Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:11738

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
02-08-2018
Datum publicatie
29-10-2020
Zaaknummer
21-004733-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

AVAS verweer bij artikel 245 W.v.Sr.

De wetgever heeft de leeftijd van zestien jaren in artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht (Sr.) mede opgenomen ter bescherming van de lichamelijke en seksuele integriteit van deze groep van jonge mensen, die gelet op hun jeugdige leeftijd in het algemeen geacht moeten worden niet of onvoldoende in staat te zijn zelf die integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien, en heeft met het oog daarop de leeftijd in deze delictsomschrijving geobjectiveerd. Artikel 245 Sr. beschermt deze jeugdige personen ook tegen verleiding die mede van henzelf kan uitgaan. Het hof verwijs naar HR 20 januari 1959, NJ 1959, 102/103 en HR 30 maart 2010, NJ 2010, 376. De strekking van de regeling leidt ertoe dat de ruimte voor een beroep op afwezigheid van alle schuld zeer beperkt is.

Gelet hier op had verdachte een zeer verstrekkende onderzoeksplicht om achter de werkelijke leeftijd van het slachtoffer te komen. Het afgaan door verdachte op het uiterlijk en enkele gedragingen van het slachtoffer zijn daarvoor volstrekt onvoldoende. Ook mocht verdachte onder de hiervoor geschetste omstandigheden niet zonder meer vertrouwen op de onjuiste mededeling van het slachtoffer over haar leeftijd: hij wist ten slotte verder niets van haar. Verweer wordt verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004733-16

Uitspraak d.d.: 2 augustus 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 22 augustus 2016 met parketnummer 05-860020-16 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag 1] 1996,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 19 juli 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. E.J.M.J. Damen, naar voren is gebracht.

(Voorwaardelijk) verzoek tot het horen van getuigen

Door de raadsman is, ingeval het hof het verweer van de verdediging zal passeren, verzocht een viertal getuigen te horen om een juist beeld van de verhouding tussen verdachte en het slachtoffer te kunnen krijgen en een juist beeld te kunnen krijgen ten aanzien van de leeftijd en (geestelijke) ontwikkeling van het slachtoffer.

Het hof is van oordeel dat het horen van de voorwaardelijk verzochte getuigen gelet op de strekking van artikel 245 van Wetboek van Strafrecht (Sr) waarin het leeftijdscriterium is geobjectiveerd en de onderbouwing van het verzoek, niet noodzakelijk is voor enige door het hof te nemen beslissing in deze zaak. Het hof zal het verzoek afwijzen.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de nacht van 7 januari 2016 op 8 januari 2016 te Arnhem,

met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2002,

meermalen, buiten echt, één of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die

mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,

door

- geslachtsgemeenschap met haar te hebben en/of

- één of meer van zijn vingers in haar vagina te brengen en/of

- haar borsten te betasten en/of

- met haar te tongzoenen,

terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien

jaren had bereikt.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in of omstreeks de nacht van 7 januari 2016 op 8 januari 2016 te Arnhem,

met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2002,

meermalen, buiten echt, één of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die

mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,

door

- geslachtsgemeenschap met haar te hebben en /of

- één of meer van zijn vingers in haar vagina te brengen en /of

- haar borsten te betasten en /of

- met haar te tongzoenen,

terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien

jaren had bereikt.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Door de raadsman is, zoals weergegeven in zijn pleitnota, betoogd dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld bij verdachte nu hij – kort gezegd – niet wist en ook niet behoefde te weten of vermoeden dat het slachtoffer jonger was dan zestien jaren.

Het hof stelt het volgende voorop. De wetgever heeft de leeftijd van zestien jaren in artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht (Sr.) mede opgenomen ter bescherming van de lichamelijke en seksuele integriteit van deze groep van jonge mensen, die gelet op hun jeugdige leeftijd in het algemeen geacht moeten worden niet of onvoldoende in staat te zijn zelf die integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien, en heeft met het oog daarop de leeftijd in deze delictsomschrijving geobjectiveerd. Artikel 245 Sr. beschermt deze jeugdige personen ook tegen verleiding die mede van henzelf kan uitgaan. Het hof verwijs naar HR 20 januari 1959, NJ 1959, 102/103 en HR 30 maart 2010, NJ 2010, 376. De strekking van de regeling leidt ertoe dat de ruimte voor een beroep op afwezigheid van alle schuld zeer beperkt is.

Verdachte heeft naar zijn eigen zeggen via een kennis/vriendin het slachtoffer, [slachtoffer] , via Facebook en “WhatsApp” leren kennen. Vóór 7 januari 2016 heeft verdachte het slachtoffer nooit eerder ontmoet en hij wist nagenoeg niets over haar. Hij vermoedde dat genoemde kennis/vriendin ongeveer 17 jaren oud was, en dat [slachtoffer] dat dus ook wel zou zijn. De desbetreffende kennis/vriendin was destijds echter 15 jaren oud. Daarnaast, stelt verdachte, gedroeg het slachtoffer zich ouder: zo had zij twee joints bij zich die zij samen hebben gerookt. Verdachte geeft ook aan dat hij onjuist door het slachtoffer is geïnformeerd over haar leeftijd: zij zou hebben gezegd dat zij 17 jaren oud was, iets wat [slachtoffer] overigens ontkent. Als hij geweten had dat [slachtoffer] 13 jaren oud was, had hij nooit seks met haar gehad, aldus verdachte. Zelf was verdachte toentertijd 19 jaar oud en daarmee 6 jaar ouder dan het slachtoffer, hetgeen zeker in die levensfase een groot verschil in leeftijd en ontwikkeling betekent.

Voor een geslaagd beroep op afwezigheid van alle schuld is bij artikel 245 Sr. slechts in zeer beperkte mate ruimte. De ratio van deze strafbepaling maakt dat verdachte een zeer verstrekkende onderzoeksplicht had om achter de werkelijke leeftijd van [slachtoffer] te komen. Het afgaan door verdachte op het uiterlijk en enkele gedragingen van het slachtoffer zijn daarvoor volstrekt onvoldoende. Ook mocht verdachte onder de hiervoor geschetste omstandigheden niet zonder meer vertrouwen op de (door hem gestelde) onjuiste mededeling van het slachtoffer over haar leeftijd: hij wist ten slotte verder niets van haar. Gelet op de bescherming van de seksuele integriteit van personen die jonger zijn dan zestien jaar staat dit reeds een beroep op afwezigheid van alle schuld in de weg.

Het hof verwerpt het verweer.

Verdachte is derhalve strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte, destijds 19 jaar oud, heeft zeer vergaande seksuele handelingen verricht met het destijds 13 jaar oude slachtoffer. Verdachte heeft daarmee een onaanvaardbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer en zijn handelen zou de normale seksuele ontwikkeling van het slachtoffer kunnen verstoren. Een ernstig feit als het onderhavige rechtvaardigt oplegging van een vrijheidsbenemende straf.

Uit het uittreksel Justitiële Documentatie blijkt niet van eerdere aantekeningen met betrekking tot zedendelicten. In het voordeel van verdachte weegt het hof mee dat verdachte zelf ook nog erg jong was ten tijde van het bewezenverklaarde handelen, begeleid woonde en ondersteuning nodig had bij zijn verdere ontwikkeling in volwassenheid.

Alles overwegende en mede gelet op het tijdsverloop van de zaak is het hof van oordeel dat moet worden afgezien van het opleggen van een straf die er toe zou leiden dat verdachte ingesloten zou moeten worden om een gevangenisstraf te ondergaan. Het hof acht oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf, waarbij de duur van het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de tijd door verdachte in voorarrest doorgebracht, op zijn plaats. Het voorwaardelijk deel is mede als waarschuwing aan verdachte om zich in de toekomst te onthouden van het plegen van soortgelijke feiten. Daarnaast zal het hof verdachte een taakstraf, van hierna te melden duur, opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 22d, 57, 63 en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Wijst af het verzoek tot het horen van getuigen.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 70 (zeventig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 69 (negenenzestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Gelast de teruggave aan [slachtoffer] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: een bh en een onderbroek.

Aldus gewezen door

mr. A.H. Garos, voorzitter,

mr. C. Caminada en mr. M.S. Groenhuijsen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van G. Heeres, griffier,

en op 2 augustus 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. M.S. Groenhuijsen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 2 augustus 2018.

Tegenwoordig:

mr. E.A.K.G. Ruys, voorzitter,

mr. A. de Vries, advocaat-generaal,

mr. C.M.M. van der Waerden, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.