Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:1359

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
07-02-2018
Datum publicatie
13-02-2018
Zaaknummer
21-006116-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 240a en 240b. Bekennende verdachte. Het hof veroordeelt verdachte tot een voorwaardelijk gevangenisstraf van 18 maanden met een proeftijd van 3 jaren en een klinische opname.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006116-16

Uitspraak d.d.: 7 februari 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 3 november 2016 met parketnummer 05-740221-16 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1983] ,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 21 juni 2017, 22 november 2017, 7 februari 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot veroordeling van verdachte tot een geheel voorwaardelijk gevangenisstraf van vijftien maanden met een proeftijd van drie jaren met als bijzondere voorwaarde een klinische opname in FPA de Boog en aansluitend daaraan opname in FPK Assen en dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarde. Voorts heeft zij de gevangenneming van verdachte gevorderd. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. O.J. Ingwersen, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1:
hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 4 augustus 2015 te Amersfoort en/of Zevenaar, in ieder geval in Nederland, één of meerdere afbeeldingen, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten afbeeldingen (foto's en filmpjes) waarop verdachtes penis zichtbaar was en/of zichtbaar was dat verdachte masturbeerde, heeft verstuurd en/of getoond aan [benadeelde] , geboortedatum [2005] , van wie verdachte wist dat zij jonger was dan zestien jaar;

2:
hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 15 maart 2016, althans op 15 maart 2016 te Zevenaar, in elk geval in Nederland, een aantal (minimaal 3) afbeeldingen/multimediafiles (foto's), dan wel een gegevensdrager (HP laptop) bevattende die afbeeldingen/multimediafiles, van (telkens) (een) seksuele gedraging(en) waarbij een persoon is betrokken of schijnbaar is betrokken, die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, in zijn bezit heeft gehad en/of één of meerdere van die afbeelding(en)/ multimediafile(s) heeft verworven en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, zijnde afbeeldingen van de geheel of gedeeltelijk naakt poserende [benadeelde] , geboortedatum [2005] en/of van een onbekend meisje, waarbij telkens door de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze minderjarige(n) en/of de uitsnede van de afbeelding(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld zijn gebracht, en waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft gehad, waaronder de afbeeldingen (foto's) genaamd: " [bestandsnaam] "; " [bestandsnaam] "; " [bestandsnaam] " waarop dat genoemde onbekende meisje te zien is;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Ten aanzien van feit 1:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van [naam] , namens [benadeelde] , p. 15 t/m 25;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, p. 38;

  • -

    de verklaring van verdachte ter terechtzitting van het hof op 21 juni 2017.

Ten aanzien van feit 2:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

  • -

    het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, p. 56 t/m 60;

  • -

    de verklaring van verdachte ter terechtzitting van het hof op 21 juni 2017.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 4 augustus 2015 te Amersfoort en/of Zevenaar, in ieder geval in Nederland, één of meerdere afbeeldingen, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten afbeeldingen (foto's en filmpjes) waarop verdachtes penis zichtbaar was en/of zichtbaar was dat verdachte masturbeerde, heeft verstuurd en/of getoond aan [benadeelde] , geboortedatum [2005] , van wie verdachte wist dat zij jonger was dan zestien jaar;

2:
hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 15 maart 2016, althans op 15 maart 2016 te Zevenaar, in elk geval in Nederland, een aantal (minimaal 3) afbeeldingen/multimediafiles (foto's), dan wel een gegevensdrager (HP laptop) bevattende die afbeeldingen/multimediafiles, van (telkens) (een) seksuele gedraging(en) waarbij een persoon is betrokken of schijnbaar is betrokken, die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, in zijn bezit heeft gehad en/of één of meerdere van die afbeelding(en)/ multimediafile(s) heeft verworven en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, zijnde afbeeldingen van de geheel of gedeeltelijk naakt poserende [benadeelde] , geboortedatum [2005] en/of van een onbekend meisje, waarbij telkens door de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze minderjarige(n) en/of de uitsnede van de afbeelding(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld zijn gebracht, en waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft gehad, waaronder de afbeeldingen (foto's) genaamd: " [bestandsnaam] "; " [bestandsnaam] "; " [bestandsnaam] " waarop dat genoemde onbekende meisje te zien is.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

een voorwerp, bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie hij weet, dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan in aanwezigheid van verdachte. De strafoplegging is toen mondeling gemotiveerd. Deze motivering wordt opgenomen in het proces-verbaal van die zitting en dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Verdachte heeft via social media contact gezocht met een jong, minderjarig meisje, zich daarbij voorgedaan als een leeftijdgenoot, haar plaatjes gestuurd van zijn geslachtsdeel en haar bewogen seksueel getinte afbeeldingen van haarzelf aan hem te sturen. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten daarvan nog lang last kunnen hebben.

Uit het dossier, waaronder verdachtes strafblad, blijkt dat verdachte al eerder zeer jonge kinderen op straat seksueel heeft benaderd. Uit de over verdachte opgemaakte rapportages blijkt dat verdachte een intensieve klinische behandeling nodig heeft om recidive te voorkomen en dat met een behandeling kan worden gestart met ingang van 8 februari 2018. Verdachte heeft ter terechtzitting laten zien dat hij ervan doordrongen is dat deze behandeling nodig is en dat hij daaraan zal meewerken. Het hof zal daarom geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf meer opleggen, maar een lange voorwaardelijke gevangenisstraf, met als bijzondere voorwaarde een langdurige klinische behandeling.

De strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Deze straf is hoger dan de door de advocaat-generaal gevorderde straf nu naar het oordeel van het hof een langere voorwaardelijke gevangenisstraf passend is gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de justitiële documentatie van verdachte.

Het hof wijst de vordering tot directe uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden af nu geen sprake is van een situatie als genoemd in artikel 38v lid 4 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering namens benadeelde partij [benadeelde]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.

Deze vordering is door de verdediging, noch wat betreft het rechtstreeks verband tussen de geleden schade en het bewezenverklaarde feit, noch wat de hoogte betreft betwist, zodat deze voor toewijzing gereed ligt.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 240a en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich vanaf 8 februari 2018 zal laten opnemen en behandelen in FPA De Boog en aansluitend, zich in ieder geval vanaf 8 juni 2018, zal laten opnemen en behandelen in FPK Assen of een soortgelijke instelling, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die de veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instellingen zullen worden gegeven.

Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Wijst af de vordering tot gevangenneming;

Wijst af de vordering tot directe uitvoerbaarheid van de aan verdachte opgelegde bijzondere voorwaarden;

Vordering namens de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding namens de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.558,90 (tweeduizend vijfhonderdachtenvijftig euro en negentig cent) bestaande uit € 1.058,90 (duizend achtenvijftig euro en negentig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op

1.506,00 (duizend vijfhonderdzes euro).

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade van € 259,90 op

17 maart 2016, van € 799,- op 17 oktober 2016 en van € 242,- op 7 oktober 2016 en van de immateriële schade van € 1500,- op 4 augustus 2015.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.558,90 (tweeduizend vijfhonderdachtenvijftig euro en negentig cent) bestaande uit € 1.058,90 (duizend achtenvijftig euro en negentig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 (vijfendertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade van € 259,90 op

17 maart 2016, van € 799,- op 17 oktober 2016 en van € 242,- op 7 oktober 2016 en van de immateriële schade van € 1500,- op 4 augustus 2015.

Aldus gewezen door

mr. H. Heins, voorzitter,

mr. A.J. Smit en mr. K.J.C. Geeve, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J. de Jong, griffier,

en op 7 februari 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.