Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:4146

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-05-2018
Datum publicatie
13-07-2018
Zaaknummer
200.225.880
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Curatele. Nieuw verzoek tot ontslag curator. Geen gewichtige redenen. Kostenveroordeling. 1:385 lid 1 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.225.880

(zaaknummer rechtbank Overijssel 4840648)

beschikking van 1 mei 2018

inzake

[de vader] ,

en

[de moeder] ,

beiden wonende te [plaatsnaam] ,
verzoekers in hoger beroep, verder te noemen: de ouders,

advocaat: mr. T.J.H. Zwiers te Hengelo (O)

en

[de curator] ,

kantoorhoudende te [plaatsnaam] ,

verweerder in hoger beroep, verder te noemen: de curator dan wel [de curator] ,

advocaat: mr. P.G.W. van Wees te Arnhem,

en

JP van den Bent Stichting,

gevestigd te Deventer,

verweerster in hoger beroep, verder te noemen: de stichting,

advocaat: mr. J. Bisschop te Zwolle.

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

[betrokkene] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

verder te noemen: betrokkene.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede, Team Toezicht - Bewindsbureau, van 20 juni 2017, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, verder te noemen: de bestreden beschikking.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met producties, ingekomen op 19 september 2017;

- het verweerschrift van de curator;

- het verweerschrift van de stichting.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 3 april 2018 plaatsgevonden. De ouders zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaat. De curator is eveneens verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. Namens de stichting is [regiodirecteur] , regiodirecteur, verschenen, bijgestaan door haar advocaat. De betrokkene is niet verschenen

3 De feiten

3.1

Betrokkene is geboren op [geboortedatum] te [plaatsnaam] . Verzoekers zijn de ouders van betrokkene.

3.2

Bij beschikking van 17 november 2003 heeft de rechtbank Almelo betrokkene onder curatele gesteld met benoeming van de ouders tot curatoren.

3.3

Bij beschikking van 13 oktober 2015 heeft de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede, de ouders ontslagen als curatoren en [de curator] tot curator benoemd.

Bij beschikking van 4 maart 2016 (onder voormeld zaaknummer 4840648) heeft de kantonrechter het verzoek van [nicht] , een nicht van de ouders en betrokkene (verder te noemen: [nicht] ), tot ontslag van de curator met benoeming van [nicht] tot opvolgend curator aangehouden, totdat dit hof op het hoger beroep tegen de beschikking van 13 oktober 2015 voornoemd zou hebben beslist.

De beschikking van 13 oktober 2015 is vervolgens bij beschikking van dit hof van 24 november 2016 bekrachtigd.

3.4

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de rechtbank op 23 maart 2017, hebben de ouders verzocht om ontslag van de curator met benoeming van henzelf dan wel een derde tot curator.

3.5

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter voormelde verzoeken van [nicht] en de ouders tot ontslag van de curator afgewezen. In die beschikking is overwogen dat [nicht] schriftelijk aan de kantonrechter heeft bericht dat zij niet meer bereid was het curatorschap ten aanzien van betrokkene op zich te nemen.

4 De motivering van de beslissing

4.1

De ouders zijn in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Zij beogen het geschil in hoger beroep in volle omvang aan het hof voor te leggen. De ouders verzoeken het hof, bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende:

primair de huidige curator te ontslaan en de ouders gezamenlijk tot curator te benoemen;

subsidiair de huidige curator te ontslaan met benoeming van een door het hof te bepalen derde tot curator.

4.2

De curator voert verweer en verzoekt het hof, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te bekrachtigen en de ouders te veroordelen in de volledige proceskosten, dan wel de proceskosten (het hof leest: conform het liquidatietarief).

4.3

De stichting voert eveneens verweer tegen het verzoek van de ouders. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de stichting haar verzoek aangevuld in die zin dat de stichting het hof thans verzoekt het beroep van de ouders niet-ontvankelijk te verklaren dan wel de verzoeken af te wijzen en de ouders te veroordelen in de kosten van de procedure.

4.4

Ingevolge artikel 1:378 lid 1, aanhef en onder a, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een meerderjarige door de kantonrechter onder curatele worden gesteld, wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van

a. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel

b. gewoonte van drank- of drugsmisbruik,

en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.

Op grond van 1:385 lid 1, aanhef en onder d, BW kan de curator te allen tijde hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om curator te kunnen worden, door de kantonrechter worden ontslagen, zulks op verzoek van de medecurator of degene die gerechtigd is de curatele te verzoeken als bedoeld in artikel 1:379 BW, dan wel ambtshalve.

4.5

De ouders stellen dat de slechte verstandhouding tussen hen en de curator voldoende aanleiding is om de curator te ontslaan. Gezien het bepaalde in artikel 1:383 BW, inhoudende dat bij voorkeur een van de ouders, kinderen, broers of zusters tot curator wordt benoemd, dienen de ouders zelf weer te worden benoemd. Indien het hof van oordeel is dat dit verzoek niet toewijsbaar is dan dient een derde de huidige curator te vervangen. De huidige curator heeft zich niet ingespannen om de verstandhouding met hen te verbeteren en de mogelijkheden tot onbelemmerd contact tussen de ouders en betrokkene te vergroten. Betrokkene wil zijn vader sinds het incident waarbij de ouders door de politie van de locatie zijn verwijderd niet meer zelfstandig in het appartement binnen laten. De ouders hebben de sleutel moeten inleveren en kunnen betrokkene nog slechts bezoeken nadat zij met de begeleiding een afspraak hebben gemaakt. Voorheen hadden de ouders een zeer frequent contact en werden veel activiteiten met betrokkene ondernomen, maar dat is nu sterk teruggebracht. De moeder komt nog wel bij betrokkene op bezoek en betrokkene komt ook bij de ouders thuis op bezoek.

Indien in de toekomst zwaarwegende beslissingen moeten worden genomen voor betrokkene is het niet in het belang van betrokkene dat geen overleg tussen de ouders en de curator mogelijk is. De strijd rond de curatele van betrokkene - waarbij de ouders erkennen dat niet alleen de curator maar ook zij zelf niet altijd eerlijk en open hebben gecommuniceerd - duurt al tweeënhalf jaar. Mediation is niet gelukt. De openbare website die zij over deze kwestie hadden opgezet is inmiddels offline. Het is noodzakelijk dat de ouders met een andere curator met ‘een schone lei’ verder kunnen. Dit hoeft voor de stichting niet nadelig te zijn. De bezwaren van de ouders richten zich niet zozeer tegen de stichting, het gaat hen vooral om de persoon van de curator. Onlangs - januari 2018 - heeft de curator de ouders aansprakelijk gesteld voor een bedrag van € 4.000,- ter zake van schade en in deze procedure heeft hij om een veroordeling van hen in de proceskosten verzocht. Gezien de gehele gang van zaken is er geen zicht meer op een verbetering van de verstandhouding met deze curator.

De ouders vinden dat er geen redenen zijn om hen in de kosten van de procedure te veroordelen, temeer nu zij ook vragen om een andere derde persoon tot curator te benoemen.

4.6

De curator voert verweer en stelt dat van ontslag slechts sprake kan zijn wanneer de situatie sedert de uitspraak van het hof van 24 november 2016 ingrijpend is veranderd en dat is niet het geval. De ouders stellen dat de verstandhouding niet goed is, maar zijn daar zelf de oorzaak van. Zij gaan hun eigen gang, houden geen rekening met de planning van de zorgverleners en maken geen afspraken met de zorgverleners in het geval zij iets met betrokkene willen ondernemen. Betrokkene is zwaar autistisch en heeft in verband daarmee behoefte aan een goede planning; spanningen en stress moeten zoveel mogelijk worden vermeden. De curator zag zich daarom genoodzaakt ouders bepaalde regels op te leggen.

De ouders blijven de conflicten uit het verleden benoemen en daarom heeft mediation niet tot verbetering van de verstandhouding geleid. De curator is van mening dat hij de ouders wel informeert over aangelegenheden en beslissingen, maar de ouders reageren hier niet op en zijn het er achteraf niet mee eens. Zo heeft hij de ouders meerdere malen om input voor het zorgplan verzocht, maar deze niet van hen gekregen. Vervolgens kwamen de ouders onaangekondigd naar het overleg over het zorgplan en wilden zij, ondanks verzoeken daartoe, niet vertrekken. Uiteindelijk moesten de ouders in aanwezigheid van betrokkene worden verwijderd door de politie. Desondanks blijft de curator zich neutraal opstellen en staat hij nog steeds open voor samenwerking met de ouders. Het is niet terecht dat de ouders hem kwalijk nemen dat hij een schadeprocedure heeft ingesteld, nu hij dit heeft gedaan op advies van de kantonrechter. Nadat de ouders waren ontslagen als curator, bleek bij betrokkene sprake te zijn van grote schulden. Dankzij zijn inspanningen is de financiële situatie van betrokkene weer stabiel, aldus de curator.

Tot slot stelt de curator dat de ouders in de proceskosten moeten worden veroordeeld omdat zij in een tijdsbestek van minder dan een jaar na de vorige procedure omtrent zijn benoeming, opnieuw een procedure tegen hem aanhangig hebben gemaakt en zij voorts niet eerst een klacht tegen hem hebben ingediend maar direct een procedure zijn gestart.

4.7

De stichting voert eveneens verweer en voert aan dat zij het verzoek tot ontslag van de ouders als curator destijds heeft ingediend omdat er een onhoudbare en onoplosbare barrière was ontstaan tussen de ouders en de stichting. Dat is zeer uitzonderlijk, maar de stichting zag geen andere mogelijkheid om de kwaliteit van de dienstverlening aan betrokkene en zijn medebewoners te waarborgen. De ouders droegen niet bij aan de vereiste duidelijkheid en structuur omdat zij desgevraagd niet de benodigde goedkeuring wilden geven of de daarvoor noodzakelijke stukken wilden ondertekenen. De wijze van optreden van de ouders, zoals het steeds onaangekondigd verschijnen, veroorzaakte spanningen bij betrokkene. Het was met de ouders in het verleden niet mogelijk om een ondersteuningsplan op te stellen, terwijl dit plan de basis vormt voor de zorgverlening aan betrokkene. Gebleken is dat in de periode dat de ouders curator waren een schuldenlast is opgebouwd van ruim € 80.000,-. De huidige curator heeft veel werk moeten verrichten om de financiële situatie van betrokkene weer gezond te krijgen. De stichting heeft met de huidige curator goed contact over alle relevante zaken rondom de zorgverlening en hierdoor is de situatie van betrokkene verbeterd.

Nadat [de curator] tot curator was benoemd was volgens de stichting aanvankelijk sprake van een afname van de spanningen met de ouders, maar de afgelopen tijd heeft de vader de verhoudingen opnieuw onder druk gezet, onder meer met een website waarin de kwaliteit van de dienstverlening van de stichting ter discussie wordt gesteld. De vader publiceert processtukken, correspondentie en andere informatie over gerechtelijke procedures via internet, terwijl dit op grond van artikel 29 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet is toegestaan. De acties van de ouders waren in het verleden vooral gericht tegen de leidinggevenden bij de stichting, maar de vader zoekt via internet ook de confrontatie met de medewerkers. De vader stelt zich niet constructief op en daarom kan er geen goede samenwerking met de ouders tot stand komen. De stichting zet zich er wel voor in dat de ouders hun rol als ouders kunnen blijven vervullen.

Het vervangen van de huidige curator door een andere derde persoon zal volgens de stichting niet tot een verbetering leiden.

het oordeel van het hof

4.8

Het hof is evenals de kantonrechter van oordeel dat de verzoeken van de ouders tot ontslag van de huidige curator en benoeming van henzelf of een andere derde tot curator moeten worden afgewezen.

Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat een ontslag van de curator slechts te overwegen is voor zover duidelijk is dat de situatie sedert de vorige procedure, waarin dit hof bij voormelde beschikking van 24 november 2016 heeft beslist, ingrijpend is gewijzigd. Destijds heeft het hof overwogen dat geen sprake meer was van een werkbare situatie tussen de ouders en de stichting. Gelet op hetgeen door de ouders, de curator en de stichting is toegelicht over het verloop van de situatie sedertdien, is niet gebleken van enige verbetering in die situatie of vooruitzicht daarop. De stichting en de curator hebben aannemelijk gemaakt dat de handelwijze van de ouders gedurende het afgelopen jaar zelfs een verdergaande negatieve invloed heeft gehad op de onderlinge verstandhouding en samenwerking en hebben dit met vele voorbeelden onderbouwd. De ouders staan niet open voor overleg met de stichting en de curator over betrokkene, terwijl juist dat overleg voor het welbevinden van en de zorg voor betrokkene zeer belangrijk is. Zij zijn niet in staat de belangen van betrokkene op behoorlijke wijze te behartigen.

In het verleden konden nauwelijks afspraken over de zorg voor betrokkene met de ouders worden gemaakt en dat is niet in het belang van betrokkene. De stichting heeft geconstateerd dat het verblijf van betrokkene door de huidige betere afstemming tussen de curator en de stichting in het appartementencomplex veel beter verloopt. Verder is door het hof eerder overwogen dat er forse schulden zijn ontstaan ten tijde van het curatorschap van de ouders en dat door de inspanningen van de curator die situatie is verbeterd en gestabiliseerd. De curator heeft thans toegelicht dat de situatie zich verder heeft gestabiliseerd maar dat hij nog steeds inspanningen verricht om de eerder ontstane financiële problemen af te handelen, waaronder ook het financieel aansprakelijk stellen van de ouders. Deze stap heeft de curator in het (financiële) belang van betrokkene in overleg met de kantonrechter gezet en niet om de verstandhouding met de ouders verder op scherp te zetten.

Naar het oordeel van het hof kan uit de stellingen van partijen worden afgeleid dat de huidige curator de belangen van betrokkene, zowel die op het gebied van de zorg en het welzijn als die op het financiële vlak, op een goede manier behartigt. De ouders hebben niet aannemelijk gemaakt dat de huidige curator niet goed functioneert. De stellingen van de ouders dat de huidige curator zich onvoldoende inspant om de ouders een behoorlijke (ouder)rol in het leven van betrokkene te geven en om de verstandhouding met hen te verbeteren, zijn voldoende gemotiveerd betwist. Onvoldoende weersproken heeft de curator gesteld dat hij de ouders wel informeert en hen in de gelegenheid stelt om hun visie te geven. De curator heeft voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat hij zich neutraal en professioneel opstelt.

Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat niet is gebleken van gewichtige redenen om de huidige curator te ontslaan. De bestreden beschikking zal daarom worden bekrachtigd.

kostenveroordeling

5.6

Het hof ziet in het feit dat de ouders op 23 maart 2017 een verzoek hebben ingediend tot ontslag van [de curator] als curator en primair de ouders weer te benoemen tot curator, terwijl het hof in de beschikking van 24 november 2016 heeft overwogen dat de ouders hun taken als curator niet naar behoren hebben vervuld, zonder dat sprake was van voldoende nieuwe feiten en omstandigheden - zoals de kantonrechter in de bestreden beschikking terecht heeft overwogen – voldoende aanleiding om de ouders te veroordelen in de kosten van het hoger beroep van de curator en de stichting. Naar het oordeel van het hof maakt het feit dat de ouders in hoger beroep tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep het accent van hun primaire verzoek (om de huidige curator te ontslaan en de ouders gezamenlijk tot curator te benoemen) hebben verlegd naar hun subsidiaire verzoek (om de curator te ontslaan en een derde te benoemen) de situatie niet anders.

Deze beroepsprocedure brengt hoge kosten voor de stichting en de curator mee. Gelet op de omstandigheden van dit geval dient dit voor rekening en risico van de ouders te komen.

5.7

De kosten zijn door de curator en de stichting niet nader gespecificeerd. Het hof begroot de kosten in hoger beroep zowel aan de zijde van de curator als aan de zijde van de stichting als volgt: voor salaris van de advocaat overeenkomstig het forfaitaire liquidatietarief per 1 mei 2018 op € 2.148,- (1 punt voor het indienen van een verweerschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, tarief II, € 1.074,- per punt). In deze zaak is geen griffierecht geheven.

6 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede, Team Toezicht - Bewindsbureau, van 20 juni 2017;

veroordeelt de ouders in de kosten van deze procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de curator begroot op € 2.148,- voor salaris van de advocaat en aan de zijde van de stichting eveneens tot op heden begroot op € 2.148,- voor salaris van de advocaat;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, A. Smeeïng-van Hees en I.G.M.T. Weijers-van der Marck, bijgestaan door de griffier, en is op 1 mei 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.