Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:9709

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-11-2017
Datum publicatie
08-11-2017
Zaaknummer
21-003304-17
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHARL:2018:2415
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussenarrest Posbank-zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003304-17

Uitspraak d.d.: 8 november 2017

TEGENSPRAAK

Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 7 juni 2017 met parketnummer 05-881648-15 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans verblijvende in [detentieadres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 oktober 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. M.A.W. Nillesen, naar voren is gebracht. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door de advocaat-generaal naar voren is gebracht.

Getuigenverzoeken

De voormalig raadsvrouw van verdachte, mr. F.L.C. Schoolderman, heeft bij appelschriftuur van 3 juli 2017 - onder meer - verzocht om [getuige 1] als getuige te horen. Zij heeft bij brief van 24 oktober 2017 laten weten dat dit verzoek wordt gehandhaafd en dat de overige bij appelschriftuur gedane verzoeken komen te vervallen.

Ter terechtzitting van 25 oktober 2017 heeft de huidige raadsman van verdachte zich tevens aangesloten bij de verzoeken van mr. Drummen - de raadsvrouw van medeverdachte [medeverdachte] - om [getuige 2] en [getuige 3] als getuigen te horen.

De raadsman heeft bovengenoemde getuigenverzoeken ter terechtzitting van 25 oktober 2017 nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat deze drie getuigenverzoeken beoordeeld moeten worden aan de hand van het noodzakelijkheidscriterium. Volgens de advocaat-generaal is de noodzaak om deze drie getuigen te horen niet aanwezig en moeten de verzoeken worden afgewezen.

Het hof is echter van oordeel dat de verzoeken om [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] als getuigen te horen, moeten worden toegewezen. Het hof zal bepalen dat deze getuigen bij de raadsheer-commissaris gehoord zullen worden.

Overige verzoeken

1 Opstellen rapport door professor [deskundige]

De raadsman heeft zich ter terechtzitting van 25 oktober 2017 aangesloten bij het verzoek van mr. Drummen om professor [deskundige] als deskundige te benoemen voor zover dit verzoek ziet op het uitbrengen van een rapport over de betrouwbaarheid van de toegepaste undercovermethode.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat dit verzoek moet worden afgewezen.

Het hof stelt vast dat dit verzoek beoordeeld dient te worden aan de hand van het noodzakelijkheidscriterium. Gegeven de onderbouwing van dit verzoek door de raadsman is het hof niet van de noodzaak gebleken om dit verzoek toe te wijzen. Het hof wijst het verzoek daarom af.

2 Beluisteren audiobestanden OVC-gesprekken

De raadsman heeft ter terechtzitting van 25 oktober 2017 verzocht om de audiobestanden van de OVC-gesprekken die nog niet aan hem zijn verstrekt te mogen beluisteren op het politiebureau te ‘s-Hertogenbosch.

Ter terechtzitting heeft de advocaat-generaal medegedeeld dat hij ervoor kan zorgen dat de raadsman in de gelegenheid wordt gesteld om deze audiobestanden te beluisteren op het politiebureau te ‘s-Hertogenbosch. Gelet op deze toezegging van de advocaat-generaal zal het hof geen beslissing meer nemen op dit verzoek.

Het hof verzoekt de raadsman om eventuele nadere verzoeken naar aanleiding van het beluisteren van de genoemde audiobestanden tijdig aan de voorzitter (mr. B.J.J. Melssen) en in afschrift aan de advocaat-generaal, kenbaar te maken, zodat de voorzitter alsdan een beslissing op die verzoeken kan nemen.

Daarnaast zal het hof de advocaat-generaal opdragen om er zorg voor te dragen dat het hof de dertien audiobestanden van de OVC-gesprekken die - onder meer - zien op de gesprekken die medeverdachte [medeverdachte] heeft gevoerd met de undercoveragenten en die ook door de advocaten en de rechtbank zijn beluisterd, voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling, kan beluisteren met behulp van de juiste apparatuur.

BESLISSING

Het hof:

Wijst af het verzoek om professor [deskundige] als deskundige te benoemen.

Verwijst de zaak naar de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof teneinde als getuigen te horen:

  • -

    mevrouw [getuige 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres], [postcode] te [woonplaats];

  • -

    de heer [getuige 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres], [postcode] te [woonplaats];

  • -

    de heer [getuige 3], wonende te [adres], [postcode] te [woonplaats].

Verzoekt de raadsman om eventuele nadere verzoeken naar aanleiding van het beluisteren van de nog niet aan hem verstrekte audiobestanden van de OVC-gesprekken tijdig aan de voorzitter (mr. B.J.J. Melssen) kenbaar te maken en in afschrift aan de advocaat-generaal.

Geeft de advocaat-generaal opdracht om er zorg voor te dragen dat het hof de dertien hiervoor genoemde audiobestanden van de OVC-gesprekken voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling kan beluisteren met behulp van de juiste apparatuur.

Heropent het onderzoek ter terechtzitting.

Schorst het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd, welke schorsing in verband met de klemmende reden dat de onderzoekshandelingen naar verwachting niet binnen een maand zullen zijn voltooid, langer is dan één maand doch niet langer dan drie maanden.

Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.

Bepaalt dat voor de inhoudelijke behandeling van de zaak twee zittingsdagen uitgetrokken dienen te worden.

Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman, aan de benadeelde partijen en hun advocaten

mr. P.M. Breukink en mr. S. Striekwold, alsmede de nabestaanden [nabestaande 1] en [nabestaande 2].

Aldus gewezen door

mr. B.J.J. Melssen, voorzitter,

mr. A.H. Garos en mr. A.J. Smit, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. Jansen, griffier,

en op 8 november 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.