Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:4083

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-05-2018
Datum publicatie
03-05-2018
Zaaknummer
200.192.646/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intellectuele eigendom. Gebruik foto’s van dakkapellen zonder toestemming van rechthebbende op website. Hof acht geen grond aanwezig om de bouwer van de website te veroordelen tot een afzonderlijke vergoeding bovenop de vergoeding waartoe de eigenaar van de website is veroordeeld. Uitleg van de tarievenlijst van stichting Foto Anoniem. Inbreuk persoonlijkheidsrecht?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.192.646/01

(zaaknummer rechtbank Overijssel 3909674 CV EXPL 15-1423)

arrest van 1 mei 2018

in de zaak van

[appellant] (h.o.d.n. Demalux Dakkapellen),

wonende te [A] ,

appellant,

in eerste aanleg: eiser,

hierna: [appellant] ,

advocaat: mr. M.R. Maathuis LLM., kantoorhoudend te Amsterdam, die ook heeft gepleit,

tegen

[geïntimeerde] (h.o.d.n. Teun.pro),

wonende te [B] ,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. R.A. Schütz, kantoorhoudend te Leeuwarden, die ook heeft gepleit.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 17 maart 2015 en 1 maart 2016 die de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle (verder: de kantonrechter) heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 23 mei 2016;

- de memorie van grieven van 11 november 2016;

- de akte overlegging producties zijdens [appellant] d.d. 22 november 2016;

- de akte niet dienen die aan [geïntimeerde] is verleend omdat [geïntimeerde] niet tijdig een memorie van antwoord heeft genomen;

- de pleidooien die zijn gehouden op 20 maart 2018. Hierbij heeft mr. Schütz pleitaantekeningen overgelegd.

2.2

Na afloop van de pleidooien heeft het hof arrest bepaald op het pleitdossier.

2.3

[appellant] vordert in het hoger beroep - kort samengevat

  • -

    een verklaring voor recht dat [geïntimeerde] inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van [appellant] op de foto's door de foto's te gebruiken voor het maken van websites voor haarzelf en haar klanten, door de foto’s op haar eigen website te publiceren, en door het plaatsen op haar eigen site van hyperlinks naar de websites van haar klanten waar de foto's ook stonden;

  • -

    de vergoeding van een totaalbedrag van € 2.025,47 bovenop het reeds in eerste aanleg toegewezen betaalde bedrag van € 166,80;

  • -

    de betaling van een bedrag van € 357,- aan buitengerechtelijke kosten;

  • -

    de proceskosten van [appellant] overeenkomstig artikel 1019h RV, te vermeerderen met de nakosten;

  • -

    alles te vermeerderen met de wettelijke rente over de genoemde bedragen vanaf de dag der dagvaarding.

3 De vaststaande feiten

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 4.1 tot en met 4.6 van het bestreden vonnis van 1 maart 2016, aangevuld met enige feiten die in hoger beroep tevens als vaststaand kunnen worden aangemerkt.

3.1.

[appellant] drijft een onderneming, gericht op het ontwerpen en installeren van dakkappellen.

3.2.

[geïntimeerde] drijft, met hulp van haar echtgenoot een bedrijf dat onder meer websites bouwt.

3.3.

[geïntimeerde] heeft een website gebouwd voor Prefab Bouw Kampen (verder: Prefab). Deze website is opgeleverd op 7 september 2012. [geïntimeerde] heeft ook een website gebouwd voor de inmiddels gefailleerde vennootschap Dakkapelservice Nederland B.V. (verder; DSN).

3.4.

Op beide websites zijn foto's van dakkappellen geplaatst die zijn gemaakt in 2007 door de fotograaf [C] in opdracht van [appellant] , waaronder een foto van de dakkapel die [appellant] heeft gemaakt voor de woning van de ouders van zijn echtgenote.

[C] heeft op 10 mei 2007 voor het fotograferen van diverse dakkapellen aan [appellant] een bedrag van € 370,- (ex BTW) gefactureerd. Daarnaast zijn kosten voor fotobewerking en opslag op CD-rom in rekening gebracht.

Op 28 oktober 2014 heeft mevrouw [appellant] [C] verzocht haar te bevestigen dat het auteursrecht op de foto's van de dakkapellen aan [appellant] is overgedragen. [C] heeft rond 30 oktober 2014 aan dit verzoek voldaan door het sturen van een tweede, geantedateerde factuur (gedateerd 23 juni 2009) waarin een tekst van deze strekking is opgenomen.

2.4

[geïntimeerde] had ook een eigen website onder de naam Teun.pro. Daarop is een verwijzing naar door haar gebouwde websites opgenomen via een link. Op een van de aanklikpagina's is ook een verzameling van door haar gebouwde websites te zien, waaronder een kleine foto van een dakkapel waarvan de rechten toebehoren aan [appellant] .

2.5

De advocaat van [appellant] heeft op 7 november 2014 Prefab, DSN en [geïntimeerde] aangeschreven wegens schending van de auteursrechten van [appellant] en van hen respectievelijk € 906,29, € 1.812,58 en € 5.437,74 gevorderd. Deze bedragen zijn volgens de advocaat gebaseerd op de richtlijnen van de Fotografenfederatie. Op dat moment waren de foto's van de website van Prefab reeds verwijderd. DSN heeft de foto's in kwestie kort na de sommatie verwijderd. Datzelfde geldt voor [geïntimeerde] .

Geen van hen heeft de door de advocaat gevraagde bedragen binnen de aangegeven termijn betaald.

3 De vordering en beslissing in eerste aanleg

3.1

[appellant] heeft in eerste aanleg na vermeerdering van eis, kort weergegeven, gevorderd dat DSN wordt veroordeeld tot betaling van € 1.812,53, Prefab wordt veroordeeld tot betaling van € 2.833,82, [geïntimeerde] tot betaling van € 8.501,46, in alle gevallen te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, en dat Prefab en [geïntimeerde] daarnaast hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten begroot op € 968,-. en in de proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv, begroot op € 2.065,86.

3.2

De vordering tegen DSN is van rechtswege geschorst vanwege het faillissement van DSN.

3.3

De kantonrechter heeft bij eindvonnis van 1 maart 2016 de vordering tegen Prefab toegewezen tot een bedrag van € 656,- te vermeerderen met de (gewone) wettelijke rente en de vordering tegen [geïntimeerde] toegewezen tot een bedrag van € 166,80, eveneens te vermeerderen met de gewone wettelijke rente. De kantonrechter heeft laatst genoemd bedrag als volgt toegelicht. De kantonrechter is uitgegaan van de tarievenlijst van stichting Foto Anoniem en uitgegaan van minder dan één maand dat één foto op de site heeft gestaan, in 2015. Daarom zijn de tarieven van 2015 gehanteerd. De kantonrechter is uitgegaan van het formaat van 50*75 pixels op een site met een internationale domeinnaam op niveau drie van de website. De overige onderdelen van de vordering in eerste aanleg zijn afgewezen.

4 De ontvankelijkheid van het hoger beroep tegen het comparitievonnis

Hoger beroep tegen het comparitievonnis van 17 maart is niet-ontvankelijk gelet op artikel 131 Rv, laatste volzin.

5 De beoordeling van de grieven en de vordering

De wijziging van eis

5.1

[appellant] heeft bij de memorie van grieven de eis gewijzigd ten opzichte van wat hij in eerste aanleg heeft gevorderd. Voor het grootste deel komt dat neer op een vermindering van eis, waartoe hij in elke stand van het geding zonder meer bevoegd was. Voor een deel betreft het een wijziging van de grondslag. [geïntimeerde] heeft aangevoerd dat deze eiswijziging niet toelaatbaar zou zijn, omdat de kop van de memorie van grieven daarvan geen melding maakt, terwijl de verplichting daartoe volgt uit het geldende Landelijke Procesreglement.

5.2

Het hof overweegt dat het hoger beroep er mede toe strekt de appellerende partij de gelegenheid te bieden tot het verbeteren en aanvullen van hetgeen zij in eerste aanleg heeft gedaan of nagelaten. Op grond van art. 130 lid 1 Rv juncto art. 353 lid 1 Rv komt aan [appellant] de bevoegdheid toe zijn eis of de gronden daarvan te wijzigen. De grenzen van het toelaatbare worden echter overschreden indien de eiswijziging leidt tot onredelijke vertraging van het geding en/of tot onredelijke bemoeilijking van de verdediging.

De bevoegdheid om de eis of de gronden daarvan te wijzigen is in hoger beroep in die zin beperkt, dat de eiswijziging niet later dan bij memorie van grieven of antwoord dient plaats te vinden. Dit geldt ook als de vermeerdering van eis slechts betrekking heeft op de grondslag van hetgeen ter toelichting van de vordering door de oorspronkelijk eiser is gesteld. Op deze "in beginsel strakke regel" kunnen onder omstandigheden uitzonderingen worden aanvaard. In alle gevallen geldt dat de eisverandering of -vermeerdering niet in strijd mag komen met de eisen van een goede procesorde. Naar 's hofs oordeel is daarvan geen sprake en zulks is ook niet aangevoerd door [appellant] . De eiswijziging is bij de memorie van grieven ingesteld, derhalve op het processueel juiste tijdstip.

5.3

Het toepasselijke rolreglement (Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven, versie 2018, verder LPR) bepaalt in artikel 2.10 dat een eiswijziging in de kop van het betreffende processtuk dan wel in het bijgevoegde H-formulier moet staan aangegeven. Deze verplichting heeft alles te maken met de in het vervolg van dit artikel opgenomen mogelijkheid - en bijbehorend tijdschema - om tegen de eiswijzing bezwaar te maken en daarop een afzonderlijke, eerdere, beslissing te verkrijgen omtrent de toelaatbaarheid van de wijziging van eis. Het LPR bevat op dit punt geen nadere inperking van het in de vorige rechtsoverweging geschetste wettelijk kader en het niet voldoen aan artikel 2.10 LPR heeft dan ook niet tot gevolg dat de wijziging van eis buiten beschouwing zou moeten blijven.

5.4

Het hof zal dan ook rechtdoen op de eis zoals die in de memorie van grieven opnieuw is geformuleerd.

Bewerken van foto's

5.5

Niet in geding is dat de foto's van de dakkappellen auteursrechtelijk bescherming toekomt en dat de plaatsing van de foto's op de website van Prefab een inbreuk vormt op het auteursrecht. Prefab is tot een vergoeding veroordeeld, door de kantonrechter. Aan de vraag of ook DSN een vergoeding verschuldigd is, is de kanonrechter door de deconfiture van dit bedrijf niet toegekomen.

5.6

Met grief 1 wil [appellant] onder meer ingang doen vinden dat de handelingen die [geïntimeerde] heeft gedaan ten behoeve van Prefab en DSN die het mogelijk maken dat de bewuste foto's op de respectievelijke websites te zien waren, een afzonderlijke inbreuk op het auteursrecht vormen, waarvoor [geïntimeerde] naast Prefab (en DSN) een afzonderlijke vergoeding is verschuldigd.

5.7

Het hof verwerpt dit betoog. Aan [appellant] kan worden toegegeven dat de bewerking van de oorspronkelijke foto's door [geïntimeerde] op zich als een verveelvoudiging kan worden aangemerkt, maar die verveelvoudiging kan zonder nadere toelichting, die door [appellant] niet is gegeven, in de gegeven omstandigheden niet leiden tot een afzonderlijke vergoeding. De relevante auteursrechtelijke inbreuk in dit geval is het gebruik van de foto's van de dakkappellen voor het publiek zichtbare websites zonder dat de rechthebbende van het auteursrecht daarvoor toestemming heeft verleend. De technische stappen die noodzakelijk zijn voor deze plaatsing op de website - bijvoorbeeld het kopiëren van de afbeelding met een "copy past knop" en het bewerken, bijvoorbeeld het verkleinen of bijsnijden van de afbeelding, vallen alle onder die éne auteursrechtelijke relevante inbreuk en leveren niet per handeling een zelfstandige inbreuk op die aanspraak kan geven op een schadevergoeding. Evenmin is relevant of die handelingen door dezelfde persoon worden verricht of dat daarbij meerdere partijen zijn betrokken. De betrokkenheid van [geïntimeerde] bij de plaatsing van de foto's op de websites van Prefab en DSN is dan ook onderdeel van dezelfde inbreuk waarvoor [appellant] Prefab en DSN heeft aangesproken. Bij de thans gevorderde verklaring voor recht dat [geïntimeerde] daarmee ook onrechtmatig heeft gehandeld, heeft [appellant] geen belang, nu dit niet kan leiden tot de door hem in vervolg daarop gevorderde extra vergoeding, naast de vergoeding voor het plaatsen van de foto's op de desbetreffende website.

5.8

Het hof verwerpt grief 1 in zoverre.

De hoogte van de vergoeding voor de foto op de eigen website van [geïntimeerde]

5.9

[appellant] heeft voor de hoogte van haar vordering aangeknoopt bij de tarievenlijst van de Stichting Foto Anoniem. De kantonrechter is hem daarin gevolgd. [geïntimeerde] heeft ten pleidooie desgevraagd uitdrukkelijk erkend met dit uitgangspunt in te stemmen, zodat het hof partijen daarin zal volgen.

5.10

De grieven 2 en 3 vechten de motivering aan van de parameters die de kantonrechter heeft gebruikt om aan de hand van tarievenlijst het juiste bedrag te bepalen. In grief 2 keert [appellant] zich terecht tegen de overweging van de kantonrechter dat de foto op 17 november 2015 is geplaatst. Dit is een duidelijke vergissing en uitgegaan dient te worden van de datum van de onder 2.5 genoemde sommatie, derhalve 7 november 2014. [appellant] beoogt met de grief echter tevergeefs dat wel de - eveneens op een vergissing gebaseerde - door de kantonrechter gememoreerde datum waarop de foto van de website is verwijderd (november 2015) in stand blijft. Gelet op het niet gemotiveerd bestreden verweer in eerste aanleg dat de foto al in november 2014 door [geïntimeerde] van haar website is verwijderd, zal het hof ook van november 2014 als einddatum uitgaan. Per saldo acht het hof dan ook niet aangetoond dat de foto langer dan één jaar op de website te zien is geweest, hetgeen zou hebben geleid tot een hogere vergoeding op grond van de tarievenlijst. Wel doet deze constatering de vraag rijzen of de kantonrechter terecht de tarieven van 2015 heeft toegepast en of niet de oorspronkelijk gevorderde, daarvoor geldende, tarievenlijst van 2013 had moeten worden toegepast. Het hof komt daarop hierna terug.

5.11

Voorts betoogt [appellant] dat de kantonrechter ten onrechte van de grootte en resolutie van de foto zoals die op de website is geplaatst is uitgegaan en dat voor het toepasselijke tarief dient te worden uitgegaan van de resolutie van de oorspronkelijke foto.

5.12

Het hof verwerpt dit betoog. De toelichting op de tarievenlijst (2015) van stichting Foto Anoniem meldt:

"Alle uitgevers, redacties en andere gebruikers van fotomateriaal kennen het probleem van

‘de verdwenen fotograaf”. Zij willen een bepaalde foto graag publiceren, maar kunnen de

naam- en adresgegevens van de fotograaf niet achterhalen. Zij kunnen de fotograaf dus ook

niet om toestemming vragen, een vereiste om een foto rechtmatig te kunnen publiceren.

Sinds een paar jaar kunnen deze gebruikers de hulp inroepen van de Stichting FotoAnoniem.

Lukt het niet om achter de noodzakelijke gegevens van de rechthebbende te komen, dan kunt

u een Verzoek om Vrijwaring voor aanspraken van de auteursrechthebbenden indienen."

Het hof leidt hieruit af dat de tarievenlijst betrekking heeft op foto's waarvan de rechthebbende niet bekend is en waarvan in veel gevallen ook niet bekend is wat nu precies het origineel van de foto is. Voorts is de tarievenlijst zo opgezet dat hoe groter de foto wordt weergegeven en hoe groter de oplage/ de zichtbaarheid van de foto is, hoe hoger de vergoeding is. Ook dit wijst er geenszins op dat het formaat en/of de resolutie van de oorspronkelijke foto bepalend is voor de hoogte van de vergoeding.

5.13

Tenslotte betoogt [appellant] dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat de foto geplaatst was op niveau 3 van de website. Volgens [appellant] was dit op niveau 2. Op dit punt heeft [appellant] het gelijk naar 's hofs oordeel aan zijn zijde. [geïntimeerde] heeft in haar conclusie van dupliek geschreven (reactie eiser onder 14): "Deze pagina portfolio bereikte de bezoeker door op de domeinnaam te klikken > homepagepagina > Portfolio > Portfolio_in_Beeld_= 3 X klikken =3e niveau."

De tarievenlijst meldt daarentegen: "de prijzen gelden voor de openings- of homepage van de site. Voor pagina's die 1 niveau dieper liggen: -25% Voor pagina's die 2 niveaus dieper liggen - 50%. Voor pagina's die 3 of meer niveaus dieper liggen - 60%". De kantonrechter heeft de korting van 60% toegepast (althans willen toepassen). Uit de stellingname van [geïntimeerde] , zoals ten pleidooie ook aanschouwelijk gemaakt, blijkt evenwel dat de foto twee niveaus dieper lag dan de homepage (die [geïntimeerde] ten onrechte aanduidt als niveau 1 in de zin van de tarievenlijst) zodat binnen de systematiek van de tarievenlijst hier een korting van 50% in plaats van 60% diende te worden toegepast. Bij de toepasselijkheid van de tarieven 2015 komt dit neer op een bedrag van € 139,-. Dit is nog lager dan het bedrag dat de kantonrechter heeft berekend, omdat de kantonrechter de korting van 60 rekenkundig onjuist heeft vastgesteld. Bij toepassing van het de tarieven 2013 komt het hof uit op een bedrag van € 134,-.

5.14

[appellant] heeft voorts betoogd dat het kleine formaat waarop de foto van de dakkapel op de website is getoond afbreuk doet aan de foto en dat dit reden zou moeten zijn voor verhoging van de vergoeding. [appellant] heeft in dit verband een vergelijking gemaakt met De Nachtwacht die op een bierviltje niet tot zijn recht komt. Het hof overweegt dat dit betoog in wezen neerkomt op de stelling dat door het kleine formaat de persoonlijkheidsrechten van de maker van de foto worden aangetast. Die rechten berusten evenwel nog altijd bij [C] als maker van de foto en zijn niet aan [appellant] overgedragen. Zo al bij verkleining sprake is van verminking van de oorspronkelijke foto, dan levert dit geen reden op voor toekenning van een hogere vergoeding aan [appellant] .

Tijdens het pleidooi heeft mevrouw [appellant] aangegeven dat het haar vooral steekt dat de foto van een door haar man voor haar ouders gemaakte dakkapel door toedoen van [geïntimeerde] is gebruikt voor commerciële doeleinden door een concurrerend bedrijf. Ook deze omstandigheid geeft evenwel, binnen het door [appellant] zelf bepaalde kader van deze procedure, geen aanspraak op een hogere vergoeding voor de inbreuk op het auteursrecht op de foto van de dakkapel.

5.15

Deze grieven leiden derhalve niet tot een hogere vergoeding dan het bedrag dat de kantonrechter heeft berekend en missen daarmee doel. Aangezien [appellant] ook niet slechter mag worden van het door hem ingestelde hoger beroep en [geïntimeerde] niet incidenteel heeft geappelleerd, zal het hof niet alsnog uitgaan van de tarieven 2013 en het daaruit volgende lagere bedrag.

De link naar de sites van Prefab en DSN

5.16

[appellant] heeft in de toelichting op grief 1 en op de gewijzigde eis voorts betoogd dat de link die op de site van [geïntimeerde] aanwezig was naar de sites van Prefab en DSN - als voorbeelden van door [geïntimeerde] gebouwde websites - een extra vergoeding rechtvaardigt, door [appellant] primair gesteld op 150% van de oorspronkelijke factuur van [C] . [appellant] beroept zich in dit verband op het arrest GS Media/ Sanoma van het Hof van Justitie EU (ECLI:EU:C:2016:644)

5.17

Het hof overweegt dat het hier, anders dan in het door [appellant] aangehaalde arrest, niet gaat om een hyperlink naar het auteursrechtelijk beschermde, illegaal geplaatste werk, maar om hyperlinks naar door [geïntimeerde] zelfgebouwde sites, met als oogmerk niet om publiek naar die sites en naar de foto's als zodanig te trekken, maar met de bedoeling om potentieel gegadigden voor een nieuwe website te wijzen op wat [geïntimeerde] in haar mars had op het gebied van het bouwen van websites. Dat er in enig opzicht nieuw, ander publiek door de hyperlink werd getrokken om de foto's van de dakkapellen te bewonderen, acht het hof niet aangetoond. Evenmin had [geïntimeerde] een winstoogmerk bij het bekijken van de foto's als zodanig of het verwijzen van zoveel mogelijk bezoekers naar de sites van Prefab en DSN, terwijl evenmin is aangetoond dat zij voor 7 november 2014 wetenschap had van het feit dat de plaatsing van de foto's van de dakkappelen in strijd was met het aan [appellant] (eerst rond 30 oktober 2014) overgedragen auteursrecht op de foto's. Voor de plaatsing van de foto's op de sites van Prefab en van DSN heeft [appellant] bovendien inmiddels respectievelijk een vergoeding ontvangen dan wel loopt daarover nog een procedure.

5.18

Het hof is van oordeel dat er geen termen bestaan om [geïntimeerde] te veroordelen tot een afzonderlijke vergoeding voor de hyperlink naar de sites van Prefab en DSN.

De buitengerechtelijke incassokosten

5.19

In grief 4 keert [appellant] zich tegen de afwijzing van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en stelt hij dat hij, gelet op Voorwerk II, recht heeft op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 357,-. Volgens [appellant] heeft [geïntimeerde] veel verweer gevoerd tegen de sommatie hetgeen de door hem ingeschakelde advocaat meer tijd heeft gekost dan was voorzien, hetgeen zonder meer de toekenning van buitengerechtelijke incassokosten rechtvaardigt.

5.20

Het hof oordeelt dat artikel 6:96 BW, tweede lid onder c is bepaald dat redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte voor vergoeding in aanmerking komen. Het hof constateert dat [appellant] buiten rechte [geïntimeerde] heeft aangesproken tot betaling van € 5.437,74. Van dat bedrag wordt toewijsbaar geacht een fractie ter grootte van ongeveer 3%. Dat [geïntimeerde] tegen die vordering verweer heeft gevoerd mag dan ook niet bevreemden. De buitengerechtelijke werkzaamheden waarvoor [appellant] vergoeding vordert, doorstaan dan ook niet de door de wet gestelde redelijkheidstoets.

5.21

De grief faalt.

De (integrale) proceskosten

5.22

Met grief 5 keert [appellant] zich tegen de proceskostenbeslissing in eerste aanleg. Hij maakt alsnog aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten.

De kantonrechter heeft de proceskosten gecompenseerd. In rechte had [appellant] € 8.501,46, in hoofdsom gevorderd. Daarvan is ongeveer 2% toewijsbaar geoordeeld, zodat [appellant] als de overwegend in het ongelijk gestelde partij moet worden beschouwd. In dit licht is [appellant] met compensatie van proceskosten bepaald niet tekort gedaan.

5.23

De grief faalt.

De slotsom

5.24

De grieven falen, zodat het bestreden eindvonnis moet worden bekrachtigd.

5.25

Als de (overwegend) in het ongelijk te stellen partij zal het hof [appellant] in de kosten van het hoger beroep veroordelen. Daarbij zal het hof het salaris voor de advocaat van [geïntimeerde] vaststellen op 1 punt naar tarief I, waarbij het hof rekening houdt met het feit dat het hier ging om een zogeheten "reparatiepleidooi", waartegen [appellant] zich ook heeft verzet. Het hof acht het onder deze omstandigheden niet redelijk dat de proceskostenveroordeling ten laste van [appellant] hoger uitvalt, alleen omdat de advocaat van [geïntimeerde] niet tijdig van antwoord heeft gediend. Mitsdien zal het hof de kosten aan de zijde van [geïntimeerde] begroten op € 314,-voor verschotten en op € 759,- voor salaris voor de advocaat.

6 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn/hoger beroep van het comparitievonnis van 17 maart 2015;

bekrachtigt het eindvonnis van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van 1 maart 2016;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 314,- voor verschotten en op € 759,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. R.E. Weening en mr. I.F. Clement en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op

1 mei 2018.