Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:1368

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
13-02-2018
Datum publicatie
26-06-2018
Zaaknummer
200.217.156
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ontslag executeur. Geen belang. Rekening en verantwoording niet in huidige (hoger beroeps)procedure.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2018-0113
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.217.156

(zaaknummers rechtbank Midden-Nederland 5593958,5594027, 5594058, 5594070, 5594087 en 5594188)

beschikking van 13 feburari 2018

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] (Duitsland),
verzoeker, verder te noemen: verzoeker,

advocaten: mr. G. Altena te Arnhem en mr. W.W.H. Timmermans te Berlijn (Duitsland),

en

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder, verder te noemen: verweerder/de executeur,

advocaat: mr. K. Croezen te Emmen.

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

[belanghebbende] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder te noemen: de belanghebbende/de zus.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 3 maart 2017, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met producties, ingekomen op 10 mei 2017;

- het verweerschrift;

- een journaalbericht van mr. Altena van 1 december 2017 met bijlagen;

- een journaalbericht van mr. Croezen van 12 december 2017 met producties 6 en 7.

2.2

Bij beschikking van 22 augustus 2017 van dit hof is verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek in hoger beroep voor zover het zijn verzoek betreft om bij wijze van voorlopige voorziening hangende het onderzoek de executeur te schorsen en voor de duur van de schorsing een door het hof aan te wijzen notaris als waarnemend executeur te benoemen en deze nu voor alsdan toestemming tot het treffen van die maatregelen te verlenen teneinde de administratie te verkrijgen.

2.3

De mondelinge behandeling heeft op 14 december 2017 plaatsgevonden. Verzoeker is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn advocaat mr. Timmermans. Aan de echtgenote van verzoeker is bijzondere toegang verleend om de mondelinge behandeling bij te wonen. Verweerder is eveneens in persoon verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. Ook is de belanghebbende verschenen.

2.4

Artikel 1.4.4 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven luidt: “Een belanghebbende legt de stukken waarop hij zich wenst te beroepen, zo spoedig mogelijk over. Uiterlijk op de tiende kalenderdag voorafgaand aan de mondelinge behandeling kunnen nog stukken worden overgelegd, mits in vijfvoud en met toezending in kopie aan iedere overige belanghebbende. Op stukken die nadien worden overgelegd en op stukken waarvan tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat zij niet door iedere overige belanghebbende zijn ontvangen en tegen overlegging waarvan bezwaar is gemaakt, wordt geen acht geslagen, tenzij het hof anders beslist. Omvangrijke stukken die zonder noodzaak op of vlak voor de tiende kalenderdag voorafgaande aan de mondelinge behandeling worden overgelegd, kunnen als in strijd met de goede procesorde buiten beschouwing worden gelaten.”

2.5

Desgevraagd heeft mr. Timmermans ter mondelinge behandeling bezwaar gemaakt tegen overlegging van de brief van mr. Croezen van 12 december 2017 met bijlagen, ingekomen op dezelfde datum, aangezien deze kort voor de mondelinge behandeling zijn ingediend en hij daar onvoldoende kennis van heeft kunnen nemen. Het hof heeft daarop beslist dat op die bijlagen acht wordt geslagen, omdat deze kort en eenvoudig te doorgronden zijn, het hof mr. Timmermans de gelegenheid heeft geboden behoorlijk van die bijlagen kennis te nemen en zich deugdelijk voor te bereiden op een verweer daartegen en daartoe de mondelinge behandeling voor een leespauze heeft geschorst.

3 De vaststaande feiten

3.1

Op [overlijdensdatum] is te [woonplaats] overleden [erflater] , verder te noemen de erflater, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] .

3.2

De erflater heeft als erfgenamen van zijn nalatenschap achtergelaten partijen en de belanghebbende (broers en zus).

3.3

In zijn testament van 20 oktober 2008 heeft erflater verweerder tot executeur en bewindvoerder benoemd. Verweerder heeft deze benoemingen aanvaard.

3.4

In het testament is ten aanzien van de legaten en executele - voor zover thans van belang - opgenomen:

“III. Legaten

1.Ik legateer, vrij van rechten en kosten, af te geven binnen zes (6) maanden na

mijn overlijden, zonder bijberekening van rente:

een bedrag van tien duizend euro (€ 10.000,00) aan ieder van mijn kleinkinderen.

…..

“VII. EXECUTELE

Ik benoem tot executeur en bewindvoerder van mijn nalatenschap:

mijn zoon, [verweerder] , thans wonende te [adres] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , gehuwd, hierna verder genoemd: “de executeur”, gedurende de tijd voor de afwikkeling daarvan vereist met inachtneming van de volgende bepalingen:

1. Omvang executele en bewind

De executele en het bewind omvatten alle goederen en schulden die tot mijn nalatenschap behoren.

2. Strekking van het bewind

Het bewind wordt ingesteld in het gemeenschappelijk belang van de erfgenamen, in het bijzonder teneinde een goede afwikkeling van mijn nalatenschap te bevorderen.

3. Boedelbeschrijving

De executeur is verplicht met bekwame spoed na mijn overlijden ten behoeve van mijn erfgenamen een boedelbeschrijving, met inbegrip van een voorlopige staat van schulden, van mijn nalatenschap op te maken en de hem bekende schuldeisers op te roepen om hun vorderingen bij hem of bij de boedelnotaris in te dienen. Aan de erfgenamen wordt een afschrift van de boedelbeschrijving ter beschikking gesteld.

4. Beheer

Ik draag de executeur op mijn nalatenschap te beheren, vorderingen te innen en de schulden van mijn nalatenschap te voldoen, waaronder de (successie)belasting, het afgeven van eventuele de legaten, de kosten van lijkbezorging, de taxatie- en boedelkosten,

Ter betaling van de voormelde schulden is de executeur bevoegd goederen van mijn nalatenschap te gelde te maken.

Over de keuze en de wijze van te gelde making dient de executeur vooraf

overleg te plegen met mijn erfgenamen.

5. Beschikkingsbevoegd

Ik bepaal hierbij dat de executeur zonder de toestemming en/of medewerking van de rechthebbenden en belanghebbenden, doch met inachtneming van de dwingendrechtelijke bepalingen in de wet, alle beschikkingshandelingen mag verrichten welke nodig mochten zijn voor de afwikkeling van mijn nalatenschap, zulks volledig ter beoordeling van de

executeur,

6. Bevoegdheid tot verdeling

Ik ken de executeur uitdrukkelijk het recht toe mijn nalatenschap te verdelen.

7. Boedelnotaris/taxateurs

De executeur is bevoegd een boedelnotaris en/of taxateurs aan te wijzen.

8. Vertegenwoordiging

De executeur vertegenwoordigt bij de vervulling van zijn taak mijn erfgenamen in en buiten rechte.

9. Rekening en verantwoording

De executeur is verplicht jaarlijks en bij het einde van zijn beheer rekening en verantwoording af te leggen aan mijn erfgenamen. Jaarlijks ontvangen mijn erfgenamen een overzicht van de voor de belastingheffing van belang zijnde inkomsten en kosten.

10. Informatieplicht

De executeur moet aan een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak geven.

11. Executeurs/bewindvoerdersloon

Ik verzoek de executeur voor zijn werkzaamheden als zodanig geen loon in rekening te brengen. De door hem gemaakte onkosten in de uitoefening van zijn functie worden

direct uit mijn nalatenschap aan hem voldaan.

12. Uitvaart

Ik leg op de executeur de last mijn uitvaart en begrafenis of crematie te regelen.

13. Toevoegen. in de plaats stellen, vervangen

Ik ken de executeur de bevoegdheid toe een of meer andere executeurs aan zich toe te voegen of in zijn plaats te stellen; indien een benoemde executeur komt te ontbreken, is de kantonrechter op verzoek van een belanghebbende bevoegd een vervanger te benoemen.

14. Einde executele/bewind

De executele en het bewind eindigen nadat de werkzaamheden van de executeur tot genoegen van mijn erfgenamen zijn voltooid.

De executele en het bewind eindigen in ieder geval wanneer de executeur:

a. overlijdt, onder curatele wordt gesteld of indien één of meer van zijn goederen onder bewind worden gesteld als bedoeld in titel 1:19 van het Burgerlijk Wetboek;

b, wordt ontslagen door de kantonrechter;

c. failliet wordt verklaard, surséance van betaling of een schuldsanering wordt verleend.

3.4

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 15 december 2016, heeft verzoeker verzocht, voor zover hier van belang, bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, verweerder te ontslaan als executeur en bewindvoerder en verweerder ingevolge artikel 4:149 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) bij wijze van voorlopige voorziening hangende het onderzoek als executeur te schorsen en voor de duur van de schorsing een door de rechtbank aan te wijzen notaris als waarnemende executeur te benoemen en deze nu voor alsdan toestemming te verlenen tot het treffen van die maatregelen die noodzakelijk zijn om de administratie onder zich te verkrijgen.

3.5

Bij de beschikking van 3 maart 2017 heeft de kantonrechter de verzoeken van verzoeker afgewezen en bepaald dat de executeur actief moet handelen om de thans onbekende legatarissen op te sporen en indien de adressen na twee weken na deze beschikking nog steeds onbekend zijn gebleven, dat de executeur verplicht is de legatarissen op dat moment onverwijld op te roepen met een advertentie in de Staatscourant om zich binnen drie weken na plaatsing van de advertentie bij hem te melden en deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4 De omvang van het geschil

4.1

Verzoeker is met twaalf grieven in hoger beroep gekomen van de beschikking van

3 maart 2017. Deze grieven beogen het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen. Verzoeker verzoekt het hof, voor zover thans van belang, de bestreden beschikking te vernietigen, en bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad te bepalen:

a.) de executeur ex artikel 4:149 BW met onmiddellijke ingang, althans op een nader te bepalen tijdstip vanwege gewichtige redenen te ontslaan als executeur en om hem te gelasten rekening en verantwoording als bedoeld in artikel 4:151 BW af te leggen aan het hof en/of verzoeker;

b.) ex artikel 4:142 lid 1 BW een door het hof aan te wijzen notaris als vervangend executeur te benoemen;

c.) de bewindvoerder ex artikel 4:164 BW met onmiddellijke ingang, althans op een nader te bepalen tijdstip vanwege gewichtige redenen te ontslaan als bewindvoerder;

d.) ex artikel 4:157 lid 1 BW een door het hof aan te wijzen notaris als vervangene bewindvoerder te benoemen;

e.) de executeur te veroordelen in de proceskosten, waaronder die uit eerste aanleg;

althans vast te stelen als het hof juist acht, kosten rechtens.

4.2

De executeur voert verweer en verzoekt het verzoek in hoger beroep van verzoeker af te wijzen en hem te veroordelen in de kosten van de procedure.

5 De motivering van de beslissing

5.1

De executeur heeft ingevolge artikel 4:144 lid 1 BW de taak de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan. De executeur moet met bekwame spoed een boedelbeschrijving opmaken (artikel 4:146 lid 2 BW) en aan de erfgenamen alle door hen gewenste inlichtingen geven over de uitoefening van zijn taak (artikel 4:148 BW).

5.2

De taak van de executeur eindigt onder meer wanneer hij zijn werkzaamheden als zodanig heeft voltooid en door ontslag dat de kantonrechter hem met ingang van een bepaalde dag verleent (artikel 4:149 lid 1 aanhef en onder a en f BW). Het ontslag wordt hem verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij om gewichtige redenen, zulks op verzoek van een mede-executeur, een erfgenaam of het openbaar ministerie, dan wel ambtshalve. Hangende het onderzoek kan de kantonrechter voorlopige voorzieningen treffen en de executeur schorsen (artikel 4:149 lid 2 BW). Voor testamentaire bewindvoering geldt een vergelijkbare regeling (artikel 4:164 lid 2 BW).

5.3

Verzoeker voert – samengevat – aan dat de werkzaamheden van de executeur nog niet zijn voltooid en voor zover werkzaamheden zijn verricht deze op een wijze zijn verricht die reden geven tot ontslag van de executeur. De executeur betwist dit.

5.4

Het hof stelt vast dat de taken van de executeur zoals omschreven in artikel 4:144 lid BW nagenoeg zijn voltooid. De legaten zijn inmiddels uitgekeerd op één na, aan [erfgenaam] . Dit met medeweten en toestemming van de erfgenamen. Het hof is van oordeel dat dit een redelijke beslissing is gelet op de onduidelijkheid van een mogelijke vordering in verband met een aanslag van de fiscus van die legataris die in Spanje woont. Overigens heeft de executeur tijdens de mondelinge behandeling verklaard dit bedrag wel gereserveerd te willen houden, zodat, zodra duidelijk is hoe het afloopt met de belastingclaim, het legaat kan worden uitgekeerd. De executeur heeft alle schulden voldaan, boedelbeschrijvingen gemaakt op 12 januari 2016, 8 juli 2016 en 18 april 2017, erfbelasting voldaan en huizen te gelde gemaakt. Er zijn thans alleen nog liquide middelen en de beheertaken zijn afgerond. De executeur heeft zogezegd de nalatenschap verdelingsklaar gemaakt.

Uit de stukken en hetgeen ter mondelinge behandeling is besproken blijkt dat de executeur inmiddels heeft gedaan wat van hem op grond van de bestreden beschikking werd verlangd. In die beschikking had de kantonrechter bepaald dat de executeur alle legatarissen actief diende te informeren en aan verzoeker informatie en stukken diende over te leggen.

5.5

Het hof is van oordeel dat verzoeker op dit moment geen belang meer heeft bij ontslag van de executeur. Bij benoeming van een nieuwe executeur zullen extra kosten moeten worden gemaakt. Daarnaast zal het weer tijd kosten om deze omvangrijke zaak te bestuderen. Dit terwijl verzoeker heeft aangegeven dat het pijnpunt in deze zaak is dat hij nog geen geld heeft gekregen uit de erfenis terwijl anderen dit wel hebben gehad. Spoedige afwikkeling van de erfenis is derhalve in het belang van verzoeker en de overige erfgenamen.

5.6

Voor zover de grieven van verzoeker zien op betaalde bedragen en uitgekeerde voorschotten oordeelt het hof als volgt.

Zowel op grond van het testament als op grond van de wet dient de executeur en bewindvoerder rekening en verantwoording af te leggen bij het einde van zijn beheer. Verzoeker kan in die procedure zijn bezwaren kenbaar maken en zo nodig de rechter daarbij inschakelen. Daarvoor is de huidige (hoger beroeps)procedure niet de geëigende weg.

5.7

Verzoeker heeft tot slot bewijs aangeboden door het horen van getuigen, te weten [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] (Spaanse makelaar) en [getuige 4] (Spaanse notaris). Het hof gaat aan het bewijsaanbod voorbij, omdat het onvoldoende duidelijk en concreet is. Verzoeker heeft onvoldoende aangegeven op welke punten de getuigen (uit eigen wetenschap) zouden kunnen verklaren, en of er iets anders kan worden verklaard dan hetgeen reeds op schrift is meegedeeld. Voor zover de getuigenverklaringen zien op kosten en/of uitgaven, dienen deze kosten/uitgaven, zoals reeds onder rechtsoverweging 5.6 overwogen, bij de rekening en verantwoording te worden betrokken.

5.8

Gelet op vorenstaande zal het hof de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, bekrachtigen.

5.9

Gelet op de aard van de procedure zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd.

6 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van

3 maart 2017, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

compenseert de proceskosten van het hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. T. ter Brugge, M.L. van der Bel en E.H. Schulten, bijgestaan door de griffier, en is op 13 februari 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.