Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:3396

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-04-2018
Datum publicatie
25-04-2018
Zaaknummer
WAHV 200.196.152
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet de rijbaan gebruiken. Verbalisant dreigde met een bekeuring, als de gemachtigde - die het voertuig feitelijk bestuurde - niet zou doorrijden. De gemachtigde is vervolgens doorgereden, maar de betrokkene ontving vervolgens een bekeuring. Niet valt in te zien waarom de verbalisant

in dit geval niet de bestuurder heeft kunnen aanspreken om de identiteit van de bestuurder vast te stellen. Door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen, terwijl aannemelijk is dat er een reële mogelijkheid bestond om de sanctie aan de bestuurder op te leggen, is gehandeld in strijd met artikel 5 Wahv. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.196.152

12 april 2018

CJIB 187590498

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam

van 17 juni 2016

betreffende

[betrokkene] B.V. (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [A] ,

voor wie als gemachtigde optreedt [B] ,

wonende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken”, welke gedraging op 8 februari 2015 om 14:13 uur zou zijn verricht met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] op de Delftsevaart te Rotterdam.

2. De gemachtigde, die het voertuig op voormelde datum en tijd bestuurde, stelt dat de verbalisant in een auto naast haar auto stopte en wild gebaarde. Toen de gemachtigde haar portierraam opende, gaf de verbalisant te kennen dat zij door moest rijden en dreigde hij een bekeuring uit te schrijven. De gemachtigde stelt dat zij daarop is weggereden. Vervolgens is toch een sanctie opgelegd.

3. In reactie op het verweer van de gemachtigde heeft de verbalisant d.d. 26 maart 2015 een aanvullend proces-verbaal opgemaakt, waarin hij onder meer het volgende verklaart:
“Op zondag 2 februari 2015 (het hof begrijpt: 8 februari 2015) omstreeks 14:13 uur bevond ik mij in uniform gekleed en met handhaving belast op de voor het openbaar verkeer openstaande weg de Delftsestraat te Rotterdam en constateerde aldaar het volgende: R 315B - Als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken (bijv. laten stilstaan op een trottoir/voetpad etc.).
Ik zag daar een motorvoertuig van het merk Volkswagen, kleur blauw, voorzien van het kenteken [0-YYY-00] geparkeerd staan op het trottoir. Bestuurder een oprijteken gegeven waarop hij geen gehoor gaf, waarop ik ben overgegaan tot het uitschrijven van een bekeuring.”

4. Op grond van artikel 5 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) kan een sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd, wanneer is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met een voertuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is.

5. Naar vaste rechtspraak van het hof brengt voormelde bepaling met zich dat een sanctie ingevolge de Wahv zo mogelijk aan de bestuurder moet worden opgelegd. Slechts wanneer zich geen reële mogelijkheid voordoet tot vaststelling van de identiteit van de bestuurder, kan de sanctie aan de kentekenhouder van het voertuig worden opgelegd.

6. De gang van zaken zoals de gemachtigde die beschrijft, geeft aanleiding om te toetsen of de verbalisant in dit geval de sanctie aan de kentekenhouder mocht opleggen. Wanneer de verbalisant wordt gevolgd in zijn verklaring dat de bestuurder van het voertuig geen gehoor gaf aan zijn teken om weg te rijden, dan valt niet in te zien waarom de verbalisant de bestuurder niet heeft kunnen aanspreken om de identiteit van de bestuurder vast te stellen. Conform het uitgangspunt van artikel 5 van de Wahv had de sanctie in dat geval aan de bestuurder kunnen worden opgelegd. Door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen, terwijl aannemelijk is dat er een reële mogelijkheid bestond om de sanctie aan de bestuurder op te leggen, is gehandeld in strijd met artikel 5 van de Wahv. Dat moet leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking. Wat de gemachtigde verder heeft aangevoerd, behoeft geen bespreking meer.

7. Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 13 april 2015, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 187590498 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan haar wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.