Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:2310

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
06-03-2018
Datum publicatie
14-03-2018
Zaaknummer
200.199.922/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewind. Wijziging bewindvoerder. Ambtshalve getroffen voorlopige voorziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.199.922/01

(zaaknummers rechtbank Noord-Nederland 4808331 VO VERZ 16-234)

beschikking van 6 maart 2018

in de zaak van

[verzoekster] B.V.

kantoorhoudend te [A] ,
verzoekster,
verder te noemen: [verzoekster] ,

voorheen advocaat: mr. M.A. Jansen te Heerenveen,

en

[de rechthebbende] ,
wonende te [A] ,
verder te noemen: rechthebbende,
alsmede

[B] B.V.
kantoorhoudende te [C]
verder te noemen: [B] .

1 Het geding in eerste aanleg

1.1

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 5 september 2016, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

1.2

In die beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van de rechthebbende om [B] te ontslaan als bewindvoerder en [verzoekster] te benoemen als opvolgend bewindvoerder, afgewezen. Daarbij is de procedure aangehouden om de rechthebbende in de gelegenheid te stellen een (andere) opvolgend bewindvoerder voor te stellen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit het beroepschrift, ingekomen op 23 september 2016, waarbij [verzoekster] heeft verzocht om haar alsnog te benoemen tot bewindvoerder over de gelden en goederen van de rechthebbende.

2.2

Ter griffie heeft het hof voorts ontvangen:

- een journaalbericht van 6 oktober 2016 van mr. Jansen met als bijlagen enige stukken uit eerste aanleg;

- een brief van 13 november 2017 van [D] B.V. gevestigd te [A] (hierna: [D] ) met bijlagen, welke brief is medeondertekend door de rechthebbende;

- een brief van 6 oktober 2017 van [verzoekster] , ingekomen bij de griffie op 28 november 2107;

- een brief van 28 november 2017 van [B] ;

- een brief van 29 december 2017 van [B] ;

- een brief van [D] van 29 december 2017.

3 De vaststaande feiten

3.1

De kantonrechter heeft bij beschikking van 24 maart 2003 een bewind ingesteld over de goederen en gelden die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende. Thans is [B] bewindvoerder.

3.2

Op 23 december 2015 heeft rechthebbende aan de kantonrechter verzocht om [B] te ontslaan als bewindvoerder en [E] B.V. gevestigd te [F] tot opvolgend bewindvoerder te benoemen. Ter zitting van 22 augustus 2016 heeft de rechthebbende verklaard dat hij graag [verzoekster] als opvolgend bewindvoerder benoemd wenst te zien.

3.3

De kantonrechter heeft het verzoek om ( [B] te ontslaan als huidige bewindvoerder en) [verzoekster] te benoemen tot opvolgend bewindvoerder afgewezen. De kantonrechter heeft, zakelijk weergegeven, geoordeeld dat [verzoekster] niet voldeed aan de kwaliteitseisen die aan professionele bewindvoerders gesteld worden op grond van het Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren en om die reden niet benoembaar is als bewindvoerder. Daarin heeft de kantonrechter gegronde reden gezien om de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende voor [verzoekster] als bewindvoerder te passeren. Het (subsidiaire) verzoek van de rechthebbende om ( [B] te ontslaan als huidige bewindvoerder en) een andere bewindvoerder te benoemen is vervolgens aangehouden in afwachting van een nader voorstel van de rechthebbende.

3.4

[verzoekster] heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van de kantonrechter om, na ontslag van de huidige bewindvoerder, haar tot opvolgend bewindvoerder te benoemen.

3.5

In afwachting van de uitkomst van het hoger beroep heeft de rechtbank het (subsidiaire) verzoek van de rechthebbende om ( [B] te ontslaan als huidige bewindvoerder en) [D] te benoemen tot op heden aangehouden.

4 De omvang van het geschil

4.1

Het hof stelt voorop dat het hoger beroep dat door [verzoekster] is ingesteld tegen de beschikking van de kantonrechter nog nader behandeld zal worden. Voorafgaand aan de beoordeling van de inhoudelijke de vraag of [verzoekster] al dan niet benoembaar is als bewindvoerder, zal de meer formele vraag beantwoord moeten worden of [verzoekster] - als de destijds door de rechthebbende beoogde opvolgend bewindvoerder - in het door haar ingestelde hoger beroep kan worden ontvangen. Het hof zal partijen over de voortgang van de procedure nader berichten.

4.2

Uit de stukken blijkt dat de rechthebbende (ook) in hoger beroep kenbaar heeft gemaakt dat hij graag wil dat de bewindvoerderstaken van [B] worden overgenomen door [D] . Deze overname heeft de instemming van [B] en [verzoekster] .

4.3

Het hof heeft de mogelijkheden overwogen voor het (ambtshalve) treffen van een voorlopige voorziening in afwachting van een definitieve beslissing. Gelet op het bepaalde in artikel 1:448 leden 2, 3 en 5 BW heeft een rechter de mogelijkheid om voorlopige voorzieningen te treffen en/of de bewindvoerder te schorsen hangende het onderzoek naar (de gronden voor) het ontslag van de bewindvoerder. Dat ontslag kan onder meer worden verzocht door de bewindvoerder zelf, door de betrokkene dan wel ambtshalve.

4.4

In dit kader heeft het hof partijen en belanghebbenden de mogelijkheid voorgehouden om bij wege van voorlopige voorziening de huidige bewindvoerder te schorsen en een opvolgend bewindvoerder te benoemen en gevraagd om hun reactie. Die voorlopige voorziening zou dan kunnen gelden totdat het hof een definitieve beslissing zal hebben gegeven in het onderhavige hoger beroep.

4.5

[B] heeft bij brief van 29 december 2017 bevestigd in te stemmen met de door rechthebbende gewenste wijziging van de persoon van de bewindvoerder. [D] heeft het hof verzocht zo spoedig mogelijk een voorlopige beslissing te geven op het verzoek om haar tot bewindvoerder te benoemen.

4.6

Het hof zal thans beoordelen of voldoende grond aanwezig is om [B] tijdelijk als bewindvoerder te schorsen en [D] tijdelijk te benoemen tot opvolgend bewindvoerder.

5 De motivering van de beslissing

5.1

Uit de stukken blijkt dat bewindvoerdersorganisaties die bij rechthebbende betrokken zijn (geweest) - [verzoekster] , [B] en [D] - eensgezind zijn in hun visie dat de belangen van rechthebbende zijn gediend bij een wijziging van de persoon van de bewindvoerder. Er is een situatie ontstaan waarin kennelijk niet (alleen) [B] maar (feitelijk ook) [D] . bewindvoerderstaken verricht, wat daarvoor de redenen ook zijn. Beide zijn het er over eens dat deze situatie niet wenselijk is en niet in het belang van rechthebbende. Tegen deze achtergrond acht het hof een voorlopige voorziening aangewezen, inhoudende dat de huidige bewindvoerder wordt geschorst en een opvolgend bewindvoerder (voorlopig) wordt benoemd.

5.2

Rechthebbende heeft door de medeondertekening van het verzoek van 13 november 2017 waarbij ook een zogeheten bereidverklaring van [D] is overgelegd, zijn voorkeur kenbaar gemaakt om [D] te benoemen tot (opvolgend) bewindvoerder in de plaats van [B] . Belanghebbenden hebben, gezien hun brieven, geen inhoudelijke bezwaren tegen de tijdelijke benoeming van [D] terwijl het hof evenmin (anderszins) is gebleken van gegronde redenen die zich tegen deze benoeming verzetten.

5.3

Het hof zal daarom, bij wege van voorlopige voorziening, [B] als bewindvoerder schorsen en [D] benoemen tot opvolgend bewindvoerder. Deze voorziening zal gelden voor de periode vanaf de dag na de datum van deze beschikking tot de (definitieve) beslissing van het hof in de hoofdzaak.

6 De slotsom

6.1

Het hof zal beslissen als na te melden.

7 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep ten aanzien van het treffen van een voorlopige voorziening:

schorst met ingang van de dag na de datum van deze beschikking [B] B.V. gevestigd te [C] als bewindvoerder en benoemt [D] B.V. gevestigd te [A] tot opvolgend bewindvoerder, en bepaalt dat deze voorziening geldt tot het hof een definitieve beslissing zal hebben gegeven in de hoofdzaak.

Deze beschikking is gegeven door mr. I.A. Vermeulen, mr. J.D.S.L. Bosch en mr. G. Jonkman en is op 6 maart 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.