Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:1854

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26-02-2018
Datum publicatie
05-03-2018
Zaaknummer
WAHV 200.189.163 en 200.189.164
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Is sprake van een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder b, Wahv?

Nee, want de betrokkene (kentekenhouder) heeft het voertuig voor meer dan drie maanden verhuurd aan de gemachtigde. De kortlopende huurovereenkomsten tussen de gemachtigde en derden kunnen ook niet als zodanige huurovereenkomst worden aangemerkt, nu de gemachtigde niet de kentekenhouder is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.189.163 en 200.189.164

26 februari 2018

CJIB 187330478 en 186812147

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissingen

van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland

van 21 maart 2016

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [A] (Frankrijk),

voor wie als gemachtigde optreedt [B] ,

gevestigd te [C] (Frankrijk).

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissingen ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissingen van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene, [betrokkene] , zijn als kentekenhouder bij inleidende beschikkingen administratieve sancties van respectievelijk € 184,- en € 205,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid”, welke gedraging zouden zijn verricht respectievelijk op 31 januari 2015 om 15.25 uur op de A2 te Breukelen en op 30 december 2014 om 22.24 uur op de A2 te Baambrugge, beide keren met het voertuig met het kenteken [YY-000-YY] .

2. De gemachtigde voert aan dat zij een autoverhuurbedrijf is en dat het voertuig beide keren voor enkele dagen was verhuurd. De gemachtigde heeft huurovereenkomsten tussen [B] (handelend onder de naam [D] ) en [E] (van 30 januari tot en met 2 februari 2015) respectievelijk [F] (van 27 december 2014 tot en met 3 januari 2015) overgelegd.

3. Artikel 5 van de Wahv bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken was ingeschreven in het kentekenregister ten tijde van de gedraging.

4. Artikel 8, aanhef en onder b, Wahv luidt als volgt: "De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven:

b. een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was."

5. Op grond van artikel 5 van de Wahv zijn de sancties opgelegd aan de betrokkene - [betrokkene] - in de hoedanigheid van kentekenhouder. De betrokkene heeft een huurovereenkomst overgelegd waaruit blijkt dat het voertuig met voornoemd kenteken van 18 december 2014 tot en met 17 juni 2015 was verhuurd aan [B] . Door de gemachtigde ( [B] ) zijn huurovereenkomsten overgelegd waaruit blijkt dat het betreffende voertuig door de gemachtigde voor enkele dagen is verhuurd aan [E] respectievelijk [F] .

6. Ter beoordeling staat of de overgelegde huurovereenkomsten zijn aan te merken als een huurovereenkomst in de zin van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv.

7. In zijn arrest van 4 mei 1993 (gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:HR:1993:ZC9348) heeft de Hoge Raad met betrekking hiertoe overwogen dat de wetgever klaarblijkelijk heeft beoogd de verhuurder op wiens naam het kenteken staat bij uitzondering en slechts dan niet op grond van artikel 5 van de Wahv aansprakelijk te doen zijn voor een in dat artikel bedoelde gedraging, indien de verhuurder door overlegging van een van de totstandkoming van de huurovereenkomst opgemaakt bewijsstuk, kan aantonen dat hij ten tijde van de gedraging het motorrijtuig met bedoeld kenteken heeft verhuurd voor ten hoogste de in artikel 8 van de Wahv genoemde periode aan een daarin met name genoemde huurder.

8. Gelet hierop moet voor de toepassing van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv een huurovereenkomst voor ten hoogste drie maanden zijn overgelegd waarbij de kentekenhouder partij is. Dat is niet gebeurd, nu uit de stukken blijkt dat het voertuig door de kentekenhouder ( [betrokkene] ) voor meer dan drie maanden is verhuurd.
De door de gemachtigde ( [B] ) overgelegde (kortlopende) huurovereenkomsten kunnen evenmin worden aangemerkt als een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv, nu de gemachtigde niet de kentekenhouder is.

9. De kantonrechter heeft het beroep op voornoemd artikel dus in beide zaken terecht verworpen. Het hof zal de beslissingen van de kantonrechter dan ook bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissingen van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.