Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:10337

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27-11-2018
Datum publicatie
12-09-2019
Zaaknummer
200.159.783
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHARL:2016:7935
Einduitspraak: ECLI:NL:GHARL:2019:7155
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afrekening kosten van na aanbesteding gesloten overeenkomst tussen ROC Twente en Ricoh over multifunctionals. Ricoh heeft te veel in rekening gebracht en moet een bedrag restitueren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.159.783

(zaaknummer rechtbank Overijssel 430008)

arrest van 27 november 2018

in de zaak van

de stichting

Stichting Regionaal Opleidingencentrum van Twente,

gevestigd te Hengelo (Ov),

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

hierna: ROC Twente,

advocaat: mr. M.F. Groen,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RICOH Nederland B.V.,

gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

hierna: Ricoh,

advocaat: mr. O.J.W. Reijnders.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 4 oktober 2016 hier over.

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:

■ de processen-verbaal van getuigenverhoor van 6 maart 2017 en 11 december 2017,

■ de memorie na enquête van ROC Twente,

■ de antwoordmemorie na enquête van Ricoh,

■ de akte uitlating producties van ROC Twente.

1.3

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2 De verdere beoordeling van de grieven en de vordering

2.1

Het hof heeft in zijn tussenarrest van 4 oktober 2016 de navolgende bewijsopdrachten aan partijen gegeven:

laat Ricoh toe tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt:

1. dat ROC Twente redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat partijen in januari 2010 een maandhuur van € 11.967,50 exclusief BTW, leidend tot een kortingspercentage van ± 28%, zijn overeengekomen voor de op dat moment aanwezige repromachines,

2. dat ROC Twente redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat de kortingsregeling niet geldt voor bijgeplaatste machines,

3. dat ROC Twente redelijkerwijs heeft moeten begrijpen, dat zij gerechtigd was in verband met de commerciële afkoop van de Danka apparatuur naast de huur van de door haar aldaar geplaatste machines € 3.000,00 per maand bij ROC Twente in rekening te brengen, en

4. dat ROC Twente redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat haar algemene voorwaarden zouden gaan gelden onder de huurovereenkomst onder uitsluiting van de inkoopvoorwaarden van ROC Twente;

laat ROC Twente toe tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt:

1. dat Ricoh redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat zij gerechtigd was om 43,3% in te houden op het nominale huurbedrag, en

2. dat Ricoh redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat de kortingsregeling vanaf 1 april 2009, althans 1 november 2009 heeft gegolden.

2.2

Ricoh heeft als getuigen laten horen [de accountmanager van Ricoh] , senior account manager van Ricoh, [de ex-werknemer van Ricoh] , van 2002 tot en met april 2014 werknemer van Ricoh, [de inkoopadviseur van Ricoh] , van april 2007 tot november 2010 werknemer van ROC Twente, en [de voormalige accountmanager van Ricoh] , tot september 2009 werknemer van Ricoh. Anders dan in het proces-verbaal van 7 maart 2017 is vermeld, heeft Ricoh de getuigen [de accountmanager van Ricoh] . [de ex-werknemer van Ricoh] en [de inkoopadviseur van Ricoh] opgeroepen. De verklaringen van de getuigen zullen hierna worden besproken bij de verschillende bewijsthema’s.

De inhoud van de afspraken van eind 2009/begin 2010 (bewijsthema’s 1, 2 en 3 van Ricoh en 1 en 2 van ROC Twente)

2.3

Getuige [de accountmanager van Ricoh] heeft hierover, voor zover van belang, als volgt verklaard:

“In december 2010 heb ik het dossier ROC Twente overgedragen gekregen van [de ex-werknemer van Ricoh] . Ik ben dus niet betrokken geweest bij de onderhandelingen over de verlengingsovereenkomst. (...)

Er is een kortingspercentage van 43,3% afgesproken en dat is doorgevoerd. Voor ingang van de verlengingsovereenkomst betaalde ROC Twente ruim € 15.000 euro huur per maand. Na de ingangsdatum van de verlengingsovereenkomst was dat verlaagd met 43,3% ongeveer € 8.600. Daar kwam de maandtermijn voor de commerciële afkoop van het Danka contract van € 3.000 bij. De som was dan ongeveer € 11.900. Ik leg u aan de hand van productie J uit dat het bedrag van € 3.000 is uitgesmeerd over het kortingspercentage van alle multifunctionals. Printers maakten geen onderdeel uit van de raamovereenkomst zodat daarvoor andere tarieven golden. [de ex-werknemer van Ricoh] heeft mij dit alles verteld.

Voor de bijgeplaatste multifunctionals is het nieuwe, dus verlaagde, huurtarief in rekening gebracht. Ik heb het dan over bijgeplaatste multifunctionals, te weten op een nieuwe plaats binnen de ROC Twente organisatie. (...)

Er staan in die kolom ook printers, die buiten de raamovereenkomst vielen. Daarvoor is dus geen korting verleend. U vraagt mij hoe het dan kan dat op de lijst machines voor de verlengingsovereenkomst, die dus een aanvullende overeenkomst is op de mantelovereenkomst, ook printers zijn vermeld. Ik antwoord dat Ricoh zich daarmee eigenlijk tekort gedaan heeft, door ook korting te verlenen op de huurprijs van printers, terwijl dat eigenlijk niet overeengekomen was. Uitgangspunt voor de samenstelling van mijn lijst is de machinebijlage geweest bij de verlengingsovereenkomst.”

2.4

Getuige [de ex-werknemer van Ricoh] heeft hierover, voor zover van belang, als volgt verklaard:

“ [de voormalige accountmanager van Ricoh] heeft midden 2009, schat ik, het dossier ROC Twente aan mij overgedragen. Hij ging werken binnen een ander onderdeel van de Ricoh organisatie. Wat hij af kon ronden in het contact met ROC Twente, heeft hij ook afgerond. Het beheer van de klant ging echter over naar mij. De onderhandelingen met ROC Twente waren op het moment dat ik in beeld kwam in een afrondende fase, zo niet afgerond. In mijn herinnering ben ik met name betrokken geweest bij de uitvoering van de overeenkomst. Ik zal nog wel met ROC Twente hebben overlegd over de details, maar de grote lijnen lagen vast. De ondertekening van de overeenkomst moest nog plaatsvinden. (...)

In mijn herinnering is een korting afgesproken. Of dat nu 43,3% of 50% is geweest, kan ik mij niet herinneren. (...)

Ik durf niet te zeggen of de kortingsregeling ook gold voor nieuw bij te plaatsen multifunctionals. (...)

Ik heb in de verlengingsovereenkomst gelezen dat die is aangegaan voor een periode van 36 maanden. Dat staat mij ook nog bij dat dat zo is afgesproken. Ik weet dat de overeenkomst is getekend in januari 2010. Ik weet echter niet of aan de afspraken terugwerkende kracht is toegekend.”

2.5

Getuige [de inkoopadviseur van Ricoh] heeft hierover, voor zover van belang, als volgt verklaard:

“Het zal het einde van het tweede jaar van de mantelovereenkomst zijn geweest dat [de voormalige accountmanager van Ricoh] op mij is afgekomen met een voorstel om de twee optiejaren te lichten en het kortingspercentage van de optiejaren uit te smeren over de resterende maanden. Verder is er gesproken over de Danka machine die in Rijssen was geplaatst onder een ander contract van een voorloper van Ricoh. Die was veel te zwaar voor de locatie. Met Ricoh is afgesproken die te vervangen door een lichtere machine. In het kader van de verlengingsbesprekingen is toen afgesproken dat ROC Twente die machine niet hoefde af te kopen, maar dat Ricoh dat voor haar rekening nam. Ik heb in de stukken gezien dat het ging om een afkoopbedrag van ongeveer € 54.000. Er is niet gesproken over een commerciële afkoopwaarde die voor rekening van ROC Twente zou komen. U vraagt mij of ik had moeten begrijpen dat Ricoh deze commerciële afkoopwaarde bij ROC Twente in rekening wilde brengen. Ik antwoord dat mij dat toen niet bekend was. Het is in ieder geval niet ter sprake gekomen.

Tot dat moment riepen de facturen van Ricoh vaak vragen op. Om de situatie overzichtelijk te houden, was ik het met Ricoh’s voorstel eens om voor de resterende contractsperiode één kortingspercentage af te spreken. Mijn beeld was altijd dat je het aantal maanden van het verlengde deel van de overeenkomst als uitgangspunt moest nemen voor het uniforme kortingspercentage. Hoe korter de verlengde periode, hoe hoger het kortingspercentage.

U vraagt mij op welk percentage wij overeenstemming hebben bereikt. Ik antwoord dat dit onduidelijk is gebleven. Ik heb er ook niks over kunnen terugvinden in de stukken. U vraagt mij of de afspraak dan van de baan was. Ik antwoord dat in mijn beleving die afspraak nog steeds stond, maar dat we vergeten zijn een precies percentage af te spreken. Het is daarom ook onduidelijk wanneer die afspraak is ingegaan. Voor mij was echter duidelijk dat als die periode korter zou zijn, het kortingspercentage hoger zou zijn. Daarop hadden we immers recht vanuit de mantelovereenkomst. Ik heb niet het exacte moment helder waarop het verlaagde bedrag voor de kleurenkopieën is gaan gelden.

Ik lees de als productie E en F overgelegde e-mails en ik zie dat we er in november 2009 van uitgingen dat de nieuwe tarieven onmiddellijk ingingen en dat een kortingspercentage van 50% zou worden gehanteerd. Het bedrag van € 3.000 dat wordt genoemd in de e-mail van 29 oktober 2009 voor de locatie Rijssen heeft betrekking op de huur van de nieuwe apparatuur en in mijn beleving niet op de afkoop van de oude apparatuur. (...)

Waarschijnlijk heb ik de bijlagen bij de mail van [de ex-werknemer van Ricoh] van 22 december 2009 ontvangen. Mij is toen niet opgevallen dat de korting niet zou kloppen, net zoals bij de voorgaande lijst. De oude bedragen zijn niet vermeld.

Als ik alles zo nog eens bekijk, hebben [de voormalige accountmanager van Ricoh] en ik afgesproken om een korting van 50% te laten ingaan op 1 november 2009.

Mijn beeld was dat de kortingsregeling gold voor alle multifunctionals, ook voor nieuwe die zouden worden bijgeplaatst. Dat beeld is gebaseerd op het feit dat de mantelovereenkomst geldt voor alle multifunctionals, ook die later worden bijgeplaatst. Dat zou hooguit anders kunnen zijn als daar afwijkende afspraken over zijn gemaakt in de mantelovereenkomst. Wat de mantelovereenkomst daarover zegt, weet ik niet. (...)

U vraagt mij naar de betekenis van de woorden ‘voor een periode van 36 maanden’ in de huurovereenkomst. Ik antwoord dat er in dit document van uit wordt gegaan dat de huurovereenkomst geldt voor een periode van 36 maanden, dat wil zeggen vanaf 1 april 2009. Het was niet de bedoeling dat de huurovereenkomst zou voortduren na 1 april 2012. U vraagt mij of dit een foutje in het contract is. Dat kan maar het kan evengoed betekenen dat de overeenkomst terugwerkende kracht heeft. (...)

U vraagt mij over mijn mail van 4 november 2009 (productie F) en in het bijzonder de zin ‘deze korting geldt ook voor de huur van printers’ of de korting gold voor alle op de machinebijlage vermelde apparaten. Ik antwoord dat dit zo is. Ik weet niet zeker of printers ook onder de mantelovereenkomst vielen.

In mijn beleving gold de korting ook voor opties.

In de besprekingen met [de voormalige accountmanager van Ricoh] ging het niet over de totalen van de huur voor de apparaten, maar over de kortingspercentages. U vraagt mij waarom in de huurovereenkomst een nominaal bedrag van bijna € 12.000 is opgenomen. Ik antwoord dat dat bedrag ziet op de actuele stand van zaken en gebruikt kan worden als referentie voor het bepalen van de huur na wijziging van het aantal apparaten.”

2.6

Getuige [de voormalige accountmanager van Ricoh] heeft hierover, voor zover van belang, als volgt verklaard:

“Het voorstel aan ROC Twente tot lichten van de optiejaren is een voor Ricoh vaker gedaan voorstel bij aanbestedingen. Het voordeel voor ons is dat de klant twee jaar langer bij ons blijft. Het bleek dat ROC Twente relatief veel kleurenkopieën maakte. Ik heb daarom voorgesteld om de prijs per kleurenkopie te verlagen, om het voor ROC Twente aantrekkelijk te maken in te gaan op ons voorstel. In dat verband heb ik ook voorgesteld de multifunctional in Almelo te vervangen door een professionele zware machine. Verder heb ik voorgesteld om de apparatuur van Danka in Rijssen te vervangen door apparatuur van Ricoh, waarvoor een lagere huurprijs zou gaan gelden. De prijzen die ik in dat verband heb genoemd in mijn e-mails geven een volledig beeld van de besparingen van ROC Twente. Ik heb daarmee niet bedoeld dat een deel van de afkoopsom die wij aan het onderdeel Infotec zouden moeten betalen als interne afkoop, toch nog voor rekening zou komen voor ROC Twente.

Ik weet niet wanneer de verlengde overeenkomst is ingegaan. Dat zal mijn opvolger hebben afgesproken met [de inkoopadviseur van Ricoh] . U wijst mij erop dat op het moment dat ik op 29 oktober 2010 een schriftelijk voorstel deed aan ROC Twente, het derde jaar al voor meer dan de helft was verstreken. U vraagt mij of dat invloed had op de hoogte van de korting. Ik antwoord dat de mantelovereenkomst geen ruimte biedt om een hogere korting te geven. Dat zijn nu eenmaal de spelregels van een aanbesteding.

Ik had zelf de bevoegdheid om de verlengingsovereenkomst met ROC Twente te sluiten. Ik hoefde daarover niet toestemming te vragen van mijn leidinggevende. De contacten met ROC Twente waren altijd open en eerlijk. Ik was er kind aan huis. Ik kwam er al toen het MBO Twente heette, of iets dergelijks.

Voor bijgeplaatste machines gold de overeengekomen korting van 43,3% niet. De korting gold voor machines uit de beginsituatie, van 2007. Het is niet logisch om voor de nieuwe bijgeplaatste machines een korting toe te staan. U toont mij producties 27a en 27b bij de conclusie van repliek. Het gaat daar om bonnen voor de bijgeplaatste machines. De maandhuur is de ongekorte huur voor zo een machine. (...)

Als het gaat om een machine uit de beginsituatie, geldt de korting ook voor de opties (nietoptie, faxoptie). (...)

In de opsomming van productie B komt geen printer voor.

Ik ken het verschil tussen een financiële afkoop en een commerciële afkoop. Een financiële afkoop speelt tussen de leverancier van de apparatuur en de financieringsmaatschappij. Een commerciële afkoop vindt plaat tussen de leverancier en de klant. In het geval van Danka ging het om een commerciële afkoop. Deze commerciële afkoop nam Ricoh voor haar rekening. ROC Twente wist dat wij het volledige bedrag dat zij nog moesten betalen onder dat contract, zouden vergoeden. ROC Twente hoefde voor de afkoop van het contract niets te betalen, maar uiteraard wel de huur voor de door Ricoh ter beschikking gestelde machines.

Het bedrag van € 11.052,- in productie E is volgens mij de som van de bij ROC Twente in gebruik zijnde apparatuur tegen een korting van 43,3 % + € 3.000,- voor de in Rijssen in gebruik zijnde apparatuur. (...)

U toont mij de interne mail van [de inkoopadviseur van Ricoh] van 4 november 2009, productie F, en u wijst mij op de zin waarin hij schrijft dat de prijzen met onmiddellijke ingang met 50% zullen dalen. U wijst mij ook op mijn mail van 29 oktober 2009 waarin ik tweemaal schrijf dat de prijzen worden gedeeld door twee. U vraagt mij of partijen uiteindelijk niet een kortingspercentage van 50% zijn overeengekomen, voor de resterende periode. Ik antwoord dat we dat niet zijn overeengekomen. U vraagt mij hoe dat dan kan worden gerijmd met deze twee e-mails. Ik antwoord dat ik dat niet weet. Het kortingspercentage zou op te maken moeten zijn uit de prijzen die zijn genoemd in de machinebijlage.

U wijst mij op de laatste regels van de machinebijlage bij productie E. Daar staan drie machines vermeld die in Rijssen zouden worden geplaatst. Die waren op het moment dat ik de offerte stuurde, daar nog niet geplaatst. De huursom in deze bijlage is in totaal € 15.522,70. Trek je daar de huursom van Rijssen van € 3.000,- vanaf, dan kom je uit op € 12.522,70. Op dat bedrag zou de korting van 43,3 % moeten worden toegepast op de op dat moment in gebruik zijnde machines, ten minste als het gaat om machines die al vanaf de begindatum in gebruik waren bij ROC Twente.

U wijst mij nogmaals op de passages in mijn e-mail van 29 oktober 2009 waarin ik ook met betrekking tot de zes nieuwe geplaatste machines schrijf dat de huursom wordt gedeeld door twee, en mijn andere opmerking dat in de nieuwe huursituatie alle maandhuurbedragen worden gedeeld door twee. Ik weet niet meer precies wat ik daarmee heb bedoeld.

U toont mij productie J, waarvan u zegt dat deze door [de accountmanager van Ricoh] is opgesteld tijdens de procedure en het de stand van zaken betreft per 1 februari 2010. Er is een kolom met oude huurprijzen en met nieuwe huurprijzen. U vraagt mij concreet waarom een oude huurprijs van € 95,- per maand niet zou moeten worden verlaagd tot € 47,50 in plaats van het bedrag van € 75,- dat in de kolom “nieuw” staat vermeld. Ik antwoord dat ik dat ook niet weet.

De bedoeling was de MP6000 in Almelo zonder bijkomende kosten te vervangen door de zwaardere PRO900S. U wijst mij op de tweede alinea van de mail van [de ex-werknemer van Ricoh] van 22 december 2009 waarin het zinnetje voorkomt “er wordt geen huur berekend”. Ik blijf erbij dat in mijn herinnering de afspraak was dat er geen bijkomende kosten in rekening zouden worden gebracht. Het zou wat raar zijn als ROC Twente deze machine gratis zou kunnen gebruiken.”

2.7

Het hof acht op basis van deze verklaringen en de in het geding gebrachte correspondentie bewezen dat partijen (nader) zijn overeengekomen dat (1) vanaf 1 november 2009 (2) een korting van 50% zou gelden voor de huur van (3) alle apparatuur (multifunctionals en printers) (4) inclusief opties, (5) zowel ingezet vanaf het begin van de looptijd van de overeenkomst als later geplaatst ter vervanging van een apparaat als bijgeplaatst en dat (6) voor de apparatuur die was geplaatst op de locatie Rijssen een totale huur van € 3.000 verschuldigd was, hetzij als vergoeding voor afkoop van het bestaande contract hetzij als huur van de aldaar in juli 2010 geplaatste apparatuur.

(1) De ingangsdatum van de gewijzigde afspraken

2.8

De schriftelijke huurovereenkomst (productie 2 van de inleidende dagvaarding) bevat geen ingangsdatum. [de inkoopadviseur van Ricoh] heeft verklaard dat de korting inging in november 2009, welke opvatting steun vindt in zijn e-mail van 4 november 2009, waarin staat dat de gewijzigde afspraken onmiddellijk ingaan (zie 2.8). De verklaringen van [de ex-werknemer van Ricoh] en [de voormalige accountmanager van Ricoh] zijn onvoldoende stellig op dit punt om deze vaststelling te ontzenuwen ( [de ex-werknemer van Ricoh] : “Ik weet dat de overeenkomst is getekend in januari 2010. Ik weet echter niet of aan de afspraken terugwerkende kracht is toegekend” en [de voormalige accountmanager van Ricoh] : “Ik weet niet wanneer de verlengde overeenkomst is ingegaan. Dat zal mijn opvolger hebben afgesproken met [de inkoopadviseur van Ricoh] ”). Het hof beslist daarom dat de gewijzigde afspraken, ook ter zake van de tarieven van kopieën, zijn ingegaan op 1 november 2009.

(2) Het kortingspercentage

2.9

Uit de e-mails van [de voormalige accountmanager van Ricoh] van 29 oktober 2009 en van [de inkoopadviseur van Ricoh] van 4 november 2009 (rechtsoverwegingen 3.4 en 3.5 van het tussenarrest van 4 oktober 2016: “Zo is in de nieuwe situatie dus alle maandhuurbedragen gedeeld door 2” respectievelijk: “De huurkosten zullen met onmiddellijke ingang met 50% dalen”) volgt dat partijen een korting op de huur van 50% zijn overeengekomen. Dat dit zo is afgesproken is plausibel, omdat het derde jaar van de looptijd van het aanbestede contract al voor een deel was verstreken, waardoor het aanvankelijke voorstel van Ricoh om over de jaren 3, 4 en 5 een korting van 43,3% te verlenen voor ROC in feite een verslechtering voor ROC Twente zou impliceren. Deze uitleg wordt - na een aanvankelijke onzekerheid of er een duidelijke afspraak is gemaakt - gesteund door de verklaring van [de inkoopadviseur van Ricoh] (“Ik lees de als productie E en F overgelegde e-mails en ik zie dat we er in november 2009 van uitgingen dat de nieuwe tarieven onmiddellijk ingingen en dat een kortingspercentage van 50% zou worden gehanteerd”). Weliswaar noemt [de voormalige accountmanager van Ricoh] in zijn verklaring als getuige een kortingspercentage van 43,3%, maar hij heeft desgevraagd geen verklaring kunnen geven voor het verschil tussen dit percentage en de passages in zijn e-mail van 29 oktober 2009 waarin hij schrijft dat in de nieuwe situatie alle huurbedragen worden gedeeld door 2 en het feit dat de in die mail genoemde huurprijs afwijkt van de huurprijs zoals deze volgens zijn verklaring bij hantering van een korting van 43,3% zou moeten zijn. Waar [de voormalige accountmanager van Ricoh] en [de inkoopadviseur van Ricoh] over deze afspraken hebben onderhandeld en in 2008/2009 hebben gecorrespondeerd, weegt de verklaring van [de voormalige accountmanager van Ricoh] mede in het licht van de verklaring van [de inkoopadviseur van Ricoh] onvoldoende zwaar om op basis daarvan te oordelen dat de nader afgesproken korting niet 50% maar 43,3% was.

(3) De door de gewijzigde afspraken bestreken apparatuur

2.10 (3)

(3) De mantelovereenkomst gold ook voor printers, zoals blijkt uit het aanbestedingsdocument, waarin als doel is vermeld de betere afstemming van “de documentproductiefaciliteiten, zowel voor wat betreft print en kopie” (productie A, p. 5). Het hof wijst er ook op dat in artikel 1.1 van de mantelovereenkomst tussen partijen “Apparatuur” is omschreven als “kopieer- en printapparatuur”. Deze uitleg wordt bevestigd door de e-mail van [de inkoopadviseur van Ricoh] van 4 november 2009 (“Deze korting geldt ook voor de huur van printers”) en ook door het feit dat de printers in feite in de korting zijn betrokken (zie de verklaring van [de accountmanager van Ricoh] ).

(4) De opties

2.11 (4)

(4) Uit de verklaringen van [de inkoopadviseur van Ricoh] en [de voormalige accountmanager van Ricoh] volgt dat de kortingsregeling ook gold voor de opties.

(5) De bijplaatsingen

2.12 (5)

(5) Uit de e-mail van [de voormalige accountmanager van Ricoh] van 29 oktober 2009 leidt het hof af dat de kortingsregeling ook gold voor gedurende de looptijd van de overeenkomst geplaatste of bijgeplaatste of (bij) te plaatsen apparatuur: “[De] machinebijlage is de huidige bijlage en daar komen dan nog de te leveren machines (6 stuks) bij. (maandhuur is 270 en dat delen we dan direkt door 2)” Deze uitleg wordt bevestigd door [de inkoopadviseur van Ricoh] (zie zijn verklaring als getuige: “Mijn beeld was dat de kortingsregeling gold voor alle multifunctionals, ook voor nieuwe die zouden worden bijgeplaatst. Dat beeld is gebaseerd op het feit dat de mantelovereenkomst geldt voor alle multifunctionals, ook die later worden bijgeplaatst”). Dat zulks zo is begrepen door Ricoh volgt uit de verklaring van [de accountmanager van Ricoh] (“Voor de bijgeplaatste multifunctionals is het nieuwe, dus verlaagde, huurtarief in rekening gebracht. Ik heb het dan over bijgeplaatste multifunctionals, te weten op een nieuwe plaats binnen de ROC Twente organisatie”). De verklaring van [de voormalige accountmanager van Ricoh] (“Voor bijgeplaatste machines gold de overeengekomen korting van 43,3% niet. De korting gold voor machines uit de beginsituatie, van 2007. Het is niet logisch om voor de nieuwe bijgeplaatste machines een korting toe te staan”) weegt bij gebreke van een toelichting op het verschil met een korting van 50% die uit zijn e-mail van 29 oktober 2009 volgt (zie 2.8 hiervoor), onvoldoende zwaar om de e-mail en de verklaringen van [de inkoopadviseur van Ricoh] en [de accountmanager van Ricoh] te ontzenuwen.

(6) De locatie Rijssen

2.13 (6)

(6) [de voormalige accountmanager van Ricoh] heeft in zijn e-mails van 31 augustus 2008, 15 mei 2009 en 29 oktober 2009 (rechtsoverwegingen 3.2-3.4 van het tussenarrest) voorgesteld de lasten van de vestiging Rijssen, waar Danka-apparatuur was geplaatst, te verlagen van ± € 5.500 naar € 3.600 of € 3.000 per maand. Uit de e-mail van [de inkoopadviseur van Ricoh] van 4 november 2009 volgt dat partijen hierover overeenstemming hebben bereikt, waarbij [de inkoopadviseur van Ricoh] een bedrag van € 3.600 vermeldt. Uit de stellingen van partijen leidt het hof af dat partijen op enig moment overeenstemming hebben bereikt over een maandhuur van € 3.000 (zie o.a. nrs. 3 en 39 e.v. antwoordmemorie na enquête van Ricoh). Het bedrag van € 3.600 komt in hun stellingen niet voor en ROC Twente heeft vermeld dat de maandhuur van de in juli 2010 door Ricoh geplaatste apparatuur € 2.990 exclusief BTW bedroeg (nr. 35 memorie na enquête). Het hof overweegt dat ROC Twente uit de aanbiedingen van Ricoh heeft mogen afleiden dat de totale (huur-)kosten per maand voor de locatie Rijssen waren begrensd tot, uiteindelijk, € 3.000. Voor de locatie Rijssen mocht Ricoh dat bedrag per maand in rekening brengen. Voor zover Ricoh voor de vestiging in Rijssen meer in rekening heeft gebracht dan € 3.000 per maand, is daarvoor geen basis in de tussen partijen gesloten overeenkomst. Hetgeen ROC Twente te veel heeft betaald, is dan onverschuldigd betaald.

2.14

Dat ROC Twente de huurovereenkomst van januari 2010 heeft ondertekend, waarin een totale huursom is vermeld, waarvan hij thans stelt dat deze te hoog is, maakt niet dat hij zijn contractuele rechten heeft verwerkt om nadien aan de orde te stellen dat Ricoh het kortingspercentage niet goed heeft toegepast. Het gaat om een groot aantal apparaten, waardoor een rekenfout niet onmiddellijk opvalt. Bovendien heeft Ricoh een controle van de huurbedragen op de machinebijlage bemoeilijkt door de huur van de apparatuur in de vestiging te Rijssen over de huur van de apparatuur onder de mantelovereenkomst uit te smeren. In essentie houdt de klacht van ROC Twente in dat Ricoh de afspraken niet goed heeft uitgevoerd door te hoge huursommen te factureren. Het staat hem vrij over deze gebrekkige uitvoering te klagen, ook als er enige tijd is verstreken tussen verzending van de factuur en indiening van de klacht over de tekortschietende uitvoering van de tarief- en kortingsafspraken. Daaraan doet in dit geval niet af dat ROC Twente een grote organisatie is met interne juristen. Dat ROC Twente opdrachtformulieren voor bijgeplaatste apparaten heeft ondertekend (productie 27a e.v. conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie tevens akte houdende wijziging van eis), waarin een huurprijs zonder korting is vermeld, heeft evenmin tot gevolg dat ROC Twente zijn recht heeft verwerkt nadien aan te voeren dat op de huur een korting had moeten worden toegepast. Ricoh heeft redelijkerwijs niet uit die ondertekening mogen afleiden dat ROC Twente daarmee zijn aanspraak op afgesproken korting onder de huurovereenkomst van januari 2010 prijsgaf. Als Ricoh in de contractformulieren bewust iets anders heeft opgenomen dan mondeling was afgesproken, lag het op de weg van Ricoh om ROC Twente daarop bij toezending van die formulieren te wijzen en heeft zij door dit na te laten zichzelf in de situatie gebracht dat ROC Twente daar op enig moment op zou aanspreken.

2.15

In dit kader dient te worden bedacht dat de vordering van ROC Twente tot terugbetaling van teveel betaalde bedragen daarop is gegrond dat – nadat hij een nauwkeurig onderzoek naar de aan hem in rekening gebrachte bedragen had verricht – teveel aan hem in rekening was gebracht en door hem was voldaan. Het karakter van een dergelijke vordering tot terugbetaling van zonder rechtsgrond verrichte betalingen bestaat veelal daarin dat degene die de betaling verrichtte op het moment dat deze werd verricht in de veronderstelling verkeerde dat hij deze betaling verschuldigd was. De wetgever heeft onder meer het oog gehad op dergelijke op verkeerde veronderstellingen berustende betalingen bij de regeling rondom onverschuldigde betaling. Het strookt dan ook met doel en strekking van deze regeling dat ROC Twente thans aanspraak kan maken op terugbetaling van de onverschuldigd betaalde bedragen.

De algemene voorwaarden van Ricoh (bewijsthema 4 van Ricoh)

2.16

Het hof acht Ricoh niet geslaagd in het bewijs dat met het sluiten van de huurovereenkomst van januari 2010 haar algemene voorwaarden op de rechtsverhouding van toepassing zijn geworden. Zowel [de voormalige accountmanager van Ricoh] (“Ik heb met [de inkoopadviseur van Ricoh] niet gesproken over onze algemene voorwaarden. In de verlengingsafspraak staat dat de overige afspraken van de mantelovereenkomst blijven gelden. Ik ging ervan uit dat de algemene voorwaarden van ROC Twente van toepassing bleven. U toont mij de zin over de algemene voorwaarden aan de voet van de verlengingsovereenkomst en ik verklaar dat in mijn herinnering op dit punt alles bij het oude bleef”) als [de inkoopadviseur van Ricoh] (“Er is in die periode niet gesproken over algemene voorwaarden. Dat was niet aan de orde want het ging om een verlenging van een bestaande overeenkomst. Ricoh zendt met alle huurovereenkomsten, bijvoorbeeld voor een bijplaatsing, de algemene voorwaarden mee. Voor mij had dat geen betekenis, want in de raamovereenkomst was toepasselijkheid uitgesloten”) verklaart dat de algemene voorwaarden van Ricoh niet van toepassing werden op de gewijzigde rechtsverhouding. Aan de voorgedrukte verwijzing in de huurovereenkomst naar de algemene voorwaarden komt daarom geen betekenis toe.

Comparitie van partijen

2.17

Het hof zal een comparitie bevelen, waarin zal worden besproken welke gevolgen de beslissingen in dit arrest voor de afrekening van de overeenkomst tussen partijen hebben. Het hof verzoekt Ricoh om twee maanden voor de datum van de comparitie van partijen een opstelling aan ROC Twente en het hof toe te sturen, waarna ROC Twente uiterlijk een maand voor de comparitie een reactie op die opstelling aan Ricoh en het hof kan toesturen.

De kleurenkopieën

2.18

Partijen zijn het met elkaar eens dat, nu ROC Twente in ieder kwartaal meer kleurenkopieën heeft gemaakt dan het minimum, er voor verrekening van ondervolume geen plaats was (zie ook rechtsoverweging 4.9 van het tussenarrest) en verder dat ROC Twente moet betalen voor de kopieën die hij meer heeft gemaakt dan corresponderen met de betaalde voorschotten. Zij zijn het echter niet eens over de afrekening, en dan met name over de vraag wie de tellerstanden vanuit het @Remote-systeem correct heeft afgelezen. Het hof neigt ernaar het overzicht van Ricoh te volgen, dat is overgelegd als productie 40 bij de conclusie van dupliek in reconventie tevens akte vermindering van eis in conventie, omdat Ricoh daarin telkens de tellerstanden heeft weergegeven. Aldus kan worden gecontroleerd of de berekeningen van onder- en overvolume op elkaar aansluiten. De door ROC Twente als producties 47a - 47d bij memorie van grieven overgelegde overzichten vermelden geen tellerstanden, zodat (thans) niet kan worden vastgesteld dat de berekeningen op elkaar aansluiten. De voorbeelden die ROC Twente geeft in nrs. 52 e.v. van de memorie na enquête maken de bezwaren van ROC Twente tegen de berekeningen van Ricoh voor het hof niet voldoende inzichtelijk. Tijdens de comparitie van partijen zal worden onderzocht of over dit punt duidelijkheid kan worden verkregen.

2.19

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bepaalt dat partijen, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en bevoegd is tot het aangaan van een schikking, samen met hun advocaten zullen verschijnen voor het hof, dat daartoe zitting zal houden in het paleis van justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een nader door deze te bepalen dag en tijdstip, om inlichtingen te geven als onder 2.16-2.17 vermeld en opdat kan worden onderzocht of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden;

bij deze comparitie bestaat geen gelegenheid om pleitnotities voor te dragen;

bepaalt dat partijen de verhinderdagen van partijen en hun advocaten in de maanden februari tot en met mei 2019 zullen opgeven op de roldatum 18 december 2018, waarna dag en uur van de comparitie (ook indien voormelde opgave van een of meer van partijen ontbreekt) door de raadsheer-commissaris zullen worden vastgesteld;

bepaalt dat partijen de stukken als bedoeld in 2.18 in het geding dienen te brengen binnen de daar genoemde termijnen;

iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

Dit arrest is gewezen door mrs. F.J. de Vries, S.B. Boorsma en H. Manuel, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 november 2018.