Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:4545

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-05-2018
Datum publicatie
13-06-2018
Zaaknummer
WAHV 200.216.909
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De klacht van de pretense gemachtigde dat geen proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter is opgemaakt, treft geen doel, nu de beslissing van de kantonrechter is opgenomen in het proces-verbaal van de zitting en aldus een zakelijke weergave betreft van het verhandelde ter zitting.

De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen machtiging is overgelegd en dit verzuim niet binnen de gestelde termijn is hersteld. Tegen dit oordeel van de kantonrechter, dat zijn beslissing zelfstandig kan dragen, zijn geen gronden ingediend. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.216.909

17 mei 2018

CJIB 192301112

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland

van 16 mei 2017

Betreffende

mr. [A] ,

kantoorhoudende te [B] ,

beweerdelijk optredende voor [C] ,

wonende te [D] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard.

Het procesverloop

Mr. [A] (hierna [A] ) heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Van [A] is op 21 januari 2018 nog een brief ontvangen.

Beoordeling

  1. De klacht van [A] dat niet is gebleken van een proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter treft geen doel, nu de beslissing van de kantonrechter is opgenomen in het proces-verbaal van de zitting en aldus een zakelijke weergave betreft van het verhandelde ter zitting op 16 mei 2017. In het arrest van het hof van 17 januari 2018 (ECLI:NL:GHARL:2018:487) waarnaar wordt verwezen, was dit niet het geval.

  2. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, onder meer omdat geen machtiging is overgelegd, waaruit blijkt dat [A] door de betrokkene is gemachtigd om beroep in te stellen en dit verzuim niet binnen de daartoe gestelde termijn is hersteld.

3. Tegen dit oordeel van de kantonrechter, dat zijn beslissing zelfstandig kan dragen, zijn geen gronden ingediend. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. De verder aangevoerde gronden behoeven geen bespreking.

4. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.