Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:9606

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
06-11-2017
Datum publicatie
07-11-2017
Zaaknummer
21-006061-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2016:5835, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, wegens het plegen van ontuchtige handelingen met meerdere minderjarige jongens. Als bijzondere voorwaarden onder meer een contact- en gebiedsverbod. Afwijzing vordering benadeelde partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006061-16

Uitspraak d.d.: 6 november 2017

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 1 november 2016 met parketnummer 05-740160-16 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 oktober 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. G.J. Gerrits, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1:
hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van de maand juli 2014 tot en met 26 januari 2016 te [plaats] , in elk geval in Nederland, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind(eren) [slachtoffer 1] , geboren op [2008] , en/of [slachtoffer 2] , geboren op [2005] , door (telkens) zijn, verdachtes, hand in de onderbroek van dat/die kind(eren) te brengen en/of (vervolgens) (op en/of in hun onderbroek) te wrijven over en/of betasten van zijn/hun geslachtsdeel en/of de kruisstreek;

2:
hij - als degene waarbij nagenoemde minderjarige bleef slapen/logeren - op of omstreeks 26 januari 2016 te [plaats] , ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 3] , geboren op [2003] , door (telkens) zijn, verdachtes, hand tussen de benen van die [slachtoffer 3] te brengen en/of (vervolgens) te wrijven over en/of betasten van het geslachtsdeel van die [slachtoffer 3] ;

3:
hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van de maand september 2015 tot en met 26 januari 2016 te [plaats] , - als degene waarbij nagenoemde minderjarige(n) bleef/bleven slapen/logeren - ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 4] , geboren op [2006] , en/of [slachtoffer 5] , geboren op [2003] en/of [slachtoffer 6] , geboren op [2003] , door (telkens) (op en/of in zijn/hun onderbroek) te wrijven over en/of betasten van zijn/hun geslachtsdeel en/of de kruisstreek;

4:
hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 28 februari 1997 tot en met 31 december 2006 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland, (telkens) - als degene waarbij ondergenoemde minderjarige bleef slapen/logeren - ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 7] , geboren op [1989] , immers heeft hij (telkens) het geslachtdeel van die [slachtoffer 7] aangeraakt/betast en/of vastgepakt en/of in zijn, verdachtes, mond genomen en/of in het bijzijn van die [slachtoffer 7] gemasturbeerd;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. De overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de bewezenverklaring van het – door de verdachte betwiste – misbruik van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] zijn zeer begrijpelijk. Er bestaat naar het oordeel van de advocaat-generaal geen aanleiding om te twijfelen aan de specifieke, authentieke verhalen van deze twee minderjarige jongens. Zij noemen details en geven specifiek aan wat er wel, maar ook wat er niet is gebeurd. Het app-verkeer tussen verdachte en [moeder slachtoffers 1 en 2] kan gebruikt worden als steunbewijs. [slachtoffer 5] gebruikt in zijn verklaring eigen termen. Ook de door de rechtbank bewezenverklaarde periodes ten aanzien van vier verschillende feiten worden door het openbaar ministerie onderschreven.

Door de verdediging is bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de aan hem ten laste gelegde ontuchtige handelingen ten aanzien van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] . De raadsman van verdachte heeft hiertoe – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat de verklaring van [slachtoffer 2] onvoldoende betrouwbaar is. Hij heeft bepaalde feiten ingevuld op basis van verhalen die door anderen aan hem verteld zijn. Ook kan hij op detailniveau geen antwoord geven. Redengevend steunbewijs ontbreekt ten aanzien van dit feit. Ook de verklaringen van [slachtoffer 5] zijn onvoldoende betrouwbaar. De verhoorders hebben hem woorden in de mond gelegd.

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot partiële vrijspraak van het ten laste gelegde, te weten ten aanzien van de ten laste gelegde ontuchtige handelingen met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] , wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.

Ten aanzien van [slachtoffer 2] (feit 1):

Verdachte heeft zich tijdens de verhoren bij de politie beroepen op zijn zwijgrecht. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft hij verklaard dat hetgeen [slachtoffer 2] heeft gezegd niet klopt, maar dat hij misschien wel een keer langs diens geslachtsdeel gegaan is, doch niet bewust. Hij heeft [slachtoffer 2] wel gestreeld. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte onderstreept dat hij [slachtoffer 2] wel op zijn rug en buik heeft betast, maar dat dit niet op een seksuele manier was.

[slachtoffer 2] heeft op meerdere tijdstippen in de periode van augustus 2015 tot en met 26 januari 2016 in [plaats] bij verdachte geslapen. [slachtoffer 2] heeft bij de politie verklaard dat verdachte met zijn hand in zijn onderbroek ging. Dit gebeurde als hij, [slachtoffer 2] , op de zolderkamer in bed lag. Verdachte kriebelde met zijn hand bij de bovenkant van zijn, [slachtoffer 2] ’s, piemel.

Voordat [slachtoffer 2] bij de zedenpolitie zijn verklaring heeft afgelegd heeft hij zijn moeder, [moeder slachtoffers 1 en 2] , verteld dat verdachte wel eens aan zijn piemel had gezeten. [slachtoffer 2] deed aan [moeder slachtoffers 1 en 2] voor wat er gebeurde. [moeder slachtoffers 1 en 2] beschrijft dit als volgt: “Hij liet mij zien dat hij met zijn hand wel zijn onderbroek in ging en tegen de rand van zijn piemel aankwam.”

[moeder slachtoffers 1 en 2] heeft op 1 februari 2016 een gesprek gehad met verdachte. Verdachte vertelde haar dat hij de jongens betast had en dat hij met alle jongens op zolder sliep. Dit speelde al sinds verdachte in zijn huis in [plaats] was gaan wonen.

Het hof is – anders dan de verdediging – van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 2] geloofwaardig is en dat deze voorts steun vindt in andere bewijsmiddelen. Het hof hecht hierbij onder meer waarde aan de context waarbinnen [slachtoffer 2] voor het eerst aan zijn moeder verteld heeft dat verdachte hem betast had. Op het moment dat [moeder slachtoffers 1 en 2] hem – op 16 februari 2016 – naar bed bracht vertelde hij haar dat hij die dag verdrietig was op school. Hierna vertelde hij dat zijn vader aan zijn geslachtsdeel heeft gezeten en liet hij zien hoe dit gebeurd is. Dit is naar het oordeel van het hof een spontane verklaring. Dat [slachtoffer 2] in eerste instantie – naar aanleiding van aan hem gestelde vragen – enkel tegen zijn moeder heeft gezegd dat verdachte hem alleen op zijn rug streelde doet, naar het oordeel van het hof, niet af aan deze betrouwbaarheid. Voorts geeft hij op concrete vragen van de politie gedetailleerd antwoord. De verklaring van [slachtoffer 2] past bovendien in de verklaring die de andere kinderen hebben afgelegd over de wijze waarop en de context waarin verdachte hen heeft betast.

Ten aanzien van [slachtoffer 5] (feit 3):

Verdachte heeft zich tijdens de verhoren bij de politie beroepen op zijn zwijgrecht. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft hij verklaard dat hij [slachtoffer 5] heeft gekriebeld over diens buik, rug en benen en in de buurt van diens schaamstreek, maar dat hij hierbij diens geslachtsdeel niet heeft aangeraakt. Toen [slachtoffer 5] een keer ziek was heeft verdachte hem over zijn buik gewreven.

[slachtoffer 5] heeft op meerdere tijdstippen in de periode van september 2015 tot en met 26 januari 2016 in [plaats] bij verdachte geslapen. [slachtoffer 5] heeft bij de politie verteld dat verdachte op plekjes zat die hij niet fijn vond. Dit is meerdere keren gebeurd; ook een keer toen hij ziek was en alleen op een kamer sliep. Verdachte ging op zijn knieën naast het bed zitten en deed zijn hand onder de deken. Hij raakte zijn piemel aan, over zijn pyjama heen. Op zolder is dit ook gebeurd. Verdachte kriebelde dan met zijn nagels over [slachtoffer 5] rug en piemel. Dit was ook over zijn pyjama of onderbroek. Hij wreef dan over zijn hele piemel. [slachtoffer 5] lag op die momenten samen met [slachtoffer 2] in één bed.

[slachtoffer 5] heeft aan zijn moeder, [moeder slachtoffers 4, 5 en 6] , verteld dat verdachte hem in zijn kruis streelde. Verdachte knuffelde hem en streelde hierbij over zijn piemel.

[moeder slachtoffers 1 en 2] heeft op 1 februari 2016 een gesprek gehad met verdachte. Verdachte vertelde haar dat hij de jongens betast had en dat hij met alle jongens op zolder sliep. Dit speelde al sinds verdachte in zijn huis in [plaats] was gaan wonen.

Het hof is – anders dan de verdediging – van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 5] geloofwaardig is en dat deze voorts steun vindt in andere bewijsmiddelen. Het hof overweegt hieromtrent in het bijzonder dat [slachtoffer 5] heeft verklaard over een zeer specifieke context waarbinnen de ontuchtige handelingen zijn geschied, te weten toen hij een keer ziek was. Ook verdachte heeft over deze situatie verklaard en bekend dat hij [slachtoffer 5] toen over zijn buik gewreven heeft. Voorts geeft de minderjarige op concrete vragen van de politie gedetailleerd antwoord. De verklaring van [slachtoffer 5] past in de verklaring die de andere kinderen hebben afgelegd over de wijze waarop en de context waarin verdachte hen heeft betast.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van de maand juli 2014 augustus 2015 tot en met 26 januari 2016 te [plaats] , in elk geval in Nederland, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind(eren) [slachtoffer 1] , geboren op [2008] , en/of [slachtoffer 2] , geboren op [2005] , door (telkens) zijn, verdachtes, hand in de onderbroek van dat/die kind(eren) te brengen en/of (vervolgens) (op en/of in hun onderbroek) te wrijven over en/of betasten van zijn/hun geslachtsdeel en/of de kruisstreek.

2:
hij - als degene waarbij nagenoemde minderjarige bleef slapen/logeren - op of omstreeks 26 januari 2016 te [plaats] , ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 3] , geboren op [2003] , door (telkens) zijn, verdachtes, hand tussen de benen van die [slachtoffer 3] te brengen en/of (vervolgens) te wrijven over en/of betasten van het geslachtsdeel van die [slachtoffer 3] .

3:
hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van de maand september 2015 tot en met 26 januari 2016 te [plaats] , - als degene waarbij nagenoemde minderjarige(n) bleef/bleven slapen/logeren - ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 4] , geboren op [2006] , en/of [slachtoffer 5] , geboren op [2003] en/of [slachtoffer 6] , geboren op [2003] , door (telkens) (op en/of in zijn/hun onderbroek) te wrijven over en/of betasten van zijn/hun geslachtsdeel en/of de kruisstreek.

4:
hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 28 februari 1997 de maand januari 2003 tot en met 31 december 2006 de maand juli 2003 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland, (telkens) - als degene waarbij ondergenoemde minderjarige bleef slapen/logeren - ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 7] , geboren op [1989] , immers heeft hij (telkens) het geslachtdeel van die [slachtoffer 7] aangeraakt/betast en/of vastgepakt en/of in zijn, verdachtes, mond genomen en/of in het bijzijn van die [slachtoffer 7] gemasturbeerd;.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven

is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

ontucht plegen met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige.

Het onder 3 en 4 bewezen verklaarde levert op telkens:

ontucht plegen met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De advocaat-generaal heeft gevorderd om het vonnis van de rechtbank in eerste aanleg te bevestigen. Voorts heeft zij in aanvulling hierop gevorderd om een proeftijd van 5 jaren aan de voorwaardelijke straf te verbinden.

De verdediging heeft ten aanzien van de strafmaat bepleit dat verdachte, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden en het belang van behandeling, veroordeeld dient te worden tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, met een proeftijd van 5 jaren. Eventueel gecombineerd met een taakstraf voor de duur van 240 uren.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden - dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het meermaals plegen van ontuchtige handelingen met zeven minderjarige jongens variërend in de leeftijd van zes tot en met veertien jaar. Dit zijn ernstige feiten. Verdachte heeft daarbij misbruik gemaakt van zijn overwicht als volwassene en als vader(figuur) het vertrouwen van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 5] geschonden.

Reeds in 2003 heeft verdachte verregaande seksuele handelingen verricht met de toen veertienjarige [slachtoffer 7] . Dit betrof een jongen die toentertijd een veilig onderkomen nodig had en in plaats daarvan heeft verdachte hem seksueel misbruikt.

Na de scheiding tussen [moeder slachtoffers 1 en 2] (de moeder van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ) en verdachte is er een omgangsregeling tot stand gekomen tussen verdachte en zijn drie minderjarige zoons. Ook de stiefzoons van [moeder slachtoffers 1 en 2] ( [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] ) verbleven regelmatig bij verdachte. Gedurende een periode van ongeveer zes maanden heeft hij deze kinderen op ontuchtige wijze betast. Verdachte heeft hierover verklaard dat dit seksueel opwindend voor hem was. Door zijn handelen heeft hij zijn eigen lustgevoelens boven het belang van de kinderen gesteld.

Op 26 januari 2016 kwam een vriendje van [slachtoffer 6] , de 13-jarige [slachtoffer 3] , bij verdachte logeren. Ook deze aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige heeft verdachte betast. Verdachte heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen, dat niet alleen door het slachtoffer, maar ook door zijn familie, in hem werd gesteld. Enkel doordat [slachtoffer 3] spoedig na het voorval aan zijn moeder vertelde wat verdachte bij hem gedaan had, kon ook het misbruik van de andere kinderen een halt toegeroepen worden.

Ontuchtige handelingen van welke aard en intensiteit ook, vormen een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Verdachte heeft zich bij zijn gedragingen laten leiden door zijn eigen lustgevoelens en geen rekening gehouden met de gevoelens van de slachtoffers. Hiermee heeft verdachte een normale en gezonde ontwikkeling van deze jongens in een kwetsbare periode van hun leven in gevaar gebracht. Feiten als de onderhavige kunnen, met name als de ontucht gedurende een langere periode heeft plaatsgevonden, langdurige en ernstige schade toebrengen aan de geestelijke gezondheid van de slachtoffers.

De voorlopige hechtenis van verdachte is reeds anderhalf jaar geschorst onder strikte vrijheidsbeperkende voorwaarden. De reclassering onderstreept dat hij zich goed aan deze voorwaarden heeft gehouden. Verdachte staat sinds geruime tijd onder individuele behandeling van een psycholoog met wie hij tweewekelijkse gesprekken voert. Er is tijdens deze gesprekken ruimte voor verdieping. De sessies zijn gericht op delictanalyse en het in kaart brengen van de levensgeschiedenis en de omstandigheden ten tijde van het misbruik. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte enerzijds aangegeven dat hij stappen in de goede richting zet, doch anderzijds ook kenbaar gemaakt dat hij nog geen inzicht heeft in de oorzaak van zijn handelen. Door de ter terechtzitting aanwezige reclasseringsmedewerker is medegedeeld dat het de bedoeling is dat verdachte op termijn dagbehandeling krijgt.

Verdachte is niet eerder veroordeeld voor een strafbaar feit.

Dit alles afwegende acht het hof een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Het hof geeft hiermee uitdrukking aan de ernst van de feiten en het belang van vergelding. Nu anderzijds primair ter voorkoming van recidive, het belang van behandeling van verdachte ook groot is zal het hof aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf een aantal bijzondere voorwaarden verbinden.

Feit 4 is gepleegd in 2003. Gelet hierop mag de proeftijd de duur van twee jaren niet te boven gaan.

Het hof zal de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden bevelen. De bewezen verklaarde misdrijven zijn gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. In het Reclasseringsadvies betreffende verdachte van 02 augustus 2017 wordt het recidiverisico op lange termijn als gemiddeld tot hoog ingeschat. Een intensief behandeltraject is volgens de reclassering noodzakelijk. De behandeling is nog maar net op gang gekomen. Er dient naar het oordeel van het hof dan ook ernstig rekening gehouden te worden met het feit dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar vormt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 750,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De advocaat-generaal heeft verzocht om de gehele vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

De verdediging heeft de vordering gemotiveerd betwist en heeft aangevoerd dat de schade op geen enkele wijze is onderbouwd.

Nu de vordering van de benadeelde partij gemotiveerd betwist is en deze naar het oordeel van het hof thans onvoldoende onderbouwd is zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

De benadeelde partij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 57 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 8 (acht) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op 2 (twee) jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

o zich voor het einde van daarvan niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

o zich binnen 3 (drie) dagen na zijn invrijheidsstelling dient te melden bij de Reclassering Nederland en gedurende de volledige proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zolang en zo frequent de instelling dat noodzakelijk acht;

o zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

o ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzake zal aanbieden;

o gedurende de volledige proeftijd geen contact zal leggen of te laten leggen met de hieronder genoemde personen, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht:

- [slachtoffer 3] , geboren op [2003] te [geboorteplaats] ;

- [broer van slachtoffers 1 en 2] , geboren op [2003] te [geboorteplaats] ;

- [slachtoffer 2] , geboren op [2003] te [geboorteplaats] ;

- [slachtoffer 1] , geboren op [2008] te [geboorteplaats] ;

- [slachtoffer 6] , geboren op [2003] te [geboorteplaats] ;

- [slachtoffer 5] , geboren op [2003] te [geboorteplaats] ;

- [slachtoffer 4] , geboren op [2003] te [geboorteplaats] ;

- [slachtoffer 7] , geboren op [1989] te [geboorteplaats] ;

o gedurende de volledige proeftijd, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, zich niet zal bevinden binnen een straal van vijf kilometer rondom de woonadressen van de slachtoffers, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De adressen zijn op dit moment:

- [adres 1] ;

- [adres 2] ;

- [adres 3] .

o zich gedurende de volledige proeftijd onder ambulante behandeling zal stellen van AFPN, forensisch psychiatrische polikliniek te [plaats] , of een soortelijke door de reclassering aan te wijzen instelling op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling vast te stellen, teneinde zich te doen behandelen en mee te werken aan het onderzoeksaanbod van AFPN.

Beveelt dat voormelde voorwaarden en het uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. C. Caminada, voorzitter,

mr. A. van Waarden en mr. M.J. Wasmann, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.H. Diepeveen, griffier,

en op 6 november 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 6 november 2017.

Tegenwoordig:

mr. C. Caminada, voorzitter,

mr. C.C.M. Poland, advocaat-generaal,

Mr. I. Vugs, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.