Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:10131

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
21-11-2018
Datum publicatie
10-12-2018
Zaaknummer
WAHV 200.192.936
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevoegdheid tot beëdiging van de betreffende BOA. Mandaat. Het hof kan niet vaststellen dat de verbalisant is beëdigd door een daartoe bevoegd persoon. Het hof vernietigt om die reden de sanctiebeschikking. Het verzoek om proceskostenvergoeding voor een meegebrachte deskundige wordt afgewezen. Het gaat niet om kosten die de betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.192.936

21 november 2018

CJIB 190643469

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland

van 5 april 2016

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [A] ,

voor wie als gemachtigde optreedt [B] ,

kantoorhoudend te [C] .

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 20 maart 2018 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Op 22 maart, 12 juni en 11 juli 2018 zijn nog brieven van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen. Een kopie daarvan is toegestuurd aan de advocaat-generaal.

Bij de brief van 13 juli 2018 is verzocht om een vergoeding voor [D] .

De zaak is behandeld op de zitting van 7 november 2018. De gemachtigde van de betrokkene is verschenen, samen met [D] .
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [E] .

Beoordeling

1. Op grond van wat in het tussenarrest is overwogen, wordt de beslissing van de kantonrechter vernietigd. De overige bezwaren tegen die beslissing behoeven geen bespreking meer.

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de hoorplicht is geschonden. Hij verwijst naar een fax van 18 augustus 2015, gericht aan de officier van justitie, waarin hij heeft gevraagd te worden gehoord.

3. Uit de stukken blijkt niet dat de officier van justitie de fax van 18 augustus 2015 heeft ontvangen. De gemachtigde heeft echter een fax-verzendbewijs meegestuurd, waaruit blijkt dat deze fax op 18 augustus 2015 is afgeleverd aan een faxnummer dat destijds in gebruik was bij de CVOM. Gelet hierop is voldoende aannemelijk geworden dat de gemachtigde in administratief beroep heeft verzocht om te worden gehoord. Nu zich geen uitzonderingsgevallen voordoen, had de officier van justitie de gemachtigde dan ook moeten horen. Het hof zal daarom - in het licht van bestendige, bekende en niet nader te bespreken vaste rechtspraak van het hof op dit punt - het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie vernietigen. De overige bezwaren tegen die beslissing behoeven geen bespreking meer.

4. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 26,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximumsnelheid binnen bebouwde kom met 4 km/u”, welke gedraging zou zijn verricht op 27 juni 2015 om 00:03 uur op de N516 te Zaandam met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .

5. De gemachtigde van de betrokkene wijst erop dat de verbalisant is beëdigd door [F] , werkzaam als unitmanager [G] . De gemachtigde beschikt niet over een mandaatsbesluit waaruit blijkt dat Koopman gemandateerd is door de staatssecretaris om beëdigingsbesluiten te nemen. De gemachtigde heeft op wetten.overheid.nl en Google geen mandaatsbesluit kunnen vinden.

6. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de sanctie is opgelegd door verbalisant [H] , verbalisantnummer [00000] , buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) in het domein generieke opsporing.

7. Namens de advocaat-generaal is op de zitting van het hof bevestigd dat de verbalisant is beëdigd door [F] . Volgens de advocaat-generaal is [F] als hoofd van dienst op basis van een mandaatsbesluit uit 2011 bevoegd om boa’s te beëdigen. Voor het overige is verwezen naar het verweerschrift in de zaak met nummer WAHV 200.239.075, waarin de advocaat-generaal de mandaatconstructie uiteen heeft gezet.

8. In artikel 18, eerste lid, van het Besluit boa staat:

‘Onze Minister beëdigt de persoon, bedoeld in artikel 2, tot buitengewoon opsporingsambtenaar.’

9. Op basis van artikel 21 van het Besluit boa kan de minister mandaat verlenen aan de direct toezichthouder dan wel, indien de desbetreffende persoon behoort tot een dienst ressorterend onder een van de minister(s) die het mede aangaat, aan het hoofd van die dienst.

10. Het hof kan de verwijzing door de advocaat-generaal naar de in de voormelde zaak uiteengezette mandaatconstructie niet plaatsen. Het gaat in die zaak om mandaatbesluiten die dateren van ná de beëdiging van de verbalisant in de onderhavige zaak, zodat ze per definitie niet kunnen hebben gegolden op de datum van de beëdiging van verbalisant [H] .

Hier dient te worden vastgesteld of [F] op het moment van de beëdiging gemandateerd was om dit namens de minister te doen. Het hof is niet gebleken van een ten tijde van de beëdiging van [H] van kracht zijnd besluit waarin door of namens de minister gebruik is gemaakt van de bevoegdheid tot mandatering van de beëdigingsprocedure aan [F] . Nu de gemachtigde gemotiveerd en met stukken onderbouwd heeft betwist dat dit het geval was en deze betwisting door de advocaat-generaal niet is weerlegd, maar slechts weersproken, kan het hof niet vaststellen dat de verbalisant door een daartoe bevoegde persoon is beëdigd.

11. Het hof ziet in het voorgaande aanleiding de inleidende beschikking te vernietigen. Wat daartegen verder is aangevoerd, hoeft geen bespreking meer.

12. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en het verschijnen op de zitting van het hof dienen in totaal 4 procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 501,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1002,00.

13. Door [D] , die door de gemachtigde van de betrokkene is meegebracht, op de zitting het woord heeft gevoerd en vooraf een schriftelijke verklaring heeft ingediend, is verzocht om een vergoeding voor het optreden als deskundige. Het hof overweegt met betrekking tot dit verzoek het volgende.

14. Op grond van artikel 13a van de Wahv kan een partij worden veroordeeld in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank, en van het bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

15. Op grond van artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht kan een kostenveroordeling – onder meer – betrekking hebben op kosten van een deskundige die door een partij is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht.

16. In bestuursrechtelijke rechtspraak is aanvaard dat een partij kosten voor een deskundige redelijkerwijs heeft moeten maken, wanneer hij, gezien de feiten en omstandigheden zoals die bestonden ten tijde van inroeping, er van uit mocht gaan dat de deskundige een relevante bijdrage zou leveren aan een voor hem gunstige beantwoording door de rechter van een voor de uitkomst van het geschil mogelijk relevante vraag (vgl. ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:307 en CRvB 3 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1354).

16. Door [D] zijn in een schriftelijk stuk en ter zitting algemeen verwoorde bezwaren aangevoerd over de werking van radarapparatuur, de werkwijze bij de installatie van de apparatuur en de mogelijkheid van reflectie. De verweren zijn niet of nauwelijks toegespitst op de concrete omstandigheden van het geval. Verder valt niet in te zien waarom de gemachtigde deze verweren, voor zover hij deze relevant achtte, niet zelfstandig naar voren had kunnen brengen. Naar het oordeel van het hof bestond er voor de betrokkene in de onderhavige zaak dan ook geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige.

18. Het voorgaande brengt mee dat niet kan worden gesproken van kosten die de betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken. Reeds daarom is er geen aanleiding om de advocaat-generaal te veroordelen in de kosten van de werkzaamheden van [D] .

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 190643469 de administratieve sanctie is opgelegd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1002,00.

Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.