Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:238

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-01-2018
Datum publicatie
15-01-2018
Zaaknummer
200.144.023
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep; vrijwaringszaak; devolutieve werking van het hoger beroep; assurantietussenpersoon; collectieve pensioen- en arbeidsongeschiktheidsverzekering; onvoldoende oorzakelijk verband aangevoerd tussen beweerde beroepsfouten van de assurantietussenpersoon en de door de werkgever aan haar werknemer in verband met diens arbeidsongeschiktheid vergoede schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2018/56
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.144.023

(zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, 425299)

arrest van 9 januari 2018

in de vrijwaringszaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Echostar Global B.V.,

gevestigd te Almelo,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres in vrijwaring,

hierna: Echostar,

advocaat: mr. D.G. Veldhuizen,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[geïntimeerde] ,

tevens handelend onder de naam: [X],

gevestigd te Almelo,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde in vrijwaring,

hierna: [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. F. van der Woude.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het eindvonnis van 3 september 2013 dat de kantonrechter in rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, in de vrijwaringszaak tussen partijen heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 29 november 2013,

- de memorie van grieven met producties,

- de memorie van antwoord met producties,

- een akte van Echostar tot wijziging/vermindering van eis alsmede overlegging producties ,

- een antwoordakte van [geïntimeerde] tevens bezwaar eiswijziging met een productie.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3. De vaststaande feiten

3.1

Voor een collectieve pensioenaanvraag ten behoeve van haar werknemers heeft Echostar (die producten en diensten aanbiedt met betrekking tot satellietcommunicatie) als opdrachtgever in 1999 contact gezocht met opdrachtnemer [voorganger geïntimeerde] , de voorganger van [geïntimeerde] , die op 24 maart 2005 voor haar een collectieve pensioenaanvraag heeft ingediend bij AXA Leven N.V. (hierna: AXA).

3.2

In de vervolgens gesloten collectieve pensioenverzekering is onder meer bepaald dat AXA de premie-inleg voor de opbouw van het pensioenkapitaal van de werknemer overneemt indien deze werknemer arbeidsongeschikt raakt en de betreffende werknemer dit heeft meeverzekerd. Met betrekking tot deze premievrijstelling bepaalt artikel 6 van de toepasselijke polisvoorwaarden

“Art. 6 Kosten arbeidsongeschiktheidsrisico

1. Op iedere zesde werkdag van de maand zal AXA, mits en voor zover dit volgens de polis

is meeverzekerd, de kosten voor het arbeidsongeschiktheidsrisico van verzekerde(n) gedurende de betreffende maand in rekening brengen.

(...)

2. Het arbeidsongeschiktheidsrisico bestaat uit een dekking voor premievrijstelling ter

grootte van maximaal de op dat moment verschuldigde premie.”

3.3

Verder heeft AXA een pensioenreglement opgesteld met bepaling in artikel 10:

“Vrijstelling van premiebetaling in geval van arbeidsongeschiktheid

Artikel 10

Voor iedere deelnemer wordt, met inachtneming van het in de polis bepaalde, vrijstelling van premiebetaling meeverzekerd overeenkomstig de door AXA gehanteerde polisvoorwaarden. Vrijstelling van premiebetaling alsmede de hoogte van de vrij te stellen premie is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid van de deelnemer, met dien verstande dat onder de vrij te stellen premie wordt verstaan de premie exclusief de daarin begrepen premie voor

premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid.”

3.4

Per 1 juli 2005 heeft [geïntimeerde] (een financiële dienstverlener die onder meer als tussenpersoon optreedt op het gebied van werknemersverzekeringen) in opdracht van Echostar haar administratie en het beheer van de bestaande werknemersverzekeringen van [voorganger geïntimeerde] overgenomen (zoals doorgeven van poliswijzigingen, melden van arbeidsongeschikte werknemers bij verzekeraars, controle van de polisbladen, verrichten van rekening-courantcontrollers en voeren van evaluatiegesprekken met Echostar), alles tegen een afsluitprovisie die verspreid over de hele looptijd van deze beheersactiviteiten is betaald.

3.5

Daarnaast heeft Echostar per 1 juni 2007 ten behoeve van haar werknemers een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten bij De Amersfoortse Verzekeringen (hierna te noemen: De Amersfoortse). Deze bestaat uit een WGA-gatverzekering en een WIA-excedentverzekering. Van de polisvoorwaarden luidt artikel 6.2:
“6.2 Salarisverhoging

Verhogingen van verzekerde bedragen wegens salarisverhogingen zullen tot maximaal 15% ten opzichte van het laatst bij De Amersfoortse bekende salaris worden doorgevoerd met de

wijzigingen per één januari.

Voorwaarden hierbij zijn:

- (...) dat verzekerde in een periode van 180 dagen voorafgaande aan de datum waarop de

verhoging in moet gaan niet gedurende een onafgebroken periode van negentig dagen voor

het verrichten van de normale aan zijn beroep verbonden werkzaamheden geheel of

gedeeltelijk ongeschikt is geweest ten gevolge van ongeval of ziekte.”

3.6

Tijdens een klantgesprek in 2007 heeft Echostar [geïntimeerde] verzocht een informatiebrochure op te stellen over onder meer haar pensioenregeling. [geïntimeerde] heeft zonder nadere kosten een Personal Benefits Statement (PBS) opgesteld en dit besproken met Echostar. Het in maart 2008 door [geïntimeerde] aan Echostar voor akkoord toegezonden PBS (productie 3 bij inleidende dagvaarding), waarop Echostar niet (afwijzend) heeft gereageerd, vermeldt onder meer het volgende:

“geachte medewerk(st)er,

EchoStar Global heeft voor haar medewerkers een collectieve pensioenregeling lopen. Deze regeling is ondergebracht bij verzekeraar AXA Leven/Reaal Verzekeringen. (…)

Naast deze pensioenregeling heeft EchoStar Global B.V. een pakket verzekerbare arbeidsvoorwaarden samengesteld.

In deze brochure vind je een uitleg met betrekking tot deze verzekerbare arbeidsvoorwaarden. Een nadere uitleg van de regelingen wordt gegeven in een persoonlijk gesprek, dat zo spoedig mogelijk zal volgen.(...)

Wij hopen je met deze toelichting van dienst te zijn geweest.

Indien u nog vragen heeft, neemt u dan contact op met één van onze medewerkers.

Met vriendelijke groet.

[geïntimeerde] BV

(…)

(pagina 1, hof) 1. De collectieve pensioenregeling

De collectieve pensioenregeling is voor EchoStar Global B.V. ondergebracht bij de verzekeraar AXA Leven N.V. te Utrecht. Je bent als nieuwe medewerker verplicht om aan de regeling deel te nemen tenzij je schriftelijk afstand doet.

(…)

Vrijstelling van premiebetaling

Deze voorziening geldt voor iedere deelnemer aan de pensioenregeling van EchoStar Global

B.V. De verzekering zorgt ervoor dat bij arbeidsongeschiktheid AXA Leven N.V. de

premiebetaling voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen voor haar rekening neemt. Op deze manier komt, ondanks je arbeidsongeschiktheid, de verdere opbouw van je pensioen niet in gevaar. Afhankelijk van het feit of je gedeeltelijk of volledig arbeidsongeschikt bent, wordt de premiebetaling gedeeltelijk of geheel voortgezet. Wanneer je tijdens je periode van

arbeidsongeschiktheid op grond van een hogere leeftijd in aanmerking komt voor een hoger beschikbaar premiepercentage (volgens de premietabel), wordt dit hogere percentage door AXA Leven N.V. betaald.

(…)

(pagina 8, hof) 2. De arbeidsongeschiktheidsverzekering (WIA)

(…)

(pagina 9, hof) Loonaanvulling of de vervolguitkering

(…)
EchoStar Global B.V. heeft ervoor gekozen om het arbeidsongeschiktheidsrisico bij De

Amersfoortse Verzekeringen te verzekeren. Bij de WGA Gat Verzekering Uitgebreid wordt er

70% van het inkomen tot een maximum van het dan geldende dagloon (€ 45.017,- voor 2007)

verzekerd. Er wordt dus niet gekeken naar de restverdiencapaciteit om een inkomen van 70%

van het laatstverdiende loon bij volledige arbeidsongeschiktheid te behouden. De premie wordt volledig door de werkgever betaald.

De excedentregeling, d.w.z. 70% van het inkomen boven het maximum dagloon is eveneens voor 100% voor rekening van de werkgever. De ingegane arbeidsongeschiktheidsuitkering stijgt jaarlijks met 2%.

Voor hetgeen wat voor jou verzekerd is verwijzen wij je naar je arbeidsvoorwaarden. Deze

gegevens zijn eventueel op te vragen bij de afdeling HR of [geïntimeerde] .

(…)

(pagina 12, hof) Disclaimer

Ondanks de zorg die door [geïntimeerde] besteed wordt aan de correcte verstrekking

van informatie, kan [geïntimeerde] niet verantwoordelijk en/of aansprakelijk worden

gehouden voor eventuele inhoudelijk onjuistheden respectievelijk onvolkomenheden in, of

voor schade ontstaan door, de aangeboden informatie in deze map. Voor een deel van de

informatie is [geïntimeerde] afhankelijk van door derden verstrekte informatie.

[geïntimeerde] stelt zich niet aansprakelijk voor de juistheid en de actualiteit van

deze door derden verstrekte informatie. Tevens behoudt [geïntimeerde] zich het recht om voor elk moment wijzigingen en/of aanpassingen door te voeren.”

3.7

Echostar heeft delen uit het PBS overgenomen in haar personeelshandboek dat op haar intranet is geplaatst (productie 4 bij inleidende dagvaarding).

3.8

Op 25 mei 2008 is [werknemer] , sedert 1995 werknemer in dienst van (de rechtsvoorganger van) Echostar, ziek geworden en vervolgens arbeidsongeschikt. Tot 1 juni 2010 heeft Echostar zijn salaris doorbetaald conform artikel 7:629 BW. Per 25 mei 2010 heeft [werknemer] een (wettelijke) uitkering in de zin van de Regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten. Met instemming van het UWV is de arbeidsovereenkomst van [werknemer] door middel van opzegging geëindigd per 1 mei 2011.

3.9

Voor het bepalen van de grondslag van de WIA-excedentverzekering gaat De Amersfoortse op basis van artikel 6.2 van haar polisvoorwaarden uit van [werknemer] jaarloon van € 53.505 per 1 juni 2008 omdat de verzekerde [werknemer] reeds per 25 mei 2008 ziek was.

3.10

Volgens [werknemer] diende evenwel te worden uitgegaan van zijn jaarloon van € 57.346 per 1 juni 2010 en is dit in lijn met het PBS omdat op pagina 9 van het PBS wordt gesproken over “het laatstverdiende loon bij volledige arbeidsongeschiktheid”. Bij [werknemer] was volgens hem verwarring ontstaan doordat de tekst in het PBS met betrekking tot de WIA-excedentverzekering naar zijn zeggen niet in lijn is met de polisvoorwaarden van De Amersfoortse. [werknemer] heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat hij onder meer een vordering jegens Echostar had met betrekking tot lager op te bouwen pensioenkapitaal in het kader van arbeidsongeschiktheid (“premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid”). Daarna heeft [werknemer] aanspraak gemaakt op onder meer vergoeding van vermeende WIA-excedentschade, vergoeding van vermeende pensioenschade alsmede vergoeding van de gemaakte kosten op basis van een pensioenberekening opgesteld door een pensioenconsultant. Echostar heeft de vorderingen van [werknemer] betwist.

3.11

Op vordering van [werknemer] heeft de kantonrechter in de hoofdzaak Echostar bij vonnis van 9 juli 2013 (gewezen onder zaaknummer 415571 en hersteld bij vonnis van 20 augustus 2013) veroordeeld tot betaling van een bedrag € 33.065,43 bruto te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2012 tot de dag ter voldoening ter zake inkomensderving als gevolg van de lagere WIA-excedentuitkering, een bedrag van € 96.456 bruto te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 maart 2012 tot de dag ter voldoening ter zake van inkomensderving als gevolg van het lager op te bouwen pensioenkapitaal, een bedrag van € 1.552,95 netto ter zake te kosten verbonden aan het opstellen van een pensioenrapportage, een bedrag van EUR 2.500 exclusief btw ter zake buitengerechtelijke kosten en ten slotte Echostar veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van [werknemer] ten bedrage van € 2.977,64.

3.12

Op het daartegen door Echostar ingestelde hoger beroep heeft dit hof in de hoofdzaak met nummer 200.141.849 bij tussenarrest van 22 december 2015 overwogen dat Echostar de schade dient te vergoeden die [werknemer] heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van het feit dat Echostar haar in het Personeelshandboek en het PBS vermelde toezeggingen op de gebieden van de WlA-verzekering en van premievrijstelling voor het pensioen ingeval van arbeidsongeschiktheid niet is nagekomen, maar dat Echostar terecht heeft aangevoerd dat een deel van deze schade toekomstige schade betreft waarvan niet vaststaat dat [werknemer] deze daadwerkelijk zal lijden. Vervolgens heeft het hof een comparitie van partijen gelast over de omvang van de schade. Daarna hebben [werknemer] en Echostar bij vaststellingsovereenkomst van 9 mei 2016 een minnelijke regeling getroffen tot betaling door Echostar van € 65.000 bruto ter zake van de WIA-schade en de pensioenschade en een bedrag van € 30.250 inclusief btw ter zake van door [werknemer] gemaakte (advocaat-)kosten, welk laatste bedrag gebruteerd moest worden, zodat Echostar in totaal € 128.020 bruto aan [werknemer] moest betalen. Die partijen hebben de appelprocedure in de hoofdzaak op 10 mei 2016 geroyeerd.

4 Het geschil, de beslissing in eerste aanleg en de grieven

4.1

Met verlof van de kantonrechter bij incidenteel vonnis van 20 november 2012 heeft Echostar [geïntimeerde] in eerste aanleg in vrijwaring gedagvaard en gevorderd [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen waartoe Echostar door de kantonrechter in de hoofdzaak met nummer 415579 mocht worden veroordeeld, inclusief rente en proceskosten, waaronder het salaris van de gemachtigde van [werknemer] , alsmede de op de vrijwaring gevallen proceskosten. Na conclusies van antwoord, repliek en dupliek heeft de kantonrechter het gevorderde vanwege de naar zijn oordeel rechtsgeldige disclaimer afgewezen met veroordeling van Echostar in de proceskosten.

4.2

Daartegen richt Echostar haar hoger beroep met drie grieven, waarvan grief I zich keert tegen een overeenkomst van disclaimer, grief II tegen de rechtsgeldigheid van de disclaimer en grief III tegen de proceskostenveroordeling. Na het tussenarrest van 22 december 2015 en de vaststellingsovereenkomst van 9 mei 2016 in de hoofdzaak heeft Echostar bij akte wijziging/vermindering van eis alsmede overlegging producties haar vrijwaringsvordering aldus gewijzigd dat het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [geïntimeerde] zal veroordelen tot betaling van € 128.020, te vermeerderen met rente(n) en proceskosten, als vergoeding van de door Echostar geleden schade, althans een door het hof in goede justitie te bepalen bedrag, inclusief rente(n) en proceskosten, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente daarover.

4.3

Tegen deze wijziging van eis maakt [geïntimeerde] in haar antwoordakte (tevens bezwaar eiswijziging) bezwaar op grond van de twee-conclusieregel en wegens strijd met de eisen van een goede procesorde, gelegen in een onredelijke vertraging van de procedure en bemoeilijking in haar verdediging.

4.4

Hierover oordeelt het hof als volgt.

De in beginsel strakke twee-conclusie-regel geldt onder meer niet indien onverkorte toepassing van de regel in strijd zou komen met de eisen van een goede procesorde, bij voorbeeld als sprake is van nieuwe ontwikkelingen van feitelijke of juridische aard die zich hebben voorgedaan of zijn gebleken nadat de memorie van grieven is genomen (zie HR 19 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI877, herhaald in HR 9 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR2045).

De memorie van grieven in de vrijwaringszaak dateert van 1 september 2015, het tussenarrest in de hoofdzaak van 22 december 2015, de vaststellingsovereenkomst in de hoofdzaak van 9 mei 2016 en de akte wijziging/vermindering van eis alsmede overlegging producties in de vrijwaringszaak van 21 februari 2017. Het tussenarrest en de vaststellingsovereenkomst zijn dus pas na de memorie van grieven tot stand gekomen en hebben nieuwe ontwikkelingen opgeleverd van feitelijke en/of juridische aard. Anders dan [geïntimeerde] aanvoert, was Echostar niet gehouden om in deze vrijwaringsprocedure met haar memorie van grieven te wachten tot de uitkomst van het hoger beroep in de hoofdzaak. Het tijdsverloop tussen het tussenarrest van 20 december 2015 en de vaststellingsovereenkomst van 9 mei 2016 enerzijds en de eiswijziging van 21 februari 2017 anderzijds is niet doorslaggevend. [geïntimeerde] heeft immers niet aangevoerd dat en zo ja welk nadeel zij door dit tijdsverloop zou hebben geleden. Daarbij is van belang dat het bij deze eiswijziging slechts gaat om een concretisering van de aanvankelijk meer algemeen geformuleerde vrijwaringsvordering. Dat [geïntimeerde] geen inzicht zou hebben in de verweren van Echostar in de hoofdzaak en in het precieze procesverloop van het hoger beroep in de hoofdzaak, hetgeen van belang zou zijn voor het aansprakelijkheidsoordeel in hoger beroep en de uitkomst van de minnelijke regeling, valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien. Echostar heeft immers bij haar akte het tussenarrest van 22 december 2015, een gespecificeerde schadeberekening alsmede de vaststellingsovereenkomst van 9 mei 2016 in het geding gebracht, waaruit [geïntimeerde] redelijkerwijs voldoende moet hebben kunnen afleiden hoe de vaststellingsovereenkomst is tot stand gekomen. Aldus valt niet vol te houden dat de verandering van eis in strijd is met de eisen van een goede procesorde, zodat er geen reden is haar buiten beschouwing te laten.

5 De beoordeling van de grieven en de vrijwaringsvordering

5.1

Voordat het hof op de grieven ingaat, overweegt het als volgt.

Mocht een of meer van de door Echostar opgeworpen grieven slagen, dan brengt de devolutieve werking van het hoger beroep mee dat, binnen de grenzen die door appellant zijn getrokken, alle in eerste instantie door partijen aangevoerde stellingen, voor zover niet prijsgegeven, in hoger beroep alsnog dan wel opnieuw moeten worden beoordeeld. Dit geldt dus ook voor de verweren die [geïntimeerde] in eerste aanleg heeft gevoerd voor zover deze relevant zijn voor de uiteindelijke beslissing in hoger beroep.

5.2

In eerste aanleg heeft [geïntimeerde] bij conclusie van antwoord sub 37 tot en met 40 causaal verband betwist tussen eventuele tekortkomingen van haar in het PBS en de door [werknemer] gevorderde schade. [geïntimeerde] betwist dat [werknemer] vóór zijn op 25 mei 2008 ingetreden arbeidsongeschiktheid in het bezit zou zijn geweest van of bekend zou zijn geweest met het PBS. Volgens haar staat een dergelijke bekendheid van [werknemer] met het PBS haaks op zijn vraag in zijn brief van 21 oktober 2008 aan Echostar:

“Mocht ik gedeeltelijk in de WIA komen, wie betaald dan de premies, en op basis van welk salaris?”

In haar conclusie van repliek onder 39 tot en met 41 heeft Echostar opgemerkt dat het PBS niet alleen was bestemd voor nieuwe werknemers en dat haar begeleidende brief bij het PBS van augustus 2008 is gericht aan haar medewerkers en dus ook is verspreid onder haar oudere medewerkers, zoals [werknemer] . Dat hij in het bezit was van het PBS blijkt volgens haar wel uit het feit dat [werknemer] het PBS als productie 7 bij de dagvaarding in de hoofdzaak heeft gevoegd. Echostar vindt het overigens niet relevant of het PBS vóór dan wel tijdens de arbeidsongeschiktheid in [werknemer] bezit is gekomen omdat hij in beide gevallen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan de tekst van het PBS.

In haar conclusie van dupliek sub 43 tot en met 47 heeft [geïntimeerde] niet alleen aangevoerd dat [werknemer] vóór zijn arbeidsongeschiktheid geen kennis heeft kunnen nemen van het PBS maar ook dat hij destijds evenmin kennis heeft kunnen nemen van het, mede daarop geënte, personeelshandboek op internet.

In haar memorie van grieven is Echostar hierop niet ingegaan, behalve dan onder 56 met een verwijzing naar hetgeen zij in eerste aanleg heeft aangevoerd over het verweer dat er geen causaal verband zou bestaan tussen de vermeende beroepsfout van [geïntimeerde] en de gevorderde schade.

5.3

Naar aanleiding hiervan oordeelt het hof als volgt.

Anders dan Echostar meent, is voor de beoordeling van het causaal verband tussen een eventuele beroepsfout van [geïntimeerde] en de aan Echostar opgekomen schade van belang of haar werknemer [werknemer] vóór het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid op 25 mei 2008 kennis had genomen van de door [geïntimeerde] opgestelde informatie in het PBS en/of in het personeelshandboek op haar intranet. Zo niet, dan kan [werknemer] niet op zodanige arbeidsrechtelijke toezegging hebben vertrouwd, had hij vanaf 25 mei 2008 niet meer de mogelijkheid om zich beter te verzekeren en ontbreekt (anders dan in de hoofdzaak werd geoordeeld) werkgeversaansprakelijkheid. In haar conclusie van repliek en ook in haar memorie van grieven (de rechtsstrijd wordt in hoger beroep voortgezet) heeft Echostar tegenover de gemotiveerde betwisting van [geïntimeerde] niet dan wel onvoldoende met feiten onderbouwd gesteld dat [werknemer] vóór 25 mei 2008 had kennis genomen van het PBS. In haar memorie van grieven heeft Echostar tegenover de gemotiveerde bestrijding van [geïntimeerde] ook niet dan wel onvoldoende met concrete feiten onderbouwd gesteld dat [werknemer] vóór 25 mei 2008 had kennis genomen van de relevante informatie in het personeelshandboek op haar intranet. Aldus is niet komen vast te staan dat [werknemer] vóór zijn arbeidsongeschiktheid gerechtvaardigd heeft vertrouwd op de hier ingeroepen toezeggingen van of namens zijn werkgever, Echostar. Daarop gericht bewijs heeft Echostar evenmin aangeboden. De conclusie moet dan ook zijn dat Echostar onvoldoende een oorzakelijk verband heeft aangevoerd tussen de beweerde beroepsfouten van [geïntimeerde] en (een rechtsgrond tot) haar vergoeding van schade aan [werknemer] .

6 De slotsom

6.1

Op grond van het voorgaande kunnen de grieven, ook als een of meer ervan slagen, toch niet leiden tot vernietiging van het bestreden eindvonnis, zodat dit moet worden bekrachtigd.

6.2

Als de in het ongelijk te stellen partij zal Echostar worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

De kosten voor de procedure in eerste aanleg aan de zijde van [geïntimeerde] zullen worden vastgesteld op:

- griffierecht € 4.961

subtotaal verschotten € 4.961

- salaris advocaat € 2.632 (1 punt x appeltarief V)

totaal € 7.593.

6.3

Als niet weersproken zal het hof ook de gevorderde nakosten toewijzen zoals hierna vermeld.

7. De beslissing

Het hof, recht doende in de vrijwaringszaak in hoger beroep:

bekrachtigt het eindvonnis van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 3 september 2013;

veroordeelt Echostar in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 4.961 voor verschotten en op € 2.632 voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

veroordeelt Echostar in de nakosten, begroot op € 131, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 68 in geval [geïntimeerde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.W. Steeg, C.J.H.G. Bronzwaer en R.A. van der Pol, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2018.