contract verlengd en [medeverdachte 1] aangesteld als “Lid van de Directie, Chief Restructuring Officer” (CRO). 14

Introductie externen
[medeverdachte 1] was als externe medewerker werkzaam op de afdeling Restructuring & Recovery van SNSPF en heeft na zijn aanstelling meerdere andere externe medewerkers geïntroduceerd uit zijn eigen netwerk, te weten onder meer:

  • -

    [betrokkene 5] ,

  • -

    [betrokkene 6] ,

  • -

    [verdachte] ,

  • -

    [medeverdachte 6] (hierna: [medeverdachte 6] ) en

  • -

    [betrokkene 7] . 15

[medeverdachte 1] bevestigt voornoemde externen uit zijn eigen netwerk te hebben aangedragen bij SNSPF. 16 Ten aanzien van [betrokkene 6] 17 , [verdachte] 18 , [medeverdachte 6] 19 en [betrokkene 7] 20 heeft [medeverdachte 1] de tarieven en contracturen bepaald. [medeverdachte 1] heeft alle eerste en aanvullende overeenkomsten van opdracht medeondertekend. 21

[verdachte]

heeft verklaard dat de [naam holding 1] -vennootschappen van hem zijn. 22 [bedrijf 16] (hierna: [bedrijf 16] ) is enig aandeelhoudster en bestuurster van [bedrijf 13] (hierna: [bedrijf 13] ). 23 is bestuurder van [bedrijf 13] . Verder is [verdachte] bestuurder van de vennootschap [bedrijf 14] (hierna: [bedrijf 14] ). [bedrijf 16] , [bedrijf 13] en [bedrijf 14] zijn alle gevestigd op het adres in [plaats] waar [verdachte] woonachtig is. 24

[verdachte] heeft verklaard dat hij in februari/maart 2010 is benaderd door [medeverdachte 1] om bij SNSPF te komen werken. [verdachte] is door [medeverdachte 1] aangenomen en heeft met hem de arbeidsvoorwaarden besproken. 25 Achtereenvolgens zijn door [verdachte] en zijn vennootschappen de volgende overeenkomsten van opdracht afgesloten met SNSPF:

- een contract tussen [bedrijf 14] en SNSPF, ingaande op 15 maart 2010;

- een contract tussen [bedrijf 13] en SNSPF, ingaande op 1 september 2010;

- een contract tussen [bedrijf 13] en SNSPF, ingaande op 1 september 2011.

Alle contracten zijn mede ondertekend door [medeverdachte 1] . 26 [medeverdachte 1] bepaalde ook het tarief en het aantal te werken uren. 27

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op enig moment de afspraak met [verdachte] heeft gemaakt dat [verdachte] hem een bedrag zou betalen. [medeverdachte 1] vermoedt dat dat € 50,- per door [verdachte] gewerkt uur was. De motivering van [Medeverdachte 1 zijn] verzoek was dat hij feitelijk minder verdiende dan [verdachte] ; deze geldstroom is dus ontstaan uit nivellering. 28 [verdachte] gunde [medeverdachte 1] deze betalingen ook omdat hij zijn baan via [medeverdachte 1] had gekregen. 29

[verdachte] heeft verklaard dat hij [medeverdachte 1] heeft aangeboden om een deel van zijn inkomsten van SNSPF aan hem af te staan. [medeverdachte 1] factureerde hiertoe per kwartaal met name aan het bedrijf van [verdachte] dat op dat moment een relatie had met SNS. 30 De bewustwording dat hij bij SNSPF meer verdiende dan [medeverdachte 1] , een paar maanden na aanvang van zijn werkzaamheden, was voor [verdachte] de trigger. 31

Zowel [medeverdachte 1] 32 als [verdachte] 33 verklaren dat zij deze afspraak niet hebben gemeld aan SNSPF.

[bedrijf 2] heeft in de periode van 28 februari 2011 tot en met 30 april 2012 voor een bedrag van in totaal € 142.500,- (exclusief btw) gefactureerd aan [bedrijf 13] en [bedrijf 16] . Dit bedrag is in de periode van 22 februari 2011 tot en met 4 juni 2012 voldaan, te weten een bedrag van € 116.500,- door [bedrijf 13] en een bedrag van € 26.000,- door [bedrijf 16] . 34

[verdachte] verklaart dat er nooit werkzaamheden van [medeverdachte 1] zijn geweest die betrekking hebben op de periode zoals genoemd in de facturen. 35 Alle van [bedrijf 2] ontvangen facturen zijn verwerkt in de administratie. 36

Niveau 2: (…)

[verdachte]
is sinds 2005 enig aandeelhouder 37 en bestuurder 38 van [bedrijf 6] ,

welke vennootschap enig aandeelhoudster en bestuurster is van [bedrijf 7] 39 , beide gevestigd te Haren (hierna respectievelijk: [bedrijf 6] en [bedrijf 7] ).

[bedrijf 12] (hierna: [bedrijf 12] ) is op verzoek van [verdachte] opgericht eind 2010/begin 2011. [bedrijf 12] is gevestigd te Curaçao 40 en [verdachte] is gemachtigd tot de bankrekeningen van [bedrijf 12] . 41

[verdachte] is vanaf maart 2010 werkzaam geweest bij SNSPF en op interim basis belast met het aansturen van nationale en internationale equity participaties van SNSPF alsmede het behandelen van andere door de directie van SNSPF te bepalen dossiers, hetgeen met zich mee kan brengen dat (tijdelijk) een functie als bestuurder of commissaris dient te worden vervuld. 42 [verdachte] noemt zichzelf interim-manager. 43

Introductie en betalingen externen

Nadat hij [verdachte] had aangenomen is [medeverdachte 4] aangenomen bij SNS via [verdachte] , aldus [medeverdachte 1] . 44 Vervolgens zijn toen nog een aantal mensen aangebracht waaronder [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [betrokkene 4] , [betrokkene 3] en [betrokkene 2] . [verdachte] heeft met deze mensen gesprekken gevoerd. 45 [medeverdachte 4] werd als eerste medio 2010 aangenomen. 46 [medeverdachte 5] heeft verklaard dat een aantal van deze mensen via hem bij SNSPF is gaan werken. 47

In het bij [verdachte] aangetroffen excelbestand genaamd “detachering” 48 zijn werkbladen opgenomen met de namen: [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] en [naam] . Dit zijn voornamen van medewerkers van SNSPF (de rechtbank begrijpt respectievelijk: [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [betrokkene 2] en [betrokkene 1] ). Over de periode augustus 2010 tot en met december 2012 is per persoon vermeld:

- hoeveel uur de medewerker bij SNSPF heeft gewerkt;

- hoeveel vergoeding deze medewerker bij SNSPF heeft gedeclareerd;

- hoeveel [verdachte] bij deze medewerker declareerde en

- hoe deze declaratie verdeeld werd tussen: [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] . 49

Volgens [verdachte] betreft dit zijn administratie van deze groep; hij hield dit overzicht maandelijks bij. 50 De bedragen die op dit spreadsheet staan, komen overeen met de afspraken die hij met de betreffende mensen heeft gemaakt. 51 De facturen die [verdachte] voor het verkrijgen van deze vergoedingen stuurde voegde hij ook in de administratie van zijn eigen vennootschappen. 52 Als mensen anderen aanbrachten kregen zij een deel van die fee. 53 [verdachte] heeft verklaard dat hij het zich niet kan voorstellen dat de mensen van deze groep -zoals genoemd op het overzicht- niet wisten dat de fee werd verdeeld over meerdere personen. 54 Hij heeft [medeverdachte 1] verteld over deze afspraken en het betalen van de bemiddelingsfees. [medeverdachte 1] wist dat een gedeelte van hun uurtarief naar [verdachte] ging. 55 [verdachte] heeft [medeverdachte 1] hierover ingelicht enkele maanden nadat de eerste van die groep, [medeverdachte 4] , was aangenomen. 56

[medeverdachte 1] en [verdachte] hebben afgesproken dat [verdachte] een gedeelte van deze fees betaalde aan [medeverdachte 1] ; dit was ongeveer 50% van de bemiddelingsfee die [verdachte] overhield na verrekening van de ontvangsten met anderen. [medeverdachte 1] factureerde vanuit zijn vennootschappen. Dit liep vanaf augustus/september 2010 tot en met het eerste kwartaal van 2012. [verdachte] heeft hierover, buiten [medeverdachte 1] , niemand binnen SNSPF ingelicht. 57 De omschrijving op de facturen van [medeverdachte 1] aan [verdachte] , te weten “honorering advisering [bepaald kwartaal]” klopt niet volgens [verdachte] . 58

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij in het vierde kwartaal van 2010 wist dat [verdachte] afspraken had gemaakt met andere externen en betalingen van hen ontving. 59 Ook vond er een aantal verrekeningen plaats met andere mensen, waaronder [medeverdachte 5] . [medeverdachte 1] vermoedt dat [verdachte] hem op de hoogte heeft gebracht van de omstandigheid dat ook [medeverdachte 4] betalingen ontving. 60 Hij heeft met [verdachte] afgesproken dat [verdachte] een deel van de door hem ontvangen betalingen aan hem doorbetaalde 61 , zijnde de helft van wat [verdachte] overhield na verrekeningen. Die betalingen zijn via [bedrijf 12] verlopen. 62 Alle betaalde facturen zijn verwerkt in de administratie van [bedrijf 2] . 63 [medeverdachte 1] heeft de betalingen niet gemeld bij SNS. 64

In de periode van 30 november 2010 tot en met 30 april 2012 is door [bedrijf 2] een totaalbedrag van € 374.661,50 (exclusief btw) gefactureerd aan [bedrijf 6] en [bedrijf 12] . Deze facturen zijn in de periode van 30 december 2010 tot en met 4 juli 2012 voldaan, te weten een bedrag van € 53.062,50 door [bedrijf 6] en een bedrag van € 321.599,- door [bedrijf 12] . 65 Hoewel door [bedrijf 12] voornoemd bedrag is overgemaakt, is door [bedrijf 2] maar € 321.514,- ontvangen. 66 In totaal is door [bedrijf 2] dus een bedrag van € 374.576,50 ontvangen. Een aantal hiertoe opgemaakte facturen is opgesteld onder de naam “ [bedrijf 2] ” in plaats van “ [bedrijf 2] ” waarbij wordt verwezen naar het KvK-nummer [nummer] en btw-nummer [nummer] van [bedrijf 2] . 67

[medeverdachte 4]

verklaart dat hij directeur-grootaandeelhouder is van de vennootschap [bedrijf 17] . Via de werkmaatschappij van deze vennootschap, [bedrijf 8] (hierna: [bedrijf 8] ), is [medeverdachte 4] werkzaam geweest bij SNSPF. Binnen [bedrijf 8] is sprake van een tweetal activiteiten: het aangaan van een contract met SNSPF en het ontvangen van betalingen van een persoon die door [medeverdachte 4] bij [verdachte] is aangebracht. 68 heeft verklaard dat hij feitelijk leidinggevende is bij [bedrijf 8] . 69 [bedrijf 8] is gevestigd op het woonadres van [medeverdachte 4] in [plaats] . 70

De werkzaamheden die [medeverdachte 4] voor SNSPF heeft verricht vloeien voort uit een overeenkomst van opdracht van juli 2010 tussen SNSPF en [bedrijf 8] . Op 30 september 2011 is een aanvullende overeenkomst gesloten voor de duur van 16 maanden, ingaande op 1 september 2011. Beide overeenkomsten zijn ondertekend door [medeverdachte 1] . 71 In de eerste overeenkomst staan de werkzaamheden van [medeverdachte 4] als volgt beschreven: het op restructuring- en recoverygebied begeleiden van een aantal nationale en internationale relatiecomplexen en aanverwante werkzaamheden. 72

[medeverdachte 4] heeft tussen mei en juli 2010 contact gezocht met [verdachte] . [verdachte] heeft hem gevraagd of hij geïnteresseerd was in een functie bij SNSPF. [verdachte] gaf aan dat hij [medeverdachte 4] zou introduceren bij [medeverdachte 1] als [medeverdachte 4] in deze functie geïnteresseerd was. Nadat [medeverdachte 4] zijn cv had opgestuurd, kreeg hij een gesprek met [medeverdachte 1] . 73 [medeverdachte 4] heeft met [medeverdachte 1] gesproken over het uurloon, daar waren geen andere mensen bij aanwezig. Na het gesprek met [medeverdachte 1] heeft [medeverdachte 4] gebeld met [verdachte] om hem te bedanken voor de introductie. [verdachte] vroeg hem daarop een vergoeding van € 50,- per door [medeverdachte 4] gewerkt uur bij SNSPF. In eerste instantie wilde [medeverdachte 4] niet op dit verzoek ingaan, maar omdat hij het geboden tarief van € 225,- veel geld vond en hij er erg blij mee was, is hij er uiteindelijk mee akkoord gegaan om € 50,- per gewerkt uur aan [verdachte] te betalen. [medeverdachte 4] verklaart dat hij verrast was door het verzoek van [verdachte] , omdat hij wist dat [verdachte] geen detacheringsbureau had. [verdachte] stelde voor dat [medeverdachte 4] zijn facturen voor SNSPF aan hem stuurde, zodat [verdachte] kon zien hoeveel uren [medeverdachte 4] had gewerkt. 74 Op de facturen van [verdachte] , die [medeverdachte 4] ontving, stond steeds de omschrijving “advies”. [medeverdachte 4] verklaart daarover dat het in feite ging om bemiddelingsfee, en dat de omschrijving op de factuur -achteraf gezien- dus niet goed is geweest. 75

[verdachte] verklaart dat hij enkele maanden na de afspraak met [medeverdachte 4] [medeverdachte 1] van deze afspraak op de hoogte heeft gebracht. Verder heeft [verdachte] dit aan niemand binnen SNS verteld. 76

[bedrijf 6] en [bedrijf 7] hebben in de periode van 5 oktober 2010 tot en met 31 december 2012 voor in totaal € 228.450,- (exclusief btw) gefactureerd aan [bedrijf 8] . Deze facturen zijn door [bedrijf 8] in de periode van 10 november 2010 tot en met 14 januari 2013 voldaan. 77

Uit het excelbestand dat bij [verdachte] is aangetroffen, blijkt dat van de € 50,- die [medeverdachte 4] per gewerkt uur afdroeg aan [verdachte] € 25,- werd doorbetaald aan [medeverdachte 1] . 78

[medeverdachte 4] verklaart dat [verdachte] hem op enig moment heeft gevraagd of hij nog ervaren mensen kende. [verdachte] wist van [medeverdachte 4] dat hij problemen had met het betalen van € 50,- per uur, daarom was [verdachte] bereid [medeverdachte 4] € 25,- per uur te betalen voor mensen die hij aanbracht. 79 [medeverdachte 4] heeft [betrokkene 2] geïntroduceerd bij [verdachte] . [betrokkene 2] is in december 2010 met zijn werkzaamheden begonnen. [medeverdachte 4] heeft lang getwijfeld of hij de € 25,- voor de uren van [betrokkene 2] wel moest factureren. Uiteindelijk heeft hij dat in mei 2011 wel gedaan. De facturatie heeft ook met terugwerkende kracht plaatsgevonden. [medeverdachte 4] heeft dit niet aan [betrokkene 2] verteld. Ook heeft [medeverdachte 4] niet aan zijn opdrachtgever aangegeven dat hij deze vergoeding ontving. 80 De facturen van [betrokkene 2] werden door [verdachte] doorgestuurd aan [medeverdachte 4] . Op basis van deze facturen werden door [medeverdachte 4] facturen opgesteld en aan [verdachte] gestuurd. 81 [medeverdachte 4] heeft deze facturen namens zijn bedrijf [bedrijf 8] opgesteld. 82

[bedrijf 8] heeft in de periode van 1 januari 2010 tot en met 30 september 2012 voor in totaal € 82.475,- gefactureerd aan [bedrijf 6] en [bedrijf 7] . Deze facturen zijn in de periode van 24 juli 2011 tot en met 16 oktober 2012 voldaan. 83 [medeverdachte 4] verklaart dat dit geld onder andere is gebruikt voor het betalen van facturen. 84

[betrokkene 2]
heeft verklaard dat [bedrijf 18] (hierna: [bedrijf 18] ) zijn persoonlijke holding is. 85 [bedrijf 18] is gevestigd in [plaats] . 86 [bedrijf 18] heeft 50 procent van de aandelen van [bedrijf 19] is in 2008 door [betrokkene 2] samen met zijn zwager [betrokkene 1] opgericht. 87

De werkzaamheden die [betrokkene 2] voor SNSPF heeft verricht vloeien voort uit een overeenkomst van opdracht van 14 december 2010 tussen SNSPF en [bedrijf 18] . Vervolgens is een aanvullende overeenkomst gesloten voor de duur van 14 maanden, ingaande op 1 november 2011. Beide overeenkomsten zijn mede ondertekend door [medeverdachte 1] . 88

[betrokkene 2] heeft verklaard dat hij in november of december 2010 is benaderd door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] met de vraag of hij beschikbaar was voor een klus bij SNS. [betrokkene 2] heeft gezegd dat hij wel geïnteresseerd was en dat men onderling maar moest afstemmen wie hem zou introduceren bij SNS. Eén van hen zou [betrokkene 2] introduceren bij [verdachte] . Enkele dagen later werd [betrokkene 2] gebeld door [verdachte] en volgde er een gesprek in een hotel bij [plaats] . In dat gesprek vertelde [verdachte] dat hij zelf ook iets bij SNS deed. Verder is in dat gesprek het cv van [betrokkene 2] besproken. 89 Aan het einde van het gesprek gaf [verdachte] aan dat hij verwachtte dat [betrokkene 2] wel iets voor SNS zou kunnen betekenen. [verdachte] gaf verder aan dat, als [betrokkene 2] zou worden aangenomen, hij een aanbrengfee wilde ontvangen van een bepaald bedrag. [betrokkene 2] stemde hiermee in, maar gaf aan dat hij zelf wel minimaal € 150,- per uur wilde overhouden. [verdachte] heeft vervolgens aan [betrokkene 2] meegedeeld dat hij hem zou introduceren. Enkele dagen later werd [betrokkene 2] gebeld en is er een afspraak gemaakt met [medeverdachte 1] en [betrokkene 8] . 90 Een paar dagen na dit gesprek werd aan [betrokkene 2] telefonisch meegedeeld dat men hem een contract wilde aanbieden voor € 220,- per uur. [betrokkene 2] heeft hiermee ingestemd. [betrokkene 2] heeft vervolgens contact opgenomen met [verdachte] en meegedeeld dat [verdachte] € 70,- per uur zou ontvangen. 91 [betrokkene 2] verklaart dat hij zijn opdrachtgever niet op de hoogte heeft gesteld van het feit dat hij een deel van zijn vergoeding afdroeg. De facturen die [betrokkene 2] aan SNS stuurde gingen via [verdachte] . Zodoende was [verdachte] op de hoogte van het aantal uren dat door [betrokkene 2] werd gedeclareerd. 92

[verdachte] verklaart dat de afspraak met [betrokkene 2] alleen mondeling is overeengekomen. Op de vraag of [verdachte] mensen binnen SNSPF op de hoogte heeft gebracht van deze afspraak met [betrokkene 2] , antwoordt [verdachte] dat alleen [medeverdachte 1] ervan af wist. 93

Door [bedrijf 6] en [bedrijf 7] is in de periode van 19 januari 2011 tot en met 11 november 2012 in totaal een bedrag van € 255.255,- (exclusief btw) gefactureerd aan [bedrijf 18] . Deze facturen zijn in de periode van 26 januari 2011 tot en met 30 november 2012 door [bedrijf 18] voldaan. 94

Uit het excelbestand dat bij [verdachte] is aangetroffen, blijkt dat de € 70,- die door [betrokkene 2] aan [verdachte] werd betaald, als volgt werd verdeeld:

- [verdachte] : € 22,50;

- [medeverdachte 1] : € 22,50;

- [medeverdachte 4] : € 25,00. 95

[betrokkene 1]

verklaart dat hij samen met [betrokkene 2] [bedrijf 19] heeft opgezet. Ze waren tot de zomer van 2012 beiden 50 procent aandeelhouder van deze vennootschap, daarna zijn de aandelen van [betrokkene 2] overgenomen door [betrokkene 1] . Naast [bedrijf 19] heeft [betrokkene 1] een eigen holdingmaatschappij: [bedrijf 20] (hierna: [bedrijf 20] ). Deze rechtspersoon is de eigen pure holdingmaatschappij van [betrokkene 1] . 96 is de feitelijk leidinggevende van deze vennootschap. 97 [bedrijf 20] is gevestigd in [plaats] , op het woonadres van [betrokkene 1] . 98

De werkzaamheden die [betrokkene 1] voor SNSPF heeft verricht, vloeien voort uit een overeenkomst van opdracht welke op 20 april 2011 is gesloten tussen SNSPF en [bedrijf 20] . Vervolgens is op 17 oktober 2011 een aanvullende overeenkomst gesloten voor de duur van 16 maanden, ingaande op 1 september 2011. Beide overeenkomsten zijn mede ondertekend door [medeverdachte 1] . 99

[betrokkene 1] verklaart dat hij in april 2011 is benaderd door [verdachte] om voor SNSPF aan de slag te gaan. [betrokkene 1] heeft vervolgens een kennismakingsgesprek met [verdachte] gehad bij [verdachte] thuis. Na dit gesprek heeft [verdachte] [betrokkene 1] in contact gebracht met SNSPF en het cv van [betrokkene 1] voorgelegd aan [medeverdachte 1] . Vervolgens is er een afspraak gemaakt met [medeverdachte 1] . 100 In het gesprek met [medeverdachte 1] heeft [betrokkene 1] aangegeven dat hij het logisch zou vinden als hij hetzelfde uurtarief zou krijgen als [betrokkene 2] , namelijk € 220,-. [betrokkene 1] had van [betrokkene 2] begrepen dat er sprake was van een bemiddelingsfee en dat [betrokkene 2] 30 procent van zijn uurtarief afstond aan [verdachte] . 101 Ook aan [betrokkene 1] vroeg [verdachte] een bemiddelingsfee. Dat was omdat hij externen bij SNSPF aanbracht. [betrokkene 1] verklaart dat hij zonder [verdachte] niet met SNSPF in contact zou zijn gekomen. [betrokkene 1] kreeg per maand één factuur van [verdachte] . Daarop stond het aantal uren maal € 70,-. Op de facturen stond als omschrijving: adviesdiensten. Achteraf gezien zou het volgens [betrokkene 1] beter zijn geweest als daarop bemiddelingsfee had gestaan. De prestatie zag namelijk op de bemiddeling van [verdachte] tussen [betrokkene 1] en SNSPF. 102 [betrokkene 1] verklaart dat hij zijn opdrachtgever niet op de hoogte heeft gesteld van deze afdracht. 103

[verdachte] verklaart dat hij SNSPF niet op de hoogte heeft gebracht van de afspraak die hij had met [betrokkene 1] . 104 Alleen [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] en -naar [verdachte] aanneemt- [betrokkene 2] waren op de hoogte van deze afspraak. 105

Door [bedrijf 6] en [bedrijf 7] is in de periode van 16 juni 2011 tot en met 11 november 2012 in totaal een bedrag van € 184.940,- (exclusief btw) gefactureerd aan [bedrijf 20] . Deze facturen zijn in de periode van 1 juli 2011 tot en met 3 december 2012 door [bedrijf 20] voldaan. 106

Uit het excelbestand dat bij [verdachte] is aangetroffen, blijkt dat de € 70,- die door [betrokkene 1] aan [verdachte] werd betaald, als volgt werd verdeeld:

- [verdachte] : € 23,50;

- [medeverdachte 1] : € 23,25;

- [medeverdachte 5] : € 23,25. 107

[medeverdachte 3]

verklaart dat hij enig aandeelhouder en enig bestuurder is van de vennootschap [bedrijf 5] (hierna: [bedrijf 5] ). 108 [bedrijf 5] is gevestigd in [plaats] . 109

De werkzaamheden van [medeverdachte 3] voor SNSPF vloeien voort uit een overeenkomst van opdracht die door SNSPF met de vennootschap van [medeverdachte 3] , 110 in het contract aangeduid als [bedrijf 5] i.o., is gesloten op 11 september 2010. Op 16 oktober 2011 is een aanvullende overeenkomst gesloten tussen SNSPF en [bedrijf 5] voor de duur van 16 maanden, ingaande op 1 september 2011. De werkzaamheden bestaan volgens de overeenkomst uit het management van de nationale en internationale equity posities van SNSPF en alle daaruit voortvloeiende werkzaamheden. 111 Beide overeenkomsten zijn mede ondertekend door [medeverdachte 1] . 112

[medeverdachte 3] verklaart dat hij in augustus 2010 via [medeverdachte 5] in contact kwam met [verdachte] . 113 [medeverdachte 5] vroeg hem of hij wilde werken voor een financiële instelling. [medeverdachte 3] heeft daarop zijn cv naar [verdachte] gestuurd. 114 Vervolgens heeft [medeverdachte 5] meer dan een goed woordje voor [medeverdachte 3] gedaan bij [verdachte] . 115 Daarna heeft een gesprek plaatsgevonden met [medeverdachte 1] . Met [medeverdachte 1] heeft [medeverdachte 3] ook onderhandeld over de arbeidsvoorwaarden. Het uurtarief werd € 225,-. 116 In een gesprek met [medeverdachte 5] zijn [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] een fee overeengekomen van € 75,- per gewerkt uur. Op verzoek van [medeverdachte 5] is de betaling van de fee door een aan [verdachte] gelieerde vennootschap gefactureerd en is aan die vennootschap ook betaald. Dit was een expliciet verzoek van [medeverdachte 5] . [medeverdachte 3] stuurde elke maand zijn factuur op aan SNSPF. Vervolgens kreeg hij dan een factuur van [verdachte] , met daarop de omschrijving “declaratie betreffende adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 5] ” voor de betreffende maand. Het bedrag op de factuur kon [medeverdachte 3] herleiden tot de afspraak die met [medeverdachte 5] was gemaakt over de betaling van een fee. [medeverdachte 3] heeft deze facturen in zijn administratie bewaard. 117

Door [bedrijf 6] en [bedrijf 7] is in de periode van 25 oktober 2010 tot en met 17 januari 2013 voor een bedrag van in totaal € 276.787,50 (exclusief btw) gefactureerd aan [bedrijf 5] . Deze facturen zijn in de periode van 11 november 2010 tot en met 26 januari 2013 door [bedrijf 5] voldaan. 118

Uit het excelbestand dat bij [verdachte] is aangetroffen, blijkt dat de € 75,- die door [medeverdachte 3] aan de vennootschappen van [verdachte] werd betaald, als volgt werd verdeeld:

- [verdachte] : € 25,-;

- [medeverdachte 1] : € 25,-;

- [medeverdachte 5] : € 25,-. 119

[verdachte] verklaart dat hij binnen SNSPF, behalve aan [medeverdachte 1] , niemand iets heeft verteld over de betalingen die [medeverdachte 3] aan hem deed. 120 Verder verklaart [verdachte] dat hij binnen het project [naam] de functioneel leidinggevende was van [medeverdachte 3] . De omschrijving op de facturen, die aan [medeverdachte 3] gericht waren, had volgens [verdachte] anders moeten luiden, namelijk bemiddelingsfee. 121

[medeverdachte 3] verklaart dat via hem [betrokkene 4] en [betrokkene 3] zijn komen werken bij SNSPF. In een gesprek met [medeverdachte 5] -waar ook [medeverdachte 2] bij aanwezig was- heeft [medeverdachte 3] aangegeven dat hij het wel redelijk zou vinden dat zij voor het aanbrengen van deze medewerkers een correctie op hun te betalen fee zouden ontvangen. Ongeveer een week erna kwam [medeverdachte 5] hierop terug en stelde voor dat zij € 7,50 per persoon per medewerker zouden krijgen. [medeverdachte 3] heeft hiervoor correctiefacturen gestuurd aan [verdachte] met daarop dezelfde omschrijving als de facturen die hij van [verdachte] ontving: adviesdiensten. [medeverdachte 3] verklaart dat de omschrijving op de factuur niet correct was, maar dat hij bewust aansluiting heeft gezocht bij de facturen die door [verdachte] aan hem werden gestuurd. [medeverdachte 3] betaalde steeds het netto verschuldigde bedrag aan de vennootschap van [verdachte] . 122 Facturen voor [bedrijf 5] werden door [medeverdachte 3] opgemaakt. 123 De facturen die door [bedrijf 5] werden verzonden aan [bedrijf 6] en [bedrijf 7] zijn door [medeverdachte 3] verwerkt in de boekhouding van [bedrijf 5] . 124 Er is door [medeverdachte 3] geen melding gedaan bij zijn opdrachtgever SNS van het feit dat hij deze beloning ontving. 125

Door [bedrijf 5] is in de periode van 20 november 2010 tot en met 31 december 2012 een bedrag van in totaal € 45.900,16 (exclusief btw) gefactureerd aan [bedrijf 6] en [bedrijf 7] . 126 Daarvan is alleen de eerste factuur van € 798,75 (exclusief btw) door [bedrijf 6] op 29 november 2010 betaald. 127 De overige factuurbedragen zijn in de periode van 30 december 2010 tot en met 26 januari 2013 128 verrekend met de bedragen die [verdachte] aan [medeverdachte 3] in rekening bracht. 129 Van de betalingen op 1 november 2011 (over september 2011), 17 maart 2012 (over februari 2012) en 17 oktober 2012 (over september 2012) zijn geen onderliggende facturen aangetroffen. De factuurbedragen betroffen (kennelijk) respectievelijk € 1.983,87, € 1.586,25 en € 1.335,00 (alle exclusief btw). 130

[medeverdachte 2]
verklaart dat hij sinds 2009 zijn werkzaamheden uitvoert vanuit [bedrijf 21] (hierna: [bedrijf 21] ). 131 De bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 21] is [medeverdachte 2] . [bedrijf 21] is gevestigd in Groningen op het woonadres van [medeverdachte 2] . 132 [medeverdachte 2] verklaart dat hij feitelijk leidinggevende is van [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ). 133

De werkzaamheden die [medeverdachte 2] vanaf 20 september 2010 voor SNSPF heeft verricht, vloeien voort uit een overeenkomst van opdracht welke op 10 september 2010 is gesloten tussen SNSPF en [bedrijf 21] . Vervolgens is een aanvullende overeenkomst gesloten voor de duur van 16 maanden, ingaande op 1 september 2011. Beide overeenkomsten zijn mede ondertekend door [medeverdachte 1] . 134

[medeverdachte 2] verklaart dat hij in augustus 2010 via [medeverdachte 5] in contact is gekomen met [verdachte] . 135 [verdachte] heeft [medeverdachte 2] gebeld en aan hem meegedeeld om welke functie bij SNSPF het zou gaan en heeft hem gevraagd zijn cv te sturen. [medeverdachte 2] heeft vervolgens zijn cv aan [verdachte] gemaild. Daarna heeft [medeverdachte 2] een gesprek gehad met [medeverdachte 1] , waarin de werkzaamheden en het uurtarief zijn besproken. [medeverdachte 2] heeft met [medeverdachte 1] onderhandeld over de arbeidsvoorwaarden. Ongeveer twee weken later kreeg [medeverdachte 2] een concept contract met daarin een uurtarief van € 225,-. Met [medeverdachte 5] maakte [medeverdachte 2] de afspraak dat hij 30 procent (€ 75,-) per gewerkt uur zou afdragen aan [medeverdachte 5] . Op verzoek van [medeverdachte 5] werden de betalingen van deze afdracht gedaan via [verdachte] . 136

Door [bedrijf 6] en [bedrijf 7] is in de periode van 25 oktober 2010 tot en met 17 januari 2012 in totaal een bedrag van € 289.908,75 (exclusief btw) gefactureerd aan [bedrijf 21] . Deze facturen zijn in de periode van 12 november 2010 tot en met 27 januari 2013 door [bedrijf 21] voldaan. 137

Uit het excelbestand dat bij [verdachte] is aangetroffen, blijkt dat de € 75,- die door [medeverdachte 2] aan de vennootschappen van [verdachte] werd betaald, als volgt werd verdeeld:

- [verdachte] : € 25,-;

- [medeverdachte 1] : € 25,-;

- [medeverdachte 5] : € 25,-. 138

De omschrijving op de facturen, die aan [medeverdachte 2] gericht waren, had volgens [verdachte] anders moeten zijn, namelijk bemiddelingsfee. 139 [verdachte] verklaart dat hij binnen SNSPF, behalve aan [medeverdachte 1] , niemand iets heeft verteld over de betalingen die [medeverdachte 3] aan hem deed. 140 Over [medeverdachte 2] verklaart [verdachte] gelijkluidend. 141

[medeverdachte 2] verklaart dat [medeverdachte 3] op enig moment mensen heeft aangebracht bij [verdachte] . In een gesprek met [medeverdachte 5] heeft [medeverdachte 3] onderhandeld en een korting gekregen van € 15,- per door [betrokkene 4] en [betrokkene 3] gewerkt uur. Deze korting heeft [medeverdachte 3] met [medeverdachte 2] gedeeld. 142 In eerste instantie zou de fee worden verrekend met de fee die werd betaald. Op verzoek van [medeverdachte 5] is deze fee toch gefactureerd. De facturering van deze fee deed [medeverdachte 2] via [bedrijf 1] 143 De facturen werden door [medeverdachte 2] verwerkt in de administratie van [bedrijf 1] 144 [medeverdachte 2] wist hoeveel er gefactureerd moest worden, omdat [verdachte] de uren van [betrokkene 4] en [betrokkene 3] aan hem doorstuurde. De facturen maakte [medeverdachte 2] thuis in Groningen op of bij zijn ouders in Enschede. 145

Door [bedrijf 1] is in de periode van 25 november 2010 tot en met 25 november 2012 een bedrag van in totaal € 40.378,16 (exclusief btw) gefactureerd aan [bedrijf 6] en [bedrijf 7] . Deze facturen zijn in de periode van 3 december 2010 tot en met 16 december 2012 voldaan. 146

[betrokkene 3] en [betrokkene 4]

[betrokkene 3] verklaart dat hij in 2007 samen met [betrokkene 4] een bedrijf is begonnen: [bedrijf 22] (hierna: [bedrijf 22] ). De personal holding van [betrokkene 3] , waarvan hij directeur grootaandeelhouder is, is voor 50 procent aandeelhouder van [bedrijf 22] . [betrokkene 3] is tevens bestuurder van [bedrijf 22] . 147

[betrokkene 4] verklaart dat hij 100 procent eigenaar is van [naam holding 2] . Deze holding is 50 procent eigenaar van [bedrijf 22] . 148

De werkzaamheden die [betrokkene 3] vanaf 1 oktober 2010 voor SNSPF heeft verricht, vloeien voort uit een overeenkomst van opdracht welke is gesloten tussen SNSPF en [bedrijf 22] . Vervolgens is een aanvullende overeenkomst gesloten voor de duur van 16 maanden, ingaande op 1 september 2011. Beide overeenkomsten zijn mede ondertekend door [medeverdachte 1] . 149

[betrokkene 4] heeft vanaf 1 oktober 2010 voor SNSPF werkzaamheden verricht op grond van een overeenkomst van opdracht tussen SNSPF en [bedrijf 22] . Ook met [betrokkene 4] is een aanvullende overeenkomst gesloten voor de duur van 16 maanden, ingaande op 1 september 2011. Ook deze overeenkomsten zijn beide mede ondertekend door [medeverdachte 1] . 150

[betrokkene 3] verklaart dat hij via [medeverdachte 3] in contact is gekomen met [verdachte] . Als zij (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 3] en [betrokkene 4] ) aangenomen zouden worden bij SNSPF, dan wilde [verdachte] daarvoor een vergoeding van 30 procent van hun uurloon. Uiteindelijk stelde [betrokkene 3] facturen op voor SNSPF van de gewerkte uren van [betrokkene 3] en [betrokkene 4] . Op basis van die gewerkte uren ontvingen zij van [verdachte] een factuur waarop hij 30 procent in rekening bracht. De facturen van [verdachte] waren afkomstig van [bedrijf 6] . 151 [verdachte] gaf aan dat hij liever niet wilde dat deze afspraak bekend werd. 152 Er zijn volgens [betrokkene 3] door [verdachte] geen andere diensten of adviezen gegeven door [verdachte] . Alle facturen die hij stuurde hadden betrekking op de introductie bij SNS. 153

[betrokkene 4] verklaart dat hij via [betrokkene 3] in contact is gekomen met [verdachte] . Uiteindelijk heeft een gesprek plaatsgevonden met [medeverdachte 1] , waarin een bandbreedte is genoemd van het uurtarief. Later zijn de contracten toegestuurd, waarin een vergoeding stond van € 225,- per uur. 154 Op de facturen van [verdachte] stond “adviesdiensten”. Er hebben niet daadwerkelijk adviesdiensten plaatsgevonden, [verdachte] heeft alleen de introductie van [betrokkene 4] en [betrokkene 3] bij SNSPF verricht. 155

[verdachte] verklaart dat SNSPF niet op de hoogte was van de vergoeding die hij ontving van [betrokkene 3] en [betrokkene 4] . [verdachte] heeft alleen [medeverdachte 1] verteld dat hij deze vergoeding ontving. Daarnaast waren [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op de hoogte van de afspraak tussen [verdachte] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] . 156

Door [bedrijf 6] en [bedrijf 7] is in de periode van 17 november 2010 tot en met 16 december 2012 in totaal een bedrag aan € 175.987,50 (exclusief btw) gefactureerd aan [bedrijf 22] , met als omschrijving “Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 22] B.V. - dhr. [betrokkene 3] ”. Deze facturen zijn in de periode van 29 november 2010 tot en met 30 januari 2013 voldaan. Verder zijn door [bedrijf 6] en [bedrijf 7] in de periode van 17 november 2010 tot en met 17 januari 2013 facturen gestuurd voor een totaalbedrag van € 282.862,50 (exclusief btw) naar [bedrijf 22] , met de omschrijving “Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 22] B.V. - dhr. H. [betrokkene 4] ”. Deze facturen zijn in de periode van 3 december 2010 tot en met 30 januari 2013 voldaan. 157

Bestemming ontvangsten
[verdachte] heeft via zijn vennootschappen in de periode van 10 november 2010 tot en met 30 januari 2013 voornoemde gefactureerde betalingen ontvangen van de vennootschappen [bedrijf 20] , [bedrijf 18] , [bedrijf 8] , [bedrijf 22] , [bedrijf 21] en [bedrijf 5] . 158

Een deel hiervan, te weten een bedrag van € 1.074.013,- (inclusief btw), is ontvangen op de rekening van [bedrijf 6] . 159 Bij aanvang van voornoemde periode is het saldo op deze rekening € 20.037,56. Na afloop van deze periode is het saldo op deze rekening € 12.037,41. Nagenoeg alle inkomsten die op deze rekening zijn binnengekomen, waaronder voornoemde betalingen, zijn gedurende deze periode weer van de rekening afgeschreven. 160

Vanaf de rekening van [bedrijf 6] worden in de genoemde periode onder meer overboekingen verricht ten behoeve van “Huur [adres] ” voor een totaalbedrag van € 35.100,- en aan de Belastingdienst voor een totaalbedrag van € 28.006,. 161

Het resterende deel, te weten een bedrag van € 946.507,- (inclusief btw), is ontvangen op de rekening van [bedrijf 7] vanaf de opening van deze rekening op 24 januari 2012. 162 Bij aanvang van de periode bedraagt het saldo van deze rekening nihil. Na afloop van voornoemde periode is het saldo op deze rekening € 45,83. Nagenoeg alle inkomsten die op deze rekening zijn binnengekomen, waaronder voornoemde betalingen, zijn gedurende deze periode weer van de rekening afgeschreven. 163

Vanaf de rekening van [bedrijf 7] worden in de genoemde periode onder meer overboekingen verricht aan de Belastingdienst voor een totaalbedrag van € 104.887,-. 164

Correspondentie [verdachte] en [medeverdachte 1]
Tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] vindt op 21 november 2010 de volgende emailcorrespondentie plaats. 165

[medeverdachte 1] aan [verdachte] :

Ik zit een beetje de admin te doen en wil even de volgende zaken afstemmen; Ik stuur vanuit de nieuwe Bv een nota voor ons gezamenlijke project (voorloper [bedrijf 12] ) voor een bedrag van 23262,50 ex btw (dit is tot en met october). Tevens stuur ik twee nota’s een vanuit salva 20.000 en een vanuit [bedrijf 2] . (…) Laat even weten of je het hier mee eens bent en of de bedragen qua berekening klopt! (…)

[verdachte] aan [medeverdachte 1] :

1ste is t/m oktober 22.723,75 ex BTW (verschil met jouw is verdeling [betrokkene 4] / [betrokkene 3] denk ik) (…)

In reactie op een e-mail van [betrokkene 4] en [betrokkene 3] stuurt [verdachte] op 18 december 2012 het volgende bericht: 166

Jullie hebben kennelijk niet begrepen (of willen niet begrijpen) hoe de contractverlengingen tot stand gekomen zijn; dat is echt niet zomaar op initiatief

van SNSPF. (…) Toch is er aardig wat lobby werk aan vooraf gegaan, het is ten

slotte ook niet toevallig dat van de groep Groningers vrijwel alle contracten

verlengd zijn. Vergeet ook niet wiens handtekening onder jullie contract staat. (…)

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

(…)

Bewijsoverwegingen

Algemeen

Vervolging rechtspersonen en/of natuurlijke personen

De verdediging heeft ten aanzien van (een gedeelte van) het feitencomplex naar voren gebracht dat, gelet op de rechtspersoonlijkheid van de vennootschappen van [verdachte] en het feit dat hij eventuele handelingen niet in privé maar als bestuurder van de vennootschappen heeft verricht, [verdachte] zelf niet als (mede)pleger kan worden aangemerkt.

De rechtbank overweegt allereerst dat de vervolging of het daderschap van een rechtspersoon de vervolging of het daderschap van natuurlijke personen niet uitsluit. Het staat het Openbaar Ministerie in beginsel vrij te beslissen of de rechtspersoon en/of de natuurlijke persoon op grond van het eigen daderschap wordt vervolgd (HR 21-10-1986, NJ 1987, 362 en ECLI:NL:PHR:2007:BA7261). De stelling dat het daderschap van een rechtspersoon daderschap van een natuurlijk persoon uitsluit, vindt in zijn algemeenheid geen steun in het recht. Dit verweer wordt dan ook verworpen.

Toerekening aan rechtspersonen

Daarnaast is voor de onderstaande bewijsoverwegingen van belang dat een rechtspersoon (in de zin van artikel 51 Sr) kan worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit indien de betreffende gedraging redelijkerwijs aan hem kan worden toegerekend. Een belangrijk oriëntatiepunt bij de toerekening is of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon (ECLI:NL:HR:2003:AF7938)."

Tot zover de overwegingen van de rechtbank waarmee het hof zich verenigt.

7.6

Actieve niet-ambtelijke omkoping

Aan [verdachte] is, kort gezegd, ten laste gelegd dat hij -samen met zijn vennootschappen- [medeverdachte 1] heeft omgekocht met geld dat hij declareerde bij SNSPF (feit 2 - niveau 1) en met geld dat hij ontving van degenen die hij had aangebracht bij SNSPF (feit 7 - niveau 2).

7.6.1

Lasthebber

Door de verdediging wordt betoogd dat geen sprake kan zijn van niet ambtelijke omkoping aangezien [medeverdachte 1] werkzaam was op een overeenkomst van opdracht en niet in dienstbetrekking noch als lasthebber (als bedoeld in artikel 7:418 BW).

Het hof overweegt allereerst dat voor interpretatie van begrippen in het Wetboek van Strafrecht niet altijd aansluiting hoeft te worden gezocht bij de definities uit het civiele recht. Aan begrippen die in het strafrecht voorkomen, dient juist zoveel mogelijk een autonome betekenis te worden gegeven welke tegemoet komt aan de strekking van het betreffende strafbare feit. Daarbij is van belang dat de wetgever het beschermd belang van deze bepaling niet uitsluitend heeft beperkt tot de relatie tussen werkgever en werknemer, maar ook oog had voor de publieke moraal en de openbare orde. Het vertrouwen dat in de werknemer of lasthebber wordt gesteld krijgt meer inhoud naarmate bevoegdheden worden gedelegeerd en de specialisatie binnen de onderneming voortschrijdt.167

In de ten laste gelegde periode(n) (16 augustus 2010 tot en met 1 december 2012) gold de tekst van art. 328ter Sr als gewijzigd per 1 april 2010, inhoudende:

1. Hij die, anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking of optredend als lasthebber, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn betrekking of bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, een gift, belofte of dienst aanneemt dan wel vraagt, en dit aannemen of vragen in strijd met de goede trouw verzwijgt tegenover zijn werkgever of lastgever, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2. Met gelijke straf wordt gestraft hij die aan iemand die, anders dan als ambtenaar, werkzaam is in dienstbetrekking of optreedt als lasthebber, naar aanleiding van hetgeen deze in zijn betrekking of bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt van die aard of onder zodanige omstandigheden, dat hij redelijkerwijs moet aannemen dat deze de gift of belofte in strijd met de goede trouw zal verzwijgen tegenover zijn werkgever of lastgever.


Met de wetswijziging van 1 januari 2015 is de tekst aangepast168 en luidt sindsdien:

Artikel 328ter Sr

1. Hij die, anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking of optredend als lasthebber, naar aanleiding van hetgeen hij in strijd met zijn plicht in zijn betrekking of bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, een gift, belofte of dienst aanneemt dan wel vraagt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2. Met gelijke straf wordt gestraft hij die aan iemand die, anders dan als ambtenaar, werkzaam is in dienstbetrekking of optreedt als lasthebber, naar aanleiding van hetgeen deze in zijn betrekking of bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt van die aard of onder zodanige omstandigheden, dat hij redelijkerwijs moet aannemen dat deze handelt in strijd met zijn plicht.

Uit de Memorie van toelichting bij deze wetswijziging valt expliciet af te leiden dat een lasthebber degene is die zelfstandig diensten verleent, waaronder dus zzp’ers en freelancers vallen. Ook accountants, advocaten of medici zijn niet uitgesloten.

In de Nota naar aanleiding van het verslag169 is onder meer opgenomen: "De leden van de SP-fractie vroegen mij om meer voorbeelden te geven van private omkoping die op dit moment niet, maar met de verruimde strafbaarstelling wél strafbaar zijn. Het voorstel behelst een verruiming van de strafbaarstelling van private omkoping door anders dan thans het geval, het handelen in strijd met de plicht door een werknemer of lasthebber centraal te stellen in de delictsomschrijving. Hiermee worden ook andere oneigenlijke gedragingen in de private sector strafbaar naast het in strijd met de goede trouw verzwijgen van een gift, belofte of dienst, waartoe de werkingssfeer van artikel 328ter Sr zich thans beperkt. Door de verbreding van het toepassingsgebied van de delictsomschrijving komen bijvoorbeeld gedragingen als het aannemen van giften om te handelen in strijd met de beroepsregels die van toepassing zijn voor een bepaalde branche onder de reikwijdte van de strafbaarstelling. Te denken valt aan accountants die zich laten betalen om bij hun onderzoek van boeken gebleken onjuistheden door de vingers te zien, advocaten die zich laten betalen om stukken te antedateren of medici die geld aannemen om een bepaald medicijn voor te schrijven."

Ook het oorspronkelijke wetsvoorstel (dossiernummer 8437-65) maakt – meer impliciet - melding van een van het civiele recht afwijkend begrip lasthebber in het strafrecht: “Vele andere leden verklaarden vervolgens, dat ook zij het in dit wetsontwerp gekozen uitgangspunt, waarbij niet de oneerlijke mededinging doch de schending van de vertrouwensrelatie tussen opdrachtgever en ondergeschikte of lasthebber op de voorgrond is geplaatst, konden aanvaarden.” En “Het al of niet verzwijgen van de gift of van de belofte tegenover de werkgever of de opdrachtgever is, zo meenden zij, voor een omkoper in menig geval van weinig of geen betekenis; het gaat hem er immers in de eerste plaats om, door middel van een schenking iets te bereiken.”170

In het verslag van de commissie niet-ambtelijke omkoping (bijlage bij de memorie van toelichting op wetsvoorstel 8437)171 valt geen aanknopingspunt te vinden dat voldoende grond zou kunnen vormen voor twijfel aan een ruim begrip lasthebber, afwijkend van het civiele recht.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 6 april 2007172 onder 3.6 en 3.8 het volgende overwogen:

"3.6 (…) Ook een tussenpersoon als bedoeld in de art. 7:425-427 die een eigen belang bij de totstandkoming van de overeenkomst heeft gekregen nadat hij de met zijn opdrachtgever overeengekomen bemiddelingswerkzaamheden heeft verricht, of die nadat hij zelf een zodanig eigen belang heeft gekregen geen bemiddelingswerkzaamheden voor zijn opdrachtgever meer verricht, is ingevolge art. 7:418 lid 1 verplicht de opdrachtgever van dat belang in kennis te stellen, zodat deze kan beoordelen of zich een belangenconflict voordoet dat zijn belangen zou kunnen schaden. Dat geldt ook indien, zoals [….] stelt dat hier het geval was, de afspraak tussen opdrachtgever en tussenpersoon meebrengt dat deze reeds aanspraak op loon heeft voor het enkele in contact brengen van de opdrachtgever en de derde. Het oordeel van het hof dat art. 7:418 in dit geval van toepassing is, getuigt dus niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het behoefde ook geen nadere motivering, zodat ook de motiveringsklachten van het onderdeel falen."

"3.8 (…) Opmerking verdient hierbij nog dat het antwoord op de - veelal niet met een redelijke mate van zekerheid te beantwoorden - vraag hoe groot de kans is dat de lastgever door belangenverstrengeling aan de zijde van de lasthebber wordt benadeeld, bij de toepassing van art. 7:418, anders dan het onderdeel kennelijk veronderstelt, geen rol speelt.”

Tot slot onderschrijft het hof de - ruime - opvatting van het begrip lasthebber in het civiele

vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 26 april 2017173:


Artikel 7:424 lid 1 BW vereist immers niet dat de bevoegdheid waarvan het artikellid spreekt, een uitsluitende bevoegdheid van de desbetreffende vertegenwoordiger is. Dat zou ook niet stroken met de ratio van dat artikellid en van artikel 7:418 BW, welke ertoe strekt de opdrachtgever op de hoogte te brengen van directe of indirecte eigen belangen van de vertegenwoordiger bij de desbetreffende rechtshandelingen, opdat de opdrachtgever zich zal kunnen beraden omtrent de vraag of zich een belangenconflict voordoet.

Gelet op het bovenstaande en de strekking van en de toelichting op deze strafbepaling is het hof van oordeel dat [medeverdachte 1] (en zijn vennootschappen) in zijn relatie met SNSPF als lasthebber te beschouwen is. Juist het grote vertrouwen dat in [medeverdachte 1] werd gesteld en de verregaande bevoegdheden die aan hem en andere externe medewerkers werden toegekend, maken dat zij -gelet op de Memorie van Toelichting- onder het bereik van dit artikel vallen.

Voorts stelt de wet voor strafbaarheid de eis dat – in dit geval – de aan [medeverdachte 1] betaalde vergoedingen in strijd met de goede trouw door [medeverdachte 1] zijn verzwegen aan SNSPF. Met de goede trouw wordt bedoeld de objectieve goede trouw. Dat is een ruim begrip en in het kader van het strafrecht mag dan ook als eis worden gesteld dat buiten redelijke twijfel is dat de betalingen gemeld hadden moeten worden.

Het behoorde tot de taken en bevoegdheden van [medeverdachte 1] personeel in het huren. Het feit dat hij per door externen gewerkt uur een bedrag kreeg maakt dat hij een financieel eigen belang had bij het inhuren van externen. Nog los van de vraag of de tarieven marktconform waren en of de handelwijze van [medeverdachte 1] tot schade bij SNSPF heeft geleid, is volstrekt duidelijk dat SNSPF een belang had om zulks te controleren. [medeverdachte 1] heeft aan SNSPF informatie onthouden die SNSPF in staat zou hebben gesteld te onderzoeken of het voor haar mogelijk was de contracten tegen gunstiger voorwaarden af te sluiten en/of te verlengen. Het feit dat de tarieven op zichzelf marktconform waren, brengt immers niet zonder meer met zich dat SNSPF c.s. geen nadeel heeft ondervonden van de door verdachten gepleegde wanprestatie/onrechtmatige daad nu marktconforme tarieven geen absoluut begrip is maar zich in bandbreedtes bewegen. Er was overduidelijk sprake van belangenverstrengeling bij [medeverdachte 1] . Naar het oordeel van het hof staat buiten redelijke twijfel dat de kickbackbetalingen aan SNSPF gemeld hadden moeten worden.

Tenslotte dient bij [verdachte] de vraag beantwoord te worden of de betalingen van dien aard waren of onder zodanige omstandigheden zijn gedaan, dat [verdachte] redelijkerwijs moest aannemen dat [medeverdachte 1] deze betalingen in strijd met de goede trouw zou verzwijgen tegenover SNSPF. Alleen al het feit dat in de overeenkomst tussen SNSPF en [verdachte] niets is vermeld over een provisie aan [medeverdachte 1] is daarvoor een aanwijzing. Voorts is de omschrijving van de provisie op de facturen niet voor de hand liggend en zelfs vals. Hoewel die facturen niet werden gebruikt ten opzichte van SNSPF, is dit een aanwijzing dat men bij ontdekking van de geldstromen een alternatieve verklaring wilde geven. In het feit dat [verdachte] aan de personen die aan hem betaalden heeft gemeld dat zij – ondanks andersluidende instructies van SNSPF – de facturen via hem moesten blijven inleveren vindt het hof een bevestiging dat hij er ook daadwerkelijk vanuit ging dat SNSPF niet op de hoogte was. Anders zou het immers evenzeer mogelijk zijn geweest voor hem of [medeverdachte 1] om de gewerkte uren via SNSPF te achterhalen.

Door de verdediging is voorts betoogd dat kickbacks zeer veel plaats vinden in het bedrijfsleven; ze zijn, aldus de verdediging, gemeengoed in bijna alle onderdelen van de financiële wereld. Dat moge zo zijn – het hof laat deze stelling overigens volledig voor de verantwoordelijkheid van de verdediging - echter de door de verdediging daartoe aangedragen voorbeelden (detacheringsbureau en provisievergoedingen, toekenning van bonus door financiële instelling aan medewerkers voor aanbrengen van schaars personeel etc.) zien op partijen die, in tegenstelling tot de onderhavige zaak, over en weer op de hoogte (kunnen) zijn van de betalingen.

Het verweer wordt derhalve verworpen.

7.6.2.

Voorwaardelijk verzoek tot het horen van getuigen

Door de verdediging is voorwaardelijk verzocht om indien het hof komt tot een bewezenverklaring van de niet-ambtelijke omkoping tot het horen van de getuigen [betrokkene 5] , [betrokkene 6] , [verdachte] , [medeverdachte 6] en [betrokkene 7] .

Het hof wijst dit verzoek af.

Genoemde getuigen zijn ook bij de regiezitting op 22 november 2017 als getuigen gevraagd. Het hof heeft in het tussenarrest van 6 december 2017 overwogen dat deze getuigen allen in eerste aanleg door de rechter-commissaris zijn gehoord. Op grond van artikel 418, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering is voor deze getuigen het noodzaakcriterium van toepassing. Het hof is de noodzaak tot het horen van deze getuigen niet gebleken.

Door de verdediging zijn ter terechtzitting op 18 april 2018 geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die maken dat het thans wel noodzakelijk is om de gevraagde getuigen alsnog te horen.

7.6.3

actieve niet-ambtelijke omkoping

De rechtbank heeft voorts met betrekking tot de actieve niet-ambtelijke omkoping in het bijzonder het volgende overwogen waarbij het hof zich aansluit.

"Het doen van een gift

De verdediging heeft betoogd dat er geen sprake is van een gift, omdat de reden voor de betalingen aan [verdachte] gelegen was in de ereschuld die tussen hen bestond.

De rechtbank stelt vast dat de term gift ziet op elk overdragen aan een ander van iets wat voor die ander waarde heeft. Daarvan is sprake, in de vorm van de geldbedragen die aan [medeverdachte 1] zijn overgemaakt".

Het hof heeft reeds onder punt 7.3.2 van dit arrest aangegeven dat het van oordeel is dat een begin van aannemelijkheid voor het bestaan van een ereschuld niet is aangetroffen.

De rechtbank vervolgt:

"Naar aanleiding van hetgeen hij in de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten

De rechtbank stelt voorop dat de woorden “naar aanleiding van hetgeen hij in de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten” inhouden dat de gift moet zijn gedaan of aangenomen naar aanleiding van een verrichte of nog te verrichten prestatie van de ontvanger. Een concrete prestatie van de omgekochte is echter niet altijd vereist (HR 27 november 1991, NJ 1991, 318). Zo is bijvoorbeeld voldoende dat de omkoper giften aan de omgekochte doet om zijn zakelijke relatie met de werkgever van de omgekochte in stand te houden of te verbeteren terwijl de omgekochte daarop invloed had en dit moet hebben begrepen (HR 16 januari 1990, DD 90.197).

Prestatie ten aanzien van [medeverdachte 1] in niveau 1 en niveau 2
[medeverdachte 1] omschrijft de betalingen van niveau 1 onder meer als detacheringsfee of plaatsingsfee. Ook over [verdachte] verklaart [medeverdachte 1] dat hij ( [verdachte] ; hof) hem onder meer betaalde, omdat [verdachte] zijn baan via [medeverdachte 1] had gekregen. [verdachte] is ook daadwerkelijk via [medeverdachte 1] bij SNSPF komen werken. De betalingen waren dus gekoppeld aan de rol die [medeverdachte 1] heeft gespeeld bij het aannemen van [verdachte] bij SNSPF. In die zin is dus sprake van een prestatie die betrekking heeft op de betalingen die aan [medeverdachte 1] zijn gedaan.

De rechtbank is van oordeel dat de betalingen van [verdachte] aan [medeverdachte 1] niet alleen zien op de introductie die door [medeverdachte 1] is gedaan, maar dat deze ook zijn gedaan om de goede relatie tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] in stand te houden. Daarbij is van belang dat sprake was van een hiërarchische relatie tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft hem aangenomen, bepaalde zijn uurtarief en het aantal te werken uren. Anders dan de verdediging stelt, kan -gelet op de zeggenschap die [medeverdachte 1] in dit kader over [verdachte] had- geen sprake zijn van een (geheel) vrijwillige afdracht.

Dat het voor [verdachte] van belang was dat hij de goede relatie met [medeverdachte 1] in stand hield, blijkt ook uit het feit dat [medeverdachte 1] zijn verlengingscontracten heeft medeondertekend. [medeverdachte 1] had daadwerkelijk de bevoegdheid om “in de uitvoering van zijn last” beslissingen te nemen die voor [verdachte] als medewerker van SNSPF van belang waren.

Nadat [medeverdachte 1] te horen kreeg dat [verdachte] in niveau 2 ook (vergelijkbare) betalingen ontving, is tussen hen afgesproken dat een deel van deze betalingen zou worden doorgestort aan [medeverdachte 1] . Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden kan het niet anders zijn dan dat ook deze betalingen ten doel hadden de relatie met [medeverdachte 1] goed te houden of te bevorderen.

Redelijkerwijs aannemen dat in strijd met de goede trouw wordt verzwegen

Voor de strafbaarheid van de omkoper is niet bepalend of hij verwachtte dat de gift in strijd met de goede trouw zou worden verzwegen. Doorslaggevend is wat de omkoper gezien de aard van de gift, de omstandigheden waaronder de gift werd gedaan en zijn kennis van de (opvattingen in de) branche redelijkerwijs -objectief gezien dus- had moeten verwachten. De omkoper is strafbaar wanneer hij zich bewust had moeten zijn van de mogelijkheid dat de ontvanger van de gift dit in strijd met de goede trouw zou verzwijgen. Onbewuste schuld is daarvoor voldoende.

[verdachte] heeft gedurende een periode van anderhalf jaar meerdere betalingen gedaan aan [medeverdachte 1] . In totaal is door hem een bedrag van ruim € 500.000,- aan [medeverdachte 1] overgemaakt. Dat SNSPF van deze betalingen op de hoogte had willen zijn, is evident. [medeverdachte 1] was betrokken bij de aanname en de vaststelling van het uurtarief van [verdachte] . Ook het verlengingscontract is door hem medeondertekend. Bovendien was [medeverdachte 1] de leidinggevende van [verdachte] . De betalingsafspraak maakte dat [medeverdachte 1] een belang had bij het aantal uren dat door [verdachte] bij SNSPF werd gewerkt. In dit geval was er voor [medeverdachte 1] geen prikkel om het aantal uren dat gemaakt werd in de hand te houden. Integendeel; naarmate [verdachte] meer uren werkte, kon [medeverdachte 1] hem meer in rekening brengen. Gelet op deze aard van de afspraak had [verdachte] redelijkerwijs moeten verwachten dat de afspraak verzwegen werd. [verdachte] had zich van deze verzwijging bewust moeten zijn. Temeer nu hij werkzaam was in het bankwezen, waar integriteit essentieel is en belangenverstrengeling grote gevolgen kan hebben. Dergelijke afspraken en betaalstromen zonder dat men hierin transparant is, maken een organisatie kwetsbaar."

In aanvulling op de overweging van de rechtbank dat [verdachte] redelijkerwijs had moeten verwachten dat de afspraak tot het betalen van kickbacks verzwegen werd, merkt het hof op dat [verdachte] ook zelf ten opzichte van SNSPF heeft verzwegen dat hij kickbacks ontving en derhalve bewust (en dus opzettelijk) op dezelfde wijze handelde als [medeverdachte 1] .

Anders dan de rechtbank acht het hof het medeplegen met de rechtspersonen niet wettig en overtuigend bewezen.

Het hof zoekt daartoe aansluiting bij arrest van de Hoge Raad van 18 december 2012174 waarin onder meer is overwogen:

“… dat de enkele omstandigheid dat de verboden gedraging van de verdachte aan de rechtspersoon kan worden toegerekend, niet kan meebrengen dat de verdachte het strafbare feit tezamen met de rechtspersoon heeft medegepleegd.”

Conclusie

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] [medeverdachte 1] heeft omgekocht met geld dat hij per door hem gewerkt uur van SNSPF ontving (feit 2 - niveau 1) en met geld dat hij ontving van degenen die hij had aangebracht bij SNSPF (feit 7 - niveau 2).

7.7.

Valsheid in geschrift (feiten 3, 8, 10 en 12)

De rechtbank heeft met betrekking tot de valsheid in geschrift in het bijzonder het volgende overwogen waarbij het hof zich aansluit.

"Valsheid facturen

De verdediging heeft betoogd dat de facturen niet vals zijn omdat -kort gezegd- beide partijen wisten wat de onderliggende prestatie was, de omschrijving voldoende juist is en de gefactureerde bedragen niet te hoog zijn.

De rechtbank is van oordeel dat alle hiervoor besproken facturen, opgenomen in het bewijsoverzicht Bijlage II, I (door het hof als bijlage 3 bij dit arrest gevoegd) valselijk zijn opgemaakt. Daarbij is van belang dat de facturen betrekking hadden op de betaling voor de onderling gemaakte afspraken. Anders dan de omschrijvingen op de facturen suggereren, werden met de facturen dan ook geen adviezen of andere werkzaamheden in rekening gebracht, zoals dit is overwogen bij de niet-ambtelijke omkoping. Aan de hand van de omschrijving op de facturen kan dus niet worden afgeleid op welke onderliggende afspraken en betalingen de facturen in werkelijkheid betrekking hadden. De facturen zijn opgemaakt ten behoeve van de verzwegen omkoping en de bijbehorende betaalstroom en zijn bedoeld om deze betalingen een titel te verschaffen. Met de opgenomen valse omschrijvingen is de werkelijke aard van deze betaalstroom verhuld.

Ook ten tijde van het opmaken van de facturen door [verdachte] en het verkrijgen van de door anderen opgemaakte facturen had hij wetenschap van de aard van de betalingen waarop deze facturen in werkelijkheid betrekking hadden en had hij daarmee ten minste voorwaardelijk opzet op de valsheid hiervan. Hij heeft de aanmerkelijke kans op de valsheid van deze facturen willens en wetens aanvaard.

Bewijsbestemming als waren de facturen echt en onvervalst

De verdediging heeft ook betoogd dat geen sprake is geweest van een oogmerk om de facturen als echt en onvervalst te gebruiken. De facturen zijn wel gebruikt, maar de ontvanger is hierdoor niet misleid aangezien het zowel voor de opsteller als de geadresseerde duidelijk was waar de facturen op zagen.

De rechtbank overweegt hierover als volgt. Het oogmerk van de verdachte moet zijn gericht op het gebruik van het valse of vervalste geschrift als echt en onvervalst. Dit impliceert een gerichtheid op misleiding. Dit betekent dat er derden in het spel moeten zijn, die niet van de valsheid op de hoogte zijn. Het gebruik van het geschrift hoeft niet daadwerkelijk plaats te vinden. Het verweer van de verdediging wordt verworpen, nu facturen naar hun aard reeds in het maatschappelijk verkeer (ook jegens derden) een bewijsbestemming hebben. Bovendien zijn de facturen in dit geval ook nog opgenomen in de bedrijfsadministratie(s) waarmee temeer vast staat dat de facturen bestemd waren voor het gebruik door derden -anderen dan de geadresseerden- als waren zij echt en onvervalst, bijvoorbeeld de fiscus en/of accountants (ECLI:NL:GHAMS:2015:1212). De rechtbank acht dan ook bewezen dat de facturen valselijk zijn opgemaakt met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te (doen) gebruiken. Ook hebben de betalers deze door anderen opgemaakte valse facturen voorhanden gehad, terwijl zij wisten dat deze geschriften een zodanige bewijsbestemming hadden."

Anders dan de rechtbank acht het hof, onder verwijzing naar het –hiervoor genoemde- arrest van de Hoge Raad van 18 december 2012 het medeplegen met de vennootschappen niet wettig en overtuigend bewezen.

Conclusie

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich heeft schuldig gemaakt aan het opmaken (feit 10) en voorhanden hebben (feiten 3, 8 en 12) van valse facturen.

7.8

Gewoontewitwassen (niveau 2, feit 13)

Aan verdachte is onder feit 13 (niveau 2) ten laste gelegd dat hij geldbedragen heeft witgewassen door, kort weergegeven:

a. de werkelijke aard en/of herkomst van die gelden te verbergen of te verhullen en

b. die geldbedragen te verwerven, voorhanden te hebben, over te dragen of gebruik te maken van die geldbedragen.

De advocaat-generaal acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend te bewijzen.

De verdediging heeft betoogd dat verdachte van deze feiten dient te worden vrijgesproken van het verhullen omdat er geen verhullende handelingen zijn gepleegd die het zicht op de geldbedragen hebben bemoeilijkt en de dagvaarding ten aanzien van het overdragen en/of gebruik maken nietig dient te worden verklaard omdat onvoldoende duidelijk is waar de verdenking betrekking op heeft.

Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat de betalingen van de geldbedragen aan de hand van facturen en bankafschriften gemakkelijk te volgen zijn.

Oordeel hof

Ad a.

Het hof stelt voorop dat noch de tekst van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht noch de wetsgeschiedenis eraan in de weg staat dat iemand die een in die bepaling omschreven gedraging verricht ten aanzien van een voorwerp dat afkomstig is uit enig door hemzelf begaan misdrijf, wordt veroordeeld wegens witwassen. Dit betekent niet dat elke gedraging die in artikel 420bis, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht is omschreven, onder alle omstandigheden de kwalificatie witwassen rechtvaardigt.

Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ook in het geval het witwassen de opbrengsten van eigen misdrijf betreft, van de witwasser in beginsel een handeling wordt gevergd die erop is gericht "om zijn criminele opbrengsten veilig te stellen". Gelet hierop moet worden aangenomen dat indien vaststaat dat het enkele verwerven of voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als witwassen kan worden gekwalificeerd.

Er moet dus sprake zijn van een gedraging die meer omvat dan het enkele verwerven of voorhanden hebben en die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat door eigen misdrijf verkregen voorwerp gericht karakter heeft.

Het hof stelt vast dat verdachte gedurende de ten laste gelegde periode geldbedragen tot een totaal van € 1.649.191,25175 (exclusief btw) in niveau 2 heeft ontvangen. Verdachte heeft dit bedrag met behulp van het medeplegen van niet-ambtelijke omkoping en valsheid in geschrift verkregen. Het verhullen is aldus verweven met het gronddelict en kan niet worden gezien als de vereiste “extra verhullende handeling”.

Dit betekent dat het onder 13 bewezen verklaarde voorhanden hebben of verwerven niet kan worden gekwalificeerd en daarom geen strafbaar feit oplevert. De verdachte dient derhalve ter zake van die onderdelen van die bewezen verklaarde feiten te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Ad b.

Het hof heeft hiervoor onder paragraaf 3.1 het verweer tot nietigheid van de dagvaarding met betrekking tot het witwassen verworpen.

Volgens de bankafschriften van rekening 61.70.05.044 van [bedrijf 6] en rekening [rekeningnummer] van [bedrijf 7] heeft [verdachte] , in totaal € 908.341,98 (exclusief BTW) aan kickbacks uitbetaald.176 Daarnaast heeft [verdachte] aan het eind van het boekjaar 2012 van [bedrijf 6] in rekening-courant een bedrag van
€ 598.699,- opgenomen.177 Tevens heeft [verdachte] aan het eind van het boekjaar 2012 van [bedrijf 7] in rekeningcourant een bedrag van € 43.988 opgenomen.178Het (per saldo) ontvangen geld is daardoor -ten minste deels- gebruikt en is daarmee in het financiële en economische verkeer gebracht.

Pleegperiode en gewoonte

Witwassen moet worden beschouwd als een voortdurend delict. Dit brengt mee dat de pleegperiode doorloopt zolang de verdachten ten aanzien van deze geldbedragen nog steeds witwashandelingen verrichten (ECLI:NL:HR:2014:956). Dat deze handelingen nog altijd voortduren of worden verricht kan echter aan de hand van het dossier niet worden vastgesteld. Het specifieke moment waarop zij -bijvoorbeeld door gebruik- niet meer over de geldbedragen konden beschikken, is niet vast te stellen aan de hand van het dossier. Daarom wordt in het voordeel van verdachten aangesloten bij data waarvan gesteld kan worden dat zij in de periode daaraan voorafgaand in ieder geval hebben kunnen beschikken over de geldbedragen en in welke periode ook omzetting/overdraging/gebruik heeft plaatsgevonden.

Vastgesteld kan worden dat de witwashandelingen in ieder geval hebben plaatsgevonden voorafgaand aan de aanhouding van [verdachte] op 12 maart 2013. Niet blijkt dat hij na de datum van zijn aanhouding nog over dit geld kon beschikken of ten aanzien hiervan witwashandelingen heeft verricht. Om te kunnen witwassen moet verdachte kunnen beschikken over het van misdrijf afkomstige voorwerp. Het einde van de pleegperiode wordt daarom vastgesteld op 12 maart 2013.

Het hof is ten slotte van oordeel dat, gelet op de bewezen verklaarde periode, de hoeveelheid witgewassen geldbedragen en de verschillende verrichte witwashandelingen, de verdachte van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Anders dan de rechtbank acht het hof, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 18 december 2012179 het medeplegen met de vennootschappen niet wettig en overtuigend bewezen.

Conclusie

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen met betrekking tot het gebruik van de door misdrijf verkregen gelden (feit 13). Met betrekking tot het voorhanden hebben/verhullen van die geldbedragen wordt verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.

7.9.

Criminele organisatie op niveau 2 (feit 14)

De rechtbank heeft hierover het navolgende overwogen, waarbij het hof zich aansluit.

De verdediging heeft betoogd dat geen sprake was van (wetenschap van) een samenwerkingsverband tussen verdachten, geen opzet op deelneming aan een criminele organisatie en ook geen opzet op het oogmerk van die organisatie tot het plegen van strafbare feiten. Daarbij is [verdachte] in een eventuele organisatie niet leidinggevend geweest.

Criminele organisatie

De rechtbank overweegt allereerst dat met een criminele organisatie ex artikel 140 Sr wordt bedoeld een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen met als oogmerk het plegen van misdrijven. Niet is vereist dat de betrokkenen bekend zijn met alle personen die deel uitmaken van de organisatie. Verdachten moeten een aandeel hebben in het samenwerkingsverband, dan wel de gedragingen ondersteunen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Voor opzettelijke deelneming is voldoende dat verdachten in algemene zin weten dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Ook rechtspersonen kunnen deelnemen aan een criminele organisatie.

Deelneming niveau 2

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de gebezigde bewijsmiddelen, in niveau 2 sprake is geweest van een gestructureerd samenwerkingsverband, opgericht en geleid door [medeverdachte 1] en [verdachte] . Het oogmerk van de organisatie was gericht op de passieve en actieve niet-ambtelijke omkoping, de hiermee samenhangende valsheid in geschrift en het gewoontewitwassen. [verdachte] heeft niet alleen wetenschap gehad van het oogmerk van de organisatie maar hij heeft ook een aandeel gehad in de gedragingen die strekken tot verwezenlijking hiervan.

Naar het oordeel van de rechtbank was de rol van zowel [medeverdachte 1] als [verdachte] essentieel voor het ontstaan en behoud van de organisatie en het plegen van de genoemde misdrijven. Zij waren beiden betrokken bij de aanstelling van de andere verdachten bij SNSPF. [verdachte] zorgde voor de introductie, [medeverdachte 1] stelde (mede) de overeenkomsten vast. Deze verdachten zijn door [verdachte] benaderd voor het betalen van een fee. Ook [medeverdachte 1] wist ten minste vanaf eind 2010 dat een deel van het uurtarief van de door hen aangebrachte verdachten betaald en vervolgens verdeeld werd. Uit de mailwisseling van [medeverdachte 1] en [verdachte] op 21 november 2010 volgt dat [medeverdachte 1] bekend was met de verdeelsleutel, in ieder geval wat betreft [betrokkene 4] en [betrokkene 3] . Alle overeenkomsten van opdracht van de externen zijn nadien verlengd en medeondertekend door [medeverdachte 1] . [verdachte] heeft alle gelden geïnd en verdeeld. [medeverdachte 1] heeft van alle betalers zijn deel ontvangen. Beiden maakten hiertoe een grote hoeveelheid valse facturen op en [verdachte] ontving ook valse facturen. Ook hadden zij wetenschap van de betrokkenheid en het verrichte aandeel van de door hen en door anderen gebruikte vennootschappen bij de organisatie. Niemand heeft de betaalstromen gemeld bij SNS(PF). Het samenwerkingsverband heeft hierdoor onafgebroken en gedurende een langere periode kunnen bestaan, terwijl het aantal medewerkers van SNSPF dat bij de betalingen betrokken raakte toenam.

De rechtbank concludeert dat [verdachte] heeft deelgenomen aan een criminele organisatie bestaande uit de in de bewezenverklaring nader te noemen verdachten en hun vennootschappen en hier ook leiding aan heeft gegeven (feit 14).

Het hof neemt deze conclusie over en maakt deze tot de zijne.

8 Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2, 3, 7, 8, 10, 12, 13 en 14 ten laste gelegde heeft begaan.

De volledige bewezenverklaring is opgenomen in bijlage 2 van dit arrest

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

9 Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Als hiervoor onder 7.8 al overwogen levert het onder feit 13 bewezenverklaarde verwerven en/of voorhanden hebben van de geldbedragen geen strafbaar feit op. De verdachte dient daarom ten aanzien van dit onderdeel van de tenlastelegging te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het onder 2 en 7 bewezen verklaarde levert op:

telkens:

het doen van een gift of belofte aan iemand die, anders dan als ambtenaar, optredend als lasthebber, naar aanleiding van hetgeen hij bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan dan wel zal doen, van die aard of onder zodanige omstandigheden, dat hij redelijkerwijs moet aannemen dat deze de gift of belofte in strijd met de goede trouw zal verzwijgen tegenover zijn lastgever, meermalen gepleegd.

Het onder 3, 8 en 12 bewezen verklaarde levert op:

telkens:

opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Het onder 10 bewezen verklaarde levert op:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Het onder 13 bewezen verklaarde - voor zover het niet betrekking heeft op het verwerven of voorhanden hebben - levert op:

van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

Het onder 14 bewezen verklaarde levert op:

als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

10 Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

11 Oplegging van straf en/of maatregel

11.1

De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van de feiten 1 primair, 1 subsidiair, 4, 5, 6 primair en 6 subsidiair en voor de feiten 2, 3, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 en 14 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien (15) maanden waarvan vijf (5) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met aftrek van de tijd in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht.

11.2

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte voor de feiten 1 tot en met 14 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest.

11.3

De verdediging heeft bepleit dat bij een strafoplegging rekening moet worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] . In het bijzonder heeft de raadsvrouw gewezen op de lange periode waarin aan verdachte bijzondere beperkingen zijn opgelegd, de periode die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en de media-aandacht. De verdediging heeft verzocht om tot een zodanige strafoplegging te komen dat verdachte niet nogmaals naar de gevangenis moet en verzoekt het hof het er toe te leiden dat het onvoorwaardelijk gedeelte van de straf gelijk is aan de tijd die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en, voor zover het hof het nodig acht een taakstraf op te leggen.

11.4

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het OM heeft in eerste aanleg gevorderd dat verdachte voor alle ten laste gelegde en door het OM bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van voorarrest.

De rechtbank heeft verdachte onder vrijspraak van de feiten 1 (primair en subsidiair), 4, 5 en feit 6 (primair en subsidiair) veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Het hof heeft bij de keuze tot het opleggen van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

[verdachte] heeft zich door andere ingehuurde medewerkers van SNSPF laten betalen. Aan [verdachte] is in totaal een bedrag van ruim 1,6 miljoen euro overgemaakt door deze medewerkers, hetgeen voor een substantieel deel door [verdachte] werd doorbetaald aan (o.a.) [medeverdachte 1] . Daarmee en daarnaast heeft [verdachte] zelf [medeverdachte 1] omgekocht. Deze onderling gemaakte afspraken werden - ook door [verdachte] - verzwegen tegenover SNSPF. Om voor te wenden dat de betalingen een andere oorzaak hadden, zijn valse facturen opgemaakt. Ook werd een deel van de ontvangen geldbedragen door [verdachte] witgewassen.

[verdachte] heeft er samen met [medeverdachte 5] voor gezorgd dat steeds meer personen betrokken raakten bij deze betalingen van “kickbacks”. Het netwerk dat hierdoor ontstond, werd in stand gehouden doordat sprake was van een effectieve en gestructureerde samenwerking tussen de betrokken personen onderling. Zodoende kon de criminele organisatie blijven functioneren

Hoewel SNSPF niet is opgelicht, zijn de belangen van SNSPF door de handelwijze van [verdachte] wel ernstig geschaad. Het hof neemt hem dat zeer kwalijk.

11.5

Het hof is van oordeel dat voor afdoening van de bewezen verklaarde feiten niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Anders dan de rechtbank zoekt het hof, gelet op het samenstel van het bewezen verklaarde handelen van verdachte, aansluiting bij de oriëntatiepunten straftoemeting bij fraudezaken, vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), die in geval van een benadelingsbedrag dat hoger is dan 1 miljoen euro uitgaat van een gevangenisstraf van minimaal 24 maanden, oplopend tot de maximale op het delict gestelde gevangenisstraf. Al naar gelang van specifieke factoren kan de op te leggen straf vermeerderd of gematigd worden. Dat er weliswaar geen sprake is van een aantoonbare financiële benadeling van SNSPF is voor het hof geen reden om niet aan te sluiten bij de oriëntatiepunten. Er is namelijk wel sprake van een bedrag dat ten onrechte en door het plegen van strafbare feiten door de verdachte is verworven. Het hof zal dan ook een langere gevangenisstraf dan de rechtbank als uitgangspunt nemen.

Als strafverzwarende factoren houdt het hof rekening met de volgende omstandigheden.

[verdachte] heeft zich gedurende geruime tijd schuldig gemaakt aan omkopingen. Hij betrok actief meerdere SNSPF-medewerkers bij deze omkopingen, waardoor zijn netwerk groter werd en de kwetsbaarheid van SNSPF toenam. Ook had [verdachte] een grote rol en leidinggevende positie in de criminele organisatie die zich bezig hield met de omkoping, valsheid in geschrift en gewoontewitwassen. Het hof neemt het verdachte bovendien extra kwalijk dat hij anderen meegesleept heeft in het strafbaar handelen door het betalen van kickbacks omdat men dacht van hem en/of [medeverdachte 1] afhankelijk te zijn voor mogelijke opdrachten in de toekomst. Die anderen zijn daardoor ook op hun beurt vervolgd voor strafbare feiten of hebben een transactie betaald en zijn geregistreerd in het zogenoemde Externe Verwijzings Register van de financiële instellingen, dat ertoe heeft geleid dat die anderen geen of moeilijk of pas na geruime tijd werk in de financiële sector konden krijgen met alle gevolgen van dien. Ook heeft verdachte op enig moment een emailbericht180, door [medeverdachte 1] verstuurd naar diverse bij SNSPF betrokken personen waaronder verdachte, dat nevenactiviteiten (het hof verstaat daar ook onder bijvoorbeeld het verlenen van adviezen aan derden) gemeld dienden te worden. Deze signalen hebben er niet toe geleid dat verdachte zelf is gestopt met het binnenhalen of betalen van kickbacks. Hij is er zelfs mee doorgegaan tot hij werd aangehouden in het kader van het onderzoek in deze zaak.

Verder heeft verdachte in ieder geval ter terechtzitting van het hof niet getoond dat hij ook maar een begin van inzicht heeft in het kwalijke van zijn handelen.

In strafmatigende zin houdt het hof enigszins rekening met het feit dat over deze zaak vele publicaties zijn verschenen, waarbij -onterecht- ook verbanden zijn gelegd tussen de nationalisatie van SNS en deze zaak. Mede doordat het strafproces geruime tijd heeft geduurd, heeft verdachte veel nadeel ondervonden van deze negatieve publiciteit.

Voorts houdt het hof rekening met de EVR-procedure, waardoor verdachte gedurende meer jaren staat geregistreerd in het EVR. Hoewel het gelet op de bewezen verklaarde feiten alleszins logisch is dat deze procedure is gevolgd, heeft de EVR-registratie wel grote gevolgen voor het vinden van een baan door verdachte in de toekomst. Tot slot houdt het hof rekening met het uittreksel justitiële documentatie waaruit blijkt dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is gekomen.

Het hof acht, gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden en het feit dat het minder feiten bewezen verklaart dan door de advocaat-generaal gevorderd, een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden passend en geboden.

11.6

Redelijke termijn

De verdediging heeft gesteld dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden

Het hof stelt voorop dat in art. 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

Verdachte is in verzekering gesteld op 12 maart 2013. De rechtbank heeft uitspraak gedaan op 20 mei 2016.

Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of de verdediging op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

Het onderzoek in deze zaak was omvangrijk en complex. Voorts richtte het onderzoek zich op veel verdachten (bij het hof zijn er nog 24 verdachten inclusief enige ontnemingsvorderingen over) en er zijn op verzoek van de verdediging veel getuigen gehoord.

De omvang en complexiteit van de zaak en de vertraging die het onderzoek door de rechter-commissaris met zich bracht, welk onderzoek mede op verzoek van de verdediging is verricht, rechtvaardigt naar het oordeel van het hof de overschrijding van de redelijke termijn. Ook bij het hof zijn na een regiezitting nog getuigen gehoord. Het hof is, gelet op het bovenstaande, van oordeel dat de redelijke termijn niet is overschreden.

11.7

Het hof acht, gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden en het feit dat het minder feiten bewezen verklaart dan door de advocaat-generaal gevorderd, een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden passend en geboden

12 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 57, 140, 225, 328ter en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 4, 5, 6 primair, 6 subsidiair, 9 en 11 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2, 3, 7, 8, 10, 12, 13 en 14 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder feit 13 bewezen verklaarde voorhanden hebben en/of verwerven niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Verklaart het onder 2, 3, 7, 8, 10, 12, 13 (met uitzondering van het voorhanden hebben en verwerven) en 14 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. G. Dam, voorzitter,

mr. R. de Groot en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van B.J. Berendsen en mr. G.W. Jansink, griffier,

en op 6 juni 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Bijlage 1: De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep- ten laste gelegd dat:

1 primair (niveau 1):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2010

tot en met 24 april 2012 te Leusden en/of Utrecht en/of Hilversum en/of

Amsterdam en/of Haren (Groningen), in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het

aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en / of door een

(of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd

Propertize BV) en/of SNS Reaal NV heeft/hebben bewogen tot de afgifte(n) van

een of meer geldbedrag(en), te weten in totaal circa Euro 142.500,-

(exclusief btw) (zie: o.a. AH-049 en/of AH-063), in elk geval van enig

geldbedrag(en),

en/of

heeft/hebben bewogen tot het aangaan van een of meer schuld(en), te weten het

sluiten/aangaan van een of meer (aanvullende) overeenkomst(en) van opdracht

met hem, verdachte, en/of zijn bedrijf [bedrijf 13] (zie: D-0149 en/of

D-0278),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of

bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

aan SNS Property Finance BV en/of SNS Reaal NV voorgehouden en/of (in strijd

met de werkelijkheid) de indruk gewekt (enkel) de belangen van SNS Property

Finance BV en/of SNS Reaal NV te zullen behartigen

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of SNS Reaal NV verzwegen en/of

verborgen gehouden en/of verhuld dat er met betrekking tot de (overeengekomen

en/of gefactureerde) vergoeding(en) voor het verrichten van werkzaamheden ten

behoeve van SNS Property Finance BV en/of SNS Reaal NV door hem, verdachte

(en/of zijn bedrij(f)(ven)), die door [medeverdachte 1] was/waren aangedragen

en/of voorgedragen en/of gecontracteerd, een (verborgen of verzwegen)

vergoeding en/of betaling aan [medeverdachte 1] en/of zijn bedrij(f)(ven) was

inbegrepen en/of overeengekomen

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of SNS Reaal NV verzwegen en/of

verborgen gehouden en/of verhuld dat door hem, verdachte (en of zijn

bedrij(f)(ven)), (substantiële) betalingen zouden worden verricht en of zijn

verricht aan [medeverdachte 1] en/of zijn bedrij(f)(ven)

en/of

(daarbij) ter onderbouwing en/of rechtvaardiging van de hoogte van de

(overeengekomen) vergoeding(en) met hem, verdachte, (en/of zijn bedrijf)

een (ondeugdelijk) benchmarkonderzoek (D-0254 en/of D-0255) ingebracht en/of

overgelegd en/of laten inbrengen en/of laten overleggen, (waaruit diende te

blijken dat de hoogte van die vergoeding(en) marktconform is/zijn/was/waren)

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of SNS Reaal NV verzwegen en/of verborgen

gehouden en/of verhuld dat hij, verdachte, (en/of zijn bedrij(f)(ven))

(feitelijk) via (een vorm van) detachering via [medeverdachte 1] en/of zijn

bedrij(f)(ven) werkzaamhede(n) verrichtte(n) voor SNS Property Finance BV

en/of SNS Reaal NV,

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of SNS Reaal NV voorgewend dat de

bovengenoemde (overeengekomen) vergoeding(en) nodig was/waren en/of (een)

zakelijke vergoeding(en) was/waren teneinde hem, verdachte (en/of zijn

bedrij(f)(ven)) te kunnen werven en/of behouden ten behoeve van het

verrichten van werkzaamheden en/of diensten ten behoeven van de Restructuring

& Recovery-afdeling (R&R-afdeling) van SN Property Finance BV

waardoor SNS Property Finance BV en/of SNS Reaal NV) (telkens) werd bewogen

tot bovenomschreven afgifte(n) en/of werd bewogen tot het aangaan van

bovenomschreven schuld(en);

1 subsidiair (niveau 1):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 november 2010

tot en met 24 april 2012 te Leusden en/of Utrecht en/of Hilversum, in elk

geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk een of meer grote hoeveelheden geld, te weten in totaal

circa Euro 142.500,- (exclusief btw) (zie: o.a. AH-049 en/of AH-063), in elk

geval enig(e) geldbedrag(en), dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan

SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd Propertize BV)

en/of SNS Reaal NV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en/of zijn mededader(s), en welk(e) geldbedrag(en) verdachte en/of zijn

mededader(s) uit hoofde van de persoonlijke (dienst)betrekking van
[medeverdachte 1] als directieadviseur en/of lid van de directie en/of Chief

Restructuring Officer en/of Senior Strategisch Adviseur en/of consultant, in

elk geval als gedetacheerd leidinggevende en/of medewerker van/bij SNS

Property Finance BV, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich

had(den), (zich) wederrechtelijk heeft/hebben toegeëigend;

2 (niveau 1):

hij in of omstreeks de periode van 22 februari 2011 tot en met 4 juni 2012 te

Haren (Groningen) en/of Amsterdam en/of Leusden en/of Hilversum en/of

Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, (telkens) aan iemand, te weten [medeverdachte 1] , die

anders dan als ambtenaar, werkzaam is in dienstbetrekking bij en/of optredend

als lasthebber van SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014

genaamd Propertize BV) en/of SNS Reaal NV (in de functie van directieadviseur

en/of lid van de directie en/of Chief Restructuring Officer en/of Senior

Strategisch Adviseur en/of consultant), naar aanleiding van hetgeen deze

[medeverdachte 1] in dienstbetrekking en/of bij de uitvoering van diens last

heeft gedaan en/of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, (telkens) een

belofte, te weten de toezegging/instemming om een vast gedeelte/bedrag per

gewerkt/te declareren uur aan [medeverdachte 1] en/zijn bedrij(f)(ven) te

betalen en/of een of meer gift(en), te weten een of meer geldbedrag(en) tot

een totaal bedrag van circa Euro 142.500,- (exclusief btw) (zie: o.a. AH-049

en/of AH-063), in elk geval enig(e) geldbedrag(en), heeft gedaan van die aard

en/of onder zodanige omstandigheden dat hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s) redelijkerwijs moest(en) aannemen dat die [medeverdachte 1] deze

belofte(n) en/of gift(en) in strijd met de goede trouw zou/zal verzwijgen

tegenover zijn werkgever en/of lastgever;

Artikel 328ter lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 328ter lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 (niveau 1):

hij in of omstreeks de periode van 28 februari 2011 tot en met 12 maart 2013

te Haren (Groningen) en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk voorhanden

heeft gehad

vijf (5), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 2] (" [bedrijf 2]

") en/of [medeverdachte 1] gericht aan hem, verdachte, en/of

[bedrijf 13] ten bedrage van in totaal circa Euro 116.500,- (exclusief

btw) (te weten: D-0109 en/of D-0110 en/of D-0111 en/of D-0112 en/of D-0113),

en/of

één (1) factuur van [bedrijf 2] (" [bedrijf 2] ") en/of [medeverdachte 1]

gericht aan hem, verdachte, en/of [bedrijf 16] ten bedrage van

in totaal circa Euro 26.000,- (exclusief btw) (te weten: D-0114)

zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die

geschrift(en) bestemd was/waren tot gebruik als ware dat/die geschrift(en)

echt en onvervalst, en bestaande die valsheid en/of vervalsing (telkens)

hierin

dat op/in die factu(u)r(en) is vermeld dat door [bedrijf 2] (" [bedrijf 2]

") en/of [medeverdachte 1] werkzaamheden en/of diensten (te weten:

"advisering" en/of "corporate finance advisering") zijn verricht ten behoeve

van/voor hem, verdachte, en/of [bedrijf 13] en/of [bedrijf 16] ,

terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet

in zijn geheel, door [bedrijf 2] (" [bedrijf 2] ") en/of [medeverdachte 1]

zijn verricht ten behoeve van/voor hem, verdachte, en/of [bedrijf 13]

en/of [bedrijf 16]

en/of (telkens)

dat op/in die factu(u)r(en) (een) factuurbedrag(en) is/zijn vermeld dat/die in

werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in

die factu(u)r(en) vermelde(n) werkzaamheden en/of diensten,

4 (niveau 1):

hij in of omstreeks de periode van 22 februari 2011 tot en met 4 juni 2012 te

Haren (Groningen) en/of Amsterdam en/of Leusden en/of Hilversum en/of

Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, (van) één of meer voorwerp(en), te weten een of een

meer geldbedrag(en) tot een totaal bedrag van circa Euro 142.500,- (exclusief

btw) (zie: o.a. AH-049 en/of AH-063), bestaande uit,

circa Euro 116.500,- (exclusief btw) (betaald (aan [medeverdachte 1] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0109 en/of D-0110 en/of D-0111 en/of D-0112 en/of D-0113)

en/of

circa Euro 26.000,- (exclusief btw) (betaald (aan [medeverdachte 1] ) op basis

van de factuur D-0114),

in elk geval enig(e) geldbedrag(en),

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding

en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen/verhuld en/of heeft/hebben

verborgen/verhuld wie de rechthebbende(n) op/het/de

voorwerp(en)/geldbedrag(en) was/waren en/of wie het/dat/die voorhanden

heeft/hebben gehad

en/of dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) voorhanden heeft/hebben gehad en/of

heeft/hebben verworven en/of heeft/hebben omgezet en/of heeft/hebben

overgedragen en/of van dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) gebruik

heeft/hebben gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (telkens) wist(en) dat/die

voorwerp(en)/geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), daarvan een gewoonte

heeft/hebben gemaakt;

5 (niveau 1):

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2010 tot en met 11 februari 2013

te Haren (Groningen) en/of Leusden en/of Sint-Michielsgestel en/of Hilversum

en/of Utrecht en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft

deelgenomen aan een organisatie, te weten een organisatieverband van

natuurlijke personen en/of rechtspersonen, bestaande uit o.a. hem, verdachte,

en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 6] en/of [bedrijf 23]

en/of [bedrijf 2] (" [bedrijf 2] ") en/of [bedrijf 4]

en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 13] en/of [bedrijf 16]

, welke organisatie tot oogmerk heeft/had het plegen van misdrijven,

namelijk onder meer

-oplichting van SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014

genaamd Propertize BV) en/of SNS Reaal NV (artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

-verduistering in dienst betrekking bij SNS Property Finance BV en/of SNS

Reaal NV (artikel 321/322 Wetboek van Strafrecht)

-actieve en/of passieve niet-ambtelijke omkoping (artikel 328ter Wetboek van

Strafrecht)

-(gewoonte)witwassen (artikel 420bis/ter Wetboek van Strafrecht)

-valsheid in geschrifte (artikel 225 Wetboek van Strafrecht);

6 primair (niveau 2):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2010

tot en met 23 januari 2013 te Leusden en/of Utrecht en/of Hilversum en/of

Haren (Groningen) en/of Amsterdam en/of Groningen en/of Sneek, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en / of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, SNS Property Finance BV (met ingang van 1

januari 2014 genaamd Propertize BV) en/of SNS Reaal NV heeft/hebben bewogen

tot de afgifte(n) van een of meer geldbedrag(en), te weten in totaal circa

Euro 1.694.191,20 (exclusief btw) (bestaande uit circa Euro 228.450,-

(exclusief btw) en/of circa Euro 184.940,- (exclusief btw) en/of circa Euro

255.255,- (exclusief btw) en/of circa Euro 276.787,50 (exclusief btw) en/of

circa Euro 289.908,75 (exclusief btw) en/of circa Euro 282.862,50 en/of circa

Euro 175.987,50 (exclusief btw: zie o.a. AH-042 en/of AH-049 en/of AH-064

en/of AH-065 en/of AH-066 en/of AH-067 en/of AH-068 en/of AH-069 en/of

AH-070), in elk geval van enig geldbedrag(en),

en/of

heeft/hebben bewogen tot het aangaan van een of meer schuld(en), te weten het

sluiten/aangaan van een of meer (aanvullende) overeenkomst(en) van opdracht

met [medeverdachte 4] en/of zijn bedrijf [bedrijf 8] (zie: D-0313)

en/of

met [betrokkene 1] en/of zijn bedrijf [bedrijf 20] BV (zie: D-0311)

en/of

met [betrokkene 2] en/of zijn bedrijf [bedrijf 18] (zie: D-0312)

en/of

met [medeverdachte 3] en/of zijn bedrijf [bedrijf 5] (zie: D-0314)

en/of

met [medeverdachte 2] en/of zijn bedrijf [bedrijf 21] (zie: D-0315)

en/of

met [betrokkene 4] en/of zijn bedrijf [bedrijf 22] (thans genaamd [bedrijf 24] )

(zie: D-0316 en/of D-1380)

en/of

met [betrokkene 3] en/of zijn bedrijf [bedrijf 22] (thans genaamd [bedrijf 24]

) (zie: D-0317)

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of

bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

aan SNS Property Finance BV en/of SNS Reaal NV voorgehouden en/of (in strijd

met de werkelijkheid) de indruk gewekt (enkel) de belangen van SNS Property

Finance BV en/of SNS Reaal NV te zullen behartigen bij het (doen) sluiten

en/of het (doen) uitvoeren van de overeenkomsten van opdracht tussen

SNS Property Finance Bt’ en/of SXS Reaal NV en [medeverdachte 4] en/of tt’ensing en/of

Iloeberichts en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 1] en/of de

aan hem/hen gelieerde vennootschap(pen) en daarbij tegenover SXS Property

Finance BV en/of SNS Reaal NV verzwegen dat een gedeelte van het met

genoemde perso(o)n(en) en/of zij n/hun vennootschap(pen) overeengekomen

salaris zou worden afgedragen aan verdachte en/of [bedrijf 6]

en/of [bedrijf 7] en/of andere mededaders, als gevolg waarvan aan

deze met naam genoemde perso(o)n(en) en/of de aan hem/hen gelieerde

vennootschap(pen) (een) te ho(o)ge uurtarie(f)(ven)/vergoeding(en) is/zijn betaald

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of SNS Reaal NV verzwegen en/of verborgen

gehouden en/of verhuld dat er met betrekking tot de (overeengekomen en/of

gefactureerde) vergoeding(en) voor het verrichten van werkzaamheden ten

behoeve van SNS Property Finance BV en/of SNS Reaal NV door [medeverdachte 4] (en/of

zijn bedrijf) en/of [betrokkene 1] (en/of zijn bedrijf) en/of [betrokkene 2] (en/of

zijn bedrijf) en/of [medeverdachte 3] (en/of zijn bedrijf) en/of [medeverdachte 2]

(en/of zijn bedrijf) en/of [betrokkene 4] (en/of zijn bedrijf) en/of [betrokkene 3]

(en/of zijn bedrijf), die door hem, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 5]

en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] was/waren aangedragen en/of

voorgedragen en/of gecontracteerd, een (verborgen of verzwegen) vergoeding

en/of betaling aan hem, verdachte, en/of zijn bedrij(f)(ven) en/of [medeverdachte 1]

en/of zijn bedrij(f)(ven) en/of [medeverdachte 5] en/of zijn bedrijf

en/of [medeverdachte 4] en/of zijn bedrijf en/of [medeverdachte 3] en/of zijn bedrijf en/of

[medeverdachte 2] en/of zijn bedrijf was inbegrepen en/of overeengekomen

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of SNS Reaal NV verzwegen en/of verborgen

gehouden en/of verhuld dat door [medeverdachte 4] (en of zijn bedrijf) en/of [betrokkene 1]

(en/of zijn bedrijf) en/of [betrokkene 2] (en/of zijn bedrijf) en/of [medeverdachte 3]

(en/of zijn bedrijf) en/of [medeverdachte 2] (en/of zijn bedrijf) en/of [betrokkene 4]

(en/of zijn bedrijf) en/of [betrokkene 3] (en/of zijn bedrijf)

(substantiële) betalingen zouden worden verricht en/of zijn verricht aan hem,

verdachte, en/of zijn bedrij(f)(ven)

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of SNS Reaal NV verzwegen en/of verborgen

gehouden en/of verhuld dat door hem, verdachte, (en/of zijn bedrij(f)(ven)),

(substantiële) betalingen zouden worden verricht en/of zijn verricht aan en/of

verrekeningen zouden worden verricht en/of zijn verricht met [medeverdachte 1]

en/of zijn bedrij(f)(ven) en/of [medeverdachte 5] en/of zijn bedrijf en/of M.

[medeverdachte 4] en/of zijn bedrijf en/of [medeverdachte 3] en/of zijn bedrijf en/of [medeverdachte 2]

en/of zijn bedrijf

en/of

(daarbij) ter onderbouwing en/of rechtvaardiging van de hoogte van de

(overeengekomen) vergoeding(en) met die [medeverdachte 4] (en/of zijn bedrijf) en/of die

[betrokkene 1] (en/of zijn bedrijf) en/of die [betrokkene 2] (en/of zijn bedrijf) en/of die

[medeverdachte 3] (en/of zijn bedrijf) en/of die [medeverdachte 2] (en/of zijn bedrijf)

en/of die [betrokkene 4] (en/of zijn bedrijf) en/of die [betrokkene 3] (en/of zijn

bedrijf) een (ondeugdelijk) benchmarkonderzoek (D-0254 en/of D-0255)

ingebracht en/of overgelegd en/of laten inbrengen en/of laten overleggen,

(waaruit diende te blijken dat de hoogte van die vergoeding(en) marktconform

is/zijn/was/waren)

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of SNS Reaal NV verzwegen en/of verborgen

gehouden en/of verhuld dat die [medeverdachte 4] (en/of zijn bedrijf) en/of die [betrokkene 1]

(en/of zijn bedrijf) en/of die [betrokkene 2] (en/of zijn bedrijf) en/of die [medeverdachte 3]

(en/of zijn bedrijf) en/of die [medeverdachte 2] (en/of zijn bedrijf) en/of die

[betrokkene 4] (en/of zijn bedrijf) en/of die [betrokkene 3] (en/of zijn bedrijf)

(feitelijk) via (een vorm van) detachering en/of bemiddeling via/van/door via hem, verdachte, en/of zijn

bedrij(f)(ven) en/of via [medeverdachte 1] en/of zijn bedrij(f)(ven) en/of via

[medeverdachte 5] en/of zijn bedrijf en/of via [medeverdachte 4] en/of zijn bedrijf en/of

via [medeverdachte 3] en/of zijn bedrijf en/of via [medeverdachte 2] en/of zijn

bedrijf werkzaamheden verrichtte(n) voor SNS Property Finance BV en/of SNS

Reaal NV,

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of SNS Reaal NV voorgewend dat de

bovengenoemde (overeengekomen) vergoeding(en) nodig was/waren en/of (een)

zakelijke vergoeding(en) was/waren teneinde bovengenoemde personen (en/of

bedrijven) te kunnen werven en/of behouden ten behoeve van het verrichten van

werkzaamheden en/of diensten ten behoeven van de Restructuring &

Recovery-afdeling (R&R-afdeling) van SNS Property Finance BV

waardoor SNS Property Finance BV en/of SNS Reaal NV) (telkens) werd bewogen

tot bovenomschreven afgifte(n) en/of werd bewogen tot het aangaan van

bovenomschreven schuld(en);

6 subsidiair (niveau 2)

Hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 oktober 2010

tot en met 23 januari 2013 te Leusden en/of Utrecht en/of Hilversum en/of

Haren (Groningen), in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer grote hoeveelheden

geld, te weten in totaal circa Euro 1.694.191,20 (exclusief btw) (zie: o.a.

AH-042 en/of AH-049 en/of AH-064 en/of AH-065 en/of AH-066 en/of AH-067 en/of AH-068 en/of AH-069 en/of AH-070), in elk geval enig(e) geldbedrag(en),

dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan SNS Property Finance BV (met

ingang van 1 januari 2014 genaamd Propertize BV) en/of SNS Reaal NV, in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), en

welk(e) geldbedrag(en) verdachte en/of zijn mededader(s) uit hoofde van de

persoonlijke (dienst)betrekking van [medeverdachte 1] van/als directieadviseur

en/of lid van de directie en/of Chief Restructuring Officer en/of Senior

Strategisch Adviseur en/of consultant, in elk geval als gedetacheerd

leidinggevende en/of medewerker van/bij SNS Property Finance BV, in elk geval

anders dan door misdrijf onder zich had(den), (zich) wederrechtelijk

heeft/hebben toegeëigend;

7 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 30 december 2010 tot en met 21 mei 2012 te

Haren (Groningen) en/of Amsterdam en/of Leusden en/of Hilversum en/of

Utrecht, in elk geval in Nederland, en/of te Willemstad, in elk geval op

Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) aan iemand, te weten [medeverdachte 1] , die anders dan als ambtenaar,

werkzaam is in dienstbetrekking bij en/of optredend als lasthebber van SNS

Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd Propertize BV)

en/of SNS Reaal NV (in de functie van directieadviseur en/of lid van de

directie en/of Chief Restructuring Officer en/of Senior Strategisch Adviseur

en/of consultant), naar aanleiding van hetgeen deze [medeverdachte 1] in

dienstbetrekking en/of bij de uitvoering van diens last heeft gedaan en/of

nagelaten dan wel zal doen of nalaten, (telkens) een belofte, om een vast

percentage van de door [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3]

en/of [medeverdachte 2] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3] aan hem,

verdachte, en/of zijn bedrij(f)(ven) te betalen vaste gedeelten/bedragen per

gewerkt/te declareren uur, te betalen aan [medeverdachte 1] en/of zijn

bedrij(f)(ven) en/of een of meer gift(en), te weten een of meer

geldbedrag(en) tot een totaal bedrag van circa Euro 374.576,50

(exclusief/zonder btw) (zie: o.a. AH-042 en/of AH-049 en/of AH-064 en/of

AH-065 en/of AH-066 en/of AH-067 en/of AH-068 en/of AH-069 en/of AH-070), in elk geval enig(e) geldbedrag(en), heeft gedaan van die aard en/of onder

zodanige omstandigheden dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s),

redelijkerwijs moest(en) aannemen dat die [medeverdachte 1] deze belofte en/of

gift(en) in strijd met de goede trouw zou/zal verzwijgen tegenover zijn

werkgever en/of lastgever;

8 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 30 november 2010 tot en met 12 maart 2013

te Haren (Groningen) en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, en/of te

Willemstad, in elk geval op Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk voorhanden heeft gehad

twee (2), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 2]

(" [bedrijf 2] ") en/of [medeverdachte 1] gericht aan hem, verdachte,

en/of [bedrijf 6] ten bedrage van in totaal circa Euro 53.062,50

(exclusief btw) (te weten: D-0118 en/of D-0119),

en/of

vijf (5), althans een of meer factu(u)r(en) van [bedrijf 2] (" [bedrijf 2]

Consultany BV") en/of [medeverdachte 1] gericht aan hem, verdachte, en/of

[bedrijf 12] ten bedrage van in totaal circa Euro 321.599,-

(zonder btw) (D-0091 en/of D-0092 en/of D-0093 en/of D-0094 en/of D-0095),

zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die

geschrift(en) bestemd was/waren tot gebruik als ware dat/die geschrift(en)

echt en onvervalst, en bestaande die valsheid en/of vervalsing (telkens)

hierin

dat op/in die factu(u)r(en) is vermeld dat door [bedrijf 2] (" [bedrijf 2]

") en/of [medeverdachte 1] werkzaamheden en/of diensten (te weten:

"corporate finance advies" en/of "advisering" en/of "corporate finance

advisering") zijn verricht ten behoeve van/voor hem, verdachte, en/of

[bedrijf 6] en/of [bedrijf 12] , terwijl in werkelijkheid

die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door

[bedrijf 2] (" [bedrijf 2] ") en/of [medeverdachte 1] zijn

verricht ten behoeve van/voor hem, verdachte, en/of [bedrijf 6]

en/of [bedrijf 12]

en/of (telkens)

dat op/in die factu(u)r(en) (een) factuurbedrag(en) is/zijn vermeld dat/die in

werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in

die factu(u)r(en) vermelde(n) werkzaamheden en/of diensten;

9 (niveau 2):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 november

2010 tot en met 28 februari 2013 te Groningen en/of Leusden en/of Utrecht

en/of Haren (Groningen) en/of Amsterdam en/of Sneek, in elk geval in

Nederland, (telkens) anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in

dienstbetrekking bij en/of optredend als lasthebber van SNS Property Finance

BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd Propertize BV) en/of SNS Reaal NV

(in de functie van interim-manager en/of (daarbij) belast met het aansturen

van nationale en internationale equity participaties van SNSPF alsmede het

behandelen van andere door de Directie van SNSPF te bepalen dossiers en/of in

de functie van (tijdelijk) bestuurder en/of commissaris en/of Restructuring

Medewerker, naar aanleiding van hetgeen hij, verdachte, in zijn betrekking

en/of bij de uitvoering van zijn last(en) heeft gedaan en/of nagelaten dan

wel zal/zou doen of nalaten, (telkens) een belofte, te weten de

toezegging/instemming om een vast gedeelte/bedrag per gewerkt/te declareren

uur aan hem, verdachte, (en/of zijn bedrij(f)(ven)) te betalen en/of een of

meer gift(en), te weten

de betaling van in totaal circa Euro 184.940,- (exclusief btw) door [betrokkene 1]

en/of zijn bedrijf (zie: o.a. AH-042 en/of AH-064)

en/of

de betaling van in totaal circa Euro 255.255,- (exclusief btw) door [betrokkene 2]

en/of zijn bedrijf (zie: o.a. AH-042 en/of AH-065)

en/of

de betaling van in totaal circa Euro 228.450,- (exclusief btw) door [medeverdachte 4]

en/of zijn bedrijf (zie: o.a. AH-042 en/of AH-066)

en/of

de betaling van in totaal circa Euro 175.987,50 (exclusief btw) door [betrokkene 3]

en/of zijn bedrijf (zie: o.a. AH-042 en/of AH-070)

en/of

de betaling van in totaal circa Euro 282.862,50 (exclusief btw) door [betrokkene 4]

en/of zijn bedrijf (zie: o.a. AH-042 en/of AH-069)

en/of

de betaling van in totaal circa Euro 289.908,75 (exclusief btw) door [medeverdachte 2]

en/of zijn bedrijf (zie: o.a. AH-042 en/of AH-068)

en/of

de betaling van in totaal circa Euro 276.787,50 (exclusief btw) door [medeverdachte 3]

en/of zijn bedrijf (zie: o.a. AH-042 en/of AH-067)

heeft aangenomen en dit aannemen in strijd met de goede trouw (telkens) heeft

verzwegen tegenover zijn werkgever en/of lastgever;

Artikel 328ter lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 328ter lid 1 Wetboek van Strafrecht

10 (niveau 2):

Hij in of omstreeks de periode van 5 oktober 2010 tot en met 17 januari 2013

te Haren (Groningen) en/of Amsterdam en/of Leusden en/of Utrecht, in elk geval

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen

acht (8), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 6] en/of

hem, verdachte, gericht aan [betrokkene 1] en/of [bedrijf 20] ten

bedrage van in totaal circa Euro 66.990,- (exclusief btw) (te weten: D-0343

en/of D-0344 en/of D-0820 en/of D-0821 en/of D-0822 en/of D-0823 en/of D-0824

en/of D-0825),

en/of

tien (10), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] en/of

hem, verdachte, gericht aan [betrokkene 1] en/of [bedrijf 20] ten

bedrage van in totaal circa Euro 117.950,- (exclusief btw) (te weten: D-0826

en/of D-0827 en/of D-0828 en/of D-0829 en/of D-0830 en/of D-0831 en/of D-0832

en/of D-0833 en/of D-0345 en/of D-0346)

en/of

dertien (13), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 6]

en/of hem, verdachte, gericht aan [betrokkene 2] en/of [bedrijf 18] ten bedrage

van in totaal circa Euro 137.165,- (exclusief btw) (te weten: D-0177 en/of

D-0355 en/of D-0853 en/of D-0854 en/of D-0855 en/of D-0856 en/of D-0857 en/of

D-0858 en/of D-0859 en/of D-0860 en/of D-0861 en/of D-0862 en/of D-0863),

en/of

tien (10), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] en/of

hem, verdachte, gericht aan [betrokkene 2] en/of [bedrijf 18] ten bedrage van

in totaal circa Euro 118.090,- (exclusief btw) (te weten: D-0864 en/of D-0865

en/of D-0866 en/of D-0867 en/of D-0868 en/of D-0869 en/of D-0870 en/of D-0871

en/of D-0356 en/of D-0357)

en/of

zeventien (17), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 6]

en/of hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte 4] en/of [bedrijf 8] ten bedrage van in

totaal circa Euro 138.900,- (exclusief btw) (te weten: D-0366 en/of D-0367

en/of D-0897 en/of D-0898 en/of D-0899 en/of D-0900 en/of D-0901 en/of D-0902

en/of D-0903 en/of D-0904 en/of D-0905 en/of D-0906 en/of D-0907 en/of D-0908

en/of D-0909 en/of D-0910 en/of D-0911),

en/of

elf (11), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] en/of

hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte 4] en/of [bedrijf 8] ten bedrage van in totaal

circa Euro 89.550,- (exclusief btw) (te weten: D-0912 en/of D-0913 en/of

D-0914 en/of D-0915 en/of D-0916 en/of D-0917 en/of D-0918 en/of D-0919 en/of

D-0920 en/of D-0368 en/of D-0369)

en/of

vijftien (15), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 6]

en/of hem, verdachte, gericht aan [betrokkene 3] en/of [bedrijf 22] (thans

genaamd [bedrijf 24] ) ten bedrage van in totaal circa Euro 116.812,50

(exclusief btw) (te weten: D-0382 en/of D-0383 en/of D-0958 en/of D-0959 en/of

D-0960 en/of D-0961 en/of D-0962 en/of D-0963 en/of D-0964 en/of D-0965 en/of

D-0966 en/of D-0967 en/of D-0968 en/of D-0969 en/of D-0970),

en/of

tien (10), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] en/of

hem, verdachte, gericht aan [betrokkene 3] en/of [bedrijf 22] (thans genaamd

[bedrijf 24] ) ten bedrage van in totaal circa Euro 59.175,- (exclusief btw)

(te weten: D-0971 en/of D-0972 en/of D-0973 en/of D-0974 en/of D-0975 en/of

D-0976 en/of D-0977 en/of D-0978 en/of D-0384 en/of D-0385)

en/of

vijftien (15), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 6]

en/of hem, verdachte, gericht aan [betrokkene 4] en/of [bedrijf 22] (thans

genaamd [bedrijf 24] ) ten bedrage van in totaal circa Euro 151.500,-

(exclusief btw) (te weten D-0394 en/of D-0395 en/of D-1002 en/of D-1003 en/of

D-1004 en/of D-1005 en/of D-1006 en/of D-1007 en/of D-1008 en/of D-1009 en/of

D-1010 en/of D-1011 en/of D-1012 en/of D-1013 en/of D-1014),

en/of

twaalf (12), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] en/of

hem, verdachte, gericht aan [betrokkene 4] en/of [bedrijf 22] (thans genaamd

[bedrijf 24] ) ten bedrage van in totaal circa Euro 131.362,50 (exclusief btw)

(te weten: D-1015 en/of D-1016 en/of D-1017 en/of D-1018 en/of D-1019 en/of

D-1020 en/of D-1021 en/of D-1022 en/of D-1023 en/of D-1024 en/of D-0396 en/of

D-0397)

en/of

zestien (16), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 6]

en/of hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte 2] en/of [bedrijf 21] ten

bedrage van in totaal circa Euro 148.721,25 (exclusief btw) (te weten: D-0405

en/of D-0406 en/of D-1050 en/of D-1051 en/of D-1052 en/of D-1053 en/of D-1054

en/of D-1055 en/of D-1056 en/of D-1057 en/of D-1058 en/of D-1059 en/of D-1060

en/of D-1061 en/of D-1062 en/of D-1063),

en/of

twaalf (12), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] en/of

hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte 2] en/of [bedrijf 21] ten bedrage

van in totaal circa Euro 141.187,50 (exclusief btw) (te weten: D-1064 en/of

D-1065 en/of D-1066 en/of D-1067 en/of D-1068 en/of D-1069 en/of D-1070 en/of

D-1071 en/of D-1072 en/of D-1073 en/of D-0407 en/of D-0408)

en/of

zestien (16), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 6]

en/of hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte 3] en/of [bedrijf 5] ten

bedrage van in totaal circa Euro 142.443,75 (exclusief btw) (te weten: D-0422

en/of D-0423 en/of D-1116 en/of D-11117 en/of D-1118 en/of D-1119 en/of D-1120

en/of D-1121 en/of D-1122 en/of D-1123 en/of D-1124 en/of D-1125 en/of D-1126

en/of D-1127 en/of D-1128 en/of D-1129),

en/of

twaalf (12), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] en/of

hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte 3] en/of [bedrijf 5] ten bedrage

van in totaal circa Euro 134.342,75 (exclusief btw) (te weten: D-1130 en/of

D-1131 en/of D-1132 en/of D-1133 en/of D-1134 en/of D-1135 en/of D-1136 en/of

D-1137 en/of D-1138 en/of D-1139 en/of D-0424 en/of D-0425)

zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten

opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers

heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd

met de waarheid -zakelijk weergegeven-

op/in die factu(u)r(en vermeld dat door [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te

weten: "adviesdiensten") zijn verricht ten behoeve van/voor [betrokkene 1]

en/of [bedrijf 20] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of

diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 6] en/of

Sebstivier Trade BV en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor

[betrokkene 1] en/of [bedrijf 20]

en/of

op/in die factu(u)r(en vermeld dat door [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te

weten: "adviesdiensten") zijn verricht ten behoeve van/voor [betrokkene 2] en/of

[bedrijf 18] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten

niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [betrokkene 2]

en/of [bedrijf 18]

en/of

op/in die factu(u)r(en vermeld dat door [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te

weten: "adviesdiensten") zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte 4] en/of

[bedrijf 8] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet,

althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte 4] en/of

[bedrijf 8]

en/of

op/in die factu(u)r(en vermeld dat door [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te

weten: "adviesdiensten") zijn verricht ten behoeve van/voor [betrokkene 3]

en/of [bedrijf 22] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten

niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [betrokkene 3]

en/of [bedrijf 22]

en/of

op/in die factu(u)r(en vermeld dat door [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te

weten: "adviesdiensten") zijn verricht ten behoeve van/voor [betrokkene 4] en/of

[bedrijf 22] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet,

althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [betrokkene 4] en/of

[bedrijf 22]

en/of

op/in die factu(u)r(en vermeld dat door [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te

weten: "adviesdiensten") zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte 2]

en/of [bedrijf 21] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of

diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 6] en/of

Sebstivier Trade BV en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor

[medeverdachte 2] en/of [bedrijf 21]

en/of

op/in die factu(u)r(en vermeld dat door [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te

weten: "adviesdiensten") zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte 3] en/of

[bedrijf 5] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of

diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 6] en/of

Sebstivier Trade BV en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor

[medeverdachte 3] en/of [bedrijf 5]

en/of (telkens)

op/in die factu(u)r(en) (een) factuurbedrag(en) vermeld dat/die in

werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in

die factu(u)r(en) vermelde(n) werkzaamheden en/of diensten,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

11 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 29 november 2010 tot en met 26 januari 2013

te Haren (Groningen) en/of Amsterdam en/of Leusden en/of Groningen en/of

Utrecht en/of Enschede, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) aan iemand, die anders dan

als ambtenaar, te weten

[medeverdachte 4] , werkzaam in dienstbetrekking bij en/of optredend als lasthebber van

SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd Propertize BV)

en/of SNS Reaal NV (in de functie van Restructurer en/of (daarbij) belast met

het op restructuring- en recoverygebied begeleiden van een aantal nationale of

internationale relatiecomplexen en aanverwante werkzaamheden)

en/of

[medeverdachte 2] , werkzaam in dienstbetrekking bij en/of optredend als

lasthebber van SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd

Propertize BV) en/of SNS Reaal NV (in de functie van Equity manager en/of

(daarbij) belast met het management van de nationale en internationale equity

posities van SNSPF en alle daaruit voortvloeinde werkzaamheden),

en/of

[medeverdachte 3] , werkzaam in dienstbetrekking bij en/of optredend als lasthebber

van SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd Propertize

BV) en/of SNS Reaal NV (in de functie van Equity manager en/of (daarbij)

belast met het management van de nationale en internationale equity posties

van SNSPF en alle daaruit voortvloeiende werkzaamheden),

naar aanleiding van hetgeen deze [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]

in dienstbetrekking en/of bij de uitvoering van dien/huns last

heeft/hebben gedaan en/of nagelaten dan wel zal/zullen doen of nalaten,

(telkens) een belofte, te weten de toezegging/instemming om een vast

gedeelte/bedrag per door [betrokkene 2] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3]

gewerkt/te declareren uur aan [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]

(en/of zijn/hun/bedrij(f)(ven)) te betalen en/of een of meer gift(en, in elk

geval enig(e) geldbedrag(en)), te weten

de betaling van in totaal circa Euro 82.475,- (exclusief btw) aan [medeverdachte 4]

en/of zijn bedrijf

en/of

de betaling van in totaal circa Euro 40.378,16 (exclusief btw) aan [medeverdachte 2]

en/of zijn bedrijf

en/of

de betaling van in totaal circa Euro 798,75 (exclusief btw) aan [medeverdachte 3]

en/of zijn bedrijf en/of een korting/verrekening van in totaal circa Euro

45.101,42 (exclusief btw) op/met het/de door [medeverdachte 3] te betalen resterende

en/of (nog) verschuldigde geldbedrag aan hem, verdachte,

heeft gedaan van die aard en/of onder zodanige omstandigheden dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs moest(en) aannemen dat die

[medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] deze belofte(n) en/of

gift(en) in strijd met de goede trouw zou/zouden/zal/zullen verzwijgen

tegenover zijn/hun werkgever en/of lastgever;

12 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 20 november 2010 tot en met 12 maart 2013

te Haren (Groningen) en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk voorhanden

heeft gehad

twaalf (12), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 8] en/of [medeverdachte 4]

gericht aan hem, verdachte, en/of [bedrijf 6] ten bedrage van in

totaal circa Euro 45.762,50 (exclusief btw) (te weten: D-0373 en/of D-0374

en/of D-0921 en/of D-0922 en/of D-0923 en/of D-0924 en/of D-0925 en/of D-0926

en/of D-0927 en/of D-0928 en/of D-0929 en/of D-0930)

en/of

negen (9), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 8] en/of [medeverdachte 4]

gericht aan hem, verdachte, en/of [bedrijf 7] ten bedrage van in

totaal circa Euro 36.712,50 (exclusief btw) (te weten: D-0931 en/of D-0932

en/of D-0933 en/of D-0934 en/of D-0935 en/of D-0936 en/of D-0937 en/of D-0375

en/of D-0376)

en/of

veertien (14), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 1]

en/of [medeverdachte 2] , gericht aan hem, verdachte,

en/of [bedrijf 6] ten bedrage van in totaal circa Euro 24.963,77

(exclusief btw) (te weten: D-0411 en/of D-0412 en/of D-1074 en/of D-1075 en/of

D-1076 en/of D-1077 en/of D-1078 en/of D-1079 en/of D-1080 en/of D-1081 en/of

D-1082 en/of D-1083 en/of D-1084 en/of D-1086),

en/of

acht (8), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 1]

en/of [medeverdachte 2] gericht aan hem, verdachte, en/of

[bedrijf 7] ten bedrage van in totaal circa Euro 15.414,39 (exclusief

btw) (te weten: D-1085 en/of D-1087 en/of D-1088 en/of D-1089 en/of D-1090

en/of D-1091 en/of D-0413 en/of D-0414)

en/of

veertien (14), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 5]

en/of [medeverdachte 3] , gericht aan hem, verdachte, en/of [bedrijf 6] ten

bedrage van in totaal circa Euro 24.862,52 (exclusief btw) (te weten: D-0427

en/of D-0428 en/of D-1140 en/of D-1141 en/of D-1142 en/of D-1143 en/of D-1144

en/of D-1145 en/of D-1146 en/of D-1147 en/of D-1148 en/of D-1149 en/of D-1150

en/of D-1151),

en/of

tien (10), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 5] en/of

[medeverdachte 3] gericht aan hem, verdachte, en/of [bedrijf 7] ten bedrage

van in totaal circa Euro 16.132,52 (exclusief btw) (te weten: D-1152 en/of

D-1153 en/of D-1154 en/of D-1155 en/of D-1156 en/of D-1157 en/of D-1158 en/of

D-1159 en/of D-0429 en/of D-0430)

en/of

zestien (16), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 25] en/of [medeverdachte 5]

gericht aan hem, verdachte, en/of [bedrijf 6] ten

bedrage van in totaal circa Euro 187.429,64 (zonder btw) (te weten: D-0431

en/of D-0204 en/of D-1160 en/of D-1161 en/of D-1162 en/of D-1163 en/of D-1164

en/of D-1165 en/of D-1166 en/of D-1167 en/of D-1168 en/of D-0465 en/of D-0466

en/of D-0467 en/of D-0468 en/of D-0469)

en/of

twaalf (12), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 25] en/of [medeverdachte 5]

gericht aan hem, verdachte, en/of [bedrijf 7] ten bedrage

van in totaal circa Euro 137.497,51 (zonder btw) (te weten: D-0470 en/of

D-0471 en/of D-0434 en/of D-0472 en/of D-0473 en/of D-0474 en/of D-0475 en/of

D-0476 en/of D-0477 en/of D-0478 en/of D-0479 en/of D-0432)

zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die

geschrift(en) bestemd was/waren tot gebruik als ware dat/die geschrift(en)

echt en onvervalst, en bestaande die valsheid en/of vervalsing (telkens)

hierin

dat op/in die factu(u)r(en is vermeld dat door [bedrijf 8] en/of [medeverdachte 4]

werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advies") zijn verricht ten behoeve

van/voor hem, verdachte, en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

, terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans

niet in zijn geheel, door [bedrijf 8] en/of [medeverdachte 4] , zijn verricht ten behoeve

van/voor hem, verdachte, en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of

dat op/in die factu(u)r(en is vermeld dat door [bedrijf 1]

en/of [medeverdachte 2] werkzaamheden en/of diensten (te weten:

"werkzaamheden inzake [bedrijf 22] " en/of "werkzaamheden betreffende [naam] ") zijn verricht ten behoeve van/voor hem, verdachte, en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of

diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 1]

en/of [medeverdachte 2] , zijn verricht ten behoeve van/voor hem,

verdachte, en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of

dat op/in die factu(u)r(en) is vermeld dat door [bedrijf 5] en/of [medeverdachte 3]

werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advieswerkzaamheden t.b.v.

[bedrijf 22] ") zijn verricht ten behoeve van/voor hem, verdachte, en/of

[bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] , terwijl in werkelijkheid die

werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 5]

en/of [medeverdachte 3] zijn verricht ten behoeve van/voor hem,

verdachte, en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of

dat op/in die factu(u)r(en) is vermeld dat door [bedrijf 25] en/of [medeverdachte 5]

werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advisory and consultancy

services") zijn verricht ten behoeve van/voor hem, verdachte, en/of

[bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] , terwijl in werkelijkheid die

werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 25]

en/of [medeverdachte 5] zijn verricht ten behoeve van hem, verdachte,

en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of (telkens)

dat op/in die factu(u)r(en) (een) factuurbedrag(en) is/zijn vermeld dat/die in

werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in

die factu(u)r(en) vermelde(n) werkzaamheden en/of diensten;

13 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 10 november 2010 tot en met heden te

Leusden en/of Hilversum en/of Utrecht en/of Haren (Groningen) en/of Amsterdam

en/of Groningen en/of Sneek en/of Enschede, in elk geval in Nederland, en/of

te Willemstad, in elk geval op Curaçao, en/of te Praag, in elk geval in

Tsjechië, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(van) één of meer voorwerp(en), te weten een of een meer geldbedrag(en) tot

een totaal bedrag van circa Euro 1.649.089,70 (exclusief/zonder btw) (zie:

o.a. AH-042 en/of AH-049 en/of AH-064 en/of AH-065 en/of AH-066 en/of AH-067 en/of AH-068 en/of AH-069 en/of AH-070), bestaande uit

circa Euro 66.990,- (exclusief btw) (ontvangen (van [betrokkene 1] ) op basis

van de factu(u)r(en) D-0343 en/of D-0344 en/of D-0820 en/of D-0821 en/of

D-0822 en/of D-0823 en/of D-0824 en/of D-0825)

en/of

circa Euro 117.950,- (exclusief btw) (ontvangen (van [betrokkene 1] ) op basis

van de factu(u)r(en) D-0826 en/of D-0827 en/of D-0828 en/of D-0829 en/of

D-0830 en/of D-0831 en/of D-0832 en/of D-0833 en/of D-0345 en/of D-0346)

en/of

circa Euro 137.165,- (exclusief btw) (ontvangen (van [betrokkene 2] ) op basis van de

factu(u)r(en) D-0177 en/of D-0355 en/of D-0853 en/of D-0854 en/of D-0855 en/of

D-0856 en/of D-0857 en/of D-0858 en/of D-0859 en/of D-0860 en/of D-0861 en/of

D-0862 en/of D-0863)

en/of

circa Euro 118.090,- (exclusief btw) (ontvangen (van [betrokkene 2] ) op basis van de

factu(u)r(en) D-0864 en/of D-0865 en/of D-0866 en/of D-0867 en/of D-0868 en/of

D-0869 en/of D-0870 en/of D-0871 en/of D-0356 en/of D-0357)

en/of

circa Euro 138.900,- (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte 4] ) op basis van de

factu(u)r(en) D-0366 en/of D-0367 en/of D-0897 en/of D-0898 en/of D-0899 en/of

D-0900 en/of D-0901 en/of D-0902 en/of D-0903 en/of D-0904 en/of D-0905 en/of

D-0906 en/of D-0907 en/of D-0908 en/of D-0909 en/of D-0910 en/of D-0911)

en/of

circa Euro 89.550,- (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte 4] ) op basis van de

factu(u)r(en) D-0912 en/of D-0913 en/of D-0914 en/of D-0915 en/of D-0916 en/of

D-0917 en/of D-0918 en/of D-0919 en/of D-0920 en/of D-0368 en/of D-0369)

en/of

circa Euro 116.812,50 (exclusief btw) (ontvangen (van [betrokkene 3] ) op basis

van de factu(u)r(en) D-0382 en/of D-0383 en/of D-0958 en/of D-0959 en/of

D-0960 en/of D-0961 en/of D-0962 en/of D-0963 en/of D-0964 en/of D-0965 en/of

D-0966 en/of D-0967 en/of D-0968 en/of D-0969 en/of D-0970)

en/of

circa Euro 59.175,- (exclusief btw) (ontvangen (van [betrokkene 3] ) op basis

van de factu(u)r(en) D-0971 en/of D-0972 en/of D-0973 en/of D-0974 en/of

D-0975 en/of D-0976 en/of D-0977 en/of D-0978 en/of D-0384 en/of D-0385)

en/of

circa Euro 151.500,- (exclusief btw) (ontvangen (van [betrokkene 4] ) op basis van

de factu(u)r(en) D-0394 en/of D-0395 en/of D-1002 en/of D-1003 en/of D-1004

en/of D-1005 en/of D-1006 en/of D-1007 en/of D-1008 en/of D-1009 en/of D-1010

en/of D-1011 en/of D-1012 en/of D-1013 en/of D-1014)

en/of

circa Euro 131.362,50 (exclusief btw) (ontvangen (van [betrokkene 4] ) op basis van

de factu(u)r(en) D-1015 en/of D-1016 en/of D-1017 en/of D-1018 en/of D-1019

en/of D-1020 en/of D-1021 en/of D-1022 en/of D-1023 en/of D-1024 en/of D-0396

en/of D-0397)

en/of

circa Euro 148.721,25 (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte 2] ) op

basis van de factu(u)r(en) D-0405 en/of D-0406 en/of D-1050 en/of D-1051 en/of

D-1052 en/of D-1053 en/of D-1054 en/of D-1055 en/of D-1056 en/of D-1057 en/of

D-1058 en/of D-1059 en/of D-1060 en/of D-1061 en/of D-1062 en/of D-1063)

en/of

circa Euro 141.187,50 (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte 2] ) op

basis van de factu(u)r(en) D-1064 en/of D-1065 en/of D-1066 en/of D-1067

en/of D-1068 en/of D-1069 en/of D-1070 en/of D-1071 en/of D-1072 en/of D-1073

en/of D-0407 en/of D-0408)

en/of

circa Euro 116.396,11 (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte 3] ) op basis van

de factu(u)r(en) D-0422 en/of D-0423 en/of D-1116 en/of D-1117 en/of D-1118

en/of D-1119 en/of D-1120 en/of D-1121 en/of D-1122 en/of D-1123 en/of D-1124

en/of D-1125 en/of D-1126 en/of D-1127 en/of D-1128 en/of D-1129

minus/verrekend met de fact(u)r(en) D-0428 en/of D-1140 en/of D-1141 en/of

D-1142 en/of D-1143 en/of D-1144 en/of D-1145 en/of D-1146 en/of D-1147 en/of

D-1148 en/of D-1149 en/of D-1150 en/of D-1151en/of één (1) tot op heden

onbekend gebleven factuur)

en/of

circa Euro 115.289,98 (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte 3] ) op basis van

de factu(u)r(en) D-1130 en/of D-1131 en/of D-1132 en/of D-1133 en/of D-1134

en/of D-1135 en/of D-1136 en/of D-1137 en/of D-1138 en/of D-1139 en/of D-0424

en/of D-0425 minus/verrekend met de factu(u)r(en) D-1152 en/of D-1153 en/of

D-1154 en/of D-1155 en/of D-1156 en/of D-1157 en/of D-1158 en/of D-1159 en/of

D-0429 en/of D-0430 en/of twee (2) tot op heden onbekend gebleven

factu(u)r(en))

en/of (vervolgens) van die circa Euro 1.649.089,70 (exclusief/zonder btw)

circa Euro 45.762,50 (exclusief btw) (betaald (aan [medeverdachte 4] ) op basis van de

factu(u)r(en) (D-0373 en/of D-0374 en/of D-0921 en/of D-0922 en/of D-0923

en/of D-0924 en/of D-0925 en/of D-0926 en/of D-0927 en/of D-0928 en/of D-0929

en/of D-0930)

en/of

circa Euro 36.712,50 (exclusief btw) (betaald (aan [medeverdachte 4] ) op basis van de

factu(u)r(en) D-0931 en/of D-0932 en/of D-0933 en/of D-0934 en/of D-0935 en/of

D-0936 en/of D-0937 en/of D-0375 en/of D-0376)

en/of

circa Euro 24.963,77 (betaald (aan [medeverdachte 2] ) op basis van de

factu(u)r(en) D-0411 en/of D-0412 en/of D-1074 en/of D-1075 en/of D-1076 en/of

D-1077 en/of D-1078 en/of D-1079 en/of D-1080 en/of D-1081 en/of D-1082 en/of

D-1083 en/of D-1084 en/of D-1086)

en/of

circa Euro 15.414,39 (exclusief btw) (betaald (aan [medeverdachte 2] ) op basis

van de factu(u)r(en) D-1085 en/of D-1087 en/of D-1088 en/of D-1089 en/of

D-1090 en/of D-1091 en/of D-0413 en/of D-0414)

en/of

circa Euro 978,75 (exclusief btw) (betaald (aan [medeverdachte 3] ) op basis van de

factuur (D-0427)

en/of

circa Euro 187.429,64 (zonder btw) (betaald (aan [medeverdachte 5] ) op basis van

de factu(u)r(en) D-0431 en/of D-0204 en/of D-1160 en/of D-1161 en/of D-1162

en/of D-1163 en/of D-1164 en/of D-1165 en/of D-1166 en/of D-1167 en/of D-1168

en/of D-0465 en/of D-0466 en/of D-0467 en/of D-0468 en/of D-0469)

en/of

circa Euro 137.497,51 (zonder btw) (betaald (aan [medeverdachte 5] ) op basis van

de factu(u)r(en) D-0470 en/of D-0471 en/of D-0434 en/of D-0472 en/of D-0473

en/of D-0474 en/of D-0475 en/of D-0476 en/of D-0477 en/of D-0478 en/of D-0479

en/of D-0432)

en/of

circa Euro 53.062,50 (exclusief btw) (betaald (aan [medeverdachte 1] ) op basis

van de factu(u)r(en) D-0118 en/of D-0119)

en/of

circa Euro 321.514,- (zonder btw) (betaald (aan [medeverdachte 1] ) op basis van

de factu(u)r(en) D-0091 en/of D-0092 en/of D-0093 en/of D-0094 en/of D-0095),

in elk geval enig(e) geldbedrag(en),

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding

en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen/verhuld en/of heeft/hebben

verborgen/verhuld wie de rechthebbende(n) op/het/de

voorwerp(en)/geldbedrag(en) was/waren en/of wie het/dat/die voorhanden

heeft/hebben gehad

en/of dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) voorhanden heeft/hebben gehad en/of

heeft/hebben verworven en/of heeft/hebben omgezet en/of heeft/hebben

overgedragen en/of van dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) gebruik

heeft/hebben gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat/die

voorwerp(en)/geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) daarvan een gewoonte

heeft/hebben gemaakt;

14 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2010 tot en met 4 maart 2013 te

Leusden en/of Sint-Michielsgestel en/of Hilversum en/of Utrecht en/of Haren

(Groningen) en/of Amsterdam en/of Groningen en/of Enschede, in elk geval in

Nederland en/of te Willemstad, in elk geval op Curaçao, en/of te Praag, in

elk geval in Tsjechië, opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, te

weten een organisatieverband van natuurlijke personen en/of rechtspersonen,

bestaande uit o.a. hem, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 6]

en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 2]

en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] en/of [bedrijf 2]

(" [bedrijf 2] ") en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of [bedrijf 12] en/of [bedrijf 20] en/of [bedrijf 18]

Beheer BV en/of [bedrijf 8] en/of [bedrijf 21] en/of [bedrijf 1]

en/of [bedrijf 5] en/of [bedrijf 25] ,

welke organisatie tot oogmerk heeft/had het plegen van misdrijven, namelijk

onder meer

-oplichting van SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014

genaamd Properize BV) en/of SNS Reaal NV (artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

-verduistering in dienst betrekking bij SNS Property Finance BV en/of SNS

Reaal NV (artikel 321/322 Wetboek van Strafrecht)

-actieve en/of passieve niet-ambtelijke omkoping (artikel 328ter Wetboek van

Strafrecht)

-(gewoonte)witwassen (artikel 420bis/ter Wetboek van Strafrecht)

-valsheid in geschrifte (artikel 225 Wetboek van Strafrecht)

terwijl hij, verdachte, binnen die organisatie een leidinggevende rol heeft

vervuld.

Bijlage 2: De Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2, 3, 7, 8, 10, 12, 13 en 14 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

2 (niveau 1):

hij in of omstreeks de periode van 22 februari 2011 tot en met 4 juni 2012 te

Haren (Groningen) en/of Amsterdam en/of Leusden en/of Hilversum en/of

Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, (telkens) aan iemand, te weten [medeverdachte 1] , die

anders dan als ambtenaar, werkzaam is in dienstbetrekking bij en/of optredend

als lasthebber van SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014

genaamd Propertize BV) en/of SNS Reaal NV (in de functie van directieadviseur

en/of lid van de directie en/of Chief Restructuring Officer en/of Senior

Strategisch Adviseur en/of consultant), naar aanleiding van hetgeen deze

[medeverdachte 1] in dienstbetrekking en/of bij de uitvoering van diens last

heeft gedaan en/of nagelaten dan wel zou doen of nalaten, (telkens) een

belofte, te weten de toezegging/instemming om een vast gedeelte/bedrag per

gewerkt/te declareren uur aan [medeverdachte 1] en/diens bedrij(f)(ven) te

betalen en/of een of meer gift(en), te weten een of meer geldbedrag(en) tot

een totaal bedrag van circa Euro 142.500,- (exclusief btw) (zie: o.a. AH-049

en/of AH-063), in elk geval enig(e) geldbedrag(en), heeft gedaan van dien aard

en/of onder zodanige omstandigheden dat hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s) redelijkerwijs moest(en) aannemen dat die [medeverdachte 1] deze

belofte(n) en/of gift(en) in strijd met de goede trouw zou/zal verzwijgen

tegenover diens werkgever en/of lastgever;

3 (niveau 1):

hij in of omstreeks de periode van 28 februari 2011 tot en met 12 maart 2013

te Haren (Groningen) en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk voorhanden

heeft gehad

vijf (5), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 2] (" [bedrijf 2]

") en/of [medeverdachte 1] gericht aan hem, verdachte, en/of

[bedrijf 13] ten bedrage van in totaal circa Euro 116.500,- (exclusief

btw) (te weten: D-0109 en/of D-0110 en/of D-0111 en/of D-0112 en/of D-0113),

en/of

één (1) factuur van [bedrijf 2] (" [bedrijf 2] ") en/of [medeverdachte 1]

gericht aan hem, verdachte, en/of [bedrijf 16] ten bedrage van

in totaal circa Euro 26.000,- (exclusief btw) (te weten: D-0114)

zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die

geschrift(en) bestemd was/waren tot gebruik als ware dat/die geschrift(en)

echt en onvervalst, en bestaande die valsheid en/of vervalsing (telkens)

hierin

dat op/in die factu(u)r(en) is vermeld dat door [bedrijf 2] (" [bedrijf 2]

") en/of [medeverdachte 1] werkzaamheden en/of diensten (te weten:

"advisering" en/of "corporate finance advisering") zijn verricht ten behoeve

van/voor hem, verdachte, en/of [bedrijf 13] en/of [bedrijf 16] ,

terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet

in zijn geheel, door [bedrijf 2] (" [bedrijf 2] ") en/of [medeverdachte 1]

zijn verricht ten behoeve van/voor hem, verdachte, en/of [bedrijf 13]

en/of [bedrijf 16]

en/of (telkens)

dat op/in die factu(u)r(en) (een) factuurbedrag(en) is/zijn vermeld dat/die in

werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in

die factu(u)r(en) vermelde(n) werkzaamheden en/of diensten;

7 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 30 december 2010 tot en met 21 mei 2012 te

Haren (Groningen) en/of Amsterdam en/of Leusden en/of Hilversum en/of

Utrecht, in elk geval in Nederland, en/of te Willemstad, in elk geval op

Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) aan iemand, te weten [medeverdachte 1] , die anders dan als ambtenaar,

werkzaam is in dienstbetrekking bij en/of optredend als lasthebber van SNS

Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd Propertize BV)

en/of SNS Reaal NV (in de functie van directieadviseur en/of lid van de

directie en/of Chief Restructuring Officer en/of Senior Strategisch Adviseur

en/of consultant), naar aanleiding van hetgeen deze [medeverdachte 1] in

dienstbetrekking en/of bij de uitvoering van diens last heeft gedaan en/of

nagelaten dan wel zou doen of nalaten, (telkens) een belofte, om een vast

percentage van de door [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [medeverdachte 4] en/of
[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3] aan hem, verdachte, en/of zijn bedrij(f)(ven) te betalen vaste gedeelten/bedragen per

gewerkt/te declareren uur, te betalen aan [medeverdachte 1] en/of diens

bedrij(f)(ven) en/of een of meer gift(en), te weten een of meer

geldbedrag(en) tot een totaalbedrag van circa Euro 374.576,50

(exclusief/zonder btw) (zie: o.a. AH-042 en/of AH-049 en/of AH-064 en/of

AH-065 en/of AH-066 en/of AH-067 en/of AH-068 en/of AH-069 en/of AH-070), in elk geval enig(e) geldbedrag(en), heeft gedaan van dien aard en/of onder

zodanige omstandigheden dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s),

redelijkerwijs moest(en) aannemen dat die [medeverdachte 1] deze belofte en/of

gift(en) in strijd met de goede trouw zou/zal verzwijgen tegenover zijn

werkgever en/of lastgever;

8 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 30 november 2010 tot en met 12 maart 2013

te Haren (Groningen) en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, en/of te

Willemstad, in elk geval op Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk voorhanden heeft gehad

twee (2), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 2]

(" [bedrijf 2] ") en/of [medeverdachte 1] gericht aan hem, verdachte,

en/of [bedrijf 6] ten bedrage van in totaal circa Euro 53.062,50

(exclusief btw) (te weten: D-0118 en/of D-0119),

en/of

vijf (5), althans een of meer factu(u)r(en) van [bedrijf 2] (" [bedrijf 2]

Consultany BV") en/of [medeverdachte 1] gericht aan hem, verdachte, en/of

[bedrijf 12] ten bedrage van in totaal circa Euro 321.599,-

(zonder btw) (D-0091 en/of D-0092 en/of D-0093 en/of D-0094 en/of D-0095),

zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die

geschrift(en) bestemd was/waren tot gebruik als ware dat/die geschrift(en)

echt en onvervalst, en bestaande die valsheid en/of vervalsing (telkens)

hierin

dat op/in die factu(u)r(en) is vermeld dat door [bedrijf 2] (" [bedrijf 2]

") en/of [medeverdachte 1] werkzaamheden en/of diensten (te weten:

"corporate finance advies" en/of "advisering" en/of "corporate finance

advisering") zijn verricht ten behoeve van/voor hem, verdachte, en/of

[bedrijf 6] en/of [bedrijf 12] , terwijl in werkelijkheid

die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door

[bedrijf 2] (" [bedrijf 2] ") en/of [medeverdachte 1] zijn

verricht ten behoeve van/voor hem, verdachte, en/of [bedrijf 6]

en/of [bedrijf 12]

en/of (telkens)

dat op/in die factu(u)r(en) (een) factuurbedrag(en) is/zijn vermeld dat/die in

werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in

die factu(u)r(en) vermelde(n) werkzaamheden en/of diensten;

Artikel 225 lid 2 jo artikel 47 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

10 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 5 oktober 2010 tot en met 17 januari 2013

te Haren (Groningen) en/of Amsterdam en/of Leusden en/of Utrecht, in elk geval

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen

acht (8), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 6] en/of

hem, verdachte, gericht aan [betrokkene 1] en/of [bedrijf 20] ten

bedrage van in totaal circa Euro 66.990,- (exclusief btw) (te weten: D-0343

en/of D-0344 en/of D-0820 en/of D-0821 en/of D-0822 en/of D-0823 en/of D-0824

en/of D-0825),

en/of

tien (10), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] en/of

hem, verdachte, gericht aan [betrokkene 1] en/of [bedrijf 20] ten

bedrage van in totaal circa Euro 117.950,- (exclusief btw) (te weten: D-0826

en/of D-0827 en/of D-0828 en/of D-0829 en/of D-0830 en/of D-0831 en/of D-0832

en/of D-0833 en/of D-0345 en/of D-0346)

en/of

dertien (13), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 6]

en/of hem, verdachte, gericht aan [betrokkene 2] en/of [bedrijf 18] ten bedrage

van in totaal circa Euro 137.165,- (exclusief btw) (te weten: D-0177 en/of

D-0355 en/of D-0853 en/of D-0854 en/of D-0855 en/of D-0856 en/of D-0857 en/of

D-0858 en/of D-0859 en/of D-0860 en/of D-0861 en/of D-0862 en/of D-0863),

en/of

tien (10), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] en/of

hem, verdachte, gericht aan [betrokkene 2] en/of [bedrijf 18] ten bedrage van

in totaal circa Euro 118.090,- (exclusief btw) (te weten: D-0864 en/of D-0865

en/of D-0866 en/of D-0867 en/of D-0868 en/of D-0869 en/of D-0870 en/of D-0871

en/of D-0356 en/of D-0357)

en/of

zeventien (17), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 6]

en/of hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte 4] en/of [bedrijf 8] ten bedrage van in

totaal circa Euro 138.900,- (exclusief btw) (te weten: D-0366 en/of D-0367

en/of D-0897 en/of D-0898 en/of D-0899 en/of D-0900 en/of D-0901 en/of D-0902

en/of D-0903 en/of D-0904 en/of D-0905 en/of D-0906 en/of D-0907 en/of D-0908

en/of D-0909 en/of D-0910 en/of D-0911),

en/of

elf (11), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] en/of

hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte 4] en/of [bedrijf 8] ten bedrage van in totaal

circa Euro 89.550,- (exclusief btw) (te weten: D-0912 en/of D-0913 en/of

D-0914 en/of D-0915 en/of D-0916 en/of D-0917 en/of D-0918 en/of D-0919 en/of

D-0920 en/of D-0368 en/of D-0369)

en/of

vijftien (15), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 6]

en/of hem, verdachte, gericht aan [betrokkene 3] en/of [bedrijf 22] (thans

genaamd [bedrijf 24] ) ten bedrage van in totaal circa Euro 116.812,50

(exclusief btw) (te weten: D-0382 en/of D-0383 en/of D-0958 en/of D-0959 en/of

D-0960 en/of D-0961 en/of D-0962 en/of D-0963 en/of D-0964 en/of D-0965 en/of

D-0966 en/of D-0967 en/of D-0968 en/of D-0969 en/of D-0970),

en/of

tien (10), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] en/of

hem, verdachte, gericht aan [betrokkene 3] en/of [bedrijf 22] (thans genaamd

[bedrijf 24] ) ten bedrage van in totaal circa Euro 59.175,- (exclusief btw)

(te weten: D-0971 en/of D-0972 en/of D-0973 en/of D-0974 en/of D-0975 en/of

D-0976 en/of D-0977 en/of D-0978 en/of D-0384 en/of D-0385)

en/of

vijftien (15), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 6]

en/of hem, verdachte, gericht aan [betrokkene 4] en/of [bedrijf 22] (thans

genaamd [bedrijf 24] ) ten bedrage van in totaal circa Euro 151.500,-

(exclusief btw) (te weten D-0394 en/of D-0395 en/of D-1002 en/of D-1003 en/of

D-1004 en/of D-1005 en/of D-1006 en/of D-1007 en/of D-1008 en/of D-1009 en/of

D-1010 en/of D-1011 en/of D-1012 en/of D-1013 en/of D-1014),

en/of

twaalf (12), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] en/of

hem, verdachte, gericht aan [betrokkene 4] en/of [bedrijf 22] (thans genaamd

[bedrijf 24] ) ten bedrage van in totaal circa Euro 131.362,50 (exclusief btw)

(te weten: D-1015 en/of D-1016 en/of D-1017 en/of D-1018 en/of D-1019 en/of

D-1020 en/of D-1021 en/of D-1022 en/of D-1023 en/of D-1024 en/of D-0396 en/of

D-0397)

en/of

zestien (16), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 6]

en/of hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte 2] en/of [bedrijf 21] ten

bedrage van in totaal circa Euro 148.721,25 (exclusief btw) (te weten: D-0405

en/of D-0406 en/of D-1050 en/of D-1051 en/of D-1052 en/of D-1053 en/of D-1054

en/of D-1055 en/of D-1056 en/of D-1057 en/of D-1058 en/of D-1059 en/of D-1060

en/of D-1061 en/of D-1062 en/of D-1063),

en/of

twaalf (12), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] en/of

hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte 2] en/of [bedrijf 21] ten bedrage

van in totaal circa Euro 141.187,50 (exclusief btw) (te weten: D-1064 en/of

D-1065 en/of D-1066 en/of D-1067 en/of D-1068 en/of D-1069 en/of D-1070 en/of

D-1071 en/of D-1072 en/of D-1073 en/of D-0407 en/of D-0408)

en/of

zestien (16), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 6]

en/of hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte 3] en/of [bedrijf 5] ten

bedrage van in totaal circa Euro 142.443,75 (exclusief btw) (te weten: D-0422

en/of D-0423 en/of D-1116 en/of D-1117 en/of D-1118 en/of D-1119 en/of
D-1120 en/of D-1121 en/of D-1122 en/of D-1123 en/of D-1124 en/of D-1125 en/of D-1126 en/of D-1127 en/of D-1128 en/of D-1129),

en/of

twaalf (12), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] en/of

hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte 3] en/of [bedrijf 5] ten bedrage

van in totaal circa Euro 134.342,75 (exclusief btw) (te weten: D-1130 en/of

D-1131 en/of D-1132 en/of D-1133 en/of D-1134 en/of D-1135 en/of D-1136 en/of

D-1137 en/of D-1138 en/of D-1139 en/of D-0424 en/of D-0425)

zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten

opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers

heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd

met de waarheid -zakelijk weergegeven-

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te

weten: "adviesdiensten") zijn verricht ten behoeve van/voor [betrokkene 1]

en/of [bedrijf 20] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of

diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor

[betrokkene 1] en/of [bedrijf 20]

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te

weten: "adviesdiensten") zijn verricht ten behoeve van/voor [betrokkene 2] en/of

[bedrijf 18] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten

niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [betrokkene 2]

en/of [bedrijf 18]

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te

weten: "adviesdiensten") zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte 4] en/of

[bedrijf 8] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet,

althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte 4] en/of

[bedrijf 8]

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te

weten: "adviesdiensten") zijn verricht ten behoeve van/voor [betrokkene 3]

en/of [bedrijf 22] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten

niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [betrokkene 3]

en/of [bedrijf 22]

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te

weten: "adviesdiensten") zijn verricht ten behoeve van/voor [betrokkene 4] en/of

[bedrijf 22] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet,

althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [betrokkene 4] en/of

[bedrijf 22]

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te

weten: "adviesdiensten") zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte 2]

en/of [bedrijf 21] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of

diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor

[medeverdachte 2] en/of [bedrijf 21]

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te

weten: "adviesdiensten") zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte 3] en/of

[bedrijf 5] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of

diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor

[medeverdachte 3] en/of [bedrijf 5]

en/of (telkens)

op/in die factu(u)r(en) (een) factuurbedrag(en) vermeld dat/die in

werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in

die factu(u)r(en) vermelde(n) werkzaamheden en/of diensten,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

12 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 20 november 2010 tot en met 12 maart 2013

te Haren (Groningen) en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk voorhanden

heeft gehad

twaalf (12), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 8] en/of [medeverdachte 4]

gericht aan hem, verdachte, en/of [bedrijf 6] ten bedrage van in

totaal circa Euro 45.762,50 (exclusief btw) (te weten: D-0373 en/of D-0374

en/of D-0921 en/of D-0922 en/of D-0923 en/of D-0924 en/of D-0925 en/of D-0926

en/of D-0927 en/of D-0928 en/of D-0929 en/of D-0930)

en/of

negen (9), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 8] en/of [medeverdachte 4]

gericht aan hem, verdachte, en/of [bedrijf 7] ten bedrage van in

totaal circa Euro 36.712,50 (exclusief btw) (te weten: D-0931 en/of D-0932

en/of D-0933 en/of D-0934 en/of D-0935 en/of D-0936 en/of D-0937 en/of D-0375

en/of D-0376)

en/of

veertien (14), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 1]

en/of [medeverdachte 2] , gericht aan hem, verdachte,

en/of [bedrijf 6] ten bedrage van in totaal circa Euro 24.963,77

(exclusief btw) (te weten: D-0411 en/of D-0412 en/of D-1074 en/of D-1075 en/of

D-1076 en/of D-1077 en/of D-1078 en/of D-1079 en/of D-1080 en/of D-1081 en/of

D-1082 en/of D-1083 en/of D-1084 en/of D-1086),

en/of

acht (8), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 1]

en/of [medeverdachte 2] gericht aan hem, verdachte, en/of

[bedrijf 7] ten bedrage van in totaal circa Euro 15.414,39 (exclusief

btw) (te weten: D-1085 en/of D-1087 en/of D-1088 en/of D-1089 en/of D-1090

en/of D-1091 en/of D-0413 en/of D-0414)

en/of

veertien (14), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 5]

en/of [medeverdachte 3] , gericht aan hem, verdachte, en/of [bedrijf 6] ten

bedrage van in totaal circa Euro 24.862,52 (exclusief btw) (te weten: D-0427

en/of D-0428 en/of D-1140 en/of D-1141 en/of D-1142 en/of D-1143 en/of D-1144

en/of D-1145 en/of D-1146 en/of D-1147 en/of D-1148 en/of D-1149 en/of D-1150

en/of D-1151),

en/of

tien (10), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 5] en/of

[medeverdachte 3] gericht aan hem, verdachte, en/of [bedrijf 7] ten bedrage

van in totaal circa Euro 16.132,52 (exclusief btw) (te weten: D-1152 en/of

D-1153 en/of D-1154 en/of D-1155 en/of D-1156 en/of D-1157 en/of D-1158 en/of

D-1159 en/of D-0429 en/of D-0430)

en/of

zestien (16), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 25] en/of [medeverdachte 5]

gericht aan hem, verdachte, en/of [bedrijf 6] ten

bedrage van in totaal circa Euro 187.429,64 (zonder btw) (te weten: D-0431

en/of D-0204 en/of D-1160 en/of D-1161 en/of D-1162 en/of D-1163 en/of D-1164

en/of D-1165 en/of D-1166 en/of D-1167 en/of D-1168 en/of D-0465 en/of D-0466

en/of D-0467 en/of D-0468 en/of D-0469)

en/of

twaalf (12), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 25] en/of [medeverdachte 5]

gericht aan hem, verdachte, en/of [bedrijf 7] ten bedrage

van in totaal circa Euro 137.497,51 (zonder btw) (te weten: D-0470 en/of

D-0471 en/of D-0434 en/of D-0472 en/of D-0473 en/of D-0474 en/of D-0475 en/of

D-0476 en/of D-0477 en/of D-0478 en/of D-0479 en/of D-0432)

zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die

geschrift(en) bestemd was/waren tot gebruik als ware dat/die geschrift(en)

echt en onvervalst, en bestaande die valsheid en/of vervalsing (telkens)

hierin

dat op/in die factu(u)r(en) is vermeld dat door [bedrijf 8] en/of [medeverdachte 4]

werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advies") zijn verricht ten behoeve

van/voor hem, verdachte, en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

, terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans

niet in zijn geheel, door [bedrijf 8] en/of [medeverdachte 4] , zijn verricht ten behoeve

van/voor hem, verdachte, en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of

dat op/in die factu(u)r(en) is vermeld dat door [bedrijf 1]

en/of [medeverdachte 2] werkzaamheden en/of diensten (te weten:

"werkzaamheden inzake [bedrijf 22] " en/of "werkzaamheden betreffende [naam] ") zijn verricht ten behoeve van/voor hem, verdachte, en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of

diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 1]

en/of [medeverdachte 2] , zijn verricht ten behoeve van/voor hem,

verdachte, en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of

dat op/in die factu(u)r(en) is vermeld dat door [bedrijf 5] en/of
[medeverdachte 3] werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advieswerkzaamheden t.b.v.

[bedrijf 22] ") zijn verricht ten behoeve van/voor hem, verdachte, en/of

[bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] , terwijl in werkelijkheid die

werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 5]

en/of [medeverdachte 3] zijn verricht ten behoeve van/voor hem,

verdachte, en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of

dat op/in die factu(u)r(en) is vermeld dat door [bedrijf 25] en/of [medeverdachte 5]

werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advisory and consultancy

services") zijn verricht ten behoeve van/voor hem, verdachte, en/of

[bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] , terwijl in werkelijkheid die

werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 25]

en/of [medeverdachte 5] zijn verricht ten behoeve van hem, verdachte,

en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of (telkens)

dat op/in die factu(u)r(en) (een) factuurbedrag(en) is/zijn vermeld dat/die in

werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in

die factu(u)r(en) vermelde(n) werkzaamheden en/of diensten;

13 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 10 november 2010 tot en met 12 maart 2013 te

Leusden en/of Hilversum en/of Utrecht en/of Haren (Groningen) en/of Amsterdam

en/of Groningen en/of Sneek en/of Enschede, in elk geval in Nederland, en/of

te Willemstad, in elk geval op Curaçao, en/of te Praag, in elk geval in

Tsjechië, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(van) één of meer voorwerp(en), te weten een of een meer geldbedrag(en) tot

een totaal bedrag van circa Euro 1.649.089,70 (exclusief/zonder btw) (zie:

o.a. AH-042 en/of AH-049 en/of AH-064 en/of AH-065 en/of AH-066 en/of AH-067

en/of AH-068 en/of AH-069 en/of AH-070), bestaande uit

circa Euro 66.990,- (exclusief btw) (ontvangen (van [betrokkene 1] ) op basis

van de factu(u)r(en) D-0343 en/of D-0344 en/of D-0820 en/of D-0821 en/of

D-0822 en/of D-0823 en/of D-0824 en/of D-0825)

en/of

circa Euro 117.950,- (exclusief btw) (ontvangen (van [betrokkene 1] ) op basis

van de factu(u)r(en) D-0826 en/of D-0827 en/of D-0828 en/of D-0829 en/of

D-0830 en/of D-0831 en/of D-0832 en/of D-0833 en/of D-0345 en/of D-0346)

en/of

circa Euro 137.165,- (exclusief btw) (ontvangen (van [betrokkene 2] ) op basis van de

factu(u)r(en) D-0177 en/of D-0355 en/of D-0853 en/of D-0854 en/of D-0855 en/of

D-0856 en/of D-0857 en/of D-0858 en/of D-0859 en/of D-0860 en/of D-0861 en/of

D-0862 en/of D-0863)

en/of

circa Euro 118.090,- (exclusief btw) (ontvangen (van [betrokkene 2] ) op basis van de

factu(u)r(en) D-0864 en/of D-0865 en/of D-0866 en/of D-0867 en/of D-0868 en/of

D-0869 en/of D-0870 en/of D-0871 en/of D-0356 en/of D-0357)

en/of

circa Euro 138.900,- (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte 4] ) op basis van de

factu(u)r(en) D-0366 en/of D-0367 en/of D-0897 en/of D-0898 en/of D-0899 en/of

D-0900 en/of D-0901 en/of D-0902 en/of D-0903 en/of D-0904 en/of D-0905 en/of

D-0906 en/of D-0907 en/of D-0908 en/of D-0909 en/of D-0910 en/of D-0911)

en/of

circa Euro 89.550,- (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte 4] ) op basis van de

factu(u)r(en) D-0912 en/of D-0913 en/of D-0914 en/of D-0915 en/of D-0916 en/of

D-0917 en/of D-0918 en/of D-0919 en/of D-0920 en/of D-0368 en/of D-0369)

en/of

circa Euro 116.812,50 (exclusief btw) (ontvangen (van [betrokkene 3] ) op basis

van de factu(u)r(en) D-0382 en/of D-0383 en/of D-0958 en/of D-0959 en/of

D-0960 en/of D-0961 en/of D-0962 en/of D-0963 en/of D-0964 en/of D-0965 en/of

D-0966 en/of D-0967 en/of D-0968 en/of D-0969 en/of D-0970)

en/of

circa Euro 59.175,- (exclusief btw) (ontvangen (van [betrokkene 3] ) op basis

van de factu(u)r(en) D-0971 en/of D-0972 en/of D-0973 en/of D-0974 en/of

D-0975 en/of D-0976 en/of D-0977 en/of D-0978 en/of D-0384 en/of D-0385)

en/of

circa Euro 151.500,- (exclusief btw) (ontvangen (van [betrokkene 4] ) op basis van

de factu(u)r(en) D-0394 en/of D-0395 en/of D-1002 en/of D-1003 en/of D-1004

en/of D-1005 en/of D-1006 en/of D-1007 en/of D-1008 en/of D-1009 en/of D-1010

en/of D-1011 en/of D-1012 en/of D-1013 en/of D-1014)

en/of

circa Euro 131.362,50 (exclusief btw) (ontvangen (van [betrokkene 4] ) op basis van

de factu(u)r(en) D-1015 en/of D-1016 en/of D-1017 en/of D-1018 en/of D-1019

en/of D-1020 en/of D-1021 en/of D-1022 en/of D-1023 en/of D-1024 en/of D-0396

en/of D-0397)

en/of

circa Euro 148.721,25 (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte 2] ) op

basis van de factu(u)r(en) D-0405 en/of D-0406 en/of D-1050 en/of D-1051 en/of

D-1052 en/of D-1053 en/of D-1054 en/of D-1055 en/of D-1056 en/of D-1057 en/of

D-1058 en/of D-1059 en/of D-1060 en/of D-1061 en/of D-1062 en/of D-1063)

en/of

circa Euro 141.187,50 (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte 2] ) op

basis van de factu(u)r(en) D-1064 en/of D-1065 en/of D-1066 en/of D-1067

en/of D-1068 en/of D-1069 en/of D-1070 en/of D-1071 en/of D-1072 en/of D-1073

en/of D-0407 en/of D-0408)

en/of

circa Euro 116.396,11 (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte 3] ) op basis van

de factu(u)r(en) D-0422 en/of D-0423 en/of D-1116 en/of D-1117 en/of D-1118

en/of D-1119 en/of D-1120 en/of D-1121 en/of D-1122 en/of D-1123 en/of D-1124

en/of D-1125 en/of D-1126 en/of D-1127 en/of D-1128 en/of D-1129

minus/verrekend met de fact(u)r(en) D-0428 en/of D-1140 en/of D-1141 en/of

D-1142 en/of D-1143 en/of D-1144 en/of D-1145 en/of D-1146 en/of D-1147 en/of

D-1148 en/of D-1149 en/of D-1150 en/of D-1151en/of één (1) tot op heden

onbekend gebleven factuur)

en/of

circa Euro 115.289,98 (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte 3] ) op basis van

de factu(u)r(en) D-1130 en/of D-1131 en/of D-1132 en/of D-1133 en/of D-1134

en/of D-1135 en/of D-1136 en/of D-1137 en/of D-1138 en/of D-1139 en/of D-0424

en/of D-0425 minus/verrekend met de factu(u)r(en) D-1152 en/of D-1153 en/of

D-1154 en/of D-1155 en/of D-1156 en/of D-1157 en/of D-1158 en/of D-1159 en/of

D-0429 en/of D-0430 en/of twee (2) tot op heden onbekend gebleven

factu(u)r(en))

en/of (vervolgens) van die circa Euro 1.649.089,70 (exclusief/zonder btw)

circa Euro 45.762,50 (exclusief btw) (betaald (aan [medeverdachte 4] ) op basis van de

factu(u)r(en) (D-0373 en/of D-0374 en/of D-0921 en/of D-0922 en/of D-0923

en/of D-0924 en/of D-0925 en/of D-0926 en/of D-0927 en/of D-0928 en/of D-0929

en/of D-0930)

en/of

circa Euro 36.712,50 (exclusief btw) (betaald (aan [medeverdachte 4] ) op basis van de

factu(u)r(en) D-0931 en/of D-0932 en/of D-0933 en/of D-0934 en/of D-0935 en/of

D-0936 en/of D-0937 en/of D-0375 en/of D-0376)

en/of

circa Euro 24.963,77 (betaald (aan [medeverdachte 2] ) op basis van de

factu(u)r(en) D-0411 en/of D-0412 en/of D-1074 en/of D-1075 en/of D-1076 en/of

D-1077 en/of D-1078 en/of D-1079 en/of D-1080 en/of D-1081 en/of D-1082 en/of

D-1083 en/of D-1084 en/of D-1086)

en/of

circa Euro 15.414,39 (exclusief btw) (betaald (aan [medeverdachte 2] ) op basis

van de factu(u)r(en) D-1085 en/of D-1087 en/of D-1088 en/of D-1089 en/of

D-1090 en/of D-1091 en/of D-0413 en/of D-0414)

en/of

circa Euro 978,75 (exclusief btw) (betaald (aan [medeverdachte 3] ) op basis van de

factuur (D-0427)

en/of

circa Euro 187.429,64 (zonder btw) (betaald (aan [medeverdachte 5] ) op basis van

de factu(u)r(en) D-0431 en/of D-0204 en/of D-1160 en/of D-1161 en/of D-1162

en/of D-1163 en/of D-1164 en/of D-1165 en/of D-1166 en/of D-1167 en/of D-1168

en/of D-0465 en/of D-0466 en/of D-0467 en/of D-0468 en/of D-0469)

en/of

circa Euro 137.497,51 (zonder btw) (betaald (aan [medeverdachte 5] ) op basis van

de factu(u)r(en) D-0470 en/of D-0471 en/of D-0434 en/of D-0472 en/of D-0473

en/of D-0474 en/of D-0475 en/of D-0476 en/of D-0477 en/of D-0478 en/of D-0479

en/of D-0432)

en/of

circa Euro 53.062,50 (exclusief btw) (betaald (aan [medeverdachte 1] ) op basis

van de factu(u)r(en) D-0118 en/of D-0119)

en/of

circa Euro 321.514,- (zonder btw) (betaald (aan [medeverdachte 1] ) op basis van

de factu(u)r(en) D-0091 en/of D-0092 en/of D-0093 en/of D-0094 en/of D-0095),

in elk geval enig(e) geldbedrag(en),

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding

en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen/verhuld en/of heeft/hebben

verborgen/verhuld wie de rechthebbende(n) op/het/de

voorwerp(en)/geldbedrag(en) was/waren en/of wie het/dat/die voorhanden

heeft/hebben gehad

en/of dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) voorhanden heeft/hebben gehad en/of

heeft/hebben verworven en/of heeft/hebben omgezet en/of heeft/hebben

overgedragen en/of van dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) gebruik

heeft/hebben gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat dat/die

voorwerp(en)/geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) daarvan een gewoonte

heeft/hebben gemaakt;

14 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2010 tot en met 4 maart 2013 te

Leusden en/of Sint-Michielsgestel en/of Hilversum en/of Utrecht en/of Haren

(Groningen) en/of Amsterdam en/of Groningen en/of Enschede, in elk geval in

Nederland en/of te Willemstad, in elk geval op Curaçao, en/of te Praag, in

elk geval in Tsjechië, opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, te

weten een organisatieverband van natuurlijke personen en/of rechtspersonen,

bestaande uit o.a. hem, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 6]

en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 2]

en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] en/of [bedrijf 2]

(" [bedrijf 2] ") en/of [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7]

en/of [bedrijf 12] en/of [bedrijf 20] en/of [bedrijf 18]

Beheer BV en/of [bedrijf 8] en/of [bedrijf 21] en/of [bedrijf 1]

en/of [bedrijf 5] en/of [bedrijf 25] ,

welke organisatie tot oogmerk heeft/had het plegen van misdrijven, namelijk

onder meer

-oplichting van SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014

genaamd Properize BV) en/of SNS Reaal NV (artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

-verduistering in dienst betrekking bij SNS Property Finance BV en/of SNS

Reaal NV (artikel 321/322 Wetboek van Strafrecht)

- actieve en/of passieve niet-ambtelijke omkoping (artikel 328ter Wetboek van

Strafrecht)

- (gewoonte)witwassen (artikel 420bis/ter Wetboek van Strafrecht)

- valsheid in geschrifte

terwijl hij, verdachte, binnen die organisatie een leidinggevende rol heeft

vervuld.

Bijlage 3: Bewijsmiddelenoverzicht facturen

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende FIOD dossier, nummer 51693, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (onderzoek Mount Nepal, inhoudende 28 ordners). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. AH staat voor ambtshandeling, ZPV staat voor zaaksproces-verbaal, V staat voor proces-verbaal van verhoor verdachte en G staat voor proces-verbaal verhoor getuige. Waar wordt verwezen naar D betreft het andere geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5, van het Wetboek van Strafvordering.

2 D-0269

3 D-0269

4 V04-06, pagina 3

5 V04-06, pagina 6

6 V01-10, pagina 4 en 5

7 D-0258

8 V04-05, pagina 5

9 V01-12, pagina 10

10 D-0167

11 D-1342

12 D-0152

13 D-0186, pagina 2

14 D-0187, pagina 1

15 AH-059, pagina 5

16 V01-01, pagina 6

17 V01-02, pagina 3

18 V01-02, pagina 4

19 V01-02, pagina 4

20 V01-02, pagina 5

21 [betrokkene 5] : AH-060, pagina 10, [betrokkene 6] : AH-061, pagina 9, [verdachte] : AH-063, pagina 11 en 12, [medeverdachte 6] : AH-059, pagina 8 en [betrokkene 7] : AH-062, pagina 7

22 V04-08, pagina 4

23 AH-063, pagina 8

24 AH-063, pagina 9

25 V04-05, pagina 4.

26 AH-063, pagina 11 en 12

27 V01-02, pagina 4

28 V01-10, pagina 4

29 D-0258, pagina 2

30 V04-05, pagina 4

31 V04-06, pagina 3

32 D-0258, pagina 2

33 V04-05, pagina 8

34 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

35 V04-05, pagina 5

36 V04-06, pagina 5

37 AH-020, pagina 2

38 D-1330

39 D-1330

40 V04-05, pagina 10

41 V04-05, pagina 11

42 D-0275, pagina 1 en 2

43 V04-05, pagina 3

44 V01-10, pagina 3

45 V01-10, pagina 4

46 D-0258, pagina 3

47 V15-01, pagina 3

48 D-0230

49 AH-042, pagina 2

50 V04-07, pagina 9

51 V04-07, pagina 10

52 De verklaring van [verdachte] ter terechtzitting van 22 maart 2016.

53 V04-05, pagina 6

54 V04-07, pagina 10

55 V04-05, pagina 7

56 V04-06, pagina 8

57 V04-05, pagina 8 en D-269 (hof)

58 V04-05, pagina 10

59 V01-12, pagina 6

60 V01-10, pagina 4

61 D-0258, pagina 2

62 D-0258, pagina 3

63 V01-12, pagina 11-13

64 V01-10, pagina 2

65 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

66 AH-049, pagina 21

67 AH-049, pagina 2

68 V10-01, pagina 2

69 V10-04, pagina 2

70 D-0762, pagina 1

71 AH-066, pagina 9

72 D-0313

73 V10-01, pagina 3

74 V10-01, pagina 4

75 V10-01, pagina 5

76 V04-06, pagina 13

77 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

78 AH-042, pagina 13

79 V10-01, pagina 8

80 V10-01, pagina 9

81 V10-01, pagina 8

82 V10-04, pagina 4

83 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

84 V10-04, pagina 5

85 V09-01, pagina 4

86 D-0756

87 V09-01, pagina 4

88 AH-066, pagina 9

89 V09-01, pagina 4

90 V09-01, pagina 5

91 V09-01, pagina 6

92 V09-01, pagina 7

93 V04-05, pagina 7

94 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

95 AH-042, pagina 10

96 V08-01, pagina 3

97 V08-03, pagina 3

98 D-0755

99 AH-064, pagina 10

100 V08-01, pagina 3

101 V08-01, pagina 4

102 V08-01, pagina 5

103 V08-01, pagina 6

104 V04-06, pagina 10

105 V04-06, pagina 11

106 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

107 AH-042, pagina 8

108 V11-01, pagina 3

109 D-0764a

110 AH-067, pagina 9

111 D-0314

112 AH-067, pagina 9

113 V11-01, pagina 3

114 V11-01, pagina 4

115 V11-01, pagina 3

116 V11-01, pagina 4

117 V11-01, pagina 6

118 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

119 AH-042, pagina 25

120 V04-07, pagina 12

121 V04-07, pagina 11

122 V11-01, pagina 8

123 V11-03, pagina 7

124 V11-02, pagina 11

125 V11-01, pagina 8

126 AH-067, pagina 28

127 D-0386

128 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

129 AH-042, pagina 25

130 AH-067, pagina 28

131 V12-01, pagina 1

132 D-0765

133 V12-03, pagina 2

134 AH-068, pagina 10

135 V12-01, pagina 3

136 V12-01, pagina 5

137 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

138 AH-042, pagina 21

139 V04-07, pagina 12

140 V04-07, pagina 12

141 V04-07, pagina 13

142 V12-01, pagina 7

143 V12-02, pagina 10

144 V12-02, pagina 11

145 V12-03, pagina 4

146 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

147 V14-01, pagina 3

148 V13-01, pagina 3

149 AH-070, pagina 11

150 AH-069, pagina 11

151 V14-01, pagina 4

152 V14-01, pagina 6

153 V14-01, pagina 7

154 V13-01, pagina 3

155 V13-01, pagina 8

156 V4-07, pagina 16

157 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

158 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

159 AH-077, pagina 4

160 ZPV-07, pagina 17

161 AH-077, pagina 7

162 AH-077, pagina 8

163 ZPV-07, pagina 17

164 AH-077, pagina 9

165 D-0269

166 D-0175

167 Kamerstukken II 1965/66, 8437, nr. 4, p. 7).

168 Wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de economische delicten met het oog op het vergroten van de mogelijkheden tot opsporing, vervolging, alsmede het voorkomen van financieel-economische criminaliteit (verruiming mogelijkheden bestrijding financieel-economische criminaliteit), nr 33685. Inwerkintreding 1 januari 2015, Stb. 2014, 445.

169 Kamerstuk Nr. 6 33685, Nota naar aanleiding van het verslag 2.2,d.d. 13 november 2013,

170 Voorlopige verslag Eerste Kamer der Staten=Generaal, zitting 1967, nr. 65.

171 Bijlage bij de memorie van toelichting. Nr. 4

172 ECLI:NL:HR:2007:AZ5440

173 ECLI:NL:RBMNE:2017:2252

174 Hoge Raad HR:2012:8X5140BX5140

175 Proces-verbaal AH-117, pagina 13; Proces-verbaal AH 42, pagina 4

176 Proces-verbaal AH-117, pagina 13; Proces-verbaal AH 42, pagina 4

177 Proces-verbaal AH-117, bijlage 27, pagina 15.

178 Proces-verbaal AH-117, bijlage 29, pagina 16.

179 Hoge Raad HR:2012:8X5140

180 bijlage D-1421 van Gefisnummer 51693 (ook bijlage D-0497 van Gefisnummer 52396)