Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2018:10065

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
20-11-2018
Datum publicatie
21-03-2019
Zaaknummer
200.247.671
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewind. Beloning bewindvoerder. Extra werkzaamheden in kader van afwikkeling erfenis uitzonderlijke omstandigheid. 3 Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2019-0079
JERF Actueel 2019/97
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.247.671

(zaaknummer rechtbank Gelderland 6666499 BH VERZ 18-6142)

beschikking van 20 november 2018

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Unidos Bewindvoering B.V.,

gevestigd te Lent, gemeente Nijmegen
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: Unidos of de bewindvoerder,

advocaat: mr. B. van Treijen te Lent, gemeente Nijmegen.

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

[belanghebbende] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

verder te noemen: [belanghebbende] .

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, sector kanton, locatie Zutphen) van 21 februari 2018, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit het beroepschrift met producties, ingekomen op 10 april 2018.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 23 oktober 2018 plaatsgevonden. De bewindvoerder is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. [belanghebbende] is behoorlijk opgeroepen, maar niet verschenen.

3 De feiten

3.1

[belanghebbende] is geboren op [geboortedatum] .

3.2

Bij beschikking van 2 oktober 2015 heeft de kantonrechter de goederen die aan [belanghebbende] (zullen) toebehoren onder bewind gesteld en Unidos benoemd tot bewindvoerder.

3.3

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 15 februari 2018, heeft de bewindvoerder verzocht een vergoeding voor extra uren toe te kennen voor de verkoop van door [belanghebbende] geërfde grond, te weten vier uren à € 65,- per uur, exclusief BTW.

3.4

Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van de bewindvoerder afgewezen.

4 Het verzoek in hoger beroep

De bewindvoerder is met één grief in hoger beroep gekomen van de beschikking van

21 februari 2018.

De bewindvoerder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, aan de bewindvoerder toe te kennen een vergoeding van € 325,-, exclusief BTW, dan wel vier uren à € 65,- per uur, exclusief BTW, wegens werkzaamheden samenhangend met de verkoop van het perceel.

5 De motivering van de beslissing

5.1

De bewindvoerder heeft aanspraak op beloning overeenkomstig de regels die daaromtrent bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie zijn vastgesteld. Op grond van bijzondere omstandigheden kan de kantonrechter, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de bewindvoerder of van de rechthebbende, voor bepaalde of onbepaalde tijd de beloning anders regelen dan bij de instelling of door de wet is aangegeven (artikel 1:447 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW)).

5.2

Vanaf 1 januari 2015 geldt de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, die is gepubliceerd in de Staatscourant 2014/32149 (hierna: de Regeling).

Artikel 3 lid 1 van de Regeling bepaalt dat de kantonrechter die de (zogeheten professionele) bewindvoerder, bedoeld in artikel 435, zevende lid, van Boek 1 BW benoemt, diens beloning vaststelt overeenkomstig het bepaalde in het tweede tot en met vijfde lid.

5.3

Artikel 3 lid 6 van de Regeling bepaalt dat de kantonrechter in afwijking van het eerste lid wegens uitzonderlijke omstandigheden de beloning van de bewindvoerder op andere wijze kan vaststellen. In de Toelichting bij de Regeling is ten aanzien van die uitzonderlijke omstandigheden vermeld:

“Met deze regeling wordt beoogd het overgrote deel van de gevallen van curatele, bewind en mentorschap te bestrijken. Niet uit te sluiten is echter dat zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen, waarop deze regeling niet onverkort kan worden toegepast. De kantonrechter wordt daarom de ruimte gelaten om vanwege uitzonderlijke omstandigheden in het specifieke geval de beloning van de vertegenwoordiger op andere wijze vast te stellen (…).

In geval van bewind kan daarnaast worden afgeweken van de regeling indien het bewind zich niet uitstrekt over alle goederen (vgl. art. 3, zesde lid, art. 7, zesde lid en art. 9, zevende lid). Naar aanleiding van reacties op de conceptregeling is de formulering gewijzigd van ‘bijzondere omstandigheden’ in ‘uitzonderlijke omstandigheden’, om te benadrukken dat niet te snel mag worden aangenomen dat van de regeling kan worden afgeweken. Indien zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen, kan de kantonrechter door deze ingebouwde ‘noodklep’ bijvoorbeeld een hogere beloning toekennen dan door deze regeling wordt voorgeschreven. Een bijstelling van de jaarbeloning naar beneden is evenwel ook mogelijk. Wat onder uitzonderlijke omstandigheden wordt verstaan, kan niet in een limitatieve opsomming in deze regeling worden vastgesteld. Deze omstandigheden zijn immers toegesneden op de omstandigheden die zich in een specifiek geval kunnen voordoen en zijn naar hun aard niet alle voorzienbaar. Als voorbeeld noem ik extra werkzaamheden vanwege het feit dat de betrokkene is vertrokken naar het buitenland en de vertegenwoordiger allerlei extra inspanningen moet doen om hem naar Nederland te laten brengen. Wat in geen geval onder uitzonderlijke omstandigheden kan worden verstaan zijn de werkzaamheden die blijkens de toelichting vallen onder de verschillende voor professionele vertegenwoordigers onderscheiden categorieën werkzaamheden (zie voor een omschrijving van deze werkzaamheden de toelichting bij art. 2, tweede lid, art. 3, tweede lid, en art. 4, tweede lid). Van belang is om te benadrukken dat het dient te gaan om incidentele extra werkzaamheden.”

5.4

De vraag is of het verrichten van de onderhavige extra werkzaamheden in het kader van de afwikkeling van een erfenis een uitzonderlijke omstandigheid vormt op grond van voormeld artikel. [belanghebbende] heeft samen met zijn broers een stuk grond geërfd dat moest worden verkocht. Volgens de bewindvoerder bestonden de extra werkzaamheden in dit verband uit het contact onderhouden en onderhandelen met de andere erfgenamen, het contact onderhouden met de makelaar en de rentmeester en het aanwezig zijn bij de levering van de grond bij de notaris. De bewindvoerder heeft verklaard dat hiermee vier (extra) uren waren gemoeid.

Het hof is anders dan de rechtbank van oordeel dat deze werkzaamheden niet onder het in de Regeling vermelde forfait vallen. Voor de verkoop van een woning is in de Regeling in artikel 3 lid 5 wél een extra forfaitaire beloning vastgesteld, voor de verkoop van andere registergoederen niet. Hoewel de verkoop en levering van een stuk grond uit een erfenis niet geheel gelijk kan worden gesteld aan de verkoop van een woning, acht het hof het, gelet op de stukken en hetgeen ter mondelinge behandeling is verklaard, redelijk ook in dit geval de bewindvoerder conform zijn subsidiaire verzoek een extra vergoeding toe te kennen van vier uren à € 65,- per uur, exclusief omzetbelasting. Het hof zal conform het door de bewindvoerder subsidiair verzochte beslissen.

6 De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, slagen de grieven. Het hof zal de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, vernietigen en beslissen als volgt.

7 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, sector kanton, locatie Zutphen) van 21 februari 2018 en opnieuw beschikkende:

stelt de beloning van de bewindvoerder voor de extra werkzaamheden in het kader van de verkoop van de door [belanghebbende] geërfde grond vast op vier uur à € 65,- per uur, dat is € 260,-, exclusief omzetbelasting;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, C.J. Laurentius-Kooter en C.M. Schönhagen, bijgestaan door mr. M. Ligtenberg-Vastenholt als griffier, en is op 20 november 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.