Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:4818

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
29-05-2018
Datum publicatie
31-05-2018
Zaaknummer
200.206.258/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Coating van een industrievloer. Non-conformiteit. Uitleg overeenkomst: overeengekomen is levering van een, na coating, egale vloer. Bewijs dat opgeleverde vloer niet egaal was is voorshands geleverd. Leverancier toegelaten tot tegenbewijs, maar deze is daarin niet geslaagd: het voorshands aanwezig geoordeelde bewijs is niet ontzenuwd. Gevolg: afwijzing vordering leverancier tot betaling van zijn facturen, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.206.258/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/140637 / HA ZA 15-79)

arrest van 29 mei 2018

in de zaak van

Total Concrete Protection B.V.,

gevestigd te Roden,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna: TCP,

advocaat: mr. P.L. Verhulst, kantoorhoudend te Vries,

tegen

Timme Schilders B.V.,

gevestigd te Bolsward,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,

hierna: Timme Schilders,

advocaat: mr. R. Glas, kantoorhoudend te Leeuwarden.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 28 februari 2017 hier over.

1.2

Het verdere verloop is als volgt:

- het proces-verbaal comparitie van partijen van 3 april 2017;

- de memorie van grieven (met producties);

- de memorie van antwoord (met producties);

- de akte uitlating producties aan de zijde van TCP.

1.3

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2 De vaststaande feiten

2.1

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten als vastgesteld in rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.21 van het vonnis van 9 december 2015, nu die feiten ook in hoger beroep tussen partijen niet in geschil zijn. Deze feiten komen in de kern op het volgende neer.

2.2

TCP is een bedrijf dat gespecialiseerd is in betonrenovatie en het aanbrengen van

(hoogwaardige) afwerkvloeren.

2.3

In september 2013 heeft Hochwald Nederland B.V. (hierna: Hochwald), een bedrijf dat zich bezighoudt met de productie en verkoop van melkproducten, Timme Schilders verzocht een offerte uit te brengen voor een nieuwe laag vloercoating van circa 220 m² voor een van haar productie- en opslagruimtes.

2.4

Timme Schilders heeft voor de uitvoering van dat werk contact opgenomen met TCP. TCP heeft bij e-mailbericht van 6 september 2013 als volgt geantwoord:

"Herman goedemorgen.

Ik ben uitgegaan van 220 m2 voor een normale coating vloer (Arturo 3900) moet je reken op een prijs van € 5400,00 ex BTW.

Voor een exstra sterke vloer (Nelf Nylosealcoating 159) die voldoet aan de eisen van HACCP moet je rekenen op een prijs van € 6100,00 ex BTW.

Offerte volgt.

Met vriendelijke groet,

[A] "

2.5

Drie dagen later heeft TCP een offerte inclusief prijzen voor de twee geoffreerde coatings (en een bijlage met betrekking tot de coatings) gestuurd aan Timme Schilders ten aanzien van het werk bij Hochwald. De offerte (zonder bijlage) luidt als volgt:

"Geachte heer [B] ,

Onder dankzegging voor uw prijsaanvraag doen w u hiermee onze offerte toekomen inzake het verrichten van de navolgende werkzaamheden ten behoeve van bovengenoemd project.

Situatie

Bestaande vloer productieopslag, groot ca. 220 m², is van een kunststof vloer voorzien. Deze dient weer "opgefrist" te worden. Dat wil zeggen van een nieuwe coating laag te worden voorzien.

Er zijn 2 systemen mogelijk, t.w.

a. een systeem wat voldoet aan de eisen volgens HACCP richtlijnen

b. een traditioneel Epoxy coating systeem

Werkomschrijving

  • -

    Stof arm schuren van de vloer

  • -

    Goed stofzuigen van de vloer

Vervolgens aanbrengen van:

a. 1 laag Nylocoat 159 à ± 500 gram per m². Dit is volgens HACCP richtlijnen.

b. Of het normale coating systeem Arturo 3900, ook 1 laag.

Kostenoverzicht

Kosten voor leveren en aanbrengen a. van ± 220 m² Nylocoat 159 € 6.100,00

Kosten voor leveren en aanbrengen b. van ± 220 m² Arturo 3900 € 5.400,00

Totale aanneemsom excl. BTW- BTW verlegd"

2.6

Per schrijven van 3 oktober 2013 heeft Timme Schilders een offerte inclusief

bijlage omtrent de coatings gestuurd aan Hochwald, die (zonder de bijlage) als volgt luidt:

" Betreft: Vloer droge productopslagruimte

Hierbij ontvangt u zoals gevraagd de offerte betreffende het navolgende werkzaamheden van het bovengenoemde project.

Deze offerte is gebaseerd op onderstaande gegevens:

- Opname ter plaatse, d.9 september 2013

- Uw aanvraag d.d 1-9-2013.

- De werkzaamheden zullen worden uitgevoerd volgens de geldende ARBO-normen.

De situatie:

Bestaande vloer van de opslag droge grondstoffen met aangrenzende ruimtes, groot 225m2 is van een kunstof vloer voorzien. Deze dient opgefrist te worden. Dat wil zeggen van een nieuwe coating laag te worden voorzien.

Er zijn twee systemen mogelijk, tw:

A Een systeem wat voldoet aan de HACCP richtlijnen.

B Traditioneel Epoxy coating systeem.

Werkomschrijving:

- Stofarm schuren van de vloer.

- Goed stofzuigen van de vloer.

- Vervolgens aanbrengen van:

A 1 laag nylocoat volgens de HACCP richtlijnen € 7015,00

B of l laag van de normale coating systeem Arturo 3900. € 6750,00"

2.7

Per e-mail van 7 oktober 2013 heeft Hochwald Timme Schilders opdracht gegeven voor het aanbrengen van de nylocoat volgens de HACCP richtlijnen.

2.8

De heer [A] was projectleider van de opdracht bij Hochwald en was namens TCP het aanspreekpunt van Timme Schilders. Aan de zijde van Timme Schilders was de heer [B] projectbegeleider. De heer [C] was aan de zijde van Hochwald het aanspreekpunt voor de onderhavige opdracht.

2.9

Op 18 oktober 2013 heeft TCP de werkzaamheden ten aanzien van de Nylo Sealcoat 159 uitgevoerd.

2.10

Eind november 2013 heeft TCP een zogenaamde topcoating aangebracht om oneffenheden weg te werken.

2.11

Op 3 december 2013 zijn wederom werkzaamheden uitgevoerd door TCP, waarbij een nieuwe laag is aangebracht.

2.12

Op 16 januari 2014 heeft er een opname bij Hochwald plaatsgevonden waarbij de heer [D] namens de leverancier van de coating aanwezig was. In zijn inspectierapport

heeft hij - voor zover hier van belang - het volgende opgemerkt:

"Op 16 januari 2014 heeft op verzoek en in het bijzijn van de heer [B] en de heer [A] een inspectie plaatsgevonden naar de uitgevoerde werkzaamheden aan de vloer van de grondstoffen opslag en aangrenzende ruimtes bij Hochwald Nederland BV te Bolsward. De bestaande afwerking is een epoxy coating.

De vloerafwerking is gereinigd en geschuurd.

Er is een laag Nylo Sealcoat 159 in circa 800 gram per m² aangebracht.

Vervolgens is er een qfwerklaag Nylo Topcoat PU WV aangebracht.

Tijdens de applicatie van deze laag zijn rolslagen en een rolstructuur ontstaan.

Om de vloer een netter uiterlijk te geven is opnieuw een rollaag Nylo Topcoat PU WV in de kleur ral 7035 aangebracht.

Na applicatie bleek er een kleurverschil te zijn ontstaan.

Tijdens de inspectie en na lab onderzoek is dit kleurverschil ook geconstateerd.

Na onderling overleg is besloten de vloer nogmaals te behandelen met een qfwerklaag Nylo Topcoat PU WV ral 7035.

De vloer dient gereinigd en opgeschuurd te worden.

Tijdens de applicatie dient de temperatuur in de hal bij voorkeur 15 graden of lager te

zijn. Dit om rolslagen en baanvorming te voorkomen."

2.13

Op 5 februari 2014 is er overleg geweest tussen partijen. Op 8 februari 2014 is de vloer wederom behandeld door TCP. Daarna zijn geen werkzaamheden meer aan de vloer verricht door TCP.

2.14

Op 20 maart 2014 heeft Timme Schilders een brief ontvangen afkomstig van TCP met een daaraan gehechte factuur van € 18.300,- voor de drie extra aangebrachte coatings. Timme Schilders heeft de verschuldigdheid van de factuur betwist en heeft niet betaald.

2.15

Bij e-mailbericht van 11 april 2014 geeft Hochwald bij Timme Schilders aan dat zij haar betalingsverplichting opschort in verband met geconstateerde gebreken.

2.16

Op 9 juli 2014 heeft er een bezichtiging plaatsgevonden door partijen in aanwezigheid van de beide raadslieden, waarbij foto's zijn gemaakt.

2.17

Op 8 augustus 2014 heeft TCP een meerwerkfactuur gestuurd ten bedrage van € 2.340,- welke kosten betrekking hebben op het feit dat de op de vloer aansluitende rand en de betonnen kolommen waar de machines op staan, ook van een coating zijn voorzien,

hetgeen niet in de offerte zou zijn opgenomen.

2.18

De facturen van TCP voor de eerste vloercoating, het meerwerk en de later aangebrachte coatings zijn niet voldaan door Timme Schilderwerken. De facturen van Timme Schilderwerken aan Hochwald zijn evenmin voldaan.

3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1.

TCP heeft in eerste aanleg (in conventie), samengevat, gevorderd veroordeling van Timme Schilders tot betaling van hetgeen verschuldigd is op basis van een door Timme Schilders aan TCP verstrekte opdracht tot het leveren en aanbrengen van een vloercoating, te weten bedragen (exclusief btw) van € 6.100,- (eerste coating), € 18.300,- (tweede, derde en vierde coating) en € 2.340,- (extra werk), vermeerderd met wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.019,- (exclusief btw) en proceskosten, eveneens vermeerderd met wettelijke rente.

3.2.

Timme Schilders heeft in eerste aanleg (in reconventie), voor zover van belang, gevorderd de tussen partijen gesloten overeenkomst te ontbinden met nevenvorderingen alsmede TCP te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.3.

De rechtbank heeft bij vonnis van 9 december 2015 voorshands bewezen geacht dat de vier aangebrachte coatings niet voldeden aan de overeenkomst en TCP toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. Na bewijslevering heeft de rechtbank bij vonnis van 31 augustus 2016 TCP niet geslaagd geoordeeld in het tegenbewijs. De vorderingen (in conventie) van TCP zijn daarop afgewezen met veroordeling van TCP in de proceskosten. De reconventionele vordering tot ontbinding van de gesloten overeenkomst is toegewezen. De overige reconventionele vorderingen zijn afgewezen. De proceskosten zijn in reconventie gecompenseerd.

4 De beoordeling van de grieven en de vordering

4.1

TCP heeft in hoger beroep gevorderd de vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 9 december 2015 en 31 augustus 2016 te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, Timme Schilders (in conventie) alsnog te veroordelen tot betaling van al hetgeen bij inleidende dagvaarding werd gevorderd, de (in reconventie) door Timme Schilders ingestelde vorderingen af te wijzen en Timme Schilders te veroordelen in de proceskosten van beide instanties.

4.2

TCP heeft vier grieven ontwikkeld ter onderbouwing van deze in hoger beroep geformuleerde vordering.

Egale vloer

4.3

In de eerste grief betoogt TCP het volgende. Timme Schilders lijkt ervan uit te gaan dat overeengekomen is de levering van een gietvloer. Daarvan is echter geen sprake. Aangeboden is de vloer op te frissen en dat door middel van "een systeem wat voldoet aan de eisen volgens HACCP-richtlijnen" (memorie van grieven sub 27). Dat is gebeurd. Dat Hochwald en Timme Schilders een andere verwachting hadden, namelijk dat een gietvloer zou worden opgeleverd, dient voor hun eigen rekening en risico te blijven. In de tweede grief (deels) herhaalt TCP dat niet meer is aangeboden dan het "opfrissen" van de vloer. Deze twee grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

4.4

Beide grieven hebben kennelijk betrekking op de beslissing van de rechtbank inzake de eerste, op 18 oktober 2013, aangebrachte coating. De klacht van Timme Schilders met betrekking tot die coating is door de rechtbank in overweging 5.6 van het vonnis van 9 december 2015 als volgt samengevat:

"De eerste coating was als zodanig goed, behalve dat deze zogenaamde visogen had, waardoor de vloer niet egaal was en deze daardoor meer vuil zou vasthouden. Een en ander is volgens Timme Schilders in strijd met de HACCP richtlijnen waaraan de coating dient te voldoen en met de verstrekte opdracht. [A] zou zulks erkend hebben."

De rechtbank heeft vervolgens in overweging 5.8 van dat vonnis overwogen dat de stelplicht en bewijslast ten aanzien van de door Timme Schilders gestelde gebreken op Timme Schilders rusten en geoordeeld dat het bewijs voorshands geleverd is, behoudens door TCP te leveren tegenbewijs.

4.5

Kern van de redenering van de rechtbank is derhalve dat Timme Schilders op grond van de gesloten overeenkomst en de daarin opgenomen verwijzing naar de zogenaamde HACCP-richtlijnen mocht verwachten een vloer opgeleverd te krijgen die egaal was. In de grieven 1 en 2 en de daarop gegeven toelichting is, zoals hiervoor vermeld, weliswaar te lezen dat volgens TCP is aangeboden de vloer op te frissen door middel van "een systeem wat voldoet aan de eisen volgens HACCP-richtlijnen", maar dat en waarom een bewerking van de vloer volgens deze door TCP tot uitgangspunt genomen contractsinhoud tot een ander resultaat zou mogen leiden dan oplevering van een egale vloer valt in die grief niet te lezen. Ook in hoger beroep wordt daarom ervan uitgegaan dat Timme Schilders redelijkerwijs mocht verwachten een vloer opgeleverd te krijgen die egaal was.

Bewijslastverdeling en bewijsthema

4.6

De rechtbank heeft vervolgens beoordeeld (in overweging 5.8 van het vonnis van 9 december 2015) of bewezen is dat een dergelijke vloer niet geleverd is en of door TCP erkend is dat de kosten voor rekening van TCP zouden blijven. Dat bewijs heeft de rechtbank voorshands geleverd geacht op basis van, kort weergegeven:

- de verklaring van [B] dat de aangebrachte laag niet egaal was en dat [A] dat had erkend;

- de verklaring van [C] dat [A] het met hem eens was dat de vloer niet deugde, dat [A] het niet heeft gehad over facturen voor de extra lagen, dat [A] akkoord was met betaling van de facturen voor de eerste laag indien alles in orde was en dat Timme Schilders nooit een telefoontje of betalingsherinnering heeft gehad;

- de verklaring van [A] dat hij nimmer ontkend heeft dat de vloer niet voldeed aan de voorwaarden uit de offerte van TCP.

4.7

In het eindvonnis van 31 augustus 2016 heeft de rechtbank geoordeeld dat TCP er niet in is geslaagd het voorshands bewezen verklaarde te ontzenuwen. In grief 2 (deels) betoogt TCP dat de vloer na de eerste coating goed was en dat de latere werkzaamheden op verzoek en in opdracht van Timme Schilders - en dus niet op eigen verzoek van TCP - hebben plaats gevonden. Ook in grief 3 betoogt TCP dat de latere behandelingen van de vloer op verzoek van Timme Schilders hebben plaatsgevonden omdat de vloer na de behandeling op 18 oktober 2013 in orde was. In grief 4 komt TCP op tegen het oordeel van de rechtbank dat zij niet is geslaagd in het leveren van tegenbewijs, en meer in het bijzonder de overweging van de rechtbank dat geen aanleiding bestaat aan de verklaringen van [B] en [C] te twijfelen. Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

4.8

Tegen de bewijslastverdeling en formulering van het bewijsthema, zoals door de rechtbank in het vonnis van 9 december 2015 neergelegd, komt TCP niet op. Ook in hoger beroep zijn deze daarom uitgangspunt. Dat betekent dat het hof, gelijk de rechtbank, heeft te beoordelen of het voorshands aangenomen bewijs (dat de eerste coating niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen, hetgeen namens TCP erkend is en dat de herstelkosten voor rekening van TCP komen) is ontzenuwd door het later beschikbaar gekomen bewijsmateriaal, al dan niet in samenhang met het reeds op 9 december 2015 voorhanden bewijsmateriaal. In de nu besproken grieven komt TCP, zo begrijpt het hof, op tegen de uiteindelijk bij eindvonnis van 31 augustus 2016 door de rechtbank gemaakte bewijsbeoordeling.

Bewijsbeoordeling

4.9

Die eindbeoordeling hield, samengevat het volgende in. Getuige [E] , werkzaam bij TCP, verklaart weliswaar dat de opgeleverde vloer acceptabel was, maar hij weet niet wat er over de kosten besproken is. De getuigen [B] en [C] verklaren dat de eerste coating en de later aangebrachte coatings niet voldeden, dat [A] dat bevestigd heeft en dat [A] steeds bevestigd heeft dat het zou worden opgelost, maar dat over de kosten niet expliciet is gesproken. Mede gelet op de, eerdere schriftelijke, verklaring van [A] dat nimmer is ontkend dat de vloer niet voldeed aan de voorwaarden uit de offerte en het feit dat de rechtbank geen aanleiding zag te twijfelen aan de verklaringen van [B] en [C] is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat het voorshands aanwezig geoordeelde bewijs niet is ontzenuwd.

4.10

TCP wijst allereerst op de verklaring van de heer [F] , directeur van Timme Schilders, afgelegd ter comparitie van de rechtbank op 27 augustus 2015, voor zover inhoudende:

"De eerste laag was nog goed (…)"

Aan die passage komt echter niet het gewicht toe dat TCP daaraan wil toekennen omdat andere uitlatingen van [F] erop wijzen dat deze passage in zijn beknoptheid niet dekt het in de loop der tijd door Timme Schilders ingenomen standpunt. [F] heeft immers ter comparitie van de rechtbank ook verklaard dat [A] het met hem eens was dat de vloer niet deugde en dat [A] telkens zei dat hij de vloer wilde herstellen. Bij brief van

3 april 2014 heeft [F] bovendien aan TCP laten weten dat [A] het met hem eens was dat de vloer niet aan de esthetische en HACCP-eisen voldeed en dat de vloer hersteld zou worden. Het volgens [F] door [A] (namens TCP) herhaaldelijke gebruikte woord "herstel" past bovendien slechts in de situatie dat er een gebrek is en niet in de situatie dat de vloer in orde is.

4.11

TCP wijst voorts op de verklaring van [A] (productie 8a bij inleidende dagvaarding) waarin is opgenomen:

"Op uitdrukkelijk verzoek en In opdracht van de heer [B] van Timme Schilders, hebben wij tot 3 maal toe opnieuw de vloer bij Hochwald in Bolsward moeten aanbrengen. Alle 3 de keren was de klant (t.w. Hochwald Bolsward) niet tevreden, omdat hij het uiterlijk van de vloer niet mooi genoeg vond.

De letterlijke woorden van de heer [B] waren " [A] , hier moeten we wat aan doen, want dit is een hele goede klant van ons. Hier zit nog meer werk voor ons, dus doe het nog maar een keer".

In alle 3 de gevallen ging het erom dat de klant (Hochwald Bolsward) de vloer niet mooi genoeg vond. Er is nimmer ontkend dat de vloer niet voldeed aan de voorwaarden uit onze offerte en dat wij onze werkzaamheden niet goed hadden uitgevoerd."

4.12

De verklaring van [A] komt erop neer dat de opgeleverde vloer na de eerste coating in orde was en dat de drie volgende behandelingen slechts geschied zijn omdat de opdrachtgever van Timme Schilders de vloer niet mooi genoeg vond. Die verklaring staat echter haaks op hetgeen de heren [F] , [B] en [C] verklaren uit de mond van [A] te hebben vernomen, namelijk dat de vloer niet in orde was en hersteld moest worden. Daarbij komt dat [A] niet onder ede als getuige is gehoord en de getuigen [B] en [C] wel. Hun verklaringen kwamen de rechtbank blijkbaar geloofwaardig voor en het hof ziet geen aanleiding daarover anders te oordelen. De verklaring van [A] draagt dan ook onvoldoende bij aan de ontzenuwing van het bewijs.

4.13

Enige twijfel is nog wel mogelijk over de vraag of aan dat bewijs moet bijdragen, zoals de rechtbank heeft geoordeeld, de zinsnede in de verklaring van [A] , luidende "Er is nimmer ontkend dat de vloer niet voldeed aan de voorwaarden uit onze offerte en dat wij onze werkzaamheden niet goed hadden uitgevoerd"

Letterlijk gelezen komt die verklaring erop neer dat erkend is dat de vloer niet deugdelijk was. Of dat nu echt bedoeld is door [A] lijdt echter wel twijfel. De verklaring van [A] als geheel overziende is de strekking daarvan dat de vloer wel in orde was en dat dat ook nooit door Timme Schilders is ontkend, maar dat niettemin drie nadere behandelingen nodig waren enkel en alleen omdat Hochwald het resultaat "niet mooi" vond. Het hof laat op deze grond de verklaring van [A] waar het de nu besproken passage betreft niet ten nadele van TCP meewegen in de bewijswaardering. Of de uiteindelijke bewijswaardering daardoor wijziging ondergaat zal hierna blijken.

4.14

TCP wijst ook nog op de verklaringen van de heer [B] . Deze heeft namelijk verklaard "Het was niet op mijn verzoek dat de vloer tot drie maal toe opnieuw behandeld moest worden omdat het uiterlijk niet mooi zou zijn" (productie 17 conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie). Omdat "Voetstoots aangenomen mag worden dat TCP niet uit eigen beweging (tot drie maal toe) dergelijke werkzaamheden uitvoert" (memorie van grieven sub 64) en [B] zegt de opdracht tot nadere behandelingen niet te hebben gegeven kan het dus niet anders zijn, aldus TCP, dan dat Hochwald die opdracht heeft gegeven.

4.15

Die conclusie van TCP neemt het hof niet over. In zijn schriftelijke verklaring stelt [B] , samengevat, dat de vloer na de eerste behandeling zodanige gebreken vertoonde dat het noodzakelijk was dat deze opnieuw werd gecoat, dat [A] die gebreken ook zelf geconstateerd heeft en dat TCP de kans is geboden de gebreken te herstellen. In zijn als getuige afgelegde verklaring voegt [B] daar nog aan toe dat [A] toegaf dat van gebreken sprake was en meedeelde dat deze hersteld dienden te worden en dat dat zou gebeuren. [A] heeft voorts, aldus [B] , niet meegedeeld dat het herstel tot extra kosten voor Timme Schilders zou leiden. De verklaringen van [B] bieden aldus steun aan het bewijsthema (dat de eerste coating niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen, hetgeen namens TCP erkend is en dat de herstelkosten voor rekening van TCP komen) en wijzen bepaaldelijk niet in de richting van een door Hochwald gegeven opdracht tot nadere behandeling van de vloer enkel en alleen omdat deze, na de eerste behandeling, "niet mooi" zou zijn.

4.16

TCP plaatst voorts kanttekeningen bij de door de rechtbank voor het bewijs gehanteerde verklaring van [C] dat [A] akkoord was met betaling van de facturen voor de eerste laag indien alles in orde was en dat Timme Schilders nooit een telefoontje of betalingsherinnering heeft gehad. TCP wijst er in dit verband op dat [C] het bedrijf Hochwald vertegenwoordigde en om die reden niet goed te begrijpen is hoe [C] kan verklaren over de relatie tussen TCP en Timme Schilders (waar Hochwald buiten stond).

4.17

Het lijkt erop dat de rechtbank zich op dit punt in overweging 5.8 van het vonnis van 9 december 2015 heeft vergist. Wat de rechtbank in de mond van [C] legt komt feitelijk uit de pen van [F] in zijn brief aan TCP van 3 april 2014 (productie 10 bij conclusie van antwoord in conventie, eis in reconventie). Dat [F] in genoemde brief uit eigen waarneming heeft kunnen verklaren dat [A] akkoord was met betaling van de facturen voor de eerste laag indien alles in orde was en dat Timme Schilders nooit een telefoontje of betalingsherinnering heeft gehad, is niet betwist. Hetgeen [F] aldus heeft geschreven biedt steun aan het bewijsthema.

4.18

De balans van het voorgaande opmakend geldt dat het hof zich verenigt met de bewijsbeoordeling van de rechtbank. Het buiten beschouwing laten van de in 4.13 bedoelde passage uit de verklaring van [A] doet daaraan niet af omdat het bewijs ook geleverd is zonder de daarin gelezen erkenning door [A] van de non-conformiteit van de vloer. Ook de gesignaleerde vergissing van de rechtbank doet daar niet aan af omdat de voor het bewijs gebruikte passage inhoudelijk niet aan kracht verliest nu deze uit de pen van [F] en niet uit de mond van [C] blijkt te komen.

5. De slotsom

5.1.

Uit het voorgaande blijkt dat de grieven falen, zodat de bestreden vonnissen moeten worden bekrachtigd.

5.2.

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof TCP in de kosten van het hoger beroep veroordelen. Tevens zullen de gevorderde nakosten worden toegewezen.

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Timme Schilders gevallen zullen worden vastgesteld op:

- griffierecht € 1.952,-

- salaris advocaat € 2.782,- (2 punten x tarief III).

5.3.

Tevens zal het hof de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen zoals hierna vermeld.

6 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van

9 december 2015 en 31 augustus 2016;

veroordeelt TCP in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Timme Schilders vastgesteld op € 1.952,- voor verschotten en op € 2.782,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en – voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

veroordeelt TCP in de nakosten, begroot op € 157,- met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 68,-- in geval TCP niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. W.P.M. ter Berg, mr. L. Janse en mr. I. Tubben en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op

29 mei 2018.