Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:4050

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-04-2018
Datum publicatie
12-06-2018
Zaaknummer
WAHV 200.196.476 en 200.196.477
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 5 Wahv. De verbalisant heeft de buschauffeurs gewaarschuwd en vervolgens, nadat de bussen vijftig meter verder waren gereden, twee sancties opgelegd aan de kentekenhouder.

Niet goed voorstelbaar is waarom in dit geval de sancties niet konden worden opgelegd aan de bestuurders van de bussen. De verbalisant heeft hierover geen opheldering gegeven, ook niet na een uitdrukkelijk verzoek daartoe van de officier van justitie . De sanctiebeschikkingen worden vernietigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.196.476 en 200.196.477

30 april 2018

CJIB 184816142 en 184816139

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissingen

van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam

van 24 mei 2016

betreffende

[betrokkene] B.V. (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [A] ,

voor wie als gemachtigde optreedt [B] ,

wonende te [C] .

De beslissingen van de kantonrechter

De kantonrechter heeft de beroepen van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissingen ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissingen van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Op 31 januari en 22 december 2017 zijn nog brieven van de betrokkene ontvangen.

Beoordeling

1. De betrokkene is een touringcarbedrijf. Aan haar zijn als kentekenhouder bij inleidende beschikkingen de volgende sancties opgelegd:

- een administratieve sanctie van € 140,- ter zake van “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd”, welke gedraging zou zijn verricht op 25 september 2014 om 10:47 uur op de Oude Turfmarkt te Amsterdam met een autobus met het kenteken [YY-YY-00] ;

- een administratieve sanctie van € 140,- ter zake van “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd”, welke gedraging zou zijn verricht op 25 september 2014 om 10:45 uur op de Oude Turfmarkt te Amsterdam met een autobus met het kenteken [00-YY-00] .

2. Namens de betrokkene is uitgebreid verweer gevoerd. Het hof begrijpt uit het beroepschrift dat de gemachtigde zich – onder meer – op het standpunt stelt dat de chauffeurs ten onrechte niet zijn staandegehouden.

3. Uit artikel 5 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), zoals dit gold ten tijde van de vermeende gedraging, volgt dat uitgangspunt is dat een bestuurder, wanneer een overtreding wordt geconstateerd, wordt staandegehouden, dat zijn identiteit wordt vastgesteld en dat hem een sanctie wordt aangezegd. Slechts wanneer daarvoor geen reële mogelijkheid is geweest, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Als op dit punt een verweer wordt gevoerd, zal de rechter daarop uitdrukkelijk moeten beslissen en zo nodig aan de verbalisant een nadere toelichting moeten vragen.

4. Naar aanleiding van het administratief beroepschrift heeft de officier van justitie de verbalisant gevraagd om een aanvullend proces-verbaal op te maken. Daarbij is uitdrukkelijk gevraagd om aan te geven waarom er geen staandehouding heeft plaatsgevonden.

5. In beide dossiers bevindt zich een aanvullend proces-verbaal van de verbalisant, dat op 28 januari 2015 is opgemaakt. Beide processen-verbaal zijn exact gelijk, op tijdstip, merk en kenteken na. De verbalisant verklaart, voor zover hier van belang, onder meer:
‘Ik, verbalisant, heb de chauffeur gevraagd om met de autobus door te rijden omdat het verkeer op deze locatie en aan de grenzende wegen wordt gestremd. Chauffeur was van mening dat hij zijn passagiers in- en uit mocht laten stappen. Ik, verbalisant, heb de chauffeur medegedeeld dat hierdoor het verkeer stremmingen ontstaan op het Rokin. Chauffeur had hier weinig begrip voor. Chauffeur medegedeeld dat als hij alsnog besluit om passagiers in c.q. uit te laten stappen ik een aankondiging van beschikking uit zou schrijven. (…) Chauffeur besluit om ongeveer 50 meter verderop stil te gaan staan om passagiers in c.q. uit te laten stappen.’

6. Kennelijk heeft de verbalisant de buschauffeurs gewaarschuwd en vervolgens, nadat de bussen vijftig meter verder zijn gereden, twee sancties opgelegd aan de kentekenhouder. Naar het oordeel van het hof is niet goed voorstelbaar waarom in dit geval de sancties niet konden worden opgelegd aan de bestuurders van de bussen. De verbalisant heeft hierover geen opheldering gegeven, ook niet na een uitdrukkelijk verzoek van de officier van justitie daartoe.

7. Nu de sancties met toepassing van artikel 5 van de Wahv zijn opgelegd aan de kentekenhouder, terwijl er een reële mogelijkheid bestond om de sancties aan de bestuurders op te leggen, kunnen deze niet in stand blijven. Of de gedragingen zijn verricht, kan in het midden blijven. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.

8. Omdat de betrokkene in het gelijk wordt gesteld, hoeven haar overige argumenten niet meer te worden besproken.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissingen van de kantonrechter;

verklaart het beroep in beide zaken gegrond;

vernietigt de beslissingen van de officier van justitie, alsmede de beschikkingen waarbij onder CJIB-nummers 184816142 en 184816139 de administratieve sancties zijn opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan haar wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.