Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:9517

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
04-07-2017
Datum publicatie
03-11-2017
Zaaknummer
21-000998-17
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2017:553, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep dodelijk verkeersongeval. Verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een rijontzegging van 12 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Deze straf is gelijk aan de door de rechtbank Midden-Nederland opgelegde straf. De man veroorzaakte in juli 2016 een dodelijk verkeersongeval op de Schaerweijdelaan in Zeist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000998-17

Uitspraak d.d.: 4 juli 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 9 februari 2017 met parketnummer 16-660317-16 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 juni 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. A.M. Beuwer, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep- ten laste gelegd dat:

primair:
hij op of omstreeks 05 juli 2016 te Zeist als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (een vrachtauto, merk Daf), daarmede rijdende over een weg, de Schaerweijdelaan, ter hoogte van de voetgangersoversteekplaats gelegen voor de rotonde gevormd door de Schaerweijdelaan met de Oude Arnhemseweg, en terwijl hij, verdachte, drie, althans een of meer (achter elkaar rijdende) fietser(s), waaronder [slachtoffer] , naderde die in dezelfde richting over die weg reden, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans, aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam, terwijl op die Schaerweijdelaan op ongeveer 40 meter van de voetgangersoversteekplaats twee verkeersborden zijn aangebracht, te weten

- een bord "Zone 30" van de bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en/of

- een blauw bord voorzien van een witte rand met daarop afgebeeld een fietser met daarachter een auto en de tekst "Let op! Achter elkaar",

en/of terwijl op die Schaerweijdelaan ter plaatse de rijbaan was versmald van 5,0 meter naar 3,5 meter en de vrachtauto van verdachte circa 2,5 meter breed was,

en/of terwijl hij, verdachte, ter plaatse (zeer) bekend was,

en/of zonder voldoende rekening te houden met de aanwezigheid van en/of te anticiperen op voornoemde fietser(s),

- die fietser(s) waaronder [slachtoffer] , heeft ingehaald en/of voorbij is gereden, waarbij die fietser(s) waaronder [slachtoffer] , zich (heel) dicht naast de vrachtauto van verdachte bevond(en), en/of

- ( vervolgens) de rotonde is opgereden/opgedraaid, waardoor er geen/nauwelijks ruimte op de rijbaan van die weg voor die fietser(s) waaronder [slachtoffer] , overbleef,

als gevolg waarvan die [slachtoffer] begon te slingeren en/of haar evenwicht verloor en/of (voor de rechter)achterwielen van die vrachtauto) is gevallen, waardoor een aan- en/of overrijding van die [slachtoffer] door die door verdachte bestuurde vrachtauto heeft plaatsgevonden, als gevolg waarvan die [slachtoffer] is overleden;

subsidiair:
hij op of omstreeks 05 juli 2016 te Zeist, als bestuurder van een motorrijtuig (een vrachtauto, merk Daf), daarmede rijdende over een weg, de Schaerweijdelaan, ter hoogte van de voetgangersoversteekplaats gelegen voor de rotonde gevormd door de Schaerweijdelaan met de Oude Arnhemseweg, en terwijl hij, verdachte, drie, althans een of meer (achter elkaar rijdende) fietser(s) waaronder [slachtoffer] , naderde die in dezelfde richting over die weg reden, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, immers heeft/is hij, verdachte, terwijl op die Schaerweijdelaan op ongeveer 40 meter van de voetgangersoversteekplaats twee verkeersborden zijn aangebracht, te weten

- een bord "Zone 30" van de bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en/of

- een blauw bord voorzien van een witte rand met daarop afgebeeld een fietser met daarachter een auto en de tekst "Let op! Achter elkaar", en/of

terwijl op die Schaerweijdelaan ter plaatse de rijbaan zich had versmald tot 3,5 meter en de vrachtauto van verdachte circa 2,5 meter breed was,

en/of terwijl hij ter plaatse (zeer) bekend is,

en/of zonder voldoende rekening te houden met de aanwezigheid van en/of te anticiperen op voornoemde fietser(s),

- die fietser(s) waaronder [slachtoffer] , ingehaald en/of voorbij gereden, waarbij die fietser(s) waaronder [slachtoffer] , zich (heel) dicht naast de vrachtauto van verdachte bevond(en) en/of

- ( vervolgens) de rotonde opgereden/opgedraaid, waardoor er geen/nauwelijks ruimte op de rijbaan van die weg voor die fietser(s) waaronder [slachtoffer] , overbleef,

als gevolg waarvan die [slachtoffer] begon te slingeren en/of haar evenwicht verloor en/of (voor de rechter)achterwielen van die vrachtauto) is gevallen, waardoor een aan- en/of overrijding van die [slachtoffer] door die door verdachte bestuurde vrachtauto heeft plaatsgevonden, als gevolg waarvan die [slachtoffer] is overleden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

primair

hij op of omstreeks 05 juli 2016 te Zeist als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (een vrachtauto, merk Daf), daarmede rijdende over een weg, de Schaerweijdelaan, ter hoogte van de voetgangersoversteekplaats gelegen voor de rotonde gevormd door de Schaerweijdelaan met de Oude Arnhemseweg, en terwijl hij, verdachte, drie, althans een of meer (achter elkaar rijdende) fietser(s), waaronder [slachtoffer] , naderde die in dezelfde richting over die weg reden, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans, aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam, terwijl op die Schaerweijdelaan op ongeveer 40 meter van de voetgangersoversteekplaats twee verkeersborden zijn aangebracht, te weten

- een bord "Zone 30" van de bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en/of

- een blauw bord voorzien van een witte rand met daarop afgebeeld een fietser met daarachter een auto en de tekst "Let op! Achter elkaar", en/of terwijl op die Schaerweijdelaan ter plaatse de rijbaan was versmald van 5,0 meter naar 3,5 meter en de vrachtauto van verdachte circa 2,5 meter breed was,

en/of terwijl hij, verdachte, ter plaatse (zeer) bekend was,

en/of zonder voldoende rekening te houden met de aanwezigheid van en/of te anticiperen op voornoemde fietser(s),

- die fietser(s), waaronder [slachtoffer] , heeft ingehaald en/of voorbij is gereden, waarbij die fietser(s), waaronder [slachtoffer] , zich (heel) dicht naast de vrachtauto van verdachte bevond(en), en/of

- (vervolgens) de rotonde is opgereden/opgedraaid, waardoor er geen/nauwelijks ruimte op de rijbaan van die weg voor die fietser(s), waaronder [slachtoffer] , overbleef,

als gevolg waarvan die [slachtoffer] begon te slingeren en/of haar evenwicht verloor en/of (voor de rechter)achterwielen van die vrachtauto) is gevallen, waardoor een aan- en/of overrijding van die [slachtoffer] door die door verdachte bestuurde vrachtauto heeft plaatsgevonden, als gevolg waarvan die [slachtoffer] is overleden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het primair bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft door aanmerkelijk onvoorzichtig met de door hem bestuurde vrachtwagen te rijden een dodelijk verkeersongeval veroorzaakt. Dit is een zeer ernstig gevolg dat aan de nabestaanden van het slachtoffer onherstelbaar leed heeft toegebracht, zoals beschreven in de door de dochter van het slachtoffer ter terechtzitting voorgedragen schriftelijke slachtofferverklaring.

Het hof betrekt de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht met betrekking tot overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 bij de straftoemeting. Voor een zaak met een mate van schuld zoals in de onderhavige zaak is bewezenverklaard en met dodelijke afloop wordt als straforiëntatiepunt een werkstraf van 240 uren en een onvoorwaardelijke rijontzegging voor de duur van één jaar gehanteerd.

Het hof houdt rekening met het feit dat (ook) verdachte door het gebeuren emotioneel is getroffen en dat hij niet eerder met politie en justitie ter zake van verkeersdelicten in aanraking is geweest, terwijl hij al vele jaren werkzaam is als vrachtwagenchauffeur.

Gelet op vorenstaande acht het hof een werkstraf van na te melden duur passend en geboden. Voorts is het hof van oordeel dat aan verdachte een rijontzegging moet worden opgelegd. Het hof zal deze ontzegging, evenals de rechtbank, grotendeels voorwaardelijk opleggen om te voorkomen dat verdachte zijn werk als vrachtwagenchauffeur gedurende een langere periode niet meer kan uitvoeren. Voor oplegging van een geheel voorwaardelijke rijonzegging, zoals door de verdediging bepleit, acht het hof de gevolgen van het door verdachte veroorzaakte ongeval echter te ernstig.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het primair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 9 (negen) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. M.E. van Wees, voorzitter,

mr. M. Keppels en mr. E. Venekatte, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. C.M.M. van der Waerden, griffier,

en op 4 juli 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.