Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:3736

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
23-04-2018
Datum publicatie
23-04-2018
Zaaknummer
21-000926-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2016:6743, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op 9 oktober 2015 is er ‘s avonds bij de noodopvang voor vluchtelingen in Woerden een relsituatie ontstaan. Er zijn dranghekken omgegooid en er is met eieren en zeer zwaar vuurwerk richting de beveiligers gegooid.

Verdachte heeft met zijn handelwijze opzet heeft gehad op de geweldshandelingen en een voldoende wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan dit geweld. Het hof veroordeelt verdachte – net als de rechtbank in eerste aanleg – voor openlijke geweldpleging.

Het hof spreekt verdachte vrij van de bedreiging met openlijk geweld in vereniging.

Verdachte wordt – mede gelet op het tijdsverloop – veroordeeld tot een taakstraf van 114 uren. Het hof overweegt met betrekking tot de strafmaat dat verdachte en zijn mededaders op een gewelddadige en ontoelaatbare wijze kennelijk hun ongenoegen hebben willen uiten over de (wijze van) opvang van vluchtelingen in Woerden. In een samenleving die voldoende mogelijkheden biedt om op een legale manier uiting te geven aan onvrede met bestuurlijke beslissingen is dit gedrag volstrekt onaanvaardbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000926-16

Uitspraak d.d.: 23 april 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 11 februari 2016 met parketnummer 16-707522-15 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1990] ,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 9 april 2018 en – zoals de wet dat voorschrijft in artikel 422 van het Wetboek van strafvordering – het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Het hof heeft daarnaast kennisgenomen van dat wat door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.N. Guntenaar, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Verdachte is bij vonnis van de meervoudige kamer in de rechtbank Midden-Nederland, zittingslocatie Utrecht, veroordeeld voor openlijke geweldpleging (feit 1 primair) en bedreiging daarmee in vereniging (feit 2) tot een werkstraf van 120 uren. De vordering van de benadeelde partij is toegewezen tot een bedrag van € 2.578,00.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit arrest gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 primair:

op 9 oktober 2015 in Woerden openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen goederen en/of personen;

Feit 1 subsidiair:

op 9 oktober 2015 artikel 2.1. van de APV van de gemeente Woerden – inhoudende het verbod op deelname aan een samenscholing op een openbare plaats – heeft overtreden;

Feit 2:

op 9 oktober 2015, al dan niet samen met anderen, in Woerden beveiligers en/of vluchtelingen heeft bedreigd met openlijke geweldpleging.

De standpunten van de advocaat-generaal en de verdediging

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte veroordeeld moet worden voor zowel de openlijke geweldpleging als de bedreiging daarmee. Verdachte heeft een ‘wezenlijke bijdrage’ geleverd aan de groep die openlijk geweld heeft gepleegd. Er is sprake van een ‘bewust en nauwe samenwerking’ ten aanzien van de bedreiging met openlijk geweld. Zij heeft verzocht om het vonnis van de rechtbank te bevestigen.

De raadsvrouw van verdachte heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken moet worden van alle feiten waarvan hij verdacht wordt. Subsidiair heeft zij bepleit dat verdachte alleen veroordeeld kan worden voor de bedreiging met openlijk geweld. Zij heeft – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat verdachte niet van tevoren wist dat er geweld gebruikt zou worden, hij dacht dat ze naar het asielzoekerscentrum gingen om hun mening te verkondingen. Verdachte was wel lid van de WhatsAppgroep, maar nam hier niet actief aan deel. Verdachte heeft eieren meegenomen omdat hij dacht dat dit was toegestaan bij een demonstratie. Hij heeft zelf niet met de eieren gegooid. Verdachte liep achteraan en is omgekeerd toen hij vuurwerk hoorde. Hij is het bruggetje niet over geweest.

Vrijspraak feit 2

Het hof is van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van de bedreiging met openlijk geweld in vereniging (feit 2). Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte dit feit heeft begaan.

Het hof overweegt hiertoe in het bijzonder als volgt. Verdachte wordt verweten dat hij zich – samen met anderen – schuldig heeft gemaakt aan het bedreigen van personen en/of goederen met openlijke geweldpleging. De dreigende gedragingen die onder feit 2 ten laste zijn gelegd, zijn dezelfde gedragingen als die welke verdachte verweten worden onder feit 1 primair (de openlijke geweldpleging). Ondanks het feit dat verdachte wel veroordeeld wordt voor de openlijke geweldpleging (zie het kopje: Overweging met betrekking tot het bewijs) is het hof van oordeel dat het procesdossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om te kunnen vaststellen dat verdachte zelf de onder feit 2 vermelde feitelijke gedragingen heeft verricht, dan wel 'nauw en bewust’ met anderen heeft samengewerkt om personen en/of goederen aldus te bedreigen.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Verdachte wordt door het hof veroordeeld voor openlijke geweldpleging (feit 1 primair). De door het hof gebruikte bewijsmiddelen weerspreken de door de verdediging aangevoerde gronden voor vrijspraak. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof is tot dit oordeel gekomen aan de hand van de volgende feiten en omstandigheden1, waarbij het hof eerst zal ingaan op de redenen om aan te nemen dat er sprake is geweest van ‘openlijke geweldpleging’. Vervolgens zal het hof het aandeel van verdachte bespreken, op basis waarvan vastgesteld zal worden dat hij hiermee een ‘wezenlijke bijdrage’ aan de openlijke geweldpleging heeft geleverd.

Het hof merkt op dat het enkele aanwezig zijn in een groep die gewelddadig handelt niet voldoende is om strafrechtelijk vervolgd en veroordeeld te worden. Van belang is dat iemand een ‘wezenlijke bijdrage’ levert aan het geweld. Deze bijdrage hoeft op zichzelf niet gewelddadig te zijn.

Openlijke geweldpleging

[slachtoffer 1] was op 9 oktober 2015 omstreeks 22.30 uur werkzaam als beveiliger bij de sporthal [naam sporthal] , gelegen aan de [adres] te Woerden. In deze sporthal verbleven tijdelijk vluchtelingen. Hij zat samen met zijn collega [slachtoffer 2] (het hof begrijpt: [slachtoffer 2] ) in zijn voertuig. Hij zag dat een groep mensen de parkeerplaats op kwam lopen. Het waren ongeveer 20 tot 25 personen. Deze personen waren in het donker gekleed en hadden hun gezicht beschermd met hoodies. Hij kon van niemand het gezicht zien. De voorste persoon moedigde de groep aan. Vervolgens gooiden een aantal personen uit deze groep eieren in de richting van zijn voertuig. Hij zag dat uit de groep met vuurwerk werd gegooid. Hij hoorde een knal op het dak van zijn voertuig. Hij zag dat de groep langs de sporthal in de richting van de sporthal liep. Hij zag dat het hek dat daar stond ter afscherming opzij werd gegooid.2 [slachtoffer 1] stapte uit en kreeg vervolgens vuurwerk naar zich toegegooid.3 Zijn auto is door het gooien van vuurwerk beschadigd, het spatbord is kapot en er zitten diepe putten in het dak. Zijn broek had brandgaatjes.4

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij op 9 oktober 2015 omstreeks 22.30 uur als beveiliger werkzaam was bij sporthal [naam sporthal] , gelegen aan de [adres] te Woerden. Ze was hier werkzaam voor de beveiliging van de daar opgevangen vluchtelingen. Zij was samen met collega [slachtoffer 1] (het hof begrijpt: [slachtoffer 1] ). Zij hoorden dat er dranghekken omgegooid werden. Vervolgens zagen zij dat er een groep van ongeveer 20 personen aan kwam lopen. Zij gooiden de dranghekken om die je als eerste aan de linkerkant tegenkomt na het passeren van het bruggetje over de sloot vanaf de [adres] . Ze zag dat de personen ze donkere kleding droegen. Ze zag ook dat ze capuchons en sjaaltjes voor hun mond droegen. Ze zag dat de groep hen benaderde vanaf de passagierskant. Ze zag en hoorde dat zij eieren en vuurwerk naar hen toegooiden. Ze hoorde ongeveer drie à vier hele harde knallen. Ze zag dat de eieren tegen de voorruit kwamen.5 Zij zag dat de groep eieren en vuurwerk bleef gooien op de auto waarin zij zaten. Ze waren luidruchtig. Ze zag dat er 3 mannen vooruit liepen in de richting van de ingang van de sporthal. Ze zag dat er ongeveer 15 mensen, vluchtelingen en vrijwilligers, buiten stonden. Zij zag dat de afstand tussen de vluchtelingen en de groep aanvaller ongeveer tien à vijftien meter was. Ze hoorde sirenes van de politie en zag dat de groep aanvallers verdwenen waren. Zij zag dat er grote stukken vuurwerk op de grond lagen naast de sporthal. Op de parkeerplaats zag zij nog een stuk vuurwerk op de grond liggen met daarop de tekst “Cobra 6”.6

De heer [aangever] heeft namens de gemeente Woerden aangifte gedaan.7 Op 9 oktober hebben personen vuurwerk en eieren naar sporthal [naam sporthal] gegooid terwijl er 148 vluchtelingen en vrijwilligers in de sporthal aanwezig waren.8

Op 10 oktober 2015 omstreeks 00.25 uur is forensisch onderzoek verricht naar sporen op de openbare weg aan de [adres] te Woerden.9 Aan de voorzijde van het perceel, nabij de parkeerplaats, werd een vlinderbom (type Cobra 6) aangetroffen. Een tweede vlinderbom, type Cobra 6, werd aangetroffen ter hoogte van de ingang in het vaste hekwerk rondom het plein aan de voorzijde. Op het pad rechts naast de sporthal werd een deel van een rookkaars van het merk Jorge, type Smoke Fountain White, aangetroffen. Langs een groenstrook, rechts van de inrit, lag een doos eieren. Dit betrof een voordeelpak van 20 eieren. Er ontbraken drie eieren uit dit pak.10

Het vuurwerk dat afkomstig is uit het onderzoek in de gemeente Woerden naar aanleiding van onregelmatigheden bij het gebouw waarin tijdelijk vluchtelingen waren ondergebracht, is bij Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk niet aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. Het onderzochte vuurwerk voldeed aan de omschrijving van professioneel vuurwerk.11 Het onderzochte vuurwerk betreft bangers (knalvuurwerk, bijvoorbeeld vlinders).12 Op de verpakking staat Cobra 6.13

Op grond van de besproken feiten en omstandigheden staat voor het hof vast dat er in de avond van 9 oktober 2015 te Woerden sprake is geweest van openlijke geweldpleging gericht tegen personen en goederen.

Het aandeel van verdachte

Verdachte was lid van de WhatsAppgroep ‘ [naam WhatsAppgroep] ’ en stond in de groep bekend onder de naam [naam] .14 Op 7 oktober 2015 werd om 19.28 uur door medeverdachte [medeverdachte 1] in deze groep geopperd om op 9 oktober 2015 af te spreken in café [naam café] te Montfoort om vervolgens vanuit daar naar Woerden te gaan en daar ‘los te gaan bij het vluchtelingenkamp’. Dat verdachte dit bericht gelezen heeft maakt het hof op uit de omstandigheid dat hij op 7 oktober 2015 om 19.28 uur reageert op dit bericht met de mededeling “We zijn er geweest, hebben van ons laten horen, ff goed ons woord gezegd daar”. 15 De verklaring van verdachte dat hij de berichten die geplaatst werden in de groep niet las acht het hof, gelet op zijn frequente bijdrage aan de berichten16, niet aannemelijk.

Verdachte is café [naam café] ingegaan, daar stond iedereen te wachten. Vervolgens is verdachte met zijn auto achter de anderen aangereden.17 Verdachte heeft voordat hij naar café [naam café] ging drie trays met eieren gekocht.18 Hij had deze eieren bij zich en was van plan om daarmee te gaan gooien.19 Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij in Woerden zag dat verdachte met eieren gooide. Ook zag hij dat verdachte bij de hekken stond en deze hekken omgooide. Hij omschrijft dat verdachte bij de groep aanstichters hoorde.20 Verdachte heeft verklaard dat er vanaf het begin al een grimmige sfeer was.21

Op basis van deze feiten en omstandigheden staat voor het hof vast dat verdachte de groep niet alleen getalsmatig heeft versterkt, maar dat hij met zijn handelswijze opzet heeft gehad op de geweldshandelingen zoals deze zijn omschreven in de tenlastelegging onder feit 1 primair. Verdachte heeft een ‘voldoende wezenlijke bijdrage’ geleverd aan het ‘openlijke geweld’ dat gericht was tegen de noodopvang, de beveiligers en hun auto.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1 primair:

hij op of omstreeks 9 oktober 2015 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten op of aan de [adres] , in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen goederen ((een) aldaar geplaatst(e) (drang)hekwerk(en) en/of een sporthal en/of een auto) en/of personen (te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , zijnde beveiligingsmedewerkers) welk geweld bestond uit

- het omgooien van (een) dranghek(ken) en/of

- het gooien van (illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of dranghekken in de richting van en/of op/tegen voornoemde beveiligingsmedewerkers en/of sporthal [naam sporthal] (waarin 148 vluchtelingen en meerdere vrijwilligers aanwezig waren) en/of een auto en/of

- het luidkeels roepen en/of joelen naar/in de richting van de vluchtelingen in de sporthal [naam sporthal].

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De advocaat-generaal heeft gevorderd om verdachte te veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 120 uren.

De raadsvrouw van verdachte heeft verzocht om bij de bepaling van de strafmaat rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Er is veel media-aandacht voor de zaak geweest waarbij de volledige naam van verdachte genoemd is. Hierdoor heeft hij een opdrachtgever verloren. Daarnaast is artikel 63 Wetboek van Strafrecht van toepassing en dient rekening gehouden te worden met het tijdsverloop.

Bij de strafoplegging houdt het hof rekening met verschillende factoren. Eerst kijkt het hof naar de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging door laat in de avond in een grote groep naar de tijdelijke opvang voor vluchtelingen in Woerden te gaan om daar te gaan rellen. De groep heeft gegooid met illegale vuurwerkbommen en eieren in de richting van de beveiligers en de sporthal. Verdachte en zijn mededaders hebben op deze gewelddadige en ontoelaatbare wijze kennelijk hun ongenoegen willen uiten over de (wijze van) opvang van vluchtelingen in Woerden. In een samenleving die voldoende mogelijkheden biedt om op een legale manier uiting te geven aan onvrede met bestuurlijke beslissingen is dit gedrag volstrekt onaanvaardbaar. Daarnaast heeft hij evenmin rekening gehouden met de beveiligers die probeerden om hun werk te doen en hierbij persoonlijk aangevallen werden.

Bij de bepaling van de strafmaat houdt het hof ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie betreffende verdachte van 9 maart 2018, blijkt dat hij niet eerder veroordeeld is voor een soortgelijk feit. Verdachte is wel eerder met politie en justitie in aanraking geweest,

Gelet op de rechterlijke oriëntatiepunten met betrekking tot openlijk geweld dat gepleegd is tegen zowel goederen als personen is een taakstraf voor de duur van 120 uren in beginsel passend.

Overschrijding redelijke termijn

Het hof stelt voorop dat in art. 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindarrest binnen twee jaar nadat hoger beroep is ingesteld, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.

Het hof overweegt met betrekking tot het procesverloop in hoger beroep in deze zaak dat de redelijke termijn met twee maanden is overschreden. Er is geen sprake van een bijzondere omstandigheid die deze overschrijding rechtvaardigt.

Het hof is van oordeel, gelet op genoemd procesverloop, dat de behandeling van de zaak in hoger beroep niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden en dat dit matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben.

In het bijzonder in aanmerking genomen datgene wat omtrent de persoon van verdachte is gebleken en rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn wat neerkomt op een vermindering met 6 uur, is het hof van oordeel dat oplegging van een taakstraf van 114 uren, passend en geboden is.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.170,72. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 2578,-, bestaande uit € 1000,- immateriële en € 1578,- materiële schade. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij toegewezen kan worden tot een bedrag van € 2578,-.

De raadsvrouw van verdachte heeft zich gerefereerd naar het oordeel van het hof. Zij heeft opgemerkt dat verdachte is ingegaan op een initiatief van [medeverdachte 1] om gezamenlijk aan de in eerste aanleg opgelegde schadevergoedingsverplichting te voldoen. Verdachte heeft zijn deel van die verplichting ( € 280,-) aan [medeverdachte 1] betaald.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de materiële schade toewijsbaar is tot een bedrag van € 1578,00 bestaande uit:

  • -

    Eigen risico € 150,00

  • -

    Terugval no-claimkorting € 1.080,00

  • -

    Gederfde inkomsten € 348,00

Met de rechtbank acht het hof ook de gevorderde immateriële schade van € 1.000,00 toewijsbaar.

Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Het hof neemt hierbij in aanmerking dat (nog) niet gebleken is dat door betalingen zoals door de verdediging gesteld, niet langer sprake meer is van geleden schade. Het is aan verdachte om aan te tonen dat thans geen grondslag meer bestaat voor de hem nu opgelegde betalingsverplichting.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 36f, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 114 (honderdveertien) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 57 (zevenenvijftig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.578,00 (tweeduizend vijfhonderdachtenzeventig euro) bestaande uit € 1.578,00 (duizend vijfhonderdachtenzeventig euro) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 9 oktober 2015.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.578,00 (tweeduizend vijfhonderdachtenzeventig euro) bestaande uit € 1.578,00 (duizend vijfhonderdachtenzeventig euro) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 (vijfendertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 9 oktober 2015.

Aldus gewezen door

mr. J.P. Bordes, voorzitter,

mr. J.W. Rijkers en mr. W.A. Holland, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.H. Diepeveen, griffier,

en op 23 april 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 23 april 2018.

Tegenwoordig:

mr. J.P. Bordes, voorzitter,

mr. M. van Leent, advocaat-generaal,

mr. R.S. Helmus, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Bijlage: De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1 primair:

hij op of omstreeks 9 oktober 2015 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten op of aan de [adres] , in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen goederen ((een) aldaar geplaatst(e) (drang)hekwerk(en) en/of een sporthal en/of een auto) en/of personen (te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , zijnde beveiligingsmedewerkers) welk geweld bestond uit

- het omgooien van (een) dranghek(ken) en/of

- het gooien van (illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of dranghekken in de richting van en/of op/tegen voornoemde beveiligingsmedewerkers en/of sporthal [naam sporthal] (waarin 148 vluchtelingen en meerdere vrijwilligers aanwezig waren) en/of een auto en/of

- het luidkeels roepen en/of joelen naar/in de richting van de vluchtelingen in de sporthal [naam sporthal] .


Feit 1 subsidiair:

hij op of omstreeks 09 oktober 2015 te Woerden met anderen, althans een ander, heeft deelgenomen aan een samenscholing, en/of onnodig heeft opgedrongen en/of door uitdagend gedrag aanleiding heeft gegeven tot ongeregelheden, immers maakte hij, verdachte, deel uit van een groep van ongeveer 25 personen, althans een aantal personen, welke personen:

- verzamelden nabij sporthal de [naam sporthal] en/of

- ( vervolgens) met bivakmutsen en/of capuchons en/of donkere kleding op hun hoofd in de richting van sporthal De [naam sporthal] renden/liepen en/of

- vervolgens (een) dranghek(ken) hebben omgegooid en/of

- ( illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of dranghekken in de richting van en/of op/tegen voornoemde beveiligingsmedewerkers hebben gegooid en/of

- luidkeels naar/in de richting van de vluchtelingen in de sporthal [naam sporthal] geroepen en/of gejoeld, onder meer teksten als "oprotten" en/of "niet welkom" en/of woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking waardoor een dreigende situatie ontstond.

Feit 2:


hij op of omstreeks 9 oktober 2015 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , zijnde beveiligingsmedewerkers en/of 148, althans een grote groep asielzoekers/vluchtelingen heeft bedreigd met openlijke geweldpleging tegen personen en/of goederen, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- ( een) dranghek(ken) omgegooid en/of

- ( illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of dranghekken in de richting van en/of op/tegen voornoemde beveiligingsmedewerkers gegooid en/of

- luidkeels naar/in de richting van de vluchtelingen in de sporthal [naam sporthal] geroepen en/of gejoeld, onder meer teksten als "oprotten" en/of "niet welkom" en/of woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

1 In de hiernavolgende voetnoten wordt – tenzij anders vermeld – telkens verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0900-2015306195, gesloten en getekend op 25 november 2015 door [verbalisant] , brigadier, Senior Tactische Opsporing Politie eenheid Midden-Nederland.

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 841.

3 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 842.

4 Proces-verbaal van bevindingen [getuige] , p. 843.

5 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 850.

6 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 851.

7 Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 860.

8 Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 861.

9 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 919.

10 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 920.

11 Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, p. 945.

12 Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, p. 944.

13 Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerp, p. 942.

14 Proces-verbaal WhatsApp-gesprekken onderzoek 09Stein, p. 1112.

15 Proces-verbaal WhatsApp-gesprekken onderzoek 09Stein, p. 1120.

16 In de periode van 6 tot en met 9 oktober 2015 stuurde verdachte in totaal 25 berichten in de WhatsAppgroep ‘ [naam WhatsAppgroep] ’, proces-verbaal rapportage analyse WhatsApp-groep ‘ [naam WhatsAppgroep] ’, p. 1118 - 1124.

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 384.

18 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1107.

19 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 384.

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 180.

21 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 384.