Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:9796

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-11-2017
Datum publicatie
10-11-2017
Zaaknummer
21-004790-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2016:4771, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte, belastingadviseur, is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf wegens onder meer belastingfraude. De strafbare feiten betreffen de eigen aangiften en administratie van verdachte. Om die reden heeft het hof geen beroepsverbod opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 14-11-2017
FutD 2017-2918
NJFS 2018/67
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004790-16

Uitspraak d.d.: 8 november 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 31 augustus 2016 met parketnummer 05-980644-13 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1963,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 oktober 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. J. Vlug, naar voren is gebracht.

Omvang van het hoger beroep

Bij akte rechtsmiddel van 31 augustus 2016 heeft verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 31 augustus 2016, alsmede tegen alle ter terechtzitting genomen beslissingen. Het grievenformulier vermeldt dat verdachte hoger beroep heeft ingesteld (onder meer) omdat de rechtbank zijn onderzoekswensen niet heeft gehonoreerd, verdachte meent dat zijn recht op een eerlijk proces is geschonden en dat er sprake is geweest van willekeur, waardoor de opgelegde straf te hoog zou zijn.

Ter terechtzitting van 25 oktober 2017 hebben de raadsman en verdachte meegedeeld dat het hoger beroep zich, bij nader inzien, uitsluitend richt tegen de strafmaat.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft verdachte op 31 augustus 2016, ter zake van -kort samengevat- belastingfraude en valsheid in geschrift veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijftien maanden en ontzetting van het recht tot het uitoefenen van het beroep belastingadviseur/belastingconsulent voor de duur van vijf jaren.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1:
de besloten vennootschap [bedrijf 1] , in of omstreeks de periode van 1 maart 2006 tot en met 18 januari 2009, in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) loonheffing te naam gesteld van [bedrijf 1] , betreffende:

* de maanden maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december van het jaar 2006; en/of

* de maanden februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december van het jaar 2007; en/of

* de maanden februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december van het jaar 2008; en/of

* de maanden februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december van het jaar 2009; onjuist of onvolledig heeft gedaan en/of door een ander heeft doen doen, terwijl dat feit er (telkens) toe strekte, dat te weinig belasting zou worden geheven, immers heeft zij opzettelijk in die aangifte(n):

- - ten onrechte een bedrag ter zake van deelneming aan de levensloopregeling in mindering gebracht op de verschuldigde loonheffing, en/of

- een onjuist bedrag aan verschuldigde loonheffing, vermeld en/of doen vermelden en (vervolgens) die aangifte(n) (elektronisch) bij de belastingdienst te Apeldoorn gedaan en/of doen doen,

tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;
2:
de besloten vennootschap [bedrijf 1] , in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 23 oktober 2013, in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland, terwijl zij ingevolge de belastingwet verplicht was tot het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd, terwijl het feit ertoe strekte dat te weinig belasting zou worden geheven, immers heeft [bedrijf 1] , ondanks dat door of namens de inspecteur mondeling en schriftelijk, bij herhaling, daar om was verzocht, niet een zodanige administratie gevoerd dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van de belasting overigens van belang zijnde gegevens duidelijk bleken of konden blijken, tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

3:
de besloten vennootschap [bedrijf 2] , in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 januari 2010, in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) omzetbelasting te naam gesteld van [bedrijf 2] , betreffende:

* de maanden januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december van het jaar 2007; en/of

* de maanden januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december van het jaar 2008; en/of

* de maanden januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni van het jaar 2009; en/of

* het derde en/of het vierde kwartaal van het jaar 2009, onjuist of onvolledig heeft gedaan en/of door een ander heeft doen doen, terwijl dat feit er (telkens) toe strekte, dat te weinig belasting zou worden geheven, immers heeft zij opzettelijk in die aangifte(n) een onjuist bedrag aan af te dragen omzetbelasting vermeld en/of doen vermelden en (vervolgens) die aangifte(n) (elektronisch) bij de belastingdienst te Apeldoorn gedaan en/of doen doen,

tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

4:
de besloten vennootschap [bedrijf 2] , in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 23 oktober 2013, in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland, terwijl zij ingevolge de belastingwet verplicht was tot het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd, terwijl het feit ertoe strekte dat te weinig belasting zou worden geheven, immers heeft [bedrijf 2] , ondanks dat door of namens de inspecteur mondeling en schriftelijk, bij herhaling, daar om was verzocht, niet een zodanige administratie gevoerd dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van de belasting overigens van belang zijnde gegevens duidelijk bleken of konden blijken, tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

5:
hij in of omstreeks de periode van 22 december 2012 tot en met 27 december 2012, in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland, een of meer factu(u)r(en) -(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door een of meer anderen te doen gebruiken, immers heeft hij, verdachte, (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, op die factu(u)r(en) vermeld en/of doenvermelden dat deze op de op die factu(u)r(en) vermelde data/datum door [bedrijf 3] waren/was uitgegaan aan [bedrijf 2] , het betrof onder meer de navolgende factu(u)r(en) (bijlage D-094):

- - een factuur met als afzender [bedrijf 3] , gedateerd 31 maart 2007, geadresseerd aan [bedrijf 2] , met daarop onder meer berekend een bedrag aan BTW, groot EURO 950,--; en/of

- een factuur met als afzender [bedrijf 3] , gedateerd 30 juni 2007, geadresseerd aan [bedrijf 2] , met daarop onder meer berekend een bedrag aan BTW, groot EURO 950,--; en/of

- een factuur met als afzender [bedrijf 3] , gedateerd 30 november 2007, geadresseerd aan [bedrijf 2] , met daarop onder meer berekend een bedrag aan BTW, groot EURO 9.500,--; en/of

- een factuur met als afzender [bedrijf 3] , gedateerd 31 december 2007, geadresseerd aan [bedrijf 2] , met daarop onder meer berekend een bedrag aan BTW, groot EURO 5.700,--;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
de besloten vennootschap [bedrijf 1] , in of omstreeks de periode van 1 maart 2006 tot en met 18 januari 2009, in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) loonheffing te naam gesteld van [bedrijf 1] , betreffende:

* de maanden maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december van het jaar 2006 en/of

* de maanden februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december van het jaar 2007 en/of

* de maanden februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december van het jaar 2008, en/of

* de maanden februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december van het jaar 2009;

onjuist of onvolledig heeft gedaan en/of door een ander heeft doen doen, terwijl dat feit er (telkens) toe strekte, dat te weinig belasting zou worden geheven, immers heeft zij opzettelijk in die aangifte(n):

- ten onrechte een bedrag ter zake van deelneming aan de levensloopregeling in mindering gebracht op de verschuldigde loonheffing, en/of

- een onjuist bedrag aan verschuldigde loonheffing, vermeld en/of doen vermelden en (vervolgens) die aangifte(n) (elektronisch) bij de belastingdienst te Apeldoorn gedaan en/of doen doen, tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

2:
de besloten vennootschap [bedrijf 1] , in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 23 oktober 2013, in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland, terwijl zij ingevolge de belastingwet verplicht was tot het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd, terwijl het feit ertoe strekte dat te weinig belasting zou worden geheven,

immers heeft [bedrijf 1] , ondanks dat door of namens de inspecteur mondeling en schriftelijk, bij herhaling, daar om was verzocht, niet een zodanige administratie gevoerd dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van de belasting overigens van belang zijnde gegevens duidelijk bleken of konden blijken,

tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

3:
de besloten vennootschap [bedrijf 2] , in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 januari 2010, in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) omzetbelasting te naam gesteld van [bedrijf 2] , betreffende:

* de maanden januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december van het jaar 2007 en/of

* de maanden januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober en/of november en/of december van het jaar 2008 en/of

* de maanden januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei en/of juni van het jaar 2009 en/of

* het derde en/of het vierde kwartaal van het jaar 2009,

onjuist of onvolledig heeft gedaan en/of door een ander heeft doen doen, terwijl dat feit er (telkens) toe strekte, dat te weinig belasting zou worden geheven,

immers heeft zij opzettelijk in die aangifte(n) een onjuist bedrag aan af te dragen omzetbelasting vermeld en/of doen vermelden en (vervolgens) die aangifte(n) (elektronisch) bij de belastingdienst te Apeldoorn gedaan en/of doen doen, tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

4:
de besloten vennootschap [bedrijf 2] , in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 23 oktober 2013, in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland, terwijl zij ingevolge de belastingwet verplicht was tot het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd, terwijl het feit ertoe strekte dat te weinig belasting zou worden geheven,

immers heeft [bedrijf 2] , ondanks dat door of namens de inspecteur mondeling en schriftelijk, bij herhaling, daar om was verzocht, niet een zodanige administratie gevoerd dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van de belasting overigens van belang zijnde gegevens duidelijk bleken of konden blijken, tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

5:
hij in of omstreeks de periode van 22 december 2012 tot en met 27 december 2012, in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland, een of meer factu(u)r(en) -(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door een of meer anderen te doen gebruiken,

immers heeft hij, verdachte, (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, op die factu(u)r(en) vermeld en/of doen vermelden dat deze op de op die factu(u)r(en) vermelde data/datum door [bedrijf 3] waren/was uitgegaan aan [bedrijf 2] , het betrof onder meer de navolgende factu(u)r(en) :

- een factuur met als afzender [bedrijf 3] , gedateerd 31 maart 2007, geadresseerd aan [bedrijf 2] , met daarop onder meer berekend een bedrag aan BTW, groot EURO 950,-- en/of

- een factuur met als afzender [bedrijf 3] , gedateerd 30 juni 2007, geadresseerd aan [bedrijf 2] , met daarop onder meer berekend een bedrag aan BTW, groot EURO 950,-- en/of

- een factuur met als afzender [bedrijf 3] , gedateerd 30 november 2007, geadresseerd aan [bedrijf 2] , met daarop onder meer berekend een bedrag aan BTW, groot EURO 9.500,-- en/of

- een factuur met als afzender [bedrijf 3] , gedateerd 31 december 2007, geadresseerd aan [bedrijf 2] , met daarop onder meer berekend een bedrag aan BTW, groot EURO 5.700,--;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 en 3 bewezen verklaarde levert op, telkens:

Het opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, aan welke gedraging verdachte feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd.

Het onder 2 en 4 bewezen verklaarde levert op, telkens:

Het ingevolge de belastingwet verplicht zijnde een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen te voeren, een zodanige administratie opzettelijk niet voeren, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, aan welke gedraging verdachte feitelijke leiding heeft gegeven.

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft het hof primair verzocht een reclasseringsrapport te doen opmaken. Verdachte heeft, naar de raadsman stelt, in eerste aanleg zijn eigen ruiten ingegooid, wat onder meer te wijten is aan een vorm van overspannenheid, een verkeerde proceshouding en het niet voeren van een uitgebreid strafmaatverweer. Volgens de raadsman is het hof onvoldoende voorgelicht over de persoonlijke omstandigheden van verdachte tussen 2007 en heden. De raadsman heeft gesteld dat nader onderzocht dient te worden hoe een destijds succesvolle ondernemer het zover heeft laten komen en in deze situatie verzeild is geraakt.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte de ambtshalve opgelegde aanslagen van

€ 800.000,-- heeft voldaan en dat hij bovendien € 50.000,-- voor zijn rechtsbijstand en

€ 100.000,-- aan afkoopregelingen voor ontslagen werknemers heeft betaald. Dit heeft, zo stelde de raadsman, geleid tot grote druk op de liquiditeiten, waardoor verdachte op een hellend vlak is geraakt. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat er na 2014 geen strafbare feiten zijn gepleegd, terwijl verdachte wel actief zijn beroep uitoefende. Volgens de raadsman heeft verdachte zijn zaken nu weer op orde.

De raadsman heeft voorts aangevoerd dat de redelijke termijn in eerste aanleg is overschreden en -verwijzend naar de overgelegde bankafschriften- dat het nadeel voor de Belastingdienst ongedaan is gemaakt. Verdachte is bovendien, zo heeft de raadsman betoogd, door de Belastingdienst voor de duur van vijf jaren geweigerd als gemachtigde, wat -volgens de oriëntatiepunten van de LOVS- eveneens zou moeten leiden tot strafvermindering. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat er veel negatieve publiciteit rond deze zaak is geweest (opm. hof: de raadsman heeft twee "koppen" van artikelen uit De Stentor" overgelegd), die verdachte veel klanten heeft gekost. De raadsman heeft bepleit dat het hof verdachte twaalf maanden gevangenisstraf op zal leggen, waarvan negen maanden voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uren en voorts verzocht af te zien van het opleggen van een beroepsverbod, nu dat gelet op de eerdere bestuursrechtelijke maatregel dubbelop is en verdachte brodeloos zou maken.

Verdachte heeft verklaard dat hij sinds zijn aanhouding alles is kwijtgeraakt en in een carrousel terecht is gekomen, waarbij hij probeerde zijn kantoor overeind te houden, maar het geld er niet was om belasting te betalen. Volgens verdachte trof hij na zijn detentie een grote chaos aan op zijn kantoor en heeft hij medewerkers moeten ontslaan. Hij verklaarde voorts dat hij inmiddels € 800.000,-- heeft betaald aan ambtshalve opgelegde belastingaanslagen en dat hij al jaren -tot op heden tevergeefs- bezig is om de teveel betaalde belasting terug te krijgen. Verdachte heeft aangevoerd dat de Belastingdienst heeft gesteld dat er sprake is van een benadelingsbedrag van € 180.000,-- , maar dat hij al het vijfvoudige heeft betaald. Verdachte heeft verzocht een werkstraf en een geldboete op te leggen, omdat hij een gevangenisstraf niet meer aan zou kunnen. Volgens verdachte leeft hij al twaalf jaar in gevangenschap en houdt hij deze leefomstandigheden niet langer vol.

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft aangegeven dat zij het verzoek tot het laten opmaken van een reclasseringsrapport ondersteunt.

Met betrekking tot de strafmaat heeft de advocaat-generaal gevorderd dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden zal worden opgelegd, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en -ter zake van de ten laste gelegde feiten 2, 4 en 5- ontzetting van het recht tot het uitoefenen van het beroep van belastingadviseur/belastingconsulent voor de duur van drie jaren.

Het oordeel van het hof

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof acht zich door het verhandelde ter zitting voldoende voorgelicht over de persoonlijke omstandigheden van verdachte en ziet geen noodzaak tot het doen opmaken van een reclasseringsrapport.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte gedurende een langere periode leiding heeft gegeven aan de gedraging dat er onjuiste belastingaangiften zijn gedaan en een gebrekkige administratie is gevoerd, wat geleid heeft tot een aanzienlijke benadeling van de Staat. Het betreft daarbij bovendien meerdere vennootschappen waar verdachte verantwoordelijk was voor de financiële en administratieve gang van zaken. De Belastingdienst dient erop te kunnen vertrouwen dat de aangiften duidelijk, volledig en zonder voorbehoud geschieden. Verdachte heeft het in hem als ondernemer gestelde vertrouwen op ernstige wijze misbruikt en van dit stelsel op grove wijze geprofiteerd. Dit klemt temeer nu verdachte werkzaam was als belastingadviseur en van hem verwacht mocht worden dat hij het belang van het voeren van een volledige en juiste administratie en het doen van tijdige en correcte belastingaangiften inziet en overeenkomstig handelt.

Daarnaast heeft de verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer moet kunnen worden gesteld in schriftelijke stukken met een bewijsbestemming. Dat is in het bijzonder verwijtbaar, waar het gaat om een belastingadviseur, van wie een hoge mate van integriteit mag worden verwacht.

Verdachte is -zo blijkt uit het Uittreksel Justitiële Documentatie van 25 september 2017- in 2009 door het hof 's-Hertogenbosch, in 2014 door dit hof en in 2017 door de rechtbank te Arnhem veroordeeld voor soortgelijke feiten. Verdachte heeft ter terechtzitting bovendien niet de indruk gewekt dat hij de ernst en het kwalijke van zijn handelen volledig inziet.

Voorts is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.

De verdediging heeft betoogd dat het nadeel geheel ongedaan is gemaakt. Er is echter op geen enkele wijze onderbouwd op welke ambtshalve opgelegde aanslagen de overgelegde betalingen zien en welke bedragen/aanslagen ten onrechte zouden zijn opgelegd.

Het hof zal geen rekening houden met een overschrijding van de redelijke termijn. Hoewel de rechtbank in aanmerking heeft genomen dat de redelijke termijn in eerste aanleg met zeven maanden is overschreden, is het hof van oordeel dat dit voldoende wordt gecompenseerd door de zeer voortvarende behandeling in hoger beroep. Immers, als verdachte geen aanhouding van het onderzoek had verzocht in verband met zijn vakantie, had het hof al in juli 2017 arrest kunnen wijzen.

Het hof zal verdachte geen beroepsverbod opleggen. Uit de wetshistorie1 blijkt immers dat verdachte kan worden 'ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf heeft begaan'. Het hof is van oordeel dat -nu de ten laste gelegde feiten verdachtes eigen administraties betreffen- de feiten niet zijn gepleegd in de uitoefening van zijn beroep en dat oplegging van een beroepsverbod derhalve niet is toegelaten.

Het hof acht - alles overwegende en gelet op de rechterlijke oriëntatiepunten - een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 51, 57, 63 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. G. Dam, voorzitter,

mr. P.R. Wery en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N.E. Versloot, griffier,

en op 8 november 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

De oudste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Kamerstukken II, 2007/08, nr. 3, pag. 18.