Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:1606

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-01-2018
Datum publicatie
21-02-2018
Zaaknummer
200.226.465/02
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Incident tot tussenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.226.465/02

(zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/206754 / KG ZA 17-286)

arrest in het incident ex artikel 217 Rv van 30 januari 2018 van

de Orde van advocaten in het arrondissement Overijssel,

kantoorhoudende te Deventer,

eiseres in het incident tot tussenkomst,

hierna: de Orde van advocaten,

advocaat: mr. P.F. Schepel, kantoorhoudend te Deventer,

in de zaak van

1 [appellant1] ,

wonende te [A] ,

hierna: [appellant1],

2. [appellante2] ,

wonende te [A] ,

hierna: [appellante2],

3. [appellante3] ,

wonende te [A] ,

hierna: [appellante3],

4. [appellante4] ,

wonende te [A] ,

hierna: [appellante4],

5. [appellant5] ,

wonende te [A] ,

hierna: [appellant5],

6. [appellante6] ,

wonende te [A] ,

hierna: [appellante6],

appellanten,

in eerste aanleg: eisers,
verweerders in het incident tot tussenkomst,

hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten] c.s.,

advocaat: mr. W.F. Roelink, kantoorhoudend te Hoofddorp,

tegen

1. mr. C.A.M. Luttikhuis, in diens hoedanigheid van deken van de Orde van advocaten Overijssel,

kantoorhoudende te Deventer,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: de deken,

advocaat: mr. P.F. Schepel te Deventer,

2 [geïntimeerde2] ,

wonende te [B] ,

hierna: [geïntimeerde2],

3. [geïntimeerde3] ,

wonende te [B] ,

hierna: [geïntimeerde3],

geïntimeerden,

in eerste aanleg: gedaagden
verweerders in het incident tot tussenkomst,

hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden] c.s.,

advocaat: mr. H.J. Smit, kantoorhoudend te Rotterdam.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 21 september 2017 dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 17 oktober 2017 (met grieven),

- de akte overlegging producties van [appellanten] c.s.,

- de incidentele memorie tot niet-ontvankelijkverklaring van de deken,

- de incidentele memorie tot tussenkomst van de Orde van advocaten in het arrondissement Overijssel,

- de akte tot referte ten aanzien van de incidentele memorie tot niet-ontvankelijkverklaring en de incidentele memorie tot tussenkomst van [geïntimeerden] c.s.,

- de incidentele memorie van antwoord tot niet-ontvankelijkverklaring zomede akte tot referte van [appellanten] c.s.,

- de incidentele memorie van antwoord tot tussenkomst van [appellanten] c.s.,

- de conclusie van eis ex artikel 347 Rv van [appellanten] c.s.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest in het incident overgelegd en heeft het hof arrest in incident bepaald.

3 De beoordeling in het incident tot tussenkomst

3.1

Thans is slechts het incident tot tussenkomst aan de orde. Op het (in r.o. 2.1 genoemde) incident omtrent de ontvankelijkheid wordt heden bij afzonderlijk arrest beslist.

3.2

Het gaat in deze zaak - kort samengevat en voor zover thans van belang - om het volgende. [appellanten] c.s. zijn verwikkeld (geweest) in een rechtsstrijd met de gemeente Borne. [geïntimeerden] c.s. traden in dit geschil op als advocaten van [appellanten] c.s. Naar aanleiding van een klacht van de (burgemeester van de) gemeente Borne over het optreden van [geïntimeerden] c.s. in de zaak van [appellanten] c.s. tegen de gemeente Borne, heeft de deken [geïntimeerden] c.s. - in het kader van een dekenonderzoek en ter voorbereiding van een kantoorbezoek op grond van (onder andere) gedragsregel 37 Gedragsregels Advocatuur 1992 - om overlegging van bepaalde informatie gevraagd. [geïntimeerden] c.s. hebben naar aanleiding hiervan informatie aan de deken verstrekt, met uitzondering van de door de deken verzochte afschriften van alle correspondentie met [appellanten] c.s. in de zaak van [appellanten] c.s. tegen de gemeente Borne, waaronder schriftelijk vastgelegde afspraken ten aanzien van procesvoering en strategie. [appellanten] c.s. hebben [geïntimeerden] c.s. gesommeerd om niet mee te werken aan het verzoek van de deken en hebben [geïntimeerden] c.s. aansprakelijk gesteld voor het geval zij de bedoelde correspondentie wel aan de deken verstrekken. [appellanten] c.s. hebben in de onderhavige procedure in de hoofdzaak (onder andere) gevorderd dat [geïntimeerden] c.s. wordt verboden de bedoelde correspondentie aan de deken te verstrekken. [geïntimeerden] c.s. hebben zich inmiddels laten uitschrijven als advocaat.

3.3

De Orde van advocaten heeft gevorderd in de appelprocedure tussen [appellanten] c.s. en [geïntimeerden] c.s. te mogen tussenkomen. De Orde van advocaten heeft daartoe aangevoerd dat indien de vordering van [appellanten] c.s. jegens [geïntimeerden] c.s. wordt toegewezen, de rechtspositie van de Orde van advocaten wordt aangetast, omdat zij haar toezichthoudende taak ten opzichte van [geïntimeerden] c.s. dan niet kan uitoefenen. Die bevoegdheid is volgens vaste rechtspraak van de tuchtrechter blijven bestaan, ondanks de doorhaling van [geïntimeerden] c.s. op het tableau, aldus de Orde van advocaten.

3.4

Zowel [appellanten] c.s. als [geïntimeerden] c.s. refereren zich ten aanzien van de vordering van de Orde van advocaten aan het oordeel van het hof.

3.5

Voor toewijzing van een verzoek tot tussenkomst moet blijken van een belang van de verzoeker om benadeling of verlies van een hem toekomend recht te voorkomen. Het hof is van oordeel dat de Orde van advocaten een belang in vorenbedoelde zin heeft en overweegt daartoe het volgende. Krachtens artikel 45a Advocatenwet is de deken, als orgaan van de Orde van advocaten, belast met het toezicht op de naleving door advocaten van het bij of krachtens de Advocatenwet bepaalde. De deken is als toezichthouder (op grond van artikel 5:16 Awb) bevoegd inlichtingen en inzage van zakelijke gegevens en bescheiden te vorderen. Nu de vordering van [appellanten] c.s. strekt tot het verbieden van het door [geïntimeerden] c.s. aan de deken ter beschikking stellen van correspondentie die de deken in het kader van een dekenonderzoek en ter voorbereiding van een kantoorbezoek op grond van (onder andere) gedragsregel 37 Gedragsregels Advocatuur 1992 heeft opgevraagd, heeft de Orde van advocaten belang bij tussenkomst in de procedure. De omstandigheid dat [geïntimeerden] c.s. zich inmiddels als advocaat hebben laten uitschrijven doet hier niet aan af, nu volgens vaste tuchtrechtspraak de verplichting van een advocaat de deken desgevraagd de nodige informatie omtrent een tegen hem ingediende klacht dan wel ten aanzien van de uitoefening van zijn (voorheen gevoerde) praktijk te verschaffen, blijft voortbestaan ondanks doorhaling van die advocaat op het tableau (zie o.a. Raad van Discipline 5 juli 2010, ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA0939).

3.6

De vordering tot tussenkomst zal worden toegewezen. Het hof houdt de beslissing over de kosten in het incident aan tot het eindarrest in de hoofdzaak.

4 De beslissing

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:

in het incident tot tussenkomst:

wijst de vordering tot tussenkomst van de Orde van advocaten in het arrondissement Overijssel toe;

houdt de beslissing omtrent de proceskosten aan tot hierover bij eindarrest zal worden beslist.

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 27 februari 2018 voor memorie van antwoord aan de zijde van [geïntimeerden] c.s. en aan de zijde van de Orde van advocaten;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. R.E. Weening en mr. M.M.A. Wind en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2018.