Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:11025

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-12-2018
Datum publicatie
21-12-2018
Zaaknummer
21-001470-18
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2018:658
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte, die zich schuldig heeft gemaakt aan drie ernstige zedendelicten, mishandeling en verboden wapenbezit, tot een gevangenisstraf van 5 jaar en TBS met verpleging van overheidswege. Verdachte heeft jonge, kwetsbare meisjes – die op dat moment in een - jeugdinstelling verbleven – gedwongen tot seks onder meer door ze drank en drugs te geven.

Het hof spreekt de verdachte vrij van één van de zedendelicten waarvoor hij door de rechtbank is veroordeeld, omdat niet is voldaan aan het bewijsminimum.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001470-18

Uitspraak d.d.: 18 december 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 23 februari 2018 met parketnummer 18-830371-16 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1971,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in P.I. [locatie 1] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 december 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot:

 niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in hoger beroep voor zover het hoger beroep betrekking heeft op de feiten 1, 4, 6 primair, 6 subsidiair, 8 primair en 8 subsidiair, aangezien verdachte daarvan is vrijgesproken in eerste aanleg;

 veroordeling van verdachte ter zake het onder 2, 3, 5 primair, 7, 9 primair en 10 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van het voorarrest;

 oplegging van de maatregel tot terbeschikkingstelling van verdachte, met dwangverpleging;

 toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van € 6.250,-- met rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

 toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] tot een bedrag van € 5.000,-- met rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

 toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] tot een bedrag van € 5.000,-- met rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. E.M. Steller, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van het onder 1, 4, 6 primair, 6 subsidiair, 8 primair en 8 subsidiair ten laste gelegde en veroordeeld ter zake het onder 2, 3, 5 primair, 7, 9 primair en 10 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft de rechtbank aan verdachte de maatregel tot terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd. Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de rechtbank het volgende beslist:

 toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van € 5.000,-- met rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

 toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] tot een bedrag van € 5.000,-- met rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

 toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] tot een bedrag van € 5.000,-- met rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het gehele vonnis van de rechtbank, dus ook tegen de vrijspraak van de feiten 1, 4, 6 primair, 6 subsidiair, 8 primair en 8 subsidiair. Tegen deze vrijspraken kan volgens de wet door de verdachte geen hoger beroep worden ingesteld. Daarom zal het hof het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk verklaren voor zover het betrekking heeft op de feiten 1, 4, 6 primair, 6 subsidiair, 8 primair en 8 subsidiair.

Beoordeling van het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover in hoger beroep aan de orde- tenlastegelegd dat:

2:
hij op of omstreeks 10 oktober 2016, in de gemeente [gemeente] , [slachtoffer 1] door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] ,

immers heeft hij, verdachte, zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd en/of gebracht, althans laten duwen en/of brengen,

en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat hij, verdachte,

 misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht op die [slachtoffer 1] , en/of

 misbruik heeft gemaakt van het uit zijn leeftijd en/of de feitelijke verhoudingen voortvloeiend (geestelijk) overwicht, en/of

 misbruik heeft gemaakt van de afhankelijkheidsrelatie waarin die [slachtoffer 1] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond en die was ontstaan uit/door

o de kwetsbare positie waarin die [slachtoffer 1] verkeerde, en/of

o die [slachtoffer 1] (gedurende langere tijd) te voorzien van (gratis) alcohol en/of weed en/of hash, in elk geval softdrugs, en/of

o die [slachtoffer 1] onderdak te verlenen, althans haar in zijn woning te laten verblijven, en/of

o de zwangerschap van die [slachtoffer 1] , en/of

 met/door zijn, verdachtes, dominante optreden en/of dwingende en/of agressieve karakter en/of handelen een sfeer heeft gecreëerd waarbinnen die [slachtoffer 1] geen, althans (te) weinig, weerstand tegen hem kon en/of durfde te bieden, immers heeft hij, verdachte (onder meer) die [slachtoffer 1] geslagen en/of bij de strot/keel gepakt en/of bij/aan haar haren vastgepakt en/of getrokken en/of (dreigend) tegen haar gezegd: "Je moet niet zo brutaal doen, je moet gewoon luisteren" en/of "Als je kunt jatten dan kun je dit ook" en/of "Ik heb zin in zeks, jij gaat bovenop" en/of "Kijk mij aan en zeg dat je nooit meer gaat stelen", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of

(aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan, waaraan zij zich niet kon onttrekken,

zulks terwijl het feit wordt begaan tegen een persoon bij wie misbruik wordt gemaakt van een kwetsbare positie;

3:
hij op of omstreeks 10 oktober 2016 te [plaats] [slachtoffer 1] heeft mishandeld door haar in/tegen het gezicht althans op/tegen haar hoofd en/of hals te slaan;

5 primair:
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2016 tot en met 10 oktober 2016, in de gemeente [gemeente] , meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 2] ) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] ,

immers heeft hij, verdachte, (telkens) zijn vinger(s) in de vagina, althans tussen de schaamlippen, van die [slachtoffer 2] geduwd en/of gebracht, en/of zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 2] geduwd en/of gebracht,

en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat hij, verdachte, (telkens)

 misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht op die [slachtoffer 2] , en/of

 misbruik heeft gemaakt van het uit zijn leeftijd en/of de feitelijke verhoudingen voortvloeiend (geestelijk) overwicht, en/of

 misbruik heeft gemaakt van de afhankelijkheidsrelatie waarin die [slachtoffer 2] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond en die was ontstaan uit/door

o de kwetsbare positie waarin die [slachtoffer 2] verkeerde, en/of

o die [slachtoffer 2] (gedurende langere tijd) te voorzien van (gratis) weed en/of hash, in elk geval softdrugs, en/of alcohol

o die [slachtoffer 2] onderdak te verlenen, althans haar in zijn woning te laten verblijven,

en/of

 met/door zijn, verdachtes, dominante optreden en/of dwingende en/of agressieve karakter en/of handelen een sfeer heeft gecreëerd waarbinnen die [slachtoffer 2] geen, althans (te) weinig, weerstand tegen hem kon en/of durfde te bieden, immers heeft hij, verdachte (onder meer)
die [slachtoffer 2] vastgepakt en/of op het/een bed getrokken/getild/geduwd en/of de broek, althans kleding, van die [slachtoffer 2] uitgetrokken en/of die [slachtoffer 2] vastgehouden/geklemd en/of (dreigend) tegen die [slachtoffer 2] gezegd: "Kijk mij aan" en/of "Ik trap je achter de ramen, je moet luisteren anders maak ik je familie dood" en/of "Ik neuk je, als je het niet doet dan weet je wat er met je gebeurd", en/of "Je gaat nu luisteren en anders weet je wel wat er met je gaat gebeuren", althans woorden van gelijke dreigende en/of dwingende aard of strekking, en/of het hoofd en/of de handen van die [slachtoffer 2] vastgepakt en/of die [slachtoffer 2] op haar rug geduwd, en/of die [slachtoffer 2] bij de keel vast gegrepen/gepakt, en/of de (kamer)deur op slot gedaan, en/of

(aldus) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan, waaraan zij zich niet kon onttrekken,

zulks terwijl het feit wordt begaan tegen een persoon beneden de leeftijd van achttien jaar en/of bij wie misbruik wordt gemaakt van een kwetsbare positie;

5 subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2016 tot en met 10 oktober 2016, in de gemeente [gemeente] , meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , immers heeft hij, verdachte, (telkens) zijn vinger(s) in de vagina, althans tussen de schaamlippen, van die [slachtoffer 2] geduwd en/of gebracht, en/of zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 2] geduwd en/of gebracht;

7:
hij in of omstreeks de periode van 8 augustus 2016 tot en met 10 oktober 2016, in de gemeente [gemeente] , met [slachtoffer 3] , van wie hij, verdachte, wist dat zij in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat zij niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten het brengen en/of duwen van zijn, verdachtes, vinger(s) en/of penis in de vagina, althans tussen de schaamlippen, en/of de anus van die [slachtoffer 3] ;

9 primair:
hij in of omstreeks de periode van 1 tot en met 15 juli 2016, in de gemeente [gemeente] , [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum 3] ) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4] ,

immers heeft hij, verdachte, zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 4] geduwd en/of gebracht,

en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat hij, verdachte,

 misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht op die [slachtoffer 4] , en/of

 misbruik heeft gemaakt van het uit zijn leeftijd en/of de feitelijke verhoudingen voortvloeiend (geestelijk) overwicht, en/of

 misbruik heeft gemaakt van de (benevelde) toestand waarin die [slachtoffer 4] verkeerde, en/of

 misbruik heeft gemaakt van de afhankelijkheidsrelatie waarin die [slachtoffer 4] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond en die was ontstaan uit/door

o de kwetsbare positie waarin die [slachtoffer 4] verkeerde, en/of

o die [slachtoffer 4] te voorzien van (gratis) weed en/of hash en/of speed/amfetamine en/of XTC/MDMA, in elk geval drugs, en/of alcohol, en/of

o die [slachtoffer 4] onderdak te verlenen, althans haar in zijn woning te laten verblijven,

en/of

 met/door zijn, verdachtes, dominante optreden en/of dwingende en/of agressieve karakter en/of handelen een sfeer heeft gecreëerd waarbinnen die [slachtoffer 4] geen, althans (te) weinig, weerstand tegen hem kon en/of durfde te bieden,
immers heeft/is hij, verdachte (onder meer)
die [slachtoffer 4] vastgepakt en/of de broek en/of de onderbroek, althans kleding, van die [slachtoffer 4] uitgetrokken en/of op/over die [slachtoffer 4] heen gaan liggen en/of het (linker)been van die [slachtoffer 4] omhoog gedrukt, en/of

 (aldus) voor die [slachtoffer 4] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan, waaraan zij zich niet kon onttrekken,

zulks terwijl het feit wordt begaan tegen een persoon beneden de leeftijd van achttien jaar en/of bij wie misbruik wordt gemaakt van een kwetsbare positie;

9 subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 1 tot en met 15 juli 2016, in de gemeente [gemeente] , door giften of beloften van geld of goed of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding,

te weten het (gratis) verstrekken van weed en/of hash en/of speed/amfetamine en/of XTC/MDMA, in elk geval drugs, en/of alcohol aan die [slachtoffer 4] en/of het (relatief) grote leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer 4] en/of de (benevelde) toestand waarin die [slachtoffer 4] verkeerde en/of de afhankelijkheidsrelatie waarin die [slachtoffer 4] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond en die was ontstaan uit/door de kwetsbare positie waarin die [slachtoffer 4] verkeerde en/of door die [slachtoffer 4] onderdak te verlenen, althans haar in zijn, verdachtes, woning te laten verblijven,

[slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum 3] , van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, (telkens) opzettelijk heeft bewogen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen van hem, verdachte, immers heeft hij, verdachte, (telkens) zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 4] geduwd en/of gebracht;

10:
hij in of omstreeks de periode van 1 tot en met 10 oktober 2016 te [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander, of anderen, althans alleen een of meer wapen(s) van categorie III, te weten een gasrevolver, en/of munitie van categorie III, te weten 2 knalpatronen, voorhanden heeft gehad.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Verdachte heeft de feiten 3 en 10 bekend en de overige feiten ontkend. De raadsman heeft vervolgens de vrijspraak bepleit van de feiten 2, 5, 7 en 9.

Complottheorie en betrouwbaarheid verklaringen aangeefsters

Het door de verdediging naar voren gebrachte valt uiteen in twee hoofdpunten.

1.
Complottheorie:

De aangeefsters hebben samen bedacht om verdachte van verkrachtingen te beschuldigen, terwijl dit niet is gebeurd. Dit heeft plaatsgevonden op initiatief van [slachtoffer 1] omdat zij door de verdachte was geslagen. De andere meisjes steunen haar en doen ook aangifte tegen verdachte.

2. Onbetrouwbare verklaringen van aangeefsters:

De verklaringen van aangeefsters lopen uiteen, zij verklaren niet consistent en kunnen weinig vertellen over de details van de omstandigheden waaronder het zou hebben plaatsgevonden. [slachtoffer 1] verklaart zelfs twee keer dat het allemaal gelogen is en de aangiftes vals zijn.

Gelet op dit betoog heeft de raadsman ook naar voren gebracht dat door een deskundige onderzoek gedaan zou moeten worden naar de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefsters en van getuige [slachtoffer 1] en dat getuige [slachtoffer 1] in ieder geval bevraagd zou moeten worden over haar wisselende verklaringen. Hij heeft deze onderzoekswensen ook ter zitting van het hof van 4 december 2018 naar voren gebracht.

Het hof overweegt het volgende.

1. Met betrekking tot de complottheorie

Uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen blijkt onder meer het volgende:

Op 11 augustus 2016 komt [slachtoffer 3] , toen 16 jaar oud, bij de politie terecht naar aanleiding van een verkrachting door drie mannen, waarvan zij zegt het slachtoffer te zijn geworden. In haar verklaring geeft zij ook aan dat zij op dinsdagavond 9 augustus 2016 onder invloed van veel drank seks heeft gehad met [verdachte] (verdachte) (dossierpagina 234). Verdachte gebruikte geen condoom. De drie mannen die haar op 11 augustus hebben verkracht gebruikten wel een condoom.

Op 4 oktober 2016 vindt in [locatie 2] , de instelling waar [slachtoffer 3] verblijft, een gesprek plaats tussen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en [slachtoffer 3] . [slachtoffer 3] geeft dan aan aangifte te willen doen tegen verdachte en ook tegen de drie andere mannen (dossierpagina 243).

Op 11 oktober 2016 omstreeks 14:00 uur meldt [slachtoffer 2] , toen 13 jaar oud, zich op het politiebureau aan [straat 1] in [gemeente] en verklaart aangifte te willen doen van verkrachting door verdachte.

Even later ziet verbalisant [verbalisant 3] [slachtoffer 1] en [getuige 1] aan komen lopen in de hal van het politiebureau. [getuige 1] heeft in haar tas de gasrevolver van verdachte en komt deze inleveren bij de politie. Ook verklaart zij dat zij wetenschap heeft dat verdachte een dertienjarig meisje heeft verkracht. (dossierpagina 217).

[slachtoffer 1] heeft op 11 oktober 2016, apart van [getuige 1] , een gesprek bij de politie. Zij verklaart dat zij naar het politiebureau is gekomen om papieren op te halen in verband met een winkeldiefstal die zij de vorige dag had gepleegd. [getuige 1] en [slachtoffer 2] besloten met haar mee te gaan naar het bureau om aangifte te doen tegen verdachte. Nu zij toch naar het politiebureau ging voor de papieren, wil zij ook over verdachte verklaren. Als zij niet voor de papieren naar het politiebureau had gemoeten, was zij niet naar het bureau gekomen om over verdachte te praten, aldus [slachtoffer 1] (dossierpagina 228).

Zij verklaart door verdachte te zijn mishandeld en verkracht en verklaart dat verdachte ook andere meisjes heeft misbruikt en verkracht, onder andere [slachtoffer 2] . Met elk meisje dat bij verdachte over de vloer kwam, heeft verdachte seks gehad, aldus [slachtoffer 1] .

Op 12 oktober 2016 wordt [slachtoffer 1] nader gehoord in een studioverhoor. Zij verklaart dan geen aangifte te willen doen tegen verdachte, omdat zij persoonlijk niet zoveel problemen met verdachte heeft. Zij woont met hem samen, is vrijwillig bij hem en zij is van hem in verwachting. Hij is dus de vader van haar kind (dossierpagina 505 e.v.). Zij vindt het wel goed dat de andere meisjes aangifte doen tegen verdachte, dat is namelijk anders dan bij haar. Zij geeft ook aan dat zij geen getuigenverklaring tegen [verdachte] over de andere meisjes wil afleggen. Zij vindt het wel goed dat [slachtoffer 2] dat wel gedaan heeft. [slachtoffer 2] is dertien, dat is een ander verhaal.

Op 4 januari 2017 gaan twee zedenrechercheurs langs bij [slachtoffer 1] om haar uit te nodigen voor een nader verhoor. Zij verklaart dan dat het allemaal anders was dan de andere meisjes hadden verteld en dat zij er niets meer mee te maken wilde hebben. Uiteindelijk stemt zij in met een studioverhoor op 12 januari 2017 (dossierpagina 309).

Op 12 januari 2017 wordt [slachtoffer 1] gehoord. Zij geeft de verhorende verbalisanten aan dat ze met haar advocaat gepraat heeft en dat ze geen verklaring of verhoor wil. Zij verklaart dat zij door de andere meisjes die aangifte hebben gedaan tegen verdachte, wordt beschuldigd van ‘wijvenhandel’. Zij verklaart dat die meisjes niet de waarheid spreken. De meisjes zijn niet verkracht door verdachte, aldus [slachtoffer 1] .

Op 4 juli 2017 wordt [slachtoffer 1] gehoord bij de rechter-commissaris. Dan verklaart zij dat verdachte wel meisjes heeft verkracht, onder andere [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] . Zij was daar zelf bij en heeft dat gezien, aldus [slachtoffer 1] .

Het hof stelt vast dat [slachtoffer 1] nogal wisselend heeft verklaard. De ene keer belastend de andere keer ontlastend voor verdachte. Zij verklaart wel steeds dat zij geen aangifte tegen verdachte wil doen. Daar is zij consequent in. Ook de eerste keer dat zij belastend verklaart over verdachte, geeft zij aan dat zij eigenlijk om een andere reden op het politiebureau is gekomen (namelijk papieren ophalen in verband met een eerder gepleegde winkeldiefstal).

De stelling van de verdediging dat er sprake is van een complot/wraakplan tegen verdachte waarbij [slachtoffer 1] een belangrijke rol speelt past niet bij het feit dat zij op geen enkel moment aangifte tegen hem wil doen en ook om een andere reden naar het politiebureau ging. Bovendien verklaart [slachtoffer 3] al veel eerder belastend richting verdachte, al voordat er sprake was van mishandeling van [slachtoffer 1] door verdachte. Deze stelling dat er sprake was van een complot wordt dan ook verworpen door het hof.

2. Met betrekking tot de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefsters en [slachtoffer 1]

Het hof stelt voorts met de raadsman en de rechtbank vast dat de verklaringen van de aangeefsters [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] niet eenduidig zijn. Zij hebben wel alle drie een bijzonder en specifiek verhaal. Het zijn authentieke verklaringen. Het betreffen bovendien jonge meisjes die tijdens de gepleegde feiten onder invloed waren van alcohol en verdovende middelen. Het ligt dan in de rede dat het moeilijk is om alle feiten en omstandigheden goed te reproduceren.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat deze aanwezige inconsistenties en tegenstrijdigheden de belangrijke kernpunten van hun beschuldigingen niet raken. Bovendien vinden de verklaringen op cruciale onderdelen bevestiging in andere bewijsmiddelen in het dossier.

Het hof twijfelt niet aan de verklaringen van aangeefsters [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en ziet geen noodzaak om onderzoek te laten doen naar de betrouwbaarheid daarvan, ook niet door hetgeen door de raadsman daaromtrent naar voren is gebracht. Deze aangeefsters zijn allemaal bij de rechter-commissaris gehoord en de verdediging heeft het ondervragingsrecht kunnen uitoefenen ook op de onderwerpen waarop het verzoek om ze nogmaals te horen, is gegrond. Het verweer omtrent de betrouwbaarheid van deze verklaringen wordt derhalve verworpen. Op dezelfde gronden wordt het verzoek van de raadsman afgewezen om de verklaringen van aangeefsters op betrouwbaarheid te laten onderzoeken door een deskundige, nu het hof van de noodzaak daartoe niet is gebleken.

[slachtoffer 1] heeft, zoals eerder overwogen, afwisselend belastend en ontlastend verklaard. Zij heeft nooit aangifte tegen verdachte willen doen.

Voor zover zij belastend voor verdachte heeft verklaard met betrekking tot het ten laste gelegde over de aangeefsters [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , wordt haar verklaring als ondersteunend bewijs gebruikt en vindt de verklaring van aangeefsters bovendien steun in ander bewijs. Daarom kunnen de belastende verklaringen van [slachtoffer 1] – hoewel met behoedzaamheid beschouwd – voor het bewijs worden gebezigd.

Nu de belastende verklaringen van [slachtoffer 1] met behoedzaamheid worden beschouwd en alleen voor het bewijs worden gebezigd op die onderdelen die worden ondersteund door andere bewijsmiddelen, ziet het hof geen noodzaak om [slachtoffer 1] nogmaals te horen. Het hof betrekt hierbij dat [slachtoffer 1] al bij de rechtbank door de rechter-commissaris is gehoord. Dat er toen een andere raadsman was is op zichzelf geen grond om opnieuw te horen en het hof constateert verder dat [slachtoffer 1] door de raadsman toen ook al is bevraagd over de wijze waarop haar verklaringen bij de politie tot stand zijn gekomen. Het verzoek van de raadsman tot het nogmaals horen van [slachtoffer 1] wordt derhalve afgewezen. Op dezelfde gronden wordt het verzoek van de raadsman afgewezen om de verklaringen van [slachtoffer 1] op betrouwbaarheid te laten onderzoeken door een deskundige, nu het hof van de noodzaak daartoe niet is gebleken.

Met betrekking tot feit 2

Dat het onder 2 ten laste gelegde door verdachte is begaan, vindt slechts steun in de belastende verklaringen van [slachtoffer 1] . Hetgeen overigens als ondersteunend bewijs aanwezig is, is informatie die getuigen hebben gehoord van [slachtoffer 1] . Van belang is ook dat [slachtoffer 1] nooit aangifte heeft gedaan tegen verdachte. Het hof stelt vast dat er naast [slachtoffer 1] geen getuige is die uit eigen waarneming over het onder 2 ten laste gelegde heeft verklaard. Ook technisch bewijs is niet aanwezig. Verdachte heeft ontkend [slachtoffer 1] te hebben verkracht.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat verdachte van het onder 2 ten laste gelegde vrijgesproken dient te worden.

Met betrekking tot feit 3

Het hof volstaat met een opgave van de bewijsmiddelen nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

1. het naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 oktober 2016, opgenomen op pagina 113 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2016285265 d.d. 9 februari 2017, inhoudende het relaas van verbalisanten.

2. de verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van het gerechtshof op 4 december 2018 voor zover inhoudende: Ik heb [slachtoffer 1] op 10 oktober 2016 in het gezicht geslagen.

Met betrekking tot feit 5 primair

De hieronder weergegeven inhoud van de bewijsmiddelen levert op de redengevende feiten en omstandigheden, op grond waarvan het hof bewezen acht en de overtuiging heeft verkregen, dat verdachte het onder 5 primair ten laste gelegde heeft begaan.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 22 december 2016, opgenomen dossierpagina 206 e.v., inhoudende als verklaring van [naam] :
Ik doe aangifte namens [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] . [slachtoffer 2] vindt het moeilijk om er over te praten. Ze is bij de huisarts geweest voor een zwangerschapstest en soa-test in verband met [verdachte] . Als ik vraag of ze verkracht is dan zegt ze ja. Wat ik hoorde, dat hij haar beetpakte en zij toen verstijfde van angst. Maar als ik doorvraag dan stokt het verhaal. Ik heb nog gevraagd of hij "in" haar is geweest en dan zegt ze, ja. Maar ze wil er verder niet over praten. Ik wil aangifte doen tegen [verdachte] .
[slachtoffer 2] zei dat er twee keer iets is gebeurd. Een keer was toen ze bij hem ging schuilen voor de regen. [slachtoffer 2] was bevriend met [slachtoffer 1] , ze kennen elkaar van [locatie 2] . [slachtoffer 2] ging dan samen met [slachtoffer 1] naar de woning van [verdachte] . [slachtoffer 2] zit op [school] , een school voor kinderen die extra begeleiding nodig hebben.

[slachtoffer 1] zei: "Helaas voor [slachtoffer 2] is er wel wat gebeurd." [slachtoffer 1] zou hem nog weggeduwd hebben maar hij duwde terug.

V: Wanneer is dit gebeuren met [verdachte] en [slachtoffer 2] gebeurd?
A: Ik denk juli of september. Ik heb nog van [slachtoffer 2] gehoord dat [verdachte] tegen haar had gezegd dat ze niets mocht vertellen want anders wist hij haar, mij en haar broer wel te vinden. Het heeft diepe wonden achter gelaten bij [slachtoffer 2] . Voorheen was [slachtoffer 2] veel ondernemender en vrolijker. [slachtoffer 2] is ook angstiger geworden voor aanrakingen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 13 oktober 2016, opgenomen op dossierpagina 96 e.v., inhoudende als relaas van verbalisant:
Onderstaande is een - naar het hof heeft vastgesteld adequate - samenvatting van het studioverhoor met aangeefster [slachtoffer 2] welke op 12 oktober 2016 heeft plaatsgevonden in een kindvriendelijke verhoorstudio.

V = vraag studioverhoorder

A = antwoord [slachtoffer 2] .

O = opmerking verbalisant
A: Ik denk dat ik [verdachte] rond mei/juni heb leren kennen. Alle aanrandingen waren in zijn huis.
V: Wat versta jij onder aanranding
A: Daar beneden aanzitten, kut.
V: Waarmee zit hij aan je kut?
A: Met zijn vingers.
V: Wat doet hij met zijn vingers bij jouw kut?
A: Ik kan het niet zeggen.
V: Wil je het opschrijven?
O: [slachtoffer 2] schrijft op "vingeren".
V: Wat deed hij dan met zijn vingers?
O: [slachtoffer 2] schrijft op: met zijn vinger in me kut.
V: Wat doet die vinger dan?
A: Bewegen.
V: Hoe vaak heeft hij dit gedaan, met zijn vinger in jouw kut heen en weer bewogen?
A: Drie keer.
V: Waar was je de eerste keer?
A: Op zijn bank in zijn woning. Ik had toen een joggingbroek en trui aan.
V: Hoe kon hij met zijn hand in jouw broek komen?
A: Mijn broek zat losjes, en ging bovenlangs bij broek naar binnen, ook aan de bovenkant van de onderbroek. Door alle trauma's dan verstijf ik. Of ik ga knock-out, of ik verstijf of trauma's komen boven. [slachtoffer 1] en ik lagen een keer op bed en hij kwam erbij liggen.

V: Heb je [slachtoffer 1] het wel verteld?
A: Op het bed heb ik gelijk verteld, daarna ben ik er niet meer geweest.
V: Hoe reageerde jij?
A: Ik moest hem per se aankijken, hij pakte mijn hoofd vast met zijn hand.
V: Ik schrijf op, wat bedoel je met verkrachting?
O: [slachtoffer 2] schrijft op, zijn piemel in me kut bewegen.
V: Hoe kon hij dit doen?
A: Hij hield mijn handen vast met zijn handen. Hij duwt mij op bed, op mijn rug. Hij heeft mijn broek uit gedaan, niet helemaal uit. Hij zei: "Kijk me aan", schreeuwend.
V: Want?
A: Anders zou hij me slaan. Hij keek me dreigend aan. Ik reageerde geschrokken. Hij kon dat zien. Ik probeerde hem weg te duwen. Ik probeerde me los te wurmen. Dat lukte een keer met een hand. Daarna pakte hij mijn hand weer. Ik zei "stop". Hij reageerde niet. Het stopte als [slachtoffer 1] klaar was met douchen. Zij klopte dan op de deur. De deur zat op slot, die deed hij toen open.

Ik zal eerlijk zeggen we hadden toen allebei gedronken. Toen was [slachtoffer 1] er wel bij. Bij die verkrachting, eerst ging hij met zijn vingers daar zitten, toen ging hij op me liggen, toen verstijfde ik. [slachtoffer 1] en ik zaten met een deken over ons heen en hij ging tussen ons in zitten. Hij trok deken van ons af en ging zitten en deed deken weer over ons heen, hij ook, hij zat in het midden, toen deed hij dat bij mij.
V: Wat zei hij dan?
A: Dan ga ik je achter het raam trappen, daar bedreigde hij mij mee. Als je dit niet doet, seks, ga ik je slaan. Je moet naar me luisteren anders maak ik jou en je familie dood. Ik maak je kapot, ik laat je neuken, dat soort dingen. Kom hier, doe dit doe dat. Ik was wel geschrokken, ik was ook bang. Hij is groot en tilt je met een hand op. Hij heeft me geduwd en bij de keel gegrepen, ik kreeg geen adem. Dit gebeurde in zijn huis.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 12 september 2017, opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris en de griffier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] :

Zelf blowde ik wel, dat wil zeggen weed en hash. Ik dronk ook wel alcohol. Zowel de weed, de hash als de alcohol waren daar aanwezig en ik mocht er gebruik van maken. [verdachte] zei wel eens dat hij iets met mij wilde. En dan bedoel ik seks. Dan probeerde hij dingen bij me. Hij zeurde erover. Ik moest bij hem komen liggen. Ik wilde dat echter niet en dat zei ik ook. U vraagt mij waarom ik toch bij [verdachte] bleef komen terwijl mij die vragen werden gesteld. Ik had een kutperiode in [locatie 2] , ik wilde graag uit de groep weg zijn. Bij [verdachte] had ik mijn vrijheid. Ik had er onderdak.

Er is wel onvrijwillig het een en ander gebeurd. Ik heb 2 keer seks met hem gehad. Een keer of 3 heeft hij me betast terwijl ik dat niet wilde. Ik wil benadrukken dat ik het erg moeilijk vind om het hierover te hebben en dat ik dit hele verhoor enorm moeilijk vind.

[slachtoffer 1] was bij de eerste keer. Ik heb toen gedronken van 81% rum en ik was op een bepaald moment onder invloed van deze drank. Ik kan me niet precies herinneren hoe het allemaal is gegaan maar ik weet nog dat [verdachte] boven op me kwam liggen. Ik was dronken en het staat me niet bij of ik me heb verzet tegen hem. Ik herinner me dat hij zijn broek los had. Ik weet dat hij bij me is binnen geweest met zijn geslacht. Dat was in mijn kut. De beelden staan me nog voor de ogen. Na die tijd vertelde [verdachte] mij dat hij de morning-afterpil voor me wilde kopen. Ik weet nog dat ik niet zwanger wilde worden, ik was immers 12, 13 jaar oud.

De tweede keer was ook bij [verdachte] in zijn kamer. [verdachte] lag op bed. [slachtoffer 1] was gaan douchen. [verdachte] zat te zeuren dat ik bij hem op bed moest komen zitten. Ik verstijfde helemaal toen hij me aanraakte. Hij trok mij naar zich toe. Volgens mij had ik geblowd want dat deed ik behoorlijk veel in die tijd. Ik herinner me dat hij mijn broek uittrok en daarna ook mijn onderbroek. Ik herinner me dat hij ook toen bij me is binnengedrongen net als die eerste keer. Hij deed zijn penis in mijn vagina. Toen de seks klaar was kwam [slachtoffer 1] onder de douche vandaan. Ik ben met [slachtoffer 1] naar buiten gegaan en daar heb ik haar verteld wat er was gebeurd. Los van deze 2 keer heeft [verdachte] mij ook een paar keer geprobeerd aan te raken, in mijn kruis. Zo zat ik een keer met [slachtoffer 1] naar een film te kijken en dan greep hij me onverwacht tussen de benen. Hij deed dan zijn hand onder de dekens en raakte mij aan. Dit is een keer of 3 zo gegaan. [verdachte] woonde aan [straat 2] .

U vertelt mij dat mijn moeder het woord verkrachting heeft gebruikt. Nou dat vind ik wel een heftig woord. De rechtercommissaris houdt de getuige voor dat het bij verkrachting gaat om seksueel binnendringen zonder instemming. Dat was het wel. Ik wilde het niet.

U vraagt mij of [verdachte] wellicht kan hebben gedacht dat het vrijwillig was. Hij wist echt wel

dat het dat niet was. Hij wist ook wel dat ik beïnvloedbaar en onzeker was. Ik heb vaak genoeg nee gezegd en laten merken dat ik niet wilde.

We hebben het eerder gehad over bij het kruis pakken. Dat duurde echter allemaal wel wat langer. Het was niet een keer betasten. Het was echt vingeren. Zo heb ik dat ook bedoeld.

Ik ben inderdaad bij de huisarts geweest voor een zwangerschapstest en een soa-test.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 11 oktober 2016, opgenomen op dossierpagina 228 e.v., inhoudende als relaas van verbalisanten:
Op 11 oktober 2016 hadden wij een gesprek met [slachtoffer 1] . Het ging over seksueel misbruik van onder andere [slachtoffer 2] door [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1971 te [geboorteplaats] , wonende te [gemeente] , roepnaam: [verdachte] .

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 12 oktober 2016, opgenomen op dossierpagina 113 e.v., inhoudende als relaas van verbalisanten:
Op 12 oktober 2016 uur werd gehoord: [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] zegt dat er twee keer iets was met [slachtoffer 2] , dat was echt ziek. [slachtoffer 1] zegt dat er één keer iets was waar [slachtoffer 2] nog niets over had verteld. Een andere keer zat ze er naast. Hij was toen aan het ouwehoeren met haar. [slachtoffer 1] zegt dat ze niet weet wat hij deed onder de dekens, maar dat ze zeker weet dat hij haar eerst is gaan vingeren en dat hij daarna op haar zat. Het gebeurde in het huis van [verdachte] . [slachtoffer 1] zegt dat ze niet wist of hij [slachtoffer 2] serieus neukte, maar dat ze weet dat het gewoon zo is. Ze kon dat weten omdat hij boven op haar was, dat het bed bewoog en dat [verdachte] bewoog. [slachtoffer 2] was in shock en [slachtoffer 1] zegt dat ze dan genoeg weet, en dat hij dan bezig is met neuken. Met neuken bedoelt [slachtoffer 1] seks, waarbij zijn geslachtsdeel in haar geslachtsdeel gaat. Hij was boven en zij was onder. [slachtoffer 2] leek verstijfd volgens [slachtoffer 1] en ze viel in shock. [slachtoffer 1] doet dan voor met haar ogen dat [slachtoffer 2] met hele grote ogen keek. Volgens [slachtoffer 1] duurde het drie of vijf seconden. [slachtoffer 2] stak haar handen naar [slachtoffer 1] uit. Later heeft [slachtoffer 2] aan [slachtoffer 1] verteld hoe ze het ervaren heeft en dat vond [slachtoffer 1] wel erg. Het voorval is een paar maanden geleden gebeurd.

Aan [slachtoffer 1] wordt gevraagd naar de dingen die worden gegeven door [verdachte] . Dat noemt [slachtoffer 1] omkopen. Zo van als je ashie van mij krijgt dan mag ik je neuken. Hij zegt dan ook "Kom hier, ik ga je neuken". Zo zegt [verdachte] ook: "Ik geef je alles als ik je mag neuken" Volgens [slachtoffer 1] zegt [verdachte] dat ook tegen [slachtoffer 2] . [verdachte] zegt dat als hij je mag neuken dat hij dan alles over te zeggen heeft.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 4 juli 2017, opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris en de griffier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] :

Ik zag dat [slachtoffer 2] onderop lag en [verdachte] bovenop. Er lag een deken overheen en ik zag dat [slachtoffer 2] in shock was. Ze heeft me later verteld wat er precies gebeurde en ik heb bij [verdachte]

neukbewegingen gezien. Zoals gezegd, [slachtoffer 2] was in shock en ze vroeg me om hulp. Dat

deed ze niet met woorden, ze keek me aan. Ik ken [slachtoffer 2] goed, en ik zag dat het tegen haar

zin was. Het heeft al met al niet zo lang geduurd omdat ik [slachtoffer 2] onder [verdachte] vandaan trok.

Ik heb haar weggetrokken. Ik heb wel vaker gezien dat [verdachte] [slachtoffer 2] betastte en dat dat tegen

haar zin was. Ik heb gezien dat ze dan zijn hand weg sloeg.

Met betrekking tot feit 7

De hieronder weergegeven inhoud van de bewijsmiddelen levert op de redengevende feiten en omstandigheden, op grond waarvan het hof bewezen acht en de overtuiging heeft verkregen, dat verdachte het onder 7 ten laste gelegde heeft begaan.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 17 augustus 2016, opgenomen op dossierpagina 231 e.v., inhoudende als relaas van verbalisant:
[slachtoffer 3] vertelde mij dat ze op 9 augustus 2016 seks heeft gehad met [verdachte] . Dat was onder invloed van veel drank. Op 10 augustus 2016 heeft ze een morning-afterpil ingenomen.

2.
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 31 oktober 2016, opgenomen op dossierpagina 149 e.v., inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3] :
[verdachte] heeft seks met me gehad terwijl ik onder invloed was van drank en drugs. Als ik nuchter was geweest had ik dat nooit gedaan. Ik geef mijn lichaam niet zo snel. Ik ken hem niet/nauwelijks. Ik heb XTC gehad, verder weet ik het niet. Ik weet er nog heel weinig van, het is me vooral verteld allemaal. Wat ik aan alcohol heb gehad weet ik niet.
kwam met het pilletje en die had ik ingenomen. Ik weet niet hoe laat het was, maar toen kreeg ik ook drank, wodka. En wat ik nog weet is dat [slachtoffer 1] aan het cammen was met [getuige 1] . Wat er daarna is gebeurd weet ik niet meer. Die volgende ochtend werd mij verteld dat ik seks had gehad met [verdachte] . Dat ik seks met hem had gehad en dat ik mezelf had bevredigd. Dat ik op de grond lag vertelden ze me.
en [slachtoffer 1] vertelden mij de volgende ochtend dat ik seks met [verdachte] had gehad. We lagen met z'n drieën op bed, was echt raar. Toen ik wakker werd, was ik naakt. [verdachte] gaf mij een morning-afterpil.
Ik was met [getuige 1] aan het appen. Zij vertelde toen dat ze ook dingen had gezien van de avond ervoor. Ze vertelde me dat ze had gezien dat ik veel had gebruikt, dat ik echt ver van de wereld was. Ze zag dat omdat ze de hele tijd met [slachtoffer 1] aan het appen was.

Met seks bedoelen [verdachte] en [slachtoffer 1] dat hij met zijn penis in mijn vagina is geweest.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 18 september 2017, opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris en de griffier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] :

Die avond heb ik drank en drugs ontvangen van [verdachte] . Ik ben flink onder invloed geraakt. Op een bepaald moment werd het mij zwart voor de ogen en ik weet niet wat er daarna is gebeurd.

De volgende ochtend wilde [verdachte] dat ik een morning-after pil zou slikken. Ik vroeg [verdachte] of hij was klaargekomen in mij. [verdachte] zei dat dat zo was. [slachtoffer 1] vertelde mij dat ze gezien had wat er was gebeurd. Ik had seks met [verdachte] , zo vertelde [slachtoffer 1] mij.

Ik weet wel dat als ik niet onder invloed was geweest, ik die seks niet had willen hebben. De laatste slok drank die ik had genomen, wist ik nog en dat ik toen op bed lag. Daarna werd alles zwart. Ik weet nog dat [verdachte] bovenop mij lag en dat ik geen kant op kon.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal sporenonderzoek van Politie Noord-Nederland d.d. 15 augustus 2016, los gevoegd bij het dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Op 12 augustus 2016 werd door mij een forensisch onderzoek naar sporen verricht in verband met een verkrachting, gepleegd op 11 augustus 2016. Betrokkene [slachtoffer 3] . De zedenset en de daarin verpakte bemonsteringen werden voorzien van SIN ZAAC7598NL. Door mij werden tijdens het onderzoek twee onderbroeken overhandigd door het slachtoffer. Eén van de onderbroeken werd gedragen voor en na de verkrachtingen en werd door mij verpakt en voorzien van SIN AAHT4505NL.

5. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2017.02.10.083, d.d. 24 april 2017 opgemaakt door dr. P.A. Maaskant-van Wijk, op de door haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudende als haar verklaring:

De bemonsteringen van de anus en de vagina uit de onderzoeksset zedendelicten ZAAC7598NL van het slachtoffer [slachtoffer 3] zijn onderzocht op de aanwezigheid van sperma, speeksel en bloed.

Bemonstering aanwijzing voor spermavloeistof voor DNA-onderzoek veiliggesteld als

rond de anus ja ZAAC7598NL#01

Onderbroek AAHT4505NL van het slachtoffer [slachtoffer 3] is onderzocht op de aanwezigheid van sperma(vloeistof). Aan de bovenzijde en in het midden van het kruis is sperma aangetroffen. Deze locaties zijn bemonsterd en veiliggesteld als AAHT4501NL#02 en #03.

Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek.

SIN Beschrijving DNA-profiel/ Matchkans DNA-profiel

celmateriaal kan afkomstig zijn van

ZAAC7598NL#01 DNA-mengprofiel van minimaal twee kleiner dan 1 op 1 miljard

(met sperma) personen

[slachtoffer 3] en [verdachte]

AAHT4505NL#02 DNA-profiel van een man kleiner dan 1 op 1 miljard*

(met sperma) [verdachte]

* Toelichting: naast sperma dat afkomstig kan zijn van [verdachte] , bevat deze bemonstering ook celmateriaal van het slachtoffer [slachtoffer 3] zelf.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 12 oktober 2016, opgenomen op dossierpagina 135 e.v., inhoudende als verklaring van [getuige 1] :
[slachtoffer 1] vertelde dat [verdachte] met [slachtoffer 3] had geneukt. Ik was met [slachtoffer 1] aan het cammen. [slachtoffer 3] was super dronken. [slachtoffer 3] vingerde zichzelf voor de camera. Dat kon ik zien op de camera.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 17 november 2016, opgenomen op dossierpagina 306 e.v., inhoudende als relaas van verbalisanten:
Gesproken met [getuige 2] op 17 november 2016. [getuige 2] zegt dat [slachtoffer 3] ook is misbruikt door [verdachte] , hij gebruikt haar om te neuken. Dat heeft [verdachte] haar gezegd.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 8 maart 2017, opgenomen op dossierpagina 35 e.v. van het aanvullend dossier met nummer 2016285265A d.d. 13 maart 2017, inhoudende als verklaring van verdachte:

Ik heb [slachtoffer 3] een pil gegeven. Ik kwam thuis. Ze was dronken.

Bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 7

De raadsman heeft gesteld dat het spermaspoor op het onderlichaam van [slachtoffer 3] verklaard kan worden door secundaire overdracht via de onderbroek en dat als het hof dat niet aanneemt er nader onderzoek dient plaats te vinden naar dit alternatieve scenario.

Het hof acht nader onderzoek naar het spermaspoor niet noodzakelijk. De onderbroek die blijkens de verklaring van [slachtoffer 3] voor en na de verkrachting is gedragen is onderzocht en de anus en vagina van [slachtoffer 3] is bemonsterd. [slachtoffer 3] had zich niet gedoucht na de verkrachting. Zowel in de onderbroek als rond de anus zat een spermaspoor afkomstig van verdachte. Dit past bij de verklaring van [slachtoffer 3] dat zij is verkracht door verdachte. Bij de door [slachtoffer 3] genoemde eerdere verkrachting door drie andere mannen, hadden de mannen condooms gebruikt. Verdachte had dat niet. Dit stemt precies overeen met de aangetroffen spermasporen. Door de verdediging is gesuggereerd dat [slachtoffer 3] een andere al door iemand anders gedragen onderbroek zou hebben aangetrokken. Voor dit alternatieve scenario wordt echter geen ondersteunend bewijs aangedragen noch aangetroffen in het dossier. Dit verweer wordt bij gemis aan feitelijke grondslag verder niet besproken.

Met betrekking tot feit 9 primair

De hieronder weergegeven inhoud van de bewijsmiddelen levert op de redengevende feiten en omstandigheden, op grond waarvan het hof bewezen acht en de overtuiging heeft verkregen, dat verdachte het onder 9 primair ten laste gelegde heeft begaan.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 22 november 2016 (in vraag/antwoord vorm), opgenomen op dossierpagina 175 e.v., inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum 3] :
Ik kom aangifte doen van verkrachting door [verdachte] . Dit is gebeurd ergens begin juli 2016. Ik heb seks gehad met [verdachte] , ik wilde dat absoluut niet. Hij wist dit ook wel. Ik was daar met [slachtoffer 1] , ik was weggelopen. Met seks bedoel ik dat hij met zijn piemel in mijn vagina zit. [slachtoffer 1] en ik zijn naar [verdachte] gegaan. [slachtoffer 2] was daar ook bij. We gingen eerst wat drinken, whisky en zo. We waren best wel aangeschoten. [verdachte] had een groene Mario pil in zijn hand, hij liet mij dit zien. Ik vroeg wat het was. [verdachte] zei dat het XTC was. Ik zei "bedankt" tegen [verdachte] en nam de pil in. Volgens mij hadden [slachtoffer 1] en ik nog gesnoven. De XTC was uitgewerkt, hierna gingen we weer drinken. [slachtoffer 1] en ik lagen samen op bed. [verdachte] kwam ook naast ons liggen. Hij ging toen aan mij zitten. Ik probeerde hem weg te duwen en zei "nee niet doen". Hij ging bovenop mij liggen en ging seks hebben. Ik verstijfde, ik kreeg het gevoel dat ik niks kon. Terwijl ik onder invloed was voelde ik nog pijn. [verdachte] wist dat ik toen 16 jaar oud was. Ik had [verdachte] zelf verteld hoe oud ik was. Ik vertelde hem dat ik in [locatie 2] woonde en 16 jaar oud was.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 10 oktober 2017, opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris en de griffier, inhoudende de verklaring van

[slachtoffer 4] :

Ik was samen met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar [verdachte] toe gegaan. We hebben alle 3 alcohol bij hem gedronken, en ook nog geblowd. [verdachte] vertelde dat hij wel XTC in huis had. Hele goeie volgens hem. Die XTC heb ik toen genomen, 1 tabletje. Ik merkte dat het tabletje werkte en ik kwam in mijn eigen wereldje te zitten. Ik had ook nog alcohol gedronken. Ook dat gebeurde op aangeven van [verdachte] . Ik was aangeschoten. [slachtoffer 1] en ik zijn op bed gaan liggen. [verdachte] is toen even weggegaan om speed te halen. Hij kwam met 2 gram speed aanzetten, die had hij gekocht. We hebben beiden speed van hem gehad, waarna [slachtoffer 1] en ik weer op bed zijn gaan liggen. [verdachte] is er bij komen liggen. Hij heeft toen seks met mij gehad, waarbij hij zijn penis in mijn vagina heeft geduwd. Voor de details van wat er toen is gebeurd verwijs ik naar mijn verklaring bij de politie. U vraagt mij of hij gemerkt kan hebben dat ik niet wilde. Ik had de tranen in mijn ogen en ik was aan het trillen van de angst. Ook ben ik enkele keren verstijfd. Ik wou schreeuwen maar er kwam geen geluid uit mijn keel. Kortom hij moet echt wel hebben gemerkt dat ik niet wilde. Ik denk dat ik door de combinatie van drugs en alcohol mij niet actief heb verzet. Ik kon niet terug naar [locatie 2] , want daar was ik weggelopen. Dat wist [verdachte] ook wel.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 4 juli 2017, opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris en de griffier, inhoudende de verklaring van

[slachtoffer 1] :

Er is seksueel contact geweest tussen [slachtoffer 4] en [verdachte] waar ik bij was. Het was tegen haar zin. Toen het gebeurde heb ik haar horen zeggen dat ze niet wilde, maar dat boeide [verdachte] niet. Hij deed gewoon zijn zin. Ze zei het met woorden dat ze niet wilde, maar ik heb niet gezien dat ze hem weg duwde. Ik vind het echter duidelijk dat ze niet wilde, ondanks dat ze niet schreeuwde of gilde. Ik weet zo niet meer of er een deken overheen lag, maar het gebeurde vlak naast me.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 13 oktober 2016, opgenomen op dossierpagina 96 e.v., inhoudende als relaas van verbalisant:
Onderstaande is een samenvatting van het studioverhoor met [slachtoffer 2] dat op

12 oktober 2016 heeft plaatsgevonden.

V = vraag studioverhoorder

A = antwoord [slachtoffer 2] .

Toen met [slachtoffer 4] (het hof begrijpt: [slachtoffer 4] ) en [verdachte] . Ik zat op de bank, het bed ging tekeer. Lijkt me sterk dat er niks gebeurde. Ik zag hun heen en weer gaan. [slachtoffer 1] en ik zaten toen op de bank. We zagen het matras op en neer gaan.
V: Wat hoorde jij?
A: Hij ademde hard, zij was stil. Hij ademde ook zo toen hij dit mij deed. [slachtoffer 4] zei dat ze het niet leuk vond en dat het was gebeurd.

Met betrekking tot feit 10

Het hof volstaat met een opgave van de bewijsmiddelen nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank op 9 februari 2018;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 13 oktober 2016, opgenomen op dossierpagina 216 e.v., inhoudende het relaas van verbalisant;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal onderzoek wapen van Politie Noord-Nederland d.d. 22 december 2016, opgenomen op dossierpagina 394 e.v., inhoudende het relaas van verbalisant.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3, 5 primair, 7, 9 primair en 10 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

3.

hij op 10 oktober 2016 te [gemeente] , [slachtoffer 1] heeft mishandeld door haar in het gezicht te slaan;

5. primair

hij in de periode van 1 mei 2016 tot en met 10 oktober 2016 in de gemeente [gemeente] , meermalen, telkens [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 2] ) door geweld of een andere feitelijkheid en bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] ,

immers heeft hij, verdachte, (telkens) zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 2] geduwd, en/of zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 2] geduwd,

en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat hij, verdachte, (telkens)

- misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht op die [slachtoffer 2] , en

- misbruik heeft gemaakt van het uit zijn leeftijd en/of de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, en

- misbruik heeft gemaakt van de afhankelijkheidsrelatie waarin die [slachtoffer 2] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond en die was ontstaan door

  • -

    de kwetsbare positie waarin die [slachtoffer 2] verkeerde, en

  • -

    die [slachtoffer 2] (gedurende langere tijd) te voorzien van (gratis) weed en/of hash en alcohol, en

  • -

    die [slachtoffer 2] in zijn woning te laten verblijven,

en

- met/door zijn, verdachtes, dominante optreden en/of dwingende en/of agressieve karakter en/of handelen een sfeer heeft gecreëerd waarbinnen die [slachtoffer 2] geen weerstand tegen hem kon en/of durfde te bieden, immers heeft hij, verdachte (onder meer)

die [slachtoffer 2] vastgepakt en/of op een bed getrokken en de broek van die [slachtoffer 2] uitgetrokken en die [slachtoffer 2] vastgehouden/geklemd en dreigend tegen die [slachtoffer 2] gezegd: "Kijk mij aan" en "Ik trap je achter de ramen, je moet luisteren anders maak ik je familie dood" en "Ik neuk je, als je het niet doet dan weet je wat er met je gebeurt", en "Je gaat nu luisteren en anders weet je wel wat er met je gaat gebeuren", en het hoofd en de handen van die [slachtoffer 2] vastgepakt en die [slachtoffer 2] op haar rug geduwd, en die [slachtoffer 2] bij de keel vast gegrepen, en de (kamer)deur op slot gedaan, en

- aldus voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan, waaraan zij zich niet kon onttrekken,

zulks terwijl het feit wordt begaan tegen een persoon beneden de leeftijd van achttien jaar en bij wie misbruik wordt gemaakt van een kwetsbare positie;

7.

hij in de periode van 8 augustus 2016 tot en met 10 oktober 2016 in de gemeente [gemeente]

met [slachtoffer 3] , van wie hij, verdachte, wist dat zij in staat van verminderd bewustzijn verkeerde, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten het brengen of duwen van zijn, verdachtes, vinger(s) en/of penis in de vagina van die [slachtoffer 3] ;

9. primair

hij in de periode van 1 tot en met 15 juli 2016 in de gemeente [gemeente] , [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum 3] ) door geweld of een andere feitelijkheid heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4] ,

immers heeft hij, verdachte, zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 4] geduwd,

en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid hierin dat hij, verdachte,

- misbruik heeft gemaakt van de benevelde toestand waarin die [slachtoffer 4] verkeerde, en

- misbruik heeft gemaakt van de afhankelijkheidsrelatie waarin die [slachtoffer 4] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond en die was ontstaan door

  • -

    de kwetsbare positie waarin die [slachtoffer 4] verkeerde, en

  • -

    die [slachtoffer 4] te voorzien van (gratis) weed en/of hash en/of speed/amfetamine en/of XTC/MDMA, en alcohol, en

  • -

    die [slachtoffer 4] onderdak te verlenen,

en

- met/door zijn, verdachtes, dominante optreden en/of dwingende en/of agressieve karakter en/of handelen een sfeer heeft gecreëerd waarbinnen die [slachtoffer 4] te weinig weerstand tegen hem kon of durfde te bieden,

immers heeft/is hij, verdachte (onder meer) die [slachtoffer 4] vastgepakt en de broek en de onderbroek van die [slachtoffer 4] uitgetrokken en op die [slachtoffer 4] gaan liggen en het linkerbeen van die [slachtoffer 4] omhoog gedrukt, en

- aldus voor die [slachtoffer 4] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan, waaraan zij zich niet kon onttrekken,

zulks terwijl het feit wordt begaan tegen een persoon beneden de leeftijd van achttien jaar en bij wie misbruik wordt gemaakt van een kwetsbare positie;

10.

hij in de periode van 1 tot en met 10 oktober 2016 te [gemeente] een wapen van categorie III, te weten een gasrevolver, en munitie van categorie III, te weten 2 knalpatronen, voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Het onder 5 primair en 9 primair bewezen verklaarde levert telkens op:

verkrachting, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een persoon beneden de leeftijd van achttien jaar bij wie misbruik van een kwetsbare positie wordt gemaakt.

Het onder 7 bewezen verklaarde levert op:

met iemand van wie hij weet dat hij in staat van verminderd bewustzijn verkeert, handelingen plegen die bestaan of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Het onder 10 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie ernstige zedendelicten, mishandeling en verboden wapenbezit. Het hof rekent verdachte met name de zedendelicten zwaar aan. Verdachte heeft op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van de slachtoffers geschonden. Hij heeft jonge, kwetsbare meisjes gedwongen tot seks door ze onder andere drank en drugs te geven en hun onderdak te verlenen. Alle slachtoffers verbleven op dat moment in een jeugdinstelling en verdachte wist hiervan. Verdachte heeft zijn eigen bevrediging vooropgesteld en heeft de belangen van de slachtoffers en de gevolgen van zijn handelen voor deze slachtoffers genegeerd. Daarbij is het een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van zedendelicten hiervan in het algemeen gedurende de rest van hun leven de psychische gevolgen zullen ondervinden. Bij twee van de verkrachtingen geldt bovendien als strafverzwarende omstandigheid dat de slachtoffers minderjarig waren en zich in een kwetsbare positie bevonden.

Door de psychiater C.J. F. Kemperman is op 29 januari 2018 een rapport opgemaakt over de verdachte. Op 31 januari 2018 is door de psycholoog H. Mertens een rapport opgemaakt over de verdachte, welk rapport voortbouwt op een eerder rapport van deze deskundige van 3 februari 2017.

Beide deskundigen komen tot de conclusie dat verdachte lijdt aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een (lichte) verstandelijke beperking. Hiervan was ook sprake ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten. De psychiater heeft bovendien gesteld dat sprake is van een cocaïne-gebruik-stoornis.

De psycholoog heeft geadviseerd om verdachte in verminderde mate toerekeningsvatbaar te achten. De psychiater heeft, vanwege de ontkenning van verdachte, geen uitspraak gedaan omtrent de toerekeningsvatbaarheid.
De conclusies van de deskundigen omtrent de bij verdachte aanwezige stoornis zijn gemotiveerd onderbouwd. Het hof neemt de conclusies in genoemde rapportages dan ook over.

Het hof rekent de feiten aan verdachte in verminderde mate toe en houdt hier rekening mee bij de bepaling van de straf.

Het hof heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 november 2018, eerder - namelijk in 2010 - onherroepelijk is veroordeeld voor het meermalen plegen van verkrachting en aanranding.

Beide deskundigen hebben geadviseerd de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met verpleging van overheidswege op te leggen, gelet op de aard en ernst van de problematiek en het recidivegevaar.

De psycholoog overweegt hieromtrent in zijn rapport : ‘Geadviseerd wordt om verdachte te verplichten tot een langdurige klinische behandeling. Behandeling in een gesloten forensische kliniek met specialisatie in behandeling van delinquenten met een verstandelijke beperking, is geïndiceerd, waarbij gedacht kan worden aan Hoeve Boschoord. Een langdurige klinische behandeling is de enige wijze waarop een adequate recidivebeperking mogelijk is. Dit is ook de reden dat alternatieven, zoals een TBS met voorwaarden of een klinische behandeling met voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel, niet haalbaar geacht worden.’

Ook de psychiater acht behandeling in een voorwaardelijke kader niet mogelijk.

Het hof stelt vast dat is voldaan aan de wettelijke voorwaarden van de artikelen 37a en 37b, telkens onder het eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Bij de verdachte bestond ten tijde van de bewezen verklaarde feiten een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestesvermogens en de veiligheid van anderen vereist het opleggen van de maatregel en de verpleging van overheidswege. Er bestaat immers volgens de deskundigen een hoog recidivegevaar voor soortgelijke delicten.

De onder 5 primair, 7 en 9 primair bewezen verklaarde feiten betreffen telkens een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en zijn delicten die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid voor het lichaam van een of meer personen, zodat de duur van de TBS niet op voorhand gemaximeerd is.

Het hof is van oordeel dat naast de maatregel van TBS met verpleging van overheidswege aan verdachte ten aanzien van de bewezen verklaarde feiten een gevangenisstraf moet worden opgelegd. Het hof is van oordeel dat de door de advocaat-generaal ter zitting gevorderde straf van 6 jaren recht doet aan de ernst van de feiten waarop die eis was gebaseerd. het hof komt evenwel anders dan de advocaat-generaal tot een vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde en dit leidt daarom tot een lagere straf dan door de advocaat-generaal gevorderd. Gelet op de ernst en de omvang van de bewezenverklaarde feiten, rekening houdend met de verminderde toerekeningsvatbaarheid, is naar het oordeel van het hof een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 12.500,00 immateriële schade met wettelijke rente. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 5.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De begroting van de omvang van immateriële schade is voorbehouden aan de rechter, die

daarbij niet is gebonden aan de gewone regels omtrent stelplicht en bewijslast.1

De vaststelling geschiedt met in achtneming van alle omstandigheden van het geval,2

waaronder de ernst van het aan de aansprakelijke te maken verwijt, de aard van het letsel, de

ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit), de verwachting en duur ten

aanzien van het herstel en de leeftijd van het slachtoffer. Het hof heeft ook gelet op de

gederfde levensvreugde en de ernst van de inbreuk op het rechtsgevoel van de benadeelde

partij en daarnaast hetgeen in de rechtspraak aan schadevergoeding in de verschillende

situaties wordt opgelegd.3

Het hof schat de omvang van de immateriële schade op de voet van het bepaalde in

artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek naar maatstaven van billijkheid op € 5.000,00. Er is zoveel mogelijk acht geslagen op (enigszins) vergelijkbare gevallen. In het bijzonder is daarbij gelet op:

  • -

    de omstandigheid dat de verdachte met het begaan van het bewezen verklaarde delict een ernstig verwijt wordt gemaakt;

  • -

    dat moet worden vastgesteld dat dit handelen van de verdachte voor de benadeelde partij ingrijpende gevolgen heeft gehad;

- de omstandigheid dat de benadeelde partij volgens de rapportage van de psycholoog een breed scala aan psychische klachten heeft door meegemaakte trauma (onder andere seksueel misbruik) waarvoor zij een intensieve klinische behandeling volgt.

Op grond van het bovenstaande is het hof van oordeel dat het gevorderde bedrag aan

smartengeld tot € 5.000,-- ter zake als tot heden gebleken en geleden immateriële schade aannemelijk is geworden.

De vordering ligt derhalve tot een bedrag van € 5.000,00 voor toewijzing gereed.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van de immateriële schade. Deze bedraagt € 5.000,00 met wettelijke rente. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Het hof schat de omvang van de immateriële schade op de voet van het bepaalde in

artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek naar maatstaven van billijkheid op € 5.000,00. Er is zoveel mogelijk acht geslagen op (enigszins) vergelijkbare gevallen. In het bijzonder is daarbij gelet op:

- de omstandigheid dat de verdachte met het begaan van het bewezen verklaarde delict een ernstig verwijt wordt gemaakt;

- dat moet worden vastgesteld dat dit handelen van de verdachte voor de benadeelde partij ingrijpende gevolgen heeft gehad.

Op grond van het bovenstaande is het hof van oordeel dat het gevorderde bedrag aan

smartengeld ter zake als tot heden gebleken en geleden immateriële schade aannemelijk is

geworden.

De gehele vordering ligt derhalve voor toewijzing gereed.

Om te bevorderen dat de schade wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.040,88 met wettelijke rente. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 9 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.

De gevorderde materiële schade à € 40,88. Dit betreft de reiskosten om aangifte te doen bij de politie. Deze kosten zijn voldoende onderbouwd en worden toegewezen door het hof.

Het hof schat de omvang van de immateriële schade op de voet van het bepaalde in

artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek naar maatstaven van billijkheid op € 5.000,00. Er is zoveel mogelijk acht geslagen op (enigszins) vergelijkbare gevallen. In het bijzonder is daarbij gelet op:

- de omstandigheid dat de verdachte met het begaan van het bewezen verklaarde delict een ernstig verwijt wordt gemaakt;

- dat moet worden vastgesteld dat dit handelen van de verdachte voor de benadeelde partij ingrijpende gevolgen heeft gehad.

Op grond van het bovenstaande is het hof van oordeel dat het gevorderde bedrag aan

smartengeld ter zake als tot heden gebleken en geleden immateriële schade aannemelijk is

geworden.

De gehele vordering ligt derhalve voor toewijzing gereed.

Om te bevorderen dat de schade wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Met betrekking tot de op te leggen schadevergoedingsmaatregelen

Het hof is van oordeel dat gelet op de op te leggen straf en maatregel niet te verwachten is dat verdachte binnen redelijke termijn de toegewezen vordering kan betalen. Een aan de verdachte op te leggen schadevergoedingsmaatregel zal dan ook resulteren in een verhoging van de op te leggen gevangenisstraf. Om dit te voorkomen zal het hof in alle gevallen de vervangende hechtenis voor iedere toegewezen vordering bepalen op 1 dag.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 37a, 37b, 57, 242, 243, 248 en 300 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1, 4, 6 primair, 6 subsidiair, 8 primair en 8 subsidiair ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3, 5 primair, 7, 9 primair en 10 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 3, 5 primair, 7, 9 primair en 10 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het onder 5 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van

€ 5.000,00 (vijfduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het onder 5 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 5.000,00 (vijfduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 10 oktober 2016.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het onder 7 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 5.000,00 (vijfduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het onder 7 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 5.000,00 (vijfduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 10 oktober 2016.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 3] ter zake van het onder 9 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 5.040,88 (vijfduizend veertig euro en achtentachtig cent) bestaande uit € 40,88 (veertig euro en achtentachtig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 3] , ter zake van het onder 9 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 5.040,88 (vijfduizend veertig euro en achtentachtig cent) bestaande uit

€ 40,88 (veertig euro en achtentachtig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 15 juli 2016.

Aldus gewezen door

mr. T.H. Bosma, voorzitter,

mr. L.T. Wemes en mr. K. Lahuis, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis, griffier,

en op 18 december 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 HR d.d. 17 november 2000, NJ 2001/215

2 HR d.d. 20 september 2002, ECLI:NL:2002:AE2 149

3 KR d.d. 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2241