Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:284

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-01-2018
Datum publicatie
05-02-2018
Zaaknummer
WAHV 200.186.516
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Opleggen van een sanctie is niet billijk, omdat zich in dit geval een verwarrende situatie voordeed. Het lijkt alsof een aparte strook op de rijbaan is gecreëerd om stil te staan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.186.516

9 januari 2018

CJIB 178513511

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland

van 8 januari 2016

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 130,- opgelegd ter zake van “stilstaan op een kruispunt”, welke gedraging zou zijn verricht op 30 december 2013 om 17.30 uur op De Garst te Den Helder met het voertuig met het kenteken [YY-YY-00] .

2. De betrokkene ontkent niet dat hij op voormelde datum en tijd ter plaatse heeft stil gestaan, maar voert aan dat hij in verband met een lage bloedsuiker kort heeft stil gestaan langs een versleten gele onderbroken streep. Deze gele onderbroken belijning geeft aan dat daar kort mag worden stil gestaan. Nu gebleken is dat het gedeelte waar hij stil stond ook deel uitmaakt van een kruispunt, is het naar mening van de betrokkene - gelet op de belijning - niet verwijtbaar dat hij daar heeft stil gestaan.

3. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in: “Pa (het hof leest: personenauto) stond geparkeerd op T-splitsing.”

4. Gelet op de stukken in het dossier, waaronder de verklaring van de verbalisant, en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging op zich niet bestrijdt, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

5. De betrokkene heeft bij zijn beroepschriften aan de officier van justitie en de kantonrechter diverse foto's overgelegd. Mede in aanmerking genomen dat de advocaat-generaal dit niet heeft betwist, is het aannemelijk dat deze de situatie ter plaatse ten tijde van de gedraging weergeven. Op de foto's is te zien dat de pleeglocatie een T-splitsing betreft, die bestaat uit een doorgaande weg en een weg die daarop uitloopt.

Het voertuig van de betrokkene stond ter hoogte van de kruising op de doorgaande weg, langs het trottoir waarop een gele onderbroken streep is aangebracht, vlak voor een uitstulping van het trottoir. Ter hoogte van de kruising is de rijbaan zeer breed.

6. Het hof is van oordeel dat door de uitstulping van het trottoir in combinatie met de versleten gele onderbroken streep en de brede rijbaan ter hoogte van de kruising een verwarrende situatie is ontstaan. Hierdoor lijkt het of een aparte strook op de rijbaan is gecreëerd voor het stil staan langs de gele onderbroken streep die zich uitstrekt tot en met de T-splitsing. Deze situatie is dermate verwarrend dat er sprake is van omstandigheden die meebrengen dat het opleggen van een sanctie in dit geval niet billijk is.

7. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doende wat de kantonrechter had behoren te doen, het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen.

8. De betrokkene heeft in zijn beroepschrift verzocht om vergoeding van de door hem gemaakte kosten. Voor zover de betrokkene, zoals in het beroepschrift bij de kantonrechter is verzocht, portokosten en de kosten voor het afdrukken van foto's vergoed wil, komen deze kosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht niet voor vergoeding in aanmerking. Voorts komen gelet op de vaste rechtspraak van het hof slechts de reis- en verletkosten die zijn gemaakt in verband met het bijwonen van een zitting en/of het nemen van inzage in de stukken ter griffie van de rechtbank voor vergoeding in aanmerking. Blijkens de gedingstukken is de betrokkene niet ter zitting van de kantonrechter verschenen. Gelet op het voorgaande wordt het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 178513511 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Stoop als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.