Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:4191

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
02-05-2018
Datum publicatie
09-05-2018
Zaaknummer
210001344-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Grootschalige internetoplichting. Deelvrijspraken ten aanzien van de feiten waarvan verdachte naar algemeen spraakgebruik heeft bekend te hebben opgelicht: geen sprake van oplichting als bedoeld in art. 326 Sr. Het hof komt tot een bewezenverklaring van negen feiten en betrekt in de strafoplegging 62 ad informandum gevoegde feiten. Gelet op onder meer de doordachte constructie, de lange periode waarin de oplichting telkens werd gepleegd, het aantal gedupeerden en de financiële schade wordt verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2018/113
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001344-17

Uitspraak d.d.: 2 mei 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 1 maart 2017 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 08-955929-13 en 08-910051-16, 08-910079-15, 08-951484-13, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 18 april 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. N. El Farougui, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en een andere strafoplegging komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 08-955929-13:

1:
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2011 tot en met 3 november 2011 te Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 1] heeft bewogen tot de afgifte van 54 euro, in elk geval van enig goed, hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een advertentie op internet geplaatst en/of (vervolgens) in of meer mailberichten zich voorgedaan als [valse naam 1] en daarbij aangegeven dat de code voor het spel nog niet is gebruikt en/of nog meer computerspellen heeft aangeboden en/of (vervolgens) een prijs heeft bepaald, waardoor die [benadeelde 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2:
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 juli 2012 tot en met 28 juli 2012 te Enschede en/of elders in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 2] heeft bewogen tot de afgifte van 259 euro, in elk geval van enig goed, hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een advertentie op de website " [website 2] " geplaatst en in die advertentie een iPad te koop heeft aangeboden en/of (vervolgens) per mail aan die [benadeelde 2] per mail meegedeeld dat de tablet van maandag tot en met vrijdag opgehaald zou kunnen worden tussen 09.00 uur en 13.00 uur aan de [adres] te Enschede, waardoor die [benadeelde 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3:
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 augustus 2012 tot en met 7 augustus 2012 te Enschede en/of elders in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 3] heeft bewogen tot de afgifte van 316,75 euro, in elk geval van enig goed, hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een advertentie voor een iPhone op de website [website 3] geplaatst en/of (vervolgens) per mail aan die [benadeelde 3] meegedeeld dat het bod van 310 wordt geaccepteerd en/of dat het een nieuwe is in doos met 24 maanden Apple garantie en/of dat het voor het verzenden 6,75 euro in rekening wordt gebracht en dat het pakketje dan ook gevolgd kan worden, waardoor [benadeelde 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Zaak met parketnummer 08-951484-13 (gevoegd):

1:
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 8 februari 2012 te Enschede en/of elders in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 4] heeft bewogen tot de afgifte van 7.879 euro, in elk geval van enig geldbedrag, hebben de verdachte en/of zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een advertentie op internet ( [website 4] ) geplaatst waarin iPhones werden verkocht en/of in deze site verwezen naar een andere internetsite ( [website 8] ) en/of op deze site elektronica producten te koop aangeboden en/of per mail 5% korting aangeboden als er meer dan 20 apparaten werden aangeboden en/of vervolgens die [benadeelde 4] een telefoonnummer verstrekt waarmee contact kon worden opgenomen en/of vervolgens zich gedurende een telefoongesprek zich voorgedaan als [valse naam 4] en/of vervolgens een korting van 20% gegeven, waardoor die [benadeelde 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2:
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 mei 2013 tot en met 02 juni 2013 te Enschede en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 5] heeft bewogen tot de afgifte van 180 euro, in elk geval van enig geldbedrag, hebben de verdachte en/of zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid op een internetsite ( [website 1] ) een advertentie geplaatst waarin barbecues werden aangeboden en/of vervolgens per mail bericht aan die [benadeelde 5] heeft meegedeeld dat de Weberq120 ook zonder stand wordt aangeboden en/of dat de prijs voor deze barbecue 189 euro inclusief btw bedraagt en inclusief zijpanelen en/of dat deze alleen in een zwarte uitvoering geleverd kan worden en/of dat betaling via overschrijving dient te gebeuren en dat na ontvangst van de betaling dezelfde werkdag wordt verzonden, waardoor [benadeelde 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Zaak met parketnummer 08-910079-15 (gevoegd):

1:
hij op of omstreeks 04 maart 2013, althans in de periode van 04 maart 2013 tot en met 04 juli 2013, te Huizen en/althans te Hengelo en/althans te Enschede, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 6] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten: 379 euro, hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid op internet via een advertentie op [website 1] een keukenmachine te koop aangeboden en/of (vervolgens) in een mailbericht voornoemde [benadeelde 6] verwezen naar een website www. [website 5] , omdat [benadeelde 6] via die website de bedoelde keukenmachine zou kunnen/moeten bestellen, waardoor [benadeelde 6] een bestelling heeft geplaatst en werd bewogen tot bovenomschreven afgifte van 379 euro door dit bedrag over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] , welk rekeningnummer op naam gesteld is/was van verdachte en/of de/een mededader(s) van verdachte;

2:
hij op of omstreeks 10 november 2010, althans in de periode van 10 november 2010 tot en met 11 november 2010, te Terneuzen en/althans te Den Haag en/althans te Hengelo en/althans te Enschede, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 7] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten: 249 euro, hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid: op internet via een advertentie op [website 1] een (Apple) iPhone te koop aangeboden en/of op internet in een/die [website 1] -advertentie en/of (vervolgens) in een (onder meer) (mail) contact met voornoemde [benadeelde 7] contactgegevens verstrekt (telefoonnummer, mailadres, rekeningnummer) zodat [benadeelde 7] kon overgaan tot het bestellen van een/de genoemde iPhone, waardoor [benadeelde 7] een bestelling heeft geplaatst en werd bewogen tot bovenomschreven afgifte van 249 euro door dit bedrag over te maken op rekeningnummer 542567997, althans een rekeningnummer, welk rekeningnummer op naam gesteld is/was van verdachte en/of de/een mededader(s) van verdachte;

Zaak met parketnummer 08-910051-16 (gevoegd):

1:
hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 8 maart 2013, te Enschede en/of te Eindhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 8] heeft bewogen tot de afgifte van 389 euro, althans van enig goed, hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) zich voorgedaan als bonafide bedrijf in elektronica en/of op internet via een advertentie op [website 1] en/of via een webshop een iPhone 4S 16 GB te koop aangeboden en/of (vervolgens) via telefonisch contact voornoemde [benadeelde 8] verwezen naar een website www. [website 6] , omdat [benadeelde 8] via die website de bedoelde iPhone zou kunnen/moeten bestellen, waardoor [benadeelde 8] een bestelling heeft geplaatst en werd bewogen tot bovenomschreven afgifte van 389 euro door dit bedrag over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] , welk rekeningnummer op naam gesteld is/was van verdachte en/of de/een mededader(s) van verdachte en/of [naam] , terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) niet van plan was/waren om die iPhone te leveren;

2:
hij in of omstreeks de periode van 27 april 2013 tot en met 15 mei 2013, te Enschede en/of te Duiven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 9] heeft bewogen tot de afgifte 77,90 euro, althans van enig goed, hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) zich voorgedaan als bonafide bedrijf in speelgoed en/of op internet via een advertentie op [website 1] en/of via een webshop van de [speelgoedwinkel] (onderdeel van [winkelketen] ) Lego te koop aangeboden en/of (vervolgens) via telefonisch contact voornoemde [benadeelde 9] verwezen naar een website www. [website 7] , omdat [benadeelde 9] via die website de bedoelde Lego zou kunnen/moeten bestellen, waardoor [benadeelde 9] een bestelling heeft geplaatst van Lego City de Mijn 4204 en/of City Mijnbouwtruck 4202 en werd bewogen tot bovenomschreven afgifte van 77,90 euro door dit bedrag over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] , welk rekeningnummer op naam gesteld is/was van verdachte en/of de/een mededader(s) van verdachte, terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s)niet van plan was/waren om die Lego te leveren;

3:
hij op of omstreeks 30 april 2013, te Enschede en/of te Maassluis, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 10] heeft bewogen tot de afgifte 138,85 euro, althans van enig goed, hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) zich voorgedaan als bonafide bedrijf in speelgoed en/of op internet via een advertentie op [website 1] en/of via een webshop van de [speelgoedwinkel] (onderdeel van [winkelketen] ) Lego te koop aangeboden en/of (vervolgens) via telefonisch contact voornoemde [benadeelde 10] verwezen naar een website www. [website 7] , omdat [benadeelde 10] via die website de bedoelde Lego zou kunnen/moeten bestellen, waardoor [benadeelde 10] een bestelling heeft geplaatst van Lego City Rode vrachttrein 3677 en werd bewogen tot bovenomschreven afgifte van 138,85 euro door dit bedrag over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] , welk rekeningnummer op naam gesteld is/was van verdachte en/of de/een mededader(s) van verdachte, terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) niet van plan was/waren om die Lego te leveren.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep een bekennende verklaring afgelegd. Hij heeft aangegeven in de periode van 2008 tot 2015 veelvuldig mensen via internet te hebben opgelicht. Omstreeks 2011 is hij samen gaan werken met medeverdachte [medeverdachte 1] en anderhalf jaar later ook met medeverdachte [medeverdachte 2] .

Niettemin heeft de raadsvrouw betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat geen sprake is van oplichting nu aangevers niet mede bewogen zijn tot afgifte van geld door een door verdachte gebruikt oplichtingsmiddel. Het enkele plaatsen van een advertentie onder een valse naam en het niet leveren van het daarin aangeboden product leveren geen oplichting op zoals bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht, aldus de raadsvrouw.

Het hof stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van oplichting is vereist dat de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling in het leven heeft willen roepen teneinde daarvan misbruik te maken. Daartoe moet de verdachte een of meer van de in artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot afgifte van een goed, het verlenen van een dienst, het beschikbaar stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld.

Ten aanzien van de zaken van aangevers [benadeelde 1] , [benadeelde 5] en [benadeelde 7] overweegt het hof als volgt. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast. Verdachte en zijn medeverdachten hebben via internet koopovereenkomsten gesloten met voornoemde aangevers en daarbij niet de betaalde goederen geleverd. Zij hebben daarbij gebruik gemaakt van een valse naam, te weten [valse naam 1] , [valse naam 2] en [valse naam 3] .

Aangeefster [benadeelde 1] heeft verklaard dat zij graag een spel wilde kopen dat werd aangeboden in een advertentie op [website 1] en vroeg wat het zou gaan kosten. Desgevraagd gaf aangeefster aan geïnteresseerd te zijn in meerdere spellen, waarop zij drie spellen bestelde. Na betaling heeft zij de spellen nooit ontvangen.

In de zaak van aangever [benadeelde 5] blijkt uit zijn aangifte en de daarbij gevoegde

e-mailberichten dat aangever een barbecue wilde kopen die op [website 1] te koop werd aangeboden. Desgevraagd gaf verdachte of zijn medeverdachte op dat de barbecue niet diezelfde avond geleverd kon worden, omdat deze opgeslagen stond in een depot. Vervolgens heeft aangever het geld overgemaakt.

Uit de aangifte van [benadeelde 7] en de daarbij gevoegde e-mailberichten leidt het hof af dat verdachte en zijn medeverdachten een advertentie op [website 1] hebben geplaatst waarin een Apple iPhone werd aangeboden. Verdachte of zijn medeverdachte heeft een

e-mailbericht gestuurd inhoudende dat het een nieuwe telefoon betrof die opgehaald kon worden in Terneuzen (Zeeland) en deze nieuw werd verkocht omdat verkoopster niet goed met een moderne telefoon uit de voeten kon. Hoewel aangeefster niet de bon had ontvangen waar zij om had gevraagd, heeft zij niettemin het geld overgemaakt, waarna zij vervolgens niets geleverd heeft gekregen.

Het hof is van oordeel dat op grond van het vorenstaande onvoldoende aannemelijk is geworden dat mede onder invloed van het door verdachte en zijn medeverdachten gebruikte oplichtingsmiddel – bestaande uit het aannemen van een valse naam – een onjuiste voorstelling in het leven heeft geroepen, waardoor aangevers zijn bewogen tot afgifte van geld. In de kern houdt dit immers niet meer in dan dat verdachte in strijd met zijn toezegging te zullen leveren dat niet heeft gedaan. Het aannemen van een valse naam is op de betaling door aangevers niet van invloed. Evenmin is uit de aangiften of het dossier gebleken dat voor genoemde aangevers een valse hoedanigheid als ten laste gelegd van betekenis is geweest voor hun handelen. Van listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels jegens deze aangevers is niet gebleken nu slechts vast staat dat één enkele leugenachtige verklaring inhoudende dat zou worden geleverd is gegeven en dit op basis van de wetshistorie en jurisprudentie onvoldoende is voor het bewijs van oplichting als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht. Dat verdachte naar algemeen spraakgebruik heeft bekend hen te hebben opgelicht, doet er niet aan af dat in deze gevallen niet gebleken is van oplichting als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht, zodat verdachte van het in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 1 en in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 2 en in de zaak met parketnummer 08-910079-15 onder 2 tenlastegelegde zal worden vrijgesproken.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Ten aanzien van de zaken van aangevers [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] , [benadeelde 10] en [benadeelde 6] verwerpt het hof het door de raadsvrouw gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak. Het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daartoe als volgt. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast. Verdachte en zijn medeverdachten hebben via internet koopovereenkomsten gesloten met voornoemde aangevers en daarbij niet de betaalde goederen geleverd. Uitgezonderd de zaak van aangever [benadeelde 3] hebben verdachte en zijn medeverdachten daarbij niet alleen gebruik gemaakt van een valse naam, maar zelfs een webshop opgezet, waardoor zij zich voordeden als een professionele en betrouwbare verkoper.

Aangever [benadeelde 2] heeft hierover verklaard dat op [website 2] een iPad werd aangeboden die hij van maandag tot en met vrijdag tussen 09:00 uur en 13:00 uur kon ophalen op het adres [adres] te Enschede. Nadat aangever het adres had opgezocht op Google Maps, ontdekte dat hij op het desbetreffende adres een telecomwinkel gevestigd was, waardoor hij erop vertrouwde dat de aankoop via het internet goed zou verlopen.

Uit de bij de aangifte gevoegde e-mailwisseling van aangever [benadeelde 3] volgt dat hij is overgegaan tot de betaling van de koopsom nadat verdachte of zijn medeverdachte hem desgevraagd had medegedeeld dat het een nieuwe telefoon in doos betrof waarbij 24 maanden Apple-garantie werd gegeven. Er waren verzendkosten aan verbonden en de levering zou met track en trace plaatsvinden. [benadeelde 3] besloot hierop de iPhone te bestellen en heeft deze betaald.

In de zaak van aangeefster [benadeelde 4] hebben verdachte en zijn medeverdachten een advertentie op [website 4] geplaatst waarin zij nieuwe iPhones aanboden voor een lager bedrag dan gebruikelijk, hetgeen aangeefster aantrekkelijk vond. Aangeefster zag dat in de advertentie werd doorverwezen naar [website 8] en dat zij bij afname van meer dan 20 telefoons een korting van vijf procent zou ontvangen. Daarop besloot zij familie en vrienden te vragen of zij ook interesse hadden in een telefoon. Na veelvuldig e-mailcontact met het bedrijf deelde ‘ [valse naam 4] ’ haar telefonisch mede dat zij bij die hoeveelheid een korting zou krijgen van 20 procent. Aangeefster is vervolgens overgegaan tot betaling van een koopsom van bijna achtduizend euro maar heeft de iPhones nooit geleverd gekregen.

Aangever [benadeelde 8] had telefonisch contact gehad met de winkel [naam] . Via de website bestelde hij vervolgens een mobiele telefoon, waarbij hij de betaling door middel van iDEAL internetbankieren heeft voldaan. Aangever ontving meerdere e-mails met de status van zijn bestelling (ontvangen en verwerkt), maar nadat hij meermalen tevergeefs het bedrijf telefonisch getracht heeft te bereiken, kreeg aangever uiteindelijk geen toegang meer tot de status van zijn bestelling en was de website niet meer beschikbaar.

Ook aangevers [benadeelde 9] , [benadeelde 10] en [benadeelde 6] reageerden op een internetadvertentie waarin werd doorverwezen naar een webshop, te weten in de eerste twee zaken naar [website 9] en in de laatste naar [website 5] .

Aangeefster [benadeelde 10] verklaart dat zij via [website 1] werd verwezen naar de webshop, vervolgens voor een totaalbedrag van € 138,85 aan items heeft besteld, waarna zij één uur later direct een e-mail ontving, inhoudende dat ‘de bestelling was ontvangen en dat deze wachtte op betaling’, waarop zij diezelfde avond het totaalbedrag heeft overgemaakt. Aangeefster [benadeelde 6] verklaart dat zij professioneel werd verwezen naar de webshop, dat daarbij een PayPal garantie werd aangeboden, waarna zij besloot een bestelling te plaatsen.

Het hof is van oordeel dat verdachte en zijn medeverdachten uitvoering hebben gegeven aan een tevoren bedacht plan om aangevers op te lichten en geld afhandig te maken en van meet af aan niet de bedoeling hebben gehad de door hen aangeboden goederen te leveren. Zij hebben daarbij telkens opzettelijk de valse hoedanigheid van bonafide verkoper aangenomen en zich tevens daarbij voorgedaan als een bedrijf door een bedrijfsnaam aan te nemen, webshop te maken, garanties te geven en/of de mogelijkheid geboden door middel van iDEAL of PayPal te betalen. Hierdoor hebben zij bij aangevers een onjuiste voorstelling van zaken gegeven en daarmee het vertrouwen gewekt dat zij met een betrouwbare wederpartij te maken hadden, waardoor zij mede zijn bewogen tot de afgifte van geld. Verdachte heeft hierbij nauw en bewust samengewerkt met zijn medeverdachten en misbruik gemaakt van het in het maatschappelijk verkeer geldend gedragspatroon. Door het gebruik van valse namen en het doelbewust gebruik maken van openbare wifi-netwerken werd het achterhalen van verdachten en het verhaal op hen bemoeilijkt. Het hof komt daarmee tot een bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 1 en in de zaak met parketnummer 08-910079-15 onder 1 en in de zaak met parketnummer 08-910051-16 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 1 en in de zaak met parketnummer 08-910079-15 onder 1 en in de zaak met parketnummer 08-910051-16 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 08-955929-13:

2:
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 juli 2012 tot en met 28 juli 2012 te Enschede en/of elders in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 2] heeft bewogen tot de afgifte van 259 euro, in elk geval van enig goed, heeft/hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een advertentie op de website " [website 2] " geplaatst en in die advertentie een iPad te koop heeft aangeboden en/of (vervolgens) per e-mail aan die [benadeelde 2] meegedeeld dat de tablet van maandag tot en met vrijdag opgehaald zou kunnen worden tussen 09.00 uur en 13.00 uur aan de [adres] te Enschede, waardoor die [benadeelde 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3:
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 augustus 2012 tot en met 7 augustus 2012 te Enschede en/of elders in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 3] heeft bewogen tot de afgifte van 316,75 euro, in elk geval van enig goed, heeft/hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een advertentie voor een iPhone op de website [website 3] geplaatst en/of (vervolgens) per e-mail aan die [benadeelde 3] meegedeeld dat het bod van 310 wordt geaccepteerd en/of dat het een nieuwe is in doos met 24 maanden Apple garantie en/of dat het voor het verzenden 6,75 euro in rekening wordt gebracht en dat het pakketje dan ook gevolgd kan worden, waardoor [benadeelde 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Zaak met parketnummer 08-951484-13 (gevoegd):

1:
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 8 februari 2012 te Enschede en/of elders in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 4] heeft bewogen tot de afgifte van 7.879 euro, in elk geval van enig geldbedrag, heeft/hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een advertentie op internet ( [website 4] ) geplaatst waarin iPhones werden verkocht en/of in deze site verwezen naar een andere internetsite ( [website 8] ) en/of op deze site elektronica producten te koop aangeboden en/of per e-mail 5% korting aangeboden als er meer dan 20 apparaten werden aangeboden en/of vervolgens die [benadeelde 4] een telefoonnummer verstrekt waarmee contact kon worden opgenomen en/of vervolgens zich gedurende een telefoongesprek zich voorgedaan als [valse naam 4] en/of vervolgens een korting van 20% gegeven, waardoor die [benadeelde 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Zaak met parketnummer 08-910079-15 (gevoegd):

1:
hij op of omstreeks 04 maart 2013, althans in de periode van 04 maart 2013 tot en met 04 juli 2013, te Huizen en/althans te Hengelo en/althans te Enschede, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 6] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten: 379 euro, heeft/hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid op internet via een advertentie op [website 1] een keukenmachine te koop aangeboden en/of (vervolgens) in een mailbericht voornoemde [benadeelde 6] verwezen naar een website www. [website 5] , omdat [benadeelde 6] via die website de bedoelde keukenmachine zou kunnen/moeten bestellen, waardoor [benadeelde 6] een bestelling heeft geplaatst en werd bewogen tot bovenomschreven afgifte van 379 euro door dit bedrag over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] , welk rekeningnummer op naam gesteld is/was van verdachte en/of de/een mededader(s) van verdachte;


Zaak met parketnummer 08-910051-16 (gevoegd):

1:
hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 8 maart 2013, te Enschede en/of te Eindhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 8] heeft bewogen tot de afgifte van 389 euro, althans van enig goed, heeft/hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als bonafide bedrijf in elektronica en/of op internet via een advertentie op [website 1] en/of via een webshop een iPhone 4S 16 GB te koop aangeboden en/of (vervolgens) via telefonisch contact voornoemde [benadeelde 8] verwezen naar een website www. [website 6] , omdat [benadeelde 8] via die website de bedoelde iPhone zou kunnen/moeten bestellen, waardoor [benadeelde 8] een bestelling heeft geplaatst en werd bewogen tot bovenomschreven afgifte van 389 euro door dit bedrag over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] , welk rekeningnummer op naam gesteld is/was van verdachte en/of de/een mededader(s) van verdachte en/of [naam] , terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) niet van plan was/waren om die iPhone te leveren;

2:
hij in of omstreeks de periode van 27 april 2013 tot en met 15 mei 2013, te Enschede en/of te Duiven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 9] heeft bewogen tot de afgifte 77,90 euro, althans van enig goed, heeft/hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) zich voorgedaan als bonafide bedrijf in speelgoed en/of op internet via een advertentie op [website 1] en/of via een webshop van de [speelgoedwinkel] (onderdeel van [winkelketen] ) Lego te koop aangeboden en/of (vervolgens) via telefonisch contact voornoemde [benadeelde 9] verwezen naar een website www. [website 7] , omdat [benadeelde 9] via die website de bedoelde Lego zou kunnen/moeten bestellen, waardoor [benadeelde 9] een bestelling heeft geplaatst van Lego City de Mijn 4204 en/of City Mijnbouwtruck 4202 en werd bewogen tot bovenomschreven afgifte van 77,90 euro door dit bedrag over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] , welk rekeningnummer op naam gesteld is/was van verdachte en/of de/een mededader(s) van verdachte, terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) niet van plan was/waren om die Lego te leveren;

3:
hij op of omstreeks 30 april 2013, te Enschede en/of te Maassluis, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 10] heeft bewogen tot de afgifte 138,85 euro, althans van enig goed, heeft/hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) zich voorgedaan als bonafide bedrijf in speelgoed en/of op internet via een advertentie op [website 1] en/of via een webshop van de [speelgoedwinkel] (onderdeel van [winkelketen] ) Lego te koop aangeboden en/of (vervolgens) via telefonisch contact voornoemde [benadeelde 10] verwezen naar een website www. [website 7] , omdat [benadeelde 10] via die website de bedoelde Lego zou kunnen/moeten bestellen, waardoor [benadeelde 10] een bestelling heeft geplaatst van Lego City Rode vrachttrein 3677 en werd bewogen tot bovenomschreven afgifte van 138,85 euro door dit bedrag over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] , welk rekeningnummer op naam gesteld is/was van verdachte en/of de/een mededader(s) van verdachte, terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) niet van plan was/waren om die Lego te leveren.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 1 en in de zaak met parketnummer 08-910079-15 onder 1 en in de zaak met parketnummer 08-910051-16 onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde levert op:

telkens:

medeplegen van oplichting.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen – en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden – dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ten minste tientallen oplichtingen waarbij gelet op de omvang en de lange periode waarin de feiten zijn gepleegd grote financiële schade is toegebracht. De maatschappelijke impact van zijn handelen is eveneens groot. Verdachte en zijn medeverdachten hebben het vertrouwen en de verwachtingen van de slachtoffers in internethandel aanzienlijk beschaamd door op slinkse wijze geld van hen afhandig te maken. Daartoe hebben zij onder meer gebruik gemaakt van valse, zelf gebouwde webshops. Verdachte heeft op geen enkele wijze rekening gehouden met de gevoelens van zijn slachtoffers en enkel gedacht aan zijn eigen financiële gewin. Dit rekent het hof verdachte zwaar aan. Verdachte heeft verklaard dat hij gedurende de periode van 2008 tot 2015 mensen heeft opgelicht. Het feit dat hij in 2013 in verzekering is gesteld en wist wat hem boven het hoofd hing, heeft hem er kennelijk niet van weerhouden zijn oplichtingspraktijken voort te zetten.

De advocaat-generaal heeft gevorderd een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van elf maanden. Gelet op de doordachte constructie, de lange periode waarin de oplichting telkens werd gepleegd, het aantal gedupeerden, de financiële schade en het door verdachte in internetcommunicatie gekwetste vertrouwen is het hof van oordeel dat de straf zoals door de advocaat-generaal is gevorderd geen recht doet aan de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd. Mede in aanmerking genomen het gemak waarmee verdachte de feiten heeft gepleegd en het gevaar dat dit meebrengt dat hij opnieuw soortgelijke feiten zal plegen, is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf – deels voorwaardelijk – passend en geboden is, met daarbij de bijzondere voorwaarden dat verdachte zich zal melden bij Tactus en zal meewerken aan onder meer een ambulante behandeling.

Het hof stelt vast dat de behandeling van de zaak in eerste aanleg niet binnen de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM is afgedaan met een eindbeslissing. De overschrijding in eerste aanleg bedraagt meer dan twaalf maanden. Het hof is van oordeel dat deze overschrijding een matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben. Het hof merkt daarbij op dat deze overschrijding deels aan de verdediging kan worden toegeschreven nu de raadsvrouw herhaaldelijk niet voorafgaand aan de zitting maar ter zitting pas mededeelde niet over het volledige dossier te beschikken, waardoor de zitting geen doorgang kon vinden. In beginsel acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk passend en geboden. Het hof zal, gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf verkleinen. Het hof zal verdachte 24 maanden gevangenisstraf waarvan tien maanden voorwaardelijk opleggen.

Bij de strafoplegging zijn in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaken, vermeld op zowel de dagvaarding met parketnummer 08-955929-13 als de dagvaarding met parketnummer 08-951484-13 in eerste aanleg. Verdachte heeft bekend die feiten te hebben begaan.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 259,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 316,75. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 512,92. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 08-910079-15 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 249,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910079-15 onder 2 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 389,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 08-910051-16 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 166,32. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 08-910051-16 onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 10]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 138,85. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 08-910051-16 onder 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 222,40. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Als gevolg van de op 1 januari 2011 in werking getreden Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer bestaat in het strafproces de mogelijkheid dat met betrekking tot ad informandum gevoegde strafbare feiten (als zodanig benoemd op de dagvaarding) een benadeelde partij zich kan voegen met een vordering tot schadevergoeding en de rechter een schadevergoedingsmaatregel kan opleggen ingeval die feiten door de verdachte zijn erkend en daar bij de strafoplegging rekening mee is gehouden. Dit geldt slechts voor strafbare feiten begaan op of na 1 januari 2011. Met betrekking tot vóór 1 januari 2011 begane strafbare feiten, die ad informandum op de dagvaarding zijn vermeld, bestaat dus niet de mogelijkheid van voeging als benadeelde partij of oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.

De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 12]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 326,75. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Als gevolg van de op 1 januari 2011 in werking getreden Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer bestaat in het strafproces de mogelijkheid dat met betrekking tot ad informandum gevoegde strafbare feiten (als zodanig benoemd op de dagvaarding) een benadeelde partij zich kan voegen met een vordering tot schadevergoeding en de rechter een schadevergoedingsmaatregel kan opleggen ingeval die feiten door de verdachte zijn erkend en daar bij de strafoplegging rekening mee is gehouden. Dit geldt slechts voor strafbare feiten begaan op of na 1 januari 2011. Met betrekking tot vóór 1 januari 2011 begane strafbare feiten, die ad informandum op de dagvaarding zijn vermeld, bestaat dus niet de mogelijkheid van voeging als benadeelde partij of oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.

De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 13]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.018,15. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 6 gevoegde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 14]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 415,75. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 9 gevoegde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 15]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 131,75. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 10 gevoegde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 16]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 156,75. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 11 gevoegde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 17]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 132,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 12 gevoegde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 18]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 50,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 14 gevoegde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 19]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 170,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 16 gevoegde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 20]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 165,75. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 19 gevoegde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 21]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 156,75. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 20 gevoegde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 22]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 109,95. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 21 gevoegde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 23]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 110,95. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 23 gevoegde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 24]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 109,95. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 24 gevoegde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 25]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 208,05. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 25 gevoegde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 26]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 778,95. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 26 gevoegde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 27]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 28 gevoegde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 249,00. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 28]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 129,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 31 gevoegde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 29]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 2 gevoegde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 299,00. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 30]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 3 gevoegde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 249,00. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 31]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 5 gevoegde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 478,00. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 32]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 6 gevoegde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 577,00. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 33]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 8 gevoegde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 147,75. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 34]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 9 gevoegde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 93,95. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 35]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 10 gevoegde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 77,90. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 36]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 12 gevoegde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 399,00. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 37]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 13 gevoegde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 85,90. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 38]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 17 gevoegde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 36,95. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 39]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 19 gevoegde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 210,00. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 40]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 22 gevoegde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 311,00. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 41]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 23 gevoegde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 106,70. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 42]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat als gevolg van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 28 gevoegde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer is toegebracht tot een bedrag van € 158,70. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 1 en in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 2 en in de zaak met parketnummer 08-910079-15 onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 1 en in de zaak met parketnummer 08-910079-15 onder 1 en in de zaak met parketnummer 08-910051-16 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 1 en in de zaak met parketnummer 08-910079-15 onder 1 en in de zaak met parketnummer 08-910051-16 onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd:

  • -

    zich binnen drie werkdagen na het onherroepelijk worden van dit arrest moet melden bij Tactus, [adres] en zich vervolgens zal blijven melden op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

  • -

    zal houden aan de aanwijzingen die hem door de reclassering worden gegeven;

  • -

    zal meewerken aan een intake bij de forensische kliniek van JusTact (of een soortgelijke instelling) en mee zal werken aan diagnostiek, een ambulante behandeling en/of training en hij zich daarbij zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 259,00 (tweehonderdnegenenvijftig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 259,00 (tweehonderdnegenenvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 28 juli 2012.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 316,75 (driehonderdzestien euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 3] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 3 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 316,75 (driehonderdzestien euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 6] ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910079-15 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 379,00 (driehonderdnegenenzeventig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op

€ 133,92 (honderddrieëndertig euro en tweeënnegentig cent).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 6] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910079-15 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 379,00 (driehonderdnegenenzeventig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 4 maart 2013.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 7] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 8] ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910051-16 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 389,00 (driehonderdnegenentachtig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 8] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910051-16 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 389,00 (driehonderdnegenentachtig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 8 maart 2013.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 9] ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910051-16 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 77,90 (zevenenzeventig euro en negentig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op

€ 88,42 (achtentachtig euro en tweeënveertig cent).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 9] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910051-16 onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 77,90 (zevenenzeventig euro en negentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 27 april 2013.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 10]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 10] ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910051-16 onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 138,85 (honderdachtendertig euro en vijfentachtig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 10] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-910051-16 onder 3 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 138,85 (honderdachtendertig euro en vijfentachtig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 30 april 2013.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 222,40. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De benadeelde partij kan in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 12]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 326,75. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De benadeelde partij kan in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 13]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 13] ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 6 gevoegde feit tot het bedrag van € 206,75 (tweehonderdzes euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op

€ 811,40 (achthonderdelf euro en veertig cent).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 13] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 6 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 206,75 (tweehonderdzes euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 21 januari 2011.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 14]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 14] ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 9 gevoegde feit tot het bedrag van € 415,75 (vierhonderdvijftien euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 14] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 9 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 415,75 (vierhonderdvijftien euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 8 augustus 2011.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 15]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 15] ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 10 gevoegde feit tot het bedrag van € 131,75 (honderdeenendertig euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 15] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 10 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 131,75 (honderdeenendertig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 15 augustus 2011.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 16]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 16] ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 11 gevoegde feit tot het bedrag van € 156,75 (honderdzesenvijftig euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 16] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 11 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 156,75 (honderdzesenvijftig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 22 augustus 2011.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 17]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 17] ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 12 gevoegde feit tot het bedrag van € 132,00 (honderdtweeëndertig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 17] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 12 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 132,00 (honderdtweeëndertig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 30 augustus 2011.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 18]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 18] ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 14 gevoegde feit tot het bedrag van € 50,00 (vijftig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 18] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 14 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 50,00 (vijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 17 oktober 2011.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 19]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 19] ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 16 gevoegde feit tot het bedrag van € 170,00 (honderdzeventig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 19] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 16 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 170,00 (honderdzeventig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 20 oktober 2011.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 20]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 20] ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 19 gevoegde feit tot het bedrag van € 165,75 (honderdvijfenzestig euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 20] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 19 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 165,75 (honderdvijfenzestig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 11 november 2011.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 21]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 21] ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 20 gevoegde feit tot het bedrag van € 156,75 (honderdzesenvijftig euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 21] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 20 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 156,75 (honderdzesenvijftig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 22]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 22] ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 21 gevoegde feit tot het bedrag van € 109,95 (honderdnegen euro en vijfennegentig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 22] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 21 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 109,95 (honderdnegen euro en vijfennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 2 december 2011.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 23]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 23] ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 23 gevoegde feit tot het bedrag van € 110,95 (honderdtien euro en vijfennegentig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 23] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 23 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 110,95 (honderdtien euro en vijfennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 22 december 2011.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 24]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 24] ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 24 gevoegde feit tot het bedrag van € 109,95 (honderdnegen euro en vijfennegentig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 24] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 24 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 109,95 (honderdnegen euro en vijfennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 28 december 2011.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 25]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 25] ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 25 gevoegde feit tot het bedrag van € 208,05 (tweehonderdacht euro en vijf cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 25] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 25 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 208,05 (tweehonderdacht euro en vijf cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 5 januari 2012.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 26]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 26] ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 26 gevoegde feit tot het bedrag van € 778,95 (zevenhonderdachtenzeventig euro en vijfennegentig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 26] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 26 gevoegd feit een bedrag te betalen van € 778,95 (zevenhonderdachtenzeventig euro en vijfennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 17 januari 2012.

Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 27]

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 27] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 28 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 249,00 (tweehonderdnegenenveertig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 22 mei 2012.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 28]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 28] ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 31 gevoegde feit tot het bedrag van € 129,00 (honderdnegenentwintig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 28] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-951484-13 onder 31 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 129,00 (honderdnegenentwintig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 4 juni 2013.

Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 29]

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 29] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 2 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 299,00 (tweehonderdnegenennegentig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 9 maart 2013.

Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 30]

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 30] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 3 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 249,00 (tweehonderdnegenenveertig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 9 maart 2013.

Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 31]

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 31] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 5 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 478,00 (vierhonderdachtenzeventig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 (negen) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 2 april 2013.

Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 32]

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 32] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 6 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 577,00 (vijfhonderdzevenenzeventig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 11 (elf) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 11 april 2013.

Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 33]

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 33] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 8 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 147,75 (honderdzevenenveertig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 22 april 2013.

Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 34]

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 34] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 9 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 93,95 (drieënnegentig euro en vijfennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 22 april 2013.

Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 35]

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 35] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 10 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 77,90 (zevenenzeventig euro en negentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 23 april 2013.

Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 36]

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 36] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 12 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 399,00 (driehonderdnegenennegentig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 24 april 2013.

Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 37]

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 37] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 13 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 85,90 (vijfentachtig euro en negentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 26 april 2013.

Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 38]

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 38] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 17 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 36,95 (zesendertig euro en vijfennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 4 november 2011.

Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 39]

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 39] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 19 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 210,00 (tweehonderdtien euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 5 februari 2012.

Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 40]

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 40] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 22 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 311,00 (driehonderdelf euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 22 augustus 2012.

Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 41]

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 41] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 23 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 106,70 (honderdzes euro en zeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 18 september 2012.

Schadevergoedingsmaatregel [benadeelde 42]

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 42] , ter zake van het ad informandum in de zaak met parketnummer 08-955929-13 onder 28 gevoegde feit een bedrag te betalen van € 158,70 (honderdachtenvijftig euro en zeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 13 oktober 2012.

Aldus gewezen door

mr. J. Hielkema, voorzitter,

mr. L.J. Bosch en mr. W.M. Weerkamp, raadsheren,

in tegenwoordigheid van K. Elema, griffier,

en op 2 mei 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J. Hielkema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

mr. L.J. Bosch is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 2 mei 2018.

Tegenwoordig:

mr. W.M. Weerkamp, voorzitter,

mr. E.C.A.M. Langenhorst, advocaat-generaal,

mr. S.H. Diepeveen, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.