Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:1713

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
20-02-2018
Datum publicatie
26-02-2018
Zaaknummer
200.228.885
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rechtsmiddelenverbod ex. artikel 123 lid 2 jo. lid 5 Rv.

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis toepassing gegeven aan artikel 123 lid 2 Rv. Op grond van het vijfde lid van deze bepaling staat tegen de beslissing tot ontslag van instantie geen hogere voorziening open. Appellant heeft van de gelegenheid om zich uit te laten over zijn ontvankelijkheid in het hoger beroep geen gebruik gemaakt en geen beroep gedaan op een doorbrekingsgrond. Derhalve staat het rechtsmiddelenverbod van artikel 123 lid 5 Rv aan de ontvankelijkheid van appellant in de weg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.228.885

(zaaknummer rechtbank 319255)

arrest van 20 februari 2018

in de zaak van

[appellant] (in het faillissement van [X] B.V.),

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellant] ,

advocaat: mr. P.A. de Lange,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Flextra Teamwork West B.V.,

gevestigd te Barendrecht,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Flextra West,

advocaat: mr. J.A. Dullaart.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van
16 augustus 2017 dat de rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, locatie Zutphen, heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 16 november 2017,

- de akte uitlating ontvankelijkheid van Flextra West.

2.2

[appellant] vordert in hoger beroep – kort samengevat – dat het hof het bestreden vonnis van 16 augustus 2017 zal vernietigen voor zover [appellant] daarbij van instantie is ontslagen en de proceskosten voor rekening van [appellant] zijn gelaten, en dat het hof opnieuw rechtdoende, bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Flextra West in haar vordering(en) alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren, althans haar deze zal ontzeggen, met veroordeling van Flextra West in de kosten van beide instanties.

3 De ontvankelijkheid van het hoger beroep

3.1

De rechtbank Gelderland heeft bij vonnis van 16 augustus 2017 toepassing gegeven aan artikel 123 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Op grond van het vijfde lid van deze bepaling staat tegen de beslissing tot ontslag van instantie geen hogere voorziening open.

3.2

Een wettelijk rechtsmiddelenverbod wordt doorbroken indien geklaagd wordt dat de rechter de desbetreffende regel ten onrechte niet heeft toegepast, buiten het toepassingsgebied van de desbetreffende regel is getreden of bij het nemen van zijn beslissing zodanig essentiële vormen niet in acht heeft genomen dat niet meer kan worden gesproken van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak. Het beroep is ontvankelijk als één van deze zogenaamde ‘doorbrekingsgronden’ wordt aangevoerd.

3.3

[appellant] heeft van de gelegenheid om zich uit te laten over zijn ontvankelijkheid in het hoger beroep geen gebruik gemaakt en geen beroep gedaan op een doorbrekingsgrond. Derhalve staat het rechtsmiddelenverbod van artikel 123 lid 5 Rv aan de ontvankelijkheid van [appellant] in de weg.

3.4

Het hof zal [appellant] , als de in het ongelijk gestelde partij, veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep, begroot op € 1.952,- voor griffierecht en € 447,-
(0,5 punt x tarief II) voor salaris advocaat conform het liquidatietarief. Het hof ziet geen aanleiding om van dit tarief af te wijken.

4 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 16 augustus 2017;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan de uitspraak aan de zijde van Flextra West begroot op € 1.952,- voor griffierecht en € 447,- (0,5 punt x tarief II) voor salaris advocaat conform het liquidatietarief;

verklaart dit arrest wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. A. Smeeing-van Hees, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2018.