Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:3146

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
04-04-2018
Datum publicatie
25-04-2018
Zaaknummer
WAHV 200.194.377
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdrijvingsvlak of puntstuk? De verbalisant heeft klaarblijkelijk een puntstuk bedoeld. De kantonrechter heeft terecht de feitcode en de daarbij horende omschrijving van de gedraging gewijzigd. De betrokkene is door deze wijziging niet in zijn verdedigingsbelangen geschaad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.194.377

4 april 2018

CJIB 185756439

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland

van 2 mei 2016

betreffende

[betrokkene] Advocaten
(hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [A] ,

voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] ,
kantoorhoudende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard en de feitcode gewijzigd in R618a (als bestuurder een puntstuk gebruiken).

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken” (feitcode R618), welke gedraging zou zijn verricht op
2 oktober 2014 om 12:15 uur op de Rijksweg A6 links te Muiderberg met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .

2. De kantonrechter heeft de feitcode gewijzigd in R618a en de omschrijving van de gedraging in “als bestuurder een puntstuk gebruiken".

3. De gemachtigde voert aan dat de gedraging “als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken” niet kan zijn verricht omdat er op de betreffende locatie geen verdrijvingsvlak is. Ter onderbouwing van zijn betoog heeft de gemachtigde eerder in de procedure foto's van Google maps (streetview) overgelegd. Ook de gedraging “als bestuurder een puntstuk gebruiken" kan volgens de gemachtigde niet worden vastgesteld, nu uit de verklaring van de verbalisant uitsluitend volgt dat er over een verdrijvingsvlak is gereden. Nu de verbalisant iets heeft waargenomen wat hij niet kan hebben waargenomen, dient te worden getwijfeld aan diens verklaring. Het lijkt de gemachtigde zeer onwenselijk om de verklaring van de verbalisant in dit opzicht verbeterd te lezen, zoals de advocaat-generaal voorstelt, aanzien deze werkwijze het proces van waarheidsvinding ernstig te kort zou doen en dit afbreuk zou doen aan het vertrouwen dat onze samenleving stelt in door verbalisanten opgemaakte verklaringen. Voorts klaagt de gemachtigde erover dat in de beslissing van de kantonrechter ten onrechte wordt gesteld dat de gemachtigde uitsluitend heeft ontkend de verweten gedraging te hebben verricht. Dit is onjuist. De gemachtigde heeft zijn standpunt op de zitting van de kantonrechter namelijk onderbouwd met foto's van Google maps.

4. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 62 in verbinding met artikel 77 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Artikel 62 van het RVV 1990 luidt: “Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.” Artikel 77, eerste lid, van het RVV 1990 luidt: "Bestuurders mogen verdrijvingsvlakken en puntstukken niet gebruiken".

5. Ingevolge artikel 1 van het RVV 1990 wordt onder een puntstuk verstaan: "meerhoekig vlak op het wegdek, opgenomen bij splitsingen of samenvoegingen van wegen, rijstroken of rijbanen" en wordt onder een verdrijvingsvlak verstaan: "gedeelte van de rijbaan waarop schuine strepen zijn aangebracht".

6. In zaken betreffende de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

7. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:

“Bestuurder zat te bellen, reed op rijstrook 3 en reed over het verdrijvingsvlak naar rijstrook 2 richting verbindingsweg A6 link naar A1 rechts. (…)

Ter hoogte van hectometerpaal: 42.2 (…)”

8. Op voor een ieder te raadplegen beeldmateriaal op Google Maps (streetview), waarvan de door de gemachtigde ter zitting van de kantonrechter overgelegde afdrukken zich in het dossier bevinden, is te zien dat zich op de A6 links ter hoogte van hectometerpaal 42.2 geen verdrijvingsvlak bevindt, maar wel een puntstuk. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat beide verkeerstekens grote gelijkenis vertonen, heeft de verbalisant klaarblijkelijk een puntstuk bedoeld. De verklaring van de verbalisant dient in zoverre dan ook verbeterd te worden lezen. Niet gebleken is dat door deze verbeterde lezing het proces van waarheidsvinding ernstig te kort wordt gedaan.

9. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat niet wordt ontkend dat gebruik is gemaakt van een puntstuk, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging “als bestuurder een puntstuk gebruiken" is verricht.

10. Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter terecht de feitcode en de daarbij behorende omschrijving van de gedraging gewijzigd. Er is immers geen gebruik gemaakt van een verdrijvingsvlak, maar van een puntstuk. Volgens vaste rechtspraak is het geoorloofd om de feitcode te wijzigen indien een betrokkene daardoor niet in zijn verdedigingsbelangen wordt geschaad. Nu het gaat om hetzelfde feitencomplex, uit de beroepschriften blijkt dat de betrokkene wist waartegen hij zich moest verdedigen en de hoogte van het sanctiebedrag voor beide gedragingen gelijk is, is het hof van oordeel dat de betrokkene door voornoemde wijziging niet in zijn belangen wordt geschaad.

11. De kantonrechter heeft echter verzuimd het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren. Gelet daarop kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven. Het hof zal die beslissing dan ook vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, te weten het beroep gedeeltelijk gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie alsmede de inleidende beschikking wijzigen, in zoverre dat de omschrijving van de gedraging en de daarbij behorende feitcode worden vastgesteld op respectievelijk “als bestuurder een puntstuk gebruiken” en "R618a”.

12. Nu de beslissing van de kantonrechter reeds om voornoemde reden wordt vernietigd, behoeft de klacht van de gemachtigde dat in die beslissing ten onrechte wordt gesteld dat de gemachtigde uitsluitend de gedraging heeft ontkend geen bespreking meer.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

wijzigt de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking in zoverre dat de omschrijving van de gedraging en de daarbij behorende feitcode worden vastgesteld op respectievelijk “als bestuurder een puntstuk gebruiken” en "R618a”.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.