Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:2985

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-03-2018
Datum publicatie
10-04-2018
Zaaknummer
WAHV 200.190.692 en 200.190.693
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Als snorfietser bij ontbreken (verplicht) (brom)fietspad niet de rijbaan gebruiken. Het verbod om met een snorfiets van het betreffende weggedeelte gebruik te maken was op juiste wijze aangeduid. Dat de gemachtigde het bord meerdere malen niet heeft opgemerkt, komt voor zijn eigen rekening. Ook in het geval verkeersituatie is gewijzigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.190.692 en 200.190.693

30 maart 2018

CJIB 185610822 en 186067545

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissingen

van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam

van 16 februari 2016

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] ;

voor wie als gemachtigde optreedt [B] ,

wonende te [A] .

De beslissingen van de kantonrechter

De kantonrechter heeft de beroepen van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissingen beide ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissingen van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft verweerschriften ingediend.

De gemachtigde heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op de beroepen.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Op 26 januari 2017 is nog een brief van de gemachtigde ontvangen.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene zijn als kentekenhouder bij inleidende beschikkingen twee administratieve sancties á € 95,- opgelegd ter zake van “als (snor)fietser bij ontbreken (verpl.) (brom)fietspad niet de rijbaan gebruiken”, welke gedragingen zouden zijn verricht op 2 november 2014 om 21:51 uur en op 23 november 2014 om 14:38, beide op de Museumstraat te Amsterdam, de eerste op een snorfiets met het kenteken [YY-YY-00] en de tweede op een snorfiets met het kenteken [00-00-YY] .

2. De gemachtigde, die het voertuig beide keren bestuurde, stelt dat niet duidelijk is aangegeven dat bromfietsers niet langer onder het Rijksmuseum door mogen rijden. Voorheen was dit anders: fietsers en bromfietsers mochten gezamenlijk de onderdoorgang gebruiken. Deze situatie is eeuwenlang goed geweest. Uit de geplaatste bebording blijkt niet een duidelijk onderscheid tussen fietsers en bromfietsers. Nietsvermoedend is de gemachtigde verschillende keren de onderdoorgang ingereden. Daarvoor zijn in korte tijd drie sancties opgelegd. Er zijn in het geheim camera’s geplaatst en er worden dagelijks honderden boetes opgelegd aan onwetende burgers. De gemachtigde vindt dit schaamteloos. Er had ter plekke een handhaver moeten staan om uitleg te geven over de gewijzigde situatie. De gemachtigde vraagt, mede vanwege de beperkte financiële middelen van de betrokkene, om vernietiging van de boetes.

3. De gemachtigde ontkent niet dat hij op beide tijdstippen op een snorfiets door de onderdoorgang bij het Rijksmuseum is gereden. Dit blijkt ook voldoende uit de stukken.
In geding is of het verbod om met een snorfiets van het betreffende weggedeelte gebruik te maken op de juiste wijze was aangeduid.

4. De advocaat-generaal heeft bij zijn verweerschrift een aanvullend proces-verbaal gevoegd, waarin de teamleider handhaving van de Gemeente Amsterdam onder meer het volgende op ambtseed verklaart:
“Per 13 april 2014 is er (…) een Verkeersbesluit van kracht waarin staat gesteld dat de Museumstraat een voetgangerszone is waar uitsluitend fietsers op de rijloper (het deel van de straat dat door het afwijkende bestratingspatroon herkenbaar is) worden toegestaan. Geen enkele vorm van gemotoriseerd vervoer, waaronder ook snorfietsers, is toegestaan in deze zone. Op straat wordt dit aangeduid door de borden G7, bijlage 1 RVV 1990 voorzien van de tekst: ‘Zone + symbool voetgangers’ met onderborden waarop respectievelijk is vermeld ‘fietsen toegestaan op de rijloper’ en ‘snorfietsers verboden’. (…) Sinds de heropening van het Rijksmuseum op 13 april 2013 tot 30 augustus 2014 hebben verkeersregelaars ter plekke dagelijks, 5 uur per dag, overtreders gewezen op het inrijdverbod dat voor hen geldt. Vanaf 1 september tot en met 26 oktober 2014 hebben buitengewoon opsporingsambtenaren op locatie gehandhaafd met boetes. Per 27 oktober 2014 is er een camerasysteem in werking gesteld dat gebruikt wordt voor handhaving.”

5. Bij deze verklaring zijn foto’s gevoegd van de ter plaatse aanwezige bebording. Naar het oordeel van het hof laten deze aan duidelijkheid niets te wensen over. Het verbod om met een snorfiets van het betreffende weggedeelte gebruik te maken, is op de juiste wijze aangegeven. Gelet daarop staat vast dat de beide gedragingen zijn verricht. De vraag is nu of de omstandigheden die de gemachtigde aanvoert toch rechtvaardigen dat sancties in dit geval achterwege blijven of dat het bedrag daarvan wordt gematigd (zie artikel 9, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften).

6. Naar het oordeel van het hof is dat niet het geval. Dat de gemachtigde de borden meerdere malen niet heeft opgemerkt, komt voor zijn eigen rekening. Van weggebruikers wordt verwacht dat zij te allen tijde oplettend zijn op aanwezige bebording. Verkeerssituaties kunnen wijzigen. Men dient daarop bedacht te zijn. Dit verweer van de gemachtigde slaagt dan ook niet. Hetgeen omtrent de financiële situatie van de betrokkene is aangevoerd, vormt evenmin grond voor matiging van de sanctie(s). De gemachtigde heeft niet aannemelijk gemaakt dat de betrokkene niet in staat kan worden geacht om de opgelegde administratieve sancties binnen afzienbare tijd, dat wil zeggen voor het moment dat zij, na het onherroepelijk worden daarvan, met de wettelijke verhogingen wordt geconfronteerd, geheel te voldoen.

7. Het hof komt tot de slotsom dat de kantonrechter in beide zaken een juiste beslissing heeft gegeven. Deze beslissingen worden daarom bevestigd. Met deze uitspraak zijn beide sancties onherroepelijk geworden. Het CJIB kan de inning ervan dus hervatten.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissingen van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.