Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:5081

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
06-06-2018
Datum publicatie
06-06-2018
Zaaknummer
21-003060-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2016:2723, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mega-onderzoek Mount Nepal. Verdachten waren medewerkers van SNSPF en hebben onderling betalingsafspraken gemaakt, waarbij een deel van de uurvergoeding van SNSPF werd doorbetaald aan andere SNSPF-medewerkers. Daarbij werden valse facturen opgemaakt. Vrijspraak van oplichting en verduistering. Verdachte wordt veroordeeld voor niet-ambtelijke omkoping, valsheid in geschrift, gewoontewitwassen en het leidinggeven aan een criminele organisatie. Gevangenisstraf van 24 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrest

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Zwolle

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003060-16

Uitspraak d.d.: 6 juni 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 20 mei 2016 met parketnummer 16-994005-13 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1960] ,

wonende te [woonplaats] .

1 Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

2 Onderzoek van de zaak

2.1

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 22 november 2017 (regiezitting), 11 april 2018 (inhoudelijke behandeling, requisitoir en deel pleidooi), 18 april 2018 (deel pleidooi, repliek, dupliek en laatste woord verdachte), 23 mei 2018 (sluiting onderzoek) en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat -generaal.

De advocaat -generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en te dien aanzien opnieuw rechtdoende zal bewezen verklaren hetgeen aan verdachte onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 is ten laste gelegd en verdachte zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden.

De vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. J.W. Soeteman, naar voren is gebracht. Hetgeen in de zaak tegen medeverdachte
[medeverdachte] door de raadsvrouw mr. A.E. van der Wal ter verdediging in het pleidooi naar voren is gebracht, geldt met instemming van het hof ook als ingelast in deze zaak.

2.2

Samenvatting van het arrest

De zaak tegen verdachte vloeit voort uit een onderzoek naar omkoping bij SNS Property Finance (verder SNSPF ). Daarbij is de verdenking gerezen dat verdachte, die ingehuurd was door SNSPF , zich liet betalen door externen die (mede) door hem werden ingehuurd. Daarbij zou gebruik zijn gemaakt van valse facturen. Dit wordt in het dossier aangeduid als niveau 1.

Daarnaast is de verdenking gerezen dat via medeverdachte [medeverdachte] externen bij SNSPF zijn aangebracht. Deze externen betaalden per door hen aan SNSPF gefactureerd uur een vergoeding aan [medeverdachte] . [medeverdachte] betaalde deze vergoeding deels door aan verdachte en enkele andere voor SNSPF werkzame personen, alsmede aan één buitenstaander. Dit wordt in het dossier aangeduid als niveau 2. Het betreft hier mensen die in het dossier de “Groningers” worden genoemd.

In de tenlastelegging zijn per niveau strafbare feiten ten laste gelegd, kort gezegd oplichting, passieve omkoping, valsheid in geschrifte, witwassen en het deelnemen aan een criminele organisatie.

De advocaat -generaal stelt in reactie op de door de verdediging gevoerde verweren dat geen sprake is van nietigheid van de dagvaarding en vordert dat verdachte voor alle tien de strafbare feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden.

De verdediging stelt dat sprake is van nietigheid van de tenlastelegging voor zover die ziet op het witwassen van geldbedragen. Voorts heeft de verdediging uitvoerige verweren gevoerd die er toe moeten leiden dat verdachte van de hem ten laste gelegde feiten wordt vrijgesproken.

Het hof komt samengevat tot de volgende oordelen:

- het verweer op nietigheid van de dagvaarding wordt verworpen;

- het hof spreekt verdachte vrij van de onder feit 1 en feit 6 ten laste gelegde oplichting en verduistering en onder feit 5 ten laste gelegde deelnemen aan een criminele organisatie

- het hof acht bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

- Voor die feiten legt het hof verdachte een gevangenisstraf van 24 maanden op.

In het vervolg van het vonnis zal het hof uitleggen hoe het tot zijn conclusies komt. Waar dat nodig is, worden de standpunten van de advocaat -generaal en de verdediging uitgebreider besproken. Het hof zal daarbij eerst enkele, meer algemene onderwerpen bespreken. Vervolgens wordt besproken in hoeverre de verschillende feiten zijn bewezen. Tot slot legt het hof uit hoe het komt tot de strafoplegging in deze zaak.

3 Voorvraag

3.1

De geldigheid van de dagvaarding


De raadsman heeft aangevoerd dat ten aanzien van het witwassen aan de hand van de tenlastelegging noch het dossier of requisitoir voldoende duidelijk is welke witwashandelingen [verdachte] in privé zou hebben gepleegd. Uit de wijze van ten laste leggen zijn, aldus de raadsman, 128 mogelijke manieren van witwassen te destilleren. Het verwijt is onvoldoende concreet, zodat de verdediging zich onvoldoende kan

verweren. De dagvaarding is wat betreft deze feiten onvoldoende duidelijk en moet daarom (partieel) nietig verklaard worden.

3.2

Oordeel hof

Volgens artikel 261 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) behelst de dagvaarding een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn. Het tweede lid voegt daaraan toe dat de dagvaarding tevens de vermelding behelst van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan.

Bij de uitleg van deze bepaling moet voortdurend in het oog worden gehouden dat centraal staat of de verdachte zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. Ook voor de rechter moet de tenlastelegging begrijpelijk zijn. De eis van ‘opgave van het feit’ wordt zo uitgelegd dat het geheel in de eerste plaats duidelijk en begrijpelijk moet zijn, verder niet innerlijk tegenstrijdig en overigens voldoende feitelijk. Een dagvaarding behoeft zich niet uit te laten over de voor de strafbaarheid irrelevant zijnde aard en omvang van nadere bijzonderheden waarvan de vermelding niet op straffe van nietigheid wordt verlangd.

Uit de jurisprudentie volgt dat bij de beoordeling van een nietigheidsverweer ten aanzien van de dagvaarding een aantal factoren dient te worden meegewogen. Eén van die factoren is de vraag of er bij verdachte bij kennisneming van het strafdossier redelijkerwijs twijfel kan bestaan welke specifieke gedragingen hem worden verweten. Een andere factor die moet worden meegewogen is dat in de bewoordingen van de tenlastelegging besloten kan liggen wat het voorwerp van het strafrechtelijk onderzoek vormt. Ook de inhoud van de door de verdediging overgelegde pleitnota mag in de beoordeling van het nietigheids-verweer worden meegenomen, evenals de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting.

Gezien de onderhavige tenlastelegging, waarbij de aan verdachte verweten gedraging is omschreven, in samenhang met de inhoud van het complete dossier, moet de verdachte in staat worden geacht de tekst van de tenlastelegging te begrijpen. In de kern komt het erop neer dat volgens het openbaar ministerie de in de tenlastelegging genoemde bedragen zijn verkregen door misdrijven en (vervolgens) zijn witgewassen. Het feit dat in de tenlastelegging de in artikel 420bis Sr genoemde varianten van witwassen zijn opgenomen met een aantal verschillende – duidelijk omschreven – bedragen op grond waarvan de verdediging komt tot 128 varianten van witwassen, naar het oordeel van het hof niet leidt tot nietigheid van de tenlastelegging

Voorts is mede gelet op de inhoud van het verhandelde ter terechtzitting niet gebleken dat het voor de verdachte en de verdediging niet duidelijk was tegen welke verdenking de verdachte zich moest verdedigen.

De tenlastelegging behelst naar het oordeel van het hof een voldoende duidelijke opgave van de feiten nu de tekst van de tenlastelegging voldoende duidelijk, begrijpelijk, feitelijk en niet tegenstrijdig is. Het hof is gezien het bovenstaande van oordeel dat de tenlastelegging aan de vereisten van artikel 261 Sv voldoet en verwerpt daarom het nietigheidsverweer van de raadsman.

Het hof verwerpt het verweer en verklaart de dagvaarding -ook ter zake van het (gewoonte)witwassen- geldig.

4 Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en een andere straf komt. Het hof doet daarom opnieuw recht.

5 De tenlastelegging

De tenlastelegging zoals deze luidt na wijziging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep is als bijlage 1 aan dit arrest gehecht.

De verdenking komt er - zakelijk weergegeven - op neer dat verdachte, al dan niet samen met anderen,

- SNS Property Finance BV/ [bedrijf 2] NV heeft opgelicht (feiten 1 primair en 6 primair) dan wel geldbedrag(en) van SNS Property Finance BV/ [bedrijf 2] NV heeft verduisterd (feiten 1 subsidiair en 6 subsidiair),

- zich - terwijl hij werkzaam was voor SNS - meermalen heeft laten omkopen (feiten 2 en 7),

- betrokken is geweest bij het valselijk opmaken van facturen (feiten 3 en 8),

- zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen (feiten 4 en 9) en

- heeft deelgenomen /leiding gegeven aan een criminele organisatie (feiten 5 en 10).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

6 Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 5, 6 primair en 6 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt daartoe als volgt.

6.1

Oplichting (feiten 1 primair en 6 primair)

Artikel 326 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht bevat de strafbaarstelling van oplichting, en luidt:

Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld, wordt, als schuldig aan oplichting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

De Hoge Raad heeft in twee arresten van 20 december 2016 (zie ECLI:NL:HR:2016:2889) het beoordelingskader bij oplichting samengevat. Daarin wordt uiteengezet dat de wetgever niet heeft beoogd elke vorm van bedrog strafbaar te stellen. Waar het oplichting betreft, is van belang dat de wetgever naast oplichting ook nog enkele andere vormen van bedrog heeft strafbaar gesteld. Voor de beoordeling van deze zaak is van belang dat ook niet ambtelijke omkoping door de wetgever strafbaar is gesteld. Dat feit is ook aan verdachte ten laste gelegd.

Uit de aparte strafbaarstelling van omkoping naast oplichting kan worden afgeleid dat niet in alle gevallen van omkoping ook sprake is van oplichting. Onder omstandigheden kan echter sprake zijn van samenloop.

Tegen deze achtergrond worden de ten laste gelegde oplichtingsmiddelen beoordeeld.

Het eerste verwijt betreft het zich in strijd met de waarheid voordoen als iemand die (enkel) de belangen van SNS zal behartigen. Dit verwijt komt er in feite op neer dat verdachte zich ten onrechte heeft voorgedaan als lasthebber te goeder trouw. Dat kan als oplichtingmiddel worden aangemerkt als dat berust op voldoende specifieke gedragingen die in de desbetreffende context erop zijn gericht bij het beoogde slachtoffer een onjuiste voorstelling van zaken in het leven te roepen teneinde daarvan misbruik te maken. Bijvoorbeeld het gebruik maken van een in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk vast patroon. Daarvan is geen sprake. Het eerste verwijt kan niet als oplichtingsmiddel worden aangemerkt.

Hetzelfde geldt voor het tweede, het derde en het vijfde verwijt, het verhullen en verzwijgen van de vergoeding die werd betaald aan [verdachte] voor detachering of bemiddeling. Weliswaar werd de aard van de vergoedingen verhuld door onjuiste omschrijvingen op de facturen, maar deze facturen werden niet gebruikt jegens SNS en hebben ook geen rol gespeeld bij het aangaan en nakomen van de overeenkomsten met opdrachtnemers (degenen die de zogenaamde kickbacks betaalden). Het enkele verzwijgen is onvoldoende om te kunnen worden aangemerkt als oplichtingsmiddel.

Het vierde verwijt betreft het presenteren van (onjuist) benchmarkonderzoek. Het zesde verwijt is het voorwenden dat de betaalde vergoeding noodzakelijk was voor het werven/behouden van opdrachtnemers.

Op basis van het dossier kan vastgesteld worden:

1. dat aan de geworven externen hoge uurtarieven werden betaald;

2. dat niet is komen vast te staan dat de door diverse opdrachtnemers aan SNS in rekening gebrachte tarieven hoger waren dan in de markt gebruikelijk. Daarnaast zijn ook door niet bij de “retourbetalingen” betrokken externen vergelijkbare tarieven in rekening gebracht;

3. dat daarnaast ook tariefsverhogingen en contractverlengingen zijn overeengekomen met het oog op de gewenste binding van essentieel personeel (waaronder degenen die de kickbacks betaalden).

Er kan dan ook niet worden vastgesteld dat SNSPF door het voorstellen van deze tarieven is bewogen tot het aangaan van overeenkomsten met de opdrachtnemers en het uitvoering geven aan die overeenkomsten door de betalingen aan de opdrachtnemers. Door het openbaar ministerie is nog aangevoerd dat SNSPF geen verplichtingen (onder die voorwaarden/met die tarieven) zou zijn aangegaan indien zij op de hoogte zou zijn geweest van de zogenoemde kickbacks. Voor zover dit al juist zou zijn, komt het verwijt er in dat geval in de kern op neer dat die kickbacks zijn verzwegen. Zoals eerder opgemerkt is dat onvoldoende voor oplichting. Daarnaast is niet gebleken dat verdachte betrokken is geweest bij het opmaken en presenteren bij SNSPF van het benchmarkonderzoek.

Ook in samenhang met elkaar zijn de gemaakte verwijten onvoldoende om aangemerkt te kunnen worden als oplichtingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 326 Sr. Evenmin kan worden bewezen dat door de ten laste gelegde middelen SNSPF is bewogen tot het afgeven van gelden of het aangaan van overeenkomsten. Verdachte zal worden vrijgesproken van het plegen van oplichting.

6.2

Verduistering (feiten 1 subsidiair en 6 subsidiair)

Voor de bewezenverklaring van verduistering is vereist dat bewezen kan worden dat verdachte (samen met de medeverdachten) zich de genoemde geldbedragen wederechtelijk heeft toegeëigend. Het hof stelt vast dat de uitbetaling van de uurtarieven conform de onderliggende overeenkomsten van opdracht is gebeurd. Er is dan ook geen sprake van wederrechtelijke toe-eigening van (een deel van) de overeengekomen vergoeding voor geleverde werkzaamheden nu niet kan worden bewezen dat betrokkenen hier geen recht op hadden.

6.3

Criminele organisatie (feit 5)

Aan verdachte is onder feit 5 (niveau 1) ten laste gelegd dat hij samen met [medeverdachte] en/of [getuige 1] en de aan hen gelieerde vennootschappen heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

Een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr dient te bestaan uit minimaal twee deelnemers. Uit het dossier blijkt niet dat [medeverdachte] op de hoogte was van meer -door verdachte geïnitieerde- omkopingen. Om die reden kan niet bewezen worden dat verdachte bij deze omkopingen het opzet hebben heeft gehad op deelneming aan een criminele organisatie met betrekking tot deze omkopingen.

Met betrekking tot het deelnemen van [getuige 1] aan de criminele organisatie leidt het hof uit de processtukken en het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende af dat de samenwerking tussen [verdachte] en [getuige 1] van zodanige aard was dat er gesproken kan worden van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Voorts acht het hof niet bewezen dat [getuige 1] onvoorwaardelijk opzet had op het deelnemen aan een criminele organisatie.

7 Overweging met betrekking tot het bewijs voor de overige feiten

7.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat -generaal heeft gevorderd alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen te verklaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak van alle feiten bepleit.

7.3

Het oordeel van het hof

7.3.1.

Voorafgaande opmerkingen

De verdediging is heeft in de door hen gevoerde verweren nadruk gelegd op de ereschuld die tussen [medeverdachte] en verdachte zou bestaan en heeft voorts uitvoerig betoogd waarom het begrip lasthebber niet op verdachte van toepassing zou zijn. Het hof overweegt hierover als volgt.

7.3.2.

Ereschuld

De verdediging heeft aangevoerd dat de betalingen die door [medeverdachte] aan [verdachte] werden gedaan zagen op een ereschuld. Deze ereschuld zou zijn ontstaan voordat [verdachte] en [medeverdachte] bij SNSPF werkzaam waren en de betalingen zouden dan ook geen betrekking hebben op hun relatie bij SNSPF .

[verdachte] heeft aangevoerd dat hij [medeverdachte] in de jaren 2006 tot en met 2009 heeft bijgestaan bij diens ondernemingen [bedrijf 3] en [bedrijf 4] . [verdachte] heeft het financierings-kapitaal en de corporate governance structuur van [bedrijf 3] vormgegeven en andere financiers voor [bedrijf 3] aangetrokken en is intensief betrokken geweest bij de verkoop van [bedrijf 3] aan [bedrijf 5] . Daarnaast heeft [verdachte] twee commissariaten in de houdstermaatschappijen van [bedrijf 3] en [bedrijf 4] vervuld. Omdat [bedrijf 3] en [bedrijf 4] zogenaamde startups waren, waren er geen financiële middelen om [verdachte] voor zijn werkzaamheden te betalen. Daarom heeft [medeverdachte] in juli 2010 aangeboden om tijdelijk een gedeelte van zijn inkomsten van SNSPF af te staan aan [verdachte] ter aflossing van zijn “ereschuld”.

Overweging hof met betrekking tot de ereschuld1

Op 21 november 2010 stuurt [verdachte] de volgende mail aan [medeverdachte] :2

[medeverdachte] ,

Ik zit een beetje de admin te doen en wil even de volgende zaken afstemmen.
Ik stuur vanuit de nieuwe BV een nota voor ons gezamenlijk project voor een bedrag van 23262,50 ex btw (dit is tot en met october)
Tevens stuur ik twee nota's een vanuit [bedrijf 6] 20.000 en een vanuit [bedrijf 7] BV.
[bedrijf 6] omschrijving ,slottermijn TT transactie en de [bedrijf 7] nota "corporate finance advies [bedrijf 4] N.V”.

Laat even weten of je het hier mee eens bent en of de bedragen qua berekening klopt!
Ik bel je tussen 7 en acht uur ergens of zie je mail wel eerder verschijnen.
Ik weet ook niet meer zeker hoever we prive bij zijn .

[verdachte] .

[medeverdachte] antwoord daar het volgende op:3

[verdachte] ,

Ben net thuis en er even in gedoken.

1ste is t/m oktober € 22.723,75 ex BTW (verschil met jouw is verdeling [naam] / [naam] denk ik)

rest is aug, sept okt. Totaal +/- 30k. Verdeling naar BV's up to you.

Ik bel je zo.

groet,

[medeverdachte]

Het hof leidt uit deze email af dat [verdachte] en [medeverdachte] op 21 november 2010 reeds samen de betalingen van de “Groningers” (zoals [naam] en [naam] ) aan het verrekenen waren, hetgeen niet aansluit bij de verklaringen dat het om een ereschuld zou gaan.

In het zesde verhoor verklaart [medeverdachte] dat hij in het kader van de “ereschuld” nooit met [verdachte] over concrete bedragen heeft gesproken. Het initiatief tot betalen en stoppen lag bij hem. Ook hebben zij geen aflossingsschema afgesproken.4

Voorts wordt [medeverdachte] geconfronteerd met het feit dat de navolgende bedragen aan zijn vennootschappen zijn gefactureerd door [verdachte] :
aan [bedrijf 8] NV € 321.559,--

aan [bedrijf 9] BV € 159.000, --

aan [bedrijf 10] BV € 52.916,32

aan [bedrijf 11] BV € 55.112,35 +

Totaalbedrag € 618.587,67.

[medeverdachte] heeft daarover verklaard dat het wel heel veel geld is en dat hij het op enig moment wel genoeg vond. Hij wist niet hoe hoog het bedrag toen was.5

Tegenover de FIOD heeft [verdachte] verklaard dat de betalingen van [medeverdachte] aan hem tweeledig waren. Op 19 maart 2013 heeft [verdachte] verklaard dat een deel van deze betalingen zag op een nivelleringsfee.6 In de schriftelijke verklaring van 21 maart 2013, die [verdachte] samen met zijn raadsman heeft opgesteld, verklaart [verdachte] : “De achtergrond van deze kickback is tweeledig.7 Enerzijds dat [medeverdachte] dit bedrag mij gunde omdat hij zijn job via mij had gekregen, anderzijds omdat ik hem actief adviseerde over zijn ondernemingen [bedrijf 4] en [bedrijf 3] .

Het hof stelt vast dat [verdachte] pas na zijn invrijheidstelling –en nadat hij kennis heeft kunnen nemen van onder meer de verklaringen van [medeverdachte] – verklaart dat de betalingen van [medeverdachte] geheel zagen op de ereschuld die tussen hen bestond.

Daarnaast stelt het hof vast dat niet alleen over de reden van de betalingen verschillend wordt verklaard door [verdachte] en [medeverdachte] maar ook over de hoogte van de ereschuld wordt niet gelijkluidend verklaard. In eerste instantie verklaart [verdachte] weinig concreet; volgens hem ziet een deel van de betalingen op het feit dat hij “misschien nog wel iets te goed had van [medeverdachte] ”. [medeverdachte] vond de genoemde “ereschuld” eindig. Hij had een bedrag in zijn hoofd. [medeverdachte] heeft aangegeven dat hij niet meer precies weet hoe hoog dat bedrag was, ergens tussen de € 200.000 en € 400.000.8 [verdachte] verklaart eerst dat hij niet weet hoe hoog de schuld van [medeverdachte] aan hem is. Later verklaart hij – op 27 augustus 2014, dus zo’n anderhalf jaar na zijn voorlopige hechtenis - dat de ereschuld ziet op een bedrag van ongeveer € 600.000.9

Het hof stelt voorop dat het niet twijfelt aan het feit dat [verdachte] de door hem gestelde werkzaamheden, waaronder het bemiddelen bij het aantrekken van kapitaal, heeft verricht ten behoeve van [bedrijf 3] en [bedrijf 4] . Dat is ook de reden dat het hof niet is overgegaan tot het horen van getuigen op dit punt. Niet onderbouwd is dat de getuigen iets kunnen zeggen over afspraken tussen [verdachte] en [medeverdachte] op dit punt, hooguit zouden zij iets kunnen zeggen over de voor dergelijke werkzaamheden gebruikelijke vergoedingen.

Allereerst is het al opmerkelijk dat [medeverdachte] stelt in verband met [bedrijf 3] een ereschuld aan [verdachte] te hebben. Zowel [medeverdachte] als [verdachte] bezaten al snel na de kapitaalsuitbreiding bij [bedrijf 3] slechts een zeer gering aandeel in het kapitaal van [bedrijf 3] . Door een derde zou in totaal (in tranches) ongeveer 17 miljoen euro aan kapitaal zijn ingebracht. Er is slechts één provisienota van [verdachte] (dan wel één zijner vennootschappen) voor het aantrekken van kapitaal aangetroffen en die was gericht aan [bedrijf 3] . Het is het hof niet duidelijk waarom [medeverdachte] (of zelfs een aan hem gelieerde vennootschap) gehouden zou zijn uit eigen zak de provisie aan [verdachte] (laat staan aan een aan [verdachte] gelieerde vennootschap die niets met de kapitaalsbemiddeling te maken had) te betalen.

Het hof vindt het daarnaast opmerkelijk dat van deze ereschuld niets schriftelijk is vastgelegd. Zo is de hoogte van het bedrag dat [medeverdachte] aan [verdachte] verschuldigd is niet vastgelegd, hetgeen opvallend is gelet op de concrete werkzaamheden die aan de schuld van [medeverdachte] ten grondslag zouden liggen. Dit is nog opmerkelijker nu [verdachte] en [medeverdachte] beiden verschillend verklaren over de hoogte van de schuld, maar tussen hen niet is afgesproken welk bedrag zou worden afbetaald en hoelang [medeverdachte] door zou moeten gaan met het afbetalen van de schuld. [medeverdachte] heeft gesteld dat hij stopte met betalen aan [verdachte] omdat hij het bedrag dat hij betaald had wel genoeg vond.

Ook de getuigen die over dit onderwerp zijn gehoord hebben verklaard niets te weten over het bestaan van een ereschuld tussen [medeverdachte] en [verdachte] . Zelfs de medewerkers van de accountantskantoor [naam accountantskantoor] hebben pas in maart 2013 (dus nà de aanhouding van [verdachte] ) voor het eerst van het bestaan van deze ereschuld gehoord.

Gelet op het feit dat [verdachte] en [medeverdachte] in november 2010 reeds samen bespraken hoe de betalingen van de “Groningers” moesten worden verdeeld, de wisselende verklaringen over de hoogte van de ereschuld en het ontbreken van ook maar enige objectieve ondersteuning voor het bestaan van die ereschuld, is het hof van oordeel dat een begin van aannemelijkheid voor het bestaan van een ereschuld niet is aangetroffen. Het hiertoe strekkende verweer wordt daarom verworpen.

Daarbij komt – ten overvloede - het volgende: indien er al sprake zou zijn van een ereschuld, dan staat dat nog niet in de weg aan het oordeel dat de door [medeverdachte] aan [verdachte] verrichte betalingen door [verdachte] zijn aangenomen “naar aanleiding van hetgeen hij in strijd met zijn plicht in zijn betrekking of bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten” In dit verband is het van belang dat er een duidelijke relatie is tussen het aantal uren dat een externe voor SNSPF werkt en het bedrag dat [verdachte] ontvangt. De bewering van [verdachte] dat hij aan [medeverdachte] overliet wat hij (zogenaamd ter delging van de ereschuld) aan [medeverdachte] kon factureren, is volstrekt ongeloofwaardig gezien de hierboven aangehaalde emailwisseling.

7.3.3.

Lasthebber

Door de verdediging wordt betoogd dat geen sprake kan zijn van niet ambtelijke omkoping aangezien verdachte werkzaam was op een overeenkomst van opdracht en niet in dienstbetrekking noch als lasthebber (als bedoeld in artikel 7:418 BW).

Het hof overweegt allereerst dat voor interpretatie van begrippen in het Wetboek van Strafrecht niet altijd aansluiting hoeft te worden gezocht bij de definities uit het civiele recht. Aan begrippen die in het strafrecht voorkomen, dient juist zoveel mogelijk een autonome betekenis te worden gegeven welke tegemoet komt aan de strekking van het betreffende strafbare feit. Daarbij is van belang dat de wetgever het beschermd belang van deze bepaling niet uitsluitend heeft beperkt tot de relatie tussen werkgever en werknemer, maar ook oog had voor de publieke moraal en de openbare orde. Het vertrouwen dat in de werknemer of lasthebber wordt gesteld krijgt meer inhoud naarmate bevoegdheden worden gedelegeerd en de specialisatie binnen de onderneming voortschrijdt.10

In de ten laste gelegde periode(n) (16 augustus 2010 tot en met 1 december 2012) gold de tekst van art. 328ter Sr als gewijzigd per 1 april 2010, inhoudende:

1. Hij die, anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking of optredend als lasthebber, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn betrekking of bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, een gift, belofte of dienst aanneemt dan wel vraagt, en dit aannemen of vragen in strijd met de goede trouw verzwijgt tegenover zijn werkgever of lastgever, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2. Met gelijke straf wordt gestraft hij die aan iemand die, anders dan als ambtenaar, werkzaam is in dienstbetrekking of optreedt als lasthebber, naar aanleiding van hetgeen deze in zijn betrekking of bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt van die aard of onder zodanige omstandigheden, dat hij redelijkerwijs moet aannemen dat deze de gift of belofte in strijd met de goede trouw zal verzwijgen tegenover zijn werkgever of lastgever.


Met de wetswijziging van 1 januari 2015 is de tekst aangepast11 en luidt sindsdien:

Artikel 328ter

1. Hij die, anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking of optredend als lasthebber, naar aanleiding van hetgeen hij in strijd met zijn plicht in zijn betrekking of bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, een gift, belofte of dienst aanneemt dan wel vraagt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2. Met gelijke straf wordt gestraft hij die aan iemand die, anders dan als ambtenaar, werkzaam is in dienstbetrekking of optreedt als lasthebber, naar aanleiding van hetgeen deze in zijn betrekking of bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt van die aard of onder zodanige omstandigheden, dat hij redelijkerwijs moet aannemen dat deze handelt in strijd met zijn plicht.

Uit de Memorie van toelichting bij deze wetswijziging valt expliciet af te leiden dat een lasthebber degene is die zelfstandig diensten verleent, waaronder dus zzp’ers en freelancers vallen. Ook accountants, advocaten of medici zijn niet uitgesloten.

In de Nota naar aanleiding van het verslag12 is onder meer opgenomen: "De leden van de SP-fractie vroegen mij om meer voorbeelden te geven van private omkoping die op dit moment niet, maar met de verruimde strafbaarstelling wél strafbaar zijn. Het voorstel behelst een verruiming van de strafbaarstelling van private omkoping door anders dan thans het geval, het handelen in strijd met de plicht door een werknemer of lasthebber centraal te stellen in de delictsomschrijving. Hiermee worden ook andere oneigenlijke gedragingen in de private sector strafbaar naast het in strijd met de goede trouw verzwijgen van een gift, belofte of dienst, waartoe de werkingssfeer van artikel 328ter Sr zich thans beperkt. Door de verbreding van het toepassingsgebied van de delictsomschrijving komen bijvoorbeeld gedragingen als het aannemen van giften om te handelen in strijd met de beroepsregels die van toepassing zijn voor een bepaalde branche onder de reikwijdte van de strafbaarstelling. Te denken valt aan accountants die zich laten betalen om bij hun onderzoek van boeken gebleken onjuistheden door de vingers te zien, advocaten die zich laten betalen om stukken te antedateren of medici die geld aannemen om een bepaald medicijn voor te schrijven."

Ook het oorspronkelijke wetsvoorstel (dossiernummer 8437-65) maakt – meer impliciet - melding van een van het civiele recht afwijkend begrip lasthebber in het strafrecht: “Vele andere leden verklaarden vervolgens, dat ook zij het in dit wetsontwerp gekozen uitgangspunt, waarbij niet de oneerlijke mededinging doch de schending van de vertrouwensrelatie tussen opdrachtgever en ondergeschikte of lasthebber op de voorgrond is geplaatst, konden aanvaarden.” En “Het al of niet verzwijgen van de gift of van de belofte tegenover de werkgever of de opdrachtgever is, zo meenden zij, voor een omkoper in menig geval van weinig of geen betekenis; het gaat hem er immers in de eerste plaats om, door middel van een schenking iets te bereiken.”13

In het verslag van de commissie niet-ambtelijke omkoping (bijlage bij de memorie van toelichting op wetsvoorstel 8437)14 valt geen aanknopingspunt te vinden dat voldoende grond zou kunnen vormen voor twijfel aan een ruim begrip lasthebber, afwijkend van het civiele recht.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 6 april 200715 onder 3.6 en 3.8 het volgende overwogen:

"3.6 (…) Ook een tussenpersoon als bedoeld in de art. 7:425-427 die een eigen belang bij de totstandkoming van de overeenkomst heeft gekregen nadat hij de met zijn opdrachtgever overeengekomen bemiddelingswerkzaamheden heeft verricht, of die nadat hij zelf een zodanig eigen belang heeft gekregen geen bemiddelingswerkzaamheden voor zijn opdrachtgever meer verricht, is ingevolge art. 7:418 lid 1 verplicht de opdrachtgever van dat belang in kennis te stellen, zodat deze kan beoordelen of zich een belangenconflict voordoet dat zijn belangen zou kunnen schaden. Dat geldt ook indien, zoals [….] stelt dat hier het geval was, de afspraak tussen opdrachtgever en tussenpersoon meebrengt dat deze reeds aanspraak op loon heeft voor het enkele in contact brengen van de opdrachtgever en de derde. Het oordeel van het hof dat art. 7:418 in dit geval van toepassing is, getuigt dus niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het behoefde ook geen nadere motivering, zodat ook de motiveringsklachten van het onderdeel falen."

"3.8 (…) Opmerking verdient hierbij nog dat het antwoord op de - veelal niet met een redelijke mate van zekerheid te beantwoorden - vraag hoe groot de kans is dat de lastgever door belangenverstrengeling aan de zijde van de lasthebber wordt benadeeld, bij de toepassing van art. 7:418, anders dan het onderdeel kennelijk veronderstelt, geen rol speelt."

Tot slot onderschrijft het hof de –ruime- opvatting van het begrip lasthebber in het civiele

vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 26 april 201716:


"Artikel 7:424 lid 1 BW vereist immers niet dat de bevoegdheid waarvan het artikellid spreekt, een uitsluitende bevoegdheid van de desbetreffende vertegenwoordiger is. Dat zou ook niet stroken met de ratio van dat artikellid en van artikel 7:418 BW, welke ertoe strekt de opdrachtgever op de hoogte te brengen van directe of indirecte eigen belangen van de vertegenwoordiger bij de desbetreffende rechtshandelingen, opdat de opdrachtgever zich zal kunnen beraden omtrent de vraag of zich een belangenconflict voordoet."

Gelet op het bovenstaande en de strekking van en de toelichting op deze strafbepaling is het hof van oordeel dat [verdachte] (en zijn vennootschappen) in zijn relatie met SNSPF als lasthebber te beschouwen is. Juist het grote vertrouwen dat in [verdachte] werd gesteld en de verregaande bevoegdheden die aan hem en andere externe medewerkers werden toegekend, maken dat zij -gelet op de Memorie van Toelichting- onder het bereik van dit artikel vallen.

Voorts stelt de wet voor strafbaarheid de eis dat – in dit geval – de aan [verdachte] betaalde vergoedingen in strijd met de goede trouw zijn verzwegen aan SNSPF . Met de goede trouw wordt bedoeld de objectieve goede trouw. Dat is een ruim begrip en in het kader van het strafrecht mag dan ook als eis worden gesteld dat buiten redelijke twijfel is dat de betalingen gemeld hadden moeten worden.

Het behoorde tot de taken en bevoegdheden van [verdachte] personeel in het huren. Het feit dat hij per door externen gewerkt uur een bedrag kreeg maakt dat hij een financieel eigen belang had bij het inhuren van externen. Nog los van de vraag of de tarieven marktconform waren en of zijn handelwijze tot schade bij SNSPF heeft geleid, is volstrekt duidelijk dat SNSPF een belang had om zulks te controleren. [verdachte] heeft aan SNSPF informatie onthouden die SNSPF in staat zou hebben gesteld te onderzoeken of het voor haar mogelijk was de contracten tegen gunstiger voorwaarden af te sluiten en/of te verlengen. Het feit dat de tarieven op zichzelf marktconform waren, brengt immers niet zonder meer met zich dat SNSPF c.s. geen nadeel heeft ondervonden van de door verdachten gepleegde wanprestatie/onrechtmatige daad nu marktconforme tarieven geen absoluut begrip is maar zich in bandbreedtes bewegen. Er was overduidelijk sprake van belangenverstrengeling bij [verdachte] . Naar het oordeel van het hof staat buiten redelijke twijfel dat de kickbackbetalingen aan SNSPF gemeld hadden moeten worden.

Door de verdediging is voorts betoogd dat kickbacks zeer veel plaats vinden in het bedrijfsleven; ze zijn, aldus de verdediging, gemeengoed in bijna alle onderdelen van de financiële wereld. Dat moge zo zijn, - het hof laat deze stelling overigens volledig voor de verantwoordelijkheid van de verdediging - echter de door de verdediging daartoe aangedragen voorbeelden (detacheringsbureau en provisievergoedingen, toekenning van bonus door financiële instelling aan medewerkers voor aanbrengen van schaars personeel etc.) zien op partijen die, in tegenstelling tot de onderhavige zaak, over en weer op de hoogte (kunnen) zijn van de betalingen.

Het verweer wordt derhalve verworpen.

Door verdachte is ter gelegenheid van het laatste woord naar voren gebracht dat hij er niet van op de hoogte was dat zijn gedrag strafbaar was. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat zogenoemd “boos opzet” geen vereiste is voor strafbaarheid.

7.3.4

Voorwaardelijk verzoek tot het horen van getuigen

Door de verdediging is voorwaardelijk verzocht om, indien het hof komt tot een bewezenverklaring van de niet-ambtelijke omkoping, tot het horen van de getuigen [getuige 2] , [getuige 3] , [medeverdachte] , [getuige 1] en [getuige 4] .

Het hof wijst dit verzoek af.

Genoemde getuigen zijn ook bij de regiezitting op 22 november 2017 als getuigen gevraagd. Het hof heeft in het tussenarrest van 6 december 2017 overwogen dat deze getuigen allen in eerste aanleg door de rechter-commissaris zijn gehoord. Op grond van artikel 418, tweede lid van het wetboek van Strafvordering is voor deze getuigen het noodzaakcriterium van toepassing. Het hof is de noodzaak tot het horen van deze getuigen niet gebleken.

Door de verdediging zijn ter terechtzitting op 18 april 2018 geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die maken dat het thans wel noodzakelijk is om de gevraagde getuigen alsnog te horen.

7.4

Bewijsmiddelen

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het overig ten laste gelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende

Het hof kan zich vinden in de navolgende overwegingen die de rechtbank in haar vonnis met betrekking tot het bewijs heeft opgenomen en hieronder cursief zijn weergegeven. Het hof neemt die overwegingen over en maakt die tot de zijne.

7.5

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Niveau 1: (…)

[verdachte]
is sinds de oprichting in 2006 enig aandeelhouder van [bedrijf 12] BV, welke vennootschap enig aandeelhoudster is van [bedrijf 13] BV sinds de oprichting in 2006 en van [bedrijf 7] BV sinds de oprichting op 21 september 2010 (hierna respectievelijk: [bedrijf 12] , [bedrijf 13] en [bedrijf 7] ). De vennootschappen zijn zowel statutair als feitelijk gevestigd te Hilversum, met uitzondering van [bedrijf 7] dat feitelijk gevestigd is in Utrecht. [verdachte] is bestuurder van de drie vennootschappen.17

Op 25 juni 2009 sluiten SNS Property Finance BV (hierna: SNSPF ), [bedrijf 14] en [bedrijf 13] , vertegenwoordigd door [verdachte] , een overeenkomst van opdracht waarbij [verdachte] wordt aangesteld als directieadviseur.18 Bij addendum van 27 oktober 2011 is het contract verlengd tot en met 31 december 2012 en is [verdachte] aangesteld als “Lid van de Directie, Chief Restructuring Officer” (CRO).19

Introductie externen
[verdachte] was als externe medewerker werkzaam op de afdeling [afdeling] van SNSPF en heeft na zijn aanstelling meerdere andere externe medewerkers geïntroduceerd, te weten onder meer:

  • -

    [getuige 2] ,

  • -

    [getuige 3] ,

  • -

    [medeverdachte] ,

  • -

    [getuige 1] (hierna: [getuige 1] ) en

  • -

    [getuige 4] .20

[verdachte] bevestigt voornoemde externen uit zijn eigen netwerk te hebben aangedragen bij SNSPF .21 Ten aanzien van [getuige 3]22, [medeverdachte]23, [getuige 1]24 en [getuige 4]25 heeft [verdachte] de tarieven en contracturen bepaald. [verdachte] heeft alle eerste en aanvullende overeenkomsten van opdracht medeondertekend.26

[getuige 1]
was vanaf 1 juli 2009 eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 15] . Deze eenmanszaak is omgezet in de op 19 mei 2011 opgerichte vennootschap [bedrijf 16] BV, gevestigd te Sint Michielsgestel, waarvan zij enig aandeelhoudster en bestuurster is.27

[getuige 1] heeft verklaard dat [verdachte] haar eerste klant was. Zij verzorgde sinds 2009 de administratie van zijn persoonlijke vennootschappen [bedrijf 12] en [bedrijf 13] en later ook van [bedrijf 7] .28 De facturen die vanuit deze vennootschappen zijn verstuurd, heeft [getuige 1] opgemaakt.29 Voor het opmaken van de facturen gaf [verdachte] de factuurbedragen en omschrijvingen aan haar door.30

Ook [verdachte] heeft verklaard dat [getuige 1] de administratie verrichtte voor zijn vennootschappen, waaronder het opmaken van facturen. Dit deed zij met input van [verdachte] .31

Met ingang van 1 juli 2010 is [getuige 1] eerst via haar eenmanszaak en later via haar vennootschap voor SNSPF gaan werken op basis van een overeenkomst van opdracht.32 Zij is door [verdachte] gevraagd om bij SNSPF te komen werken33, aldus [getuige 1] , en is ondersteunende werkzaamheden gaan verrichten voor [getuige 2] en [verdachte] .34 Ook andere externen zijn via [verdachte] aangetrokken, te weten [getuige 2] , [getuige 4] , [medeverdachte] en [getuige 3] .35 [verdachte] was werkzaam als CRO. Onder andere [getuige 2] , [getuige 3] en [medeverdachte] werkten direct onder hem.36

[getuige 1] betaalde [verdachte] een maandelijks bedrag gerelateerd aan de uren die [getuige 1] voor SNSPF werkte. Deze betalingsafspraak is volgens [getuige 1] op initiatief van [verdachte] tot stand gekomen met ingang van het moment dat zij bij SNSPF ging werken. Toen haar uurtarief werd verhoogd ging het aandeel dat zij betaalde aan [verdachte] ook omhoog.37 De betalingsafspraak is in één gesprek gemaakt: zowel het tarief van € 37,50 per uur voor juli en augustus 2010 als het tarief van € 50,- per uur na de tariefsverhoging van september 2010 voor de rest van de betaalperiode.38 [getuige 1] verklaart dat ook de verhoging van de betaling op initiatief van [verdachte] gebeurde, hij vond dat hij dat mocht factureren.39

[verdachte] heeft hierover verklaard dat hij via [bedrijf 7] per kwartaal een detacheringsfee in rekening bracht bij [getuige 1] ter hoogte van € 50,- per door haar voor SNSPF gewerkt uur. Op de facturen werd dit niet omschreven als “aanbrengfee” omdat “coaching of advies” [verdachte] subtieler leek.40 SNS was niet op de hoogte van deze constructie.41 [verdachte] heeft deze afspraak met [getuige 1] gemaakt in het vierde kwartaal van 2010.42

In de periode van 30 november 2010 tot en met 30 april 2012 is door [bedrijf 7] een totaalbedrag van € 134.118,75 (exclusief btw) gefactureerd aan de eenmanszaak en de vennootschap van [getuige 1] . Deze facturen zijn in de periode van 29 december 2010 tot en met 8 juni 2012 voldaan, te weten een bedrag van € 104.218,75 (exclusief btw) door [bedrijf 15] en € 29.900,- (exclusief btw) door [bedrijf 16] BV.43 Een aantal hiertoe opgemaakte facturen is opgesteld onder de naam “ [bedrijf 7] BV” in plaats van “ [bedrijf 7] BV”, waarbij wordt verwezen naar het KvK-nummer [nummer] en btw-nummer [btw-nummer] van [bedrijf 7] BV.44

In het bij [getuige 1] aangetroffen excelbestand genaamd “urenoverzicht Q1 2012” staan de namen van [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [naam] , [naam] , [getuige 3] , [getuige 2] , [getuige 4] en haar eigen naam vermeld. Per kwartaal van 2012 zijn drie kolommen beschikbaar: totaal uren, prijsafspraaktarief en totaal. Ten aanzien van Q1 2012 betreffende [getuige 3] , [getuige 2] en [getuige 1] zijn deze kolommen ingevuld, waarbij achter het tarief nog een getal is opgenomen, respectievelijk: 35, 50 en 50. Het bij [getuige 1] opgenomen “totaal” van 22.825,00 correspondeert met het totaal aantal uren vermenigvuldigd met het tweede getal (456,50 x 50).45 Dit “totaal” is gelijk aan het door [verdachte] aan [getuige 1] gefactureerde totaalbedrag over Q1 2012.46

[getuige 1] heeft verklaard dat zij dit overzicht heeft opgesteld op verzoek van [verdachte] en dat daarin de uren per maand werden verwerkt van de mensen die bij SNS werkten. Op basis hiervan werd uitgerekend hoeveel in rekening gebracht moest worden en werden vervolgens de facturen opgemaakt. [getuige 1] vulde het overzicht in aan de hand van de gegevens die zij van [verdachte] kreeg.47

In een eveneens bij [getuige 1] aangetroffen schrijfblok is een notitie aangetroffen van 18 november 2010 waarop afkortingen staan van namen met bedragen erachter. Onder meer is vermeld: “AS €…. (…) € 37,50” en “LS  € 35,- p/u berekenen”.48

[getuige 1] heeft hierover verklaard dat zij deze notitie heeft opgemaakt aan de hand van informatie van [verdachte] . Hij gaf haar de bedragen door en de manier waarop het moest worden berekend. Alle mensen op de lijst werden door SNSPF ingehuurd om werkzaamheden te verrichten. Het bij [getuige 1] ’ naam genoteerde bedrag van € 37,50 is gekoppeld aan het aantal uren dat [getuige 1] bij SNSPF werkte.49

[getuige 2]
is sinds de oprichting in 2007 enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 17] BV, welke vennootschap enig aandeelhoudster en bestuurster is van [bedrijf 18] BV sinds de oprichting in 2007 en van [bedrijf 19] BV sinds de oprichting op 23 november 2010. Beide zijn gevestigd te Breukeleveen. [bedrijf 18] en [bedrijf 19] zijn achtereenvolgens contractspartij bij de overeenkomsten met SNSPF .50

Met ingang van 1 oktober 2009 is [getuige 2] via zijn vennootschappen voor SNSPF gaan werken op basis van een overeenkomst van opdracht.51 [verdachte] had hem gevraagd om bij SNSPF te komen werken.52 [verdachte] was zijn directe leidinggevende.53

[getuige 2] heeft verklaard dat [verdachte] in het derde kwartaal van 2010 een tariefsverhoging voorstelde van € 275,- naar € 325,- per uur. [verdachte] vroeg hierbij of [getuige 2] € 50,- per gewerkt uur aan hem wilde afdragen54 en gaf hierbij als reden dat hij het verschil tussen zijn beloning en die van [getuige 2] te hoog vond worden. [getuige 2] verklaart dat hij heeft ingestemd omdat hij niet het risico wilde lopen dat de baan zou stoppen en dat hij in de toekomst buiten de boot zou vallen.55 De betalingen voelden vervelend, maar [getuige 2] wilde het toekomstperspectief behouden bij SNSPF .56 [getuige 2] heeft de betalingen niet besproken binnen SNSPF omdat het hem dwars zat.57 [getuige 2] wist niet of [verdachte] deze betalingen had gemeld binnen SNSPF en heeft hem hier ook niet naar gevraagd.58

[verdachte] heeft verklaard dat hij bij de tariefsverhoging aan [getuige 2] heeft voorgesteld het inkomensverschil tussen hen te nivelleren. [getuige 2] betaalde hiervoor € 50,- per gewerkt uur aan [verdachte] .59 [getuige 2] heeft in 2011 en het eerste kwartaal van 2012 een detacheringsfee betaald aan [verdachte] .60 Betaald werd voor bemiddeling, plaatsing en nivellering.61 Deze afspraak is niet door [verdachte] besproken binnen SNS .62

[getuige 2] heeft facturen van [bedrijf 7] ontvangen en betaald aan [verdachte] .63 De facturen en betalingen zijn door hem zelf verwerkt in de administratie van [bedrijf 18] en [bedrijf 19] .64 [getuige 2] verklaart een vervelend gevoel te hebben gehad bij de facturen van [verdachte] . De hoogte van de kwartaalfacturen waren een schok, het totaalbedrag ook.65

[verdachte] heeft over de omschrijving op de facturen die hij aan [getuige 2] stuurde verklaard dat hier detacheringsfee gelezen dient te worden.66 De verzonden facturen zijn verwerkt in de administratie van zijn vennootschappen.67

In de periode van 31 december 2010 tot en met 30 april 2012 is door [bedrijf 7] een totaalbedrag van € 204.050,- (exclusief btw) gefactureerd aan de vennootschappen van [getuige 2] . Deze facturen zijn in de periode van 17 januari 2011 tot en met 8 mei 2012 voldaan, te weten een bedrag van € 65.600,- (exclusief btw) door [bedrijf 18] en € 138.450,- (exclusief btw) door [bedrijf 19] .68

[getuige 3]
is enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 20] BV, welke vennootschap enig aandeelhoudster en bestuurster is van [bedrijf 21] BV (hierna: [bedrijf 21] ), Beide vennootschappen zijn opgericht in 2009 en gevestigd te Castricum. [bedrijf 21] is contractspartij bij de overeenkomsten met SNSPF .69

Met ingang van 1 november 2009 is [getuige 3] via zijn vennootschap voor SNSPF gaan werken op basis van een overeenkomst van opdracht.70 Volgens [getuige 3] heeft [verdachte] het inhuren van zijn vennootschap besproken binnen SNSPF . [getuige 3] heeft geen contact gehad met andere bestuursleden van SNSPF bij het aangaan van zijn contract.71 Hij verklaart over het aannemen van externen bij SNSPF dat in zijn perceptie [verdachte] dit bepaalde en men hem dit ook liet bepalen. [getuige 3] legde ten aanzien van zijn werkzaamheden verantwoording af aan [verdachte] .72

[getuige 3] heeft verklaard dat hij vanaf oktober 2010 € 35,- per door hem bij SNSPF gewerkt uur aan [verdachte] heeft betaald via [bedrijf 7] .73 Na de tariefsverhoging van € 275,- naar € 325,- per uur vertelde [verdachte] dat hij iets terug wilde krijgen van het uurtarief van [getuige 3] . De reden hiervoor was dat [getuige 3] door de tariefsverhoging meer zou gaan verdienen dan [verdachte] .74 [getuige 3] heeft deze afdracht aan [verdachte] niet gemeld bij SNS75 en hij heeft niet aan [verdachte] gevraagd of hij de betalingen binnen SNS heeft besproken.76

[verdachte] heeft verklaard dat hij bij de tariefsverhoging aan [getuige 3] heeft voorgesteld om het inkomensverschil tussen hen te nivelleren. Afgesproken werd dat [getuige 3] hiervoor € 37,50 per gewerkt uur betaalde aan [verdachte] .77 [getuige 3] heeft in 2011 en het eerste kwartaal van 2012 een detacheringsfee betaald aan [verdachte] .78 Betaald werd voor bemiddeling, plaatsing en nivellering.79 Deze afspraak is niet door [verdachte] besproken binnen SNS .80

[getuige 3] heeft rekeningen ontvangen van de vennootschap van [verdachte] die zijn verwerkt in zijn boekhouding.81 [getuige 3] verklaart dat de omschrijving op de ontvangen facturen, te weten “advisering”, niet goed is.82 [verdachte] heeft over deze omschrijving verklaard dat hier detacheringsfee gelezen dient te worden.83 De verzonden facturen zijn verwerkt in de administratie van zijn vennootschappen.84

In de periode van 31 januari 2011 tot en met 30 april 2012 is door [bedrijf 7] een totaalbedrag van € 101.115,- (exclusief btw) gefactureerd aan de vennootschap van [getuige 3] . Deze facturen zijn in de periode van 14 februari 2011 tot en met 11 mei 2012 voldaan door [bedrijf 21] .85

[getuige 4]
is sinds de oprichting in 2008 eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 22] , gevestigd te De Meern.86

Met ingang van 1 oktober 2009 is [getuige 4] via zijn eenmanszaak voor SNSPF gaan werken op basis van een overeenkomst van opdracht.87 Hij is hiervoor benaderd door [verdachte] .88 [getuige 4] heeft verklaard dat zijn aanstelling en uurtarief zijn besproken met en vastgesteld door [verdachte] . Toen hij begon met zijn werkzaamheden voor SNSPF heeft [verdachte] aangegeven dat hij het logisch vond dat hij een gedeelte van het uurtarief van [getuige 4] betaald zou krijgen.89 Deze betaling was deels voor het aanbrengen van de opdracht. Zij was gekoppeld aan het aantal door [getuige 4] bij SNSPF gewerkte uren.90 Na de tariefsverhoging van [getuige 4] werd ook de betaling aan [verdachte] per gewerkt uur verhoogd.91 [verdachte] gaf aan dat hij vond dat verhoging van de betaling op zijn plaats was gezien het hogere uurtarief.92

[getuige 4] heeft voor de betaling hiervan facturen ontvangen van [verdachte] . De omschrijving hierop komt volgens [getuige 4] niet helemaal overeen met de afspraak die gemaakt was.93 [verdachte] heeft over deze omschrijving verklaard dat hier detacheringsfee gelezen dient te worden.94 De afspraak die met [getuige 4] is gemaakt, zag op de betaling van een bedrag per door hem gewerkt uur.95

In de periode van 31 juli 2010 tot en met 31 maart 2012 is door de vennootschappen van [verdachte] een totaalbedrag van € 45.312,50 (exclusief btw) gefactureerd aan de eenmanszaak van [getuige 4] . Deze facturen zijn door [bedrijf 22] in de periode van 16 augustus 2010 tot en met 24 april 2012 voldaan, te weten een bedrag van € 16.687,50 (exclusief btw) aan [bedrijf 12] , een bedrag van € 9.125,- (exclusief btw) aan [bedrijf 7] en een bedrag van € 19.500,- (exclusief btw) aan [bedrijf 13] .96 Een aantal hiertoe opgemaakte facturen is opgesteld onder de naam “ [bedrijf 7] BV” in plaats van “ [bedrijf 7] BV”, waarbij wordt verwezen naar het KvK-nummer [nummer] en btw-nummer [btw-nummer] van [bedrijf 7] BV.97

[medeverdachte]
heeft verklaard dat de [bedrijf 9] -vennootschappen van hem zijn.98 [bedrijf 23] BV (hierna: [bedrijf 23] ) is enig aandeelhoudster en bestuurster van [bedrijf 9] BV (hierna: [bedrijf 9] ).99 [medeverdachte] is bestuurder van [bedrijf 9] . Verder is [medeverdachte] bestuurder van de vennootschap [bedrijf 10] BV (hierna: [bedrijf 10] ). [bedrijf 23] , [bedrijf 9] en [bedrijf 10] zijn alle gevestigd op het adres in Haren waar [medeverdachte] woonachtig is.100

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij in februari/maart 2010 is benaderd door [verdachte] om bij SNSPF te komen werken. [medeverdachte] is door [verdachte] aangenomen en heeft met hem de arbeidsvoorwaarden besproken.101 Achtereenvolgens zijn door [medeverdachte] en zijn vennootschappen de volgende overeenkomsten van opdracht afgesloten met SNSPF :

- een contract tussen [bedrijf 10] en SNSPF , ingaande op 15 maart 2010;

- een contract tussen [bedrijf 9] en SNSPF , ingaande op 1 september 2010;

- een contract tussen [bedrijf 9] en SNSPF , ingaande op 1 september 2011.

Alle contracten zijn medeondertekend door [verdachte] .102 [verdachte] bepaalde ook het tarief en het aantal te werken uren.103

[verdachte] heeft verklaard dat hij op enig moment de afspraak met [medeverdachte] heeft gemaakt dat [medeverdachte] hem een bedrag zou betalen. [verdachte] vermoedt dat dat € 50,- per door [medeverdachte] gewerkt uur was. De motivering van [verdachte] verzoek was dat hij feitelijk minder verdiende dan [medeverdachte] ; deze geldstroom is dus ontstaan uit nivellering.104 [medeverdachte] gunde [verdachte] deze betalingen ook omdat hij zijn baan via [verdachte] had gekregen.105

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij [verdachte] heeft aangeboden om een deel van zijn inkomsten van SNSPF aan hem af te staan. [verdachte] factureerde hiertoe per kwartaal met name aan het bedrijf van [medeverdachte] dat op dat moment een relatie had met SNS .106 De bewustwording dat hij bij SNSPF meer verdiende dan [verdachte] , een paar maanden na aanvang van zijn werkzaamheden, was voor [medeverdachte] de trigger.107

Zowel [verdachte]108 als [medeverdachte]109 verklaren dat zij deze afspraak niet hebben gemeld aan SNSPF .

[verdachte] verstuurde via zijn vennootschap een factuur aan één van de vennootschappen van [medeverdachte] . [getuige 1] stelde deze facturen op in zijn opdracht. Deze facturen zijn meegenomen in de administratie van [verdachte] vennootschappen.110

[medeverdachte] verklaart dat er nooit werkzaamheden van [verdachte] zijn geweest die betrekking hebben op de periode zoals genoemd in de facturen.111 Alle van [bedrijf 7] ontvangen facturen zijn verwerkt in de administratie.112

In de periode van 28 februari 2011 tot en met 30 april 2012 is door [bedrijf 7] een totaalbedrag van € 142.500,- (exclusief btw) gefactureerd aan [bedrijf 9] en [bedrijf 23] . Deze facturen zijn in de periode van 22 februari 2011 tot en met 4 juni 2012 voldaan, te weten een bedrag van € 116.500,- door [bedrijf 9] en een bedrag van € 26.000,- door [bedrijf 23] .113

Algemeen: niveau 1
[verdachte] heeft geen van de geldstromen gemeld bij SNS114 en alle door hem / zijn vennootschappen verzonden en betaalde facturen zijn verwerkt in de administratie van die vennootschappen.115


Niveau 2: (…)

[medeverdachte]
is sinds 2005 enig aandeelhouder116 en bestuurder117 van [bedrijf 24] BV, welke vennootschap enig aandeelhoudster en bestuurster is van [bedrijf 25] BV118, beide gevestigd te Haren (hierna respectievelijk: [bedrijf 24] en [bedrijf 25] ).

[bedrijf 8] NV (hierna: [bedrijf 8] ) is op verzoek van [medeverdachte] opgericht eind 2010/begin 2011. [bedrijf 8] is gevestigd te Curaçao119 en [medeverdachte] is gemachtigd tot de bankrekeningen van [bedrijf 8] .120

[medeverdachte] is vanaf maart 2010 werkzaam geweest bij SNSPF en op interim basis belast met het aansturen van nationale en internationale equity participaties van SNSPF alsmede het behandelen van andere door de directie van SNSPF te bepalen dossiers, hetgeen met zich mee kan brengen dat (tijdelijk) een functie als bestuurder of commissaris dient te worden vervuld.121 [medeverdachte] noemt zichzelf interim-manager.122

Introductie en betalingen externen
Nadat hij [medeverdachte] had aangenomen is [betrokkene 3] aangenomen bij SNS via [medeverdachte] , aldus [verdachte] .123 Vervolgens is toen nog een aantal mensen aangebracht waaronder [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [naam] , [naam] en [naam] . [medeverdachte] heeft met deze mensen gesprekken gevoerd.124 [betrokkene 3] werd als eerste medio 2010 aangenomen.125 [getuige 5] heeft verklaard dat een aantal van deze mensen via hem bij SNSPF is gaan werken.126

In het bij [medeverdachte] aangetroffen excelbestand genaamd “detachering”127 zijn werkbladen opgenomen met de namen: [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] en [naam] . Dit zijn voornamen van medewerkers van SNSPF (de rechtbank begrijpt: -respectievelijk- [betrokkene 3] , [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [naam] , [naam] , [naam] en [naam] ). Over de periode augustus 2010 tot en met december 2012 is per persoon vermeld:

- hoeveel uur de medewerker bij SNSPF heeft gewerkt;

- hoeveel vergoeding deze medewerker bij SNSPF heeft gedeclareerd;

- hoeveel [medeverdachte] bij deze medewerker declareerde en

- hoe deze declaratie verdeeld werd tussen: [medeverdachte] , [verdachte] , [getuige 5] , [betrokkene 3] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] .128

[betrokkene 3] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] maakten gebruik van de volgende vennootschappen: respectievelijk [bedrijf 26] BV129, [bedrijf 27] BV130 en [bedrijf 28] BV131. [getuige 5] maakte gebruik van het bedrijf [bedrijf 29] .132

Volgens [medeverdachte] betreft dit zijn administratie van deze groep; hij hield dit overzicht maandelijks bij.133 De bedragen die op dit spreadsheet staan, komen overeen met de afspraken die hij met de betreffende mensen heeft gemaakt.134 Als mensen anderen aanbrachten kregen zij een deel van die fee.135 [medeverdachte] heeft verklaard dat hij het zich niet kan voorstellen dat de mensen van deze groep -zoals genoemd op het overzicht- niet wisten dat de fee werd verdeeld over meerdere personen.136 Hij heeft [verdachte] verteld over deze afspraken en het betalen van de bemiddelingsfees. [verdachte] wist dat een gedeelte van hun uurtarief naar [medeverdachte] ging.137 [medeverdachte] heeft [verdachte] hierover ingelicht enkele maanden nadat de eerste van die groep, [betrokkene 3] , was aangenomen.138

[verdachte] en [medeverdachte] hebben afgesproken dat [medeverdachte] een gedeelte van deze fees betaalde aan [verdachte] ; dit was ongeveer 50% van de bemiddelingsfee die [medeverdachte] overhield na verrekening van de ontvangsten met anderen. [verdachte] factureerde vanuit zijn vennootschappen. Dit liep vanaf augustus/september 2010 tot en met het eerste kwartaal van 2012. [medeverdachte] heeft hierover, buiten [verdachte] , niemand binnen SNSPF ingelicht.139 De omschrijving op de facturen van [verdachte] aan [medeverdachte] , te weten “honorering advisering [bepaald kwartaal]” klopt niet volgens [medeverdachte] .140

[verdachte] heeft verklaard dat hij in het vierde kwartaal van 2010 wist dat [medeverdachte] afspraken had gemaakt met andere externen en betalingen van hen ontving.141 Ook vond er een aantal verrekeningen plaats met andere mensen, waaronder [getuige 5] . [verdachte] vermoedt dat [medeverdachte] hem op de hoogte heeft gebracht van de omstandigheid dat ook [betrokkene 3] betalingen ontving.142 Hij heeft met [medeverdachte] afgesproken dat [medeverdachte] een deel van de door hem ontvangen betalingen aan hem doorbetaalde143, zijnde de helft van wat [medeverdachte] overhield na verrekeningen. Die betalingen zijn via [bedrijf 8] verlopen.144 Alle betaalde facturen zijn verwerkt in de administratie van [bedrijf 7] .145 [verdachte] heeft de betalingen niet gemeld bij SNS .146

In de periode van 30 november 2010 tot en met 30 april 2012 is door [bedrijf 7] een totaalbedrag van € 374.661,50 (exclusief btw) gefactureerd aan [bedrijf 24] en [bedrijf 8] . Deze facturen zijn in de periode van 30 december 2010 tot en met 4 juli 2012 voldaan, te weten een bedrag van € 53.062,50 door [bedrijf 24] en een bedrag van € 321.599,- door [bedrijf 8] .147 Hoewel door [bedrijf 8] voornoemd bedrag is overgemaakt, is door [bedrijf 7] maar € 321.514,- ontvangen.148 In totaal is door [bedrijf 7] dus een bedrag van € 374.576,50 ontvangen. Een aantal hiertoe opgemaakte facturen is opgesteld onder de naam “ [bedrijf 7] BV” in plaats van “ [bedrijf 7] BV”, waarbij wordt verwezen naar het KvK-nummer [nummer] en btw-nummer [btw-nummer] van [bedrijf 7] BV.149

Niveau 1 en 2: (…)

Bestemming ontvangsten
[verdachte] heeft via zijn vennootschappen in de periode van 16 augustus 2010 tot en met 4 juli 2012 voornoemde gefactureerde betalingen ontvangen van de eenmanszaken / vennootschappen [bedrijf 15] , [bedrijf 16] BV, [bedrijf 18] , [bedrijf 19] , [bedrijf 21] , [bedrijf 22] , [bedrijf 9] , [bedrijf 23] , [bedrijf 24] en [bedrijf 8] .150

Deze bedragen (inclusief btw) zijn op de volgende rekeningen ontvangen:

  • -

    [bedrijf 7] € 1.087.839,-

  • -

    [bedrijf 12] € 19.858,-

  • -

    [bedrijf 13] € 23.205,-151

Op 20 december 2010 is het saldo op de rekening van [bedrijf 7] credit € 13.846,99. Na afloop van voornoemde periode is het saldo op deze rekening debet € 3.183,57. Alle inkomsten die op deze rekening zijn binnengekomen, waaronder voornoemde betalingen, zijn gedurende deze periode weer van de rekening afgeschreven.152

Vanaf de rekening van [bedrijf 7] worden in de genoemde periode onder meer overboekingen gedaan aan de Belastingdienst voor een totaalbedrag van € 254.733,75153, aan American Express voor een totaalbedrag van € 26.383,52 en ten behoeve van een auto voor een totaalbedrag van € 26.500,-.154

Daarnaast worden in deze periode overboekingen gedaan vanaf de rekening van [bedrijf 7] naar de rekening van [bedrijf 12] . Volgens de rekeningafschriften van [bedrijf 12] is op 24 januari 2011 sprake van debetstand. Nadat op 25 januari 2011 € 50.000,- wordt overgeboekt vanaf de rekening van [bedrijf 7] wordt op 26 januari 2011 door [bedrijf 12] een totaalbedrag van € 34.760,- overgeboekt aan de Belastingdienst.155

Correspondentie [medeverdachte] en [verdachte]
Tussen [medeverdachte] en [verdachte] vindt op 21 november 2010 de volgende emailcorrespondentie plaats.156

[verdachte] aan [medeverdachte] :

“Ik zit een beetje de admin te doen en wil even de volgende zaken afstemmen; Ik stuur vanuit de nieuwe Bv een nota voor ons gezamenlijke project (voorloper [bedrijf 8] ) voor een bedrag van 23262,50 ex btw (dit is tot en met october). Tevens stuur ik twee nota’s een vanuit [bedrijf 6] 20.000 en een vanuit [bedrijf 7] BV. (…) Laat even weten of je het hier mee eens bent en of de bedragen qua berekening klopt! (…)”

[medeverdachte] aan [verdachte] :

“1ste is t/m oktober 22.723,75 ex BTW (verschil met jouw is verdeling [naam] / [naam] denk ik) (…)

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

(…)

Bewijsoverwegingen

Algemeen

Vervolging rechtspersonen en/of natuurlijke personen

De verdediging heeft ten aanzien van (een gedeelte van) het feitencomplex naar voren gebracht dat, gelet op de rechtspersoonlijkheid van de vennootschappen van [verdachte] en het feit dat hij eventuele handelingen niet in privé maar als bestuurder van de vennootschappen heeft verricht, [verdachte] zelf niet als (mede)pleger kan worden aangemerkt.

De rechtbank overweegt allereerst dat de vervolging of het daderschap van een rechtspersoon de vervolging of het daderschap van natuurlijke personen niet uitsluit. Het staat het Openbaar Ministerie in beginsel vrij te beslissen of de rechtspersoon en/of de natuurlijke persoon op grond van het eigen daderschap wordt vervolgd (HR 21-10-1986, NJ 1987, 362 en ECLI:NL:PHR:2007:BA7261). De stelling dat het daderschap van een rechtspersoon daderschap van een natuurlijk persoon uitsluit, vindt in zijn algemeenheid geen steun in het recht. Dit verweer wordt dan ook verworpen.

Toerekening aan rechtspersonen

Daarnaast is voor de onderstaande overwegingen van belang dat een rechtspersoon (in de zin van artikel 51 Sr) kan worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit indien de betreffende gedraging redelijkerwijs aan hem kan worden toegerekend. Een belangrijk oriëntatiepunt bij de toerekening is of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon (ECLI:NL:HR:2003:AF7938).

Tot zover de overwegingen van de rechtbank waarmee het hof zich verenigt.

7.6

Passieve niet-ambtelijke omkoping

Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat hij zich niet-ambtelijk door [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 4] en [medeverdachte] heeft laten omkopen (feit 2 - niveau 1).

Daarnaast wordt hem verweten dat hij zich door [medeverdachte] heeft laten omkopen met het geld dat [medeverdachte] van anderen ontving (feit 7 - niveau 2).

Het hof heeft reeds onder punt 7.3.2 van dit arrest aangegeven dat het van oordeel is dat een begin van aannemelijkheid voor het bestaan van een ereschuld niet is aangetroffen en onder 7.3.3 geconcludeerd dat verdachte als lasthebber kan worden aangemerkt

De rechtbank heeft met betrekking tot passieve niet-ambtelijke omkoping in het bijzonder het volgende overwogen waarbij het hof zich aansluit.

Passieve niet-ambtelijke omkoping

Het eerste lid van artikel 328ter Sr luidde ten tijde van de ten laste gelegde periode als volgt:

“Hij die, anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking of optredend als lasthebber, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn betrekking of bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, een gift, belofte of dienst aanneemt dan wel vraagt, en dit aannemen of vragen in strijd met de goede trouw verzwijgt tegenover zijn werkgever of lastgever, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vijfde categorie.”

De rechtbank zal hieronder de verschillende onderdelen van dit artikel beoordelen.

(…)

Het aannemen van een gift
De rechtbank stelt vast dat de term gift ziet op elk overdragen aan een ander van iets wat voor die ander waarde heeft. Daarvan is sprake, in de vorm van de geldbedragen die aan [verdachte] zijn overgemaakt.

Naar aanleiding van hetgeen hij in de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten
De rechtbank stelt voorop dat de woorden “naar aanleiding van hetgeen hij in de uitvoering van zijn last heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten” inhouden dat de gift moet zijn gedaan of aangenomen naar aanleiding van een verrichte of nog te verrichten prestatie van de ontvanger. Een concrete prestatie van de omgekochte is echter niet altijd vereist (HR 27 november 1991, NJ 1991, 318). Zo is bijvoorbeeld voldoende dat de omkoper giften aan de omgekochte doet om zijn zakelijke relatie met de werkgever van de omgekochte in stand te houden of te verbeteren terwijl de omgekochte daarop invloed had en dit moet hebben begrepen (HR 16 januari 1990, DD 90.197).

Hieronder zal eerst worden ingegaan op de stellingen van de verdediging betreffende de aard van de betalingen van [getuige 1] , [getuige 4] en [medeverdachte] . De rechtbank volgt de verdediging daarin niet. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat zowel in niveau 1 als in niveau 2 sprake is geweest van het verrichten van een prestatie “in de uitvoering van zijn last”, zoals hieronder nader overwogen.

[verdachte] – [getuige 1] (coaching en advies)
Volgens de verdediging zien de betalingen die [getuige 1] aan [verdachte] deed niet op een tegenprestatie die [verdachte] als medewerker van SNSPF voor [getuige 1] zou verrichten, maar op coaching en advies. Deze werkzaamheden stonden dus geheel los van SNSPF .

Voor wat betreft dat laatste merkt de rechtbank op dat [getuige 1] via [verdachte] met SNSPF in contact is gekomen. Daarbij is van belang dat de vergoeding die [getuige 1] aan [verdachte] afdroeg gebaseerd was op het aantal uren dat zij werkte bij SNSPF . Bovendien was haar afdracht aan [verdachte] hoger op het moment dat haar uurtarief bij SNSPF werd verhoogd. Uit deze omstandigheden blijkt dat haar afdracht gerelateerd was aan haar werkzaamheden bij SNSPF en daarvan niet los kan worden gezien.

De verklaring van [getuige 1] dat de vergoeding gebaseerd was op coaching en advies van [verdachte] aan haar acht de rechtbank niet aannemelijk. De verklaringen van [getuige 1] en [verdachte] over de beweerdelijk gegeven coaching en advisering komen niet overeen, maar er is ook sprake van andere omstandigheden die onverenigbaar zijn met het bestaan van dergelijke werkzaamheden.

Wisselende en tegenstrijdige verklaringen
De rechtbank neemt met name in aanmerking dat [verdachte] in eerste instantie verklaart dat slechts een deel van de betaling betrekking had op de coaching, terwijl [getuige 1] verklaart dat de gehele betaling hierop betrekking had. De latere verklaringen van [verdachte] , die meer in overeenstemming zijn met de verklaringen die door [getuige 1] zijn afgelegd, acht de rechtbank niet betrouwbaar. Zo heeft [verdachte] ter terechtzitting verklaard dat de betalingen zagen op de coaching die hij gaf. In het geval dat [getuige 1] meer betaalde dan waarvoor zij daadwerkelijk was gecoacht, was volgens [verdachte] sprake van een gunfactor. Deze verklaring wijkt echter sterk af van zowel zijn eerdere verklaringen als de schriftelijke verklaring die [verdachte] op 21 maart 2013 samen met zijn raadsman heeft opgesteld. In die laatste verklaring noemt [verdachte] twee redenen waarom [getuige 1] aan [verdachte] betaalde: kickback en advies. De rechtbank vindt het opvallend dat de verklaringen van [verdachte] sinds de opheffing van zijn beperkingen en zijn invrijheidstelling zo sterk zijn gewijzigd en veel meer overeenkomsten vertonen met de verklaringen die door [getuige 1] zijn afgelegd. De rechtbank kan aan geen van deze verklaringen dan ook een doorslaggevende betekenis toekennen.

Andere omstandigheden
Over de aard van de coaching verklaart [getuige 1] dat deze betrekking had op allerlei vlakken. Er stond volgens [getuige 1] geen vast aantal uren tegenover. De afspraak dat [verdachte] haar zou coachen en dat zij hem daarvoor zou betalen, is ook niet schriftelijk vastgelegd. Deze omstandigheden maken naar het oordeel van de rechtbank dat de advieswerkzaamheden waarover wordt verklaard onvoldoende concreet zijn om als declarabele werkzaamheden te kunnen worden aangemerkt.
Ook gelet op het totale bedrag dat door [getuige 1] aan [verdachte] is betaald, namelijk ruim € 134.000,-, is niet aannemelijk dat dit betrekking had op de genoemde werkzaamheden. Dit geldt temeer wanneer gelet wordt op het uurtarief dat [getuige 1] declareerde voor de werkzaamheden die zij verrichtte voor de vennootschappen van [verdachte] , van rond de € 50,-.
Ten slotte is door [verdachte] en [getuige 1] geen aannemelijke verklaring gegeven voor het feit dat de vergoeding die [getuige 1] betaalde niet was gekoppeld aan de duur van de coaching die zij kreeg, maar aan de uren die zij werkte voor SNSPF .

Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden acht de rechtbank niet aannemelijk dat er sprake was van declarabele coaching en/of advisering en dat de betalingen die [getuige 1] aan [verdachte] deed hierop betrekking hadden.

[verdachte] – [getuige 4] (advisering)
Door de verdediging is een beroep gedaan op de verklaring van [getuige 4] dat een deel van de betaling zag op advies dat hij van [verdachte] kreeg. [verdachte] verwijst daarbij naar een e‑mail van 3 oktober 2010 (D-0591), waarin staat vermeld dat [verdachte] door [getuige 4] is aangezocht als adviseur van zijn onderneming.

De rechtbank acht het niet aannemelijk dat een deel van de betalingen van [getuige 4] betrekking had op advisering. In de eerste plaats lopen de verklaringen van [getuige 4] en [verdachte] over de gestelde advisering, de betaling ervan en de afspraken die per e-mail zouden zijn verzonden, uiteen. De rechtbank hecht ook geen waarde aan de door [verdachte] gestuurde e‑mail. Vóór het versturen van deze e-mail -met een opdrachtbevestiging- heeft immers al facturatie plaatsgevonden. Bovendien komt de wijze van facturatie ná deze e-mail niet overeen met de afspraken die in de e-mail worden genoemd. De facturatie na oktober 2010 vindt namelijk niet steeds op kwartaalbasis plaats. Over de advisering zelf verklaart [getuige 4] dat de advisering heel beperkt is geweest, in totaal hooguit 20 uur. Als al sprake zou zijn van advisering dan staat dit aantal uren naar het oordeel van de rechtbank in geen verhouding tot het bedrag dat door [getuige 4] aan [verdachte] is betaald, namelijk ruim
€ 45.000,- (exclusief btw). [getuige 4] heeft ook verklaard dat er geen concrete afspraken waren, er geen sprake was van een uitgebreid advies, maar dat er in de gesprekken die hij met [verdachte] had ook een stukje coaching als component zat. Voor zover al sprake was van advisering, acht de rechtbank gelet op al deze omstandigheden dit advies zo marginaal dat niet kan worden gesproken van declarabel advies. De rechtbank beoordeelt het gehele bedrag dat door [getuige 4] is betaald dan ook als betrekking hebbend op enerzijds het feit dat [getuige 4] door [verdachte] is gaan werken bij SNSPF en anderzijds op het in stand houden van een goede relatie met [verdachte] . Ook bij [getuige 4] en [verdachte] was sprake van een hiërarchische relatie. [getuige 4] heeft bij zijn aanstelling het uurtarief besproken met [verdachte] en [verdachte] heeft uiteindelijk zijn uurtarief vastgesteld. De afdracht van [getuige 4] aan [verdachte] kan daarom niet als (geheel) vrijwillig worden gezien. [verdachte] heeft met zijn verzoek bewust de aanmerkelijk kans aanvaard dat [getuige 4] hiermee in zou stemmen om de onderlinge relatie goed te houden.

(…)

Prestatie niveau 1 en niveau 2
Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat zowel in niveau 1 als in niveau 2 sprake is geweest van het verrichten van een prestatie “in de uitvoering van zijn last”.

[verdachte] omschrijft de betalingen van [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4] onder meer als detacheringsfee of plaatsingsfee. Ook over [medeverdachte] verklaart [verdachte] dat hij hem onder meer betaalde, omdat [medeverdachte] zijn baan via [verdachte] had gekregen. Alle hiervoor genoemde personen zijn ook daadwerkelijk via [verdachte] bij SNSPF komen werken. De betalingen waren dus gekoppeld aan de rol die [verdachte] heeft gespeeld bij het aannemen van deze medewerkers bij SNSPF . In die zin is dus sprake van een prestatie die betrekking heeft op de betalingen die aan [verdachte] zijn gedaan.

Daarnaast acht de rechtbank het volgende van belang. [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] verklaren dat zij door [verdachte] zijn aangenomen en dat [verdachte] hun leidinggevende was. Ook is met [verdachte] onderhandeld over het te declareren uurtarief. Er was dus sprake van een hiërarchische relatie tussen voornoemde personen en [verdachte] . Op enig moment is sprake geweest van een tariefsverhoging en heeft [verdachte] het verzoek gedaan om dat deel van het tarief aan hem af te dragen. Ook met [medeverdachte] was sprake van een hiërarchische relatie: [verdachte] heeft hem aangenomen, bepaalde zijn uurtarief en het aantal te werken uren. Anders dan de verdediging stelt, kan -gelet op de zeggenschap die [verdachte] over deze personen had- geen sprake zijn van een (geheel) vrijwillige afdracht. [verdachte] heeft, door dit verzoek te doen, minst genomen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard (voorwaardelijk opzet) dat deze personen zouden instemmen met zijn verzoek om de relatie met hem goed te houden. Dit blijkt ook expliciet uit de verklaring van [getuige 2] . Hij verklaart dat hij heeft ingestemd met het verzoek, omdat hij niet het risico wilde lopen zijn baan te verliezen. Het verzoek zat hem niet lekker, maar hij wilde zijn toekomstperspectief bij SNSPF wel graag behouden.

Dat het voor [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 4] en [medeverdachte] van belang was dat zij de goede relatie met [verdachte] in stand hielden, blijkt ook uit het feit dat [verdachte] alle verlengingscontracten met deze personen heeft medeondertekend. [verdachte] had daadwerkelijk de bevoegdheid om “in de uitvoering van zijn last” beslissingen te nemen die voor deze werknemers van SNSPF van belang waren.

Nadat [verdachte] te horen kreeg dat [medeverdachte] in niveau 2 ook betalingen ontving, is tussen hen afgesproken dat een deel van deze betalingen zou worden doorgestort aan [verdachte] . Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden kan het niet anders zijn dan dat ook deze betalingen ten doel hadden de relatie met [verdachte] goed te houden of te bevorderen.

In strijd met de goede trouw verzwijgen tegenover zijn werkgever
De verdediging heeft naar voren gebracht dat de onderlinge afspraken die door [verdachte] zijn gemaakt, niet in strijd met de goede trouw zijn verzwegen tegenover SNSPF . De afspraken stonden los van de relatie met SNSPF en hoefden daarom niet te worden gemeld.

Bij het bestanddeel goede trouw geldt dat van essentieel belang is of de ondergeschikte heeft gezwegen waar hij naar objectieve maatstaf tot spreken verplicht was geweest. Niet zijn goede trouw, maar de goede trouw is doorslaggevend. Deze strenge eis noodzaakt de ondergeschikte om, in geval van twijfel aan de toelaatbaarheid van de gift of belofte, zijn principaal te raadplegen (Kamerstukken II 1966/67, 8437, nr. 6, p. 3). Daarnaast blijkt uit de wetsgeschiedenis dat de goede trouw is toegevoegd om onbeduidende en min of meer gebruikelijke fooien of relatiegeschenken en buitenlandse handelsgebruiken buiten het bereik van deze strafbepaling te laten vallen (Kamerstukken II 1965/66, 8437, nr. 4, p. 15-16).

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] de onderlinge afspraken en betalingen aan SNSPF had moeten melden en dat hij door dit na te laten heeft gehandeld in strijd met de goede trouw. [verdachte] was werkzaam bij een bank. Juist bij banken is het van groot belang dat de integriteit gewaarborgd blijft en belangenverstrengeling wordt voorkomen. [verdachte] had zich moeten realiseren dat deze geldstromen tussen externe medewerkers van SNSPF kenbaar moesten zijn voor de organisatie. Het feit dat [verdachte] onder meer betrokken was bij de aanstelling en de vaststelling van het uurtarief van de personen die (via [medeverdachte] ) aan hem betaalden, maakt al dat sprake was van een (mogelijke) belangenverstrengeling. De afdrachten van deze personen waren gekoppeld aan de uren die zij werkten voor SNSPF . Naarmate zij meer werkten, werd de afdracht aan [verdachte] hoger, terwijl [verdachte] -zeker bij degenen van wie hij leidinggevende was- invloed had of kon hebben op het aantal uren dat zij werkten. Het betrof regelmatig terugkerende geldbedragen van aanzienlijke omvang. Zelfs in het geval [verdachte] zelf meende dat er geen sprake was van belangenverstrengeling had hij deze beoordeling aan SNSPF moeten overlaten. Doordat [verdachte] deze betaalstromen niet heeft gemeld, heeft SNSPF deze beoordeling echter niet kunnen doen."

Het hof overweegt ten aanzien van deze bewijsmiddelen daarnaast het volgende:

Namens verdachte is op 3 januari 2012 een e-mail verzonden157 aan de medewerkers waarin hij hen verzoekt om hun leidinggevende bij SNSPF te informeren over de door de medewerkers verrichte nevenactiviteiten.158 In deze e-mail namens SNSPF heeft verdachte geen aanleiding gezien om de ontvangsten van kickbacks te melden.159

Conclusie

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich door [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 4] en [medeverdachte] heeft laten omkopen (feit 2 - niveau 1). Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] zich door [medeverdachte] heeft laten omkopen met het geld dat [medeverdachte] van anderen ontving (feit 7 - niveau 2).

7.7

Valsheid in geschrift (feiten 3 en 8)

De rechtbank heeft met betrekking tot de valsheid in geschrift het volgende overwogen waarbij het hof zich aansluit:

"Valsheid facturen

De verdediging heeft betoogd dat de facturen niet vals zijn omdat -kort gezegd- beide partijen wisten wat de onderliggende prestatie was, de omschrijving voldoende juist is en de gefactureerde bedragen niet te hoog zijn.

De rechtbank is van oordeel dat alle hiervoor besproken facturen, opgenomen in het bewijsoverzicht Bijlage 3, valselijk zijn opgemaakt. Daarbij is van belang dat de facturen volgens de verdachten betrekking hadden op de betaling voor de onderling gemaakte afspraken. Anders dan de omschrijvingen op de facturen suggereren, werden met de facturen dan ook geen adviezen of andere werkzaamheden in rekening gebracht. De rechtbank acht immers de stelling dat sprake was van advieswerkzaamheden niet aannemelijk (zoals hiervoor onder de niet-ambtelijke omkoping overwogen). Ten aanzien van degenen die stellen dat sprake was van bemiddeling of nivellering klopt de omschrijving advies evenmin. Aan de hand van de omschrijving op de facturen kan dus niet worden afgeleid op welke onderliggende afspraken en betalingen de facturen in werkelijkheid betrekking hadden. De facturen zijn opgemaakt ten behoeve van de verzwegen omkoping en de bijbehorende betaalstroom en zijn bedoeld om deze betalingen een titel te verschaffen. Met de opgenomen valse omschrijvingen is de werkelijke aard van deze betaalstroom verhuld.

Ook ten tijde van het (laten) opmaken van de facturen door [verdachte] had hij wetenschap van de aard van de betalingen waarop deze facturen in werkelijkheid betrekking hadden en daarmee had hij ten minste voorwaardelijk opzet op de valsheid hiervan. Hij heeft de aanmerkelijke kans op de valsheid van deze facturen willens en wetens aanvaard.

Bewijsbestemming als waren de facturen echt en onvervalst

De verdediging heeft ook betoogd dat geen sprake is geweest van een oogmerk om de facturen als echt en onvervalst te gebruiken. De facturen zijn wel gebruikt, maar de ontvanger is hierdoor niet misleid aangezien het zowel voor de opsteller als de geadresseerde duidelijk was waar de facturen op zagen.

De rechtbank overweegt hierover als volgt. Het oogmerk van de verdachte moet zijn gericht op het gebruik van het valse of vervalste geschift als echt en onvervalst. Dit impliceert een gerichtheid op misleiding. Dit betekent dat er derden in het spel moeten zijn, die niet van de valsheid op de hoogte zijn. Het gebruik van het geschrift hoeft niet daadwerkelijk plaats te vinden. Het verweer van de verdediging wordt verworpen, nu facturen naar hun aard reeds in het maatschappelijk verkeer (ook jegens derden) een bewijsbestemming hebben. Bovendien zijn de facturen in dit geval ook nog opgenomen in de bedrijfsadministratie(s) waarmee temeer vast staat dat de facturen bestemd waren voor het gebruik door derden -anderen dan de geadresseerden- als waren zij echt en onvervalst, bijvoorbeeld de fiscus en/of accountants (ECLI:NL:GHAMS:2015:1212). De rechtbank acht dan ook bewezen dat de facturen valselijk zijn opgemaakt met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te (doen) gebruiken. Ook hebben de betalers deze door anderen opgemaakte valse facturen voorhanden gehad, terwijl zij wisten dat deze geschriften een zodanige bewijsbestemming hadden."

Voorts heeft verdachte in zijn verklaring aan de FIOD160 verklaard dat op de facturen werd vermeld werd dat deze voor advieswerkzaamheden of corporate finance waren en dat dat ten dele juist, ten dele onjuist was. Ook heeft verdachte op de vraag van de FIOD waarom op de facturen die door [getuige 1] voor hem werden opgesteld heeft neerzet dat dit coaching en/of advies betreft en dit niet wordt vermeld als aanbrengfee geantwoord: "Dit leek mij wat subtieler".161

Anders dan de rechtbank acht het hof het medeplegen niet wettig en overtuigend bewezen.

Het hof vindt daartoe aansluiting in het arrest van de Hoge Raad van 18 december 2012162 waarin is overwogen:

"Het Hof heeft geoordeeld dat de verdachte het strafbare feit heeft gepleegd tezamen en in vereniging met de rechtspersoon [A] doordat het door hem begane strafbare feit tevens aan die rechtspersoon kan worden toegerekend op de grond dat hij als "feitelijk bestuurder" van [A] moet worden aangemerkt. Aldus heeft het Hof miskend dat de enkele omstandigheid dat de verboden gedraging van de verdachte aan de rechtspersoon kan worden toegerekend, niet kan meebrengen dat de verdachte het strafbare feit tezamen met de rechtspersoon heeft medegepleegd."

Conclusie

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich samen met [getuige 1] heeft schuldig gemaakt aan het opmaken van valse facturen nu door de facturerende vennootschap geen adviesdiensten zijn verricht ten behoeve van de geadresseerde vennootschap.

7.8

Gewoontewitwassen

Aan verdachte is onder feit 4 (niveau 1) en onder feit 9 (niveau 2) ten laste gelegd dat hij geldbedragen heeft witgewassen door - kort weergegeven):

a. door de werkelijke aard en/of herkomst van die gelden te verbergen of te verhullen en

b. door die geldbedragen te verwerven, voorhanden te hebben, over te dragen of gebruik te maken van die geldbedragen.

De advocaat -generaal acht de beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen.

De verdediging heeft betoogd dat verdachte van deze feiten dient te worden vrijgesproken van het verhullen omdat door verdachte geen verhullende handelingen zijn gepleegd die het zicht op de geldbedragen hebben bemoeilijkt en de dagvaarding ten aanzien van het overdragen en/of gebruik maken nietig dient te worden verklaard omdat onvoldoende duidelijk is waar de verdenking betrekking op heeft.

Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat de betalingen van de geldbedragen aan de hand van facturen en bankafschriften gemakkelijk te volgen zijn.

Oordeel hof

Ad a.

Het hof stelt voorop dat noch de tekst van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht noch de wetsgeschiedenis eraan in de weg staat dat iemand die een in die bepaling omschreven gedraging verricht ten aanzien van een voorwerp dat afkomstig is uit enig door hemzelf begaan misdrijf, wordt veroordeeld wegens witwassen. Dit betekent niet dat elke gedraging die in artikel 420bis, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht is omschreven, onder alle omstandigheden de kwalificatie witwassen rechtvaardigt.

Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ook in het geval het witwassen de opbrengsten van eigen misdrijf betreft, van de witwasser in beginsel een handeling wordt gevergd die erop is gericht "om zijn criminele opbrengsten veilig te stellen". Gelet hierop moet worden aangenomen dat indien vaststaat dat het enkele verwerven of voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als witwassen kan worden gekwalificeerd.

Er moet dus sprake zijn van een gedraging die meer omvat dan het enkele verwerven of voorhanden hebben en die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat door eigen misdrijf verkregen voorwerp gericht karakter heeft.

Het hof stelt vast dat verdachte gedurende de ten laste gelegde periode geldbedragen van in totaal € 627.096,25 in niveau 1 en € 374.661,50 163 in niveau 2 (beide exclusief btw) heeft ontvangen. Verdachte heeft dit bedrag met toepassing van niet-ambtelijke omkoping en valsheid in geschrift verkregen. Het hof is daarbij van oordeel dat het opmaken en versturen van de valse facturen om de geldbedragen te verkrijgen een essentieel onderdeel van het gronddelict is en die facturen zijn gebruikt om de geldbedragen te verkrijgen. Naar het oordeel van het hof hangen deze gedragingen zo nauw samen met het gronddelict dat zij niet kunnen worden gezien als de vereiste “extra verhullende handeling” na het ontvangen van dit uit misdrijf verkregen geld.

Dit betekent dat het onder 4 en 9 bewezenverklaarde voorhanden hebben of verwerven niet kan worden gekwalificeerd en daarom geen strafbaar feit oplevert. De verdachte dient derhalve ter zake van die onderdelen van de bewezenverklaarde feiten te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Ad b.

Het hof heeft hiervoor onder paragraaf 3.1 het verweer tot nietigheid van de dagvaarding met betrekking tot het witwassen verworpen.

De bijschrijvingen op de rekening van [bedrijf 7] zijn voornamelijk afkomstig van de zogenoemde retourfees. Verdachte heeft door middel van de rekening van [bedrijf 7] overboekingen gedaan naar de rekening van [bedrijf 12] met als omschrijvingen 'managementvergoeding' of 'managementfee'.164 Daarnaast zijn er vanaf deze rekening van [bedrijf 7] ook bedragen aan anderen betaald, waaronder de belastingdienst. Het in totaal naar derden (waaronder in dit verband [bedrijf 12] ) overgeboekte bedrag overstijgt het totaal van het door [bedrijf 7] ontvangen bedrag aan retourfees. Het op de rekening van [bedrijf 7] ontvangen geld is daardoor gebruikt en is daarmee in het financiële en economische verkeer gebracht.

Pleegperiode en gewoonte

Witwassen moet worden beschouwd als een voortdurend delict. Dit brengt mee dat de pleegperiode doorloopt zolang de verdachten ten aanzien van deze geldbedragen nog steeds witwashandelingen verrichten (ECLI:NL:HR:2014:956). Dat deze handelingen nog altijd voortduren of worden verricht kan echter aan de hand van het dossier niet worden vastgesteld. Het specifieke moment waarop zij -bijvoorbeeld door gebruik- niet meer over de geldbedragen konden beschikken, is niet vast te stellen aan de hand van het dossier. Daarom wordt in het voordeel van verdachten aangesloten bij data waarvan gesteld kan worden dat zij in de periode daaraan voorafgaand in ieder geval hebben kunnen beschikken over de geldbedragen en in welke periode ook omzetting/overdraging/gebruik heeft plaatsgevonden.

Vastgesteld kan worden dat de witwashandelingen in ieder geval hebben plaatsgevonden voorafgaand aan de aanhouding van [verdachte] op 12 februari 2013. Niet blijkt dat hij na de datum van zijn aanhouding nog over dit geld kon beschikken of ten aanzien hiervan witwashandelingen heeft verricht. Om te kunnen witwassen moet verdachte kunnen beschikken over het van misdrijf afkomstige voorwerp. Het einde van de pleegperiode wordt daarom vastgesteld op 12 februari 2013.

Het hof is ten slotte van oordeel dat, gelet op de bewezen verklaarde periode, de hoeveelheid witgewassen geldbedragen en de verschillende verrichte witwashandelingen, de verdachte van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Anders dan de rechtbank acht het hof het medeplegen met de rechtspersonen niet wettig en overtuigend bewezen.

Het hof zoekt daartoe aansluiting bij arrest van de Hoge Raad van 18 december 2012165 waarin onder meer is overwogen:

“… dat de enkele omstandigheid dat de verboden gedraging van de verdachte aan de rechtspersoon kan worden toegerekend, niet kan meebrengen dat de verdachte het strafbare feit tezamen met de rechtspersoon heeft medegepleegd.”

Conclusie

De hof acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] heeft schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen met betrekking tot het gebruik van de door misdrijf verkregen gelden (feiten 4 en 9). Met betrekking tot het voorhanden hebben/verwerven van die geldbedragen wordt verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.

7.9

Criminele organisatie Feit 10 (Niveau 2)

De rechtbank heeft hierover in het bijzonder het navolgende overwogen, waarbij het hof zich aansluit.

"De verdediging heeft betoogd dat geen sprake was van (wetenschap van) een samenwerkingsverband tussen verdachten, geen opzet op deelneming aan een criminele organisatie en ook geen opzet op het oogmerk van die organisatie tot het plegen van strafbare feiten. Daarbij is [verdachte] in een eventuele organisatie niet leidinggevend geweest.

Criminele organisatie

De rechtbank overweegt allereerst dat met een criminele organisatie ex artikel 140 Sr wordt bedoeld een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen met als oogmerk het plegen van misdrijven. Niet is vereist dat de betrokkenen bekend zijn met alle personen die deel uitmaken van de organisatie. Verdachten moeten een aandeel hebben in het samenwerkingsverband, dan wel de gedragingen ondersteunen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Voor opzettelijke deelneming is voldoende dat verdachten in algemene zin weten dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Ook rechtspersonen kunnen deelnemen aan een criminele organisatie.

Deelneming niveau 2

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de gebezigde bewijsmiddelen, in niveau 2 sprake is geweest van een gestructureerd samenwerkingsverband, opgericht en geleid door [verdachte] en [medeverdachte] . Het oogmerk van de organisatie was gericht op de passieve en actieve niet-ambtelijke omkoping, de hiermee samenhangende valsheid in geschrift en het gewoontewitwassen. [verdachte] heeft niet alleen wetenschap gehad van het oogmerk van de organisatie maar hij heeft ook een aandeel gehad in de gedragingen die strekken tot verwezenlijking hiervan.

Naar het oordeel van de rechtbank was de rol van zowel [verdachte] als [medeverdachte] essentieel voor het ontstaan en behoud van de organisatie en het plegen van de genoemde misdrijven. Zij waren beiden betrokken bij de aanstelling van de andere verdachten bij SNSPF . [medeverdachte] zorgde voor de introductie, [verdachte] stelde (mede) de overeenkomsten vast. Deze verdachten zijn door [medeverdachte] benaderd voor het betalen van een fee. Ook [verdachte] wist ten minste vanaf eind 2010 dat een deel van het uurtarief van de door hen aangebrachte verdachten betaald en vervolgens verdeeld werd. Uit de mailwisseling van [verdachte] en [medeverdachte] op 21 november 2010 volgt dat [verdachte] bekend was met de verdeelsleutel, in ieder geval wat betreft [naam] en [naam] . Alle overeenkomsten van opdracht van de externen zijn nadien verlengd en medeondertekend door [verdachte] . [medeverdachte] heeft alle gelden geïnd en verdeeld. [verdachte] heeft van alle betalers zijn deel ontvangen. Beiden maakten hiertoe een grote hoeveelheid valse facturen op en [medeverdachte] ontving ook valse facturen. Ook hadden zij wetenschap van de betrokkenheid en het verrichte aandeel van de door hen en door anderen gebruikte vennootschappen bij de organisatie. Niemand heeft de betaalstromen gemeld bij SNS (PF). Het samenwerkingsverband heeft hierdoor onafgebroken en gedurende een langere periode kunnen bestaan, terwijl het aantal medewerkers van SNSPF dat bij de betalingen betrokken raakte toenam.

De rechtbank concludeert dat [verdachte] heeft deelgenomen aan een criminele organisatie bestaande uit de in de bewezenverklaring nader te noemen verdachten en hun vennootschappen en hier ook leiding aan heeft gegeven (feit 10).

Het hof neemt deze conclusie over en maakt deze tot de zijne.

8 Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2, 3, 4, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde heeft begaan.

De volledige bewezenverklaring is opgenomen in bijlage 2 van dit arrest.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

9 Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Als hiervoor onder 7.8 al overwogen levert onder feit 4 en 9 bewezen verklaarde verwerven en/of voorhanden hebben van de geldbedragen geen strafbaar feit op. De verdachte dient daarom ten aanzien van dit onderdeel van de tenlastelegging te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het onder 2 en 7 bewezen verklaarde levert op:

telkens:

het, anders dan als ambtenaar, optredend als lasthebber naar aanleiding van hetgeen hij bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan dan wel zal doen, aannemen van een gift of belofte en dit aannemen in strijd met de goede trouw verzwijgen tegenover zijn lastgever, meermalen gepleegd.

Het onder 3 en 8 bewezen verklaarde levert op:

telkens:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Het onder feit 4 en 9 bewezen verklaarde – voor zover niet betrekking hebbend op het verwerven of voorhanden hebben - levert op:

telkens:

gewoontewitwassen

Het onder 10 bewezen verklaarde levert op:

als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

10 Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

11 Oplegging van straf en/of maatregel

Het OM heeft gevorderd dat verdachte voor de door hen onder 1 tot en met 10 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 48 maanden, met aftrek van voorarrest.

De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van de feiten 1 primair, 1 subsidiair, 5, 6 primair en 6 subsidiair en voor de feiten 2, 3, 4, 7, 8, 9 en 10 veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien (18) maanden waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorarrest doorgebracht.

11.2

De advocaat -generaal heeft gevorderd dat verdachte voor de feiten 1 tot en met 10 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden, met aftrek van voorarrest.

11.3

De verdediging heeft bepleit dat bij een oplegging van een straf rekening moet worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] . In het bijzonder heeft de raadsman gewezen op de lange duur van het voorarrest (in beperkingen), de media-aandacht, de lopende civielrechtelijke procedures en de EVR registratie. De verdediging heeft verzocht om tot een zodanige strafoplegging te komen dat verdachte niet nogmaals naar de gevangenis moet en geeft als strafvoorstel: een gevangenisstraf van twee jaar en 45 dagen onvoorwaardelijk waarvan twee jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, een taakstraf van 480 uur en een geldboete.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

[verdachte] heeft zich als ingehuurde SNSPF -medewerker door andere ingehuurde medewerkers van SNSPF laten omkopen. Aan [medeverdachte] is in totaal een bedrag van ruim 1,6 miljoen euro overgemaakt door deze medewerkers, hetgeen door [medeverdachte] werd doorbetaald aan (o.a.) [verdachte] . Daarnaast is [verdachte] door [medeverdachte] omgekocht. Deze onderling gemaakte afspraken werden door ook door zowel [verdachte] als [medeverdachte] verzwegen tegenover SNSPF . Om voor te wenden dat de betalingen een andere oorzaak hadden, zijn valse facturen opgemaakt. Ook werden de ontvangen geldbedragen door [verdachte] witgewassen.

[medeverdachte] en [getuige 5] hebben ervoor gezorgd dat steeds meer personen betrokken raakten bij deze omkopingen. [verdachte] was hiervan op de hoogte en heeft dit niet verhinderd. Integendeel, hij heeft hieraan meeverdiend. Het netwerk dat hierdoor ontstond, werd in stand gehouden doordat sprake was van een effectieve en gestructureerde samenwerking tussen de betrokken personen onderling. Aan enkele personen die hun afdracht ter discussie stelden, werd een tegenvergoeding geboden, zodat de afspraken verzwegen zouden blijven en de omkopingsconstructies konden blijven voortbestaan. Zodoende kon de criminele organisatie blijven functioneren.

Hoewel SNSPF niet is opgelicht, zijn de belangen van SNSPF door de handelwijze van [verdachte] wel ernstig geschaad. Het hof neemt hem dat zeer kwalijk.

Het hof is van oordeel dat voor afdoening van de bewezenverklaarde feiten niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Anders dan de rechtbank zoekt het hof, gelet op het samenstel van het bewezenverklaarde handelen van verdachte, aansluiting bij de oriëntatiepunten straftoemeting bij fraudezaken, vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), die in geval van een benadelingsbedrag dat hoger is dan 1 miljoen euro uitgaat van een gevangenisstraf van minimaal 24 maanden, oplopend tot de maximale op het delict gestelde gevangenisstraf

Al naar gelang van specifieke factoren kan de op te leggen straf vermeerderd of verminderd worden.

Dat er weliswaar geen sprake is van een aantoonbare financiële benadeling van SNSPF is voor het hof geen reden om niet aan te sluiten bij de oriëntatiepunten. Er is namelijk wel sprake van een bedrag dat ten onrechte en door het plegen van strafbare feiten door de verdachte is verworven. Het hof zal dan ook een langere gevangenisstraf dan de rechtbank als uitgangspunt nemen.

Als strafverzwarende factoren houdt het hof rekening met de volgende omstandigheden.

Verdachte heeft deze feiten gedurende een lange periode gepleegd. Verdachte is in de ten laste gelegde periode, door de leiding van SNSPF , gevraagd of er sprake was kickback betalingen. Verdachte is hierover door een bestuurslid aangesproken maar heeft glashard ontkend dat er sprake was kickbacks. Ook heeft verdachte op enig moment zelf een emailbericht166 naar diverse bij SNSPF betrokken personen gestuurd dat nevenactiviteiten (het hof verstaat daar ook onder bijvoorbeeld het verlenen van adviezen aan derden) gemeld dienden te worden. Deze signalen hebben er niet toe geleid dat verdachte zelf is gestopt met het binnenhalen van kickbacks. Hij is er zelfs mee doorgegaan tot hij werd aangehouden in het kader van het onderzoek in deze zaak.

Het hof neemt het verdachte bovendien extra kwalijk dat hij anderen meegesleept heeft in het strafbaar handelen door het betalen van kickbacks, omdat men dacht van hem en/of [medeverdachte] afhankelijk te zijn voor mogelijke opdrachten in de toekomst. Die anderen zijn daardoor ook op hun beurt vervolgd voor strafbare feiten of hebben een transactie betaald en zijn geregistreerd in het zogenoemde Externe Verwijzings Register van de financiële instellingen, dat ertoe heeft geleid dat die anderen geen of moeilijk of pas na geruime tijd werk in de financiële sector konden krijgen met alle gevolgen van dien.

Ten voordele van verdachte houdt het hof rekening met het feit dat verdachte zich vanaf het eerste moment bereid heeft verklaard en daartoe ook de nodige stappen heeft gezet om met SNSPF tot een overeenkomst tot terugbetaling te komen en voor de sluiting van het onderzoek betalingen heeft gedaan aan SNSPF waarmee de door hem behaalde voordelen vermeerderd met de wettelijke rente zijn betaald aan SNSPF . Deze omstandigheid heeft eraan bijgedragen dat het hof niet tot een hogere strafoplegging is gekomen.

Daarnaast houdt het hof in strafmatigende zin enigszins rekening met het feit dat over deze zaak vele publicaties zijn verschenen, waarbij -onterecht- ook verbanden zijn gelegd tussen de nationalisatie van SNS en deze zaak. Mede doordat het strafproces geruime tijd heeft geduurd, heeft verdachte veel nadeel ondervonden van deze negatieve publiciteit.

Voorst houdt het hof rekening met de EVR-procedure, waardoor verdachte gedurende meer jaren staat geregistreerd in het EVR. Hoewel het gelet op de bewezen verklaarde feiten alleszins logisch is dat deze procedure is gevolgd, heeft de EVR-registratie wel grote gevolgen voor het vinden van een baan door verdachte nu en in de toekomst. Tot slot houdt het hof rekening met het uittreksel justitiële documentatie waaruit blijkt dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is gekomen.

11.6

Redelijke termijn

Door de verdediging is gesteld dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden

Het hof stelt voorop dat in art. 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

Verdachte is aangehouden op 12 februari 2013. De rechtbank heeft uitspraak gedaan op 20 mei 2016.

Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of de verdediging op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

Het onderzoek in deze zaak was omvangrijk en complex. Voorts richtte het onderzoek zich op veel verdachten (bij het hof zijn er nog 24 verdachten inclusief enige ontnemingsvorderingen over) en er zijn op verzoek van de verdediging veel getuigen gehoord.

De omvang en complexiteit van de zaak en de vertraging die het onderzoek door de rechter-commissaris met zich bracht, welk onderzoek mede op verzoek van de verdediging is verricht, rechtvaardigt naar het oordeel van het hof de overschrijding van de redelijke termijn. Ook bij het hof zijn na een regiezitting nog getuigen gehoord. Het hof is, gelet op het bovenstaande, van oordeel dat de redelijke termijn niet is overschreden.

11.7

Het hof acht, gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden en het feit dat het minder feiten bewezen verklaart dan door de advocaat -generaal gevorderd, een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden passend en geboden

12 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 57, 140, 225 en 328ter van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 5, 6 primair en 6 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2, 3, 7, 8 en 10 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 4 en 9 bewezen verklaarde voorhanden hebben en/of verwerven niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Verklaart het onder 2, 3, 7, 8 en 10 bewezen verklaarde en het onder 4 en 9 bewezen verklaarde, voor zover niet betrekking hebbend op het verwerven en het voor handen hebben, strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. G. Dam, voorzitter,

mr. R. de Groot en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van B. Berendsen en mr. G.W. Jansink, griffiers,

en op 6 juni 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Bijlage 1: De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep- tenlastegelegd dat:

1 primair (niveau 1):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2010 tot

en met 18 mei 2012 te Leusden en/of Utrecht en/of Hilversum en/of

Sint-Michielsgestel en/of Amsterdam en/of Breukeleveen en/of Castricum en/of

De Meern en/of Haren (Groningen), in elk geval in Nederland, en/of te

Knokke-Heist, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige

kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd Propertize BV) en/of [bedrijf 2] NV heeft/hebben bewogen tot de afgifte(n) van een of meer

geldbedrag(en), te weten in totaal circa Euro 627.096,25 (exclusief btw)

(bestaande uit circa Euro 134.118,75 (exclusief btw) en/of circa Euro 204.050,- (exclusief btw) en/of circa Euro 101.115,- (exclusief btw) en/of

circa Euro 45.312,50 (exclusief btw) en/of circa Euro 142.500,- (exclusief btw):

zie o.a. AH-049 en/of AH-059 en/of AH-060 en/of AH-061 en/of AH-062 en/of AH-063, in elk geval van enig(e) geldbedrag(en),

en/of

het aangaan van een of meer schuld(en), te weten het sluiten/aangaan van een

of meer (aanvullende) overeenkomst(en) van opdracht

met [getuige 1] (al dan niet handelend onder de naam " [naam] ") en/of haarbedrijf [bedrijf 16] BV (zie: D-0055-2 en/of D-0017 en/of D-0023-3)

en/of

met [getuige 2] en/of zijn bedrijf [bedrijf 18] BV (zie: D-0294 en/of D-0026-2)

en/of

met [getuige 3] en/of zijn bedrijf [bedrijf 21] BV (zie: D-1345 en/of D-0024-2)

en/of

met [getuige 4] (al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 22] ") (zie: D-1403 en/of D-0741 en/of D-0025-01)

en/of

met [medeverdachte] en/of zijn bedrijf [bedrijf 9] BV (zie: D-0149 en/of D-0278),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

aan SNS Porperty Finance BV en/of [bedrijf 2] NV voorgehouden en/of (in strijd met de werkelijkheid) de indruk gewekt (enkel) de belangen van SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV te zullen behartigen bij het (doen) sluiten en/of

het (doen) uitvoeren van de overeenkomsten van opdracht tussen SNS Property Finance B.V. en/of [bedrijf 2] NV en [getuige 1] en/of [getuige 2] en/of [getuige 3]

en/of [getuige 4] en/of [medeverdachte] en/of de aan hem/haar/hen gelieerde
vennootschap(pen) en daarbij tegenover SNS Property Finance BV en/of
[bedrijf 2] NV verzwegen dat een gedeelte van het met genoemde perso(o)n(en) en of zijn/haar/hun vennootschappen overeengekomen salaris zou worden

afgedragen aan verdachte en/of [bedrijf 12] B.V. en/of [bedrijf 13] B.V. en/of [bedrijf 7] N.V. en/of andere mededaders, als gevolg waarvan aan deze met naam genoemd(e) perso(o)n(en) en/of de aan hem/haar/hen/ gelieerde vennootschap(pen) (een) te ho(o)g(e) uurtarie(f)(ven)/vergoeding(en) is/zijn betaald

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV verzwegen en/of verborgen gehouden en/of verhuld dat er met betrekking tot de (overeengekomen en/of gefactureerde) vergoeding(en) voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV door die [getuige 1] (en of haar bedrijf) en/of die [getuige 2] (en/of zijn bedrij(f)(ven)) en/of die [getuige 3] (en/of zijn bedrijf) en/of die [getuige 4] en/of die [medeverdachte] (en/of zijn bedrij(f)(ven)), die door hem, verdachte was/waren aangedragen en/of voorgedragen en/of gecontracteerd, een (verborgen of verzwegen) vergoeding en/of betaling aan hem, verdachte, en/of zijn bedrij(f)(ven) was inbegrepen en/of overeengekomen

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV verzwegen en/of verborgen gehouden en/of verhuld dat door die [getuige 1] (en of haar bedrijf) en/of die [getuige 2] (en/of zijn bedrij(f)(ven)) en/of die [getuige 3] (en/of zijn bedrijf) en/of die [getuige 4] en/of die [medeverdachte] (en/of zijn bedrij(f)(ven)) (substantiële) betalingen zouden worden verricht en/of zijn verricht aan hem, verdachte, en/of zijn bedrij(f)(ven)

en/of

(daarbij) ter onderbouwing en/of rechtvaardiging van de hoogte van de (overeengekomen) vergoeding(en) met die [getuige 1] (en/of haar bedrijf) en/of die [getuige 2] (en/of zijn bedrijf) en/of die [getuige 3] (en/of zijn bedrijf) en/of die [getuige 4] en/of die [medeverdachte] (en/of zijn bedrijf) een (ondeugdelijk) benchmarkonderzoek (D-0254 en/of D-0255) ingebracht en/of overgelegd en/of laten inbrengen en/of laten overleggen,(waaruit diende te blijken dat de hoogte van die vergoeding(en) marktconform is/zijn/was/waren)

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV verzwegen en/of verborgen gehouden en/of verhuld dat die [getuige 1] (en/of haar bedrijf) en/of die [getuige 2] (en/of zijn bedrij(f)(ven)) en/of die [getuige 3] (en/of zijn bedrijf)

en/of die [getuige 4] en/of die [medeverdachte] (en/of zijn bedrij(f)(ven)) (feitelijk)

via (een vorm van) detachering en/of bemiddeling via/van/door hem, verdachte, en/of zijn bedrij(f)(ven) werkzaamheden verrichtte(n) voor SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV,

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV voorgewend dat de bovengenoemde (overeengekomen) vergoeding(en) nodig was/waren en/of (een) zakelijke vergoeding(en) was/waren ten einde bovengenoemde personen (en/of bedrijven) te kunnen werven en/of behouden ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden en/of diensten ten behoeven van de Restructering & Recovery-afdeling (R&R-afdeling) van SNS Property Finance BV

waardoor SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n) en/of werd bewogen tot het aangaan van bovenomschreven schuld(en);


1 subsidiair:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 mei 2010 tot

en met 18 mei 2012 te Leusden en/of Utrecht en/of Hilversum, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk een of meer geldbedrag(en), te weten in totaal circa

Euro 627.096.25 (exclusief btw) (zie: o.a. AH-049 en/of AH-059 en/of AH-060 en/of AH-061 en/of AH-062 en/of AH-063), in elk geval enig(e) geldbedrag(en), dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd Propertize BV) en/of [bedrijf 2] NV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), en welk(e) geldbedrag(en) verdachte en/of zijn mededader(s) uit hoofde van

zijn, verdachtes, persoonlijke (dienst)betrekking van/als directieadviseur

en/of lid van de directie en/of Chief Restructuring Officer en/of Senior

Strategisch Adviseur en/of consultant, in elk geval als gedetacheerd

leidinggevende en/of medewerker van/bij SNS Property Finance BV, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), (zich) wederrechtelijk

heeft/hebben toegeëigend;


2 (niveau 1):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 augustus 2010

tot en met 1 december 2012 te Hilversum en/of Leusden en/of Utrecht en/of

Sint-Michielsgestel en/of Amsterdam en/of Breukeleveen en/of Castricum en/of

De Meern en/of Haren (Groningen), in elk geval in Nederland, en/of te

Knokke-Heist, in elk geval in België, (telkens) anders dan als ambtenaar,

werkzaam zijnde in dienstbetrekking bij en/of optredend als lasthebber van SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd Propertize BV)

en/of [bedrijf 2] NV (in de functie van directieadviseur en/of lid van de

directie en/of Chief Restructuring Officer en/of Senior Strategisch Adviseur

en/of consultant), naar aanleiding van hetgeen hij, verdachte, in zijn

betrekking en/of bij de uitvoering van zijn last(en) heeft gedaan en/of

nagelaten dan wel zal/zou doen en/of nalaten, (telkens) een belofte, te weten de toezegging/instemming om een vast gedeelte/bedrag per gewerkt/te

declareren uur aan hem, verdachte (en/of zijn bedrij(f)(ven)) te betalen,

en/of een of meer gift(en), te weten

de betaling van in totaal circa Euro 134.118,75 (exclusief btw) door [getuige 1] en/of haar bedrijf (zie: o.a. AH-049 en/of AH-059)

en/of

de betaling van in totaal circa Euro 204.050,- (exclusief btw) door [getuige 2] en/of zijn bedrij(f)(ven) (zie: o.a. AH-049 en/of AH-060)

en/of

de betaling van in totaal circa Euro 101.115,- (exclusief btw) door [getuige 3] en/of zijn bedrijf (zie: o.a. AH-049 en/of AH-061)

en/of

de betaling van in totaal circa Euro 45.312,50 (exclusief btw) door [getuige 4] (zie: o.a. AH-049 en/of AH-062) en/of

de betaling van in totaal circa Euro 142.500,- (exclusief btw) door [medeverdachte] en/of zijn bedrij(f)(ven) (zie: o.a. AH-049 en/of AH-063),

heeft aangenomen en dit aannemen in strijd met de goede trouw (telkens) heeft verzwegen tegenover zijn werkgever en/of lastgever;


3 (niveau 1):

hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2010 tot en met 30 april 2012 te

Utrecht en/of Hilversum en/of Sint-Michielsgestel en/of Leusden, in elk geval

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

vijf (5), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [getuige 1] (al dan

niet handelend onder de naam " [bedrijf 15] ") ten

bedrage van in totaal circa Euro 104.218,75 (exclusief btw) (te weten: D-0102/D-0013 en/of D-0103 en/of D-0104/D-0007 en/of D-0105 en/of D-0106),

en/of

twee (2), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [getuige 1] en/of

[bedrijf 16] BV ten bedrage van in totaal circa Euro 29.900,- (exclusief btw) (te weten: D-0107 en/of D-0108)

en/of

twee (2), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [getuige 2] en/of [bedrijf 18] BV ten bedrage van in totaal circa

Euro 65.600,- (exclusief btw) (te weten: D-0081 en/of D-0082/D-0009)

en/of

vier (4), althans een of meer, factu(u(r(en) van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [getuige 2] en/of [bedrijf 19] BV ten bedrage van in totaal circa

Euro 138.450,- (exclusief btw) (te weten: D-0083 en/of D-0084 en/of D-0087 en/of D-0089),

en/of

zes (6), althans een of meer factu(u)r(en), van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [getuige 3] en/of [bedrijf 21] BV ten bedrage van in totaal circa Euro 101.115,- (exclusief btw) (te weten: D-0071 en/of D-0072/D-0008 en/of D-0073 en/of D-0074 en/of D-0075 en/of D-0076),

en/of

vier (4), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 12] BV en/of hem, verdachte, gericht aan [getuige 4] (al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 22] ") ten bedrage van in totaal circa Euro 16.687,50 (exclusief btw) (te weten: D-0160 en/of D-0159 en/of D-0161 en/of D-0162),

en/of

drie (3), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] BV(" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [getuige 4] (al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 22] ) ten bedrage van in totaal circa Euro 9.125,- (exclusief btw) (te weten: D-0099/D-0011 en/of D-0100 en/of D-0101)

en/of

vijf (5), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 13] BV en/of hem, verdachte, gericht aan [getuige 4] (al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 22] ") ten bedrage van in totaal circa Euro 19.500,- (exclusief btw) (te weten: D-0514 en/of D-0517 en/of D-0518 en/of D-0519 en/of D-0516)

en/of

vijf (5), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte] en/of [bedrijf 9] BV ten bedrage van in totaal circa Euro 116.500,- (exclusief btw) (te weten: D-0109 en/of D-0110 en/of D-0111 en/of D-0112 en/of D-0113),

en/of

één (1) factuur van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte] en/of [bedrijf 23] BV ten bedrage van in totaal circa Euro 26.000,- (exclusief btw) (te weten: D-0114)

zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: "bedrijfskundig advies" en/of "coaching" en/of "coaching/advisering") zijn

verricht ten behoeve van/voor [getuige 1] (al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 15] ") en/of [bedrijf 16] BV, terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet

in zijn geheel, door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 1] (al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 15] ") en/of [bedrijf 16] BV

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7]

BV") en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advisering") zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 2] en/of

[bedrijf 18] BV en/of [bedrijf 19] BV, terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet,

althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 2]

en/of [bedrijf 18] BV en/of [bedrijf 19] BV

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7]

BV") en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advisering") zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 3] en/of [bedrijf 21] BV, terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7]

BV") en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 3] en/of [bedrijf 21] BV

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 12] BV en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advies kredietverlening"

en/of "algemene coaching" en/of "kennisoverdracht inzake

privatebanking/effecten" en/of "adviseurschap" en/of "Aquisitiestrategie")

zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 4] (al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 22] "), terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 12] BV en/of

hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 4] (al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 22] ")

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7]

BV") en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advisering beleggings- en privatebanking strategie" en/of "algemene

advisering assetmanagement") zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 4]

(al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 22] "), terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn

geheel, door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 4] (al dan niet

handelend onder de naam " [bedrijf 22] ")

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 13] BV en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advisering beleggings- en privatebanking strategie") zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 4] (al

dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 22] "), terwijl in

werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn

geheel, door [bedrijf 13] BV en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 4] (al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 22] ")

en/of

op/in die factu(u)r(en vermeld dat door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7]

BV") en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advisering" en/of "corporate finance advisering") zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte] en/of [bedrijf 9] BV en/of [bedrijf 23] BV, terwijl

in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn

geheel, door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte] en/of [bedrijf 9] BV en/of [bedrijf 23] BV

en/of (telkens)

op/in die factu(u)r(en) (een) factuurbedrag(en) vermeld dat/die in

werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in

die factu(u)r(en) vermelde(n) werkzaamheden en/of diensten,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;


4 (niveau 1):

hij in of omstreeks de periode van 16 augustus 2010 tot en met heden te

Leusden en/of Hilversum en/of Utrecht en/of Sint-Michielsgestel en/of Breukeleveen en/of Amsterdam en/of Castricum en/of De Meern en/of Haren (Groningen), in elk geval in Nederland, en/of te Knokke-Heist, in elk geval

in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

van) één of meer voorwerp(en), te weten een of een meer geldbedrag(en) tot

een totaal bedrag van circa Euro 627.096,25 (exclusief btw) (zie: o.a. AH-049 en/of AH-059 en/of AH-060 en/of AH-061 en/of AH-062 en/of AH-063), bestaande uit

circa Euro 104.218,75 (exclusief btw) (ontvangen (van [getuige 1] ) op

basis van de factu(u)r(en) D-0102/D-0013 en/of D-0103 en/of D-0104/D-0007

en/of D-0105 en/of D-0106)

en/of

circa Euro 29.900,- (exclusief btw) (ontvangen (van [getuige 1] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0107 en/of D-0108)

en/of circa Euro 65.600,- (exclusief btw) (ontvangen (van [getuige 2] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0081 en/of D-0082/D-0009)

en/of circa Euro 138.450,- (exclusief btw) (ontvangen (van [getuige 2] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0083 en/of D-0084 en/of D-0087 en/of D-0089)

en/of

circa Euro 101.115,- (exclusief btw) (ontvangen (van [getuige 3] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0071 en/of D-0072/D-0008 en/of D-0073 en/of D-0074 en/of D-0075 en/of D-0076)

en/of

circa Euro 16.687,50 (exclusief btw) (ontvangen (van [getuige 4] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0160 en/of D-0159 en/of D-0161 en/of D-0162)

en/of

circa Euro 9.125,- (exclusief btw) (ontvangen (van [getuige 4] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0099/D-0011 en/of D-0100 en/of D-0101)

en/of circa Euro 19.500,- (exclusief btw) (ontvangen (van [getuige 4] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0514 en/of D-0517 en/of D-0518 en/of D-0519 en/of

D-0516)

en/of

circa Euro 116.500,- (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0109 en/of D-0110 en/of D-0111 en/of D-0112 en/of D-0113)

en/of circa Euro 26.000,- (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte] ) op basis van de factuur D-0114),

in elk geval enig(e) geldbedrag(en),

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen/verhuld en/of heeft/hebben verborgen/verhuld wie de rechthebbende(n) op/het/de

voorwerp(en)/geldbedrag(en) was/waren en/of wie het/dat/die voorhanden heeft/hebben gehad

en/of dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben verworven en/of heeft/hebben omgezet en/of heeft/hebben overgedragen en/of van dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) gebruik

heeft/hebben gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) daarvan een gewoonte heeft/hebben gemaakt;


5 (niveau 1):

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2010 tot en met 11 februari 2013 te Hilversum en/of Leusden en/of Utrecht en/of Haren (Groningen) en/of

Sint-Michielsgestel en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk

heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een organisatieverband van natuurlijke personen en/of rechtspersonen, bestaande uit o.a. hem, verdachte,

en/of [medeverdachte] en/of [getuige 1] en/of [bedrijf 16] BV en/of [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of [bedrijf 12] B V en/of [bedrijf 13] BV en/of [bedrijf 9] BV en/of [bedrijf 23] BV, welke organisatie tot oogmerk heeft/had het plegen van misdrijven, namelijk

onder meer

-oplichting van SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd Propertize BV) en/of [bedrijf 2] NV (artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

-verduistering in dienst betrekking bij SNS Property Finance BV ) en/of [bedrijf 2] NV (artikel 321/322 Wetboek van Strafrecht)

-actieve en/of passieve niet-ambtelijke omkoping (artikel 328ter Wetboek van Strafrecht) -(gewoonte)witwassen (artikel 420bis/ter Wetboek van Strafrecht)

-valsheid in geschrifte (artikel 225 Wetboek van Strafrecht)

terwijl hij, verdachte, binnen die organisatie een leidinggevende rol heeft vervuld;

6 primair (niveau 2):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2010

tot en met 23 januari 2013 te Leusden en/of Utrecht en/of Hilversum en/of

Haren (Groningen) en/of Amsterdam en/of Groningen en/of Sneek, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, SNS Property Finance BV (met ingang van

1 januari 2014 genaamd Propertize BV) en/of [bedrijf 2] NV heeft/hebben bewogen tot de afgifte(n) van een of meer geldbedrag(en), te weten in totaal circa

Euro 1.694.191,20 (exclusief btw) (bestaande uit circa Euro 228.450,-

(exclusief btw) en/of circa Euro 184.940,- (exclusief btw) en/of circa

Euro 255.255,- (exclusief btw) en/of circa Euro 276.787,50 (exclusief btw) en/of circa Euro 289.908,75 (exclusief btw) en/of circa Euro 282.862,50 (exclusief btw) en/of circa Euro 175.987,50 (exclusief btw): zie o.a. AH-042 en/of AH-049 en/of AH-064 en/of AH-065 en/of AH-066 en/of AH-067 en/of AH-068 en/of AH-069 en/of AH-070)),

in elk geval van enig(e) geldbedrag(en),

en/of

het aangaan van een of meer schuld(en), te weten het sluiten/aangaan van een

of meer (aanvullende) overeenkomst(en) van opdracht

met [betrokkene 3] en/of zijn bedrijf [bedrijf 26] BV (zie: D-0313)

en/of

met [naam] en/of zijn bedrijf [bedrijf 31] BV (zie: D-0311)

en/of

met [naam] en/of zijn bedrijf [bedrijf 32] BV (zie: D-0312)

en/of

met [betrokkene 1] en/of zijn bedrijf [bedrijf 27] BV(zie: D-0314)

en/of met

[betrokkene 2] en/of zijn bedrijf [bedrijf 33] BV (zie: D-0315)

en/of met [naam] en/of zijn bedrijf [bedrijf 34] BV (thans genaamd [bedrijf 34] BV) (zie: D-0316 en/of D-1380)

en/of met [naam] en/of zijn bedrijf [bedrijf 34] BV (thans genaamd [bedrijf 34] BV) (zie: D-0317)

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

aan SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV voorgehouden en/of (in strijd met de werkelijkheid) de indruk gewekt (enkel) de belangen van SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV te zullen behartigen bij het (doen) sluiten en/of

het (doen) uitvoeren van de overeenkomsten van opdracht tussen SNS Property Finance B.V. en/of [bedrijf 2] NV en [getuige 1] en/of [getuige 2] en/of [getuige 3]

en/of [getuige 4] en/of [medeverdachte] en/of de aan hem/haar/hen gelieerde
vennootschap(pen) en daarbij tegenover SNS Property Finance BV en/of
[bedrijf 2] NV verzwegen dat een gedeelte van het met genoemde perso(o)n(en) en of zijn/haar/hun vennootschappen overeengekomen salaris zou worden

afgedragen aan verdachte en/of [bedrijf 12] B.V. en/of [bedrijf 13] B.V. en/of [bedrijf 7] N.V. en/of andere mededaders, als gevolg waarvan aan deze met naam genoemd(e) perso(o)n(en) en/of de aan hem/haar/hen/ gelieerde vennootschap(pen) (een) te ho(o)g(e) uurtarie(f)(ven)/vergoeding(en) is/zijn betaald

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV verzwegen en/of verborgen gehouden en/of verhuld dat er met betrekking tot de (overeengekomen en/of gefactureerde) vergoeding(en) voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV door [betrokkene 3] (en/of zijn bedrijf) en/of [naam] (en/of zijn bedrijf) en/of [naam] (en/of zijn bedrijf) en/of [betrokkene 1] (en/of zijn bedrijf) en/of [betrokkene 2] (en/of zijn bedrijf) en/of [naam] (en/of zijn bedrijf) en/of [naam] (en/of zijn bedrijf), die door hem, verdachte en/of [medeverdachte] en/of [getuige 5] en/of
[betrokkene 3] en/of [betrokkene 1] was/waren aangedragen en/of voorgedragen en/of gecontracteerd, een (verborgen of verzwegen) vergoeding en/of betaling aan hem, verdachte, en/of zijn bedrij(f)(ven) en/of [medeverdachte] en/of zijn bedrij(f)(ven) en/of [getuige 5] en/of zijn bedrijf en/of [betrokkene 3] en/of zijn bedrijf en/of [betrokkene 1] en/of zijn bedrijf en/of [betrokkene 2] en/of zijn bedrijf was inbegrepen en/of overeengekomen

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV verzwegen en/of verborgen gehouden en/of verhuld dat door [betrokkene 3] (en of zijn bedrijf) en/of [naam] (en/of zijn bedrijf) en/of [naam] (en/of zijn bedrijf) en/of [betrokkene 1] (en/of zijn bedrijf) en/of [betrokkene 2] (en/of zijn bedrijf) en/of [naam] (en/of zijn bedrijf) en/of [naam] (en/of zijn bedrijf) (substantiële) betalingen zouden worden verricht en/of zijn verricht aan [medeverdachte] en/of zijn bedrij(f)(ven)

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV verzwegen en/of verborgen gehouden en/of verhuld dat door [medeverdachte] (en/of zijn bedrij(f)(ven)) (substantiële) betalingen zouden worden verricht en/of zijn verricht aan en/of verrekeningen zouden worden verricht en/of zijn verricht met hem, verdachte en/of zijn bedrij(f)(ven) en/of [getuige 5] en/of zijn bedrijf en/of [betrokkene 3] en/of zijn bedrijf en/of [betrokkene 1] en/of zijn bedrijf en/of [betrokkene 2] en/of zijn bedrijf

en/of

(daarbij) ter onderbouwing en/of rechtvaardiging van de hoogte van de (overeengekomen) vergoeding(en) met die [betrokkene 3] (en/of zijn bedrijf) en/of die [naam] (en/of zijn bedrijf) en/of die [naam] (en/of zijn bedrijf) en/of die [betrokkene 1] (en/of zijn bedrijf) en/of die [betrokkene 2] (en/of zijn bedrijf) en/of die [naam] (en/of zijn bedrijf) en/of die [naam] (en/of zijn bedrijf) een (ondeugdelijk) benchmarkonderzoek (D-0254 en/of D-0255) ingebracht en/of overgelegd en/of laten inbrengen en/of laten overleggen, (waaruit diende te blijken dat de hoogte van die vergoeding(en) marktconform is/zijn/was/waren)

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV verzwegen en/of verborgen gehouden en/of verhuld dat die [betrokkene 3] (en/of zijn bedrijf) en/of die [naam] (en/of zijn bedrijf) en/of die [naam] (en/of zijn bedrijf) en/of die [betrokkene 1] (en/of zijn bedrijf) en/of die [betrokkene 2] (en/of zijn bedrijf) en/of die [naam] (en/of zijn bedrijf) en/of die [naam] (en/of zijn bedrijf) (feitelijk) via (een vorm van) detachering en/of bemiddeling via/van/door hem, verdachte, en/of zijn bedrij(f)(ven) en/of via [medeverdachte] en/of zijn bedrij(f)(ven) en/of via [getuige 5] en/of zijn bedrijf en/of via [betrokkene 3] en/of zijn bedrijf en/of via [betrokkene 1] en/of zijn bedrijf en/of via [betrokkene 2] en/of zijn bedrijf werkzaamheden verrichtte(n) voor SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV,

en/of

tegenover SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV voorgewend dat de bovengenoemde (overeengekomen) vergoeding(en) nodig was/waren en/of (een) zakelijke vergoeding(en) was/waren ten einde bovengenoemde personen (en/of bedrijven) te kunnen werven en/of behouden ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden en/of diensten ten behoeven van de [afdeling] -afdeling (R&R-afdeling) van SNS Property Finance BV

waardoor SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n) en/of werd bewogen tot het aangaan van bovenomschreven schuld(en);

6 subsidiair (niveau 2):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 oktober 2010

tot en met 23 januari 2013 te Leusden en/of Utrecht en/of Hilversum en/of

Haren (Groningen), in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk een of meer

geldbedrag(en), te weten in totaal circa Euro 1.694.191,20 (exclusief btw)

(zie: o.a. AH-042 en/of AH-049 en/of AH-064 en/of AH-065 en/of AH-066 en/of AH-067 en/of AH-068 en/of AH-069 en/of AH-070), in elk geval enig(e) geldbedrag(en), dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan SNS Property

Finance BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd Propertize BV) en/of [bedrijf 2] NV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), en welk(e) geldbedrag(en) verdachte en/of zijn mededader(s) uit hoofde van zijn, verdachtes, persoonlijke (dienst)betrekking van/als

directieadviseur en/of lid van de directie en/of Chief Restructuring Officer

en/of Senior Strategisch Adviseur en/of consultant, in elk geval als

gedetacheerd leidinggevende en/of medewerker van/bij SNS Property Finance BV, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), (zich) wederrechtelijk heeft/hebben toegeëigend;


7: (niveau 2):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 december 2010

tot en met 1 december 2012 te Hilversum en/of Leusden en/of Utrecht en/of

Haren (Groningen) en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, en/of te Willemstad, in elk geval op Curaçao, (telkens) anders dan als ambtenaar,

werkzaam zijnde in dienstbetrekking bij en/of optredend als lasthebber van SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd Propertize BV)

en/of [bedrijf 2] NV (in de functie van directieadviseur en/of lid van de

directie en/of Chief Restructuring Officer en/of Senior Strategisch Adviseur

en/of consultant), naar aanleiding van hetgeen hij, verdachte, in zijn

betrekking en/of bij de uitvoering van zijn last(en) heeft gedaan en/of

nagelaten dan wel zal/zou doen of nalaten, (telkens) een belofte, om een

vast percentage van de door [naam] en/of [naam] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [naam] en/of [naam] aan

[medeverdachte] en/of zijn bedrij(f)(ven) te betalen vaste gedeelten/bedragen per gewerkt/te declareren uur, te betalen aan hem, verdachte, en/of zijn

bedrij(f)(ven) en/of een of meer gift(en), te weten de betaling van in totaal

circa Euro 374.576,50 (exclusief/zonder btw) door [medeverdachte] en/of zijn bedrij(f)(ven) (zie: o.a. AH-042 en/of AH-049 en/of AH-064 en/of AH-065 en/of AH-066 en/of AH-067 en/of AH-068 en/of AH-069 en/of AH-070), heeft aangenomen en dit aannemen in strijd met de goede trouw (telkens) heeft verzwegen tegenover zijn werkgever en/of lastgever;


8 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 30 november 2010 tot en met 30 april 2012

te Utrecht en/of Hilversum en/of Sint-Michielsgestel en/of Leusden, in elk

geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

twee (2), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte] en/of [bedrijf 24] BV ten bedrage van in totaal circa Euro 53.062,50 (exclusief btw) (te weten: D-0118 en/of D-0119),

en/of

vijf (5), althans een of meer factu(u)r(en) van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte] en/of [bedrijf 8] NV ten bedrage van in totaal circa Euro 321.599,- (zonder btw) (te weten: D-0091 en/of D-0092 en/of D-0093 en/of D-0094 en/of D-0095),

zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: "corporate finance advies" en/of "advisering" en/of "corporate finance advisering") zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte] en/of [bedrijf 24] BV en/of [bedrijf 8] NV, terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte] en/of [bedrijf 24] BV en/of [bedrijf 8] NV

en/of (telkens)

op/in die factu(u)r(en) (een) factuurbedrag(en) vermeld dat/die in werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in die factu(u)r(en) vermelde(n) werkzaamheden en/of diensten,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;


9 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 30 december 2010 tot en met heden te Leusden en/of Hilversum en/of Utrecht en/of Haren (Groningen) en/of Amsterdam,

in elk geval in Nederland, en/of te Willemstad, in elk geval op Curaçao,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van) één

of meer voorwerp(en), te weten een of een meer geldbedrag(en) tot een totaal bedrag van circa Euro 374.576,50 (exclusief/zonder btw) (zie: o.a. AH-042 en/of AH-049 en/of AH-064 en/of AH-065 en/of AH-066 en/of AH-067 en/of AH-068 en/of AH-069 en/of AH-070), bestaande uit

circa Euro 53.062,50 (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0118 en/of D-0119)

en/of

circa Euro 321.514,- (ontvangen (van [medeverdachte] ) op basis van de factu(u)r(en D-0091 en/of D-0092 en/of D-0093 en/of D-0094 en/of D-0095)

in elk geval enig(e) geldbedrag(en),

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen/verhuld en/of heeft/hebben verborgen/verhuld wie de rechthebbende(n) op/het/de voorwerp(en)/geldbedrag(en) was/waren en/of wie het voorhanden heeft/hebben gehad

en/of dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben verworven en/of heeft/hebben omgezet en/of heeft/hebben overgedragen en/of van dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) gebruik heeft/hebben gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) daarvan een gewoonte heeft/hebben gemaakt;

10 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2010 tot en met 4 maart 2013 te Leusden en/of Sint-Michielsgestel en/of Hilversum en/of Utrecht en/of Haren (Groningen) en/of Amsterdam en/of Groningen en/of Enschede, in elk geval in Nederland en/of te Willemstad, in elk geval op Curaçao, en/of te Praag, in elk geval in Tsjechië, opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een organisatieverband van natuurlijke personen en/of rechtspersonen,

bestaande uit o.a. hem, verdachte, en/of [medeverdachte] en/of [getuige 1] en/of [naam] en/of [naam] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 1] en/of [getuige 5] en/of [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of [bedrijf 24] BV en/of [bedrijf 25] BV en/of [bedrijf 8] NV en/of [bedrijf 31] Holding BV en/of [bedrijf 32] BV en/of [bedrijf 26] BV en/of [bedrijf 33] BV en/of [bedrijf 28] (B.T.S.) BV en/of [bedrijf 27] BV en/of [bedrijf 29] ., welke organisatie tot oogmerk heeft/had het plegen van misdrijven, namelijk onder meer

-oplichting van SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd Propertize BV) en/of [bedrijf 2] NV (artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

-verduistering in dienst betrekking bij SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV (artikel 321/322 Wetboek van Strafrecht)

actieve en/of passieve niet-ambtelijke omkoping (artikel 328ter Wetboek van Strafrecht)

-(gewoonte)witwassen (artikel 420bis/ter Wetboek van Strafrecht)

-valsheid in geschrifte (artikel 225 Wetboek van Strafrecht)

terwijl hij, verdachte, binnen die organisatie een leidinggevende rol heeft vervuld.

Bijlage 2: Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2, 3,4, 7, 8, 9 en 10 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

2 (niveau 1):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 augustus 2010

tot en met 1 december 2012 te Hilversum en/of Leusden en/of Utrecht en/of

Sint-Michielsgestel en/of Amsterdam en/of Breukeleveen en/of Castricum en/of

De Meern en/of Haren (Groningen), in elk geval in Nederland, en/of te

Knokke-Heist, in elk geval in België, (telkens) anders dan als ambtenaar,

werkzaam zijnde in dienstbetrekking bij en/of optredend als lasthebber van SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd Propertize BV)

en/of [bedrijf 2] NV (in de functie van directieadviseur en/of lid van de

directie en/of Chief Restructuring Officer en/of Senior Strategisch Adviseur

en/of consultant), naar aanleiding van hetgeen hij, verdachte, in zijn

betrekking en/of bij de uitvoering van zijn last(en) heeft gedaan en/of

nagelaten dan wel zal/zou doen en/of nalaten, (telkens) een belofte, te weten de toezegging/instemming om een vast gedeelte/bedrag per gewerkt/te

declareren uur aan hem, verdachte (en/of zijn bedrij(f)(ven)) te betalen,

en/of een of meer gift(en), te weten

de betaling van in totaal circa Euro 134.118,75 (exclusief btw) door [getuige 1] en/of haar bedrijf (zie: o.a. AH-049 en/of AH-059)

en/of

de betaling van in totaal circa Euro 204.050,- (exclusief btw) door [getuige 2] en/of diens bedrij(f)(ven) (zie: o.a. AH-049 en/of AH-060)

en/of

de betaling van in totaal circa Euro 101.115,- (exclusief btw) door [getuige 3] en/of diens bedrijf (zie: o.a. AH-049 en/of AH-061)

en/of

de betaling van in totaal circa Euro 45.312,50 (exclusief btw) door [getuige 4] (zie: o.a. AH-049 en/of AH-062) en/of

de betaling van in totaal circa Euro 142.500,- (exclusief btw) door [medeverdachte] en/of diens bedrij(f)(ven) (zie: o.a. AH-049 en/of AH-063),

heeft aangenomen en dit aannemen in strijd met de goede trouw (telkens) heeft verzwegen tegenover zijn werkgever en/of lastgever;

3 (niveau 1):

hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2010 tot en met 30 april 2012 te

Utrecht en/of Hilversum en/of Sint-Michielsgestel en/of Leusden, in elk geval

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

vijf (5), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [getuige 1] (al dan

niet handelend onder de naam " [bedrijf 15] ") ten

bedrage van in totaal circa Euro 104.218,75 (exclusief btw) (te weten: D-0102/D-0013 en/of D-0103 en/of D-0104/D-0007 en/of D-0105 en/of D-0106),

en/of

twee (2), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [getuige 1] en/of

[bedrijf 16] BV ten bedrage van in totaal circa Euro 29.900,- (exclusief btw) (te weten: D-0107 en/of D-0108)

en/of

twee (2), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [getuige 2] en/of [bedrijf 18] BV ten bedrage van in totaal circa

Euro 65.600,- (exclusief btw) (te weten: D-0081 en/of D-0082/D-0009)

en/of

vier (4), althans een of meer, factu(u(r(en) van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [getuige 2] en/of [bedrijf 19] BV ten bedrage van in totaal circa

Euro 138.450,- (exclusief btw) (te weten: D-0083 en/of D-0084 en/of D-0087 en/of D-0089),

en/of

zes (6), althans een of meer factu(u)r(en), van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [getuige 3] en/of [bedrijf 21] BV ten bedrage van in totaal circa Euro 101.115,- (exclusief btw) (te weten: D-0071 en/of D-0072/D-0008 en/of D-0073 en/of D-0074 en/of D-0075 en/of D-0076),

en/of

vier (4), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 12] BV en/of hem, verdachte, gericht aan [getuige 4] (al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 22] ") ten bedrage van in totaal circa Euro 16.687,50 (exclusief btw) (te weten: D-0160 en/of D-0159 en/of D-0161 en/of D-0162),

en/of

drie (3), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] BV(" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [getuige 4] (al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 22] ) ten bedrage van in totaal circa Euro 9.125,- (exclusief btw) (te weten: D-0099/D-0011 en/of D-0100 en/of D-0101)

en/of

vijf (5), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 13] BV en/of hem, verdachte, gericht aan [getuige 4] (al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 22] ") ten bedrage van in totaal circa Euro 19.500,- (exclusief btw) (te weten: D-0514 en/of D-0517 en/of D-0518 en/of D-0519 en/of D-0516)

en/of

vijf (5), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte] en/of [bedrijf 9] BV ten bedrage van in totaal circa Euro 116.500,- (exclusief btw) (te weten: D-0109 en/of D-0110 en/of D-0111 en/of D-0112 en/of D-0113),

en/of

één (1) factuur van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte] en/of [bedrijf 23] BV ten bedrage van in totaal circa Euro 26.000,- (exclusief btw) (te weten: D-0114)

zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: "bedrijfskundig advies" en/of "coaching" en/of "coaching/advisering") zijn

verricht ten behoeve van/voor [getuige 1] (al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 15] ") en/of [bedrijf 16] BV, terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet

in zijn geheel, door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 1] (al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 15] ") en/of [bedrijf 16] BV

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7]

BV") en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advisering") zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 2] en/of

[bedrijf 18] BV en/of [bedrijf 19] BV, terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet,

althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 2]

en/of [bedrijf 18] BV en/of [bedrijf 19] BV

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7]

BV") en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advisering") zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 3] en/of [bedrijf 21] BV, terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7]

BV") en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 3] en/of [bedrijf 21] BV

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 12] BV en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advies kredietverlening"

en/of "algemene coaching" en/of "kennisoverdracht inzake

privatebanking/effecten" en/of "adviseurschap" en/of "Aquisitiestrategie")

zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 4] (al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 22] "), terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 12] BV en/of

hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 4] (al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 22] ")

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7]

BV") en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advisering beleggings- en privatebanking strategie" en/of "algemene

advisering assetmanagement") zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 4]

(al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 22] "), terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn

geheel, door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 4] (al dan niet

handelend onder de naam " [bedrijf 22] ")

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 13] BV en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advisering beleggings- en privatebanking strategie") zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 4] (al

dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 22] "), terwijl in

werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn

geheel, door [bedrijf 13] BV en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [getuige 4] (al dan niet handelend onder de naam " [bedrijf 22] ")

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7]

BV") en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advisering" en/of "corporate finance advisering") zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte] en/of [bedrijf 9] BV en/of [bedrijf 23] BV, terwijl

in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn

geheel, door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte] en/of [bedrijf 9] BV en/of [bedrijf 23] BV

en/of (telkens)

op/in die factu(u)r(en) (een) factuurbedrag(en) vermeld dat/die in

werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in

die factu(u)r(en) vermelde(n) werkzaamheden en/of diensten,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;


4 (niveau 1):

hij in of omstreeks de periode van 16 augustus 2010 tot en met 12 februari 2013 heden te Leusden en/of Hilversum en/of Utrecht en/of Sint-Michielsgestel en/of Breukeleveen en/of Amsterdam en/of Castricum en/of De Meern en/of Haren (Groningen), in elk geval in Nederland, en/of te Knokke-Heist, in elk geval

in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

van één of meer voorwerp(en), te weten een of een meer geldbedrag(en) tot

een totaal bedrag van circa Euro 627.096,25 (exclusief btw) (zie: o.a. AH-049 en/of AH-059 en/of AH-060 en/of AH-061 en/of AH-062 en/of AH-063), bestaande uit

circa Euro 104.218,75 (exclusief btw) (ontvangen (van [getuige 1] ) op

basis van de factu(u)r(en) D-0102/D-0013 en/of D-0103 en/of D-0104/D-0007

en/of D-0105 en/of D-0106)

en/of

circa Euro 29.900,- (exclusief btw) (ontvangen (van [getuige 1] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0107 en/of D-0108)

en/of

circa Euro 65.600,- (exclusief btw) (ontvangen (van [getuige 2] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0081 en/of D-0082/D-0009)

en/of

circa Euro 138.450,- (exclusief btw) (ontvangen (van [getuige 2] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0083 en/of D-0084 en/of D-0087 en/of D-0089)

en/of

circa Euro 101.115,- (exclusief btw) (ontvangen (van [getuige 3] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0071 en/of D-0072/D-0008 en/of D-0073 en/of D-0074 en/of D-0075 en/of D-0076)

en/of

circa Euro 16.687,50 (exclusief btw) (ontvangen (van [getuige 4] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0160 en/of D-0159 en/of D-0161 en/of D-0162)

en/of

circa Euro 9.125,- (exclusief btw) (ontvangen (van [getuige 4] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0099/D-0011 en/of D-0100 en/of D-0101)

en/of

circa Euro 19.500,- (exclusief btw) ontvangen (van [getuige 4] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0514 en/of D-0517 en/of D-0518 en/of D-0519 en/of

D-0516)

en/of

circa Euro 116.500,- (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0109 en/of D-0110 en/of D-0111 en/of D-0112 en/of D-0113)

en/of

circa Euro 26.000,- (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte] ) op basis van de factuur D-0114),

in elk geval enig(e) geldbedrag(en),

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen/verhuld en/of heeft/hebben verborgen/verhuld wie de rechthebbende(n) op/het/de

voorwerp(en)/geldbedrag(en) was/waren en/of wie het/dat/die voorhanden heeft/hebben gehad

en/of dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben verworven en/of heeft/hebben omgezet en/of heeft/hebben overgedragen en/of van dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) gebruik

heeft/hebben gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

terwijl hij, verdachte, en/of daarvan een gewoonte heeft/hebben gemaakt;

7: (niveau 2):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 december 2010

tot en met 1 december 2012 te Hilversum en/of Leusden en/of Utrecht en/of

Haren (Groningen) en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, en/of te Willemstad, in elk geval op Curaçao, (telkens) anders dan als ambtenaar,

werkzaam zijnde in dienstbetrekking bij en/of optredend als lasthebber van SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd Propertize BV)

en/of [bedrijf 2] NV (in de functie van directieadviseur en/of lid van de

directie en/of Chief Restructuring Officer en/of Senior Strategisch Adviseur

en/of consultant), naar aanleiding van hetgeen hij, verdachte, in zijn

betrekking en/of bij de uitvoering van zijn last(en) heeft gedaan en/of

nagelaten dan wel zal/zou doen of nalaten, (telkens) een belofte, om een

vast percentage van de door [naam] en/of [naam] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [naam] en/of [naam] aan

[medeverdachte] en/of diens bedrij(f)(ven) te betalen vaste gedeelten/bedragen per gewerkt/te declareren uur, te betalen aan hem, verdachte, en/of zijn

bedrij(f)(ven) en/of een of meer gift(en), te weten de betaling van in totaal

circa Euro 374.576,50 (exclusief/zonder btw) door [medeverdachte] en/of diens bedrij(f)(ven) (zie: o.a. AH-042 en/of AH-049 en/of AH-064 en/of AH-065 en/of AH-066 en/of AH-067 en/of AH-068 en/of AH-069 en/of AH-070), heeft aangenomen en dit aannemen in strijd met de goede trouw (telkens) heeft verzwegen tegenover zijn werkgever en/of lastgever;


8 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 30 november 2010 tot en met 30 april 2012

te Utrecht en/of Hilversum en/of Sint-Michielsgestel en/of Leusden, in elk

geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

twee (2), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte] en/of [bedrijf 24] BV ten bedrage van in totaal circa Euro 53.062,50 (exclusief btw) (te weten: D-0118 en/of D-0119),

en/of

vijf (5), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, gericht aan [medeverdachte] en/of [bedrijf 8] NV ten bedrage van in totaal circa Euro 321.599,- (zonder btw) (te weten: D-0091 en/of D-0092 en/of D-0093 en/of D-0094 en/of D-0095),

zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: "corporate finance advies" en/of "advisering" en/of "corporate finance advisering") zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte] en/of [bedrijf 24] BV en/of [bedrijf 8] NV,

terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte] en/of [bedrijf 24] BV en/of [bedrijf 8] NV

en/of (telkens)

op/in die factu(u)r(en) (een) factuurbedrag(en) vermeld dat/die in werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in die factu(u)r(en) vermelde(n) werkzaamheden en/of diensten,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;


9 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 30 december 2010 tot en 12 februari 2013 te Leusden en/of Hilversum en/of Utrecht en/of Haren (Groningen) en/of Amsterdam,

in elk geval in Nederland, en/of te Willemstad, in elk geval op Curaçao,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van) één

of meer voorwerp(en), te weten een of een meer geldbedrag(en) tot een totaal bedrag van circa Euro 374.576,50 (exclusief/zonder btw) (zie: o.a. AH-042 en/of AH-049 en/of AH-064 en/of AH-065 en/of AH-066 en/of AH-067 en/of AH-068 en/of AH-069 en/of AH-070), bestaande uit

circa Euro 53.062,50 (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte] ) op basis van de factu(u)r(en) D-0118 en/of D-0119)

en/of

circa Euro 321.514,- (ontvangen (van [medeverdachte] ) op basis van de factu(u)r(en D-0091 en/of D-0092 en/of D-0093 en/of D-0094 en/of D-0095)

in elk geval enig(e) geldbedrag(en),

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen/verhuld en/of heeft/hebben verborgen/verhuld wie de rechthebbende(n) op/het/de voorwerp(en)/geldbedrag(en) was/waren en/of wie het voorhanden heeft/hebben gehad

en/of dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben verworven en/of heeft/hebben omgezet en/of heeft/hebben overgedragen en/of van dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) gebruik heeft/hebben gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat die voorwerp(en)/geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) daarvan een gewoonte heeft/hebben gemaakt;

10 (niveau 2):

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2010 tot en met 4 maart 2013 te Leusden en/of Sint-Michielsgestel en/of Hilversum en/of Utrecht en/of Haren (Groningen) en/of Amsterdam en/of Groningen en/of Enschede, in elk geval in Nederland en/of te Willemstad, in elk geval op Curaçao, en/of te Praag, in elk geval in Tsjechië, opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een organisatieverband van natuurlijke personen en/of rechtspersonen,

bestaande uit o.a. hem, verdachte, en/of [medeverdachte] en/of [getuige 1] en/of [naam] en/of [naam] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 1] en/of [getuige 5] en/of [bedrijf 7] BV (" [bedrijf 7] BV") en/of [bedrijf 24] BV en/of [bedrijf 25] BV en/of [bedrijf 8] NV en/of [bedrijf 31] Holding BV en/of [bedrijf 32] BV en/of [bedrijf 26] BV en/of [bedrijf 33] BV en/of [bedrijf 28] (B.T.S.) BV en/of [bedrijf 27] BV en/of [bedrijf 29] ., welke organisatie tot oogmerk heeft/had het plegen van misdrijven, namelijk onder meer

-oplichting van SNS Property Finance BV (met ingang van 1 januari 2014 genaamd Propertize BV) en/of [bedrijf 2] NV (artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

-verduistering in dienst betrekking bij SNS Property Finance BV en/of [bedrijf 2] NV (artikel 321/322 Wetboek van Strafrecht)

actieve en/of passieve niet-ambtelijke omkoping (artikel 328ter Wetboek van Strafrecht)

-(gewoonte)witwassen (artikel 420bis/ter Wetboek van Strafrecht)

-valsheid in geschrifte (artikel 225 Wetboek van Strafrecht)

terwijl hij, verdachte, binnen die organisatie een leidinggevende rol heeft vervuld.

BIJLAGE 3: bewijsmiddelenoverzicht facturen

Nummer

Afkomstig van

Gericht aan

Omschrijving

Factuurdatum

Bedrag (excl. BTW)

Betaaldatum

D-0102

[bedrijf 7] B.V.

The Office M.167

Bedrijfskundig advies en Coaching

30 november 2010

€ 39.843,75

29 december 2010

D-0103

[bedrijf 7] B.V.

The Office M.

Coaching

31 januari 2011

€ 9.487,50

23 mei 2011

D-0104

[bedrijf 7] B.V.

The Office M.

Coaching

31 maart 2011

€ 22.112,50

23 mei 2011

D-0105

[bedrijf 7] B.V.

The Office M.

Coaching / advisering

30 juni 2011

€ 24.062,50

27 oktober 2011

D-0106

[bedrijf 7] B.V.

The Office M.

Coaching / advisering

15 oktober 2011

€ 8.712,50

27 oktober 2011

Totaal: € 104.218,75

D-0107

[bedrijf 7] B.V.

The Office M. B.V.168

Coaching / advisering

31 december 2011

€ 7.075,00

31 januari 2012

D-0108

[bedrijf 7] B.V.

The Office M. B.V.

Coaching / advisering

30 april 2012

€ 22.825,00

8 juni 2012169

Totaal: € 29.900,00

D-0081

[bedrijf 7] B.V.

[bedrijf 18] B.V.170

Advisering Q4 2010

31 december 2010

€ 32.700,00

17 januari 2011

D-0082

[bedrijf 7] B.V.

[bedrijf 18] B.V.

Advisering Q1 2011

31 maart 2011

€ 32.900,00

28 mei 2011

Totaal: € 65.600,00

D-0083

[bedrijf 7] B.V.

[bedrijf 19] B.V.171

Advisering Q2 2011

30 juni 2011

€ 38.100,00

23 juli 2011

D-0084

[bedrijf 7] B.V.

[bedrijf 19] B.V.

Advisering Q3 2011

15 oktober 2011

€ 36.300,00

4 november 2011

D-0087

[bedrijf 7] B.V.

[bedrijf 19] B.V.

Advisering Q4 2011

29 februari 2012

€ 32.425,00

8 maart 2012

D-0089

[bedrijf 7] B.V.

[bedrijf 19] B.V.

Advisering Q1 2012

30 april 2012

€ 31.625,00

8 mei 2012172

Totaal: € 138.450,00

D-0071

[bedrijf 7] B.V.

[bedrijf 21] B.V.

Advisering Q4 2010

31 januari 2011

€ 14.070,00

14 februari 2011

D-0072

[bedrijf 7] B.V.

[bedrijf 21] B.V.

Advisering Q1 2011

31 maart 2011

€ 16.975,00

26 mei 2011

D-0073

[bedrijf 7] B.V.

[bedrijf 21] B.V.

Advisering Q2 2011

30 juni 2011

€ 16.940,00

23 augustus 2011

D-0074

[bedrijf 7] B.V.

[bedrijf 21] B.V.

Advisering Q3 2011

15 oktober 2011

€ 13.755,00

10 november 2011

D-0075

[bedrijf 7] B.V.

[bedrijf 21] B.V.

Advisering Q4 2011

31 december 2011

€ 18.585,00

2 februari 2012

D-0076

[bedrijf 7] B.V.

[bedrijf 21] B.V.

Advisering Q1 2012

30 april 2012

€ 20.790,00

11 mei 2012173

Totaal: € 101.115,00

D-0160

[bedrijf 12] B.V.

[bedrijf 22]

Advies kredietverlening, Algemene coaching,

Kennisoverdracht inzake privatebanking/effecten

31 juli 2010

€ 6.937,50

16 augustus 2010

D-0159

[bedrijf 12] B.V.

[bedrijf 22]

Adviseurschap Q3 2010

30 september 2010

€ 3.750,00

1 november 2010

D-0161

[bedrijf 12] B.V.

[bedrijf 22]

Acquisitiestrategie aug 2011

31 augustus 2011

€ 3.000,00

27 september 2011

D-0162

[bedrijf 12] B.V.

[bedrijf 22]

Acquisitiestrategie nov 2011

30 november 2011

€ 3.000,00

14 december 2011

Totaal: € 16.687,50

D-0099

[bedrijf 7] B.V.

[bedrijf 22] B.V.

Advisering beleggings- en private banking strategie

30 november 2010

€ 3.375,00

20 december 2010

D-0100

[bedrijf 7] B.V.

[bedrijf 22] B.V.

Algemene advisering assetmanagement

30 september 2011

€ 2.750,00

17 oktober 2011

D-0101

[bedrijf 7] B.V.

[bedrijf 22] B.V.

Algemene advisering assetmanagement

31 januari 2012

€ 3.000,00

8 februari 2012

Totaal: € 9.125,00

D-0514

[bedrijf 13] B.V.

[bedrijf 22] B.V.

Advisering beleggings- en private banking stategie

31 december 2010

€ 3.750,00

18 januari 2011

D-0517

[bedrijf 13] B.V.

[bedrijf 22] B.V.

Advisering beleggings- en private banking stategie

31 maart 2011174

€ 3.750,00

14 april 2011

D-0518

[bedrijf 13] B.V.

[bedrijf 22] B.V.

Advisering beleggings- en private banking stategie

30 juni 2011175

€ 3.750,00

22 juli 2011

D-0519

[bedrijf 13] B.V.

[bedrijf 22] B.V.

Advisering beleggings- en private banking stategie

30 september 2011

€ 3.750,00

17 oktober 2011

D-0516

[bedrijf 13] B.V.

[bedrijf 22] B.V.

Advisering beleggings- en private banking stategie

31 maart 2012

€ 4.500,00

24 april 2012

Totaal: € 19.500,00

D-0109

[bedrijf 7] B.V.

[bedrijf 9] B.V.

Advisering

28 februari 2011

€ 16.500,00

22 februari 2011

D-0110

[bedrijf 7] B.V.

[bedrijf 9] B.V.

Corporate Finance advisering

30 april 2011

€ 26.500,00

23 juni 2011

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende FIOD dossier, nummer 51693, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (onderzoek Mount Nepal, inhoudende 28 ordners). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. AH staat voor ambtshandeling, ZPV staat voor zaaksproces-verbaal, V staat voor proces-verbaal van verhoor verdachte en G staat voor proces-verbaal verhoor getuige. Waar wordt verwezen naar D betreft het andere geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5, van het Wetboek van Strafvordering.

2 D-0269

3 D-0269

4 V04-06, pagina 3

5 V04-06, pagina 6

6 V01-10, pagina 4 en 5

7 D-0258

8 V04-05, pagina 5

9 V01-12, pagina 10

10 Kamerstukken II 1965/66, 8437, nr. 4, p. 7).

11 Wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de economische delicten met het oog op het vergroten van de mogelijkheden tot opsporing, vervolging, alsmede het voorkomen van financieel-economische criminaliteit (verruiming mogelijkheden bestrijding financieel-economische criminaliteit), nr 33685. Inwerkintreding 1 januari 2015, Stb. 2014, 445.

12 Kamerstuk Nr. 6 33685, Nota naar aanleiding van het verslag 2.2,d.d. 13 november 2013,

13 Voorlopige verslag Eerste Kamer der Staten=Generaal, zitting 1967, nr. 65.

14 Bijlage bij de memorie van toelichting. Nr. 4

15 ECLI:NL:HR:2007:AZ5440

16 ECLI:NL:RBMNE:2017:2252

17 [bedrijf 12] : D-0167, [bedrijf 13] : D-1342 en [bedrijf 7] : D-0152

18 D-0186, pagina 2

19 D-0187, pagina 1

20 AH-059, pagina 5

21 V01-01, pagina 6

22 V01-02, pagina 3

23 V01-02, pagina 4

24 V01-02, pagina 4

25 V01-02, pagina 5

26 [getuige 2] : AH-060, pagina 10, [getuige 3] : AH-061, pagina 9, [medeverdachte] : AH-063, pagina 11 en 12, [getuige 1] : AH-059, pagina 8 en [getuige 4] : AH-062, pagina 7

27 AH-059, pagina 6 en 7

28 V05-01, pagina 4

29 V05-02, pagina 3

30 V05-05, pagina 5

31 V01-02, pagina 5

32 AH-059, pagina 8

33 V05-01, pagina 4

34 V05-01, pagina 3

35 V05-01, pagina 6

36 V05-02, pagina 8

37 V05-01, pagina 6

38 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] bij de rechter-commissaris op 15 september 2015, pagina 7

39 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] bij de rechter-commissaris op 15 september 2015, pagina 11

40 V01-02, pagina 6

41 V01-02, pagina 7

42 V01-06, pagina 2

43 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

44 AH-049, pagina 2

45 D-0057

46 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

47 V05-05, pagina 9

48 D-0030

49 V05-02, pagina 5

50 AH-060, pagina 7

51 AH-060, pagina 9

52 V02-01, pagina 3

53 V02-01, pagina 5

54 V02-01, pagina 9

55 V02-01, pagina 10

56 V02-01, pagina 13

57 V02-03, pagina 3

58 V02-01, pagina 13

59 V01-05, pagina 3

60 V01-07, pagina 2

61 V01-10, pagina 3

62 V01-07, pagina 6

63 V02-04, pagina 4

64 V02-04, pagina 5

65 V02-02, pagina 6

66 V01-02, pagina 7

67 V01-12, pagina 11

68 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

69 AH-061, pagina 7

70 AH-061, pagina 9

71 V03-01, pagina 4

72 V03-02, pagina 14

73 V03-02, pagina 6

74 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] bij de rechter-commissaris op 10 september 2015, pagina 4

75 V03-01, pagina 6

76 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] bij de rechter-commissaris op 10 september 2015, pagina 7

77 V01-05, pagina 3

78 V01-07, pagina 2

79 V01-10, pagina 3

80 V01-07, pagina 6

81 V03-01, pagina 6

82 V03-01, pagina 7

83 V01-02, pagina 7

84 V01-12, pagina 11

85 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

86 AH-062, pagina 6

87 AH-062, pagina 7

88 V06-01, bijlage 1

89 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] bij de rechter-commissaris op 26 augustus 2015, pagina 4

90 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] bij de rechter-commissaris op 26 augustus 2015, pagina 5

91 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] bij de rechter-commissaris op 26 augustus 2015, pagina 6

92 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] bij de rechter-commissaris op 26 augustus 2015, pagina 9

93 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] bij de rechter-commissaris op 26 augustus 2015, pagina 14

94 V01-02, pagina 7

95 D-0258, pagina 4

96 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

97 AH-049, pagina 2

98 V04-08, pagina 4

99 AH-063, pagina 8

100 AH-063, pagina 9

101 V04-05, pagina 4.

102 AH-063, pagina 11 en 12

103 V01-02, pagina 4

104 V01-10, pagina 4

105 D-0258, pagina 2

106 V04-05, pagina 4

107 V04-06, pagina 3

108 D-0258, pagina 2

109 V04-05, pagina 8

110 D-0258, pagina 2

111 V04-05, pagina 5

112 V04-06, pagina 5

113 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

114 Het proces-verbaal van verhoor getuige [verdachte] bij de rechter-commissaris op 11 februari 2016, pagina 7

115 V01-12, pagina 11-13

116 AH-020, pagina 2

117 D-1330

118 D-1330

119 V04-05, pagina 10

120 V04-05, pagina 11

121 D-0275, pagina 1 en 2

122 V04-05, pagina 3

123 V01-10, pagina 3

124 V01-10, pagina 4

125 D-0258, pagina 3

126 V15-01, pagina 3

127 D-0230

128 AH-042, pagina 2

129 V10-01, pagina 2

130 V11-01, pagina 3

131 V12-03, pagina 2

132 V15-01, pagina 2

133 V04-07, pagina 9

134 V04-07, pagina 10

135 V04-05, pagina 6

136 V04-07, pagina 10

137 V04-05, pagina 7

138 V04-06, pagina 8

139 V04-05, pagina 8 en D269 (hof)

140 V04-05, pagina 10

141 V01-12, pagina 6

142 V01-10, pagina 4

143 D-0258, pagina 2

144 D-0258, pagina 3

145 V01-12, pagina 11-13

146 V01-10, pagina 2

147 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

148 AH-049, pagina 21

149 AH-049, pagina 2

150 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

151 AH-078, pagina 3

152 ZPV-07, pagina 13

153 AH-078, pagina 5

154 AH-078, pagina 6

155 AH-078, pagina 7

156 D-0269

157 Verklaring verdachte ter terechtzitting op 18 april 2018.

158 bijlage D-1421 van Gefisnummer 51693 (ook bijlage D-0497 van Gefisnummer 52396)

159 Verklaring verdachte ter terechtzitting op 18 april 2018.

160 Bijlage D-0258

161 Verklaring verdachte V01-02, pagina 6.

162 Hoge Raad HR:2012:BX5140

163 ZPV-01, bladzijde 18. Totaal ontvangen € 1.001757,75. Via [medeverdachte] (niveau 1) € 374.757,74 zodat € 627.096,25 resteert.

164 Bijlage AH-078, bladzijde 5

165 Hoge Raad HR:2012:8X5140

166 bijlage D-1421 van Gefisnummer 51693 (ook bijlage D-0497 van Gefisnummer 52396)

167 Afkorting voor: [bedrijf 15]

168 Afkorting voor: [bedrijf 16] B.V.

169 AH-049, pagina 30

170 Afkorting voor: [bedrijf 18] B.V.

171 Afkorting voor: [bedrijf 19] B.V.

172 AH-049, pagina 8

173 AH-049, pagina 12

174 Gelet op de opgenomen omschrijving (te weten: Q1 2011) en de betaaldatum (te weten: 14 april 2011) merkt het hof de op de factuur opgenomen datum (te weten: 31 maart 2010) aan als een kennelijke verschrijving en leest deze verbeterd als “31 maart 2011”.

175 Gelet op de opgenomen omschrijving (te weten: Q2 2011) en de betaaldatum (te weten: 22 juli 2011) merkt het hof de op de factuur opgenomen datum (te weten: 30 juni 2010) aan als een kennelijke verschrijving en leest deze verbeterd als “30 juni 2011”.