Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:3607

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-04-2018
Datum publicatie
18-04-2018
Zaaknummer
200.231.737/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Werkzaamheden accountant. Geen uurtarief overeengekomen. Art 7:405 lid 2 BW, Niet gewaarschuwd voor overschrijden prijsindicatie, werkzaamheden niet voltooid. Vordering accountant grotendeels afgewezen. Beroep op verrekening cliënt verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.231.737/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 5451928 \ CV EXPL 16-8388)

arrest van 17 april 2018

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [A] ,

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. G.A. Pots, kantoorhoudend te Leeuwarden,

tegen

Alfa Accountants en Adviseurs B.V.,

gevestigd te Wageningen,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Alfa,

niet verschenen.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van
7 februari 2017 en 11 juli 2017 die de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 6 oktober 2017,

- de memorie van grieven (met producties),
- het tegen Alfa verleende verstek.

2.2

Vervolgens heeft [appellant] de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

[appellant] vordert in het hoger beroep – kort samengevat – het vonnis van de kantonrechter van 11 juli 2017 te vernietigen en opnieuw rechtdoende bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Alfa alsnog in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar vorderingen te ontzeggen;

II. Alfa te veroordelen tot terugbetaling van al hetgeen [appellant] haar heeft betaald ter voldoening aan het (te vernietigen) vonnis d.d. 11 juli 2017, te vermeerderen met de wettelijke rente;

III. alsmede/althans gelet op het gestelde zijdens [appellant] , zodanige beslissingen te

nemen als het Gerechtshof in goede justitie vermeent te behoren;

IV. Alfa te veroordelen in de kosten van beide instanties, te vermeerderen met nasalaris en wettelijke rente.

3 De vaststaande feiten

3.1

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals vastgesteld door de kantonrechter in de rechtsoverwegingen 2.2 tot en met 2.11 van het vonnis van 11 juli 2017 nu tegen die vaststelling geen grieven zijn gericht

3.2

Bij brief van 1 maart 2016 heeft Alfa de opdracht voor het verrichten van accountants- en advieswerkzaamheden bevestigd aan [appellant] . De brief is gericht aan de heer [appellant] in persoon. In de brief staat:
"Deze brief is bedoeld om de voorwaarden van de aan ons verstrekte opdracht vast te leggen Voor de goede orde en om misverstanden te voorkomen leggen wij de voorwaarden voor en de doelstelling van onze werkzaamheden schriftelijk vast alsmede de aard en de beperkingen van onze werkzaamheden.

Opdracht

Wij zullen op basis van de door u te verstrekken gegevens uw aangifte inkomstenbelasting 2015 inclusief de daarbij behorende fiscale opstellingen betreffende uw eenmanszaak opstellen. Voor alle duidelijkheid vermelden wij dat wij geen jaarrekening voor u zullen opstellen (… ) Daarnaast zullen wij voor u de volgende werkzaamheden verrichten.

- Het verwerken van de financiële administratie.

- Het desgevraagd verstrekken van adviezen.

Verantwoordelijkheid van de ondernemer

Wij vestigen er de aandacht op dat u de verantwoordelijkheid draagt voor zowel de juistheid als de volledigheid van de aan ons ter beschikking gestelde informatie.

(...) Wij hebben er alle vertrouwen in te kunnen rekenen op uw volledige medewerking en vertrouwen erop dat alle vastleggingen, documentatie en andere informatie die in het kader van de opdracht benodigd zijn, beschikbaar worden gesteld. (.. )"

3.3

Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Alfa van toepassing.

In artikel 8. Honorarium staat:

"1. De door Opdrachtnemer uitgevoerde werkzaamheden worden op basis van bestede tijd en gemaakte kosten

aan Opdrachtgever in rekening gebracht tenzij anders overeengekomen "

In artikel 12. Opzegging staat:

" I Opdrachtgever en Opdrachtnemer kunnen te allen tijde (tussentijds) de overeenkomst opzeggen zonder

inachtneming van een opzegtermijn. Indien de overeenkomst eindigt voordat de Opdracht is voltooid, is

Opdrachtgever het honorarium verschuldigd overeenkomstig de door Opdrachtnemer opgegeven uren voor

Werkzaamheden die ten behoeve van Opdrachtgever zijn verricht.".

3.4

[appellant] heeft de volgende facturen voldaan aan Alfa:

Datum: 7-4-2016 Bedrag in €

Verrichte werkzaamheden tot en met 31 maart 2016

Boekjaar 2015

Administratieve dienstverlening 791,25

Jaarwerk bedrijf 1.504.25

Totaal excl. btw 2.295,50

btw21 % over 2.295,50 482,06

Totaalbedrag in € 2.777,56

Datum: 12-5-2016

Verrichte werkzaamheden tot en met 30 april 2016

Boekjaar 2015

Jaarwerk bedrijf 106,25

Fiscale/juridische advisering 373,75

-inzake bespreking

- tel. H&P advies

Totaal excl. btw 480,00

btw 21 % over 480,00 100,80

Totaalbedrag in € 580,80

3.5

[appellant] heeft de volgende facturen van Alfa onbetaald gelaten:

Datum: 13-6-2016 Bedrag in €

Verrichte werkzaamheden tot en met 31 mei 2016

Boekjaar 2015

Jaarwerk bedrijf 1.196,50

Fiscale/juridische advisering 1.381,25

-doornemen stukken advocaat

-overleg H&P

-bespreking

Totaal excl. btw 2.577,75

btw 21 % over 2.577,75 541,33

Totaalbedrag in € 3.119,08

Datum: 14-7-2016 Bedrag in €

Verrichte werkzaamheden tot en met 30 juni 2016

Boekjaar 2016

Fiscale/juridische advisering 1.345,00

Totaal excl. btw 1.345,00

btw 21 % over 1.345,00 282,45

Totaalbedrag in € 1.627,45

3.6

In een e-mail van 19 april 2016 schrijft [appellant] aan de heer [B] van Alfa (hierna: [B] ):

"Naar aanleiding van ons laatste gesprek inzake reportages 2015 in bijzijn van je kantoorgenoot de heer [C] waarbij aan de orde kwam de aansluiting van het rapport 2014 naar 2015 en daaropvolgend om nadere gegevens op te vragen bij de heer [D] (H&P Advies) vraag ik mij af of dit zal leiden tot de fiscale afwikkeling van het jaar 2015. (...) Om misverstanden te voorkomen verzoek ik je mij volledig in kennis te stellen van de stand van zaken en of er überhaupt wel de vereiste rapportages 2015 worden opgesteld. Je kantoorgenoot de heer [C] liet in onze vorig overleg zich enigszins sceptisch uit over het uitvoeren van de verstrekte opdracht!?(...)".

3.7

[B] reageert in zijn e-mail van 19 april 2016 als volgt:

"De opdracht zal worden uitgevoerd overeenkomstig de bespreking en opdrachtbevestiging Mogelijk kan er in jouw geval volstaan worden met een zgn IB winstaangifte. (...). Ik leg je mail inhoudelijk verder bij collega [C] neer, hij koppelt dit aan je terug ( ..)".

3.8

Tijdens een bespreking op 20 juni 2016 tussen Alfa en [appellant] zijn aan [appellant]

alternatieven voorgelegd om te komen tot een fiscaal rapport en aangifte 2015. [appellant]

heeft toen de overeenkomst mondeling beëindigd.

3.9

In een e-mail van 10 augustus 2016 schrijft [appellant] aan Alfa:

"(...) Ik kreeg van Alfa Accountants medio februari een kostenbegroting van de werkzaamheden conform de schriftelijke orderbevestiging van d.d. 1 maart 2016. middels uw kantoorgenoot de heer
[B] voor een bedrag van € 3.500,00. Mede is het zo dat ik geen rapport 2015 en aangiftes 2015 heb mogen ontvangen (…) Er is mij op geen enkele manier bericht dat de uit te voeren werkzaamheden conform opdrachtbevestiging het bedrag van € 3.500.00 zullen overschrijden.

In de laatste gesprekken mei uw kantoorgenoot de heer [C] en de heer [B] wordt mij bericht dat omwege van accountantsregels er geen rapportages worden opgemaakt! Dit gegeven had Alfa Accountants mij direct moeten berichten zodat direct de werkzaamheden konden worden beëindigd en er geen onnodige kosten worden gemaakt! (…)"

3.10

Als reactie heeft Alfa in de brief van 7 september 2016 het volgende aan [appellant]

geschreven:

"(…) Over de aard en inhoud van de werkzaamheden alsmede het verwachte resultaat hebben wij gedurende het traject, vele malen contact met u gehad. De door u betwistte nota's betreffen derhalve werkzaamheden als genoemd in de offerte. Het feit dat u de vereiste gegevens voor het opstellen van de jaarstukken niet kunt opleveren kan en mag geen reden zijn om onze nota's niet te voldoen. Wij hebben gedurende het traject aangegeven dat wij o.b.v. de voorhanden zijnde bescheiden, geen jaarrekening 2015 kunnen samenstellen.

Ter uwer verduidelijking hierna een, niet limitatieve, uiteenzetting van zaken welke het tot stand brengen van de gewenste jaarstukken door ons niet mogelijk maakten.

- Jaarrekeningen ouder dan 2015 waren niet juist en volledig volgens u.

- onjuistheid en onvolledigheid van informatie, mede door uw verstandhouding met dhr. [D] van H&P Advies en alle daarvoor door u in de arm genomen accountants/boekhouders

- de opbouw van de debiteuren en crediteuren ultimo 2014 kunnen wij niet voldoende afleiden uit uw bescheiden en deze kunnen niet op een deugdelijke wijze door u worden onderbouwd.

- staking en uitschrijving Adviesbureau Continents C.V. per 31 -12-2015. Hoe moeten we omgaan met

nagekomen lasten, zoals advocaat en advieskosten? Hoe en wanneer worden de debiteuren afgeboekt, en wat dient er te gebeuren met de openstaande crediteuren waarvan de herkomst niet bekend is?

- BTW problematiek als gevolg van uitschrijving en bezwaarschriften uit het verleden dienen nog te worden opgepakt
Meerdere malen hebben wij met u over deze problematiek gesproken danwel gemaild. Daarnaast hebben wij conform uw verzoek besprekingen gehad over de kwestie [a-straat] 24 en het schikkingsvoorstel inzake [E] , waarbij u volgens uw zeggen onder druk gezet werd door uw advocaat. Deze werkzaamheden staan geheel los van de samenstelwerkzaamheden, u heeft ons wel verzocht hierin mee te denken, de uren die daarop betrekking hebben dient u vanzelfsprekend ook te

voldoen..(...)".

3.11

Als reactie heeft [appellant] bij brief van 11 september 2016 het verzoek tot betaling

van de hand gewezen.

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

4.1

Alfa heeft in eerste aanleg – kort samengevat – gevorderd [appellant] te veroordelen tot betaling van:

a. een bedrag groot € 4.746,53 aan hoofdsom;

b. een bedrag groot € 599,65 aan buitengerechtelijke kosten;

c. met de wettelijke handelsrente over a. en b. vanaf de dag van de verschuldigdheid

van de facturen tot aan de dag van betaling;

alsmede tot betaling van de proceskosten en nakosten.

4.2

De kantonrechter heeft een bedrag van € 1.815,- te vermeerderen met wettelijke rente conform art. 6:119 BW toegewezen, onder compensatie van proceskosten. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.

5 De beoordeling van de grieven en de vordering

5.1

[appellant] heeft zeven grieven tegen het vonnis van de kantonrechter geformuleerd. De grieven zijn alle gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat [appellant] nog een bedrag van € 1.815,- aan Alfa dient te voldoen en lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

5.2

De kantonrechter heeft aan zijn oordeel de volgende overwegingen ten grondslag gelegd:
‘4.6. Aan de andere kant heeft te gelden dat [appellant] onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken dat er wel degelijk werkzaamheden door Alfa zijn verricht die buiten het normale vielen. Zo heeft [appellant] erkend dat er vijf besprekingen hebben plaatsgevonden. De kantonrechter kan Alfa volgen in haar stelling dat de problemen genoemd in de brief van 7 september 2016 ook tot extra werkzaamheden hebben geleid. Het is echter voor de kantonrechter niet concreet in te schatten welke werkzaamheden ten aanzien van de aangifte inkomstenbelasting 2015 en de financiële opstellingen in redelijkheid, namelijk die voorafgaand aan de waarschuwingsplicht van Alfa zijn verricht, zijn gemaakt en welke overige adviezen voor vergoeding in aanmerking komen.

4.7.

Gelet op de hierboven genoemde omstandigheden die er kort gezegd op neer komen dat

[appellant] aan de ene kant niet goed is geïnformeerd en aan de andere kant er meerwerk is

verricht, acht de kantonrechter een bedrag van € 1.500,00 exclusief BTW, zijnde € 1.815,00

inclusief BTW (in plaats de hoofdsom van € 4.746,53 inclusief BTW) redelijk.’

5.3

Het hof stelt bij zijn beoordeling voorop dat het op de weg van Alfa ligt om haar – door [appellant] betwiste – stelling te onderbouwen dat zij wegens in opdracht en voor rekening van [appellant] verrichte werkzaamheden aanspraak kan maken op betaling van de facturen van 13 juni 2016 en 14 juli 2016.

5.4

Alfa heeft bij de dagvaarding in eerste aanleg de door haar op 1 maart 2016 aan [appellant] verzonden opdrachtbevestiging overgelegd. Daaruit blijkt dat zij voor [appellant] de volgende werkzaamheden zou verrichten:
‘Wij zullen op basis van de door u te verstrekken gegevens uw aangifte inkomstenbelasting 2015 inclusief de daarbij behorende fiscale opstellingen betreffende uw eenmanszaak opstellen. Voor alle duidelijkheid vermelden wij dat wij geen jaarrekening voor u zullen opstellen. (… ) Daarnaast zullen wij voor u de volgende werkzaamheden verrichten.

- Het verwerken van de financiële administratie.

- Het desgevraagd verstrekken van adviezen.’

5.5

Tussen partijen staat als onweersproken vast dat geen uurtarief is overeengekomen, zodat op grond van art. 7:405 lid 2 BW het op de gebruikelijke wijze berekende of een redelijk loon verschuldigd is. [appellant] heeft gesteld dat [B] van Alfa hem te kennen heeft gegeven dat Alfa de werkzaamheden voor een bedrag van maximaal € 3.500,- incl. btw zou kunnen verrichten. [B] heeft ter gelegenheid van de comparitie van partijen in eerste aanleg erkend dat hij [appellant] een bedrag van € 3.500,- als prijsindicatie heeft genoemd.

5.6

De factuur van 13 juni 2016 heeft betrekking op het boekjaar 2015 en ziet, blijkens de bijgevoegde specificatie op ‘Jaarwerk bedrijf’ en ‘Fiscaal/juridische advisering’, bestaande uit: doornemen stukken advocaat, overleg H&P en bespreking.
[appellant] heeft zowel in eerste aanleg als in hoger beroep (grieven I en III) betwist dat hij opdracht heeft gegeven tot het opstellen van jaarrekeningen.
In de opdrachtbevestiging die Alfa op 1 maart 2016 aan [appellant] heeft gezonden is inderdaad expliciet vermeld dat de opdracht niet het opstellen van een jaarrekening behelsde:
‘Voor alle duidelijkheid vermelden wij dat wij geen jaarrekening voor u zullen opstellen.’
De opdracht hield wel het maken van de bij de aangifte inkomstenbelasting 2015 behorende fiscale opstellingen van de eenmanszaak van [appellant] in, zodat het hof er vanuit gaat dat de post ‘Jaarwerk bedrijf’ daarop betrekking heeft.

5.7

[appellant] had ter zake van de werkzaamheden met betrekking tot het boekjaar 2015 al een tweetal nota’s met een totaal bedrag van € 3.358,36 incl. btw aan Alfa voldaan.
Vast staat dat Alfa geen aangifte inkomstenbelasting 2015 met bijbehorende fiscale stukken voor [appellant] heeft opgesteld. [appellant] heeft onweersproken gesteld dat hij ten tijde van de ontvangst van de factuur van 13 juni 2016, waarbij Alfa nog een bedrag van € 3.119,08 met betrekking tot het boekjaar 2015 in rekening bracht, nog geen enkel resultaat van de werkzaamheden van Alfa had gezien. Dit is voor hem aanleiding geweest de overeenkomst met Alfa tijdens de bespreking van 20 juni 2016 met onmiddellijke ingang op te zeggen.

5.8

Alfa heeft aldus met betrekking tot het boekjaar 2015 een totaal bedrag van
€ 6.477,44 aan [appellant] in rekening gebracht, bijna het dubbele van de afgegeven prijsindicatie, terwijl zij – naar de kantonrechter heeft vastgesteld en waartegen niet is gegriefd – niet voor deze overschrijding van de prijsindicatie heeft gewaarschuwd en de overeengekomen werkzaamheden, bestaande uit het opstellen van de aangifte inkomstenbelasting 2015 met bijbehorende fiscale opstellingen, bovendien niet heeft voltooid.
Alfa heeft aangevoerd dat zij deze werkzaamheden niet kon uitvoeren omdat [appellant] daarvoor niet de benodigde stukken aanleverde en dat zij daar vergeefs om heeft gevraagd, maar zij heeft in dat verband slechts verwezen naar haar brief van 7 september 2016. Die brief is lang na het beëindigen van de opdracht aan [appellant] gestuurd. Dat Alfa [appellant] in de periode tussen 1 maart 2016 en 13 juni 2016 om ontbrekende stukken heeft gevraagd, heeft Alfa niet onderbouwd gesteld. Het valt, zonder nader toelichting van de zijde van Alfa die ontbreekt, dan ook niet in te zien hoe Alfa, naast de € 3.358,36 die zij [appellant] al voor haar werkzaamheden met betrekking tot het boekjaar 2015 in rekening had gebracht, vervolgens nog 17 uur aan ‘jaarwerk bedrijf’ en 9,5 uur aan ‘fiscale/juridische advisering’ heeft kunnen besteden, terwijl Alfa, naar zij zelf stelt, niet over de benodigde stukken beschikte om haar werkzaamheden uit te voeren en vast staat dat zij de aangifte inkomstenbelasting 2015 met bijbehorende fiscale opstellingen niet heeft verzorgd. Een grond daarvoor kan ook niet worden gevonden in de door de kantonrechter genoemde omstandigheid dat er vijf besprekingen hebben plaatsgehad, nu [appellant] dat bij memorie van grieven expliciet heeft ontkend. Nu [appellant] bovendien onbetwist heeft gesteld dat hij geen enkel resultaat van de door Alfa in rekening gebrachte werkzaamheden te zien heeft gekregen en Alfa in deze procedure ook niet inzichtelijk heeft gemaakt waaruit haar werkzaamheden hebben bestaan, ligt de vordering van Alfa voor zover die ziet op betaling van haar factuur van 13 juni 2016 voor afwijzing gereed.

5.9

De factuur van 14 juli 2016 heeft betrekking op het boekjaar 2016. [appellant] heeft er terecht op gewezen dat de opdracht die hij aan Alfa had verstrekt, beperkt was tot het opstellen van de aangifte inkomstenbelasting 2015 met bijbehorende fiscale opstellingen.
Nu door Alfa niet onderbouwd is gesteld dat haar ook werkzaamheden met betrekking tot het boekjaar 2016 zijn opgedragen, komen de bij de factuur van 14 juli 2016 in rekening gebrachte werkzaamheden niet voor vergoeding in aanmerking, zulks met uitzondering van de bespreking met [appellant] op 20 juni 2016, nu niet in geschil is dat deze heeft plaatsgehad en betrekking had op de aangifte inkomstenbelasting 2015. Derhalve komt een bedrag van
€ 230,- + 21% btw = € 278,30 voor toewijzing in aanmerking. Dit bedrag blijkt uit de bij de factuur gevoegde specificatie.

5.10

[appellant] heeft in zijn memorie van grieven nog een beroep op verrekening gedaan en daartoe het volgende aangevoerd. Alfa heeft hem in verband met de uitschrijving van zijn eenmanszaak toegezegd de btw-aangiften bij de belastingdienst te zullen ‘reactiveren’, maar heeft dat nagelaten. Daardoor heeft [appellant] de btw die hij over de facturen van Alfa van
7 april 2016, 12 mei 2016 en uit hoofde van het vonnis van de kantonrechter diende te voldoen niet bij de belastingdienst terug kunnen vragen.

5.11

Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Zoals de kantonrechter in rechtsoverweging 4.8 van het vonnis van 11 juli 2017 heeft overwogen, heeft [appellant] in eerste aanleg weersproken dat hij bij het geven van deze opdracht handelde in de uitoefening van zijn bedrijf. Om die reden heeft de kantonrechter de door Alfa gevorderde wettelijke handelsrente ex art. 6:119a BW afgewezen en de wettelijke rente conform art. 6:119 BW toegewezen. [appellant] huidige stelling dat hij aanspraak kan maken op teruggave van btw met betrekking tot de in r.o. 5.10 genoemde facturen is – zonder nadere toelichting die ontbreekt – niet te verenigen met het door hem ingenomen standpunt dat hij bij het verstrekken van de opdracht waar deze facturen op zien niet handelde in de uitoefening van zijn bedrijf (en daarmee als ondernemer voor de btw). Het hof verwerpt het beroep op verrekening daarom.

6 De slotsom

6.1

Het hoger beroep slaagt zodat het bestreden vonnis moet worden vernietigd. Het hof zal, opnieuw rechtdoende, [appellant] veroordelen een bedrag van € 278,30 aan Alfa te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juli 2016 tot aan de dag der voldoening. Alfa zal worden veroordeeld om hetgeen [appellant] ter uitvoering van het vonnis van de kantonrechter van 11 juli 2017 meer aan Alfa heeft voldaan, terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling door [appellant] tot aan de dag van volledige restitutie door Alfa.

6.2

Als de (overwegend) in het ongelijk te stellen partij zal het hof Alfa in de kosten van beide instanties veroordelen.

De kosten voor de procedure in eerste aanleg aan de zijde van [appellant] zullen worden vastgesteld op:

- griffierecht € nihil,-

- salaris gemachtigde € 120,- ( 2 punten x tarief 60,-)

Totaal € 120,-

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [appellant] zullen worden vastgesteld op:

- explootkosten € 103,11

- griffierecht € 318,-

- subtotaal verschotten € 421,11

- salaris advocaat € 632,- (1 punt x tarief 632,-)

Totaal € 1053,11

6.3

Als niet weersproken zal het hof ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten toewijzen zoals hierna vermeld.

7 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van de kantonrechter te Assen van 11 juli 2017 en doet opnieuw recht:

veroordeelt [appellant] om aan Alfa te betalen € 278,30 incl. btw te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 29 juli 2016 tot aan de dag van volledige betaling;

veroordeelt Alfa om hetgeen [appellant] ter voldoening aan het vernietigde vonnis van 11 juli 2017 méér aan Alfa heeft voldaan, aan [appellant] terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling door [appellant] tot aan de dag van volledige restitutie door Alfa;

veroordeelt Alfa in de kosten van beide instanties, tot aan de bestreden uitspraak aan de zijde van [appellant] wat betreft de eerste aanleg vastgesteld op € nihil,- voor verschotten en op
€ 120,- voor salaris gemachtigde en tot aan deze uitspraak wat betreft het hoger beroep vastgesteld op € 421,11 voor verschotten en op € 632,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en – voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

veroordeelt Alfa in het na salaris, begroot op € 131,-, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 68,- in geval Alfa niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan en betekening heeft plaatsgevonden, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente te rekenen vanaf veertien dagen na aanschrijving en betekening;

verklaart dit arrest ten aanzien van de daarin vervatte veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. M.M.A. Wind, mr. I. Tubben en mr. J. Smit en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op 17 april 2018.