Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:4603

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-05-2018
Datum publicatie
13-06-2018
Zaaknummer
WAHV 200.219.758
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 8, aanhef en onder b, Wahv. Er is sprake van een verhuurovereenkomst waarbij de kentekenhouder partij is. De naam op de huurovereenkomst van de verhuurder is blijkens het overgelegde uittreksel uit het handelsregister een handelsnaam van de betrokkene/kentekenhouder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.219.758

22 mei 2018

CJIB 200756231

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam

van 9 juni 2017

betreffende

[betrokkene] B.V. (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [A] ,

voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] ,

advocaat te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.

Op 11 september 2017 is nog een brief van de gemachtigde ontvangen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 8 mei 2018. De gemachtigde van de betrokkene is niet verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. [C] .

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 161,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 18 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 17 augustus 2016 om 20:12 uur op de Maasboulevard te Rotterdam met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .

2. De gemachtigde voert aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat uit de overlegde huurcontracten, waarin [D] optreedt als verhuurder, niet kan worden afgeleid dat kentekenhouder [betrokkene] B.V. een huurovereenkomst is aangegaan met de heer [E] . [D] en [betrokkene] B.V. zijn dezelfde besloten vennootschap, althans [D] is de handelsnaam van [betrokkene] B.V. Ter onderbouwing heeft de gemachtigde een Uittreksel Handelsregister van de Kamer van Koophandel overgelegd.

3. Artikel 8, aanhef en onder b, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) luidt - voor zover hier van belang - als volgt:

“De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven een voor een termijn van ten hoogte drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging huurder van het motorrijtuig was”.

4. In zijn arrest van 4 mei 1993 (gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:HR:1993:ZC9348) heeft de Hoge Raad met betrekking hiertoe overwogen dat de wetgever klaarblijkelijk heeft beoogd de verhuurder op wiens naam het kenteken staat bij uitzondering en slechts niet op grond van artikel 5 van de Wahv aansprakelijk te doen zijn voor een in dat artikel bedoelde gedraging, indien de verhuurder door overlegging van een van de totstandkoming van de huurovereenkomst opgemaakt bewijsstuk, kan aantonen dat hij ten tijde van de gedraging een motorrijtuig met bedoeld kenteken heeft verhuurd voor ten hoogste de in artikel 8 van de Wahv genoemde periode aan een daarin met name genoemde huurder.

5. Gelet hierop moet voor de toepassing van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv een huurovereenkomst zijn overgelegd waarbij de kentekenhouder partij is.

6. Het hof stelt vast dat het voertuig op naam staat van [betrokkene] B.V zodat [betrokkene] B.V. als kentekenhouder, een beroep kan doen op artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv.

7. Uit de namens de betrokkene bij het administratief beroepschrift overgelegde huurovereenkomst blijkt dat het voertuig met voormeld kenteken ten tijde van de gedraging werd verhuurd door [D] .

8. Uit het door de gemachtigde van de betrokkene overgelegde Uittreksel Handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt verder dat [D] een handelsnaam is van [betrokkene] B.V. [betrokkene] B.V. kan daarom aangemerkt worden als verhuurder die de overeenkomst is aangegaan. Nu [betrokkene] B.V. ook de kentekenhouder is, is sprake van een huurovereenkomst waarbij de kentekenhouder partij is.

9. Het voorgaande brengt mee dat aan de betrokkene een disculpatiemogelijkheid in de zin van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv toekomt. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen. Het hof verklaart het beroep gegrond en vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking. Het tot zekerheid gestelde bedrag dient aan de betrokkene te worden gerestitueerd.

10. Het hof acht termen aanwezig voor vergoeding van kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. In het Besluit proceskosten bestuursrecht is deze vergoeding forfaitair bepaald per proceshandeling. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende proceshandeling verricht: het indienen van een hoger beroepschrift. Daaraan dient één punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt per 1 januari 2018 € 501,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 250,50 (=1 x € 501,- x 0,5).

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

vernietigt de inleidende beschikking waarbij, onder CJIB-nummer 200756231, aan de betrokkene een sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € € 250,50.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.