Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:3187

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
05-04-2018
Datum publicatie
25-04-2018
Zaaknummer
WAHV 200.194.758
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Snelheid. Een ijkrapport hoeft geen deel uit te maken van de stukken. Dat is slechts anders indien redelijkerwijs twijfel bestaat over de aspecten waarop die informatie betrekking heeft. Het enkel opwerpen van de suggestie dat de gebruikte apparatuur niet juist heeft gefunctioneerd, vormt geen aanleiding om in deze zaak het ijkrapport als een op de zaak betrekking hebbend stuk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.194.758

5 april 2018

CJIB 188318668

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag

van 25 mei 2016

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] ,

voor wie als gemachtigde optreedt [B] ,

kantoorhoudende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 194,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximumsnelheid op autosnelwegen met 23 km/u (verkeersbord A1)”, welke gedraging op 24 november 2014 om 21:36 uur zou zijn verricht op de autosnelweg A12 (rechts) te Nieuwerbrug aan den Rijn met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .

2. De gemachtigde merkt op dat zich geen ijkrapport bij de stukken bevindt. Weliswaar kan een ijkrapport op andere wijze worden verkregen, maar het behoort een ‘op de zaak betrekking hebbend stuk’ te zijn, zo stelt de gemachtigde. Nu het stuk ontbreekt, kan wat de gemachtigde betreft de inleidende beschikking niet in stand blijven.

3. De op de zaak betrekking hebbende stukken dienen deel uit te maken van het dossier (vgl. het arrest van het hof van 2 februari 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2018:1050). In zaken als deze worden het zaakoverzicht en – indien van toepassing – een foto van de gedraging aangemerkt als op de zaak betrekking hebbende stukken. Het hof stelt vast dat deze stukken zich in het dossier bevinden. Andere documenten, zoals een ijkrapport, hoeven geen deel uit te maken van het dossier. Dat is slechts anders indien redelijkerwijs twijfel bestaat over de aspecten waarop die informatie betrekking heeft (vgl. het arrest van het hof van 17 oktober 2016, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2016:8247). Die situatie kan zich voordoen wanneer feiten of omstandigheden aannemelijk worden gemaakt die niet of onvoldoende kunnen worden weerlegd aan de hand van het zaakoverzicht, de eventuele foto’s en de overige aanwezige stukken dan wel wanneer feiten of omstandigheden worden aangevoerd die twijfel doen rijzen aan de juistheid van de uit die stukken blijkende gegevens.

4. Uit het zaakoverzicht blijkt dat aan de betrokkene een sanctie is opgelegd voor een op geautomatiseerde wijze vastgestelde snelheidsovertreding. Verder is daarin vermeld dat de gedraging langs elektronische weg is geconstateerd en vastgelegd met behulp van een voor de meting getest en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel, dat op 25 november 2013 is geijkt.

5. De gemachtigde stelt dat moet worden getwijfeld aan de ijking van de meetapparatuur. Enige onderbouwing ontbreekt. Het enkel opwerpen van de suggestie dat de gebruikte apparatuur niet juist heeft gefunctioneerd, vormt geen aanleiding om in deze zaak het ijkrapport aan te merken als een op de zaak betrekking hebbend stuk. Het verweer op dit punt wordt verworpen.

6. De gemachtigde voert verder aan dat de beslissing van de kantonrechter niet naar behoren is gemotiveerd. De kantonrechter heeft de zaak volgens de gemachtigde met een standaardmotivering afgedaan.

7. De beslissing van de kantonrechter dient overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) met redenen te zijn omkleed. De wet stelt geen nadere eisen aan de motivering en derhalve ook niet de eis dat op alle argumenten van de gemachtigde expliciet en uitgebreid dient te worden gereageerd. Hoewel aan de gemachtigde kan worden toegegeven dat de motivering van de beslissing van de kantonrechter summier is, geeft dat op zichzelf nog geen aanleiding voor het oordeel dat de beslissing van de kantonrechter ontoereikend is gemotiveerd. Daarbij betrekt het hof dat de gemachtigde niet heeft aangegeven op welk punt de motivering van de kantonrechter tekortschiet.

8. De gemachtigde heeft verzocht om al hetgeen in eerdere beroepsprocedures is aangevoerd als herhaald en ingelast te beschouwen. De gemachtigde – een professioneel rechtsbijstandverlener – heeft volstaan met dit verzoek zonder aan te geven dat en waarom de kantonrechter de ingediende bezwaren niet juist heeft beoordeeld. Gelet hierop kan dit verzoek, nu het geen redenen bevat waarom de beslissing van de kantonrechter zou moeten worden vernietigd, niet als beroepsgrond worden beschouwd. Het is niet de taak van het hof om – anders dan in kwesties van openbare orde – ambtshalve de rechtmatigheid van de beslissing van de kantonrechter te beoordelen. Daarom kan in dit verzoek ook geen grond voor vernietiging van de beslissing van de kantonrechter worden gevonden.

9. De gemachtigde stelt tot slot dat de kantonrechter op het verzoek om proceskostenvergoeding had moeten beslissen. Het hof stelt vast dat de gemachtigde in beroep bij de kantonrechter heeft verzocht om een proceskostenvergoeding. Het hof verstaat de beslissing van de kantonrechter zo, dat het verzoek is afgewezen. De betrokkene is door de kantonrechter niet in het gelijk gesteld, zodat de kantonrechter terecht geen aanleiding heeft gevonden voor toekenning van een proceskostenvergoeding.

10. Geen van de beroepsgronden treft doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.