Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:4313

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-05-2018
Datum publicatie
09-05-2018
Zaaknummer
200.215.273/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overeenkomst van opdracht m.b.t inrichting medische kliniek. Wie is opdrachtgever?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2018, afl. 4, p. 223
JONDR 2018/589
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.215.273/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/16/406769 / HL ZA 15-380)

arrest van 8 mei 2018

in de zaak van

Van de Kolk Beheer B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres, gedaagde in verzet,

hierna: Van de Kolk,

advocaat: mr. H. de Groen, kantoorhoudend te Soest,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [A] ,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde, eiser in verzet,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. D.J. van Dongen, kantoorhoudend te Amsterdam.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 7 november 2017 hier over. In dat arrest is een comparitie van partijen bepaald, die heeft plaatsgevonden op 16 maart 2018. Van het ter zitting verhandelde is proces-verbaal opgemaakt, waarvan zich een afschrift bevindt bij de stukken op basis waarvan dit arrest is gewezen.

2 De vaststaande feiten

2.1

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1. tot en met 2.14 van het tussenvonnis van 4 mei 2016. Tegen die vaststelling van de feiten zijn geen grieven gericht noch is daartegen anderszins van bezwaren gebleken. Aangevuld met wat in hoger beroep nog is komen vast te staan gaat het om de volgende feiten.

2.2

[geïntimeerde] en Weiss Technology Systems Benelux B.V. (hierna: WTS) zijn sinds 2008 met elkaar in overleg geweest over een door [geïntimeerde] te openen behandelcentrum ten behoeve waarvan WTS een medische kliniek inclusief apparatuur zou leveren en installeren.

2.3

WTS is een dochtervennootschap van Van de Kolk. [geïntimeerde] Klinieken B.V. is de op 15 april 2011 opgerichte praktijkvennootschap van [geïntimeerde] , waarvan hij via zijn beheermaatschappij [geïntimeerde] Beheer B.V. bestuurder en enig aandeelhouder is.

2.4

Per 1 juni 2011 is [geïntimeerde] Klinieken B.V. een bedrijfsruimte gaan huren aan de [a-straat 1] in Amsterdam.

2.5

In een e-mail van [geïntimeerde] aan WTS van 27 oktober 2011 staat onder meer:

“Champagne!
ik heb de opdracht getekend.
aan de slag!
nog even, met een plafond wat voldoet aan de ventilatie eisen, dan hebben we het toch over een plenum?

hebben we het over de grootte van het plenum gehad?
en de ok lamp aan het plafond, doen jullie dat ook of de mensen van IBT?
ik lees het niet goed terug in je offerte, maar ik neem aan dat je dat volgens tekening allemaal uitvoert, kleedruimtes, douche etc?

die keuken die nu in je pand aanwezig is zou ik graag verplaatst hebben naar waar de pantry is in je tekening, ik neem aan dat dat er ook bij hoort?
(…)”

2.6

In de op 27 oktober 2011 door [geïntimeerde] getekende offerte (hierna: de Overeenkomst) is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:

“Project Privé Kliniek

Opdrachtgever Hr. [geïntimeerde]

Plaats Amsterdam

Datum 27-10-2011

Offerte nummer 22547 (av5)

(…)

Chirurgisch Behandelcentrum
T.a.v. Hr. [geïntimeerde]

Straat ????

Postcode plaats ????

(…)

Betreft: offerte nieuwbouwkliniek gebouw [a-straat 1]

(…)

Het betreft het leveren en installeren van:

Bouwkundige componenten en luchtsysteem voor een ZBC

(…)

Totale aanneemsom (bouwkundige componenten en installaties) € 248.000,=

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Financieel voorstel


TERMIJN WEEK BEDRAG BETALING

1e termijn 10% bij opdracht week 44 € 19.800,= 7 dagen

2e termijn 10% bij tekenwerk gereed week 46 € 19.800,= 14 dagen

3e termijn 30% bij 50% kanalenwerk gereed week 48 € 59.400,= 14 dagen

4e termijn 25% bij levering luchtunit week 50 € 49.500,= 14 dagen

5e termijn 5% oplevering week 4/2012 € 9.500,= 30 dagen

6e termijn 20% slottermijn week 4/2012 € 39.500,= 90 dagen

Rest bedrag van € 50.000,= wordt versterk als lening tegen 8% rente

Aantal maanden 12

Rente 8%

Maand termijn: 12 x € 4.349,= € 52.193,=

Totaal rente € 2.193,=

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Medische gassen leidingen € 6.900,=

Betaling 100% bij oplevering week 4

Boven genoemde bedragen zijn voor levering en montage echter exclusief btw.

(…)

Prijsstelling
De totale bouw begeleiding valt onder de verantwoording van Weiss Technology Systems Benelux B.V. (…)

Bouwbegeleiding houdt in dat van Weiss Technologie Systems B.V. tijdens de uitvoering een projectleider de zaken coördineert en voor u als gesprekspartner functioneert. Deze vorm waarborgt een efficiënte uitvoering en een snelle bouwtijd van uw project.

Leveringscondities

(…)

Levertijd : 6-8 weken

(…)”

2.7

Aan de Overeenkomst is een plattegrond gehecht. Op deze plattegrond en de later opgestelde tekeningen is “ [geïntimeerde] Kliniek Amsterdam” genoemd als opdrachtgever.

2.8

Op 9 oktober 2012 heeft WTS een geldlening verstrekt aan [geïntimeerde] Klinieken B.V. In de overeenkomst van geldlening is, onder meer, het volgende bepaald:

“(…)
In aanmerking nemende dat:
Geldlener een overeenkomst van geldlening wenst aan te gaan met geldgever voor in hoofdsom een bedrag ad: € 50.000 EURO (…), zulks te vermeerderen met renten/kosten. Dit bedrag is de termijn en de rente zoals bedoeld in de overeenkomst inzake de levering van Bouwkundige componenten en luchtbehandeling systeem voor een ZBC project gebouw [a-straat 1] te AMSTERDAM.

(…)”

2.9

In het kader van de werkzaamheden van WTS heeft WTS een luchtmeting uitgevoerd. In het meetrapport is [geïntimeerde] Klinieken B.V. genoemd als opdrachtgever. Het bijbehorende certificaat staat op naam van [geïntimeerde] Kliniek Amsterdam.

2.10

WTS heeft de facturen voor betaling van de aanneemsom verzonden aan [geïntimeerde] Klinieken B.V. en op naam gesteld van [geïntimeerde] Klinieken B.V. [geïntimeerde] Klinieken B.V. heeft op 27 november 2011 een tweetal betalingen verricht van € 23.565,= aan WTS ter zake van deze facturen.

2.11

Het werk is opgeleverd in 2012.

2.12

Op 10 september 2012 is een onderhoudscontract gesloten voor het onderhoud aan de installaties door WTS met [geïntimeerde] Kliniek Amsterdam.

2.13

Ondanks het verzenden van een betalingsoverzicht en betalingsherinneringen aan [geïntimeerde] Klinieken B.V. is de lening onbetaald gelaten, evenals de volgende op naam van [geïntimeerde] Klinieken B.V. gestelde facturen:

- factuur 2012173 van 30 juli 2012 ad € 11.781,-

- factuur 2012174 van 30 juli 2012 ad € 8.211,-

- factuur 2012175 van 30 juli 2012 ad € 47.124,-

- factuur 2012248 van 15 november 2012 ad € 17.660,-

- factuur 2012248 (II) van 15 november 2012 ad € 59.500,-.

2.14

Per brief van 26 mei 2015 heeft (de advocaat van) WTS [geïntimeerde] gesommeerd om binnen een termijn van 14 dagen na dagtekening over te gaan tot betaling van de lening, de openstaande facturen en de wettelijke handelsrente, bij gebreke waarvan WTS ook aanspraak maakt op de buitengerechtelijke incassokosten van € 2.217,77. Desondanks is [geïntimeerde] niet overgegaan tot betaling.

2.15

In de op 3 juli 2015 getekende akte van cessie staat dat WTS een vordering op [geïntimeerde] ter zake van de aannemingsovereenkomst voor de bouw van een kliniek inclusief installaties en de levering van medische gassen overdraagt aan Van de Kolk. Bij brief van 15 juli 2015 heeft WTS mededeling van de cessie gedaan aan [geïntimeerde] .

3. Het geschil en de beslissing in eerste aanleg en de vordering in hoger beroep

3.1

Van de Kolk vordert dat [geïntimeerde] zal worden veroordeeld tot betaling van:

I. € 11.781,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2012 ;

II. € 8.211,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2012;

III. € 47.124,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 oktober 2012;

IV. € 17.660,79,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 november 2012;

V. € 50.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 oktober 2012;

VI. € 2.217,77,- aan buitengerechtelijke incassokosten;

VII. de proceskosten, daaronder mede begrepen een veroordeling in de kosten van een eventuele executie.

3.2

In het bij verstek gewezen vonnis van 11 november 2015 zijn de vorderingen van Van de Kolk toegewezen en is [geïntimeerde] veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Van de Kolk tot de dag van de uitspraak begroot op in totaal € 5.381,16.

3.3

[geïntimeerde] heeft vervolgens in verzet gevorderd dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van Van de Kolk alsnog worden afgewezen. [geïntimeerde] voerde daartoe primair aan dat de Overeenkomst niet tussen hem en WTS is gesloten, maar dat deze is gesloten tussen [geïntimeerde] Klinieken B.V. en WTS. Subsidiair heeft [geïntimeerde] een beroep gedaan op verrekening van zijn eventuele schuld aan Van de Kolk met zijn vordering tot schadevergoeding op grond van tekortkomingen van WTS in de nakoming van de Overeenkomst. De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 4 mei 2016 aan Van de Kolk opgedragen te bewijzen dat WTS de Overeenkomst met [geïntimeerde] in persoon is overeengekomen. Bij vonnis van 4 januari 2017 (hersteld bij vonnis van 22 februari 2017) heeft de rechtbank geoordeeld dat Van de Kolk niet in haar bewijsopdracht is geslaagd. De rechtbank heeft, met vernietiging van het verstekvonnis van 11 november 2015, de vorderingen van Van de Kolk alsnog afgewezen en Van de Kolk in de kosten van de verzetprocedure (€ 6.521,50) veroordeeld.

3.4

Van de Kolk heeft - onder aanvoering van twee grieven - gevorderd de vonnissen van de rechtbank van 4 mei 2016 en 4 januari 2017 te vernietigen en bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, haar vorderingen alsnog toe te wijzen met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding in conventie en in reconventie in beide instanties. Aangezien er geen eis in reconventie is ingesteld gaat het hof ervan uit dat er sprake is van een kennelijke verschrijving aan de zijde van Van der Kolk.

4 De beoordeling van de grieven en de vordering

4.1

Van de Kolk heeft in de grieven bezwaar gemaakt tegen het feit dat de rechtbank haar bewijs heeft opgedragen (grief 1) en tegen de waardering van het bewijs (grief 2). Volgens Van de Kolk was een bewijsopdracht niet nodig, omdat zij het bewijs van haar stelling dat de Overeenkomst met [geïntimeerde] in persoon is gesloten al had geleverd met het door [geïntimeerde] ondertekende contract en had desnoods [geïntimeerde] een bewijsopdracht moeten krijgen. Volgens Van de Kolk is zij wel in het haar opgedragen bewijs geslaagd. Daarmee richten beide grieven zich op de bewijsbeslissingen van de rechtbank en lenen zij zich voor gezamenlijke beoordeling.

4.2

Het hof tekent daarbij aan dat uit de memorie van antwoord blijkt dat [geïntimeerde] de eerste grief zo heeft begrepen dat die (mede) was gericht tegen de bewijslastverdeling. In een nadere toelichting op de eerste grief heeft de advocaat van Van de Kolk echter op vragen van het hof over de onduidelijke strekking van de grief geantwoord dat Van de Kolk onderkent dat de bewijslast terecht aan haar is toegedeeld en dat zij in haar grief alleen betoogt dat zij reeds voldoende bewijs heeft geleverd. Daarmee is de bewijslastverdeling, daargelaten of die juist was, aan de rechtsstrijd in hoger beroep onttrokken en heeft ook het hof daarvan uit te gaan.

4.3

Tussen partijen is niet in geschil dat [geïntimeerde] opdracht heeft gegeven aan WTS de door hem te openen medische kliniek in te richten en daarvoor de nodige werkzaamheden te verrichten en materialen te leveren. Voorts staat vast dat [geïntimeerde] de tot vertegenwoordiging bevoegde bestuurder is van de op 15 april 2011 – voor de totstandkoming van de Overeenkomst – opgerichte besloten vennootschap [geïntimeerde] Klinieken B.V. De vraag die partijen verdeeld houdt, is of [geïntimeerde] de Overeenkomst in persoon is aangegaan (zoals door Van de Kolk wordt gesteld) dan wel dat hij die heeft gesloten in zijn hoedanigheid van bestuurder van [geïntimeerde] Klinieken B.V. (het verweer van [geïntimeerde] ). Zoals ook de rechtbank tot uitgangspunt heeft genomen hangt het antwoord op die vraag af van hetgeen [geïntimeerde] en WTS daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mogen afleiden. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang, waarbij betekenis toe kan komen aan feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na het moment van sluiten van de Overeenkomst.

4.4

Gelet op de bewijslastverdeling in deze zaak rust op Van de Kolk de bewijslast van haar stelling dat WTS met [geïntimeerde] de Overeenkomst heeft gesloten.

4.5

Van de Kolk heeft gesteld dat de Overeenkomst op naam van [geïntimeerde] is gesteld en dat door [geïntimeerde] niet is verklaard dat hij namens een vennootschap optrad. Hij heeft een visitekaartje overhandigd, waaruit blijkt dat hij als eenmanszaak opereerde.

4.6

[geïntimeerde] heeft in zijn verweer gewezen op het feit dat de facturen van WTS op naam van [geïntimeerde] Klinieken B.V. zijn gesteld, evenals de geldleningsovereenkomst. Ook de betalingsherinneringen zijn aan [geïntimeerde] Klinieken B.V. gericht. Verder heeft [geïntimeerde] gewezen op diverse tekeningen en het onderhoudscontract, in welke stukken steeds de naam ‘ [geïntimeerde] Klinieken’ is gebruikt en het door WTS verstrekte rapport van luchtmeting op naam van [geïntimeerde] Klinieken B.V., met daarbij een certificaat op naam van [geïntimeerde] Klinieken. [geïntimeerde] heeft daarnaast gewezen op de door [geïntimeerde] Klinieken B.V. gesloten huurovereenkomst voor het pand, de leaseovereenkomst voor de apparatuur en de financieringsovereenkomst met de bank.

4.7

Het hof leidt uit de stukken af dat partijen gedurende enkele jaren in gesprek zijn geweest over de plannen van [geïntimeerde] om een medische kliniek te openen in Amsterdam. Die oriënterende gesprekken hebben enige jaren in beslag genomen. Aanvankelijk bestond [geïntimeerde] Klinieken B.V. nog niet; die vennootschap is in de oriënterende fase, maar nog voor de ondertekening van de Overeenkomst, opgericht. [geïntimeerde] heeft niet gesteld dat in de onderhandelingen voorafgaand aan het sluiten van de Overeenkomst expliciet door hem is verklaard dat hij optrad namens [geïntimeerde] Klinieken B.V. Evenmin is door Van de Klok aangevoerd dat expliciet over de vraag wie contractspartij was is gesproken. Tegen het oordeel van de rechtbank dat aan een visitekaartje van [geïntimeerde] zonder toelichting geen betekenis toekomt is niet gegriefd. Van de Klok stelt dat [geïntimeerde] dit kaartje heeft overhandigd tijdens een bespreking en dat daaruit zou blijken dat [geïntimeerde] optrad als eenmanszaak. [geïntimeerde] heeft betwist dat hij dit visitekaartje toen heeft overhandigd en Van de Klok is er vervolgens niet meer op teruggekomen. De gang van zaken met betrekking tot het visitekaartje geeft dan ook geen steun aan de stelling van Van der Kolk dat hij met [geïntimeerde] , optredend pro se heeft gecontracteerd.

4.8

Met die in 4.7 genoemde omstandigheden als vertrekpunt wijzen de door [geïntimeerde] genoemde feiten en omstandigheden er naar het oordeel van het hof op dat het voor beide partijen – niet alleen [geïntimeerde] , maar ook WTS – de wederzijds kenbare bedoeling is geweest dat [geïntimeerde] Klinieken B.V. de contractspartij van WTS zou zijn. Het hof kent daarbij met name betekenis toe aan het feit dat in de Overeenkomst is opgenomen (zie 2.6) dat een bedrag van € 50.000,- van de aanneemsom tegen een rente van 8% zal worden geleend en dat in de overeenkomst van geldlening aan deze afspraak wordt gerefereerd (zie 2.8). De beide contracten, waarin deze afspraken aan elkaar zijn gekoppeld, zijn door WTS opgesteld. Dat, zoals Van de Kolk heeft aangevoerd, de geldleningsovereenkomst een separaat gesloten overeenkomst is met [geïntimeerde] Klinieken B.V. naast de Overeenkomst met [geïntimeerde] blijkt niet uit de tekst van de geldleningsovereenkomst. Dat beide partijen voor ogen heeft gestaan om voor dezelfde schuld twee debiteuren – [geïntimeerde] en [geïntimeerde] Klinieken B.V.- aansprakelijk te laten zijn, of dat [geïntimeerde] Klinieken B.V. als debiteur voor [geïntimeerde] in de plaats is gekomen, is daarin niet terug te vinden.
Ook de op naam van [geïntimeerde] Klinieken B.V. gestelde facturen en de aanmaningen nadien wijzen op de bedoeling van partijen om [geïntimeerde] Klinieken B.V. contractspartij te laten zijn. De vermelding van de naam ‘ [geïntimeerde] Klinieken’ op de andere stukken ondersteunt dat.
Het feit dat de huurovereenkomst voor het pand waarin de medische kliniek is gevestigd, de leaseovereenkomst voor de apparatuur en de financieringsovereenkomst met de bank door de besloten vennootschap zijn gesloten waren niet aan WTS bekend ten tijde van het aangaan van de Overeenkomst, maar dat neemt niet weg dat deze feiten wel steun geven aan de stelling van [geïntimeerde] dat hij ook de Overeenkomst voor [geïntimeerde] Klinieken B.V. en niet voor zichzelf heeft willen sluiten. Gezien die overeenkomsten ligt immers niet voor de hand dat [geïntimeerde] juist de Overeenkomst in eigen naam en voor eigen rekening heeft willen sluiten.

4.9

Aan het feit dat de Overeenkomst niet op naam van [geïntimeerde] Klinieken B.V. is gesteld en door [geïntimeerde] is ondertekend, zoals op zich terecht door Van de Kolk ter onderbouwing van haar stelling is aangevoerd, komt, afgezet tegen de hiervoor in 4.6 en 4.7 genoemde context en feiten en omstandigheden, geen zodanig gewicht toe dat op grond daarvan gebondenheid van [geïntimeerde] in persoon aan de Overeenkomst kan worden aangenomen.

4.10

De verklaringen die door de heer [B] en de heer [C] in eerste aanleg als getuigen zijn afgelegd in het kader van de aan Van de Kolk gegeven bewijsopdracht zijn onvoldoende overtuigend. De verklaring van de heer [B] omtrent de ten naamstelling van de facturen op naam van [geïntimeerde] Klinieken B.V. - dit zou op verzoek van [geïntimeerde] zijn gebeurd - laat open de mogelijkheid dat de Overeenkomst door [geïntimeerde] Klinieken B.V. is gesloten. De verklaring omtrent de geldleningsovereenkomst - die zou op verzoek van de heer [geïntimeerde] op naam van [geïntimeerde] Klinieken zijn gezet om een extra verhaalsmogelijkheid te creëren - vindt geen steun, zoals hiervoor al overwogen, in de tekst van de door WTS opgestelde geldleningsovereenkomst, noch in andere stukken of in de getuigenverklaring van de heer [C] , wiens verklaring over de geldleningsovereenkomst daarvoor te weinig specifiek is. Het hof acht dan ook, evenals de rechtbank, niet bewezen dat [geïntimeerde] in persoon de Overeenkomst met WTS is aangegaan.

4.11

Het hof ziet geen aanleiding om Van de Kolk in de gelegenheid te stellen nader bewijs te leveren, nu zij in hoger beroep geen bewijsaanbod heeft gedaan.

4.12

De grieven stuiten op het voorgaande af. Het hof zal het vonnis van 4 mei 2016 vernietigen en het eindvonnis van 4 januari 2017 (zoals verbeterd bij herstelvonnis van

22 februari 2017) bekrachtigen.

4.13

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof Van de Kolk in de kosten van het hoger beroep veroordelen. Het hof stelt die kosten aan de zijde van [geïntimeerde] vast op

€ 1.628,- voor verschotten ( griffierecht) en op € 6.322,- voor salaris conform het liquidatietarief (2 punten, tariefgroep V per 1 mei 2018).

5 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad van 4 mei 2016 en van 4 januari 2017 (zoals verbeterd bij herstelvonnis van 22 februari 2017);

veroordeelt Van de Kolk in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 1.628,- voor verschotten en op € 6.322,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. G. van Rijssen, mr. J. Smit en mr. H.M. Fahner en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op

15 mei 2018.