Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2017:9472

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
31-10-2017
Datum publicatie
02-11-2017
Zaaknummer
200.171.108/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Samenhangende overeenkomsten?

Sportschool heeft franchiseovereenkomst gesloten met onderneming (franchisegever) die een zogenoemd bodycheck-project had opgezet. Eén van de verplichtingen van de sportschool jegens de franchisegever was de aanschaf of lease van een cardioscan. Via de franchisegever is een leaseovereenkomst ter zake van een cardioscan tot stand gekomen tussen de sportschool en een leasemaatschappij. Op dezelfde wijze zijn tussen deze leasemaatschappij en diverse andere sportscholen leaseovereenkomsten ter zake van een cardioscan tot stand gekomen.

Het bodycheck-project wordt geen succes en de franchisegever schiet tekort in haar verplichtingen jegens de sportschool. Daarop schort de sportschool de nakoming van haar betalingsverplichtingen jegens de leasemaatschappij op. Bij alle andere sportscholen gebeurt hetzelfde.

Het hof is van oordeel dat geen sprake is van een zodanig feitelijk-economische samenhang tussen de leaseovereenkomst en de franchiseovereenkomst, dat (een) tekortkoming(en) van de franchisegever in de nakoming van haar verplichtingen uit de franchiseovereenkomst opschorting door de sportschool van haar verplichtingen uit de leaseovereenkomst met de leasemaatschappij kon(den) rechtvaardigen (vergelijk HR 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3162).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.171.108/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Holland 581350 CV EXPL 12-8916)

arrest van 31 oktober 2017

in de zaak van

1 de vennootschap onder firma Waterland Sports,

gevestigd te Purmerend,
en haar vennoten:

2. [appellante2] ,

wonende te [A] ,

3. [appellant3] ,

wonende te [A] ,

appellanten,

in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in voorwaardelijke reconventie,

hierna gezamenlijk te noemen: Waterland Sports c.s.,

advocaat: mr. P.A. de Lange, kantoorhoudend te Barendrecht,

tegen

Grenkefinance N.V.,

gevestigd te Maasbree,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in voorwaardelijke reconventie,

hierna: Grenke,

advocaat: mr. O.J.W. Reijnders, kantoorhoudend te Eindhoven.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 15 maart 2016 hier over.

1.2

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de memorie van antwoord (met producties),
- een akte uitlaten producties van Waterland Sports c.s.

1.3

Vervolgens hebben Waterland Sports c.s. de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.

1.4

De vordering van Waterland Sports c.s. in hoger beroep luidt:
"(…) bij arrest voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

(…)
in conventie:

Grenke alsnog in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar vorderingen alsnog af te wijzen dan wel haar deze te ontzeggen, met veroordeling van Grenke om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Waterland Sports terug te betalen al hetgeen Waterland Sports in het kader van de vonnissen van de rechtbank Noord-Holland reeds aan Grenke heeft voldaan, vermeerderd met de

wettelijke vertragingsrente daarover vanaf de dag van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

in (voorwaardelijke) reconventie:

primair:

- te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen Waterland Sports en Grenke is vernietigd c.q. ontbonden, dan wel deze overeenkomst bij dit vonnis te vernietigen dan wel te ontbinden;

- verklaren voor recht dat al hetgeen Waterland Sports in het kader van de alsdan vernietigde overeenkomst aan Grenke heeft voldaan onverschuldigd is betaald;

- Grenke te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Waterland Sports te betalen een bedrag van € 2.380,37 inclusief BTW;

- althans te verklaren voor recht dat ingeval van ontbinding van de overeenkomst partijen over en weer van hun verplichtingen zijn bevrijd en op Waterland Sports geen betalingsverplichting meer rust;

subsidiair:

- te verklaren voor recht dat tussen partijen geen rechtshandeling tot stand is gekomen en dat evenmin een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan op Grenke een verplichting tot ongedaanmaking rust;

- Grenke te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Waterland Sports te betalen een bedrag van € 2.380,37 inclusief BTW;

zowel primair als subsidiair:

- Grenke te veroordelen de cardioscan met toebehoren op eigen kosten bij Waterland Sports op te halen;

- Grenke te veroordelen tot ongedaanmaking c.q. opheffing van de door haar ten laste van Waterland bij het BKR gedane registratie, zulks op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 1.000,00 per dag, althans gedeelte van een dag, dat Grenke in gebreke blijft ter zake aan het ten deze te wijzen

vonnis te voldoen.

in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

met veroordeling van Grenke in de kosten van de conventionele en de reconventionele procedure in beide instanties, salaris advocaat daaronder begrepen."

2 De feiten

2.1

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken het volgende vast.

2.2

Waterland Sports c.s. exploiteren een sportschool te Purmerend.

2.3

Verzekerd Fit Polis B.V. (hierna: Verzekerd Fit Polis) was een onderneming die zich toelegde op zakelijke dienstverlening aan sportscholen en fitnesscentra. Enig bestuurder en aandeelhouder was de heer [B] (hierna: [B] ).

2.4

Touch 'n Lease B.V., kantoorhoudende te Zeist, (hierna: Touch 'n Lease) is een onderneming die volgens het handelsregister van de Kamer van Koophandel diensten als tussenpersoon verleent tussen partijen die een huur/verhuurovereenkomst met elkaar willen aangaan en ook zelfstandig optreedt als leasemaatschappij.

2.5

Waterland Sports c.s. zijn op enig moment in 2010 benaderd door Verzekerd Fit Polis over het volgende. Verzekerd Fit Polis had een concept ontwikkeld, dat eruit bestond - in samenwerking met zorgverzekeraars - zogenaamde bodychecks aan te bieden aan leden en potentiële leden van sportscholen/fitnesscentra en kortingen te geven op fitnessabonnementen. Waterland Sports c.s. konden hierin participeren middels een franchise-/samenwerkingsovereenkomst. Waterland Sports c.s. zouden op grond van deze overeenkomst gebiedsbescherming krijgen en Verzekerd Fit Polis zou de marketing verzorgen. Voorwaarde voor deelname aan het zogenoemde bodycheck-project was dat Waterland Sports c.s. een cardioscan met toebehoren zouden aanschaffen of leasen. Verzekerd Fit Polis heeft daartoe een leverancier, Meditronics, en een financieringsmaatschappij, Grenke, aangezocht.

2.6

Op of omstreeks 7 maart 2011 is de samenwerkingsovereenkomst tussen Verzekerd Fit Polis en Waterland Sports c.s. (hierna: de franchiseovereenkomst) tot stand gekomen. Voor Verzekerd Fit Polis bevatte deze overeenkomst (onder meer) de verplichting om aan Waterland Sports c.s. een maandelijkse vergoeding van € 150,- (exclusief btw) voor de (huur van de) cardioscan met toebehoren te betalen en voor Waterland Sports c.s. (onder meer) de verplichting om als een goed huisvader voor de hard- en software te zorgen.

2.7

Nadat Waterland Sports c.s. een door Meditronics ingevuld leasecontract hadden ondertekend, is op of omstreeks 30 maart 2011 een lease-/huurovereenkomst ter zake van een cardioscan met toebehoren tussen Grenke en Waterland Sports c.s. tot stand gekomen. Grenke heeft in dat kader de cardioscan inclusief software en toebehoren, alsmede een computer met toebehoren, bestaande uit onder meer een monitor, printer, muis, toetsenbord, verschillende software, computermeubel, alsmede een bloeddrukmeter, lengtemeter, personenweegschaal en elektroden van Meditronics gekocht. Blijkens een door Waterland Sports c.s. ondertekende afgiftebevestiging d.d. 30 maart 2011 heeft Meditronics op of omstreeks die datum het leaseobject, omschreven als "desktop met toebehoren" en "cardioscan incl. software", bij Waterland Sports c.s. afgeleverd.

2.8

In het leasecontract staat, voor zover hier van belang, het volgende:
"Basishuurperiode:
maanden 60 maandelijks leasetermijn netto 150,00 EUR
plus wettelijke BTW 28,50 EUR
maandelijks bruto leasetermijn 178,50 EUR
(…)
Ik ga / wij gaan akkoord met de algemene leasevoorwaarden zoals hierboven en op de keerzijde beschreven. (…)
Er zijn geen andere, afwijkende regelingen of nevenakkoorden overeengekomen. De lessor wijst erop dat de leverancier of andere derden niet het recht hebben afspraken te maken die afwijken van de contractuele tekst of toezeggingen te doen of de lessor op een andere manier te vertegenwoordigen. (…)"

2.9

In de op de leaseovereenkomst toepasselijke algemene voorwaarden staan, voor zover hier van belang, de volgende bepalingen:
"(…)
Artikel 8 Facturering en betaling
(…)
8.4 Het door de Lessee toepassen van korting of compensatie op de verschuldigde leasetermijnen, dan wel opschorting van de betaling is niet toegestaan.
8.7 Indien de Lessee in gebreke of in verzuim is in de (tijdige) nakoming van haar verplichtingen of indien Lessee Lessor ten onrechte in rechte heeft aangesproken of indien de kosten om andere redenen voor rekening van Lessee komen, dan komen alle redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte voor rekening van de Lessee. De buitengerechtelijke kosten worden berekend op basis van de berekeningsmethode volgens Rapport Voorwerk II, en worden begroot op 2 punten van het liquidatietarief, welke kosten conform hetzelfde Rapport Voorwerk gemaximeerd worden tot 15% van de hoofdsom, met een absoluut minimum van € 250,- exclusief BTW. (…)
(…)
Artikel 17 Redenen voor ontbinding
Indien Lessee niet, niet behoorlijk of niet tijdig nakomt dan wel indien gegronde vrees bestaat dat Lessee niet in staat is of zal zijn enige verplichting, welke voor hem uit de overeenkomst voortvloeit, na te komen, (…), is Lessee van rechtswege in verzuim en is Lessor gerechtigd zonder enige verplichting tot schadevergoeding en onverminderd de aan Lessor verder toekomende rechten, zonder dat ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst daartoe vereist is, het Leasecontract geheel of gedeeltelijk te ontbinden dan wel de (verdere) uitvoering van de overeenkomst op te schorten. Lessor is in die gevallen voorts gerechtigd onmiddellijke voldoening van het ons toekomende te vorderen.
Artikel 18 Gevolgen van ontbinding
18.1 Bij beëindiging van het Leasecontract verliest Lessee onmiddellijk het recht op gebruik van het Leaseobject.
18.2 Indien de Lessor gebruik maakt van zijn recht op ontbinding (…), dan heeft de Lessor recht op betaling van de voor de totale leasetijd nog uitstaande leasetermijnen. (…)
18.3 De Lessee is verplicht na ontbinding het Leaseobject onmiddellijk op zijn kosten en op eigen risico terug te geven. (…)
(…)"

2.10

Dergelijke lease/huurcontracten hebben Meditronics en Grenke met diverse sportscholen in Nederland gesloten.

2.11

In een e-mail van 3 mei 2011 schrijft de heer [C] van Touch 'n Lease aan mevrouw [D] van SHK, één van de andere betrokken sportscholen, (onder meer) het volgende:
"(…) Wij hebben inderdaad wel contact gehad met een aantal van uw collega's maar wij zijn niet de leasemaatschappij. Wij worden ingehuurd door Verzekerd Fit Polis en Meditronics om de afhandeling van de leasecontracten te verzorgen.

Daar wij zijdelings zijn betrokken kunnen wij alleen signaleren en doorgeven aan de betreffende partijen om tot oplossingen te komen. Ook GrenkeFinance, de leasemaatschappij is in zoverre betrokken dat zij de investering rond de Cardioscan in een lease onderbrengen. Zij zijn dus ook niet deel van het Franchiseconcept van VerzekerdFitPolis.

Wat ik u wel kan melden is dat er afgelopen week op initiatief van Grenke een meeting is geweest met VerzekerdFitPolis over de voortgang van het concept wat betreft de leasecontracten die daarbij worden gebruikt en zijn er duidelijk afspraken gemaakt. Vanuit ons moet ik ook alleen bevestigen dat Grenke een direct leasecontract afsluit wat losstaat van het Franchisemodel. (…)"

2.12

Bij e-mail van 17 mei 2011 heeft [B] aan Waterland Sports c.s. meegedeeld dat de activiteiten, alsmede alle rechten en plichten van Verzekerd Fit Polis met terugwerkende kracht per 1 januari 2011 zijn overgenomen door Bodycheck Nederland B.V. (hierna: Bodycheck Nederland). Ook van deze vennootschap was [B] enig bestuurder en aandeelhouder.

2.13

Bij e-mail van 23 mei 2011 heeft Bodycheck Nederland aan Waterland Sports c.s. meegedeeld dat het bodycheck-concept is veranderd en dat voor deelname aan het nieuwe concept een nieuwe overeenkomst moet worden ondertekend. Waterland Sports c.s. hebben dit contract niet ondertekend.

2.14

Bij brief van 23 maart 2012 heeft de gemachtigde van Waterland Sports c.s. (onder meer) het volgende aan Grenke geschreven:
"Tot mij hebben zich diverse sportscholen en fitnesscentra gewend met het verzoek hun belangen te behartigen. Cliënten zijn (via Verzekerd Fit Polis B.V. dan wel Bodycheck Nederland B.V., althans via de heer [B] ) met u een leaseovereenkomst aangegaan. Namens cliënten deel ik u hierbij mede dat zij tot nader bericht de nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van de overeenkomsten opschorten in verband met de toerekenbare tekortkoming aan de zijde van resp. Verzekerd Fit Polis B.V. dan wel Bodycheck Nederland B.V., althans de heer [B] in de met die leaseovereenkomsten samenhangende overeenkomsten. (…)"

2.15

Sinds april 2012 zijn Waterland Sports c.s. met de betaling van de facturen van Grenke gestopt.

2.16

Bij brief van 16 juli 2012 heeft Grenke de leaseovereenkomst met Waterland Sports c.s. ontbonden. Daarbij zijn Waterland Sports c.s. aangemaand om binnen vijf dagen over te gaan tot betaling van het aan Grenke verschuldigde bedrag ad € 7.935,09.

2.17

Blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel handelt

Bodycheck Nederland sinds 14 januari 2013 onder de naam BAZ Invest B.V.

2.18

Bij brief van 7 mei 2013 heeft de gemachtigde van Waterland Sports c.s., mede namens diverse andere sportscholen en fitnesscentra, aan [B] , Verzekerd Fit Polis en BAZ Invest B.V. (onder meer) het volgende geschreven:
"(…) Cliënten hebben u eerder reeds afzonderlijk en gezamenlijk aangesproken op diverse tekortkomingen aan de kant van u en uw ondernemingen, waaronder in het bijzonder (maar niet uitsluitend beperkt tot) het niet uitkeren van de maandelijkse vergoedingen voor de leasekosten, het niet verlenen van de overeengekomen gebiedsbescherming en het uitblijven van de door u, althans uw ondernemingen, toegezegde effectieve marketingcampagne.

U heeft cliënten meermalen beterschap beloofd zonder daadwerkelijk uw verplichtingen jegens cliënten na te komen. In diverse e-mails heeft u erkend dat niet aan de verplichtingen is voldaan.

Voorts heeft u cliënten geen juiste voorstelling van zaken gegeven met betrekking tot het bodycheck-concept, de daaraan wel of niet gelieerde ondernemingen, de samenhang tussen de diverse ondernemingen en het kostenplaatje.

Cliënten hebben bij het aangaan van zowel de overeenkomsten met uw ondernemingen als die met de

leasemaatschappijen op de hiervoor genoemde voor cliënten essentiële punten gedwaald als gevolg van de daarover door dan wel namens u gedane mededelingen. Indien cliënten een juiste voorstelling van zaken zouden hebben gehad, hadden zij de overeenkomsten met zowel uw ondernemingen als de leasemaatschappijen niet, althans niet onder de huidige voorwaarden gesloten.

Primair stellen cliënten zich op het standpunt dat de overeenkomsten middels bedrog tot stand zijn gekomen, dan wel dat zij bij het aangaan van de overeenkomsten hebben gedwaald, op grond waarvan zij middels dit schrijven buitengerechtelijk overgaan tot vernietiging van die overeenkomsten, met dien verstande dat de vernietiging zich niet uitstrekt tot de in de overeenkomsten opgenomen vrijwaringsbedingen.

Subsidiair stellen cliënten zich op het standpunt dat u reeds (lang) in verzuim verkeert. Slechts voor zover nodig verzoek en sommeer ik u langs deze weg nogmaals uw verplichtingen uit de met cliënten gesloten overeenkomsten, in het bijzonder maar niet beperkt tot de uitbetaling van de gehele vergoedingen ter zake van de leasekosten, terstond, althans binnen 2 dagen na heden, na te komen. (…)
Reeds nu voor alsdan gaan cliënten middels dit schrijven over tot buitengerechtelijke ontbinding van de met uw onderneming(en) gesloten overeenkomsten met dien verstande dat de ontbinding zich niet uitstrekt tot de in de overeenkomsten opgenomen vrijwaringsbedingen.
(…)"

2.19

Verzekerd Fit Polis is per 20 maart 2012 uitgeschreven uit het handelsregister, BAZ Invest B.V. per 2 januari 2015.

3 Het geschil en de beoordeling in eerste aanleg

3.1

Grenke heeft in eerste aanleg bij dagvaarding in de hoofdzaak in conventie gevorderd:
"(…) bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden hoofdelijk en ieder voor het geheel aldus dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen:

I. om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Grenke te voldoen een bedrag van € 8.893,88

(zegge: achtduizend achthonderd drieënnegentig euro en achtentachtig cent), vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW althans 6:119 BW over € 7.935,09 vanaf 31 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, althans een door u in goede justitie te bepalen bedrag;

II. om de door Grenke aan Waterland c.s. geleasede apparatuur als hiervoor in sub 4 omschreven,

binnen 2 dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan Grenke af te geven en/of ter beschikking te stellen,

a. a) zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag dat gedaagde hiermee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft, met een maximum van €10.000,=, althans door u in goede justitie te bepalen bedragen;

en

b) bij gebreke waarvan Waterland c.s. dient te gehengen en te gedogen dat Grenke zich de feitelijke macht over vorenbedoelde aan gedaagde geleasede apparatuur zal verschaffen, desnoods met behulp van de sterke arm van justitie en politie, met de kosten daarvan ten laste van Waterland c.s.

III. in de kosten van deze procedure, het salaris van de gemachtigde van Grenke daaronder begrepen.

3.2

Waterlands Sports c.s. hebben in eerste aanleg in de hoofdzaak in (voorwaardelijke) reconventie gevorderd:
"(…) bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

(…)
in (voorwaardelijke) reconventie:

primair:

- te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen Waterland Sports en Grenke is vernietigd c.q. ontbonden, dan wel deze overeenkomst bij dit vonnis te vernietigen dan wel te ontbinden;

- verklaren voor recht dat al hetgeen Waterland Sports in het kader van de alsdan vernietigde overeenkomst aan Grenke heeft voldaan onverschuldigd is betaald;

- Grenke te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Waterland Sports te betalen een bedrag van € 2.000,31 exclusief BTW, zijnde € 2.380,37 inclusief BTW;

althans te verklaren voor recht dat ingeval van ontbinding van de overeenkomst partijen over en weer van hun verplichtingen zijn bevrijd en op Waterland Sports geen betalingsverplichting meer rust;

subsidiair:

- te verklaren voor recht dat tussen partijen geen rechtshandeling tot stand is gekomen en dat evenmin een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan op Grenke een verplichting tot ongedaanmaking rust;

- Grenke te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Waterland Sports te betalen een bedrag van € 2.000,31 exclusief BTW, zijnde € 2.380,37 inclusief BTW;

zowel primair als subsidiair:

- Grenke te veroordelen de cardioscan met toebehoren op eigen kosten bij Waterland Sports op te halen;

- Grenke te veroordelen tot ongedaanmaking c.q. opheffing van de door haar ten laste van Waterland bij het BKR gedane registratie, zulks op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 1.000,00 per dag, althans gedeelte van een dag, dat Grenke in gebreke blijft ter zake aan het ten deze te wijzen vonnis te voldoen.

in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie:

Grenke te veroordelen in de kosten van deze procedure, salaris gemachtigde daaronder begrepen."

3.3

Bij conclusie van repliek in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie tevens akte houdende (voorwaardelijke) vermeerdering van eis heeft Grenke haar vordering in conventie aangevuld met vorderingen voor het geval de leaseovereenkomst als vernietigd dan wel ontbonden moet worden beschouwd of wordt vernietigd dan wel ontbonden.

3.4

De kantonrechter heeft in het bestreden eindvonnis d.d. 17 juli 2014 in de hoofdzaak de vorderingen van Grenke in conventie grotendeels toegewezen en de vorderingen van Waterland Sports c.s. in reconventie afgewezen. In de vrijwaring heeft de kantonrechter Verzekerd Fit Polis, BAZ Invest B.V. en [B] veroordeeld.

4 De omvang van de rechtsstrijd in hoger beroep

4.1

Het hoger beroep is ingesteld tegen de vonnissen d.d. 14 maart 2013 (verwijzingsincident), 6 juni 2013 (vrijwaringsincident) en tegen het eindvonnis in de hoofdzaak d.d. 17 juli 2014. Aangezien Waterland Sports c.s. geen grieven hebben opgeworpen tegen het vonnis in het vrijwaringsincident, dient het hoger beroep in zoverre te worden verworpen. Daarbij leest het hof grief III als gericht tegen het eindvonnis van 17 juli 2014, aangezien in het vonnis in het vrijwaringsincident van 6 juni 2013 de beslissing omtrent de kosten van het incident is aangehouden tot de beslissing in de hoofdzaak. Hetzelfde geldt voor grief II voor zover deze grief is gericht tegen de kostenveroordeling in het verwijzingsincident.

4.2

De veroordeling in de vrijwaringszaak tegen Verzekerd Fit Polis, BAZ Invest B.V. en [B] , zoals uitgesproken in het bestreden vonnis van 17 juli 2014, is in appel niet aangevochten.

5 De beoordeling van de grieven en de vordering in hoger beroep

5.1

Grief I klaagt over de feitenvaststelling door de kantonrechter.

5.2

Aangezien het hof de feiten zelf opnieuw heeft vastgesteld, waarbij rekening is gehouden met de in grief I vervatte klachten, hebben Waterland Sports c.s. geen belang bij een afzonderlijke bespreking van deze grief.

Kern van het geschil

5.3

Kern van het geschil betreft de vraag of de franchiseovereenkomst tussen Verzekerd Fit Polis en Waterland Sports c.s. enerzijds en de leaseovereenkomst tussen Grenke en Waterland Sports c.s. anderzijds zodanig samenhangen dat tekortkomingen in de nakoming van de franchiseovereenkomst door Verzekerd Fit Polis, in het bijzonder het gestelde - door Grenke betwiste - niet betalen van de overeengekomen maandelijkse vergoeding van € 150,- exclusief btw, meebrengen dat Waterland Sports c.s. bevoegd waren tot opschorting van hun betalingsverplichtingen uit hoofde van de leaseovereenkomst met Grenke. De kantonrechter heeft deze vraag ontkennend beantwoord. Tegen dit oordeel zijn de grieven V en VI gericht.

5.4

Waterland Sports c.s. beroepen zich, samengevat, op de volgende - door Grenke niet dan wel onvoldoende gemotiveerd betwiste - omstandigheden.
De lease van een cardioscan door Waterland Sports c.s. was gekoppeld aan de deelname door Waterland Sports c.s. aan het bodycheck-concept van Verzekerd Fit Polis, vastgelegd in de franchiseovereenkomst. Verzekerd Fit Polis heeft Meditronics ingeschakeld voor de levering van de bodyscan. Meditronics beschikte over aanvraagformulieren voor een leaseovereenkomst met Grenke en heeft - via Verzekerd Fit Polis ( [B] ) - een vooraf ingevuld leasecontract aan Waterland Sports c.s. ter hand gesteld. Waterland Sports c.s. hebben het leasecontract ondertekend en hebben dit - via Verzekerd Fit Polis ( [B] ) - aan Meditronics doen toekomen. Er is in die fase nooit rechtstreeks contact geweest tussen Waterland Sports c.s. enerzijds en Meditronics en/of Grenke anderzijds. Ter uitvoering van de aldus tot stand gekomen leaseovereenkomst heeft Grenke de aan Waterland Sports c.s. te verhuren cardioscan gekocht van Meditronics. Verzekerd Fit Polis was krachtens de franchiseovereenkomst jegens Waterland Sports c.s. verplicht tot maandelijkse vergoeding aan Waterland Sports c.s. van een bedrag dat overeenkwam met de leaseprijs.

5.5

Bij de beantwoording van de onderhavige vraag neemt het hof tot uitgangspunt de jurisprudentie van de Hoge Raad met betrekking tot de samenhang tussen een huurkoopovereenkomst en een financieringsovereenkomst waarbij de derde/financier zich heeft verbonden rechtstreeks aan de huurverkoper te betalen. Deze overeenkomsten kunnen, ook indien zij als afzonderlijke overeenkomsten moeten worden beschouwd, zozeer met elkaar zijn verbonden dat vernietiging of ontbinding van de huurkoopovereenkomst noodzakelijkerwijs tot gevolg heeft dat de financieringsovereenkomst evenmin in stand kan blijven. Aan de hand van uitleg van de rechtsverhouding in het licht van de omstandigheden moet worden vastgesteld of die verbondenheid in het gegeven geval moet worden aanvaard. Aangenomen moet worden dat ook een opschortingsrecht vanwege een tekortkoming van de leverancier tegen de financier kan worden ingeroepen ingeval een zodanige verbondenheid moet worden aanvaard (HR 23 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2555, HR 14 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4279). Bepalend is of er een zodanig nauwe feitelijk-economische samenhang bestaat tussen de huurkoopovereenkomst en de financieringsovereenkomst, dat de tekortkoming in de huurkoopovereenkomst naar redelijkheid en billijkheid de door de lessee gevorderde ontbinding van de financieringsovereenkomst rechtvaardigt, ook al is de ontbinding van de huurkoopovereenkomst niet uitdrukkelijk mede gevorderd (HR 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3162).

5.6

In het onderhavige geval staat als niet dan wel onvoldoende (gemotiveerd) weersproken vast dat Grenke niet betrokken was bij het bodycheck-project en dat Meditronics en/of Verzekerd Fit Polis en/of [B] niet bevoegd waren om in het kader van het bodycheck-project namens Grenke afspraken te maken die het bestek van de leaseovereenkomst te buiten gingen. Beoordeeld dient te worden of niettemin sprake is geweest van een jegens Waterland Sports c.s. opgewekte en aan Grenke toe te rekenen schijn daarvan. Anders dan Grenke betoogt, staat het enkele feit dat in het leasecontract staat dat "de leverancier of andere derden niet het recht hebben afspraken te maken die afwijken van de contractuele tekst of toezeggingen te doen of de lessor op een andere manier te vertegenwoordigen" op zichzelf niet in de weg aan het toerekenen van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Bepalend hiervoor zijn alle omstandigheden ten tijde van de totstandkoming van de leaseovereenkomst.

5.7

Het hof is, anders dan Waterland Sports c.s. betogen, van oordeel dat in dit geval de omstandigheid dat Grenke blanco aanvraagformulieren voor een leaseovereenkomst aan Meditronics ter beschikking heeft gesteld en daarmee "het risico heeft genomen" dat deze in handen zouden komen van een derde, te weten Verzekerd Fit Polis ( [B] ), op zichzelf ontoereikend is om te kunnen oordelen dat ten opzichte van Waterland Sports c.s. sprake is van een aan Grenke toe te rekenen schijn van betrokkenheid bij het bodycheck-concept en/of een aan Grenke toerekenbare schijn van bevoegdheid van Verzekerd Fit Polis ( [B] ) om haar in dat kader te vertegenwoordigen. Ook het feit dat Grenke een vaste relatie met Meditronics had en dat Meditronics op haar beurt een vaste relatie met Verzekerd Fit Polis zou hebben, is daarvoor niet voldoende. Dat Grenke mogelijk in een betrekkelijk korte periode een groot aantal aanvragen voor de lease van cardioscans heeft ontvangen, maakt dit niet anders. Grenke hoefde zich naar het oordeel van het hof bij de totstandkoming van de afzonderlijke leaseovereenkomsten niet te verdiepen in de achtergrond van die aanvragen en de wijze waarop die aanvragen tot stand zijn gekomen. Een dergelijke onderzoeksplicht gaat de rol van Grenke als financier/verhuurder van de cardioscans te buiten. Dat Grenke op een gegeven moment op de hoogte is geraakt van de connectie tussen Verzekerd Fit Polis, althans [B] , en Meditronics en de wijze waarop zij de leaseovereenkomst van Grenke "verkochten" in samenhang met de overeenkomst van Verzekerd Fit Polis, brengt in het voorgaande geen verandering. Dit feit is naar het oordeel van het hof ontoereikend voor het aannemen van een aan Grenke toe te rekenen schijn van betrokkenheid bij het bodycheck-project.

5.8

Ook de overige omstandigheden rechtvaardigen niet het oordeel dat in dit geval sprake is van een zodanig feitelijk-economische samenhang tussen de beide overeenkomsten, dat (een) tekortkoming(en) van Verzekerd Fit Polis in de nakoming van haar verplichtingen uit de franchiseovereenkomst opschorting door Waterland Sports c.s. van hun verplichtingen uit de leaseovereenkomst met Grenke kon(den) rechtvaardigen. De leaseovereenkomst staat daarvoor in de omstandigheden van dit geval in een te ver verwijderd verband met de franchiseovereenkomst, hetgeen Waterland Sports c.s. als professionele marktpartij redelijkerwijs hebben dienen te begrijpen. Dat bij Waterland Sports c.s. de - door Verzekerd Fit Polis gewekte - indruk bestond dat sprake was van een totaalpakket, bestaande uit de franchiseovereenkomst en de leaseovereenkomst, dient dan ook in de verhouding tussen Waterland Sports c.s. en Grenke voor rekening van Waterland Sports c.s. te blijven.

5.9

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Waterland Sports c.s. niet bevoegd waren tot opschorting van de nakoming van hun betalingsverplichtingen jegens Grenke vanwege het uitblijven van de betaling van de maandelijkse vergoeding door Verzekerd Fit Polis.

5.10

De grieven V en VI falen.

5.11

Uit het voorgaande volgt dat de gestelde - door Grenke betwiste - vernietiging dan wel ontbinding van de franchiseovereenkomst wegens dwaling respectievelijk een tekortkoming, niet tot gevolg heeft dat de leaseovereenkomst hetzelfde lot is beschoren. De primaire onderdelen van grief VIII en van grief IX falen derhalve eveneens.

5.12

Grief VII is gericht tegen de verwerping door de kantonrechter van het beroep op wilsontbreken. Waterland Sports c.s. betogen, kort weergegeven, dat hun wil niet gericht is geweest op een 'zelfstandige' overeenkomst met Grenke, en dat Grenke er evenmin gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat Waterland Sports c.s. de leaseovereenkomst 'los' van de franchiseovereenkomst wilden aangaan.

5.13

Het hof overweegt dienaangaande dat van wilsontbreken in eigenlijke zin geen sprake is. De wil van Waterland Sports c.s. was immers gericht op het aangaan van een leaseovereenkomst met Grenke, zodat deze overeenkomst door wilsovereenstemming tot stand is gekomen (artikel 3:33 BW). Het betoog van Waterland Sports c.s. komt in wezen neer op een beroep op dwaling: zij zijn de leaseovereenkomst met Grenke aangegaan in de (achteraf bezien onjuiste) veronderstelling dat het bodycheck-concept zou slagen, dat de cardioscan hun niets zou kosten en dat zij daarvan uiteindelijk eigenaar zouden worden. Ook het beroep op dwaling is door de kantonrechter verworpen. Hiertegen is het subsidiaire gedeelte van grief VIII gericht.

5.14

Het hof overweegt dienaangaande dat van (rechtens relevante) dwaling sprake is, indien - kort weergegeven - sprake is van een onjuiste voorstelling van zaken bij het aangaan van de overeenkomst, zonder welke de dwalende de overeenkomst niet zou hebben gesloten, hetgeen aan de wederpartij kenbaar was, en voorts (a) de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, en/of (b) aan een schending van diens spreekplicht en/of (c) sprake is van wederzijdse dwaling (artikel 6:228 lid 1 BW). Geen van de genoemde dwalingsgronden doet zich hier voor. Anders dan Waterland Sports c.s. betogen, kunnen handelingen en gedragingen van Verzekerd Fit Polis in dit verband niet worden toegerekend aan Grenke. Verzekerd Fit Polis handelde niet krachtens een volmacht van Grenke, zodat deze toerekening in ieder geval niet krachtens artikel 3:66 BW plaatsvindt. Ook bieden de omstandigheden waaronder de leaseovereenkomst tot stand is gekomen, geen dan wel onvoldoende grond om Verzekerd Fit Polis wat dit betreft te vereenzelvigen met Grenke. Dat Verzekerd Fit Polis aan Waterland Sports c.s. zou hebben meegedeeld dat zij aan het einde van de overeenkomst eigenaar zou kunnen worden van de cardioscan-apparatuur, hetgeen niet zo bleek te zijn, kan derhalve niet aan Grenke worden toegerekend.
Voor zover Waterland Sports c.s. de dwaling baseren op onjuiste verwachtingen ten aanzien van de deugdelijke nakoming door Verzekerd Fit Polis, stuit dit reeds af op het feit dat het gaat om dwaling die een uitsluitend toekomstige omstandigheid betreft (artikel 6:228 lid 2 BW).

5.15

Grief VII en het subsidiaire gedeelte van grief VIII falen derhalve.

5.16

Het subsidiaire gedeelte van grief IX houdt in dat, ook bij gebrek aan voldoende samenhang met de franchiseovereenkomst, de leaseovereenkomst moet worden ontbonden, gelet op de aan Grenke toerekenbare tekortkomingen, onder meer bestaande uit het niet naar behoren functioneren van de geleasede apparatuur. Grief X is gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat ten aanzien van het door Waterland Sports c.s. gestelde niet (goed) functioneren van de cardioscan niet tijdig is geklaagd en dat de gestelde gebreken niet voldoende zijn onderbouwd.

5.17

Het hof overweegt dienaangaande dat, nu Grenke zich heeft beroepen op schending van de zogenoemde klachtplicht (artikel 6:89 BW), het op de weg van Waterland Sports c.s. ligt om gemotiveerd te stellen en zo nodig te bewijzen dat, wanneer en bij wie zij hebben geklaagd over de gestelde ondeugdelijkheid van de cardioscan (HR 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3593). Waterland Sports c.s. hebben dienaangaande gesteld dat zij hebben geklaagd bij [B] en Meditronics, omdat zij die als aanspreekpunten beschouwden en redelijkerwijs ook als zodanig mochten beschouwen. Het hof is van oordeel dat Waterland Sports c.s. hiermee niet dan wel onvoldoende aan hun stelplicht hebben voldaan. Zij geven immers niet aan op welk moment en over welke gebreken zij geklaagd hebben. De verwijzing door Waterland Sports c.s. naar (onder meer) de mail van Touch 'n Lease van 3 mei 2011 (zie hiervoor onder 2.11) volstaat niet. Over klachten ten aanzien van de ondeugdelijkheid van de cardioscans met toebehoren wordt in deze mail niet gerept. De stelling van Waterland Sports c.s. dat het "volstrekt onaannemelijk" is, dat tijdens de bijeenkomst tussen Grenke en Meditronics, waarbij ook [B] aanwezig was, niet over de gebreken aan de apparatuur is gesproken (memorie van grieven onder 165), acht het hof dan ook een ontoereikende onderbouwing voor de stelling dat zij bij [B] en/of Meditronics hebben geklaagd over de ondeugdelijkheid van de cardioscan. Het hof voegt hier nog aan toe dat in de brief aan Grenke d.d. 23 maart 2012 (zie hiervoor onder 2.14) in het geheel geen melding wordt gemaakt van gebreken aan de cardioscan. Als reden voor de opschorting van de nakoming van de verplichtingen uit de leaseovereenkomst wordt slechts genoemd "de toerekenbare tekortkoming aan de zijde van resp. Verzekerd Fit Polis B.V. dan wel Bodycheck Nederland B.V., althans de heer [B] in de met die leaseovereenkomsten samenhangende overeenkomsten".

5.18

Aldus is niet komen vast te staan dat en wanneer Waterland Sports c.s. over gebreken van de cardioscan hebben geklaagd, terwijl zij het bestaan van deze gebreken evenmin voldoende hebben onderbouwd. Hierop stuit het beroep van Waterland Sports c.s. op non-conformiteit van de cardioscan af.

5.19

Het subsidiaire gedeelte van grief IX en grief X falen derhalve.

5.20

Het voorgaande leidt tot de tussentijdse conclusie dat er voor Waterland Sports c.s. geen rechtsgeldige grond bestond om de nakoming van hun betalingsverplichting jegens Grenke op te schorten. Dientengevolge hebben Waterland Sports c.s. geen belang bij een bespreking van grief XI, die betrekking heeft op het opschortingsverbod in de algemene voorwaarden van Grenke. Grenke heeft de leaseovereenkomst met Waterland Sports c.s. derhalve met succes (buitengerechtelijk) ontbonden en de uit die ontbinding voortvloeiende vorderingen zijn toewijsbaar.

5.21

Grief IV houdt in dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat het leaseobject bestaat uit alle door Grenke in de inleidende dagvaarding onder 3 genoemde zaken. Volgens Waterland Sports c.s. bestond het leaseobject uit de cardioscan inclusief software en een desktop met toebehoren. De andere door Grenke genoemde zaken, zoals een bloeddrukmeter, lengtemeter, personenweegschaal en elektroden, worden niet in de leaseovereenkomst noch in de afgiftebevestiging genoemd en vallen derhalve niet te kwalificeren als toebehoren bij de cardioscan, aldus Waterland Sports c.s.

5.22

Welke zaken behoorden tot de leaseovereenkomst, is een kwestie van uitleg van de leaseovereenkomst in samenhang met de koopovereenkomst tussen Grenke en Meditronics. Het hof stelt daarbij voorop dat de vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding tussen partijen is geregeld, niet kan worden beantwoord op grond van een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van het contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (ECLI:NL:HR:1981:AG4158). Het enkele feit dat zaken zoals een bloeddrukmeter, lengtemeter, personenweegschaal en elektroden niet (afzonderlijk) in de leaseovereenkomst genoemd worden, betekent derhalve niet zonder meer dat deze zaken geen onderdeel van het leaseobject uitmaken. Waterland Sports c.s. hebben niet dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij naast de cardioscan inclusief software en een desktop met toebehoren tevens een bloeddrukmeter, lengtemeter, personenweegschaal en elektroden hebben ontvangen. Dat deze zaken niet op de afgiftebevestiging worden vermeld, vormt op zich een onvoldoende gemotiveerde betwisting. Naar het oordeel van het hof hadden Waterland Sports c.s., gelet op de aard van het concept waarin de bodyscan een centrale rol speelde, redelijkerwijs dienen te begrijpen dat alle zaken die zij in het kader van de leaseovereenkomst ter beschikking gesteld hebben gekregen, tot het geleasede behoorden. Een andere grond voor de levering van deze producten hebben Waterland Sports c.s. niet gesteld. Wat betreft de elektroden doet hier niet aan af dat deze om hygiënische redenen bestemd waren voor verbruik; de niet gebruikte elektroden lenen zich immers voor teruggave. Waterland Sports c.s. dienen deze zaken, behoudens de gebruikte elektroden, dan ook krachtens de leaseovereenkomst (artikel 18.3 van de algemene voorwaarden) aan Grenke terug te geven.

5.23

Grief IV faalt derhalve.

5.24

Grief XII richt zich tegen de (impliciete) overweging in het eindvonnis van de kantonrechter dat over de door Grenke gevorderde toekomstige leasetermijnen de btw-component eveneens voor toewijzing in aanmerking komt.

5.25

Het hof overweegt dienaangaande dat voor het antwoord op de vraag of omzetbelasting verschuldigd is over een ontvangen schadevergoeding, bepalend is of de schadevergoeding moet worden aangemerkt als de vergoeding voor een door de ontvangende partij verrichte prestatie. De vergoeding die Grenke heeft ontvangen is gebaseerd op artikel 18.2 van de algemene voorwaarden (zie hiervoor onder 2.9), dat bepaalt dat zij na gebruikmaking van haar recht op ontbinding recht heeft op betaling van de over de totale leasetijd nog uitstaande leasetermijnen. Anders dan Grenke betoogt, maakt het feit dat zij de overeenkomst heeft ontbonden en daarmee 'vrijwillig' afstand heeft gedaan van het wettelijk recht nakoming van de overeenkomst te eisen, naar het oordeel van het hof nog niet dat de door haar gevorderde schadevergoeding dient te worden beschouwd als betrekkelijk tot een door haar verrichte dienst waarvoor zij een (belaste) (ontbindings)vergoeding ontvangt (vergelijk HvJ EU 18 juli 2007, C-277/05, ECLI:EU:C:2007:440). Het hof zal het gevorderde btw-bedrag ad € 1.163,48 (als onderdeel van het bedrag van € 7.935,09) dan ook niet toewijzen. Dat Grenke omzetbelasting, zoals zij stelt, wel heeft afgedragen, geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Het hof passeert het in dit verband door Grenke gedane bewijsaanbod (memorie van antwoord onder 309) als niet ter zake dienend.

5.26

Grief XII slaagt derhalve.

5.27

Grief XIII richt zich tegen het oordeel van de kantonrechter in het eindvonnis dat ondanks de gemotiveerde betwisting door Waterland Sports c.s. voldoende is gebleken dat de door Grenke gevorderde buitengerechtelijke kosten daadwerkelijk zijn gemaakt en derhalve - overeenkomstig de kantonrechtersstaffel van het rapport Voorwerk II - kunnen worden toegewezen tot een bedrag van € 700-.

5.28

Het hof stelt vast dat het Besluit van 27 maart 2012, houdende regels ter normering van de vergoeding voor kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten) niet van toepassing is, aangezien het verzuim van Waterland Sports c.s. dateert van vóór 1 juli 2012. Dit brengt mee dat de toewijsbaarheid van de gevorderde buitengerechtelijke kosten conform artikel 8 lid 7 van de algemene voorwaarden dient te worden beoordeeld aan de hand van de voordien geldende normen. Naar het oordeel van het hof heeft Grenke voldoende aannemelijk gemaakt dat zij kosten heeft gemaakt als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub c BW, bestaande uit (onder meer) het versturen van diverse brieven en het voeren van een bespreking door haar gemachtigde. Het hof is van oordeel dat Grenke deze kosten in redelijkheid heeft kunnen maken en dat het door de kantonrechter toegewezen bedrag van € 700,- als redelijk valt aan te merken.

5.29

Grief XIII faalt derhalve.

5.30

Grief XIV richt zich tegen de overweging van de kantonrechter in het eindvonnis dat de vordering van Grenke betreffende de dwangsom kan worden toegewezen.

5.31

Het hof is van oordeel dat, aangezien Waterland Sports c.s. zich in eerste instantie op het standpunt stelden dat Grenke de geleasede apparatuur op eigen kosten diende op te halen, de kantonrechter een dwangsom aan de veroordeling tot afgifte van de apparatuur heeft kunnen verbinden.

5.32

Grief XIV faalt derhalve.

5.33

Grief XV is gericht tegen de afwijzing door de kantonrechter van de in eerste aanleg in reconventie ingestelde vorderingen.

5.34

Aangezien de vorderingen in reconventie - behoudens de vordering tot doorhaling van de BKR-registratie waarover hierna (zie grief XVI) - steunen op dezelfde feiten en grondslagen als de (hiervoor verworpen) verweren in de oorspronkelijke conventie, faalt deze grief op de hiervoor weergegeven gronden.

5.35

Grief XVI richt zich tegen het oordeel van de kantonrechter en de daarmee samenhangende overwegingen in het eindvonnis dat de reconventionele vordering van Waterland Sports c.s. tot ongedaanmaking c.q. opheffing van de BKR-registratie moet worden afgewezen. Waterland Sports c.s. betogen, kort weergegeven, dat het BKR-reglement hier toepassing mist, omdat Grenke geen 'zakelijke klant' zou zijn en de leaseovereenkomst geen overeenkomst is als bedoeld in het reglement CKI.

5.36

Het hof overweegt hieromtrent dat de kantonrechter deze vordering van Waterland Sports c.s. als onderdeel van hun integrale reconventionele vordering heeft afgewezen, onder verwijzing naar zijn oordeel in conventie. Gelet op hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen, is dit oordeel van de kantonrechter juist. Voor zover Waterland Sports c.s. met deze grief willen betogen dat de bedoelde registratie in strijd met het Algemeen Reglement CKI heeft plaatsgevonden, valt dit buiten het kader van deze procedure. Het hof gaat ervan uit dat Grenke, zodra haar vordering is voldaan, het BKR verzoekt om de registratie door te halen.

5.37

Grief XVI faalt derhalve.

5.38

Grief XVII is gericht tegen het passeren door de kantonrechter van het bewijsaanbod van Waterland Sports c.s. Tevens breiden Waterland Sports c.s. dit bewijsaanbod uit met het horen van de heren [E] en [F] , (voormalig) vennoten van All4Fit, ter zake van de (wijze van) totstandkoming van de overeenkomsten, de contacten met Grenke en [B] , alsmede ter ontkrachting van de stelling van Grenke dat zij [B] niet kende (memorie van grieven onder 230). Ter onderbouwing van dit laatste beroepen Waterland Sports c.s. zich op het vonnis d.d. 16 januari 2015 van de kantonrechter te Nijmegen (productie 8 bij de memorie van grieven).

5.39

Op de gronden die hiervoor zijn weergegeven, met name onder 5.7, passeert het hof het door Waterland Sports c.s. gedane bewijsaanbod als niet ter zake dienend.

5.40

Grief XVII faalt derhalve.

5.41

Ten slotte hebben Waterland Sports c.s. nog een drietal grieven geformuleerd met betrekking tot proceskosten. Grief XVIII klaagt over de proceskostenveroordeling in de hoofdzaak. Grief II houdt in dat de kantonrechter in het tussenvonnis van 14 maart 2013 ten onrechte de vordering tot verwijzing heeft afgewezen en ten onrechte Waterland Sports c.s. in de kosten van het incident ad € 250,- heeft veroordeeld. Grief III houdt in dat de kantonrechter ten onrechte de kosten in het vrijwaringsincident tussen partijen heeft gecompenseerd.

5.42

Aangezien Waterland Sports c.s. in hoger beroep volledig in het ongelijk zullen worden gesteld, dient de proceskostenveroordeling in eerste aanleg in stand te blijven. Dit geldt ook ten aanzien van de kostenveroordeling in het verwijzingsincident. Waterland Sports c.s. hebben dan ook geen belang bij een verdere behandeling van grief II. Hetzelfde geldt voor de kostencompensatie in het vrijwaringsincident. Weliswaar zijn Waterland Sports c.s. in het vrijwaringsincident in het gelijk gesteld, maar het verlies in de hoofdzaak brengt mee dat er geen grond is om Grenke in de kosten van dit incident te veroordelen.

5.43

De grieven II, III en XVIII falen derhalve.

De slotsom

5.44

Het hof zal het hoger beroep tegen het vonnis in het vrijwaringsincident verwerpen. De grieven falen, met uitzondering van grief XII. Het vonnis in het verwijzingsincident zal worden bekrachtigd. Het eindvonnis in de hoofdzaak zal in zoverre worden vernietigd dat Waterland Sports c.s. hoofdelijk, aldus dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, worden veroordeeld tot betaling van € 8.725,88 minus € 1.163,48 = € 7.562,40, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW over € 7.835,09 minus € 1.163,48 = € 6.671,61 vanaf 31 oktober 2012 tot aan de dag der voldoening. Voor het overige zal het eindvonnis in de hoofdzaak worden bekrachtigd. Het hof zal Grenke veroordelen om uit hoofde van onverschuldigde betaling aan Waterland Sports c.s. terug te betalen hetgeen zij op grond van het (gedeeltelijk) te vernietigen eindvonnis te veel hebben betaald aan Grenke, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding in hoger beroep (7 oktober 2014) tot aan de dag der voldoening.

5.45

Waterland Sports c.s. zullen als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak vast te stellen op € 704,- aan verschotten en € 1.264,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief (2 punten in tarief I à € 632,-), te vermeerderen met wettelijke rente en nakosten zoals nader in het dictum bepaald.

6 De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:

verwerpt het hoger beroep tegen het vonnis in het vrijwaringsincident van de kantonrechter te Zaandam d.d. 6 juni 2013;

bekrachtigt het vonnis in het verwijzingsincident van de kantonrechter te Zaandam d.d. 14 maart 2013;

vernietigt het eindvonnis van de kantonrechter te Zaanstad d.d. 17 juli 2014 voor zover Waterland Sports c.s. in de hoofdzaak in conventie hoofdelijk, aldus dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, zijn veroordeeld om aan Grenke te voldoen een bedrag van € 8.725,88, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW over € 7.835,09 vanaf 31 oktober 2012 tot aan de dag der voldoening;

doet in zoverre opnieuw recht:

veroordeelt Waterland Sports c.s. hoofdelijk, aldus dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Grenke te betalen een bedrag van € 7.562,40, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW over € 6.671,61 vanaf 31 oktober 2012 tot aan de dag der voldoening;

bekrachtigt genoemd eindvonnis in de hoofdzaak voor het overige;

veroordeelt Grenke om aan Waterland Sports c.s. terug te betalen hetgeen zij op grond van het (gedeeltelijk) vernietigde eindvonnis te veel hebben betaald aan Grenke, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 7 oktober 2014 tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt Waterland Sports c.s. in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 704,- aan verschotten en € 1.264,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en – voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

veroordeelt Waterland Sports c.s. in de nakosten, begroot op € 131,-, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 68,- in geval Waterland Sports c.s. niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak hebben voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest ten aanzien van de hierin vervatte veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. O.E. Mulder en mr. D.J. Keur en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op

31 oktober 2017.