Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:9708

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-11-2017
Datum publicatie
08-11-2017
Zaaknummer
21-003294-17
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHARL:2018:2416
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussenarrest Posbank-zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003294-17

Uitspraak d.d.: 8 november 2017

TEGENSPRAAK

Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 7 juni 2017 met parketnummer 05-881306-15 in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum],

thans verblijvende in [detentieadres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 oktober 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr.

W. Drummen, naar voren is gebracht. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door de advocaat-generaal naar voren is gebracht.

Getuigenverzoeken

De raadsvrouw heeft bij appelschriftuur van 3 juli 2017 verzocht om [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] als getuigen te horen. Zij heeft deze getuigenverzoeken ter terechtzitting van 25 oktober 2017 nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat deze drie getuigenverzoeken beoordeeld moeten worden aan de hand van het noodzakelijkheidscriterium. Volgens de advocaat-generaal is de noodzaak om deze drie getuigen te horen niet aanwezig en moeten de verzoeken worden afgewezen.

Het hof is echter van oordeel dat de verzoeken om [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] als getuigen te horen, moeten worden toegewezen. Het hof zal bepalen dat deze getuigen bij de raadsheer-commissaris gehoord zullen worden.

Opstellen rapport door professor [deskundige]

De raadsvrouw heeft bij appelschriftuur van 3 juli 2017 voorts verzocht om professor [deskundige] als deskundige te benoemen. Ter terechtzitting van 25 oktober 2017 heeft zij dit verzoek nader toegelicht. De raadsvrouw wenst dat [deskundige] een rapport uitbrengt over de betrouwbaarheid van de toegepaste undercovermethode en over de betrouwbaarheid van de door medeverdachte [medeverdachte] afgelegde verklaringen.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat dit verzoek moet worden afgewezen.

Het hof stelt vast dat dit verzoek beoordeeld dient te worden aan de hand van het noodzakelijkheidscriterium. Gegeven de onderbouwing van dit verzoek door de raadsvrouw is het hof niet van de noodzaak gebleken om dit verzoek toe te wijzen. Het hof wijst het verzoek daarom af.

Het hof merkt op dat de raadsvrouw ter terechtzitting van 25 oktober 2017 heeft medegedeeld dat zij (een deel van) het dossier in deze zaak heeft verstrekt aan professor [deskundige]. Het hof gaat ervan uit dat de raadsvrouw niet de 13 geluidsbestanden, dan wel kopieën van die bestanden, aan [deskundige] ter beschikking heeft gesteld. Immers heeft de rechtbank op 24 mei 2017 met de raadsvrouw de afspraak gemaakt dat - kort gezegd - die geluidsbestanden niet aan derden ter beschikking mogen worden gesteld vanwege de veiligheid en de bescherming van de identiteit van de undercoveragenten. Mocht dat evenwel anders zijn, gelast het hof de raadsvrouw het daarheen te leiden dat de gegevensdrager met daarop deze 13 geluidsbestanden onmiddellijk aan haar wordt geretourneerd, dat er geen kopie van deze gegevensdrager mag worden gemaakt en dat op geen enkele wijze informatie van welke aard ook direct afkomstig van deze gegevensdrager door een derde op enigerlei wijze mag worden gebruikt.

Beluisteren OVC-gesprekken

Het hof zal de advocaat-generaal opdragen om er zorg voor te dragen dat het hof de dertien audiobestanden van de OVC-gesprekken die - onder meer - zien op de gesprekken die verdachte heeft gevoerd met de undercoveragenten en die ook door de advocaten en de rechtbank zijn beluisterd, voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling, kan beluisteren met behulp van de juiste apparatuur.


BESLISSING

Het hof:

Wijst af het verzoek om professor [deskundige] als deskundige te benoemen.

Verwijst de zaak naar de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof teneinde als getuigen te horen:

  • -

    de heer [getuige 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres], [postcode] te [woonplaats];

  • -

    mevrouw [getuige 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres], [postcode] te [woonplaats];

  • -

    de heer [getuige 3], wonende te [adres], [postcode] te [woonplaats].

Geeft de advocaat-generaal opdracht om er zorg voor te dragen dat het hof de dertien hiervoor genoemde audiobestanden van de OVC-gesprekken voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling kan beluisteren met behulp van de juiste apparatuur.

Gelast de raadsvrouw zorg te dragen voor de onmiddellijke teruggave van (een) gegevensdrager(s) met 13 geluidsbestanden van OVC-gesprekken indien deze door de raadsvrouw aan professor [deskundige] is verstrekt.

Heropent het onderzoek.

Schorst het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd, welke schorsing in verband met de klemmende reden dat de onderzoekshandelingen naar verwachting niet binnen een maand zullen zijn voltooid, langer is dan één maand doch niet langer dan drie maanden.

Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.

Bepaalt dat voor de inhoudelijke behandeling van de zaak twee zittingsdagen uitgetrokken dienen te worden.

Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsvrouw, aan de benadeelde partijen en hun advocaten mr. P.M. Breukink en mr. S. Striekwold, alsmede de nabestaanden [nabestaande 1] en [nabestaande 2].

Aldus gewezen door

mr. B.J.J. Melssen, voorzitter,

mr. A.H. Garos en mr. A.J. Smit, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. Jansen, griffier,

en op 8 november 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.