Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:2810

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26-03-2018
Datum publicatie
10-04-2018
Zaaknummer
WAHV 200.223.075
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De advocaat-generaal heeft besloten om de inleidende beschikking in te trekken. Voor zover het hoger beroep betrekking heeft op de beslissing van de kantonrechter op het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie, dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard wegens het ontbreken van belang. Voor zover het hoger beroep betrekking heeft op de beslissing van de kantonrechter over de proceskostenveroordeling, vernietigt het hof die beslissing. In dit geval bestond wel aanleiding om de reactie op de schriftelijke reactie van de officier van justitie als proceshandeling (dupliek)

te vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.223.075

26 maart 2018

CJIB 199453246

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag

van 7 juni 2017

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] ,

voor wie als gemachtigde optreedt [B] ,

h.o.d.n. [C] , kantoorhoudende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing gegrond verklaard,

die beslissing vernietigd, het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard en de officier van justitie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten, ter hoogte van € 495,-.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger

beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen.

Bij brief van 2 februari 2018 heeft de advocaat-generaal het hof bericht, dat is besloten om de inleidende beschikking met voormeld CJIB-nummer, waarbij aan de betrokkene een administratieve sanctie is opgelegd, in te trekken en dat de betrokkene hiervan in kennis is gesteld.

Beoordeling

1. Nu de advocaat-generaal heeft besloten om voormelde beschikking in te trekken en derhalve is bewerkstelligd, hetgeen de betrokkene met het hoger beroep beoogde te verkrijgen, te weten vernietiging van deze beschikking, heeft de betrokkene geen belang meer bij een uitspraak op het hoger beroep voor zover betrekking hebbende op de beslissing van de kantonrechter op het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie. Derhalve dient het hoger beroep van de betrokkene in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2. De kantonrechter heeft voorts beslist op het verzoek om een proceskostenvergoeding. Volgens de gemachtigde heeft de kantonrechter dat niet goed gedaan. De kantonrechter heeft ten onrechte geen vergoeding toegekend voor de uitgebrachte dupliek.

3. De kantonrechter heeft geen vergoeding voor de uitgebrachte dupliek toegekend omdat de dupliek een reactie was op de door de officier van justitie uitgebrachte repliek. Deze repliek was nodig omdat de gemachtigde eerst ter zitting met een nieuw bezwaar tegen de inleidende beschikking kwam, welk bezwaar een schriftelijke reactie behoefde.

4. Het hof stelt voorop dat geen rechtsregel er aan in de weg staat dat voor het eerst ter zitting bij de kantonrechter nieuwe bezwaren tegen de inleidende beschikking worden aangevoerd. Indien de officier van justitie daarop niet adequaat kan reageren, kan dat aanleiding voor de kantonrechter zijn om de behandeling van de zaak aan te houden. De kantonrechter heeft de zaak niet behandeld op een nieuwe zitting maar heeft de officier van justitie in de gelegenheid gesteld schriftelijk op het ter zitting naar voren gebrachte bezwaar te reageren. Vervolgens is de gemachtigde in de gelegenheid gesteld om te reageren op de schriftelijke reactie van de officier van justitie. Aldus is sprake van een proceshandeling, te vergelijken met dupliek als bedoeld in artikel 8:43, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Volgens bijlage A bij het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt aan een dergelijke proceshandeling een halve punt toegekend. Dit betekent dat de beslissing van de kantonrechter, voor zover daarbij is beslist op het verzoek om proceskostenvergoeding, moet worden vernietigd.

5. Naar het oordeel komen de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor vergoeding in aanmerking. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende voor vergoeding in aanmerking komende proceshandelingen verricht: indienen administratief beroepschrift, indienen beroepschrift bij de kantonrechter, verschijnen ter zitting bij de kantonrechter, indienen dupliek en indienen hoger beroepschrift. Aan het indienen van een beroepschrift en het verschijnen ter zitting dient telkens één punt te worden toegekend en aan het indienen van dupliek een halve punt. Per 1 januari 2018 bedraagt de waarde per punt € 501,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1127,25 (= 4,5 x € 501,- x 0,5).

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij is beslist op het verzoek om proceskostenvergoeding;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1127,25 over te maken op rekening [00000]

t.n.v. [C] , [A] ;

verklaart het hoger beroep voor het overige niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Terhell als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.